Programmadecreet van 18 december 2003
gepubliceerd op 06 februari 2004
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2004200252
pub.
06/02/2004
prom.
18/12/2003
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

18 DECEMBER 2003. - Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende de fiscaliteit Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van de artikelen 131, 132-2 en

135 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Artikel 1.Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden volgende wijzigingen aangebracht in artikel 131 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij artikel 32 van de wet van 22 december 1977, bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij artikel 42, 5o, van het koninklijk besluit van 13 juli 2001 : 1o In de eerste regel, tweede kolom, van tabel I, worden de woorden "en tussen wettelijk samenwonenden" toegevoegd na de woorden "tussen echtgenoten". 2o De laatste twee kolommen van tabel II worden vervangen door wat volgt : "Tussen alle andere personen a b t.h.euro 30 35 3.750,00 60 8.125,00 80 38.125,00 90118.125,00" 3o Die bepaling wordt aangevuld met volgend lid : « Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder wettelijk samenwonende de persoon verstaan die op het ogenblik van de schenking samen met de schenker gedomicilieerd was en met laatstgenoemde een verklaring van wettelijk samenwonen had overeenkomstig de bepalingen van Boek III, titel Vbis, van het Burgerlijk Wetboek, twee personen uitgezonderd die broers en/of zussen, oom en neef of nicht, en tante en neef of nicht zijn, voorzover de verklaring van wettelijk samenwonen meer dan één jaar vóór de schenking ontvangen is. »

Art. 2.Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden volgende wijzigingen aangebracht in artikel 132-2 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 157 van de wet van 22 december 1989 : 1o onder 1o van die bepaling worden de woorden "of van de wettelijk samenwonende" ingevoegd tussen de woorden "van de echtgenoot" en de woorden "van de adoptant"; 2o onder 3o van die bepaling worden de woorden "of van zijn wettelijk samenwonende" ingevoegd tussen de woorden "van zijn echtgenoot" en het woord "te samen".

Art. 3.Voor wat betreft het Waalse Gewest worden in artikel 135, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 21 van het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, en gewijzigd bij artikel 158, 2o, van de wet van 22 december 1989, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij artikel 42, 5o, van het koninklijk besluit van 13 juli 2001, de woorden "of wettelijk samenwonende" ingevoegd na de woorden "de begiftigde echtgenoot".

Art. 4.Deze afdeling treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad . Afdeling 2. - Wijzigingen in de wet van 27 december 1994 tot

goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993

Art. 5.Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 12, § 2, van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, gewijzigd bij de wetten van 10 april 1995, 13 maart 2001 en 10 juni 2001, de eerste twee leden vervangen door volgende twee leden : "§ 2. Voor de bij artikel 4, tweede lid, bedoelde voertuigen wordt op aanvraag van de belastingschuldige : 1o een evenredige teruggave van het eurovignet verleend ten belope van de periodes van inactiviteit van het voertuig tijdens de belastbare periode.

Dit bedrag is gelijk aan één of twee twaalfde van het jaarbedrag naargelang de periodes van inactiviteit respectievelijk minstens 30 of 60 dagen bedragen; 2o een evenredige teruggave van het eurovignet ten belope van de periodes waarin dat voertuig gebruikt is op het autowegennet van één van de verdragsluitende partijen van het Verdrag van 9 februari 1994 bedoeld in artikel 1, indien die verdragsluitende partij beslist om de heffing van het gebruiksrecht te beëindigen en een tolheffing in te voeren, waardoor het gemeenschappelijk belastbaar grondgebied inzake het gebruiksrecht wordt gewijzigd, en indien dat wegennet daadwerkelijk aan het tolgeld is onderworpen tijdens de periode waarvoor de teruggave wordt aangevraagd.

Dit bedrag is gelijk aan één of twee twaalfde van het jaarbedrag naargelang de periodes van gebruik van voormeld wegennet waarop tolgeld wordt geheven respectievelijk minstens 30 of 60 dagen bedragen.

In de aanvraag kunnen beide redenen voor de teruggave bedoeld bij het eerste lid, indien ze zich voorgedaan hebben tijdens dezelfde belastbare periode, tegelijk worden aangevoerd. Het terug te geven bedrag wordt verminderd met een bedrag van 25 euro per aanvraag wegens administratieve kosten. ».

Art. 6.Deze afdeling heeft uitwerking vanaf het aanslagjaar 2003. Afdeling 3. - Wijzigingen in het Wetboek van de met

inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen

Art. 7.Voor wat betreft het Waalse Gewest, wordt artikel 45 van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, aangevuld met volgend lid : "Voor wat betreft de automatische kansspeltoestellen die zich in de kansspelinrichtingen klasse I bevinden in de zin van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt de belasting, vastgesteld op een percentage per schijf van de brutto-opbrengst van die spelen, volgens de volgende schaal berekend. (in euro) Brutowinstschijf Toepasbaar percentage van 0,01 tot en met 1.200.000 20" van 1.200.000,01 tot en met 2.450.000 25" van 2.450.000,01 tot en met 3.700.000 30" van 3.700.000,01 tot en met 6.150.000 35" van 6.150.000,01 tot en met 8.650.000 40" van 8.650.000,01 tot en met 12.350.000 45" 12.350.000,01 en meer 50"

Art. 8.Voor wat betreft het Waalse Gewest, wordt artikel 77 van hetzelfde Wetboek aangevuld met volgend lid : "De automatische kansspeltoestellen die zich in een kansspelinrichting klasse I bevinden in de zin van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en die in dat opzicht onderworpen zijn aan de belasting op de spelen en de weddenschappen volgens wat bepaald is bij artikel 45, vallen evenmin onder deze titel."

Art. 9.Voor wat betreft het Waalse Gewest worden in artikel 91 van hetzelfde Wetboek de woorden "waarvan de exploitatie is verboden krachtens artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 betreffende het spel, aangevuld bij de wet van 19 april 1963 en bij artikel 1 van de wet van 22 november 1974" vervangen door de woorden "waarvan de exploitatie niet toegelaten is voor de instelling waar ze zich bevinden, ter uitvoering van de artikelen 4, 7 en 8 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, of waarvan de exploitatie door een gemachtigde instelling de bepalingen vastgesteld door de Koning ter uitvoering van dezelfde wet van 7 mei 1999, niet naleeft".

Art. 10.Deze afdeling treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2003, artikel 9 uitgezonderd, dat op 30 december 2000 in werking treedt. Afdeling 4. - Wijzigingen in artikel 60 van het Wetboek der

successierechten en in artikel 140 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Art. 11.Voor wat betreft het Waalse Gewest, wordt artikel 60 van het Wetboek der successierechten vervangen door volgende bepaling : "

Art. 60.§ 1. De artikelen 55 en 59 zijn enkel van toepassing op de organismen en instellingen die aan volgende voorwaarden voldoen : a . het organisme of de instelling dient een zetel van werkzaamheden te hebben : - ofwel in België; - ofwel in de lidstaat van de Europese Gemeenschap waarin de erflater daadwerkelijk verbleef of zijn arbeidsplaats had op het ogenblik van zijn overlijden, of waarin hij voorheen daadwerkelijk verbleven is of zijn arbeidsplaats heeft gehad; b . het organisme of de instelling dient in die zetel hoofdzakelijk en belangeloos doelstellingen na te streven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, dan wel inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of personenbegeleiding, op het ogenblik waarop de erfopvolging geopend wordt; c . het organisme of de instelling dient zijn statutaire zetel, zijn centraal bestuur of zijn voornaamste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie te hebben. § 2. Indien de rechtspersoon vermeld in paragraaf 1 een vereniging zonder winstoogmerk is die geldig is opgericht in België of die geldig is opgericht in het buitenland overeenkomstig de wet van de staat waaronder ze ressorteert en zodra de waarde van het legaat de 1.500 euro overschrijdt of zodra de ambtenaar die het bevoegde kantoor leidt krachtens artikel 38 het oplegt om na te zien of de voorwaarden van paragraaf 1 verenigd zijn, wordt de toepassing van het verlaagde percentage ondergeschikt gemaakt aan de neerlegging door de vereniging van volgende documenten en inlichtingen, tegelijk met de aangifte waarin het aanvaarde legaat wordt vermeld en bij het bevoegde kantoor krachtens artikel 38 : a . indien de vereniging erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek der inkomstensbelastingen tijdens de periode waarin de erflater overleden is : een voor eensluidend verklaard afschrift van de voor die periode verkregen erkenning; b . in het tegenovergestelde geval : - het afschrift van de vigerende statuten van de vereniging, met in voorkomend geval een vertaling in het Frans, en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten; - het adres van de zetel van de vereniging; - de vermelding van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging; - het adres van de zetels van werkzaamheden van de vereniging, evenals hun benaming indien die benaming niet dezelfde is als die van de vereniging.

Op verzoek van de ambtenaar die het bevoegde kantoor krachtens artikel 38 leidt, kan de toepassing van het verminderde percentage daarnaast, om na te zien of de voorwaarden van paragraaf 1 verenigd zijn, ondergeschikt worden gemaakt aan de mededeling van een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en van de begroting van het op het ogenblik van het overlijden lopende boekjaar."

Art. 12.Voor wat betreft het Waalse Gewest, wordt artikel 140, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten vervangen door volgende leden : "De verlagingen ingeschreven in het eerste lid, 1o, 2o, 3o en 4o, zijn enkel van toepassing op de schenkingen aan rechtspersonen die volgende voorwaarden verenigen : a . de rechtspersoon dient een zetel van werkzaamheden te hebben : - ofwel in België; - ofwel in de lid-Staat van de Europese Gemeenschap waarin de schenker daadwerkelijk verblijft of zijn arbeidsplaats heeft op het ogenblik van de schenking, of waarin hij voorheen daadwerkelijk verbleven is of zijn arbeidsplaats heeft gehad; b . de rechtspersoon dient in die zetel hoofdzakelijk en belangeloos doelstellingen na te streven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, dan wel inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of personenbegeleiding, op het ogenblik van de schenking; c . de rechtspersoon dient zijn statutaire zetel, zijn centraal bestuur of zijn voornaamste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie te hebben.

Indien de begiftigde rechtspersoon vermeld in beide vorige leden een vereniging zonder winstoogmerk is die geldig is opgericht in België of die geldig is opgericht in het buitenland overeenkomstig de wet van de staat waaronder zij ressorteert, zodra de waarde van de gift 1.500 euro overschrijdt of zodra de ambtenaar die het bevoegde kantoor leidt krachtens de artikelen 39 en 40 het oplegt om na te zien of de voorwaarden van beide vorige leden verenigd zijn, wordt de toepassing van het verlaagde percentage ondergeschikt gemaakt aan de neerlegging door de vereniging van volgende documenten en inlichtingen, tegelijk met de akte waarin de schenking vermeld wordt en bij het bevoegde kantoor leidt krachtens de artikelen 39 en 40 : a . indien de vereniging erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen tijdens de periode waarin de schenking plaatsvond : een voor eensluidend verklaard afschrift van de voor die periode verkregen erkenning; b . in het tegenovergestelde geval : - het afschrift van de vigerende statuten van de vereniging, met in voorkomend geval een vertaling in het Frans, en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten; - het adres van de zetel van de vereniging; - de vermelding van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging; - het adres van de zetels van werkzaamheden van de verenging, evenals hun benaming indien die benaming niet dezelfde is als die van de vereniging.

Op verzoek van de ambtenaar die het bevoegde kantoor krachtens de artikelen 39 en 40 leidt, kan de toepassing van het verminderde percentage daarnaast, om na te zien of de voorwaarden van de leden 1 en 2 verenigd zijn, ondergeschikt worden gemaakt aan de mededeling van een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en van de begroting van het op het ogenblik van de schenking lopende boekjaar."

Art. 13.Deze afdeling treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad . Afdeling 5 - Wijziging in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

Art. 14.§ 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 257, 3o, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de woorden "of de wettelijk samenwonende" ingevoegd na de woorden "met inbegrip van de echtgenoot". § 2. Paragraaf 1 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005.

Art. 15.§ 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 258, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, de woorden "in artikel 257, 1o tot 3o" vervangen door de woorden "in artikel 257, 1o tot 3obis, ". § 2. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 259 van hetzelfde Wetboek, de woorden "in artikel 257, 2o en 3o" vervangen door de woorden "in artikel 257, 2o tot 3obis, ". § 3. De paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 januari 2004.

Art. 15bis.In artikel 253, 1o, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, na de woorden "met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar", de woorden "evenals de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van gehandicapte personen" toevoegen. HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende de thesaurie en de schuld Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de financiële centralisatie van

de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut

Art. 16.In artikel 1, § 2, eerste lid, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut worden de woorden "Office régional de promotion de l'agriculture et de l'horticulture" (Gewestelijke Dienst voor de bevordering van de Land- en Tuinbouw) vervangen door de woorden "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité" (Waals agentschap voor de bevordering van een kwaliteitslandbouw).

Art. 17.Deze afdeling treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad . Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de schuld

Art. 18.Op 1 januari 2003 is het Waalse Gewest gemachtigd om de schuld bestaande leningen aangegaan door derden en waarvoor in een tegemoetkoming van het Gewest voorzien is in de rente- en/of aflossingslast, in eigen naam over te nemen.

Art. 19.De Waalse Regering is belast met de uitvoering van deze afdeling, met de vaststelling van de wijze van uitvoering en wordt er met name mee belast de lijst van de leningen bedoeld bij artikel 18 op te stellen.

Art. 20.Deze afdeling heeft uitwerking vanaf 1 januari 2003. HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de organisatie van de energiemarkten Afdeling 1. - Decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie

van de gewestelijke gasmarkt

Art. 21.Artikel 14 van het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt wordt aangevuld als volgt : "9o in de wijze van en voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van installaties ten bate van de netbeheerder om de veiligheid van zijn net te garanderen.".

Art. 22.Artikel 32 van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : "de tijdelijke levering van eindafnemers van een leverancier die niet meer in staat is de levering te garanderen".

Art. 23.Er wordt een artikel 36bis, luidend als volgt, in hetzelfde decreet ingevoegd : "

Art. 36bis.- De bepalingen van de artikelen 47 tot en met 49 van het elektriciteitsdecreet gelden voor de gasmarkt."

Art. 23bis.Artikel 39 van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : "

Art. 39.Het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de inning en de geschillen inzake de gewestelijke belastingen is niet van toepassing op de bepalingen van deze afdeling."

Art. 24.In artikel 42, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "om de drie maanden" vervangen door het woord "maandelijks".

Art. 25.Artikel 46, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : "§ 1. In elke gemeente wordt er op initiatief van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn een lokale adviescommissie opgericht voor de onderbreking van de gaslevering en de minimumelektriciteitslevering, bestaande uit : - één vertegenwoordiger, aangewezen door de raad voor maatschappelijk welzijn; - één vertegenwoordiger die in het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verantwoordelijk is voor de maatschappelijke begeleiding inzake energieverbruik; - één vertegenwoordiger ofwel van de beheerder van het gasnet ofwel van de beheerder van het elektriciteitsnet waarop de klant aangesloten is.

De commissie wordt bijeengeroepen op initiatief van de beheerder van het distributienet of van de afnemer. Ze beslist onder meer : 1o over de eventuele onderbreking van de minimumlevering van elektriciteit aan de beschermde afnemer die in aanmerking komt voor de gewaarborgde minimumlevering die door de netbeheerder gewaarborgd en geleverd wordt; indien tot de onderbreking beslist wordt, geeft de commissie er de duur van aan; 2o over de verlening van laad- of herlaadkaarten tussen 15 november en 15 maart voor de afnemers die op gas aangesloten zijn.

De commissie beslist met de meerderheid van de leden na de afnemer opgeroepen te hebben om gehoord te worden. De afnemer kan zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. De commissie beraadslaagt achter gesloten deuren.

Van de beslissing wordt kennis gegeven aan de afnemer en aan de netbeheerder binnen de zeven dagen.

De Regering bepaalt de wijze van en de procedure voor de werking van de commissie en kan er de samenstelling van uitbreiden naar elke persoon die er belang bij zou hebben vertegenwoordigd te worden. Naar gelang van de bijzondere klimaatomstandigheden kan de Regering de periode bedoeld bij het tweede lid, 2o, uitbreiden."

Art. 26.In artikel 48, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "die in het Waalse Gewest gevestigd is" geschrapt.

Art. 27.Artikel 50 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1o in de Franse tekst worden de woorden "en trois points" vervangen door de woorden "comme suit"; 2o punt 3 wordt geschrapt.

Art. 28.Artikel 73, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1o de woorden ", voor wat betreft de gasaspecten" worden ingevoegd tussen de woorden "opgeheven" en de woorden "bij de inwerkingtreding"; 2o de woorden ", voor wat betreft de elektriciteitsaspecten, bij de inwerkingtreding" ingevoegd tussen de woorden "van dit decreet en" de woorden "van artikel 34, 1o, b . » . Afdeling 2. - Decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van

de gewestelijke elektriciteitsmarkt

Art. 29.In artikel 2, 3o, van het decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o de woorden "of koude" worden ingevoegd tussen het woord "warmte" en de woorden "van de afnemer"; 2o de woorden "van dezelfde hoeveelheden warmte en elektriciteit" worden vervangen door de woorden "van dezelfde hoeveelheden warmte, elektriciteit of koude".

Art. 30.In artikel 13 van hetzelfde decreet wordt er een 11o ingevoegd luidend als volgt : "11o de wijze van en de voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van installaties van de gebruiker ten bate van de netbeheerder om de veiligheid van zijn net te garanderen."

Art. 31.In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2002, wordt 1o aangevuld met een punt f luidend als volgt : "f . inzake de tijdelijke levering aan de eindafnemers van een leverancier niet meer in staat is om de levering op zich te nemen;".

Art. 32.In artikel 39, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2002, wordt volgend lid ingevoegd tussen de leden 1 en 2 : "De Regering kan de minimumhoeveelheid bedoeld bij het eerste lid afhankelijk laten maken van het verbruiksniveau van de eindafnemers en op voorwaarde dat er door laatstgenoemden een verbintenis aangegaan wordt ter zake van energiebezuinigingen. Het voordeel daarvan gaat rechtstreeks naar de afnemers waarvan sprake."

Art. 33.In artikel 45, § 4, van hetzelfde decreet wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vier".

Art. 34.In artikel 46, § 1, 1o, wordt het woord "markt" vervangen door het woord "elektriciteitsmarkt".

Art. 34bis.Artikel 48, derde lid, van hetzelfde decreet wordt geschrapt.

Art. 35.In artikel 51, § 2, 11o, van hetzelfde decreet wordt het woord "leveranciers" vervangen door het woord "elektriciteitsleveranciers".

Art. 36.In artikel 53 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2002, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o in paragraaf 1 worden de woorden "in het Waalse Gewest gevestigde" geschrapt; 2o in paragraaf 2 worden de woorden "Onverminderd paragraaf 1" geschrapt en luidt de zin als volgt : "De in artikel 39, § 2, bedoelde administratieve boete bedraagt"; 3o paragraaf 5 wordt aangevuld met volgend lid : "Het beroep bepaald bij artikel 569, 33o, van het Gerechtelijk Wetboek wordt binnen de dertig dagen na kennisgeving van de beslissing ingediend." Afdeling 3. - Energie-audit

Art. 36bis.De Waalse Regering bepaalt de voorwaarden voor de doorvoering van een energie-audit in een woning. Onder voorwaarden worden de kwaliteiten verstaan die vereist zijn van de persoon die gemachtigd is om de energie-audit in een woning door te voeren, en de voorwaarden voor de doorvoering van de energie-audit.

Onder energie-audit wordt de doorvoering van een cijfermatige energiebalans verstaan aan de hand waarvan de zwakke punten op het vlak van energie geïdentificeerd worden en waarmee verbeteringen voorgesteld worden. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen betreffende het leefmilieu en de ruimtelijke ordening Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de financiering van het

afvalstoffenbeleid

Art. 37.Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 1997 en 28 juni 2001, wordt aangevuld met volgende paragraaf : "§ 6. Met instemming van de Waalse Regering is het Centrum gemachtigd om de financiering van installaties voor het afvalstoffenbeheer zoals omschreven bij artikel 1, 2o, van het besluit van de Waalse Regering van 30 april 1998 betreffende de verlening van toelagen voor afvalpreventie en -beheer aan de ondergeschikte besturen tegen de percentages vastgesteld bij artikel 11 van voorvermeld besluit te waarborgen. Die financieringswijze wijkt van de wijze van uitbetaling van de toelagen bedoeld bij voorvermeld besluit af."

Art. 38.In artikel 5bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2001, worden de woorden "artikel 5, §§ 3 en 4 van dit decreet" vervangen door de woorden "artikel 5, §§ 3, 4 en 6, van dit decreet".

Art. 39.De datum van inwerkingtreding van deze afdeling wordt door de Waalse Regering vastgesteld. Afdeling 1bis - Wijzigingsbepaling

Art. 39bis . In artikel 6, eerste lid, van het decreet van 20 februari 2003 betreffende het Sociaal Waterfonds in het Waalse Gewest worden de woorden "aan de verbruiker" geschrapt. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende het stedenbouwkundige en het

leefmilieubeheer van de bedrijfsruimten

Art. 40.Er wordt een artikel 31bis, luidend als volgt, ingevoegd in het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium : "

Art. 31bis.§ 1. De ontsluiting van de gemengde bedrijfsruimte, de industriële bedrijfsruimte, in de zin van artikel 30, van het gebied voorzien van het merk in overdruk "AE", van het gebied voorzien van het merk in overdruk "GD" en van het gebied voorzien van het merk in overdruk "RM" in de zin van artikel 31, wordt ondergeschikt gemaakt aan de goedkeuring door de Regering van een stedenbouwkundig en leefmilieubestek dat voor het gehele gebied geldt. § 2. Het stedenbouwkundig en leefmilieubestek is een beleidsdocument voor het beheer en de programmering van de ontsluiting van een bedrijfsruimte zoals bedoeld bij paragraaf 1.

Op grond van een evaluatie van de situatie in feite en in rechte, en rekening houdend met de aard van de vooropgestelde bedrijfsactiviteiten, bevat het stedenbouwkundig en leefmilieubestek : 1o een samenvattende studie van de dwangmatigheden en de potentialiteiten; 2o de omschrijving van de algemene doelstellingen van de ontsluiting van het gebied; 3o de omschrijving van de opties inzake aanleg van het gebied voor elkeen der volgende aspecten : - de integratie in het leefmilieu en in diens menselijke kenmerken; - de mobiliteit van de goederen en de personen; - de uitrustingen en de technische netten, meer bepaald ten opzichte van de geologie, de hydrogeologie en de orohydrologie; - de stedenbouw en de architectuur; - het landschap.

Daarnaast kan het maatregelen bevatten met betrekking tot de bevordering van hernieuwbare energie en het eventuele programma voor de geleidelijke bezetting van het gebied.

Het geeft de geldigheidsduur van het stedenbouwkundig en leefmilieubestek aan, dat de tien jaar te rekenen van diens goedkeuring niet mag overschrijden. § 3. Voorafgaandelijk aan de afgifte van de eerste stedenbouwkundige of milieuvergunning of van de enige vergunning met betrekking tot de ontsluiting van het gebied, wordt het stedenbouwkundig en leefmilieubestek opgesteld op initiatief van het Gewest, de gemeente, de betrokken intercommunale of van een natuurlijke of rechtspersoon, voorzover laatstgenoemde eigenaar is van het gehele gebied of behoorlijk gemachtigd is door de eigenaars van het gebied.

Het stedenbouwkundig en leefmilieubestek wordt opgesteld door een erkende persoon in de zin van de artikelen 11 en 282, 1, van dit Wetboek. § 4. Op grond van een voorafgaandelijk overleg tussen de gemachtigde ambtenaar van de buitendienst van het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium en het college van burgemeester en schepenen, het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling en elk betrokken bestuur, en van het door die gemachtigde ambtenaar opgestelde verslag, keurt de Regering het stedenbouwkundig of leefmilieuverslag goed of weigert het binnen de vijfenveertig dagen na ontvangst van het dossier door de gemachtigde ambtenaar van de buitendienst van het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium. Van de beslissing wordt kennis gegeven aan de aanvrager bedoeld bij paragraaf 3 bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Een afschrift van de beslissing, waarbij het stedenbouwkundig en leefmilieubestek wordt gevoegd, wordt tegelijkertijd ter informatie overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente(n) en aan het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Waalse Gewest.

Bij ontstentenis van de kennisgeving van de beslissing van de Regering kan bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst door de aanvrager een herinneringsschrijven gericht worden aan de Regering.

Indien de Regering zijn beslissing niet verstuurt binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst door de Regering van het aangetekend herinneringsschrijven wordt het stedenbouwkundig en leefmilieubestek geacht goedgekeurd te zijn.

Het stedenbouwkundig en leefmilieubestek wordt bij elke aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning of enige vergunning met betrekking tot de ontsluiting van het gebied gevoegd. § 5. Elke wijziging die schade berokkent aan de algemene doelstellingen voor ontsluiting van het gebied bedoeld bij paragraaf 2, tweede lid, 2o, vereist de herziening van het stedenbouwkundig en leefmilieubestek. Zij wordt ingediend door de aanvrager bedoeld bij paragraaf 3, het Gewest of elke andere belanghebbende persoon. De bepalingen met betrekking tot de goedkeuring van het stedenbouwkundig en leefmilieubestek gelden voor de herziening ervan. Indien de herziening aangevraagd wordt op initiatief van een andere persoon dan de aanvrager bedoeld bij paragraaf 3, wint de Regering het advies van de aanvrager bedoeld bij paragraaf 3 in over de vooropgestelde wijziging. Een afschrift van de beslissing, waarbij het stedenbouwkundige en leefmilieubestek wordt gevoegd, wordt door de gemachtigde ambtenaar van de buitendienst overgemaakt aan de houders van een stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning of enige vergunning."

Art. 41.Deze afdeling treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad .

Zij geldt voor de bedrijfsruimten bedoeld bij de artikelen 30 en 31 die nog niet ontsloten zijn. HOOFDSTUK V. - Bepalingen betreffende de landbouw Afdeling 1. - Bepaling betreffende het landbouwkundig onderzoek

Art. 42.Artikel 12 van het decreet van 3 juli 2003 tot oprichting van het "Centre wallon de Recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) en van een Oriëntatie- en Evaluatiecomité voor Landbouwkundig Onderzoek wordt aangevuld met volgende paragraaf : "§ 6. In het kader van de steun aan landbouwkundig onderzoek zoals omschreven bij artikel 1, 1o, stelt de Regering de criteria vast om ervoor in aanmerking te komen alsook de wijze van toekenning ervan.

De Regering stelt de prioriteiten vast inzake landbouwkundig onderzoek en het onderzoekscentrum eigen aan het Centrum." Afdeling 2. - Bepalingen betreffende kwaliteit van de dierlijke en

plantaardige producten

Art. 43.Overeenkomstig artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt in het Ministerie van het Waalse Gewest een "Fonds budgétaire de la qualité des produits animaux et végétaux" (Begrotingsfonds voor de kwaliteit van de dierlijke en plantaardige producten), hierna het Fonds genoemd, opgericht.

Een Raad waarvan de organisatie, de samenstelling en de werking door de Regering worden vastgesteld, maakt een advies over op de wijze waarop het Fonds beheerd wordt.

Een jaarverslag waarin de inventaris van de financieringsbronnen, de toewijzing en de wijze van doorvoering ervan worden opgemaakt, wordt overgemaakt aan de Waalse Regering en aan de Waalse Gewestraad.

Art. 44.Aan het Fonds worden toegewezen : 1o de bijdragen die door de Regering worden opgelegd ten laste van de natuurlijke en de rechtspersonen die planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten voortbrengen, in de handel brengen, vervoeren, bewerken, verwerken, invoeren of uitvoeren; 2o de verhogingen en de intresten van de bijdragen bedoeld bij 1o, evenals de intresten uit de betalingen; 3o de bedragen, rechten en vergoedingen opgelegd overeenkomstig de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren, de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt en de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, geïnd voor de controles en de prestaties van de overheid; 4o de administratieve geldboetes opgelegd in het kader van de wetten van 11 juli 1969 en 28 maart 1975 bedoeld onder 3o; 5o de inningen van vergoedingen en voorschotten verleend in het kader van de wetten bedoeld bij 3o; 6o de vrijwillige of contractuele bijdragen; 7o de inkomsten uit de bijdrage van de Europese Unie tot de uitgaven verricht door het Fonds.

Art. 45.De Regering bepaalt het bedrag van de verplichte bijdragen bedoeld bij artikel 44, 1o, evenals de wijze van inning ervan. Hij bepaalt eveneens de gevolgen van niet-betaling en laattijdige betaling van de aan het Fonds verschuldigde bedragen.

De Waalse Regering dient onmiddellijk, indien de Waalse Gewestraad verenigd is, zoniet bij de opening van de eerstvolgende vergadering, een ontwerp-decreet tot bevestiging van de ter uitvoering van het eerste lid genomen besluiten bij de Waalse Gewestraad in.

Art. 46.De middelen van het Fonds dienen te worden besteed aan de financiering of prefinanciering van de uitgaven voor het kwaliteitsbeleid inzake dieren, planten en plantaardige en dierlijke producten dat onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest valt zoals voortvloeiend uit artikel 2 van de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de Gewesten en de Gemeenschappen overeenkomstig de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren, de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, aan de uitgaven voortvloeiende uit de verplichtingen van het Gewest wat betreft het beleid inzake genetisch gewijzigde organismen.

De uitgaven kunnen verband houden met vergoedingen, toelagen of prestaties, meer bepaald de personeels-, werkings-, investerings- of andere kosten verbonden met acties of opdrachten waartoe besloten is in het kader van het Fonds en die door wetenschappelijk personeel of derden zijn doorgevoerd.

Art. 47.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie worden de inbreuken op de bepalingen van de artikelen 44 tot en met 46 van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen opgespoord en vastgesteld door de personeelsleden van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest aangewezen door de Minister bevoegd voor Landbouw. Daartoe hebben die personeelsleden te allen tijde vrije toegang tot de bedrijfsgronden, -uitrustingen en -lokalen. Zij kunnen zich alle nodige inlichtingen en stukken laten verstrekken en alle nuttige vaststellingen verrichten.

De processen-verbaal die door die personeelsleden van de overheid zijn opgesteld hebben kracht van bewijs tot het tegendeel bewezen is.

Van een afschrift wordt binnen de vijftien dagen na de vaststelling kennis gegeven aan de daders van de inbreuk. § 2. De vaststellingen van inbreuken op de bepalingen van de artikelen 44 tot en met 46 van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen, verricht door de gerechtelijke agenten van de parketten, door de leden van de federale politie en de lokale politie, worden aan de personeelsleden van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, aangewezen door de Minister bevoegd voor Landbouw, medegedeeld.

De processen-verbaal opgesteld door die agenten van de overheid hebben kracht van bewijs tot het tegendeel bewezen is.

Van een afschrift wordt binnen de vijftien dagen na ontvangst van het proces-verbaald aan de daders van de inbreuk kennis gegeven door de personeelsleden van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, aangewezen door de Minister bevoegd voor Landbouw.

Art. 48.Onverminderd de eventuele toepassing van strengere, bij het Strafwetboek vastgestelde straffen of bijzondere strafwetten, wordt met een boete van 2,5 tot 125 euro bestraft : - degene die de bijdrage niet betaalt of die het totale bedrag van de bijdrage niet betaalt binnen de termijn; - degene die zich verzet tegen de bezoeken, inspecties, controles of verzoeken om inlichtingen of stukken van de agenten van de overheid bedoeld bij artikel 47 of die bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen of documenten verstrekt.

Bij herhaling binnen de drie maanden na een vorige veroordeling wegens een inbreuk bedoeld bij het eerste lid, wordt de geldboete verdubbeld.

Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk V uitgezonderd, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, gelden voor de inbreuken bedoeld bij dit artikel. Afdeling 3. - Bepalingen met betrekking tot het grondbeleid

Art. 49.Er wordt een "Fonds en matière de politique foncière" (Grondbeleidfonds) opgericht, hierna "het Fonds" genoemd, dat een variabel krediet vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

Aan het Fonds worden toegewezen, de inkomsten uit de wederverkoop van de goeden aangekocht in het kader van het grondbeleid, uit de wederverkoop van landelijke goeden afkomstig van het vermogen van het "Office wallon de Développement rural" (Waalse Dienst voor Plattelandsontwikkeling) en de toepassing van de artikelen 56 en 57 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet en artikel 76 van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken.

De Regering stelt de lijst van de vermogensgoederen van het Gewest vast die ten bate van het grondbeleid vervreemd zouden kunnen worden.

Op het krediet met betrekking tot het Fonds bedoeld bij het eerste lid worden enkel de uitgaven toegerekend met betrekking tot de aankoop en het behoud van landgoeden in het kader van het grondbeleid en de uitoefening van het voorkooprecht bepaald bij voornoemde verkavelingswetten.

Art. 50.Het decreet van 6 april 1995 houdende toekenning van het statuut van dienst met afzonderlijk beheer aan de "Office wallon de Développement rural" (O.W.D.R.) (Waalse Dienst voor Plattelandsontwikkeling) wordt opgeheven.

Art. 51.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2004. HOOFDSTUK VI. - Bepalingen betreffende de plaatselijke en ondergeschikte besturen

Art. 52.Er wordt in het decreet van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales een artikel 26bis, luidend als volgt, ingevoegd : "

Art. 26bis.§ 1. Indien het Waalse Gewest een inbreng verricht die de helft van het kapitaal van de intercommunale overschrijdt, kunnen de statuten in afwijking van artikel 12 en, in voorkomend geval, van artikel 26 bepalen : 1. dat de meerderheid der stemmen in de beheers- en controleorganen aan het Waalse Gewest toebehoort.In dat geval worden de beslissingen van de algemene vergadering, van de raad van bestuur, van het college der commissarissen en de beperkte beheersorganen enkel geldig getroffen als ze de meerderheid der stemmen van de vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, aanwezig of in die organen vertegenwoordigd, behaald hebben; 2. dat het voorzitterschap van de raad van bestuur en van het college der commissarissen toevertrouwd wordt aan een vertegenwoordiger van het Waalse Gewest.In die veronderstelling kunnen de eventuele mandaten van ondervoorzitters enkel toegewezen worden aan vertegenwoordigers van gemeentelijke of provinciale vennoten; 3. dat het Waalse Gewest te allen tijde de intercommunale kennis kan geven van de vervanging van één zijner leden in diens verschillende organen. § 2. Wat betreft de situaties bedoeld bij paragraaf 1, worden de beslissingen van de beheersorganen onderworpen aan de controle van twee commissarissen van de Waalse Regering, die door hem benoemd en ontslagen worden, op volgende wijze : a . de commissarissen van de Regering wonen de vergaderingen van de beheersorganen met raadgevende stem bij. Zij kunnen te allen tijde en ter plaatse inzage krijgen in de boeken, de briefwisseling, de processen-verbaal en in het algemeen in alle stukken en boekhoudkundige stukken van de intercommunale. Zij kunnen van alle bestuurders, personeelsleden en beambten iedere uitleg of inlichting eisen en kunnen alle verificaties verrichten die hen nodig lijken in de uitvoering van hun mandaat. Zij kunnen daarnaast elk vraagstuk dat verband houd met de inachtneming van de regelgeving, de statuten en de verplichtingen van de intercommunale laten agenderen voor de vergadering van de raad van bestuur; b . elke Regeringscommissaris beschikt over een termijn van vier volle dagen om zijn beroep in te dienen tegen de uitvoering van elke beslissing die hij tegenstrijdig met de wet, het decreet, de statuten of het openbaar belang acht. Het beroep is opschortend. Die termijn gaat in vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing getroffen is, voor zover de Regeringscommissaris regelmatig daarvoor is opgeroepen en in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij daarvan kennis heeft gekregen; c . de commissarissen oefenen hun beroep bij de Regering uit. Als de Waalse Regering zich niet binnen een termijn van dertig dagen na het beroep heeft uitgesproken, wordt de beslissing definitief. Van de vernietiging van de beslissing wordt door de Regering aan de intercommunale kennis gegeven.".

Art. 53.Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Bepalingen met betrekking tot de instandhouding en de bescherming van het erfgoed Afdeling 1. - Bepaling met betrekking tot de beschermingsprocedure

Art. 54.In artikel 197 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, ingevoegd bij het decreet van 1 april 1999, worden de woorden "De Regering begint de beschermingsprocedure" vervangen door de woorden "De Regering kan de beschermingsprocedure beginnen". Afdeling 2. - Bepalingen met betrekking tot het "Institut du

Patrimoine wallon" (Instituut voor het Waalse Patrimonium)

Art. 55.Artikel 218 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, ingevoegd bij het decreet van 1 april 1999, wordt vervangen door volgende bepaling : "

Art. 218.- Het "Institut du Patrimoine wallon" heeft als doel de eigenaars van beschermde goeden bij te staan om die te vernieuwbouwen, de instandhouding van de knowhow en de perfectionering in de patrimoniumsambachten te garanderen en de beschermde gewestelijke eigendommen of delen ervan die geen bestuurlijke bestemming hebben, te valoriseren.

De opdracht van bijstandsverlening aan de eigenaars van beschermde goeden wordt uitgeoefend ten opzichte van de goeden, opgesomd in een lijst die door de Regering is vastgesteld. Die lijst kan enkel goeden bevatten die zich op het grondgebied van het Waalse Gewest bevinden, het Duitstalige taalgebied uitgezonderd.

De opdracht bestaande uit de valorisering van de gewestelijke eigendommen wordt uitgeoefend ten opzichte van de goeden, opgesomd in een andere door de Regering vastgestelde lijst."

Art. 56.In artikel 219 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 1 april 1999, worden de woorden "het beheer door het Waalse Gewest van beschermde goederen" vervangen door de woorden "de bijstand aan de eigenaars van beschermde goeden".

Art. 57.In hetzelfde Wetboek wordt er een artikel 220bis ingevoegd, luidend als volgt : "

Art. 220bis.- De valorisering van de gewestelijke eigendommen of delen ervan die door het "Institut du Patrimoine wallon" beschermd worden, bestaat erin : 1o overeenkomsten te sluiten met de betrokken gewestelijke besturen om het tussenkomstbereik van elkeen ervan op de betrokken goeden af te bakenen; 2o alleen of in een samenwerkingsverband projecten op te zetten voor de toewijzing of nieuwe toewijzing van die eigendommen; 3o alleen of in een samenwerkingsverband de investeringen te verrichten die onontbeerlijk zijn voor de concretisering van de projecten bedoeld bij 2o en, in voorkomend geval, het rechstreekse of overgedragen bouwheerschap over die investeringen op zich te nemen; 4o de exploitatie van die eigendommen op zich te nemen of toe te vertrouwen nadat die investeringen eenmaal verricht zijn; 5o openbare manifestaties te organiseren of te laten organiseren in de eigendommen en daarover publicaties uit te geven of te laten uitgeven; 6o de eventuele inkomsten die met dat beheer of die manifestaties verband houden, te ontvangen en opnieuw toe te wijzen op de betrokken eigendommen." Afdeling 3. - Oprichting van de publiekrechtelijke naamloze

vennootschap "Triage-lavoir du Centre"

Art. 57bis.Er wordt onder de benaming "Triage-lavoir du Centre", hierna "de vennootschap" genoemd, een publiekrechtelijke rechtspersoon opgericht met als doel de vernieuwbouw van de kolenwasserij annex sorteerinrichting "Lavoir du Centre", gelegen in de "rue des Mineurs 31", te Péronnes (Binche), alsook van diens naaste omgeving, en meer in het bijzonder diens herbestemming door elk passend middel, namelijk diens inrichting en herstel met het oog op diens latere verkoop, diens terbeschikkingstelling in ongeacht welke vorm.

Die rechtspersoon neemt de plaats in van de naamloze vennootschap met dezelfde naam waarvan de maatschappelijke zetel gelegen is "rue de Nimy 53", te Bergen, ingeschreven onder bedrijfsnummer 480753576.

Art. 57ter.De vennootschap neemt de vorm van naamloze vennootschap aan. Behalve de afwijkingen voortvloeiende uit de bepalingen van dit decreet is ze geregeld bij het Wetboek van vennootschappen.

De eerste statuten zijn bij dit decreet gevoegd. De statutenwijzigingen, met inbegrip van de wijzigingen die de ontbinding van de vennootschap teweegbrengen, worden goedgekeurd door de algemene vergadering en de Regering ter goedkeuring voorgelegd.

Art. 57quater.Als aandeelhouders van de vennootschap kunnen optreden : 1o het Waalse Gewest; 2o elke andere publiekrechtelijke rechtspersoon; 3o elke vennootschap waarvan kapitaal rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van het Waalse Gewest en/of van elke andere publiekrechtelijke persoon ter hoogte van minstens 50 %; 4o elke andere privaatrechtelijke persoon.

Ongeacht de samenstelling van het kapitaal wordt de meerderheid der mandaten in de raad van bestuur toegewezen aan kandidaten voorgedragen door de aandeelhouders bedoeld onder de punten 1o tot en met 3o van het eerste lid van dit artikel.

Het mandaat van voorzitter van de raad van bestuur en dat van afgevaardigd-bestuurder kunnen enkel toegewezen worden aan een bestuurder die benoemd wordt op voordracht van de aandeelhouders bedoeld onder de punten 1o tot en met 3o van het eerste lid van dit artikel.

De duur van de mandaten bedoeld bij vorig lid overschrijdt niet vijf jaar.

Art. 57quinquies.1. De vennootschap is onderworpen aan de controlebevoegdheid van de Regering door toedoen van een door laatstgenoemde aangewezen commissaris. 2. De Regeringscommissaris woont de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem bij.Te allen tijde kan hij ter plaatse inzage krijgen in de boeken, de briefwisseling, de processen-verbaal en, in het algemeen, alle geschriften van de vennootschap. Hij kan van de bestuurders en de personeelsleden alle uitleg en inlichtingen eisen en alle verificaties verrichten die hem noodzakelijk lijken in de uitvoering van zijn mandaat. 3. De commissaris kan een beroep aan de Regering richten tegen elke beslissing van de vennootschap die hij strijdig acht met de wet of het openbaar belang.Dat beroep is opschortend. Het dient uitgeoefend te worden binnen een termijn van tien dagen.

Die termijn gaat in ofwel de dag waarop de vergadering van de raad van bestuur waarop de beslissing goedgekeurd is, plaatsvindt, ofwel, in alle andere gevallen, de dag waarop de commissaris kennis heeft genomen van de goedgekeurde beslissing.

De Regering kan de handeling vernietigen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op dezelfde datum. Bij ontstentenis wordt de opschorting opgeheven en wordt de beslissing definitief.

Art. 57sexies.De inkomsten van de vennootschap zijn volgende : 1o de inkomsten uit haar bedrijvigheid, meer bepaald de inkomsten uit haar vermogen; 2o de opbrengst van leningen en alle geldverrichtingen; 3o het bedrag van de toelagen, voorschotten, leningen of andere geldvoordelen die haar toegekend zouden worden door overheden of openbare instellingen.

Art. 57septies.De boekhouding van de vennootschap wordt gehouden overeenkomstig de wetgeving over de bedrijfsboekhouding.

Het kadastraal inkomen van de goeden van de vennootschap wordt vrijgesteld van de onroerende voorheffing voor zover die goeden uit eigen beweging niet renderen.

Art. 57octies.Mits goedkeuring van de Regering kan de vennootschap in eigen naam en in eigen opdracht onteigeningen wegens openbaar nut verrichten.

Naast de gevallen bepaald bij andere wets- of decreetsbepalingen kunnen die onteigeningen onroerende goeden betreffen die zich in de omtrek van de afgedankte bedrijfsruimte, in een stadsheroplevings- of stadsvernieuwingsgebied bevinden. Zij kunnen eveneens het beschermde goed betreffen, alsook de gronden die er noodzakelijk toe behoren of de gronden die in het beschermingsgebied rondom het goed opgenomen zijn. HOOFDSTUK VIII. - Bepaling en betreffende de huisvesting

Art. 58.Er wordt een artikel 13, luidend als volgt, ingevoegd in het decreet van 29 oktober 1998 tot invoering van de Waalse Huisvestingscode : "

Art. 13.- De openbare huisvestingsmaatschappij die in aanmerking komt voor een erkenning van de "Société wallonne du Logement" toegekend op grond van de artikelen 88, § 1, en 130, § 1, van de Waalse Huisvestingscode, blijft enkel voor die erkenning in aanmerking komen als op 31 december 2004 al haar personeelsleden in dienst genomen zijn op grond van een arbeidsovereenkomst.

De maatschappij vergewist zich ervan dat de voormalig statutaire personeelsleden die in dienst worden genomen op grond van een arbeidsovereenkomst, binnen perken die door de Regering verder aangegeven kunnen worden, hun verworven rechten."

Art. 59.In de artikelen 116, 175.15 en 185bis van de Waalse Huisvestingscode, ingevoerd bij het decreet van 29 oktober 1998 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 2000, 14 december 2000, 31 mei 2001, 20 december 2001 en 15 mei 2003 worden, telkens in de eerste paragraaf, de woorden "wordt toevertrouwd aan meerdere revisoren" door de woorden "wordt toevertrouwd aan één of meerdere revisoren" en telkens in paragraaf 2, de woorden "De revisoren" door de woorden "De revisor(en)". HOOFDSTUK IX. - Bepalingen betreffende de overheidsdiensten

Art. 60.Er wordt een artikel 2bis ingevoegd in het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren, luidend als volgt : "

Art. 2bis.De instellingen van openbaar nut als volgt beschikken over een eigen statuut : 1o "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling); 2o "Port autonome de Liège" (Autonome Haven van Luik).".

Art. 61.De wet van 21 juni 1937 betreffende de oprichting van de Autonome Haven van Luik wordt aangevuld met een artikel 4 luidend als volgt : "

Art. 4.- De directeur-generaal wordt door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid." .

Art. 62.Artikel 105, tweede lid, van het decreet van 29 oktober 1998 tot invoering van de Waalse Huisvestingscode, zoals gewijzigd bij de decreten van 18 mei 2000, 14 december 2000, 20 december 2001 en 15 mei 2003, wordt vervangen door volgende tekst : "De directeur-generaal wordt door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid." .

Art. 63.Artikel 22 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende het "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), zoals gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2003, wordt vervangen door volgende tekst : "

Art. 22.- De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal worden aangewezen door de Regering voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode, onder voorbehoud van de toepassing van de bijzondere bepalingen [betreffende de tussenkomst van het beheersorgaan] vastgesteld bij het besluit van de Regering houdende het statuut van de personeelsleden van het "Office".

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 64.Artikel 4, § 4, van het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van een "Institut scientifique de Service public (ISSeP)" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) in het Waalse Gewest wordt vervangen door volgende tekst : "§ 4. De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal en de inspecteurs-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 65.Artikel 12 van het decreet van 19 december 2002 betreffende de bevordering van de landbouw en de ontwikkeling van landbouwproducten van gedifferentieerde kwaliteit wordt aangevuld met volgende leden : "De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 66.Artikel 7, § 2, van het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven, zoals gewijzigd bij de decreten van 26 juni 1997, 22 januari 1998 en 28 juni 2001, wordt vervangen door volgende tekst : "§ 2. De leidende ambtenaren worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 67.Artikel 40 van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen, zoals gewijzigd bij het decreet van 22 januari 1998, wordt vervangen door volgende tekst : "

Art. 40.De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 68.Het tweede, derde en vierde lid van artikel 18 van het decreet van 6 april 1995 betreffende het beheer van de psychiatrische ziekenhuizen in het Waalse Gewest, zoals gewijzigd bij de decreten van 22 januari 1998 en 13 maart 2003, worden vervangen door volgende tekst : "De directeur van het psychiatrisch ziekenhuis en de directeur van het psychiatrische verzorgingstehuis worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 69.Artikel 11, eerste lid, van het decreet van 2 april 1998 tot oprichting van het "Agence wallonne à l'Exportation" (Waals Exportagentschap) wordt vervangen door volgende tekst : "De directeur-generaal en de inspecteur-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 70.Artikel 8, § 2, tweede lid, van het decreet van 25 februari 1999 van het "Agence wallonne des Télécommunications" (Waals Agentschap voor Telecommunicatie) wordt vervangen door volgende tekst : "De voorzitter en de administrateur-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 71.Artikel 225, eerste lid, van het decreet van 1 april 1999 betreffende het behoud en de bescherming van het patrimonium wordt vervangen door volgende tekst : "De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 72.Artikel 5, eerste lid, van het decreet van 3 juli 2003 tot oprichting van het "Centre wallon de Recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) en van een Oriëntatie- en Evaluatiecomité voor Landbouwkundig Onderzoek wordt vervangen door volgende tekst : "De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 73.Artikel 175.9, § 1, tweede lid, van het decreet van 29 oktober 1998 tot invoering van de Waalse Huisvestingscode, zoals gewijzigd bij de decreten van 18 mei 2000, 14 december 2000, 20 december 2001 en 15 mei 2003 wordt vervangen door volgende tekst : "De directeur-generaal wordt door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.

In voorkomend geval wijst de Regering de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan overeenkomstig vorig lid."

Art. 74.Het decreet van 4 december 2003 tot oprichting van het "Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique" (Waals Instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) wordt in diens artikel 14, § 1, als volgt gewijzigd : "De Regering wijst de ambtenaar- of de ambtenaren-generaal aan voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode."

Art. 75.De artikelen 60 tot en met 74 van dit programmadecreet treden in werking de dag van de inwerkingtreding van de Waalse Ambtenarencode.

Kondigen dit decreet af en bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 18 december 2003.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën, S. KUBLA De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, J. DARAS De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ch. MICHEL De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Ph. COURARD _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de raad 603 (2003-2004), nrs. 1 tot en met 28.

Volledig verslag, openbare vergadering van 16 december 2003.

Bespreking - Stemming

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^