Etaamb.openjustice.be
Wet van 09 juli 1997
gepubliceerd op 01 januari 1998

Wet tot wijziging van de artikelen 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en de werving van magistraten

bron
ministerie van justitie
numac
1997009637
pub.
01/01/1998
prom.
09/07/1997
ELI
eli/wet/1997/07/09/1997009637/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

9 JULI 1997. Wet tot wijziging van de artikelen 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en de werving van magistraten (1)


**** ****, **** der ****, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De kamers hebben aangenomen en **** bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.Artikel 259bis van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een § 6, **** als volgt : « § 6. De geslaagden voor het examen inzake **** behouden het voordeel van hun uitslag gedurende zeven jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het examen. »

Art. 3.Artikel 21, § 1, tweede lid, van de wet van 18 juli 1991 wordt aangevuld als volgt : « Bij de voordracht tot de benoeming in de ambten bedoeld in de artikelen 187, 188, 190 tot 194, 207, § 2, 208 en 209 van het Gerechtelijk Wetboek houdt de minister van Justitie, wat betreft de voornoemde plaatsvervangende rechters, enkel rekening met degenen over wie het **** een unaniem gunstig advies heeft verleend.

Indien er voor een benoeming, benevens een van de voornoemde plaatsvervangende rechters, ook een geslaagde voor het examen inzake ****, een persoon die de vereiste gerechtelijke stage beëindigd heeft of een magistraat zich kandidaat stellen, mag de minister geen rekening houden met de kandidatuur van de plaatsvervangend rechter indien voor minstens één van de andere kandidaten een unaniem gunstig advies is verleend. »

Art. 4.«*****» De termijn bedoeld in artikel 259bis, § 6, van het Gerechtelijk **** begint te lopen op de datum van inwerkingtreding van deze wet : ****) voor de kandidaten die op dat ogenblik geslaagd zijn voor het examen inzake **** bedoeld in artikel 259bis, § 4, van hetzelfde Wetboek;****) voor de personen bedoeld in artikel 21, § 1, tweede en derde lid, van de wet van 18 juli 1991, die op dat ogenblik geacht worden geslaagd te zijn voor het examen inzake **** bedoeld in artikel 259bis, § 4, van hetzelfde Wetboek. Voor de kandidaten bedoeld in het eerste lid, ****), die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet niet voldoen aan de **** bedoeld in artikel 191, § 2, van hetzelfde Wetboek, vangt deze termijn aan op het ogenblik waarop zij aan deze **** voldoen.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te ****, 9 juli 1997.

**** **** **** : De Minister van Justitie, S. DE **** **** 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE **** **** de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

^