Wet van 26 december 2013
gepubliceerd op 31 december 2013
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet houdende diverse bepalingen inzake energie

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2013011662
pub.
31/12/2013
prom.
26/12/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

26 DECEMBER 2013. - Wet houdende diverse bepalingen inzake energie (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de gecoördineerde Grondwet.

Zij voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, alsook van de Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt

Art. 2.In artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 41° worden de woorden « in de eerste plaats » opgeheven;2° de bepaling onder 42° wordt aangevuld met de volgende woorden : « , met uitzondering van de elektrische installaties van de achterliggende afnemers, aangesloten op het tractienet spoor.»; 3° de bepaling onder 43° wordt vervangen als volgt : « 43° « beheerder van een gesloten industrieel net » : natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van een gesloten industrieel net, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net, en die door de bevoegde autoriteiten werd erkend als beheerder van een gesloten industrieel net;»; 4° tussen de bepaling onder 43° en de bepaling onder 44° wordt een bepaling onder 43° bis ingevoegd, luidende : « 43° bis « beheerder van het tractienet spoor » : natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van een tractienet spoor, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net, en die door de minister werd erkend als beheerder van een tractienet spoor;».

Art. 3.In artikel 4, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, worden de woorden « is de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie » vervangen door de woorden « worden de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie, de herziening, de vernieuwing, de verzaking, de overdracht en elke andere wijziging van een individuele vergunning afgeleverd op basis van deze wet » .

Art. 4.In artikel 8, § 1bis, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt opgeheven;2° het vijfde lid wordt opgeheven.

Art. 5.In artikel 10 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 25 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2ter, achtste lid, wordt de bepaling onder b) vervangen door hetgeen volgt : « b) de commissie beslist, op basis van de door de netbeheerder aangebrachte verbeteringen, de lopende certificeringsprocedure op te heffen.»; 2° in paragraaf 2ter wordt tussen het achtste en het negende lid een lid ingevoegd luidende : « Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.». 3° in paragraaf 2quater, derde lid, wordt het woord « transactie » tussen de woorden « van elke » en de woorden « die tot gevolg » vervangen door het woord « omstandigheid » en worden de woorden « Een dergelijke transactie kan » vervangen door de woorden « Dergelijke omstandigheden kunnen » en worden de woorden « sluiting van de transactie » vervangen door de woorden « het voortbestaan van deze omstandigheden ».4° in paragraaf 2quater, vierde lid, worden de woorden « of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid » ingevoegd tussen de woorden « ontwerp van transactie » en de woorden « doet de certificeringsprocedure ».

Art. 6.Artikel 12bis, § 5, 8°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, wordt vervangen als volgt : « De verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat is aangesloten door de distributienetbeheerder. In geval van fusie van distributienetbeheerders, kunnen verschillende tarieven verder worden toegepast in elke geografische zone die is aangesloten door de voormalige distributienetbeheerders, om de door de fusie beoogde rationalisering mogelijk te maken. ».

Art. 7.In artikel 18bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Elke natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is of elke natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over een gebruiksrecht op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net zoals bepaald bij artikel 2, 41°, en waarbinnen distributie van elektriciteit plaatsvindt op een nominale spanning hoger dan 70 kV, moet dit net melden aan de Algemene Directie Energie minstens 2 maanden voorafgaand aan de ingebruikname of binnen een termijn van zes maanden volgend op de bekendmaking van de wet van ... houdende diverse bepalingen inzake energie.

Deze aanmelding gebeurt in viervoud en bevat onder meer : 1° de argumentatie dat het net voldoet aan de definitie van gesloten industrieel net volgens artikel 2, 41° ;2° een functioneel schema van het gesloten industrieel net;3° een verklaring van conformiteit met het technisch reglement voor wat betreft het deel van het gesloten industrieel net dat uitgebaat wordt op nominale spanning hoger dan 70 kV;4° de aanduiding van de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net voor het verkrijgen van de hoedanigheid van beheerder van het gesloten industrieel net;5° de verklaring door deze natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net dat hij zich verbindt tot het naleven van de bepalingen die krachtens deze wet op de beheerder van een gesloten industrieel net van toepassing zijn. Op voorstel van de Algemene Directie Energie, na advies van de commissie en de netbeheerder en nadat de betrokken Gewesten de mogelijkheid werd geboden een advies uit te brengen binnen een termijn van 60 dagen, kan de minister een net erkennen als gesloten industrieel net.

Op voorstel van de Algemene Directie Energie, en na advies van de commissie en de netbeheerder, kan de minister de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net en een aanvraag heeft ingediend voor wat betreft het gedeelte uitgebaat op een nominale spanning hoger dan 70 kV. De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten. »; 2° § 4 wordt opgeheven.

Art. 8.Artikel 18ter van dezelfde wet ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, wordt vervangen als volgt : «

Art. 18ter.De bepalingen met betrekking tot een gesloten industrieel net, zoals vermeld in artikel 18bis, §§ 2 en 3, zijn omwille van de technische en economische ondeelbaarheid van het net van toepassing op het tractienet spoor, voor zover de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur in geen andere regeling voorziet.

Op voorstel van de Algemene Directie Energie, na advies van de commissie en de netbeheerder en nadat de betrokken Gewesten de mogelijkheid werd geboden een advies uit te brengen binnen een termijn van 60 dagen, kan de minister de hoedanigheid van beheerder van het tractienet spoor toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net. ».

Art. 9.In artikel 20bis, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, worden de woorden « en KMO's » ingevoegd tussen de woorden « elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers » en de woorden « op hun website ».

Art. 10.In artikel 21, eerste lid, 1° van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de woorden « , met inbegrip van de energie-efficiëntie, » vervangen door de woorden « met betrekking tot de bescherming tegen ioniserende straling en doorvoer van radioactief afval, de milieubescherming in de mariene gebieden bedoeld in artikel 6 » en de woorden « en klimaatbescherming voor hun activiteiten op het transmissienet » worden vervangen door de woorden « in de mariene gebieden bedoeld in artikel 6 ».

Art. 11.In artikel 21bis, § 1, derde lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 (de oude pilootopwerkingsfabriek Eurochemic of passief BP1; de oude Afvalafdeling van het Studiecentrum voor Kernenergie of passief BP2) te Mol-Dessel en uit het kwart van de denuclearisatie van de BR3-reactor van het technisch passief van het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol, alsook uit de behandeling, de conditionering, de opslag en de berging van het geaccumuleerd radioactief afval, met inbegrip van het radioactief afval afkomstig uit de genoemde denuclearisaties, ten gevolge van de nucleaire activiteiten op de genoemde sites en reactor. De tussenkomst van de federale bijdrage in het kwart van de ontmantelingskost van de BR3-reactor is pas verschuldigd vanaf het jaar dat een financieringstekort zich dreigt voor te doen voor het technisch passief van het SCK.CEN. De tussenkomst van de federale bijdrage in dit passief maakt geen deel uit van het regionaal evenwicht bedoeld in het vierde lid van artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 oktober 1991 houdende de regelen betreffende het toezicht op en de subsidiëring van het Studiecentrum voor Kernenergie en tot wijziging van de statuten van dit Centrum ».

Art. 12.In artikel 21ter, § 1, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen door hetgeen volgt : « 3° in de volgende fondsen ten voordele van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen, met het oog op de financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 1° : - het fonds, genaamd « passief BP « , voor wat betreft het gedeelte van de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2; - het fonds, genaamd « BR3 « , voor wat betreft het kwart van de denuclearisatie van de BR3-reactor van het technisch passief van het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol. »; 2° in het eerste lid wordt het 6° opgeheven;3° tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd luidende : « Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiën een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het fonds bedoeld in het eerste lid, 1°.».

Art. 13.In artikel 23 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, 7°, van de Franse tekst, wordt het woord « finals » tussen de woorden « les clients » en de woorden « bénéficient du » opgeheven; HOOFDSTUK 3 . - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen

Art. 14.In de titel van Afdeling 1 van Hoofdstuk 3 en Afdeling 1 van Hoofdstuk 4 van dezelfde wet, worden de woorden « voor aardgas » opgeheven.

Art. 15.In artikel 8 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 25 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 4ter wordt tussen het achtste en het negende lid een lid ingevoegd, luidende : « Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.». 2° in paragraaf 4quater, derde lid, wordt het woord « transactie » tussen de woorden « van elke » en de woorden « die tot gevolg » vervangen door het woord « omstandigheid » en worden de woorden « Een dergelijke transactie kan » vervangen door de woorden « Dergelijke omstandigheden kunnen » en worden de woorden « sluiting van de transactie » vervangen door de woorden « het voortbestaan van deze omstandigheden », 3° in paragraaf 4quater, vierde lid, worden de woorden « of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid » ingevoegd tussen de woorden « ontwerp van transactie » en de woorden « doet de certificeringsprocedure ».

Art. 16.In artikel 15/1, § 6, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « en zenden jaarlijks aan de minister een verslag over aangaande de in dit kader getroffen maatregelen » vervangen door de woorden « overeenkomstig de in de Gewesten geldende wet- en regelgeving »;2° het tweede en derde lid worden opgeheven.

Art. 17.Artikel 15/5ter, § 5, 8°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, wordt vervangen als volgt : « De verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat is aangesloten door de distributienetbeheerder. In geval van fusie van distributienetbeheerders, kunnen verschillende tarieven verder worden toegepast in elke geografische zone die is aangesloten door de voormalige distributienetbeheerders, om de door de fusie beoogde rationalisering mogelijk te maken. ».

Art. 18.In artikel 15/5duodecies van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1ter wordt opgeheven;2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden « de Koning, op voorstel van de minister en na advies van de commissie » vervangen door de woorden « de commissie »;3° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden « in het Belgisch Staatsblad, samen met het advies van de commissie » vervangen door de woorden « op de website van de commissie »;4° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden « De minister » vervangen door de woorden « De commissie » en wordt het woord « Hij » vervangen door het woord « Zij »;5° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de tweede zin aangevuld met de woorden « ,met name deze bedoeld in artikel 36, (8), van Richtlijn 2009/73/EG »;6° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zin die begint met de woorden « Deze informatie omvat meer bepaald : » en eindigt met de woorden « gasbevoorrading » opgeheven;7° in paragraaf 4 worden het tweede tot en met het vijfde lid opgeheven.

Art. 19.In artikel 15/11, § 1, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, in de bepaling onder 1° worden de woorden « en milieubescherming, met inbegrip van de energie-efficiëntie, energie die geproduceerd wordt uit hernieuwbare energiebronnen en klimaatbescherming » opgeheven;2° in het eerste lid, in de bepaling onder 2° worden de woorden « en inzake milieubescherming, met inbegrip van de energie-efficiëntie, energie die geproduceerd wordt uit hernieuwbare energiebronnen en klimaatbescherming » opgeheven;3° het vierde lid, 3° wordt opgeheven;4° het vijfde lid, 3° wordt opgeheven.5° tussen het vijfde en het zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt een lid ingevoegd luidende : « Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiën een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het vijfde lid, met uitzondering van het fonds bedoeld in het vijfde lid, 1°.».

Art. 20.In artikel 15/13, § 6, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : « Na advies van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas, kan de Koning de uitvoeringsmaatregelen aannemen die noodzakelijk zijn voor de toepassing door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas van Verordening (EU) nr. 994/2010. »; 2° het zesde lid dat het zevende lid geworden is, wordt vervangen door hetgeen volgt : « Bovenvermeld noodplan wordt vastgesteld door de minister bevoegd voor Energie, op voorstel van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas.Het noodplan wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. ».

Art. 21.In artikel 15/14, § 2, tweede lid, 30°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, worden de woorden « , in samenwerking met de Algemene Directie Energie, » opgeheven en wordt deze bepaling onder 30° aangevuld met de volgende zin : « . De commissie informeert de Algemene Directie Energie hierover ». HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales

Art. 22.Artikel 13 van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2012, wordt aangevuld met een lid, luidende : « De Staat neemt de eventuele financieringskosten op zich van het voorschot bedoeld in het tweede en vijfde lid. De tenlasteneming door de Staat van deze financieringskosten is beperkt tot het normale tarief voor dergelijke operaties. De kernprovisievennootschap zendt aan de diensten van de FOD Financiën bedoeld in het derde lid het naar behoren gemotiveerde bedrag van de financieringskost binnen de acht dagen na de betaling van respectievelijk de basisrepartitiebijdrage en de aanvullende repartitiebijdrage door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, aan de kernprovisievennootschap, overeenkomstig artikel 14, §§ 8, 9 en 10. In geval van laattijdige betaling van de basisrepartitiebijdrage en de aanvullende repartitiebijdrage door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, aan de kernprovisievennootschap, blijft de Staat de financieringskost van het voorschot bedoeld in het tweede en vijfde lid verder op zich nemen totdat de kernprovisievennootschap het bedrag invordert . ». HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen

Art. 23.In het gedeelte « 32 - Economie, KMO, Middenstand en Energie, » van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen, wordt het punt 32-14 betreffende het « fonds voor de financiering van de studie over de elektriciteitsbevoorradingsvooruitzichten en van de prospectieve studie betreffende de aardgasbevoorradingszekerheid », zoals ingevoegd door artikel 75 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, (I), opgeheven. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I)

Art. 24.Artikel 74 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) wordt opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen met betrekking tot de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen

Art. 25.Artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen wordt opgeheven.

Binnen dertig dagen na de bekendmaking van deze wet wijzigt de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen haar statuten ten einde deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet. HOOFDSTUK 8. - Bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen

Art. 26.Het koninklijk besluit van 14 november 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt en van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt wordt bekrachtigd met ingang van 9 december 2012.

Art. 27.Het koninklijk besluit van 10 december 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2013.

Art. 28.Het koninklijk besluit van 17 augustus 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wordt bekrachtigd met ingang van 1 juli 2013.

Deze bekrachtiging wordt uitgebreid tot het artikel 14, § 2, tweede lid, alsook tot de artikelen 14bis tot 14terdecies van het koninklijk besluit die werden gewijzigd of ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 oktober 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, zoals ze door het koninklijk besluit van 17 augustus 2013 worden gewijzigd.

HOOFDSTUK. - Inwerkingtreding

Art. 29.Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Ciergnon, 26 december 2013.

FILIP Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijkheid van Kansen, Mevr. J. MILQUET De Minister van Begroting, O. CHASTEL De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor Energie, M. WATHELET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-3155 - 2013/2014 Nr. 1 : Wetsontwerp.

Nr. 2 : Amendement.

Nr. 3 : Erratum.

Nr. 4 : Amendementen.

Nr. 5 : Advies van de Raad van State.

Nr. 6 : Verslag.

Nr. 7 : Tekst verbeterd door de commissie.

Nr. 8 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat;

Nr. 9 : Advies van de Raad van State.

Integraal Verslag : 12 december 2013.

Stukken van de Senaat : 5-2407-2013/2014.

Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.

Nr. 2 : Amendementen.

Nr. 3 : Verslag.

Nr. 4 : Beslissing om niet te amenderen.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^