Wet van 29 mei 2016
gepubliceerd op 18 juli 2016
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet betreffende het verzamelen en het bewaren van de gegevens in de sector van de elektronische communicatie

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2016009288
pub.
18/07/2016
prom.
29/05/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016009288

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


29 MEI 2016. - Wet betreffende het verzamelen en het bewaren van de gegevens in de sector van de elektronische communicatie (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie

Art. 2.In artikel 2 van de wet 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 15/01/2016 numac 2016011019 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten, en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 84/2015 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt : "11° "operator" : ieder persoon die onder de verplichting valt een kennisgeving te doen overeenkomstig artikel 9;"; b) in de plaats van de bepaling onder 74°, vernietigd bij arrest nr. 84/2015 van het Grondwettelijk Hof, wordt een als volgt luidende bepaling onder 74° ingevoegd : "74° "Oproeppoging zonder resultaat" : een communicatie waarbij een oproep wel tot een verbinding heeft geleid, maar onbeantwoord is gebleven of via het netwerkbeheer is beantwoord.".

Art. 3.Artikel 125, § 2, van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 4.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 126, vernietigd bij arrest nr. 84/2015 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende artikel 126 ingevoegd : "

Art. 126.§ 1. Onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, dienen de aanbieders aan het publiek van telefoniediensten, via internet inbegrepen, van internettoegang, van e-mail via het internet, de operatoren die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook de operatoren die een van deze diensten verstrekken, de in paragraaf 3 bedoelde gegevens die door hen worden gegenereerd of verwerkt in het kader van de verstrekking van de betrokken communicatiediensten, te bewaren.

Dit artikel heeft geen betrekking op de inhoud van de communicatie.

De verplichting om de in paragraaf 3 bedoelde gegevens te bewaren, is ook van toepassing op oproeppogingen zonder resultaat, voor zover die gegevens in verband met de aanbieding van de bedoelde communicatiediensten : 1° wat de telefoniegegevens betreft, worden gegenereerd of verwerkt door de operatoren van openbare elektronische-communicatiediensten of van een openbaar netwerk voor elektronische communicatie, of 2° wat de internetgegevens betreft, door deze aanbieders worden gelogd. § 2. Enkel de volgende overheden mogen op eenvoudig verzoek van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde aanbieders en operatoren gegevens ontvangen die worden bewaard krachtens dit artikel om de doeleinden en volgens de hieronder opgesomde voorwaarden : 1° de gerechtelijke autoriteiten, met het oog op het opsporen, het onderzoek en de vervolging van inbreuken, voor de uitvoering van de in de artikelen 46bis en 88bis van het Wetboek van strafvordering beoogde maatregelen en volgens de voorwaarden bepaald in die artikelen;2° de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, teneinde de inlichtingenopdrachten met inzet van de methoden voor het vergaren van gegevens zoals bedoeld in de artikelen 16/2, 18/7 en 18/8 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te vervullen en volgens de voorwaarden vastgelegd in die wet;3° elke officier van gerechtelijke politie van het Instituut, met het oog op het opsporen, het onderzoek en de vervolging van inbreuken op de artikelen 114, 124 en dit artikel;4° de hulpdiensten die hulp ter plaatse bieden, wanneer ze naar aanleiding van een noodoproep, van de betrokken aanbieder of operator niet de identificatiegegevens van de oproeper ontvangen met behulp van de databank beoogd in artikel 107, § 2, derde lid, of onvolledige of onjuiste gegevens krijgen.Enkel de identificatiegegevens van de oproeper mogen worden gevraagd en uiterlijk binnen 24 uur na de oproep; 5° de officier van gerechtelijke politie van de Cel Vermiste Personen van de federale politie, in het kader van zijn opdracht tot het verlenen van hulp aan personen in nood, opsporing van personen van wie de verdwijning onrustwekkend is en wanneer er ernstige vermoedens of aanwijzingen bestaan dat de fysieke integriteit van de vermiste persoon in onmiddellijk gevaar is.Enkel de gegevens die zijn beoogd in paragraaf 3, eerste en tweede lid, met betrekking tot de vermiste persoon en bewaard gedurende de 48 uur voorafgaand aan het verzoek om de gegevens te krijgen, mogen worden gevraagd aan de operator of de aanbieder in kwestie via een door de Koning aangewezen politiedienst; 6° de Ombudsdienst voor telecommunicatie, met het oog op de identificatie van de persoon die kwaadwillig gebruik heeft gemaakt van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst, conform de voorwaarden beoogd in artikel 43bis, § 3, 7°, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.Enkel de identificatiegegevens mogen worden gevraagd.

De aanbieders en operatoren bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, zorgen ervoor dat de in paragraaf 3 bedoelde gegevens onbeperkt toegankelijk zijn vanuit België en dat deze gegevens, en alle andere daarmee verband houdende vereiste informatie onverwijld en uitsluitend aan de in deze paragraaf bedoelde autoriteiten kunnen worden meegedeeld.

Onverminderd andere wettelijke voorschriften mogen de aanbieders en operatoren bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, de krachtens paragraaf 3 bewaarde gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden. § 3. De gegevens ter identificatie van de gebruiker of de abonnee en de communicatiemiddelen, met uitzondering van de gegevens waarin het tweede en derde lid specifiek voorzien, worden gedurende twaalf maanden bewaard vanaf de datum waarop communicatie voor de laatste maal mogelijk is via de gebruikte dienst.

De gegevens met betrekking tot de toegang tot en de verbinding van de eindapparatuur met het netwerk en met de dienst en met betrekking tot de plaats van die apparatuur, inclusief het netwerkaansluitpunt, worden bewaard gedurende twaalf maanden, vanaf de datum van de communicatie.

De communicatiegegevens, met uitzondering van de inhoud, met inbegrip van hun herkomst en hun bestemming, worden gedurende twaalf maanden bewaard vanaf de datum van de communicatie.

De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van Justitie en van de minister, en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de te bewaren gegevens per type van categorie bedoeld in het eerste tot derde lid alsook de vereisten waaraan deze gegevens moeten beantwoorden. § 4. Wat betreft de bewaring van de gegevens bedoeld in paragraaf 3, dienen de aanbieders en operatoren bedoeld in paragraaf 1, eerste lid : 1° te garanderen dat de bewaarde gegevens dezelfde kwaliteit hebben en onderworpen worden aan dezelfde beveiligings- en beschermingsmaatregelen als de gegevens in het netwerk;2° ervoor te zorgen dat de bewaarde gegevens worden onderworpen aan passende technische en organisatorische maatregelen om de gegevens te beveiligen tegen vernietiging, hetzij per ongeluk, hetzij onrechtmatig, tegen verlies of wijziging per ongeluk, niet-toegelaten of onrechtmatige opslag, verwerking, toegang of openbaarmaking;3° te garanderen dat de toegang tot de bewaarde gegevens om te antwoorden op de verzoeken van de autoriteiten bedoeld in paragraaf 2, enkel gebeurt door een of meer leden van de Coördinatiecel bedoeld in artikel 126/1, § 1;4° de gegevens op het grondgebied van de Europese Unie te bewaren;5° te zorgen voor maatregelen van technologische beveiliging die de bewaarde gegevens, vanaf hun registratie, onleesbaar en onbruikbaar maken voor elke persoon die niet gemachtigd is om er toegang toe te hebben;6° ervoor te zorgen dat de bewaarde gegevens na afloop van de bewaringstermijn die voor die gegevens geldt zoals vastgelegd in paragraaf 3, worden verwijderd van elke drager, onverminderd de artikelen 122 en 123;7° ervoor te zorgen dat het gebruik van de bewaarde gegevens kan worden opgespoord voor elk verzoek om deze gegevens te verkrijgen vanwege een autoriteit bedoeld in paragraaf 2. De in het eerste lid, 7°, bedoelde opspoorbaarheid wordt verwezenlijkt aan de hand van een logboek. Het Instituut en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer mogen dat logboek raadplegen of een kopie van een deel of van het geheel van dat logboek eisen. Het Instituut en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer sluiten een protocol tot samenwerking voor de raadpleging van en het toezicht op dat logboek. § 5. De minister en de minister van Justitie zorgen ervoor dat statistieken inzake de bewaring van de gegevens die worden gegenereerd of verwerkt in het kader van de verstrekking van openbaar toegankelijke communicatienetwerken en -diensten jaarlijks worden bezorgd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Die statistieken omvatten met name : 1° de gevallen waarin overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen gegevens zijn verstrekt aan de bevoegde autoriteiten;2° de tijd die is verstreken tussen de datum waarop de gegevens zijn bewaard en de datum waarop de bevoegde autoriteiten om de overdracht ervan verzochten;3° de gevallen waarin verzoeken om gegevens niet konden worden ingewilligd. Die statistieken mogen geen persoonsgegevens omvatten.

De gegevens die betrekking hebben op de toepassing van paragraaf 2, 1°, worden tevens bijgevoegd bij het verslag dat de minister van Justitie overeenkomstig artikel 90decies van het Wetboek van strafvordering moet uitbrengen aan het Parlement.

De Koning bepaalt, op voorstel van de minister van Justitie en de minister en op advies van het Instituut, de statistieken die de aanbieders en operatoren bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, jaarlijks bezorgen aan het Instituut en die welke het Instituut bezorgt aan de minister en aan de minister van Justitie. § 6. Onverminderd het verslag bedoeld in paragraaf 5, vierde lid, brengen de minister en de minister van Justitie, twee jaar na de inwerkingtreding van het in paragraaf 3, vierde lid, bedoelde koninklijk besluit een evaluatieverslag uit aan de Kamer van volksvertegenwoordigers over de toepassing van dit artikel, teneinde na te gaan of het nodig is bepalingen aan te passen, inzonderheid wat betreft de te bewaren gegevens en de bewaringstermijn.".

Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 126/1 ingevoegd, luidende : "

Art. 126/1.§ 1. Binnen elke operator en elke aanbieder bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, wordt een Coördinatiecel opgericht, belast met het verstrekken aan de wettelijk bevoegde Belgische autoriteiten, op hun verzoek, van de gegevens bewaard krachtens de artikelen 122, 123 en 126, de identificatiegegevens van de oproeper krachtens artikel 107, § 2, eerste lid, of de gegevens die kunnen worden gevorderd krachtens de artikelen 46bis, 88bis en 90ter van het Wetboek van strafvordering en de artikelen 18/7, 18/8, 18/16 en 18/17 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

In voorkomend geval kunnen verscheidene operatoren of aanbieders een gemeenschappelijke Coördinatiecel oprichten. In dergelijk geval moet deze Coördinatiecel voorzien in dezelfde dienst voor elke operator of aanbieder.

Om deel uit te maken van de Coördinatiecel dienen de leden : 1° het voorwerp hebben uitgemaakt van een positief en niet-achterhaald veiligheidsadvies conform artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;2° niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een weigering door de minister van Justitie, waarbij die weigering met redenen moet worden omkleed en zich te allen tijde kan voordoen. Een advies wordt als achterhaald beschouwd 5 jaar na zijn verstrekking.

De operatoren en aanbieders die geen van de diensten bedoeld in artikel 126, § 1, verstrekken, zijn vrijgesteld van de in het derde lid, 1°, beoogde voorwaarde.

Enkel de leden van de Coördinatiecel mogen antwoorden op de verzoeken van de autoriteiten met betrekking tot de gegevens bedoeld in het eerste lid. Ze mogen echter, onder hun toezicht en binnen de grenzen van het strikt noodzakelijke, technische hulp krijgen van aangestelden van de operator of van de aanbieder.

De leden van de Coördinatiecel en de aangestelden die technische bijstand verlenen, zijn onderworpen aan het beroepsgeheim.

Elke operator en elke aanbieder bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, waakt over de vertrouwelijkheid van de gegevens die worden behandeld door de Coördinatiecel en deelt onverwijld aan het Instituut en aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de contactgegevens van de Coördinatiecel en van zijn leden mee alsook elke wijziging van die gegevens. § 2. Elke operator en elke aanbieder bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, stelt een interne procedure op om te antwoorden op de verzoeken vanwege de autoriteiten om toegang tot de persoonsgegevens betreffende de gebruikers. Hij verstrekt aan het Instituut, op verzoek, gegevens over deze procedures, het aantal ontvangen verzoeken, de aangevoerde wettelijke grondslag en hun antwoord.

Elke operator en elke aanbieder bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, wordt beschouwd als verantwoordelijk voor de verwerking in de zin van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, voor de gegevens behandeld op basis van artikel 126 en dit artikel.

De operatoren van openbare netwerken voor elektronische communicatie en de aanbieders bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, nemen artikel 114, § 2, in acht voor de toegang tot de gegevens bedoeld in paragraaf 1 en hun overdracht aan de autoriteiten. § 3. Elke aanbieder bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, en elke operator bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, wijst een of meer aangestelden aan voor de bescherming van persoonsgegevens, die moet beantwoorden aan de cumulatieve voorwaarden opgesomd in paragraaf 1, derde lid.

Deze aangestelde mag geen deel uitmaken van de Coördinatiecel.

Verscheidene operatoren of aanbieders mogen een of meer gemeenschappelijke aangestelden voor de bescherming van de persoonsgegevens aanduiden. In dat geval moeten deze aangestelden dezelfde opdracht uitvoeren voor elke individuele operator of aanbieder.

Bij de uitvoering van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de bescherming van de persoonsgegevens in volledige onafhankelijkheid, en heeft hij toegang tot alle persoonsgegevens die worden bezorgd aan de autoriteiten, alsook tot alle relevante lokalen van de aanbieder of de operator.

De uitoefening van zijn opdrachten mag voor de aangestelde geen nadelen met zich brengen. Hij mag in het bijzonder als aangestelde niet worden ontslagen of vervangen wegens de uitvoering van de taken die hem zijn toevertrouwd, zonder grondige motivering.

De aangestelde moet de mogelijkheid hebben om rechtstreeks te communiceren met de directie van de operator of de aanbieder.

De aangestelde voor de gegevensbescherming zorgt ervoor dat : 1° de behandelingen door de Coördinatiecel worden uitgevoerd conform de wet;2° de aanbieder of de operator enkel die gegevens verzamelt en bewaart die hij wettelijk mag bewaren;3° enkel de wettelijk bevoegde autoriteiten toegang hebben tot de bewaarde gegevens;4° de maatregelen voor beveiliging en bescherming van persoonsgegevens beschreven in deze wet en in het veiligheidsbeleid van de aanbieder of de operator ten uitvoer worden gebracht. Elke aanbieder en elke operator bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, deelt onverwijld aan het Instituut en aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de contactgegevens van de aangestelden voor de bescherming van persoonsgegevens mee alsook elke wijziging van die gegevens. § 4. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut : 1° de nadere regels van het verzoek en de verstrekking van het veiligheidsadvies;2° de vereisten waaraan de Coördinatiecel moet beantwoorden, door rekening te houden met de situatie van de operatoren en aanbieders die weinig verzoeken krijgen van de gerechtelijke overheden, die geen vestiging hebben in België of voornamelijk vanuit het buitenland handelen;3° de informatie die moet worden verstrekt aan het Instituut en aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer conform de paragrafen 1 en 3 alsook de autoriteiten die toegang hebben tot die informatie; 4° de overige regels die de samenwerking van de operatoren en van de aanbieders bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid, met de Belgische autoriteiten of met sommige van hen, regelen, voor de verstrekking van de in paragraaf 1 beoogde gegevens, in voorkomend geval en per betrokken overheid met inbegrip van de vorm en de inhoud van het verzoek.".

Art. 6.In artikel 127 van dezelfde wet, gewijzigd door de wetten van 4 februari 2010, 10 juli 2012 en 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden ", aan de aanbieders bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "aan de operatoren" en de woorden "of aan de eindgebruikers";b) in het tweede lid worden de woorden "en de aanbieders bedoeld in artikel 126, § 1, eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "de operatoren" en de woorden "aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde verrichtingen";2° paragraaf 6 wordt opgeheven.

Art. 7.In artikel 145 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 27 maart 2014 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "126, 126/1," worden ingevoegd tussen de woorden "124," en "127";2° de woorden ", 126, 126/1" worden ingevoegd tussen de woorden "47" en "en 127";3° in de plaats van paragraaf 3ter, vernietigd bij arrest nr.84/2015 van het Grondwettelijk Hof, wordt een als volgt luidende paragraaf 3ter ingevoegd : " § 3ter. Met geldboete van 50 euro tot 50 000 euro en met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar of met één van die straffen alleen wordt gestraft : 1° iedere persoon die, naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de gegevens bedoeld in artikel 126 op enige manier overneemt, onder zich houdt, of er enig gebruik van maakt; 2° hij die, terwijl hij weet dat de gegevens bekomen zijn door het plegen van het misdrijf bedoeld in 1°, deze gegevens bij zich houdt, aan een andere persoon onthult of verspreidt, of er enig gebruik van maakt.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering

Art. 8.In artikel 46bis, § 1, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 10 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten en vervangen bij de wet van 23 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de Franse tekst worden de woorden "le concours de l'opérateur d'une réseau de communication" vervangen door de woorden "le concours de l'opérateur d'un réseau de communication"; b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : "Voor strafbare feiten die geen correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben, kunnen de procureur des Konings of, in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid, de officier van gerechtelijke politie, de in het eerste lid bedoelde gegevens slechts vorderen voor een periode van zes maanden voorafgaand aan zijn beslissing.".

Art. 9.In artikel 88bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 februari 1991, vervangen bij de wet van 10 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten en gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 27 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben en de onderzoeksrechter van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van elektronische communicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van elektronische communicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, kan hij, zo nodig rechtstreeks of via een door de Koning aangewezen politiedienst de medewerking vorderen van de operator van een elektronisch communicatienetwerk of van de verstrekker van een elektronische communicatiedienst, om over te gaan of te doen overgaan tot : 1° het opsporen van de verkeersgegevens van elektronische communicatiemiddelen van waaruit of waarnaar elektronische communicaties worden of werden gedaan; 2° het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van elektronische communicaties."; b) in paragraaf 1, tweede lid wordt het woord "telecommunicatiemiddel" vervangen door de woorden "elektronisch communicatiemiddel" en het woord "telecommunicatie" door het woord "elektronische communicatie"; c) in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt : "De onderzoeksrechter doet in een met redenen omkleed bevelschrift opgave van de feitelijke omstandigheden van de zaak die de maatregel rechtvaardigen, van de proportionaliteit met inachtneming van de persoonlijke levenssfeer en de subsidiariteit ten opzichte van elke andere onderzoeksdaad."; d) in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt : "Hij vermeldt ook de duur van de maatregel voor de toekomst, die niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen vanaf het bevelschrift, onverminderd een hernieuwing en, in voorkomend geval, de periode in het verleden waarover de vordering zich uitstrekt overeenkomstig paragraaf 2."; e) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : "In spoedeisende gevallen kan de maatregel mondeling worden bevolen. Hij moet zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in het derde en vierde lid."; f) paragraaf 2, waarvan de huidige tekst paragraaf 4 zal vormen, wordt vervangen als volgt : " § 2.Wat betreft de toepassing van de maatregel bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, op de verkeers- of lokalisatiegegevens die worden bewaard krachtens artikel 126 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, zijn de volgende bepalingen van toepassing : - voor een strafbaar feit bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek mag de onderzoeksrechter in zijn bevelschrift de gegevens opvragen voor een periode van twaalf maanden voorafgaand aan zijn bevelschrift; - voor een ander strafbaar feit bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, dat niet bedoeld is in het eerste gedachtestreepje, of een strafbaar feit dat gepleegd is in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of een strafbaar feit dat een hoofdgevangenisstraf van vijf jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, kan de onderzoeksrechter in zijn bevelschrift de gegevens vorderen voor een periode van negen maanden voorafgaand aan het bevelschrift; - voor andere strafbare feiten kan de onderzoeksrechter de gegevens slechts vorderen voor een periode van zes maanden voorafgaand aan het bevelschrift."; g) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3.De maatregel kan alleen betrekking hebben op de elektronische communicatiemiddelen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht worden een strafbaar feit bedoeld in paragraaf 1 te hebben gepleegd of eraan deelgenomen te hebben, of, indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een strafbaar feit bedoeld in paragraaf 1 te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen.

De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd, zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht.

Diezelfden zullen door de onderzoeksrechter in kennis worden gesteld van hetgeen volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet opgenomen in het proces-verbaal."; h) in paragraaf 2, die tot paragraaf 4 vernummerd wordt, worden in het eerste lid de woorden "Iedere operator van een telecommunicatienetwerk en iedere verstrekker van een telecommunicatiedienst" vervangen door de woorden "Iedere operator van een elektronisch communicatienetwerk en iedere verstrekker van een elektronische communicatiedienst".

Art. 10.Artikel 90decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 23/04/2013 numac 2013000250 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie en -telecommunicatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en gewijzigd bij de wetten van 8 april 2002, 7 juli 2002, 6 januari 2003 en bij de wet van 30 juli 2013 vernietigd bij arrest nr. 84/2015 van het Grondwettelijk Hof, wordt aangevuld met een lid, luidende : "Bij dit verslag wordt tevens het verslag gevoegd dat werd opgesteld met toepassing van artikel 126, § 5, vierde lid, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie.".

Art. 11.In artikel 464/25, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikel 88bis, § 2, eerste en derde lid," vervangen door de woorden "artikel 88bis, § 4, eerste en derde lid,". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst

Art. 12.In artikel 13 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2010 numac 2010009144 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2011 numac 2011000109 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. - Duitse vertaling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "inlichtingen" vervangen door het woord "informatie"; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt : "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten waken over de veiligheid van de gegevens die betrekking hebben op hun bronnen en van de informatie en persoonsgegevens die deze bronnen leveren."; 3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "De agenten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben toegang tot de door hun dienst ingewonnen en verwerkte informatie, inlichtingen en persoonsgegevens, voor zover deze nuttig zijn voor de uitoefening van hun functie of opdracht.".

Art. 13.In artikel 18/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2010 numac 2010009144 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2011 numac 2011000109 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. - Duitse vertaling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 zal het huidige derde lid paragraaf 5 vormen;b) in paragraaf 1, waarvan het vierde lid paragraaf 7 zal vormen, worden de woorden "om de specifieke methode voor het verzamelen van gegevens aan te wenden" vervangen door de woorden "om de aanwending van de specifieke methode voor het verzamelen van gegevens op te volgen";c) paragraaf 2, waarvan het huidige tweede tot vijfde lid paragraaf 6 zullen vormen, wordt vervangen als volgt : " § 2.De beslissing van het diensthoofd vermeldt : 1° de aard van de specifieke methode;2° naargelang het geval, de natuurlijke personen of rechtspersonen, verenigingen of groeperingen, voorwerpen, plaatsen, gebeurtenissen of informatie die het voorwerp uitmaken van de specifieke methode;3° de potentiële dreiging die de specifieke methode rechtvaardigt;4° de feitelijke omstandigheden die de specifieke methode rechtvaardigen, de motivering inzake subsidiariteit en proportionaliteit, inbegrepen het verband tussen de bepalingen onder 2° en 3° ;5° de periode waarin de specifieke methode kan worden aangewend, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing aan de Commissie;6° de naam van de inlichtingenofficier(en) verantwoordelijk om de aanwending van de specifieke methode op te volgen;7° in voorkomend geval, het technisch middel dat gebruikt wordt bij de aanwending van de specifieke methode;8° in voorkomend geval, de samenloop met een opsporings- of gerechtelijke onderzoek;9° in voorkomend geval, de ernstige aanwijzingen waaruit blijkt dat de advocaat, de arts of de journalist persoonlijk en actief meewerkt of heeft meegewerkt aan het ontstaan of de ontwikkeling van de potentiële dreiging;10° in geval toepassing wordt gemaakt van artikel 18/8, de motivering van de duur van de periode waarop de inzameling van gegevens betrekking heeft;11° de datum van de beslissing; 12° de handtekening van het diensthoofd."; d) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.Op het einde van elke maand wordt, per specifieke methode, een lijst van de uitgevoerde maatregelen overgezonden aan de commissie.

Deze lijsten bevatten de gegevens bedoeld in § 2, 1° tot 3°, 5° en 7°. " e) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : " § 8.Het diensthoofd beëindigt de specifieke methode wanneer de potentiële dreiging die haar rechtvaardigt weggevallen is, wanneer de methode niet langer nuttig is voor het doel waarvoor zij werd ingesteld, of wanneer hij een onwettigheid heeft vastgesteld. Hij brengt zijn beslissing zo spoedig mogelijk ter kennis van de Commissie.".

Art. 14.In artikel 18/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2010 numac 2010009144 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2011 numac 2011000109 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. - Duitse vertaling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, zo nodig door daartoe de medewerking van de operator van een elektronisch communicatienetwerk of van de verstrekker van een elektronische communicatiedienst te vorderen, overgaan of doen overgaan tot : 1° het opsporen van de verkeersgegevens van elektronische communicatiemiddelen van waaruit of waarnaar elektronische communicaties worden of werden gedaan; 2° het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van elektronische communicaties."; b) in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "oproepgegevens" vervangen door het woord "verkeersgegevens".c) paragraaf 2, waarvan de huidige tekst paragraaf 4 zal vormen, wordt vervangen als volgt : " § 2.Wat betreft de toepassing van de methode bedoeld in paragraaf 1 op de gegevens die worden bewaard krachtens artikel 126 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, zijn de volgende bepalingen van toepassing : 1° voor een potentiële dreiging die betrekking heeft op een activiteit die verband kan houden met criminele organisaties of schadelijke sektarische organisaties, kan het diensthoofd in zijn beslissing de gegevens slechts vorderen voor een periode van zes maanden voorafgaand aan de beslissing;2° voor een potentiële dreiging, andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 1° en 3°, kan het diensthoofd in zijn beslissing de gegevens vorderen voor een periode van negen maanden voorafgaand aan de beslissing; 3° voor een potentiële dreiging die betrekking heeft op een activiteit die verband kan houden met terrorisme of extremisme, kan het diensthoofd in zijn beslissing de gegevens vorderen voor een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de beslissing.".

Art. 15.In artikel 43/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2010 numac 2010009144 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten type wet prom. 04/02/2010 pub. 10/03/2011 numac 2011000109 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. - Duitse vertaling sluiten, worden de woorden "bedoeld in artikel 18/3, § 2" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 18/3, § 3".

Art. 16.In artikel 43/5, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden "bedoeld in artikel 18/3, § 2" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 18/3, § 3".

Gegeven te Brussel, 29 mei 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, A. DE CROO De Minister van Defensie, S. VANDEPUT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54-1567 Integraal verslag : 21 april 2016


begin


Publicatie : 2016-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^