Wet van 07 mei 1999
gepubliceerd op 29 juni 1999
66 jours pour sauver la justice / 66 dagen om justitie te redden

Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschap

bron
ministerie van justitie
numac
1999009706
pub.
29/06/1999
prom.
07/05/1999
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

7 MEI 1999. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot wijziging van het Strafwetboek

Art. 2.In artikel 157, eerste lid, van het Strafwetboek worden de woorden « huizen van justitie » geschrapt. HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van strafvordering

Art. 3.In artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, derde lid worden tussen het woord « verrichten » en het woord « de » de woorden « door de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie » ingevoegd;2° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, luidende : « § 7.De Dienst Justitiehuizen van het ministerie van Justitie staat de procureur des Konings bij in de verschillende fasen van de bemiddeling in strafzaken en meer bepaald bij de concrete uitvoering ervan. De ambtenaren van deze dienst voeren hun taak uit in nauwe samenwerking met de procureur des Konings, die toezicht uitoefent op de uitvoering van hun opdracht.

Per rechtsgebied van het hof van beroep worden er ambtenaren van de Dienst Justitiehuizen van het ministerie van Justitie ingeschakeld voor het bijstaan van de procureur-generaal bij het uitvoeren van het strafrechtelijk beleid voor de bemiddeling in strafzaken, voor de evaluatie, de coördinatie en het toezicht op de toepassing van de bemiddeling in strafzaken in de verscheidene parketten van het ambtsgebied van de procureur-generaal en voor het bijstaan van de ambtenaren bedoeld in het eerste lid. Zij werken nauw samen met de procureur-generaal. ».

Art. 4.In artikel 233 van hetzelfde wetboek worden de woorden « huis van justitie » vervangen door de woorden « huis van arrest ».

Art. 5.Artikel 243 van hetzelfde wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Binnen vierentwintig uur na die betekening wordt de beschuldigde overgebracht van het huis van arrest waar hij verblijft naar het huis van arrest, gevestigd bij het hof waarvoor hij moet terechtstaan. ».

Art. 6.In artikel 421, derde lid van hetzelfde wetboek worden de woorden « huis van justitie » vervangen door de woorden « huis van arrest ».

Art. 7.In artikel 500, tweede lid, van hetzelfde wetboek worden de woorden « huis van justitie » vervangen door de woorden « huis van arrest ».

Art. 8.In boek II, titel VII van hetzelfde wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door het volgende opschrift : « Hoofdstuk II. - Gevangenissen en huizen van arrest ».

Art. 9.Artikel 603 van hetzelfde wetboek, vervangen door de wet van 10 juli 1967, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Behalve de gevangenissen, bestemd voor de uitvoering van de straffen, zal er in ieder arrondissement bij de rechtbank van eerste aanleg een huis van arrest zijn om er de verdachten in op te nemen.Eveneens zal er bij ieder hof van assisen een huis van arrest zijn om er degenen in op te nemen tegen wie een beschikking tot gevangenneming is uitgevaardigd. ».

Art. 10.In artikel 604 van hetzelfde wetboek worden de woorden « en de huizen van justitie » geschapt.

Art. 11.In artikel 607 van hetzelfde wetboek, vervangen door de wet van 10 juli 1967, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « van de huizen van justitie » geschrapt;2° het tweede lid wordt vervangen door volgende bepaling : « Dit register wordt op alle bladzijden getekend en geparafeerd door de onderzoekrechter voor de huizen van arrest bij de rechtbanken van eerste aanleg, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg voor de huizen van arrest bij de hoven van assisen en door de provinciegouverneur voor de gevangenissen bestemd voor de uitvoering van de straffen.».

Art. 12.In artikel 611 van hetzelfde wetboek, vervangen door de wet van 10 juli 1967, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « bij de rechtbank van eerste aanleg » ingevoegd tussen de woorden « arrest » en « van »;2° in het tweede lid worden de woorden « huis van Justitie » vervangen door de woorden « huis van arrest bij het hof van assisen »;3° in het derde lid worden de woorden « huizen van Justitie » vervangen door de woorden « huizen van arrest bij de hoven van assisen en alle gevangenissen ».

Art. 13.In artikel 612 van hetzelfde wetboek, vervangen door de wet van 10 juli 1967, worden de woorden « een huis van justitie » geschapt.

Art. 14.In artikel 613, tweede lid, van hetzelfde wetboek worden de woorden « en in de huizen van justitie » vervangen door de woorden « bij de rechtbanken van eerste aanleg en bij de hoven van assisen ».

Art. 15.In artikel 615 van hetzelfde wetboek, vervangen door de wetten van 10 juli 1967 en 10 oktober 1967 worden de woorden « huis van justitie » geschrapt.

Art. 16.In artikel 618 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, worden de woorden « het huis van justitie » geschrapt. HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering

Art. 17.In artikel 3bis, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid wordt het woord « personen » vervangen door de woorden « personeelsleden van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie »;2° er wordt een lid toegevoegd, luidende : « Per rechtsgebied van het hof van beroep worden er ambtenaren van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie ingeschakeld voor het bijstaan van de procureur-generaal bij het uitvoeren van het strafrechtelijk beleid inzake het onthaal van slachtoffers, voor de evaluatie, de coördinatie en het toezicht op de toepassing van het slachtofferonthaal in de verscheidene parketten en voor het bijstaan van de ambtenaren bedoeld in het tweede lid, die belast zijn met het onthaal van slachtoffers.Zij werken nauw samen met de procureur-generaal. ». HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers

Art. 18.In artikel 6, laatste lid, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, worden de woorden « arrest- of justitiehuis » vervangen door het woord « arresthuis ».

Art. 19.In artikel 20 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 1 juli 1964, wordt aangevuld met het volgend lid : « In het kader van deze voogbij wordt een ambtenaar van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie belast met de begeleiding van en het toezicht op de invrijheidgestelde bij het naleven van de opgelegde voorwaarden. Deze ambtenaar brengt binnen een maand na de invrijheidstelling verslag uit aan de commissie over de invrijheidgestelde, en verder telkens als hij het nuttig acht of telkens als de commissie hem erom verzoekt, en ten minste om de zes maanden. Hij stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nodig acht. ». HOOFDSTUK V. - Bepalingen en tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie

Art. 20.In artikel 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, vervangen door de wet 11 juli 1994, wordt het woord « probatieassistent » vervangen door de woorden « ambtenaar van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie ».

Art. 21.In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De verdachten en de veroordeelden aan wie een probatiemaatregel is opgelegd krachtens de artikelen 3 en 8 worden begeleid door ambtenaren van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie.»; 2° in het tweede lid wordt het woord « assistenten » vervangen door de woorden « ambtenaren, bedoeld in het vorige lid ».

Art. 22.In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen door volgende bepaling : « De commissie bezorgt binnen vierentwintig uur een afschrift van de rechterlijke beslissing aan de arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie, die de ambtenaar aanwijst die zal moeten toezien op de naleving van de voorwaarden die door de rechterlijke beslissing zijn gesteld.De identiteit van de ambtenaar wordt schriftelijk meegedeeld aan de voorzitter van de probatiecommissie, die bij een per post aangetekende brief, de op probatie gesteld prersoon hiervan in kennis stelt. »; 2° in het derde lid wordt het woord « probatieassistent » vervangen door de woorden « ambtenaar van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie ». HOOFDSTUK VI . - Bepalingen tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis

Art. 23.In artikel 38, § 1, eerste lid, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voolopige hechtenis worden de woorden « de sociale diensten bij de rechtbanken« vervangen door de woorden « de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie ». HOOFDSTUK VII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964

Art. 24.In artikel 7 van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden : a) de woorden « de daarmee belaste diensten » vervangen door de woorden « de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie »;b) de woorden « de toezichthouder » vervangen door de woorden « een ambtenaar van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie »;2° in het vierde lid wordt het woord « justitieassistent » vervangen door de woorden « ambtenaar van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie ».

Art. 25.De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 7 mei 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Met 's Lands zegel gezegeld : De Ministrer van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Gewone zitting 1998-1999. Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire bescheiden 1889 : Nr. 1. Wetsontwerp.

Nr. 2. Amendementen.

Nr. 3. Verslag.

Nr. 4. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Parlementaire handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 31 maart en 1 april 1999.

Gewone zitting 1998-1999.

Senaat : Parlementaire bescheiden : 1-1344 : Nr. 1. Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Nr. 2. Ontwerp niet geëvoceerd.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^