Wet van 25 december 2016
gepubliceerd op 30 december 2016
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2016009652
pub.
30/12/2016
prom.
25/12/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016009652

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


25 DECEMBER 2016. - Wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake

Art. 2.In artikel 6 van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake, wordt artikel 1 "Doelstelling", aangevuld met een lid, luidende : "Dit recht van voorrang geldt als een voorrecht zoals bedoeld in artikel 12 van de Hypotheekwet.".

Art. 3.In artikel 9 van dezelfde wet worden in het tweede lid van artikel 4 "Bewijs", de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 4.In artikel 12 van dezelfde wet worden in artikel 7 "Voorwerp", de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : "Het pandrecht kan een roerend lichamelijk of onlichamelijk goed, een goed dat roerend is uit zijn aard maar onroerend is geworden door bestemming of een bepaald geheel van dergelijke goederen tot voorwerp hebben met uitzondering van zeeschepen en teboekgestelde schepen en vaartuigen in de zin van boek II van het Wetboek van Koophandel."; b) in het vierde lid worden de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 5.In artikel 17 van dezelfde wet worden in het tweede lid van artikel 12 "Omvang", de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" worden vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht"; b) de woorden "van de hoofdsom" worden vervangen door de woorden "van de hoofdsom op het ogenblik van de verdeling of de toerekening".

Art. 6.In artikel 19 van dezelfde wet wordt artikel 14 "Herverpanding", aangevuld met de woorden ", tenzij de pandgever zijn toestemming geeft".

Art. 7.In artikel 20 van dezelfde wet worden in artikel 15 "Tegenwerpelijkheid" de volgende wijzigingen aangebracht : a) tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende : "De registratie in het pandregister is uitgesloten voor een verpanding van schuldvorderingen";b) in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "zijn vertegenwoordiger" vervangen door de woorden "zijn vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3".

Art. 8.In artikel 32 van dezelfde wet worden in artikel 26 "Pandregister", volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De registratie van een pandrecht en van een eigendomsvoorbehoud gebeurt in het Nationaal Pandregister, pand-register genoemd, dat wordt bewaard bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën"; b) het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Het pandregister is een geïnformatiseerd systeem dat bestemd is voor het registreren en het raadplegen van pandrechten en eigendomsvoorbehouden, het wijzigen, vernieuwen, overdragen of verwijderen van de registratie van pandrechten of eigendomsvoorbehouden en het afstaan van rang van een geregistreerd pandrecht."; c) in het vroegere laatste lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "in het eerste lid bedoelde dienst Hypotheken" vervangen door de woorden "Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën"; d) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "De artikelen 27, 28, 32, 33, 34, 35, 36 en 37 zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van het eigendomsvoorbehoud.".

Art. 9.In de Nederlandse versie van artikel 33 van dezelfde wet worden in artikel 27 "Authentificatie" de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de titel van artikel 27 wordt het woord "Authentificatie" vervangen door het woord "Authenticatie"; b) het eerste lid wordt vervangen als volgt : "Elke registratie, raadpleging, wijziging, vernieuwing, rangafstand of overdracht van een pand of verwijdering van geregistreerde panden vereist de authenticatie van de gebruiker van het pandregister."; c) in het tweede lid wordt het woord "authentificatie" vervangen door "authenticatie".

Art. 10.In artikel 34 van dezelfde wet worden in het eerste lid van artikel 28 "Kosten", de woorden "hernieuwing en verwijdering van gegevens" vervangen door de woorden "vernieuwing en verwijdering van gegevens, en de rangafstand of overdracht van een pand".

Art. 11.In artikel 35 van dezelfde wet worden in artikel 29 "Registratie" volgende wijzigingen aangebracht : a) het huidige artikel 29 wordt paragraaf 1;b) in het tweede lid wordt het woord "invoering" vervangen door het woord "registratie";c) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2.De verkoper is krachtens de overeenkomst waarin het beding van eigendomsvoorbehoud is opgenomen, gerechtigd dit eigendomsvoorbehoud te registeren door invoering in het pandregister van de in artikel 30 bedoelde gegevens zoals die in het in artikel 69 bedoelde geschrift voorkomen, conform de nadere regels die de Koning bepaalt na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De verkoper is aansprakelijk voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens.

De verkoper brengt de koper schriftelijk op de hoogte van de registratie.".

Art. 12.In artikel 36 van dezelfde wet wordt artikel 30 "Te vermelden gegevens", vervangen als volgt : "

Art. 30.Te vermelden gegevens § 1. De registratie van het pandrecht vermeldt de volgende gegevens : 1° de identiteit van de pandhouder of van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3 : a) indien het een natuurlijk persoon betreft, zijn naam, zijn eerste voornaam of de eerste twee voornamen, het land, de postcode en de gemeente van zijn hoofdverblijfplaats en, wanneer hij er een heeft, zijn ondernemingsnummer;bij gebreke van een ondernemingsnummer zijn rijksregisternummer, indien de gebruiker gemachtigd is dit nummer te gebruiken in het kader van dit hoofdstuk, en zijn geboortedatum; b) indien het een rechtspersoon betreft, zijn naam, rechtsvorm, land, postcode en gemeente van zijn maatschappelijke zetel en, wanneer hij er een heeft, zijn ondernemingsnummer;2° de identiteit van de pandgever : de gegevens opgesomd in de bepaling onder 1°, a) of b), naargelang het geval;3° in voorkomend geval, de identiteit van de lasthebber van de pandhouder of van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3 : de gegevens opgesomd in de bepaling onder 1°, a) of b), naargelang het geval;4° de aanwijzing van de door het pandrecht bezwaarde goederen waarvoor registratie plaatsvindt;5° de aanwijzing van de gewaarborgde schuldvorderingen waarvoor registratie plaatsvindt;6° het maximale bedrag ten belope waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn en waarvoor registratie plaatsvindt;7° de verklaring van de pandhouder, de vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3 of hun lasthebber dat de pandhouder of vertegenwoordiger aansprakelijk is voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens. § 2. De registratie van het eigendomsvoorbehoud vermeldt de volgende gegevens : 1° de identiteit van de verkoper : de gegevens opgesomd in § 1, 1°, a) of b), naargelang het geval;2° de identiteit van de koper : de gegevens opgesomd in § 1, 1°, a) of b), naargelang het geval;3° in voorkomend geval de identiteit van de lasthebber van de verkoper : de gegevens opgesomd in § 1, 1°, a) of b), naargelang het geval;4° de aanwijzing van de verkochte goederen waarvoor registratie plaatsvindt;5° de aanwijzing van de onbetaalde koopprijs waarvoor registratie plaatsvindt; 6° de verklaring van de verkoper of van diens lasthebber dat de verkoper aansprakelijk is voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens."

Art. 13.In artikel 37 van dezelfde wet wordt artikel 31 "Raadplegen", vervangen als volgt : "

Art. 31.Raadplegen § 1. Met betrekking tot een geregistreerd pand kunnen de volgende gegevens worden geraadpleegd : 1° het registratienummer;2° de identiteit van de pandhouder of de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3;3° de identiteit van de pandgever;4° in voorkomend geval, de identiteit van de lasthebber van de pandhouder of van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3;5° de aanwijzing van de door het pandrecht bezwaarde goederen waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;6° de aanwijzing van de gewaarborgde schuldvorderingen waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;7° het maximale bedrag ten belope waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;8° de verklaring van de pandhouder, de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3 of hun lasthebber dat de pandhouder of vertegenwoordiger aansprakelijk is voor iedere schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens;9° de datum van registratie. § 2. Met betrekking tot een geregistreerd eigendomsvoorbehoud kunnen de volgende gegevens worden geraadpleegd : 1° het registratienummer;2° de identiteit van de verkoper;3° de identiteit van de koper;4° in voorkomend geval, de identiteit van de lasthebber van de verkoper;5° de aanwijzing van de verkochte goederen waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;6° de aanwijzing van de onbetaalde koopprijs waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;7° de verklaring van de verkoper of diens lasthebber dat de verkoper aansprakelijk is voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens; 8° de datum van de registratie."

Art. 14.In artikel 38 van dezelfde wet wordt in het tweede lid van artikel 32 "Wijziging", het woord "invoering" vervangen door het woord "registratie".

Art. 15.In artikel 39 van dezelfde wet wordt in artikel 33 "Onjuiste gegevens" het tweede lid opgeheven.

Art. 16.In artikel 40 van dezelfde wet wordt artikel 34 "Toegang tot het register", vervangen als volgt : "

Art. 34.Toegang tot het register "Eenieder heeft toegang tot het pandregister volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.".

Art. 17.In artikel 41 van dezelfde wet worden in artikel 35 "Termijn", de volgende wijzigingen aangebracht : a) de titel van artikel 35 wordt vervangen als volgt : "Termijn en vernieuwing" b) in het derde lid wordt het woord "invoering" vervangen door het woord "registratie";c) in het derde lid en in het laatste lid van de Nederlandse versie wordt het woord "hernieuwing" vervangen door het woord "vernieuwing";d) tussen het derde en het vierde lid worden leden ingevoegd, luidende : "Deze vernieuwing kan geheel of gedeeltelijk zijn, en kan in voorkomend geval gepaard gaan met een vermindering van het maximaal gewaarborgd bedrag en/of van de omvang van de in pand gegeven goederen. De vernieuwing vermeldt het registratienummer van de te vernieuwen registratie.

De weergave van een vernieuwde registratie vermeldt eveneens de datum van de oorspronkelijke registratie.".

Art. 18.In artikel 42 van dezelfde wet wordt artikel 36 "Verwijdering van de registratie", vervangen als volgt : "

Art. 36.Gehele of gedeeltelijke verwijdering van de registratie § 1. De pandhouder moet in geval van betaling van de gewaarborgde schuld ervoor zorgen dat de registratie van het pandrecht wordt verwijderd.

Zo de pandhouder in gebreke blijft tot deze verwijdering over te gaan, kan de verwijdering in rechte worden gevorderd, onverminderd eventuele schadevergoeding. § 2. De pandhouder kan de registratie van het pandrecht gedeeltelijk verwijderen, dit zowel door de vermindering van het geregistreerde maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn als door verwijdering van een deel van de goederen waarop het pandrecht slaat en waarvoor registratie werd genomen.

In geval van een gedeeltelijke verwijdering geeft het register bij raadpleging zowel de oorspronkelijke registratie als deze houdende de gedeeltelijke verwijdering weer.".

Art. 19.In artikel 43 van dezelfde wet worden in artikel 37 "Overdracht van schuldvordering", de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid wordt het woord "invoering" vervangen door het woord "registratie"; b) het tweede lid wordt aangevuld als volgt : "De identiteit van de overnemer wordt eveneens bij raadpleging weergegeven.".

Art. 20.In artikel 44 van dezelfde wet wordt artikel 38 "Rangafstand", aangevuld met twee leden, luidende : "De registratie van de rangafstand gebeurt door diegene die zijn rang afstaat of zijn vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3 of hun lasthebber.

De raadpleging van het pandregister met betrekking tot een geregistreerd pandrecht vermeldt in voorkomend geval een geregistreerde rangafstand.".

Art. 21.In artikel 47 van dezelfde wet worden in lid 2 van artikel 40 "Bewijs", de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 22.In artikel 54 van dezelfde wet worden in het eerste lid van artikel 46 "Pandgever consument", de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 23.In artikel 55 van dezelfde wet worden in het eerste lid van artikel 47 "Pandgever niet-consument", de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 24.In artikel 64 van dezelfde wet worden in artikel 56 "Rechterlijke controle a posteriori", de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "een termijn van een jaar" vervangen door de woorden "een termijn van een maand"; 2° tussen het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : "De belanghebbenden aan wie geen kennis wordt gegeven in de zin van het tweede lid, stellen hun vordering uiterlijk in binnen een termijn van drie maanden vanaf het einde van de uitwinning.".

Art. 25.In artikel 66 van dezelfde wet wordt het eerste lid van artikel 57 "Anterioriteitsregel", vervangen als volgt : "Het pandrecht heeft voorrang op alle jongere rechten op de verpande goederen, onverminderd de artikelen 21 tot 26 van Titel XVIII van Boek III van dit Wetboek.".

Art. 26.In artikel 70 van dezelfde wet worden de woorden "tegenwerpelijkheid door buitenbezitstelling van schuldvordering" vervangen door de woorden "Pandrecht op schuldvorderingen".

Art. 27.In artikel 72 van dezelfde wet worden in het tweede lid van artikel 61 "Bewijs", de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 28.In artikel 73 van dezelfde wet worden in artikel 62 "Fiduciaire overdracht tot zekerheid", de woorden "op de overgedragen schuldvordering" vervangen door de woorden "op de overgedragen schuldvordering en zulks ongeacht of deze overdracht beantwoordt aan het bepaalde in artikel 61, behoudens wanneer de overdrager een consument is in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek economisch recht".

Art. 29.In artikel 81 van dezelfde wet worden in het tweede lid van artikel 69 "Geschrift", de woorden "in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht".

Art. 30.In artikel 82 van dezelfde wet, worden in artikel 70 "Zakelijke subrogatie, verwerking en vermenging." de woorden "en 20" vervangen door de woorden ", 20 en 23, lid 1.".

Art. 31.Artikel 97 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 32.Artikel 98 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 33.Artikel 99 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 34.Artikel 107 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 107.§ 1. De schuldeiser die vóór de inwerkingtreding van deze wet een pandrecht heeft ingeschreven overeenkomstig de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur, behoudt zijn rang indien hij binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze wet een pandrecht op de bezwaarde goederen heeft geregistreerd.

Inschrijvingen die niet of nog niet overeenkomstig het eerste lid werden geregistreerd in het pandregister, kunnen nog worden doorgehaald overeenkomstig artikel 4bis van voormelde wet. § 2. De schuldeiser die vóór de inwerkingtreding van deze wet een voorrecht heeft ingeschreven overeenkomstig de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen, behoudt zijn rang indien hij binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze wet een pandrecht op de bezwaarde goederen heeft geregistreerd.

Inschrijvingen die niet of nog niet overeenkomstig het eerste lid werden geregistreerd in het pandregister, kunnen nog worden doorgehaald overeenkomstig de artikelen 19 tot 22 van de geciteerde wet. § 3. Bij de registratie in het pandregister in de in paragrafen 1, eerste lid, en 2, eerste lid, bedoelde gevallen, dienen naast de in artikel 30 vermelde gegevens eveneens de datum en referte van de bestaande inschrijving te worden vermeld. Zo de bestaande inschrijving een vernieuwing betreft, dienen eveneens de datum en referte van de oorspronkelijke inschrijving te worden vermeld.

Deze registratie geldt, in afwijking van artikel 35, enkel voor de resterende termijn van de lopende tien jaar waarvoor de inschrijving van de inpandgeving van de handelszaak of het landbouwvoorrecht geldt.

Deze registratie is kosteloos. § 4. De schuldeisers die vóór de inwerkingtreding van deze wet houder zijn geworden van een warrant of ceel als bedoeld in de wet van 18 november 1862 houdende invoering van het warrantstelsel, behouden hun rechten na de inwerkingtreding van deze wet. § 5. Een volmacht tot het vestigen van een pandrecht krachtens de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur of van een landbouwvoorrecht krachtens de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen strekt ook tot het sluiten van een pandovereenkomst krachtens deze wet binnen de grenzen van de volmacht. § 6. De schuldeisers die vóór de inwerkingtreding van deze wet houder zijn geworden van een pandrecht op onlichamelijke goederen andere dan schuldvorderingen, behouden hun rechten na de inwerkingtreding van deze wet.".

Art. 35.In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 107/1 ingevoegd, luidende : "Art.107/1. Tot en met de laatste dag van de twaalfde maand na de inwerkingtreding van deze wet is de hypotheekbewaarder verplicht om aan elke verzoeker afschrift te leveren van de bestaande inschrijvingen van een pandakte overeenkomstig de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur, ten laste van de in het verzoekschrift aangewezen personen, of een getuigschrift vaststellend dat er geen inschrijvingen bestaan.

Tot en met de laatste dag van de twaalfde maand na de inwerkingtreding van deze wet is de ontvanger van de registratie verplicht om aan elke verzoeker afschrift te leveren van de bestaande inschrijvingen van een voorrecht overeenkomstig de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen, ten laste van de in het verzoekschrift aangewezen personen, of een getuigschrift vaststellend dat er geen inschrijvingen bestaan. De artikelen 22 en 23 van deze wet van 15 april 1884 blijven tijdens deze periode van kracht.".

Art. 36.In artikel 109, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 november 2014, worden de woorden "1 januari 2017" vervangen door de woorden "1 januari 2018". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten

Art. 37.In artikel 3 van de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2010 en bij de wet van 26 september 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 10°, eerste streepje, worden de woorden "de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen", en worden de woorden "in artikel 2, § 1, 1° van dezelfde wet" vervangen door de woorden "in artikel 2, 1° van dezelfde wet";b) in de bepaling onder 10°, tweede streepje, worden de woorden "in de zin van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet" vervangen door de woorden "in de zin van boek VII, titel 4, hoofdstuk 2 van het Wetboek van economisch recht"; c) in de bepaling onder 10°, derde streepje, worden de woorden "in artikel 1, 4°, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet" vervangen door de woorden "in artikel I.9, 39° van het Wetboek van economisch recht"; d) in de bepaling onder 11°, a) worden de woorden "in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door "in de zin van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen";e) in de bepaling onder 11°, d), worden de woorden "in de zin van Deel III van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "in de zin van Deel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen";f) in de bepaling onder 11°, e) worden de woorden "in de zin van Deel II van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "in de zin van Deel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen";g) in de bepaling onder 12°, a) worden de woorden "in de zin van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet" vervangen door de woorden "in de zin van boek VII, titel 4, hoofdstuk 2 van het Wetboek van economisch recht";h) in de bepaling onder 12°, b) worden de woorden "in de zin van de wet van 12 juni 1991" vervangen door de woorden "in de zin van boek VII, titel 4, hoofdstuk 1 van het Wetboek van economisch recht".

Art. 38.In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 september 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt : "De inbezitstelling van op rekening geboekte financiële instrumenten kan inzonderheid worden gerealiseerd door de creditering van die instrumenten op een speciale rekening geopend op naam van de zekerheidsverschaffer of van de begunstigde van de zekerheid of van een derde die de zekerheid houdt voor rekening van de begunstigde.Het feit dat de als zekerheid verschafte activa in de boeken van een bemiddelaar worden ingeschreven verhindert die bemiddelaar niet om, met betrekking tot die activa, te handelen als een partij. Wanneer de financiële instrumenten zijn gecrediteerd op een speciale rekening op naam van de begunstigde of van een derde die optreedt voor diens rekening, wordt aan de vereiste van bezit of controle geen afbreuk gedaan indien tot nader bericht van de begunstigde of de derde die voor zijn rekening optreedt de zekerheidsverschaffer nog beschikkingsrechten heeft die in de zakelijke-zekerheidsovereenkomst nader zijn bepaald."; b) in paragraaf 1 wordt tussen het derde lid en het vierde lid een lid ingevoegd luidende : "Voor financiële instrumenten die niet de vorm aannemen van waardepapieren of effecten, gelden dezelfde vereisten als voor bankvorderingen."; c) in paragraaf 4 worden de woorden ",van artikel 57bis, § 1, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" opgeheven.

Art. 39.In artikel 4/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 september 2011 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 51, § 1 van de wet betreffende hypothecair krediet" vervangen door de woorden "artikel 81quater van de Hypotheekwet van 16 december 1851"; b) in paragraaf 2 worden de woorden "artikel 27 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet" vervangen door de woorden "artikel VII.104 van het Wetboek van economisch recht" en worden de woorden "artikel 74 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "artikel VI.83 van het Wetboek van economisch recht".

Art. 40.In artikel 5 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De vertegenwoordiger kan alle rechten en prerogatieven uitoefenen die normaliter toekomen aan de begunstigden voor wier rekening hij optreedt. Deze rechten maken deel uit van het vermogen van de begunstigden."

Art. 41.Artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 september 2011, wordt vervangen als volgt : " § 1. Behoudens de uitzonderingen uitdrukkelijk bepaald in §§ 2 tot 4 zijn artikel 1328 en boek III, titel XVII, van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing op enig pand op financiële instrumenten, contanten en bankvorderingen. § 2. De volgende artikelen van boek III, titel XVII, van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op een pand als bedoeld in artikel 4 : artikelen 1, 5, 6, 8, 9, 10 eerste lid, 11 eerste en derde lid, 13, 23 eerste en derde lid, 57 eerste lid, 60 tweede en derde lid, 63, 64, 65, 66 en 67. § 3. Financiële instrumenten, bankvorderingen of contanten die krachtens de wet of hun aard niet overdraagbaar zijn, kunnen evenmin in pand worden gegeven. § 4. Een pandrecht op financiële instrumenten, bankvorderingen of contanten komt tot stand door de overeenkomst tussen pandgever en pandhouder en is aan derden tegenwerpelijk wanneer de toepasselijke vereisten waarin artikel 4, § 1, voorziet, zijn voldaan. § 5. Op de marge-opvragingen en op de gelijkwaardige financiële instrumenten, contanten of bankvorderingen die, tijdens de duur van de overeenkomst, in de plaats worden gesteld van de activa die het oorspronkelijke pand vormen, is dezelfde regeling van toepassing als op de laatstgenoemde activa. In geval van bankvorderingen, doet het recht van de pandgever op het innen van de opbrengst geen afbreuk aan de ten gunste van de begunstigde gestelde zekerheid.".

Art. 42.In artikel 10, § 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "conform artikel 2075, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "conform artikel 60, tweede lid, van boek III, titel XVII, van het Burgerlijk Wetboek".

Art. 43.In artikel 11, § 1 van dezelfde wet wordt het woord "Voorzover" vervangen door de woorden "Voor zover".

Art. 44.In artikel 12, § 1 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 26 september 2011, worden de woorden "Artikel 1328 en de bepalingen van boek III, titel XVII van het Burgerlijk Wetboek evenals de bepalingen van boek I, titel VI van het Wetboek van koophandel" vervangen door de woorden "Artikel 1328, de bepalingen van boek III, titel XVII van het Burgerlijk Wetboek evenals de bepalingen van artikel 7 tot en met 10 van deze wet".

Art. 45.In artikel 13 van dezelfde wet worden de woorden "boek I, titel VI, van het Wetboek van koophandel" vervangen door de woorden "de artikelen 7 tot en met 10 van deze wet".

Art. 46.In artikel 15, § 2 worden de woorden "en op de in de artikelen 7, § 2, 12, § 1, tweede lid, 13, § 1, tweede en derde lid, en 16 bedoelde marge-opvragingen of vervangingen" vervangen door de woorden "en op de in de artikelen 7, § 5, 12, § 1, tweede lid, 13, § 1, tweede en derde lid, en 16 bedoelde marge-opvragingen of vervangingen". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector

Art. 47.In artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 5°, b) worden de woorden "overeenkomstig artikel 108 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 108 van de wet van 3 augustus 2012";b) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : "6° "de wet van 25 april 2014" : de wet van 25 april 2014 op het statuut en het toezicht op kredietinstellingen";c) tussen de bepaling onder 6° en de bepaling onder 7° worden de bepalingen onder 6° /1 en 6° /2 ingevoegd, luidende : "6° /1 "de wet van 3 augustus 2012" : de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;6° /2 "de wet van 11 juli 2013" : de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft;en".

Art. 48.In artikel 4 van dezelfde wet worden de woorden "in de zin van artikel 50 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet" vervangen door de woorden "in de zin van artikel 81ter van de Hypotheekwet van 16 december 1851".

Art. 49.In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "Onverminderd artikelen 51 tot 53 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet" vervangen door de woorden "Onverminderd de artikelen 81ter tot 81undecies van de Hypotheekwet van 16 december 1851".

Art. 50.In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 worden de woorden "aan de in artikel 3, § 2, van de wet van 22 maart 1993 vermelde diensten" vervangen door de woorden "aan de in artikel 4 van de wet van 25 april 2014 vermelde diensten"; b) in paragraaf 4, 2° worden de woorden "artikel 27 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet" vervangen door de woorden "artikel VII.104 van het Wetboek van economisch recht".

Art. 51.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Onverminderd artikel 271/8, eerste lid, van de wet van 3 augustus 2012, wanneer een bankvordering wordt overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, zijn artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek, VII.103 van het Wetboek van economisch recht, artikel 8 van boek II, titel I, hoofdstuk II van het Wetboek van koophandel en artikel 23, tweede lid van boek III, titel XVII, afdeling 1, van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing op deze overdracht. Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering ten gunste van of door een dergelijke instelling."; b) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.Onverminderd artikel 271/8, tweede lid, van de wet van 3 augustus 2012, wanneer een bankvordering wordt overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, verwerft de overnemer, door de loutere naleving van de voorschriften van boek III, titel VI, hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek, alle rechten die het gevolg zijn van de verzekeringsovereenkomsten waarover de overdrager beschikt als waarborg voor of in verband met de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van dezelfde rechten ten gunste van of door een dergelijke instelling of bijzonder vermogen geschiedt door de loutere naleving van de bepalingen in artikel 7 van de wet betreffende financiële zekerheden."; c) in de derde paragraaf, eerste lid, wordt de tweede zin opgeheven;d) het artikel wordt aangevuld met een vierde en vijfde paragraaf, luidende : " § 4.De bepalingen van artikel 5 en artikel 3 § 3 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot pandrechten die geregistreerd zijn of waarvan registratie wordt beoogd overeenkomstig boek III, titel XVII, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek en de termen inschrijving of ingeschreven verwijzen naar de in die afdeling bepaalde registratie. § 5. Wanneer een of meer gewaarborgde schuldvorderingen voor de registratie zijn overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, kan een pand of voorrecht dat geregistreerd wordt overeenkomstig artikel 107 eerste of derde lid van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot de opheffing van diverse bepalingen, naar keuze geregistreerd worden alleen op naam van de overdrager, op naam van de overdrager en de overnemer, of alleen op naam van de overnemer. Ongeacht de keuze van de registratiewijze geniet de overnemer krachtens het pand rechten ten belope van de schuldvordering(en) die aan hem zijn overgedragen en hij kan deze rechten uitoefenen ten aanzien van degene die het pand verleent en ten aanzien van derden.".

Art. 52.In artikel 8, § 2 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 64/20, § 2, van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014".

Art. 53.In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 worden de woorden "overeenkomstig artikel 64/20, § 2, van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014";b) in paragraaf 3 worden de woorden "overeenkomstig de bepalingen van artikel 64/20, § 2, van de wet van 22 maart 1993 en de betrokken uitvoeringsbesluiten, genomen op grond van artikel 64/20, § 3, van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014 en de betrokken uitvoeringsbesluiten, genomen op grond van artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Art. 54.In artikel 29 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de woorden "hetzij in de registers van de hypotheekbewaarders, hetzij in de registers voor de inschrijvingen van het landbouwvoorrecht" vervangen door de woorden "in de registers van de hypotheekbewaarders".

Art. 55.In het opschrift van Titel I, Hoofdstuk IV, Afdeling VI, van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", inpandgevingen van een handelszaak en vestigingen van een landbouwvoorrecht" opgeheven.

Art. 56.Artikel 88 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt : "

Art. 88.De vestigingen van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is, worden aan een recht van 0,50 pct. onderworpen.".

Art. 57.In artikel 89 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 december 1958, worden de woorden ", het pand of het voorrecht gevestigd zijn" vervangen door de woorden "gevestigd is".

Art. 58.In artikel 91 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2004, worden de woorden ", door de verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht" opgeheven.

Art. 59.In artikel 921 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 december 1958 en vernummerd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, worden de woorden ", inpandgeving van een handelszaak of vestiging van een landbouwvoorrecht" opgeheven.

Art. 60.In artikel 92² van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en vervangen bij de wet van 27 december 2004, wordt het woord "of" ingevoegd vóór de woorden "van een hypotheek op een schip" en worden de woorden ", van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht" opgeheven.

Art. 61.In artikel 93 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, worden de woorden ", het pand of het landbouwvoorrecht" opgeheven. HOOFDSTUK 6. - Andere wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingen aan de Hypotheekwet

Art. 62.In artikel 20, 5°, derde lid, van de Hypotheekwet, wordt tussen de woorden "gebruikt in" en het woord "nijverheids", het woord "landbouw-," ingevoegd.

Art. 63.In artikel 81quater, § 1, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "in de zin van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" vervangen door de woorden ", een kredietinstelling die onder een andere lidstaat ressorteert of een bijkantoor van een kredietinstelling die ressorteert onder een derde land in de zin van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen". Afdeling 2. - Wijzigingen aan het gecoördineerd koninklijk besluit nr.

62 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten

Art. 64.Artikel 7, § 1, eerste lid, van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, wordt vervangen als volgt : "Een pand op vervangbare financiële instrumenten wordt gevestigd overeenkomstig de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. De in pand gegeven financiële instrumenten worden geïdentificeerd volgens hun aard zonder opgave van nummer.". Afdeling 3. - Wijzigingen aan de wet van 2 januari 1991 betreffende de

markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium

Art. 65.In artikel 7 van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, gewijzigd door de wet van 15 december 2004, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : "Een pand op gedematerialiseerde effecten wordt gevestigd overeenkomstig de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten.". Afdeling 4. - Wijzigingen aan het Wetboek van vennootschappen

Art. 66.Artikel 470, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen wordt vervangen als volgt : "Een pand op gedematerialiseerde effecten wordt gevestigd overeenkomstig de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten." Afdeling 5. - Wijzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende

de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen

Art. 67.In artikel 271/8, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid wordt de eerste zin die begint met de woorden "In geval een schuldvordering wordt overgedragen" en eindigt met de woorden "niet van toepassing op deze overdracht" vervangen als volgt : "In geval een schuldvordering wordt overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, zijn de artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek en VII.103 van het Wetboek van economisch recht, artikel 8 van boek II, titel I, hoofdstuk II, van het Wetboek van koophandel en artikel 23, tweede lid van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft, niet van toepassing op deze overdracht"; b) in het tweede lid worden de woorden "de voorschriften van boek III, titel XVII van het Burgerlijk Wetboek of boek I, titel VI, van het Wetboek van koophandel" vervangen door de woorden "de bepalingen van artikel 7 van de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden". Afdeling 6. - Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende de

alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders

Art. 68.Artikel 513 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders wordt opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Overgangsbepaling

Art. 69.Het recht van 0,50 pct., geheven overeenkomstig artikel 88 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten vóór de inwerkingtreding van artikel 56 van deze wet, wordt in mindering gebracht op het krachtens artikel 87 van hetzelfde Wetboek verschuldigde recht, wanneer later een hypotheek wordt gevestigd tot zekerheid van dezelfde schuld. HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding

Art. 70.Deze wet treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake, met uitzondering van de artikelen 31 tot 33 en artikel 68, die in werking treden op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 25 december 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financïen, J. VAN OVERTVELDT Met `s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken 54-2138.

Integraal Verslag : 15 december 2016.


begin


Publicatie : 2016-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^