Samenwerkingsakkoord van 17 juli 2013
gepubliceerd op 26 november 2013
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2013206041
pub.
26/11/2013
prom.
17/07/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

17 JULI 2013. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de implementatie van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt


Gelet op de artikelen 1, 39 en 134 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, gewijzigd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en 16 juli 1993, inzonderheid artikel 92bis, § 1;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, inzonderheid op de artikelen 42 en 63, gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993;

Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, inzonderheid op artikel 55bis;

Gelet op de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt;

Overwegende dat de Partijen de provincies en de gemeenten bij de samenwerking wensen te betrekken, Tussen : De Federale Staat, vertegenwoordigd door de Federale Regering, in de persoon van de heer E. Di Rupo, Eerste Minister, de heer J. Vande Lanotte, Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee, Mevr. S. Laruelle, Minister van Middenstand, K.M.O's, Zelfstandigen en Landbouw, en de heer O. Chastel, Minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging;

De Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de heer K. Peeters, Minister-President van de Vlaamse Regering, en Minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;

De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Franse Gemeenschapsregering, in de persoon van de heer R. Demotte, Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering;

De Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Duitstalige Gemeenschapsregering, in de persoon van de heer K.-H. Lambertz, Minister-President van de Duitstalige Gemeenschap en Minister voor Lokale Besturen;

De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de persoon van de heer R. Vervoort, Voorzitter van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de heer Kris Peeters, Minister-President van de Vlaamse Regering, en Minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;

Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Gewestregering, in de persoon van de heer R. Demotte, Minister-President van de Waalse Gewestregering, en de heer J.-C. Marcourt, Vice-President en Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën;

Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, in de persoon van de heer R. Vervoort, Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, en mevrouw C. Frémault, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek;

De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het College van de Franse Gemeenschapscommissie, in de persoon van de heer C. Doulkeridis, Minister-President van het College van de Franse Gemeenschapscommissie;

Hierna gezamenlijk de Partijen genoemd, Wordt overeengekomen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Inleiding

Artikel 1.Doelstelling en voorwerp § 1. Dit samenwerkingsakkoord heeft tot doel gedeeltelijk uitvoering te geven aan de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt. § 2. Dit samenwerkingsakkoord is rechtstreeks toepasselijk op het grondgebied van alle bij dit akkoord betrokken Partijen.

Behoudens andersluidende bepalingen doet dit samenwerkingsakkoord geen afbreuk aan de geldende wetgeving van iedere Partij bij dit akkoord.

Art. 2.Definities In dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder : 1° "Dienstenrichtlijn" : De richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;2° "Dienstverrichter" : iedere natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of iedere rechtspersoon in de zin van artikel 54 van het Verdrag, die in een lidstaat is gevestigd en een dienst aanbiedt of verricht die onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn valt;3° "Afnemer" : iedere natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of die rechten heeft die hem door communautaire besluiten zijn verleend, of iedere rechtspersoon in de zin van artikel 54 van het Verdrag die in een lidstaat is gevestigd en, al dan niet voor beroepsdoeleinden, van een dienst gebruik maakt of wil maken;4° "Kruispuntbank van ondernemingen" : register zoals bedoeld in artikel 3 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;5° "Vergunning" : elke procedure die voor een dienstverrichter of afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde instantie stappen te ondernemen ter verkrijging van een formele of stilzwijgende beslissing over de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit. HOOFDSTUK 2. - Screening en rapportering

Art. 3.Iedere Partij betrokken bij dit samenwerkingsakkoord is verantwoordelijk voor de correcte en volledige screening van zijn eigen regelgeving in uitvoering van de artikelen 5, 9, 10, 15, 16 en 25 van de dienstenrichtlijn en voor de rapportering bedoeld in de artikelen 15, zevende lid, en 39 van de dienstenrichtlijn.

Art. 4.Het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van de implementatie van de dienstenrichtlijn door de lokale en provinciale besturen waarover zij het administratief toezicht uitoefenen. HOOFDSTUK 3. - Eén-loketten

Art. 5.Algemeen § 1. De taken van het één-loket, zoals omschreven in artikel 6, 7 en 8 van de dienstenrichtlijn, worden door de contracterende Partijen toegewezen aan de ondernemingsloketten, erkend in uitvoering van de wet van 16 januari 2003 houdende oprichting van de Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. De ondernemingsloketten zullen hierna voor wat betreft de in uitvoering van dit akkoord toegewezen taken "één-loketten" worden genoemd. § 2. Via de oprichting van een Gemeenschappelijke Erkenningscommissie, zoals bepaald in artikel 6 van dit samenwerkingsakkoord, krijgt iedere Partij inspraak bij de erkenning, de controle, het toezicht en eventuele intrekking of schorsing van de erkenning als één-loket. § 3. Bij wijze van overgangsmaatregel worden de ondernemingsloketten die erkend werden op 9 september 2008, op basis van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, van rechtswege erkend als één-loket tot 31 december 2014 onder de voorwaarden die van toepassing waren op de dag van de erkenning.

Art. 6.Samenstelling en taken van de Gemeenschappelijke Erkenningscommissie § 1. De Gemeenschappelijke Erkenningscommissie wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende contracterende Partijen.

Iedere Partij beschikt over één stem. § 2. Het voorzitterschap en het secretariaat van de Gemeenschappelijke Erkenningscommissie wordt waargenomen door de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. § 3. De Gemeenschappelijke Erkenningscommissie wordt belast met : - het opstellen van een gemeenschappelijk lastenboek voor wat betreft de opdrachten toegewezen aan de ondernemingsloketten in uitvoering van dit samenwerkingsakkoord; - het verstrekken van bindende adviezen over de erkenning, intrekking of schorsing van erkenning van de ondernemingsloketten voor wat betreft de taken als één-loket; - het verlenen van advies betreffende de algemene horizontale coördinatie van de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten, zonder dat hierdoor geraakt wordt aan de bevoegdheden ter zake van iedere Partij. § 4. De Gemeenschappelijke Erkenningscommissie beslist bij consensus.

De Partijen verplichten zich ertoe de beslissingen van het Comité na te leven en toe te passen.

Bij ontstentenis van beslissing wordt het dossier voorgelegd aan het Centraal Overlegorgaan "Dienstenrichtlijn" opgericht in toepassing van artikel 25 van dit samenwerkingsakkoord.

Art. 7.Bevoegdheden van de één-loketten. § 1. Iedere contracterende Partij bepaalt, binnen haar bevoegdheden, welke procedures, formaliteiten en vergunningen via de één-loketten kunnen worden afgewikkeld, met dien verstande dat die minimaal de procedures, formaliteiten en vergunningen moeten omvatten die onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn vallen.

Voor elk van de in het eerste lid bedoelde procedures, formaliteiten of vergunningen, bepaalt de bevoegde Partij de omvang van de opdracht van het één-loket en de verrichtingen die ter zake van het één-loket verwacht worden. § 2. Iedere Partij bezorgt de lijst van de in uitvoering van de vorige paragraaf toegewezen opdrachten aan het secretariaat van de Gemeenschappelijke Erkenningscommissie dat instaat voor de actualisering ervan.

Het secretariaat houdt ter zake een permanente inventaris bij en stelt deze lijst ter beschikking van de één-loketten. § 3. De bevoegde diensten van de contracterende Partijen verlenen de één-loketten de nodige instructies en ondersteuning. § 4. Iedere contracterende Partij bezorgt, voor wat betreft haar bevoegdheden, in overleg met de één-loketten, de vereiste informatie en organiseert een helpdesk om de loketten te ondersteunen. § 5. In hun relaties met één-loketten, vereisen de bevoegde diensten van de contracterende Partijen noch een lastgeving noch bijzondere vormvoorschriften voor het uitvoeren van de hen toegewezen taken.

Art. 8.Controle en toezicht § 1. Iedere contracterende Partij is verantwoordelijk voor de controle en het toezicht op de goede uitvoering van de specifieke opdrachten die door haar aan de één-loketten worden opgedragen. § 2. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt, rekening houdende met de afspraken gemaakt binnen de Gemeenschappelijke Erkenningcommissie opgericht bij artikel 6 van dit samenwerkingsakkoord, bovendien belast met de controle en het toezicht op de naleving van de horizontale en gemeenschappelijke erkenningsvoorwaarden en coördineert eveneens de organisatie van de controles en bezoeken door de contracterende Partijen.

Daarvoor richt iedere contracterende Partij, intern, een uniek contactpunt op dat als tussenschakel zal fungeren tussen de betrokken administraties en de diensten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

Behalve in hoogdringende gevallen, maakt elke controle of bezoek het voorwerp uit van een voorafgaande kennisgeving aan het secretariaat van de Gemeenschappelijke Erkenningscommissie.

De onderzoeksverslagen worden onmiddellijk doorgestuurd naar het secretariaat van de Gemeenschappelijke Erkenningscommissie.

Art. 9.Financiering § 1. Iedere Partij bij dit samenwerkingsakkoord kan, na overleg binnen de Gemeenschappelijke Erkenningscommissie bedoeld in artikel 6, de tarieven vaststellen van de administratieve handelingen van het één-loket en bepaalt de vergoedingen die de één-loketten als tegenprestatie voor hun dienstverlening mogen aanrekenen. De kosten voor de aanvragers moeten redelijk en evenredig zijn met de kosten van de vergunningsprocedures in kwestie en mogen de kosten van de procedures niet overschrijden. § 2. Ieder van de contracterende Partijen behoudt de bevoegdheid te voorzien in een alternatieve of bijkomende financiering van de één-loketten in het kader van de uitvoering van haar beleid. HOOFDSTUK 4. - Informatieplicht

Art. 10.Algemeen § 1. Teneinde te voldoen aan artikel 7 van de dienstenrichtlijn worden door de Federale Overheid, in overleg en in samenwerking met de andere Partijen bij dit samenwerkingsakkoord, een gemeenschappelijke productencatalogus en website gebouwd. § 2. De Partijen betrokken bij dit samenwerkingsakkoord zien erop toe dat via deze kanalen de volgende informatie voor dienstverrichters en afnemers gemakkelijk toegankelijk is : a) de eisen die voor de op hun grondgebied gevestigde dienstverrichters gelden, in het bijzonder de eisen inzake de procedures en formaliteiten die afgewikkeld moeten worden om toegang te krijgen tot dienstenactiviteiten en deze uit te oefenen;b) de adresgegevens van de bevoegde instanties, waaronder die welke bevoegd zijn op het gebied van de uitoefening van dienstenactiviteiten, zodat rechtstreeks contact met hen kan worden opgenomen;c) de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot openbare registers en databanken met gegevens over dienstverrichters en diensten;d) de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn bij geschillen tussen de bevoegde instanties en de dienstverrichter of afnemer, tussen een dienstverrichter en een afnemer of tussen dienstverrichters onderling;e) de adresgegevens van de verenigingen of organisaties, anders dan de bevoegde instanties, waarvan dienstverrichters of afnemers praktische bijstand kunnen krijgen. § 3. De contracterende Partijen zien er op toe dat de informatie bedoeld in § 2 duidelijk en ondubbelzinnig is en dat deze actueel wordt gehouden. § 4. De bedoelde informatie zal gefaseerd ter beschikking worden gesteld in volgende talen : het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.

Art. 11.Productencatalogus § 1. De productencatalogus dienstenrichtlijn bevat gestructureerde informatie betreffende : - alle procedures, vergunningen, verplichtingen en eisen die vallen onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn; - de procedures, vergunningen, verplichtingen en eisen die niet strikt vallen onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn, maar waarvan de bevoegde Partij oordeelt dat het aangeraden is de betreffende informatie aan dienstverrichters mee te delen; - de verenigingen en organisaties, andere dan de bevoegde instanties, waarvan dienstverrichters of afnemers praktische bijstand kunnen krijgen. § 2. Ieder van de contracterende Partijen is met betrekking tot haar bevoegdheden verantwoordelijk voor het aanleveren en actualiseren van de in § 1 vermelde informatie.

Deze informatie wordt aangeleverd in minstens twee van de in artikel 10, § 4, vermelde talen.

De Federale Overheid neemt de algemene coördinatie waar en staat in voor de gefaseerde vertaling naar de andere twee talen. § 3. De in de productencatalogus opgenomen informatie zal via een zoekmotor worden aangeboden op de gemeenschappelijke website.

Daarnaast kan deze gestructureerde informatie gratis hergebruikt worden door : - ieder van de bij deze overeenkomst betrokken Partijen, evenals de lokale en plaatselijke overheden; - de één-loketten zoals bedoeld in artikel 5; - alle publieke of private instellingen, organisaties of verenigingen die de betreffende informatie, mits bronvermelding, gratis ter beschikking wensen te stellen.

Commercieel gebruik van de in de productencatalogus opgenomen informatie is toegelaten mits instemming van alle betrokken Partijen en het afsluiten van de licentie bedoeld in artikel 13, § 1, tweede lid. § 4. De Partijen engageren zich om er voor te zorgen dat de informatie van de verschillende Partijen, nodig voor de gemeenschappelijke site, via elektronische protocols kan uitgewisseld worden zodat het aanvullen en actueel houden van de informatie geautomatiseerd kan verlopen vanuit de kennissysteem van de verschillende Partijen.

Art. 12.Gemeenschappelijke website § 1. Ten einde te voldoen aan de verplichting van de dienstenrichtlijn wordt door de Federale Overheid de site www.business.belgium.be opgericht. § 2. Iedere contracterende Partij kan, wanneer zij dit nuttig acht, een soortgelijk initiatief nemen en hierbij gebruik maken van de informatie beschikbaar in de productencatalogus bedoeld in artikel 13.

Art. 13.Redactiecomité § 1. De implementatie en het beheer van de productencatalogus en het gemeenschappelijk luik "Dienstenrichtlijn" worden begeleid door een Redactiecomité.

Dit Redactiecomité is eveneens belast met het opstellen van een modellicentie voor commercieel gebruik van de in de productencatalogus opgenomen informatie en het vastleggen van de regels betreffende de verdeling van de eventuele ontvangsten in verhouding tot het totaal van de door iedere Partij gedragen kosten bij de oprichting en het onderhoud van deze catalogus.

De beslissingen inzake het opstellen van een modellicentie, evenals de regels inzake de verdeling van de eventuele ontvangsten, worden genomen bij consensus door de contracterende Partijen die hierbij elk over één stem beschikken. § 2. Het Redactiecomité is samengesteld uit : - vertegenwoordigers van de verschillende contracterende Partijen; - twee vertegenwoordigers van de lokale en provinciale besturen; - twee vertegenwoordigers van de één-loketten bedoeld in artikel 5.

Het Redactiecomité wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Federale Overheid.

Binnen het Redactiecomité kunnen werkgroepen opgericht worden belast met een specifieke opdracht.

Art. 14.Ieder van de bij dit akkoord betrokken Partijen is vrij naast de in dit hoofdstuk vermelde activiteiten eigen initiatieven te nemen, zoals het opzetten van een eigen helpdesk, ter bevordering van het investeringsklimaat of ter ondersteuning van dienstverrichters.

Het Europese logo voor de één-loketten zal omwille van de duidelijkheid worden voorbehouden voor de in hoofdstuk 3 bedoelde één-loketten. HOOFDSTUK 5. - Vereenvoudiging en gebruik informaticatoepassingen

Art. 15.Unieke gegevensinzameling § 1. De bij dit akkoord betrokken Partijen verbinden zich er toe bij dienstverrichters geen informatie, attesten, stukken of gegevens op te vragen die reeds beschikbaar zijn bij één van de andere Partijen.

Waar mogelijk wordt deze informatie tussen de Partijen elektronisch uitgewisseld. § 2. Elke Partij zorgt ervoor dat de registers van dienstverrichters die zij beheren en die kunnen geconsulteerd worden, onder dezelfde voorwaarden ook door de diensten van de andere Partijen kunnen geraadpleegd worden. § 3. Alle toegangen tot registers of uitwisseling van informatie in uitvoering van dit hoofdstuk dient te gebeuren met respect van de regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Art. 16.Toegang tot de Kruispuntbank van ondernemingen § 1. De Partijen betrokken bij deze overeenkomst zijn akkoord om de Kruispuntbank van ondernemingen te gebruiken als referentiedatabank voor de uitvoering van de dienstenrichtlijn. § 2. De Federale Overheid stelt, mits naleving van de geldende toegangsregels, de Kruispuntbank van ondernemingen ter beschikking van de andere bij deze overeenkomst betrokken Partijen, en dit via de KBO-webinterface, via het gebruik van de KBO-webservices of via KBO wijzigextracten.

Onder dezelfde voorwaarden zoals voorzien in de vorige alinea, kunnen de Partijen eveneens op een geautomatiseerde wijze toegang bekomen tot de gegevens ingeschreven in de Kruispuntbank van ondernemingen die voldoen aan criteria die zij voorafgaandelijk geselectionneerd hebben. § 3. Op dezelfde wijze zal eveneens toegang worden verleend tot de Kruispuntbank van ondernemingen aan de lokale en provinciale besturen.

Art. 17.Teneinde alle Belgische overheidsdiensten toe te laten overbodige inschrijvings- of registratieverplichtingen af te schaffen, zonder de noodzakelijke informatie te verliezen, zal de Federale Overheid de Kruispuntbank van ondernemingen ter beschikking stellen, mits de geldende toegangsregels nageleefd worden.

Art. 18.Identificatie dienstverrichters § 1. Alle besturen en diensten van de bij dit samenwerkingsakkoord betrokken Partijen, evenals deze van de lokale en provinciale overheden kunnen elke dienstverrichter, die nog niet over een ondernemingsnummer beschikt, bij de eerste formele aanvraag van een vergunning, toelating of erkenning die valt onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn identificeren in de Kruispuntbank van ondernemingen. Deze besturen en diensten verbinden zich er toe het ondernemingsnummer te gebruiken in alle verdere contacten met betrokkene of met andere diensten.

De Partijen kunnen, in overleg met de Kruispuntbank voor ondernemingen, beslissen de identificatie van nieuwe ondernemingen toe te vertrouwen aan één of meerdere instanties. § 2. Bij deze identificatie leven ze de regels en onderrichtingen van de Kruispuntbank voor ondernemingen na, in het bijzonder deze met betrekking tot de vereiste minimale identificatiegegevens en deze inzake het vermijden van de creatie van dubbele inschrijvingen.

Art. 19.Registratie vergunningen, erkenningen en toelatingen § 1. Teneinde de dienstverrichter die beschikt over een ondernemingsnummer, de ondernemingsloketten en de betrokken diensten op elk moment toegang te verlenen tot de status van de vergunning-, toelating- of erkenningaanvragen vallende onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn wordt door de Federale Overheid een module ter beschikking gesteld aan alle bij deze overeenkomst betrokken Partijen en aan de lokale en provinciale autoriteiten.

Deze module is verbonden aan de Kruispuntbank van ondernemingen. Ze is toegankelijk via de webinterface of via de webservices van de Kruispuntbank van ondernemingen, mits naleving van de toegangsregels tot de Kruispuntbank van ondernemingen. § 2. De ondernemingsloketten en alle diensten van de bij deze overeenkomst betrokken Partijen verbinden zich er toe binnen een met de Kruispuntbank van ondernemingen af te spreken tijdskader de basisinformatie m.b.t. alle vergunning-, toelating- of erkenningaanvragen behorende tot het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn, de status van deze aanvragen, evenals de finale beslissing (toekenning of weigering) in te voeren in deze module. § 3. Ieder van de bevoegde diensten van de bij dit samenwerkingsakkoord betrokken Partijen, evenals deze van de lokale en provinciale overheden wordt, voor wat betreft zijn bevoegdheden, beschouwd als gegevensinitiator voor de informatie betreffende de vergunningen, erkenningen of toelatingen die hij uitreikt.

Iedere bij deze overeenkomst betrokken Partij met uitzondering van de Federale Overheid, duidt één gegevenscoördinator aan, die instaat voor de aanduiding van de gegevensbeheerders van de gegevens die onder hun controle of toezicht worden ingeschreven in de Kruispuntbank van ondernemingen.

Het Comité, opgericht bij koninklijk besluit van 13 februari 2006, dat belast is met de kwaliteit van de gegevens van de Kruispuntbank van ondernemingen en de werking ervan, wordt uitgebreid met : - vertegenwoordigers van de verschillende contracterende Partijen.

Elke Partij beschikt over één stem. - twee vertegenwoordigers van de lokale en provinciale besturen.

Het bureau van het voornoemde Comité, vermeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 13 februari 2006, wordt uitgebreid met vijf afgevaardigden aan te duiden onder de in het vorige lid aangeduide vertegenwoordigers. § 4. Eenzelfde vertegenwoordiging zal worden voorzien in ieder comité dat het bovenvermelde comité, opgericht bij artikel 7 van het koninklijk besluit van 13 februari 2006, in de toekomst zou vervangen. HOOFDSTUK 6. - Administratieve samenwerking

Art. 20.Algemeen § 1. De door hoofdstuk VI van de dienstenrichtlijn opgelegde administratieve samenwerkingsplicht tussen lidstaten wordt gerealiseerd via het door de diensten van de Commissie van de Europese Unie ontwikkeld systeem voor informatie-uitwisseling (IMI-systeem). § 2. De deelname van de Belgische autoriteiten aan de module IMI zoals voorzien in de dienstenrichtlijn zal georganiseerd worden zoals afgesproken in het Comité Interne Markt van de Interministeriële Economische Commissie. § 3. De principes van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zijn van toepassing. § 4. De uitgewisselde gegevens mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor ze opgevraagd werden.

Art. 21.Informatie-uitwisseling via het IMI-systeem § 1. Op gemotiveerd verzoek van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat en volgens de procedures van het IMI-systeem zal de Belgische bevoegde autoriteit, binnen de perken van haar bevoegdheid, zo snel mogelijk via het IMI-systeem : - alle beschikbare relevante informatie over een dienstverrichter en/of zijn diensten meedelen; - de controles, inspecties en onderzoeken over een dienstverlener en/of zijn diensten uitvoeren; - de definitieve beslissingen over tuchtrechtelijke of administratieve maatregelen meedelen die rechtstreeks van betekenis zijn voor de bekwaamheid of de professionele betrouwbaarheid van de dienstverrichter, conform de voorschriften van de wetten of de bijzondere wettelijke regelingen die voor een dergelijke overdracht zijn bepaald. In de mededeling wordt vermeld welke wettelijke of reglementaire bepalingen overtreden werden; - daarnaast, binnen de perken van haar bevoegdheden en conform Boek II, Titel VII, Hoofdstuk I van het Wetboek van Strafvordering, de informatie met betrekking tot definitieve strafrechtelijke sancties meedelen die rechtstreeks van betekenis zijn voor de bekwaamheid of de professionele betrouwbaarheid van de dienstverrichter, alsook elke definitieve uitspraak betreffende insolventie zoals bepaald in Bijlage A van EG-verordening 1346/2000, of bedrieglijk faillissement van een dienstverlener. In de mededeling wordt vermeld welke wettelijke of reglementaire bepalingen overtreden werden. § 2. Wanneer een bevoegde Belgische autoriteit wenst dat een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat informatie verstrekt of controles, inspecties of onderzoeken uitvoert met betrekking tot een dienstverrichter of zijn diensten, stuurt ze aan deze autoriteit een gemotiveerd verzoek conform de procedures van het IMI-systeem.

Art. 22.Toegang tot de registers van de Belgische autoriteiten Elke overheid zorgt ervoor dat de registers van dienstverrichters waarin de Belgische autoriteiten inzage hebben, onder dezelfde voorwaarden ook door de overeenstemmende bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten ingekeken kunnen worden.

Elke autoriteit die over een dergelijk register beschikt, dient de vragenlijst in te vullen die door de diensten van de Commissie van de Europese Unie werd opgesteld om de in het IMI-systeem gecreëerde databank aan te vullen.

Art. 23.Alarmmechanisme § 1. Wanneer de bevoegde Belgische autoriteit welbepaalde ernstige zaken of feiten met betrekking tot een dienstverlener of een dienstactiviteit verneemt die de gezondheid of de veiligheid van personen of van het milieu grote schade kunnen toebrengen, slaat zij alarm volgens de procedures van het IMI-systeem. § 2. Wanneer een alarm gewijzigd moet worden of wanneer het niet meer vereist is, meldt de bevoegde Belgische autoriteit de veranderingen of stelt ze de beëindiging van het alarm voor volgens de procedures van het IMI-systeem.

Art. 24.Afwijking in individuele gevallen Wanneer een bevoegde Belgische autoriteit maatregelen wil nemen om de veiligheid van de in België verrichte diensten te waarborgen op grond van artikel 18 van de dienstenrichtlijn, richt ze een verzoek tot de bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging en verstrekt ze daarbij alle relevante informatie over de dienst in kwestie en de betreffende omstandigheden volgens de procedures van het IMI-systeem. HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

Art. 25.Centraal Overlegorgaan « Dienstenrichtlijn » § 1. Er wordt een Centraal Overlegorgaan « Dienstenrichtlijn » opgericht. Dit Orgaan bestaat uit leden van de verschillende contracterende Partijen, waaronder de vertegenwoordigers van de Regeringsleden bevoegd voor Economie, K.M.O.'s en Zelfstandigen.

Iedere contracterende Partij beschikt over één stem. § 2. De vertegenwoordigers van de Ministers of Staatssecretarissen kunnen zich op de vergaderingen van het Centraal Overlegorgaan « Dienstenrichtlijn » laten bijstaan of vervangen door een gemandateerde ambtenaar. § 3. Het voorzitterschap en het secretariaat van dit Centraal Overlegorgaan « Dienstenrichtlijn » wordt waargenomen door een van de vertegenwoordigers van de Federale Overheid. § 4. Het Centraal Overlegorgaan « Dienstenrichtlijn » wordt samengeroepen op initiatief van het voorzitterschap of telkens wanneer één van de bij dit samenwerkingsakkoord betrokken Partijen daarom verzoekt. § 5. Het Centraal Overlegorgaan « Dienstenrichtlijn » waakt over de goede uitvoering van dit samenwerkingsakkoord en beraadslaagt bij consensus in voorkomend geval over de noodzakelijke voorstellen tot aanpassing ervan.

Art. 26.Dit samenwerkingsakkoord wordt voor onbepaalde duur gesloten.

Art. 27.Eventuele geschillen onder de contracterende Partijen over de interpretatie of de uitvoering van dit samenwerkingsakkoord worden in het bovenvermeld Centraal Overlegorgaan beslecht of, indien daar geen oplossing wordt gevonden, binnen het Overlegcomité.

De bepalingen van artikel 92bis, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zijn van toepassing indien ook in het Overlegcomité geen oplossing wordt gevonden.

Art. 28.Ten aanzien van de Partijen treedt dit samenwerkingsakkoord in werking na goedkeuring door al de betrokken Regeringen en ondertekening door de Partijen.

Na goedkeuring door alle Partijen wordt het, door de Centrale Secretarie van het Overlegcomité, in de drie nationale talen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Gedaan te Brussel, op 17 juli 2013, in negen originele exemplaren (Nederlands, Frans en Duits) Voor de Federale Staat : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee, J. VANDE LANOTTE De Minister van Middenstand, K.M.O.'s, Zelfstandigen en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging, O. CHASTEL Voor de Vlaamse Gemeenschap : De Minister-President van de Vlaamse Regering en Minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering, R. DEMOTTE Voor de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President van de Duitstalige Gemeenschapsregering en Minister voor Lokale Besturen, K.-H. LAMBERTZ Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, R. VERVOORT Voor het Vlaamse Gewest : De Minister-president van de Vlaamse Regering en Minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS Voor het Waalse Gewest : De Minister-President van de Waalse Gewestregering, R. DEMOTTE De Vice-President van de Waalse Gewestregering en Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT Voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. C. FREMAULT Voor de Franse Gemeenschapscommissie : De Minister-President van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Ch. DOULKERIDIS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^