Wet van 30 maart 2011
gepubliceerd op 18 april 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot wijziging va

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2011000231
pub.
18/04/2011
prom.
30/03/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

30 MAART 2011. - Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle

Art. 2.In artikel 1 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, worden in de laatste zin van de definitie van de fysieke beveiligingsmaatregelen de woorden « de documenten en gegevens aangaande voornoemd materiaal, installaties en nucleair vervoer » vervangen door de woorden « de nucleaire documenten ».

Art. 3.In artikel 1bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 2 april 2003, wordt de lijst van definities aangevuld als volgt : « - Categorisering : toekenning van een fysieke beveiligingsgraad aan het kernmateriaal, de nucleaire documenten en de veiligheidszones. - Veiligheidsrang : fysieke beveiligingsgraad toegekend aan kernmateriaal, veiligheidszones en nucleaire documenten. - Nucleair document : elke geregistreerde informatie, ongeacht haar vorm, behandeling, juridische aard of fysische eigenschappen, waaraan een veiligheidsrang werd toegekend en die betrekking heeft op kernmateriaal dat geproduceerd, gebruikt, opgeslagen of vervoerd wordt, of op fysieke beveiligingsmaatregelen die werden opgesteld om het kernmateriaal en de kerninstallaties, evenals het vervoer van kernmateriaal te beschermen, met uitzondering van : a) de documenten die het nationaal of internationaal vervoer van kernmateriaal uit hoofde van de van kracht zijnde regelgeving moeten begeleiden;b) de geclassificeerde documenten overeenkomstig de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;c) de documenten die tot stand kwamen in het kader van de fysieke beveiligingsmaatregelen en die andere persoonlijke gegevens bevatten dan de naam, voornaam van een persoon, de vermelding van het niveau van zijn veiligheidsmachtiging of de aanduiding van het gecategoriseerd kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten waartoe hij uit hoofde van deze wet toegang heeft. - Veiligheidszone : elke plaats van een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf - met inbegrip van de nucleaire transportvoertuigen - waaraan een veiligheidsrang wordt toegekend, of waar zich het volgende bevindt : a) kernmateriaal waaraan een veiligheidsrang werd toegekend; of b) nucleaire documenten; of c) uitrustingen, systemen of voorzieningen of om het even welk ander element waarvan de sabotage een rechtstreekse of onrechtstreekse radiologische impact kan hebben die de internationaal erkende radiologische normen voor de werknemers, de bevolking of het leefmilieu overschrijdt.»

Art. 4.In artikel 2bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 2 april 2003, worden de woorden « en alle daarop betrekking hebbende documenten en gegevens » vervangen door de woorden « en de nucleaire documenten ».

Art. 5.Artikel 15, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Algemeen gesteld omvat de opdracht van het Agentschap de onderzoekingen die dienstig zijn voor het omschrijven van alle exploitatievoorwaarden van de inrichtingen waarin ioniserende stralingen worden aangewend en tot het bestuderen van de veiligheid en de beveiliging van de inrichtingen waarin nucleaire stoffen worden aangewend of bewaard. »

Art. 6.In artikel 17bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 2 april 2003, wordt de bepaling onder het tweede streepje vervangen als volgt : « - de Koning bepaalt het minimumbeveiligingsniveau voor elk van de categorieën van kernmateriaal, zoals ze gedefinieerd worden in artikel 17ter; ».

Art. 7.Artikel 17ter van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 2 april 2003, wordt vervangen als volgt : «

Art. 17ter.§ 1. Het kernmateriaal wordt in drie categorieën onderverdeeld : I, II en III, overeenkomstig de tabel opgenomen als bijlage bij deze wet. De categorieën van het kernmateriaal worden bepaald op basis van hun type, hun gehalte aan splijtbare isotopen, hun hoeveelheid en de intensiteit van hun straling. § 2. Met elke categorie kernmateriaal stemt een categoriseringsniveau overeen : de veiligheidsrang. Er zijn drie veiligheidsrangen : « VERTROUWELIJK - NUC », « GEHEIM - NUC », « ZEER GEHEIM - NUC ».

De veiligheidsrang « VERTROUWELIJK - NUC » wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal schade kan berokken aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een risico op nucleaire proliferatie kan vormen, of wanneer het risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.

De veiligheidsrang « GEHEIM - NUC » wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal ernstige schade kan toebrengen aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een belangrijk risico kan vormen op nucleaire proliferatie, of wanneer er een belangrijk risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.

De veiligheidsrang « ZEER GEHEIM - NUC » wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal zeer ernstige schade kan toebrengen aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een zeer belangrijk risico kan vormen op nucleaire proliferatie, of wanneer er een zeer belangrijk risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden. § 3. De veiligheidsrang « GEHEIM - NUC » wordt toegekend aan kernmateriaal van categorie I en II. De veiligheidsrang « VERTROUWELIJK - NUC » wordt toegekend aan kernmateriaal van categorie III. De directeur-generaal van het Agentschap of zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke van het departement dat bevoegd is voor de beveiliging, kan, in uitzonderlijke risicosituaties, of wanneer deze veiligheidsrang vereist wordt door de staat die dit kernmateriaal verstrekt heeft, aan bepaald kernmateriaal van categorie I de veiligheidsrang « ZEER GEHEIM - NUC » toekennen. § 4. De Koning bepaalt de maatregelen voor de categorisering van de veiligheidszones van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf, rekening gehouden met de veiligheidsrang die werd toegekend aan het kernmateriaal dat ze bevatten, het radiologisch risico dat hun volledige of gedeeltelijke vernietiging zou kunnen inhouden, of hun rol in het kader van de fysieke beveiligingsmaatregelen van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf. § 5. De Koning bepaalt de maatregelen voor de categorisering van de nucleaire documenten, rekening gehouden met de veiligheidsrang die werd toegekend aan het kernmateriaal waar ze betrekking op hebben of met het belang van de informatie die ze bevatten ten aanzien van de nucleaire non-proliferatie, het radiologisch risico of de fysieke beveiliging van het kernmateriaal, de nucleaire installaties of het nucleair vervoer. § 6. De Koning bepaalt de regels voor de decategorisering van het gecategoriseerd kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten, rekening gehouden met de afname van de risico's op schade aan personen, goederen of het leefmilieu, op nucleaire proliferatie of m.b.t. de aantrekkelijkheid voor criminele of terroristische daden, zoals vermeld in §§ 2, 4 en 5. »

Art. 8.In artikel 18bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 2 april 2003, worden de woorden « documenten of gegevens aangaande het kernmateriaal bedoeld in voorgaande paragraaf » vervangen door de woorden « nucleaire documenten ».

Art. 9.In artikel 30bis/1, § 3, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden « vóór het indienen van een vergunningsaanvraag » vervangen door de woorden « in het kader van de in het eerste lid bedoelde projecten ».

Art. 10.Artikel 35 van dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid : « De voorzitter en de leden van de raad van bestuur vertegenwoordigen de Staat. »

Art. 11.In artikel 36, eerste lid, van dezelfde wet en in artikel 3 van het koninklijk besluit van 4 juni 1999 houdende nadere regels betreffende de uitoefening van het mandaat van lid van de raad van bestuur, voorzitter en directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle worden telkens de woorden « 65 jaar » vervangen door de woorden « 70 jaar ».

Art. 12.In dezelfde wet wordt een bijlage ingevoegd, luidende :

« BIJLAGE TABEL : CATEGORIEEN VAN KERNMATERIAAL

Materiaal

Categorie

I

II

III (c)

1.

Plutonium (a)

Niet-bestraald (b)

2 kg of meer

Minder dan 2 kg, maar meer dan 500 g

500 g of minder, maar meer dan 15 g

2.

Uranium-235.

Niet-bestraald (b)


- uranium, verrijkt tot 20 % 235U of meer

5 kg of meer

Minder dan 5 kg maar meer dan 1 kg

1 kg of minder, maar meer dan 15 g

- uranium, verrijkt tot 10% of meer, maar minder dan 20 % 235U

-

10 kg of meer

Minder dan 10 kg, maar meer dan 1 kg

- uranium, verrijkt tot minder dan 10 % 235U

-

-

10 kg of meer

3.

Uranium-233.

Niet-bestraald (b)

2 kg of meer

Minder dan 2 kg, maar meer dan 500 g.

500 g of minder, maar meer dan 15 g.

4.

Bestraalde splijtstof

Verarmd of natuurlijk uranium, thorium of laagverrijkte splijtstof (gehalte aan splijtbare materie lager dan 10 %) (d tot f )


a) Alle plutonium, uitgezonderd dit waarvan de isotopenconcentratie in plutonium-238 80 % overschrijdt.b) Niet bestraald materiaal in een reactor of materiaal bestraald in een reactor, maar met een stralingsniveau gelijk aan of minder dan 1 Gy/u.op één meter afstand, onafgeschermd. c) De hoeveelheden die niet onder categorie III vallen en natuurlijk uranium, verarmd uranium en thorium moeten beveiligd worden overeenkomstig de gebruiken die van toepassing zijn bij voorzichtig beheer.d) De andere splijtstoffen die, uit hoofde van hun oorspronkelijk gehalte aan splijtbare materie, vóór bestraling, in categorie I of in categorie II ondergebracht worden, mogen bij de onmiddellijk lager gelegen categorie worden ingedeeld indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u.overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd. e) De bestraalde splijtstof die in kleine hoeveelheden aanwezig is, kan in categorie III worden ondergebracht en dit zowel voor het vervoer als voor het gebruik en de opslag ervan, indien geacht wordt dat deze minder dan 2 kilo plutonium bevat of minder dan 5 kilo hoogverrijkt uranium en indien de stralingsintensiteit 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd. f) Onverminderd de uitzondering vermeld in e), worden de splijtstoffen, die uit hoofde van hun oorspronkelijk gehalte aan splijtbare materie, vóór bestraling, in categorie II of in categorie III worden ondergebracht, na bestraling, in categorie II ondergebracht, indien ze nationaal of internationaal worden vervoerd en indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd. Ze worden in categorie III ondergebracht, indien ze worden gebruikt of opgeslagen en indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd. » HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen

Art. 13.Artikel 3 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2. Het kernmateriaal voor vreedzaam gebruik, dat uit hoofde van artikel 17ter van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle in categorieën wordt onderverdeeld, alsook de nucleaire documenten, zoals gedefinieerd in artikel 1bis van dezelfde wet, worden niet geclassificeerd in de zin van deze wet, onverminderd de regels opgesteld door of krachtens de verdragen of overeenkomsten die België binden. »

Art. 14.In dezelfde wet wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende : «

Art. 8bis.§ 1. Onverminderd de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden vergt de toegang van eenieder tot het kernmateriaal en de documenten bedoeld in artikel 3, § 2, alsook tot de veiligheidszones van kerninstallaties en nucleaire vervoerbedrijven, nucleaire transportvoertuigen inbegrepen, het bezit van een veiligheidsmachtiging, uitgereikt overeenkomstig hoofdstuk III, of van een veiligheidsmachtiging afgeleverd door de bevoegde overheden van een derde land en erkend door de internationale overeenkomsten en verdragen die België terzake binden.

De Koning bepaalt de vereiste machtigingsniveaus op basis van de categorisering van de veiligheidszones, het kernmateriaal of de nucleaire documenten.

De Koning kan de door hem aangeduide Belgische overheden machtigen om de geldigheid van een door een buitenlandse overheid uitgereikte veiligheidsmachtiging na te gaan. De Koning bepaalt de regels voor deze verificatieprocedure. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Koning de directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle of zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke voor het departement dat bevoegd is voor de beveiliging, machtigen om overeenkomstig hoofdstuk IIIbis een veiligheidsattest af te leveren voor de toegang tot de veiligheidszones, evenals tot het kernmateriaal en de nucleaire documenten wanneer : 1°de periode tijdens welke deze persoon toegang dient te hebben, korter is dan twaalf of vijftien maanden, afhankelijk van het feit of het hiervoor vereiste machtigingsniveau respectievelijk « VERTROUWELIJK » of « GEHEIM » is; 2° de periode tijdens welke deze persoon wel eens toegang dient te hebben zes uur of minder bedraagt;3° er voor deze persoon een machtigingsaanvraag werd ingediend bij de in artikel 15, lid 1, bedoelde veiligheidsoverheid. Dit veiligheidsattest verstrijkt, hetzij op de datum van de toekenning of de definitieve weigering van de veiligheidsmachtiging, hetzij wanneer de geldigheidstermijn van het attest verstreken is of, ten laatste, wanneer de door de Koning bepaalde termijn verstreken is.

De Koning bepaalt de regels en de procedure op basis waarvan de in deze paragraaf bedoelde personen toegang kunnen hebben tot gecategoriseerd kernmateriaal, tot veiligheidszones en tot nucleaire documenten. § 3. In afwijking van §§ 1 en 2 kan een persoon die de Belgische nationaliteit bezit maar geen vaste woonplaats in België heeft, of die de Belgische nationaliteit niet bezit en geen vaste woonplaats in België heeft en die geen houder is van een veiligheidsmachtiging bedoeld in § 1 toegang hebben tot veiligheidszones, evenals tot kernmateriaal en nucleaire documenten wanneer hij in het bezit is van een attest dat sinds minder dan een jaar door de bevoegde autoriteiten van het land waar hij gewoonlijk verblijft, werd afgeleverd en waarin wordt bevestigd dat hij in dat land gemachtigd is toegang te hebben tot een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf, tot kernmateriaal, tot de plaatsen waar dit zich bevindt en de documenten die hierop betrekking hebben.

De Koning bepaalt de procedure waardoor de in deze paragraaf bedoelde personen toegang kunnen hebben tot het kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten. § 4. In afwijking van de §§ 1 en 2 bepaalt de Koning de modaliteiten voor de toegang tot de veiligheidszones in geval van hoogdringendheid gemotiveerd door een nucleair incident of ongeval, of door om het even welke oorzaak die van dien aard is dat ze, op imminente wijze, hetzij tot een abnormaal radiologisch risico voor de bevolking, de werknemers of het leefmilieu, hetzij tot ernstige schade aan personen of goederen kan leiden. De Koning bepaalt tevens de modaliteiten voor de toegang tot de veiligheidszones in geval van hoogdringendheid gemotiveerd door een incident of ongeval zonder risico op een radiologische impact. § 5. In de in §§ 2 tot 4 vermelde gevallen, worden bijkomende beschermingsmaatregelen van technische, organisatorische en administratieve aard getroffen teneinde de toegang tot het kernmateriaal, de nucleaire documenten en de veiligheidszones doeltreffend te organiseren. In geen geval kunnen deze maatregelen voor de in voornoemde paragrafen bedoelde persoon de verplichting inhouden om aan zijn werkgever, de veiligheidsofficier, de verantwoordelijke voor de fysieke beveiliging, of de betrokken overheden, door toepassing van deze wet, informatie van persoonlijke aard te verstrekken wanneer deze niet vereist is in het kader van de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, of wanneer deze gevraagd wordt door een fysieke of rechtspersoon die hiertoe door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten niet gemachtigd is. Na advies van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle, worden de bijkomende beschermingsmaatregelen door de Koning bepaald. Ze worden toegepast door de verantwoordelijke voor de fysieke beveiliging van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf. § 6. In de in §§ 2 tot 4 bedoelde gevallen, kan er, met uitzondering van de persoon die de toestemming heeft om een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf te bezoeken en waarvan de bezoekduur zes uur of minder bedraagt en de toegang exclusief beperkt is tot de veiligheidszones, geen toegang worden verleend tot het kernmateriaal, nucleaire documenten en veiligheidszones en evenmin toestemming tot kennisname van de informatie vervat in de nucleaire documenten, behalve wanneer deze toegang noodzakelijk is opdat de betrokken persoon zijn functie of opdracht zou kunnen vervullen. »

Art. 15.Artikel 12 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : « Deze wet is eveneens van toepassing op alle personen die toegang dienen te hebben tot gecategoriseerd kernmateriaal, tot nucleaire documenten of tot veiligheidszones, zoals ze worden gedefinieerd door de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. »

Art. 16.In artikel 22ter, lid 2, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 3 mei 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « of voor wat het Federaal Agentschap voor nucleaire controle betreft, waarvoor zij verantwoordelijk zijn voor de controle » worden ingevoegd tussen de woorden « waarvoor zij verantwoordelijk zijn » en de woorden « of wanneer het evenementen betreft die zijzelf organiseren »;2° in het 4° worden de woorden « een door hem aangewezen ambtenaar van niveau 1 » vervangen door de woorden « zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke van het departement die bevoegd is voor de nucleaire beveiliging ». HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepaling

Art. 17.Opgeheven worden : 1° de artikelen 10 en 15 van de wet van 2 april 2003 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie;2° artikel 13 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding

Art. 18.§1. De artikelen 2, 3, 4 en 7 treden in werking op de eerste dag van de zesde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

De artikelen 5, 9, 11, alsook dit artikel treden in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.

Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.

De andere artikelen treden in werking op de eerste dag van de achttiende maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 2. De Koning kan data van inwerkingtreding bepalen, voorafgaand aan de data vermeld in het eerste en vierde lid van § 1.

Kondigen deze tekst af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 30 maart 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Landsverdediging, P. DE CREM De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota Zitting 2010-2011.

Senaat.

Stukken. 5-788/1. Ontwerp niet geëvoceerd door de senaat.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Stukken : 53 1005/001 : wetsontwerp. 53 1005/002 : amendementen. 53 1005/003 : verslag. 53 1005/004 : tekst aangenomen door de commissie. 53 1005/005 : tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de senaat.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^