Wet van 10 januari 2010
gepubliceerd op 01 februari 2010
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2010009071
pub.
01/02/2010
prom.
10/01/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

10 JANUARI 2010. - Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers

Art. 2.Artikel 1 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt aangevuld met de woorden « , behoudens wat de artikelen betreft in Hoofdstuk II, die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. ».

Art. 3.In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « het ministerie van Justitie » worden vervangen door « de federale overheidsdienst Justitie »;2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat ».

Art. 4.In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet 19 april 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De commissie is samengesteld uit volgende leden : een voorzitter, 12 vaste leden en 12 plaatsvervangende leden. De leidinggevende van het secretariaat woont met raadgevende stem de commissie bij. ». 2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Het mandaat van de leden wordt beëindigd op het moment dat in hun vervanging wordt voorzien.»; 3° in § 3, eerste lid, worden de woorden « en zijn plaatsvervanger » opgeheven en wordt het woord « worden » vervangen door het woord « wordt »;4° in § 3, vierde lid, worden de woorden « Hij blijft zijn wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen genieten.» opgeheven; 5° paragraaf 3, vierde lid, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « De voorzitter wordt van rechtswege gedetacheerd.»; 6° paragraaf 3 wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende : « De voorzitter blijft zijn wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen genieten.De voorzitter ontvangt daarnaast een jaarlijkse weddetoelage van 15 000 euro, niet geïndexeerd, onverminderd de eventuele taalpremie. »; 7° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : « De voorzitter en de vaste en plaatsvervangende leden van de commissie worden aangewezen voor een termijn van zes jaar, die eenmaal kan worden verlengd voor een termijn van zes jaar.Ten vroegste drie jaar na het einde van hun opdracht kunnen de leden en hun plaatsvervangers zich opnieuw kandidaat stellen voor het ambt dat zij hebben uitgeoefend. Zij kunnen opnieuw worden aangewezen voor een termijn van zes jaar, die niet kan worden verlengd. »; 8° het artikel wordt aangevuld met een § 6, luidende : « § 6.De commissie voert haar opdrachten in alle onafhankelijkheid uit. ».

Art. 5.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « Om tot voorzitter, vast of plaatsvervangend lid van de commissie te worden benoemd en het te blijven, moet men : 1. Belg zijn;2. de burgerlijke en politieke rechten genieten en van onberispelijk gedrag zijn;3. de volle leeftijd van 35 jaar bereikt hebben;4. zijn woonplaats in België hebben;5. geen functie uitoefenen of hebben uitgeoefend in een kansspelinrichting of geen persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang, van welke aard ook, hebben of hebben gehad voor zichzelf, voor een echtgeno(o)t(e) of een samenwonende partner, of voor een familielid of een verwant tot in de vierde graad, in de exploitatie van een dergelijke inrichting of in een andere vergunningsplichtige activiteit die bedoeld is in deze wet;6. geen titularis zijn van een verkozen mandaat op gemeentelijk, provinciaal, regionaal of federaal vlak;7. sedert ten minste tien jaar een academisch, juridisch, administratief, technisch, economisch of sociaal ambt uitoefenen;8. geen lid van het secretariaat van de commissie zijn. De voorzitter, vaste en plaatsvervangende leden mogen gedurende een termijn van vijf jaar na de beëindiging van hun mandaat geen functie uitoefenen in een kansspelinrichting of enig persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang, van welke aard ook, hebben voor zichzelf, voor een echtgeno(o)t(e) of een samenwonende partner noch voor een familielid of een verwant tot in de vierde graad in de exploitatie van een dergelijke inrichting of in een andere vergunningsplichtige activiteit die bedoeld is in deze wet. ».

Art. 6.Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « De functie van voorzitter wordt open verklaard wanneer de titularis ervan sedert meer dan zes maanden afwezig is, of wanneer zijn mandaat vroegtijdig ten einde is gekomen.

Ingeval de voorzitter gedurende meer dan drie maanden afwezig is, kan de minister van Justitie tijdelijk in zijn vervanging voorzien.

Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid dat de commissie onder haar leden aanwijst. ».

Art. 7.Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie mogen niet aanwezig zijn bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang, van welke aard ook, hebben voor zichzelf, voor een echtgeno(o)te of een samenwonende partner noch voor een familielid of een verwant tot in de vierde graad. ».

Art. 8.Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « De Koning bepaalt de organisatie, de samenstelling en de werking van het secretariaat. ».

Art. 9.In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt : « Zij kan een of meer personeelsleden van haar secretariaat belasten met de uitvoering van een onderzoek ter plaatse.De leden van het secretariaat, die rijksambtenaar zijn en die te dien einde door de Koning zijn aangewezen, hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, nadat zij de volgende eed hebben afgelegd : « Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk.

De bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des Konings, kunnen slechts uitgeoefend worden met het oog op het opsporen en vaststellen van de inbreuken gepleegd op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten ». 2° in § 1, derde lid, wordt het 1° vervangen door wat volgt : « 1° op elk ogenblik van de dag of nacht, binnentreden in de inrichtingen, ruimten, plaatsen waar zich onderdelen van het informaticasysteem bevinden die worden gebruikt voor de exploitatie van kansspelen en vertrekken waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang moeten hebben;tot de bewoonde ruimten hebben ze evenwel enkel toegang indien zij redenen hebben om te geloven dat een inbreuk op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt gepleegd en met een voorafgaande machtiging van de rechter in de politierechtbank; »; 3° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt : « § 2.De politieambtenaar of de in § 1 bedoelde met het onderzoek belaste ambtenaren die een inbreuk vaststellen op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, zenden het origineel van het proces-verbaal over aan het bevoegde parket.

Een afschrift van het betreffende proces-verbaal wordt overgezonden aan de commissie evenals aan de persoon die een inbreuk heeft gepleegd op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, met uitdrukkelijke vermelding van de datum waarop het origineel werd toegestuurd of ter hand werd gesteld aan de procureur des Konings »; 4° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt : « Het proces-verbaal dat door de in paragraaf 1 bedoelde bedoelde ambtenaren werd opgesteld inzake inbreuken op deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan, heeft bewijskracht tot het tegendeel bewezen is.».

Art. 10.In dezelfde wet wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/1.§ 1. Indien de procureur des Konings, binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het origineel van het proces-verbaal, geen mededeling doet aan de commissie of deze laat weten dat, zonder het bestaan van de inbreuk in twijfel te trekken, geen gevolg zal worden gegeven aan de feiten, kan de commissie toepassing maken van artikel 15/3. § 2. Indien de procureur des Konings, binnen de in § 1 gestelde termijn, de commissie ter kennis brengt dat een vervolging zal worden ingesteld of dat hij van oordeel is dat geen toereikende bezwaren voorhanden zijn, vervalt de mogelijkheid voor de commissie om toepassing te maken van artikel 15/3. ».

Art. 11.In dezelfde wet wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/2.De commissie kan bij gemotiveerde beslissing aan iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een inbreuk pleegt op deze wet of op haar uitvoeringsbesluiten, waarschuwingen richten, de vergunning voor een bepaalde tijd schorsen of intrekken en een voorlopig of definitief verbod van exploitatie van één of meer kansspelen opleggen. ».

Art. 12.In dezelfde wet wordt een artikel 15/3 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/3.§ 1. Onverminderd de maatregelen bepaald in artikel 15/2, kan de commissie, ingeval van inbreuk op de artikelen 4, 8, 26, 27, 46, 43/1, 43/2, 43/3, 43/4, 54, 58, 60, 62, en onder de voorwaarden bepaald in artikel 15/1, § 1, aan de daders een administratieve geldboete opleggen. § 2. Het minimumbedrag en het maximumbedrag van de administratieve geldboete komen respectievelijk overeen met het minimumbedrag en het maximumbedrag, verhoogd met de opdecimes, van de strafrechtelijke geldboete, bepaald bij deze wet, die hetzelfde feit sanctioneert.

De omvang van de administratieve geldboete is evenredig ten aanzien van de ernst van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling. § 3. De beslissing van de commissie bepaalt het bedrag van de administratieve boete en is met redenen omkleed. § 4. De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve boete, wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen. § 5. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete kan niet meer worden genomen vijf jaar na het feit dat de bij deze wet vastgestelde inbreuken oplevert. ».

Art. 13.In dezelfde wet wordt een artikel 15/4 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/4.De maatregelen bepaald in de artikelen 15/2 en 15/3 kunnen door de commissie worden genomen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden is zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

De betrokkene wordt daartoe bij een ter post aangetekende brief verzocht zijn verweermiddelen in te dienen. Deze brief vermeldt de volgende gegevens : 1° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die deze inbreuken opleveren;2° het recht om binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de dag van de kennisgeving van de aangetekende brief : - hetzij zijn verweermiddelen schriftelijk in te dienen; - hetzij de aanvraag te doen om ze mondeling in te dienen; 3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;4° de mogelijkheid tot inzage van het dossier, alsmede het adres en de openingsuren van de dienst waar hij hiervoor terecht kan;5° het postadres en e-mail adres van de kansspelcommissie met het oog op het indienen van zijn verweermiddelen. Indien de betrokkene verzuimd heeft om de aangetekende brief bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de commissie hem bij gewone brief nog een tweede uitnodiging toesturen om zijn verweermiddelen in te dienen.

Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor het indienen van de verweermiddelen. ».

Art. 14.In dezelfde wet wordt een artikel 15/5 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/5.§ 1. De verweermiddelen kunnen schriftelijk, inbegrepen via e-mail, worden ingediend. § 2. Zij kunnen ook mondeling worden ingediend. Ingeval de betrokkene zijn verweermiddelen mondeling wil naar voor brengen, wordt hij gehoord, nadat hij de commissie hierom binnen de termijn zoals bepaald in artikel 15/4, tweede lid, 2°, heeft verzocht.

De commissie kan daartoe aparte kamers samenstellen die bestaan uit de voorzitter en twee vaste leden.

De daartoe opgerichte kamer van de commissie, nodigt bij een ter post aangetekende brief, de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon uit op de hoorzitting.

De betrokkene kan, bij een ter post aangetekende brief gericht aan de in het vorige lid bedoelde kamer, eenmalig om een uitstel van de hoorzitting verzoeken.

De kamer bepaalt de nieuwe datum waarop het dossier zal behandeld worden, zonder dat een bijkomend uitstel mogelijk is.

De leden van de kamer die de betrokkene hebben gehoord, stellen een omstandig verslag op van het verhoor. Een afschrift van dit verslag wordt, bij een ter post aangetekende brief, meegedeeld aan de betrokkene. Na ontvangst van dit afschrift, beschikt de persoon tegen wie de procedure loopt, over een termijn van vijftien dagen om zijn opmerkingen hieromtrent toe te zenden aan de commissie. ».

Art. 15.In dezelfde wet wordt een artikel 15/6 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/6.§ 1. De commissie beraadslaagt en doet uitspraak binnen een termijn van twee maanden.

Deze termijn neemt een aanvang hetzij na ontvangst van de overeenkomstig artikel 15/5, § 1, ingediende schriftelijke verweermiddelen, hetzij na het verstrijken van de in artikel 15/5, § 2, laatste lid, bedoelde termijn van 15 dagen ingeval de verweermiddelen mondeling worden ingediend.

De leden van de kamer welke de persoon hebben verhoord, mogen deelnemen aan deze beraadslaging en hebben stemrecht. § 2. De beslissing is met redenen omkleed en wordt bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene. ».

Art. 16.In dezelfde wet wordt een artikel 15/7 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/7.§ 1. De betrokkene die de beslissing waarbij door de commissie een administratieve geldboete wordt opgelegd, betwist, kan binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de commissie, door middel van een verzoekschrift, beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg van zijn woonplaats of maatschappelijke zetel, die zetelt met volle rechtsmacht. § 2. Het beroep schorst de uitwerking van de beslissing van de commissie. § 3. Tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg is alleen een voorziening in cassatie mogelijk. § 4. Onverminderd hetgeen bepaald is in de vorige paragrafen, zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de rechtbank van eerste aanleg. ».

Art. 17.In dezelfde wet wordt een artikel 15/8 ingevoegd, luidende : «

Art. 15/8.De Koning bepaalt de wijze van inning en invordering van de opgelegde administratieve geldboete.

De geïnde administratieve geldboetes worden gestort aan de Schatkist. ».

Art. 18.In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « klasse A, B, C en E » vervangen door de woorden « klasse A, A+, B, B+,C, E, F1, F1+, G1 en G2 »;2° in § 1 worden tussen het eerste en het tweede lid de volgende twee leden ingevoegd, luidende : « De bijdrage van de vergunninghouder klasse F2 is verschuldigd door de houder van de vergunning klasse F1 voor wiens rekening de weddenschappen worden aangenomen. Voor de houders van een vergunning klasse C en F2 dient de bijdrage te worden betaald vóór de vergunning wordt toegekend. Het bedrag ervan komt overeen met dat van een bijdrage die de volledige duur van de vergunning dekt. »; 3° in § 2 worden de woorden « klassen A, B, C, E » vervangen door de woorden « klassen A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, G1 en G2 ».

Art. 19.Artikel 20, derde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 20.Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « § 1. De commissie spreekt zich uit, bij een met redenen omklede beslissing, over de aanvragen tot toekenning van de vergunningen die in deze wet worden voorzien. § 2. Bij haar uitspraak gaat de commissie na of al de door deze wet bepaalde voorwaarden met betrekking tot de aanvrager en de beoogde vergunning zijn vervuld. § 3. De commissie kan de aanvrager horen vooraleer zich uit te spreken over de aanvraag. Indien de aanvrager zulks wenst, moet hij door de commissie worden gehoord.

In alle gevallen heeft de aanvrager het recht zich te laten bijstaan door een raadsman. ».

Art. 21.In artikel 22, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden « een gewoon lid » vervangen door de woorden « een vast lid ». HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding

Art. 22.De inwerkingtreding van deze wet heeft geen invloed op de rechtsgeldigheid van de aanwijzing van de huidige leden van de Kansspelcommissie overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers zoals zij gold op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en voor de termijn die zij bepaalde.

Art. 23.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2011.

De Koning kan voor iedere bepaling van deze wet een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de in het eerste lid vermelde datum.

Kondigen deze wet af, beleven dat zij met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staastblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 10 januari 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister voor Ondernemen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie, C. DEVLIES Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Nota (1) Verwijzingen naar de parlementaire voorbereiding te vermelden bij de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad. Kamer van volksvertegenwoordigers : Stukken : DOC 52 1992/ (2008/2009) : 001 : Wetsontwerp. 002 tot 005 : Amendementen. 006 : Verslag. 007 : Tekst aangenomen door de commissie (artikel 77 van de Grondwet). 008 : Tekst aangenomen door de commissie (artikel 78 van de Grondwet). 009 : Erratum. 010 : Amendementen. 011 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Zie ook : Integraal Verslag : 15 en 16 juli 2009.

Senaat : Stukken : 4-1410 - 2008/2009 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. 4-1410 - 2009/2010 : Nrs. 2 tot 4 : Amendementen.

Nr. 5 : Verslag.

Nr. 6 : Tekst geamendeerd door de commissie.

Nr. 7 : Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Handelingen van de Senaat : 19 novembre 2009.

Kamer van volksvertegenwoordigers : Stukken : DOC 52 1992/ (2008/2009) : 012 : Ontwerp geamendeerd door de Senaat. 013 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.

Zie ook : Integraal Verslag : 3 december 2009.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^