Wet van 25 december 2017
gepubliceerd op 29 december 2017
66 jours pour sauver la justice / 66 dagen om justitie te redden

Wet houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2017014395
pub.
29/12/2017
prom.
25/12/2017
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017014395

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU


25 DECEMBER 2017. - Wet houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Afdeling 1. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 26 januari

2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten

Art. 2.Het koninklijk besluit van 26 januari 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/01/2016 pub. 08/02/2016 numac 2016024027 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten wordt bekrachtigd met ingang van 18 februari 2016. Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 28 augustus 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/08/1991 pub. 06/07/2011 numac 2011000415 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde Officieuze coördinatie in het Duits sluiten

op de uitoefening van de diergeneeskunde

Art. 3.Artikel 1 van de wet van 28 augustus 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/08/1991 pub. 06/07/2011 numac 2011000415 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de uitoefening van de diergeneeskunde, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004 en 19 maart 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. De Koning kan de bijzondere voorwaarden bepalen voor de erkenning van beroepskwalificaties en het vrij verrichten van diensten van dierenartsen die hun diploma of beroepstitel geheel of gedeeltelijk hebben behaald in een universiteit of vergelijkbare onderwijsinstelling van een andere lidstaat van de Europese Unie dan België.

Hij kan hierbij eveneens de regels vaststellen die van toepassing zijn voor enerzijds de tijdelijke en incidentele grensoverschrijdende verrichting van diensten, en anderzijds voor vestiging in België, alsook de criteria nader preciseren op basis waarvan, bij een verplaatsing van de dienstverrichter naar het Belgische grondgebied, tussen deze twee concepten een onderscheid wordt gemaakt.

De Koning kan tevens de nadere regels bepalen met betrekking tot de toegang tot het beroep van dierenarts door onderdanen van derde landen met een niet in de Europese Unie behaalde beroepstitel.". Afdeling 3. - Verplichte bijdragen voor het Begrotingsfonds voor de

Gezondheid en de Kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten - sector varkens

Art. 4.Artikel 24 van de programmawet (I) van 29 maart 2012, gewijzigd bij de wetten van 20 december 2016 et 7 april 2017, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende : "8° In afwijking van de bepaling onder 6° worden de verplichte bijdragen aan het Fonds bedoeld in artikel 5, 1°, van de wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, opgelegd aan de verantwoordelijken van bedrijven waar varkens worden gehouden, voor de periode vanaf 1 januari 2017 tot 31 december 2017 verminderd met 50 % en vervangen als volgt : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,20 euro of 0,10 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,10 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd.

Indien de afvoer van biggen steeds plaatsvindt naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming, waar ze gehouden worden tot de slachting geschiedt, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,10 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,10 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,64 euro of 0,15 euro per mestvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,10 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,15 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 3,10 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,10 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden.".

Art. 5.Artikel 4 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017. Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 24 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0

betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de productie van dieren, vastgesteld voor de sector pluimvee

Art. 6.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de productie van dieren, vastgesteld voor de sector pluimvee, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021119 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt vervangen als volgt : "

Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities van : - het artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 juni 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/06/2013 pub. 15/07/2013 numac 2013018310 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimv sluiten tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juni 2014, met uitzondering van de in het tweede lid, 32°, bedoelde definitie; - het koninklijk besluit van 10 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2014 pub. 08/07/2014 numac 2014018225 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren sluiten betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verder verstaan onder : 1° slachthuis : elke inrichting waar pluimvee wordt geslacht overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1965 pub. 12/12/2011 numac 2011000765 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toepassing van de sociale- zekerheidswetgeving voor werknemers op sommige categorieën van personen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de keuring van de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;2° verantwoordelijke : de eigenaar of de houder, die gewoonlijk over het pluimvee een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent, of, voor ondernemingen waar geen pluimvee wordt gehouden, de verantwoordelijke van die onderneming;3° consumptie-eieren : eieren van pluimvee, in de schaal en geschikt voor consumptie in ongewijzigde staat of voor het gebruik door de levensmiddelenindustrie;4° eiproducten : consumptie-eieren ontdaan van de schaal, eigeel en ovalbumine;5° het FAVV : het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen, opgericht bij de wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten;6° officiële dierenarts : dierenarts van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;7° het Fonds : het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten;8° loopvogels (ratites) : de soorten struisvogel (Struthio camelus), emoe (Dromaius novaehollandiae), nandoe (Rhea americana) en casuaris (Casuarius); 9° het aanslagbiljet : document waardoor de bijdrageplichtige in kennis gesteld wordt van het door hem te betalen bedrag, vastgesteld in het kader van dit besluit.".

Art. 7.In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 5 oktober 2001, 22 december 2008 en 15 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt : "4° de door het FAVV toegelaten handelaars in pluimvee betalen een jaarlijkse bijdrage van 131,00 euro;"; b) in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt : "7° de verantwoordelijken van de door het FAVV toegelaten selectiebedrijven, vermeerderingsbedrijven en opfokbedrijven voor fokpluimvee betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 300,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van minder dan 2 500 dieren, - 395,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 2 500 tot en met 4 999 dieren, - 469,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 7 499 dieren, - 576,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 7 500 tot en met 9 999 dieren, - 720,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 12 499 dieren, - 864,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 12 500 tot en met 14 999 dieren, - 1008,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 17 499 dieren, - 1 115,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 17 500 tot en met 19 999 dieren, - 1 296,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 1 584,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 1 872,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 2 333,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 3 240,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 74 999 dieren, - 4 536,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 75 000 tot en met 99 999 dieren, - 5 184,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;"; c) in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 9° en 10° vervangen als volgt : "9° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 150,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 177,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 243,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 308,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 375,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 440,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 538,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 669,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 801,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 932,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 1 063,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 1 194,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 1 325,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 1 733,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 2 426,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 3 119,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 3 812,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 4 158,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren; 10° de verantwoordelijken voor braadkippen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 150,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 191,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 258,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 327,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 394,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 462,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 563,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 698,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 834,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 969,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 1 105,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 1 240,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 1 376,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 1 781,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 2 494,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 3 206,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 3 919,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 4 275 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren;"; d) in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 13° tot 18° vervangen als volgt : "13° de verantwoordelijken voor braadkippen van het ras Mechelse Koekoek, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 369,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 470,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 636,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 804,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 970,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 1 136,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 1 386,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 1 718,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 2 052,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 2 384,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 2 718,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 3 050,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 3 384,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 4 382,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 6 135,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 7 887,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 9 640,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 10 517,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren;14° de verantwoordelijken voor biologische braadkippen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 395,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 503,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 681,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 861,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 1 039,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 1 217,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 1 484,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 1 840,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 2 198,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 2 553,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 2 911,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 3 267,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 3 625,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 4 694,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 6 571,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 8 448,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 10 326,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 11 265,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren;15° de verantwoordelijken voor braadkippen, gehouden tot op een leeftijd van 63 à 80 dagen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 295,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 375,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 508,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 642,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 775,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 907,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 1 107,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 1 372,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 1 639,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 1 904,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 2 171,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 2 436,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 2 703,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 3 500,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 4 900,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 6 300,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 7 700,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 8 400,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren;16° de verantwoordelijken voor braadkippen gehouden tot op de leeftijd van tenminste 81 dagen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 316,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 402,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 544,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 688,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 830,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 972,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 1 186,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 1 470,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 1 756,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 2 040,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 2 326,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 2 610,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 2 896,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 3 750,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 5 249,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 6 749,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 8 249,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 8 999,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren;17° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee met systeem scharrel, voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 167,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 197,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 269,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 342,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 416,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 489,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 598,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 743,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 889,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 1 034,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 1 179,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 1 325,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 1 470,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 1 923,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 2 692,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 3 462,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 4 231,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 4 615,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren; 18° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee met biologische productie, voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 285,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 337,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 461,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 586,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 712,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 836,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 1 023,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 1 272,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 1 521,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 1 770,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 2 019,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 2 268,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 2 517,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 3 292,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 4 608,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 5 925,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 7 242,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 7 900,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren;"; e) paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 21°, luidende : "21° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee met systeem met vrije uitloop, voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van : - 240,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren, - 284,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren, - 388,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren, - 493,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren, - 599,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren, - 704,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren, - 862,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren, - 1 071,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren, - 1 281,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren, - 1 490,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren, - 1 700,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren, - 1 910,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren, - 2 119,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren, - 2 772,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 tot en met 149 999 dieren, - 3 881,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 150 000 tot en met 199 999 dieren, - 4 990,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 000 tot en met 249 999 dieren, - 6 098,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 250 000 tot en met 299 999 dieren, - 6 653,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 300 000 of meer dieren."; f) paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : " § 4.De verplichte bijdragen bedoeld in paragraaf 1, 13° tot 18° en 21°, zijn verschuldigd voor zover de verantwoordelijke van dit pluimvee schriftelijk te kennen geeft één van in deze punten vermelde bijdrage te willen betalen. Bij ontbreken van een aanvraag hiervoor wordt de bijdrage berekend volgens de overeenkomende klasse opgenomen onder de bepalingen onder 1° tot en met 12°. ".

Art. 8.De artikelen 6 en 7 treden in werking op 1 januari 2018. HOOFDSTUK 3. - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Art. 9.In artikel 1bis van het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 2°, opgeheven bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021119 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt hersteld als volgt : "2° de operatoren uit de sector van de plantaardige primaire productie die ten hoogste 50 are aardappelen en hoogstamfruit, ten hoogste 25 are laagstamfruit, of ten hoogste 10 are andere plantaardige producten verbouwen;"; b) in de bepaling onder 3° worden de woorden "die hun activiteit niet uitoefenen ten titel van hoofd- of bijberoep, en" opgeheven; c) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de bepalingen onder h., i. en j., luidende : "h. voor de houders van minder dan vier struisvogels of minder dan zes emoes, nandoes en kasuarissen en voor de houders van minder dan 200 stuks ander pluimvee; i. voor de houders van minder dan 20 fokkonijnen of 100 vleeskonijnen; j. voor de broederijen met een maximale broedcapaciteit van 50 eieren van loopvogels of 199 eieren van andere soorten pluimvee."; d) het artikel 1bis wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : "5° Operatoren die activiteiten uitvoeren bedoeld in bijlage 1, 16°, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/01/2006 pub. 02/03/2006 numac 2005023114 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen type koninklijk besluit prom. 16/01/2006 pub. 12/04/2016 numac 2016000219 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.".

Art. 10.In artikel 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021119 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "die was onderworpen aan een heffing en werd uitgeoefend in de loop van het voorgaande jaar".

Art. 11.Artikel 10/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2012 pub. 31/01/2013 numac 2013009021 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie sluiten, wordt opgeheven.

Art. 12.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008 en 27 december 2012, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende : "In afwijking van de artikelen 3 tot 10/1, ontvangen de operatoren voor het jaar van het begin van de heffingsplichtige activiteit een factuur ten belope van een forfaitair bedrag van 40 EUR indien de inrichting activiteiten uitvoert waarvoor enkel een registratie vereist is en een forfaitair bedrag van 80 EUR indien de inrichting activiteiten uitvoert waarvoor minstens een toelating of erkenning vereist is.".

Art. 13.In hetzelfde besluit worden de bijlagen vervangen door de bijlagen gevoegd bij deze wet. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 24 december 2002

Art. 14.In de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt het opschrift van titel III, hoofdstuk 4, afdeling 2, vervangen als volgt : "Afdeling 2. - Beheer van de Begrotingsfondsen bedoeld in de rubrieken 25-4, 25-5 en 25-6 van de bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen gevoegde tabel.".

Art. 15.In artikel 303 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid, 1°, worden de woorden ", in artikel 82 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 en in artikel 4 van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten" opgeheven; b) in het eerste lid, 3°, worden de woorden "de bestaande fondsen die onder de programma's 54.1, 54.2 en 55.2 van de begroting van het Ministerie van Middenstand en Landbouw vallen" vervangen door de woorden "het bestaande fonds dat onder programma 55.2 van het Ministerie van Middenstand en Landbouw valt"; c) in het eerste lid, 4°, worden de woorden "de rubrieken 31-1, 31-2 en 31-4" vervangen door de woorden "rubriek 25-6"; d) het tweede lid wordt vervangen als volgt : "De Koning bepaalt de nadere regels voor de vergoeding van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen voor het in het eerste lid bedoelde boekhoudkundig beheer.".

Art. 16.In dezelfde wet wordt een artikel 303/1 ingevoegd, luidende : "

Art. 303/1.De minister van Volksgezondheid, de minister van Landbouw en de minister van Leefmilieu kunnen, in onderlinge overeenstemming, een externe onafhankelijke audit laten uitvoeren van het boekhoudkundig beheer van het Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten, het Begrotingsfonds voor de Grondstoffen en het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.".

Art. 17.De artikelen 14 tot 16 treden in werking op 1 januari 2018, met uitzondering van artikel 15, d), dat in werking treedt de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M.C. MARGHEM Met `s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2829 Integraal Verslag : 21 december 2017

Bijlage 1 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen TOELEVERING LANDBOUW HOOFDSTUK 1. - Meststoffen A)

Geproduceerd tonnage/vestigingseenheid

Bedrag/vestigingseenheid

? 500 T

83,04 EUR

501 - 10.000 T

83,04 EUR

? 10.001 T

143,25 EUR + 0,03 EUR /T


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 1, hoofdstuk 1, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25. HOOFDSTUK 2. - Bestrijdingsmiddelen A) 138,90 EUR + 89,70 EUR per erkend of toegelaten product B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 1, hoofdstuk 2, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25. HOOFDSTUK 3. - Diervoeders 1. Producenten van diervoeders A)

Geproduceerd tonnage/vestigingseenheid

Bedrag/vestigingseenheid

? 5.000

137,87 EUR

5.001 - 10.000

275,68 EUR

10.001 - 25.000

1.660,82 EUR

25.001 - 50.000

4.296,51 EUR

50.001 - 75.000

6.358,83 EUR

75.001 - 100.000

8.592,97 EUR

100.001 - 200.000

14.699,17 EUR

> 200.000

18.841,18 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 1, hoofdstuk 3, punt 1, A vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25. 2. Voormengselfabrikanten en producenten van toevoegingmiddelen A)

Geproduceerd tonnage/vestigingseenheid

Bedrag/vestigingseenheid

? 5.000

498,26 EUR

5.001-10.000

3.321,66 EUR

10.001-15.000

6.358,83 EUR

15.001-20.000

8.592,97 EUR

> 20.000

8.592,97 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 1, hoofdstuk 3, punt 2, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25. HOOFDSTUK 4. - Minerale stoffen A)

Geproduceerd tonnage/vestigingseenheid

Bedrag/vestigingseenheid

? 5.000 ton

34,95 EUR

5.001 - 10.000 ton

69,91 EUR

10.001 - 25.000 ton

421,15 EUR

25.001 - 50.000 ton

1.089,46 EUR

50.001 - 75.000 ton

1.612,78 EUR

75.001 - 100.000 ton

2.178,95 EUR

100.001 - 200.000 ton

3.727,29 EUR

> 200.000 ton

4.778,67 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 1, hoofdstuk 4, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 2 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen PRIMAIRE PRODUCTIE A) 198,97 EUR per vestigingseenheid B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 2, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 3 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen VERWERKING A)

Categorie in functie van aantal tewerkgestelde personen

Bedrag/vestigingseenheid

0 tewerkgestelde personen

155,54 EUR

1-4 tewerkgestelde personen

311,07 EUR

5-9 tewerkgestelde personen

955,69 EUR

10-19 tewerkgestelde personen

2.520,39 EUR

20-49 tewerkgestelde personen

5.209,42 EUR

50-99 tewerkgestelde personen

12.648,78 EUR

? 100 tewerkgestelde personen

19.301,08 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 3, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25.

C) De hieronder vermelde activiteiten maken onder meer deel uit van de verwerking : Productie en conservering van vlees, vleeswaren en conserven; verwerking en conservering van vis en vervaardiging van visproducten; de verwerking en conservering van aardappelen; de vervaardiging van groente- en fruitsappen; de verwerking en conservering van groenten en fruit; de verwerking van ruwe oliën en vetten; de raffinage van plantaardige oliën en vetten; de vervaardiging van margarine; de vervaardiging van zuivelproducten; de vervaardiging van consumptie-ijs; de maalderijen; de vervaardiging van zetmeel en zetmeelproducten; de industriële vervaardiging van brood en vers banketbakkerswerk; de vervaardiging van beschuit en koekjes met het oog op het leveren aan andere operatoren; de vervaardiging van suiker; de vervaardiging van chocolade en suikerwerk; de vervaardiging van deegwaren; de vervaardiging van koffie en thee; de vervaardiging van specerijen, kruiderijen en sauzen; de vervaardiging van gehomogeniseerde voedingspreparaten en dieetvoeding; de vervaardiging van gedistilleerde alcoholische dranken; de productie van ethanol door gisting; de vervaardiging van wijn; de vervaardiging van cider en andere vruchtenwijnen; de vervaardiging van niet-gedistilleerde gegiste dranken; de brouwerij; de mouterij, de productie van mineraalwater en frisdranken." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 4 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen GROOTHANDEL A)

Categorie in functie van aantal tewerkgestelde personen

Bedrag/vestigingseenheid

0 tewerkgestelde personen

188,63 EUR

1-4 tewerkgestelde personen

377,28 EUR

5-9 tewerkgestelde personen

825,29 EUR

10-19 tewerkgestelde personen

1.650,60 EUR

20-49 tewerkgestelde personen

4.244,40 EUR

50-99 tewerkgestelde personen

11.554,22 EUR

? 100 tewerkgestelde personen

23.580,03 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 4,A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25.

C) De hieronder vermelde activiteiten maken onder meer deel uit van de groothandel : De groothandel in granen, zaden, meststoffen, pesticiden, diervoeders; de groothandel in bloemen en planten; de groothandel in levende dieren; de groothandel in andere producten van dierlijke oorsprong, de groothandel in groenten en fruit; de groothandel in vlees en vleeswaren; de groothandel in zuivelproducten, eieren en spijsoliën; de groothandel in dranken; de groothandel in suiker, chocolade, suikerwerk; de groothandel in koffie, thee, cacao, specerijen; de groothandel in overige voedingsmiddelen en genotsmiddelen; de opslag in koelpakhuizen; de overige opslag, de invoer van verpakkingsmateriaal." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 5 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen KLEINHANDEL De hieronder vermelde activiteiten maken onder meer deel uit van de kleinhandel : Niet-gespecialiseerde kleinhandel in winkels in overwegend voedingsmiddelen; de kleinhandel in groenten en fruit; de kleinhandel in vlees en vleeswaren; de kleinhandel in vis; de kleinhandel in brood, banketbakkerswerk en suikerwerk; de kleinhandel in dranken; de overige kleinhandel in voedingsmiddelen in gespecialiseerde winkels; de vervaardiging van brood en vers banketbakkerswerk voor verkoop ter plaatse aan de eindgebruikers; de markt- en straathandel.

Bijlage 5.a.

Kleinhandel : indien geen enkele activiteit onderworpen wordt aan een toelating of een erkenning : 42,35 EUR per vestigingseenheid.

Bijlage 5.b.

Kleinhandel : indien activiteit onderworpen aan een toelating of een erkenning : A)

Categorie in functie van aantal tewerkgestelde personen

Bedrag/vestigingseenheid

0 tewerkgestelde personen

231,53 EUR

1-4 tewerkgestelde personen

231,53 EUR

5-9 tewerkgestelde personen

450,18 EUR

10-19 tewerkgestelde personen

823,17 EUR

20-49 tewerkgestelde personen

1.629,09 EUR

50-99 tewerkgestelde personen

3.889,60 EUR

? 100 tewerkgestelde personen

7.460,08 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 5, b, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 6 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 6 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen HORECA De hieronder vermelde activiteiten maken onder meer deel uit van de horeca : Cafés, hotels met restauratie, restaurants, frituren, verbruikszalen, grootkeukens, traiteurs waar voedingsmiddelen worden bereid die bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie door de verbruikers en gelijkaardige verenigingen en inrichtingen.

Bijlage 6.a.

Horeca : indien geen enkele activiteit onderworpen aan een toelating of een erkenning : 47,73 EUR per vestigingseenheid.

Bijlage 6.b.

Horeca : indien een activiteit onderworpen is aan een toelating of een erkenning : A)

Categorie in functie van aantal tewerkgestelde personen

Bedrag/vestigingseenheid

0 tewerkgestelde personen

169,72 EUR

1-4 tewerkgestelde personen

169,72 EUR

5-9 tewerkgestelde personen

271,96 EUR

10-19 tewerkgestelde personen

480,53 EUR

20-49 tewerkgestelde personen

885,72 EUR

50-99 tewerkgestelde personen

1.801,70 EUR

? 100 tewerkgestelde personen

3.328,37 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 6,b, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 7 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 7 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen TRANSPORT A)

Aantal zendingen binnen voedselketen

Bedrag/vestigingseenheid

1-10 zendingen

50,98 EUR

11-250 zendingen

50,98 EUR

251-1.000 zendingen

101,97 EUR

1.001-2.500 zendingen

178,44 EUR

> 2.500 zendingen

382,40 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 7, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,25 C) De hieronder vermelde activiteiten maken onder meer deel uit van het transport : Het transport voor rekening van derden van producten." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM

Bijlage 8 bij de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen "Bijlage 8 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen VERVAARDIGING VAN VERPAKKINGSMATERIAAL A)

Categorie in functie van aantal tewerkgestelde personen

Bedrag/vestigingseenheid

0 tewerkgestelde personen

159,88 EUR

1-4 tewerkgestelde personen

319,74 EUR

5-9 tewerkgestelde personen

982,32 EUR

10-19 tewerkgestelde personen

2.590,64 EUR

20-49 tewerkgestelde personen

5.354,61 EUR

50-99 tewerkgestelde personen

13.001,32 EUR

? 100 tewerkgestelde personen

19.839,02 EUR


B) Als de in artikel 11 voor het verkrijgen van een vermindering van de heffing vastgelegde voorwaarden vervuld zijn wordt het bedrag van de in bijlage 8, A, vermelde heffingen vermenigvuldigd met coëfficiënt 0,50 in 2013 en 0,25 vanaf 2014." Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Gegeven te Brussel, 25 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. DUCARME De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM


begin


Publicatie : 2017-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^