Etaamb.openjustice.be
Wet van 26 november 2009
gepubliceerd op 04 december 2009

Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2009003442
pub.
04/12/2009
prom.
26/11/2009
ELI
eli/wet/2009/11/26/2009003442/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)Senaat (fiche)
Document Qrcode

26 NOVEMBER 2009. - Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst, in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn en van Richtlijn 2008/117/EG van de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ter bestrijding van de belastingfraude in het intracommunautaire verkeer.

Art. 3.In artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, de koninklijke besluiten van 7 augustus 1995, 22 december 1995, 28 december 1999 en 30 december 1999, de programmawet van 2 augustus 2002, de wet van 17 juni 2004, de programmawet van 20 juli 2006 en de wet houdende diverse bepalingen van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 6 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° "intracommunautair goederenvervoer" : vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende lidstaten zijn gelegen;» b) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 11, luidende : « § 11.Voor de toepassing van de artikelen 15, § 2, tweede lid, 3°, 21, § 3, 6° en 21bis, § 2, 8°, wordt beschouwd als : 1° "gedeelte van een binnen de Gemeenschap verricht passagiersvervoer" : het gedeelte van een vervoer dat, zonder tussenstop buiten de Gemeenschap, plaatsvindt tussen de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van het passagiersvervoer;2° "plaats van vertrek van een passagiersvervoer" : het eerste punt in de Gemeenschap waar passagiers aan boord kunnen komen, eventueel na een tussenstop buiten de Gemeenschap;3° "plaats van aankomst van een passagiersvervoer" : het laatste punt in de Gemeenschap waar passagiers die binnen de Gemeenschap aan boord zijn gekomen van boord kunnen gaan, eventueel vóór een tussenstop buiten de Gemeenschap. Ingeval het een heen- en terugreis betreft, wordt de terugreis als een afzonderlijk vervoer beschouwd. »

Art. 4.In artikel 15, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/12/2015 numac 2015000749 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 12/01/2007 numac 2006000912 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 06/04/2007 numac 2007000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000724 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 48 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/07/2015 numac 2015000376 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 11 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW. Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 16/10/2014 numac 2014000777 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en de wet van 5 december 2004, worden het derde en het vierde lid opgeheven.

Art. 5.Artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2003 pub. 13/05/2003 numac 2003003256 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 22/04/2003 pub. 13/05/2003 numac 2003003254 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 63bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten, wordt aangevuld met de volgende zin : « Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht. »

Art. 6.In artikel 19bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten worden de woorden "een dienst zoals bepaald in artikel 21, § 3, 7°" vervangen door de woorden "een andere dienst dan de diensten beschreven in artikel 21, § 3".

Art. 7.Artikel 21 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 december 1995, 27 mei 1997 en 28 december 1999, de wetten van 22 april 2003 en 5 december 2004 en de programmawet van 27 december 2006, wordt vervangen als volgt : «

Art. 21.§ 1. Voor de toepassing van deze bepaling en artikel 21bis, moet onder "belastingplichtige" worden verstaan de persoon bedoeld in artikel 4, de belastingplichtige die ook werkzaamheden of handelingen verricht die niet als handelingen bedoeld in artikel 2 worden aangemerkt, evenals de niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd. § 2. De plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt. § 3. In afwijking van paragraaf 2 wordt als plaats van de dienst aangemerkt : 1° de plaats waar het onroerend goed is gelegen, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed. Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden; 2° de plaats waar het vervoer wordt verricht, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het personenvervoerdiensten betreft;3° de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt : a) wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;b) wanneer de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten;4° de plaats waar de dienst materieel wordt verricht in verband met restaurant- en cateringdiensten met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer;5° de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld indien het een verhuur op korte termijn van een vervoermiddel betreft. Onder "verhuur op korte termijn" wordt verstaan het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en voor schepen ten hoogste negentig dagen; 6° de plaats van vertrek van het passagiersvervoer wanneer het restaurant- en cateringdiensten betreft die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer. § 4. Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning, voor de diensten bedoeld in de paragrafen 2 en 3, 5° of voor sommige ervan : 1° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;2° de plaats van deze diensten die, krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in België te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.»

Art. 8.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 21bis ingevoegd, luidende : «

Art. 21bis.§ 1. De plaats van diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverrichter. § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt : 1° de plaats waar het onroerend goed is gelegen, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed. Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden; 2° de plaats waar het vervoer wordt verricht, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het personenvervoerdiensten betreft;3° de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het andere goederenvervoerdiensten betreft dan het intracommunautair vervoer van goederen;4° de plaats van het vertrek van het goederenvervoer wanneer het intracommunautair goederenvervoer betreft;5° de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt : a) wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;b) wanneer de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten;6° de plaats waar de dienst materieel wordt verricht : a) in verband met restaurant- en cateringdiensten met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer;b) in verband met een dienst die met vervoer samenhangt, zoals het laden, lossen, behandelen en soortgelijke activiteiten;c) in verband met expertises en werkzaamheden met betrekking tot lichamelijke roerende goederen;7° de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld indien het een verhuur op korte termijn van een vervoermiddel betreft. Onder "verhuur op korte termijn" wordt verstaan het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en voor schepen ten hoogste negentig dagen; 8° de plaats van vertrek van het passagiersvervoer wanneer het restaurant- en cateringdiensten betreft die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer;9° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer het een langs elektronische weg verrichte dienst betreft voor een in België gevestigde ontvanger, verricht door een belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit buiten de Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de dienst wordt verricht of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de Gemeenschap heeft;10° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft : a) de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, fabrieks- en handelsmerken en soortgelijke rechten;b) diensten op het gebied van de reclame;c) diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en informatieverschaffing;d) de verplichting om een beroepsactiviteit of een onder a) bedoeld recht geheel of gedeeltelijk niet uit te oefenen;e) bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;f) het beschikbaar stellen van personeel;g) de verhuur van lichamelijke roerende goederen, met uitzondering van alle vervoermiddelen;h) het bieden van toegang tot aardgas- en elektriciteitsdistributiesystemen alsmede het verrichten van transport- en transmissiediensten via deze systemen en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten;i) telecommunicatiediensten;j) radio- en televisieomroepdiensten;k) langs elektronische weg verrichte diensten;11° in België, indien het gaat om telecommunicatie-, radio- en televisieomroepdiensten die feitelijk hier te lande worden gebruikt of geëxploiteerd en verricht door een belastingplichtige dienstverrichter gevestigd buiten de Gemeenschap voor een ontvanger die in België is gevestigd of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft;12° de plaats waar de hoofdhandeling wordt verricht wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2. § 3. Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning voor de diensten als bedoeld in de paragrafen 1, 2, 7° en 10°, a) tot j) of voor sommige ervan : 1° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;2° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.»

Art. 9.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 21ter ingevoegd, luidende : «

Art. 21ter.In afwijking van de artikelen 21 en 21bis, worden de diensten bedoeld in artikel 18, § 2, tweede lid, geacht plaats te vinden op de plaats waar het reisbureau de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit het de dienst heeft verricht. »

Art. 10.In artikel 22 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 mei 1997 en de wet van 28 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/01/2004 pub. 10/02/2004 numac 2004003055 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Bij doorlopende diensten gedurende een periode langer dan één jaar die geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode en waarvoor de belasting wordt verschuldigd door de ontvanger krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, wordt de dienst evenwel als voltooid beschouwd bij het verstrijken van elk kalenderjaar zolang de dienst doorloopt.»; b) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.De belasting wordt opeisbaar op het tijdstip waarop de dienst is voltooid.

Wordt de prijs of een deel ervan vóór dat tijdstip gefactureerd of ontvangen, dan wordt in afwijking van het eerste lid, de belasting over het gefactureerde of ontvangen bedrag opeisbaar, al naar het geval, op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of op het tijdstip van de incassering.

Deze afwijking is evenwel niet van toepassing ingeval van facturering voor de diensten waarvoor de belasting verschuldigd is door de ontvanger krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°. »

Art. 11.In artikel 25ter, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/12/2015 numac 2015000749 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 12/01/2007 numac 2006000912 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 06/04/2007 numac 2007000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000724 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 48 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/07/2015 numac 2015000376 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 11 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW. Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 16/10/2014 numac 2014000777 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 2°, wordt het vierde lid vervangen als volgt : « De belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 56, § 2 en 57 en degenen aan wie overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 4° of 5°, en § 2 een BTW-identificatienummer werd toegekend, worden geacht de hierboven bedoelde keuze te hebben gedaan, vanaf het ogenblik dat zij aan een leverancier hun nummer meedelen om een intracommunautaire verwerving te verrichten;"; b) in de bepaling onder 3°, d), worden de woorden "artikel 51, § 2, 2°" vervangen door de woorden "artikel 51, § 2, eerste lid, 2°".

Art. 12.In artikel 39, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/12/2015 numac 2015000749 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 12/01/2007 numac 2006000912 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 06/04/2007 numac 2007000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000724 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 48 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/07/2015 numac 2015000376 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 11 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW. Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 16/10/2014 numac 2014000777 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "in België" ingevoegd tussen de woorden "die bestemd zijn om" en de woorden "te worden geplaatst";b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "in België" ingevoegd tussen de woorden "of die zich" en de woorden "bevinden onder één van de regelingen".

Art. 13.In artikel 39quater, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995, worden de woorden "in België" ingevoegd tussen de woorden "of die zich" en de woorden" bevinden onder een andere regeling".

Art. 14.In artikel 40 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 december 1995 en 10 november 1996 en de wet van 5 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 2, 2°, worden de woorden "die vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werden geplaatst onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, bedoelde regelingen" vervangen door de woorden "die zich in België bevinden onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, bedoelde regelingen";b) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.De Koning bepaalt de voorwaarden die voor het verkrijgen van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde vrijstellingen moeten worden nageleefd en kan daarbij afwijken van artikel 21bis. Voor de invoeren bedoeld in paragraaf 1, 1°, b) en 2°, kan Hij de vrijstelling beperken of, ter voorkoming van concurrentieverstoring, bepalen dat zij geen toepassing vindt. »

Art. 15.Artikel 41 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 maart 1994, 22 december 1995, 10 november 1996 en 28 december 1999, wordt vervangen als volgt : «

Art. 41.§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld : 1° het zeevervoer van personen;het internationale luchtvervoer van personen; het vervoer van door reizigers begeleide bagage en auto's bij hier onder 1° bedoeld vervoer; 2° de diensten die betrekking hebben op de invoer van goederen en waarvan de waarde in België of in een andere lidstaat opgenomen is in de maatstaf van heffing bij invoer;3° de diensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen vanuit België of vanuit een andere lidstaat buiten de Gemeenschap;4° de diensten die rechtstreeks verband houden met goederen die : a) in België vallen onder een regeling als bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5 of onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot;b) in een andere lidstaat vallen onder een regeling die het equivalent is van de regelingen bedoeld in a);5° de diensten die rechtstreeks verband houden met handelingen die op grond van artikel 39, § 2, 1°, vrijgesteld zijn van de belasting;6° het intracommunautaire vervoer van goederen naar of vanaf de eilanden die de autonome regio's van de Azoren en van Madeira vormen, alsmede de daarmee samenhangende handelingen. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, 3° tot 5° wordt onder meer bedoeld, de diensten die tot voorwerp hebben : 1° het vervoer van goederen;2° het laden, lossen, overslaan en overpompen van goederen;3° het wegen, meten en peilen van goederen;4° het verpakken, overpakken en het uitpakken van goederen;5° het behandelen, het stouwen en verstouwen van goederen;6° het nazien, onderzoeken en in ontvangst nemen van goederen;7° het beveiligen van goederen tegen slecht weer, diefstal, brandgevaar en ander gevaar voor verlies of vernieling;8° het opbergen en bewaren van goederen;9° het verrichten van formaliteiten bij invoer, uitvoer uit de Gemeenschap of douanevervoer en die zijn voorgeschreven overeenkomstig een communautaire bepaling. § 2. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, wanneer die makelaars en lasthebbers tussenkomst verlenen bij : a) leveringen van goederen of diensten die buiten de Gemeenschap plaatsvinden;b) leveringen van goederen of diensten die vrijgesteld zijn ingevolge de artikelen 39, 39quater, 40, 41 en 42;c) leveringen van goederen of diensten die in een andere lidstaat plaatsvinden en die in die lidstaat zijn vrijgesteld ingevolge een nationale bepaling die de artikelen 146 tot en met 152 van de Richtlijn 2006/112/EG omzet. § 3. De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden van dit artikel. »

Art. 16.Artikel 50 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten en gewijzigd bij de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt vervangen als volgt : «

Art. 50.§ 1. De administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, kent een btw-identificatienummer toe dat de letters BE bevat : 1° aan elke belastingplichtige gevestigd in België, met uitzondering van de belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 8 en 8bis en van de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten die krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en waarvoor zij geen recht op aftrek hebben; 2° aan de niet-belastingplichtige rechtspersonen en, in afwijking van de bepaling onder 1°, aan de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben : a) wanneer zij overeenkomstig artikel 53bis, § 1, verklaren een intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten die tot gevolg heeft dat de drempel van 11.200 euro, bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, b), wordt overschreden; b) wanneer zij overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, ervoor kiezen om al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen;3° aan elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in het Wetboek waarvoor recht op aftrek is ontstaan en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 en 52 schuldenaar is van de belasting in België;4° aan elke belastingplichtige als hij schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°;5° aan elke belastingplichtige gevestigd in België die diensten verricht die, krachtens de communautaire bepalingen, geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst;6° aan elk lid van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die overeenkomstig 1° voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd.Dit identificatienummer vormt een sub-BTW-identificatienummer van de BTW-eenheid.

De belastingplichtigen bedoeld in het eerste lid, 4° of 5°, in paragraaf 2, of op wie de in artikel 56, § 2 of artikel 57 bedoelde regeling van toepassing is, kunnen hun nummer slechts rechtsgeldig gebruiken om intracommunautaire verwervingen te verrichten van andere goederen dan accijnsproducten nadat zij vooraf de in het eerste lid, 2°, a), bedoelde verklaring hebben ingediend of nadat zij vooraf de in het eerste lid, 2°, b), bedoelde keuze hebben uitgeoefend.

Degenen aan wie krachtens het eerste lid, 2°, a), een BTW-identificatienummer is toegekend, gebruiken dit rechtsgeldig voor de door hen verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen vanaf de dag waarop de drempel werd overschreden en tot 31 december van het kalenderjaar dat erop volgt. Indien de drempel wordt overschreden in de loop van dit laatste jaar en, in voorkomend geval, in de loop van de volgende jaren, gebruiken zij dit nummer rechtsgeldig tot 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de drempel voor het laatst werd overschreden. § 2. De administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft kent aan elke BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor zij geen recht op aftrek heeft een BTW-identificatienummer toe dat de letters BE bevat.

Zij kent aan de leden van de in het eerste lid bedoelde BTW-eenheid eveneens een BTW-identificatienummer toe dat de letters BE bevat. Dit identificatienummer vormt een sub-BTW-identificatienummer van deze BTW-eenheid. § 3. Een BTW-identificatienummer kan eveneens worden toegekend aan andere belastingplichtigen. »

Art. 17.In artikel 51, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/12/2015 numac 2015000749 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 12/01/2007 numac 2006000912 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 06/04/2007 numac 2007000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000724 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 48 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/07/2015 numac 2015000376 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 11 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW. Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 16/10/2014 numac 2014000777 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en de wet van 7 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° door de ontvanger van de dienst wanneer de dienstverrichter een belastingplichtige is die niet in België is gevestigd en de dienst krachtens artikel 21, § 2, geacht wordt in België plaats te vinden;"; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 50, § 1" vervangen door de woorden "artikel 50";c) paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, 5° en 6°, wordt een belastingplichtige die in België een vaste inrichting heeft, aangemerkt als een niet in België gevestigde belastingplichtige als deze inrichting niet betrokken is bij de levering van goederen of de dienst.»

Art. 18.In artikel 51bis, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en gewijzigd bij de wet van 7 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten, worden de woorden "artikelen 51, § 1, 1° en 2°, § 2, 3°, 4° en 5°," vervangen door de woorden "artikelen 51, § 1, 1° en 2°, § 2, eerste lid, 3°, 4° en 5°,".

Art. 19.In artikel 53bis van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 2, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/12/2015 numac 2015000749 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 12/01/2007 numac 2006000912 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 06/04/2007 numac 2007000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000724 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 48 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/07/2015 numac 2015000376 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 11 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW. Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 16/10/2014 numac 2014000777 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, vervangen als volgt : « § 2. De belastingplichtigen die niet voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd moeten vooraleer een dienst zal worden verstrekt waarvoor zij de eerste maal schuldenaar worden van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, meedelen dat een dergelijke dienst hun voor de eerste maal wordt verstrekt.

De belastingplichtigen bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 5°, dienen eveneens vooraleer zij een eerste maal een dienst verstrekken die krachtens de communautaire bepalingen geacht wordt in een andere lidstaat plaats te vinden en waarvoor de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst, mee te delen dat zij een dergelijke dienst voor de eerste maal verstrekken. »

Art. 20.Artikel 53quater van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, de wet van 20 december 2002 en de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt vervangen als volgt : «

Art. 53quater.§ 1. De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1° en 3° of § 3, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, met uitsluiting van de BTW-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, moeten hun BTW-identificatienummer aan hun leveranciers en aan hun klanten mededelen.

In afwijking van het eerste lid zijn de belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 56, § 2 en 57 er niet toe gehouden hun BTW-identificatienummer mee te delen aan hun leveranciers wanneer zij intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten verrichten, indien zij de drempel van 11.200 euro bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, niet hebben overschreden of indien zij het in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, bedoelde keuzerecht niet hebben uitgeoefend. § 2. Zij die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 2° en 4°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, moeten hun BTW-identificatienummer aan hun leveranciers mededelen wanneer zij krachtens artikel 51, § 1, 2° of § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar zijn van de belasting in België. § 3. De belastingplichtigen die krachtens artikel 50, § 1, eerste lid, 5°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd moeten hun BTW-identificatienummer aan hun klanten mededelen wanneer zij diensten verrichten die krachtens de communautaire bepalingen geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst. § 4. De leden van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, zijn gehouden aan hun leveranciers en hun klanten het sub-BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, mee te delen De leden van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, zijn gehouden aan hun leveranciers en hun klanten het sub-BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50, § 2, tweede lid, mee te delen, wanneer deze eenheid krachtens artikel 51, § 1, 2° of § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar is van de belasting in België, of wanneer de leden diensten verrichten die krachtens de communautaire bepalingen geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst. § 5. De niet in België gevestigde belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger hebben laten erkennen of die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, door een vooraf erkende persoon worden vertegenwoordigd, moeten bovendien, voor de handelingen die zij in België verrichten of ontvangen, de naam of benaming en het adres van hun aansprakelijke vertegenwoordiger in België of van de vooraf erkende persoon die hen vertegenwoordigt, aan hun klanten of leveranciers mededelen. »

Art. 21.Artikel 53quinquies van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten en gewijzigd bij de wet van 20 december 2002 en de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt vervangen als volgt : «

Art. 53quinquies.De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, met uitsluiting van de BTW-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, de leden van een BTW-eenheid bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, de niet in België gevestigde belastingplichtigen die voor de handelingen die zij hier te lande verrichten zijn vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon, overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, en de andere niet in België gevestigde belastingplichtigen bedoeld in artikel 50, § 3, zijn gehouden jaarlijks voor elk lid van een BTW-eenheid en voor iedere belastingplichtige die voor BTW-doeleinden moet geïdentificeerd zijn, behalve voor degenen die uitsluitend handelingen verrichten die krachtens artikel 44 van de belasting zijn vrijgesteld, en waaraan zij goederen hebben geleverd of diensten hebben verstrekt in de loop van het vorige jaar, de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft in kennis te stellen van het totale bedrag van die handelingen alsmede van het totale bedrag van de in rekening gebrachte belasting.

De leden van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, zijn bovendien gehouden jaarlijks de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft in kennis te stellen van het totale bedrag van de in de loop van het vorige jaar voor elk van de andere leden van die BTW-eenheid verrichte handelingen. »

Art. 22.In artikel 53sexies van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/12/2015 numac 2015000749 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 12/01/2007 numac 2006000912 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 06/04/2007 numac 2007000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000724 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 48 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 17/07/2015 numac 2015000376 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 11 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 23/09/2014 numac 2014000725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW. Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 16/10/2014 numac 2014000777 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995, de wetten van 7 maart 2002 en 20 december 2002 en de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, vervangen als volgt : « § 1. De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, met uitsluiting van de BTW-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, artikel 50, § 1, eerste lid, 3° en 5°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, de leden van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, alsook de niet in België gevestigde belastingplichtigen die voor de handelingen die zij hier te lande verrichten worden vertegenwoordigd door een overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, vooraf erkende persoon moeten iedere kalendermaand voor iedere persoon die in een andere lidstaat voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft in kennis stellen van de volgende gegevens, waarbij een onderscheid moet worden gemaakt naargelang de aard van de handelingen : 1° het totale bedrag van de krachtens artikel 39bis, eerste lid, 1° en 4°, vrijgestelde leveringen van goederen en waarvoor de belasting in de loop van de vorige maand opeisbaar is geworden;2° het totale bedrag van de leveringen van goederen bedoeld in artikel 25quinquies, § 3, derde lid, verricht in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen en waarvoor de belasting in de loop van de vorige maand opeisbaar is geworden;3° het totale bedrag van de andere diensten dan die welke in de lidstaat waar de diensten belastbaar zijn van de belasting zijn vrijgesteld en waarvoor de belasting verschuldigd is door de ontvanger krachtens de communautaire bepalingen en in de loop van de vorige maand opeisbaar is geworden.»

Art. 23.In artikel 53octies, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/01/2004 pub. 10/02/2004 numac 2004003055 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende : « Hij kan toelaten dat de door Hem aan te wijzen groepen van belastingplichtigen, onder de door Hem te stellen voorwaarden, de in artikel 53sexies bedoelde intracommunautaire opgave slechts voor elk kalenderkwartaal indienen binnen een termijn van ten hoogste één maand te rekenen vanaf het einde van dat kwartaal. »

Art. 24.In artikel 54bis, § 1, van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 1995, vervangen als volgt : « Iedere belastingplichtige moet een register bijhouden om de lichamelijke roerende goederen te kunnen identificeren die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden door of voor rekening van een in die andere lidstaat voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige en die het voorwerp zijn van een materieel werk of een expertise. »

Art. 25.In artikel 55, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 april 2003 en 1 maart 2007, worden de woorden "artikel 51, § 2, 1°, 2°, 5° en 6°" vervangen door de woorden "artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°".

Art. 26.In artikel 61, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, worden de woorden "artikelen 15 en 21" vervangen door de woorden "artikelen 15, 21 en 21bis ".

Art. 27.In artikel 76 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : "§ 1.Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt wanneer het bedrag van de belasting die ingevolge de artikelen 45 tot 48 voor aftrek in aanmerking komt, aan het einde van het kalenderjaar meer bedraagt dan de belasting die verschuldigd is door de belastingplichtige die overeenkomstig artikel 50 voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd en gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, het verschil teruggegeven binnen drie maanden op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel 55, §§ 1 of 2.

Indien het een belastingplichtige betreft die wordt vertegenwoordigd door een persoon die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, vooraf werd erkend, moet het in het eerste lid bedoeld verzoek worden ingediend door voornoemde vooraf erkende persoon.

De Koning kan bepalen dat het overschot, in de door Hem te bepalen gevallen en onder de door Hem te stellen voorwaarden, vóór het einde van het kalenderjaar wordt teruggegeven.

Met betrekking tot de in deze paragraaf bedoelde voorwaarden kan de Koning ten voordele van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, een inhouding voorzien die geldt als bewarend beslag onder derden in de zin van artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek. »; b) paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : « De Koning regelt de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf wanneer de teruggaaf moet plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen inzake teruggaaf van de Richtlijn 2008/9/EG.»

Art. 28.In artikel 80, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1989 pub. 20/03/2009 numac 2009000181 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de gezinswoning sluiten, worden de woorden "artikel 7 van de achtste Richtlijn 79/1072, van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 december 1979" vervangen door de woorden "artikel 17 van de Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari 2008".

Art. 29.In artikel 91 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 3, vervangen bij de wet van 24 december 1976 en gewijzigd bij de wetten van 28 december 1983, 4 augustus 1986 en 7 januari 1998 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, vervangen als volgt : « § 3. Een interest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven : 1° met toepassing van artikel 76, § 1, eerste en derde lid, te rekenen vanaf het verstrijken van de in deze bepaling bepaalde termijn. De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.

De interest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 2,50 euro bereikt; 2° met toepassing van de bepalingen van de Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 22, paragraaf 1, van deze richtlijn.Er is evenwel geen enkele interest verschuldigd wanneer de belastingplichtige zijn verplichting de op basis van de artikelen 10 en 20, paragraaf 1, van de voornoemde richtlijn geëiste aanvullende informatie te verstrekken niet voldaan heeft binnen de termijn bepaald bij artikel 20, paragraaf 2, van deze richtlijn.

De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.

De interest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 2,50 euro bereikt. »

Art. 30.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2010.

Gegeven te Brussel, 26 november 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Nota (1) Zitting 2008-2009 : Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire stukken.- Wetsontwerp, 52-2157 - Nr. 1. - Verslag namens de commissie, 52-2157 - Nr. - 2 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 52-2157 - Nr. 3 Integraal verslag : 22 oktober 2009.

Senaat : Parlementaire stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 4-1468 - Nr. 1.

^