Koninklijk Besluit van 21 juli 2021
gepubliceerd op 29 juli 2021
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

21 JULI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19 quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij VERS

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2021203680
pub.
29/07/2021
prom.
21/07/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2021203680

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID


21 JULI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19 quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit waarvan ik de eer heb aan uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft als doel om de regels en modaliteiten vast te stellen van de coronapremie.

Op basis van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen wordt een maximale marge voor de loonkostenontwikkeling vastgelegd op 0,4 % voor de periode 2021-2022.

De coronapremie heeft als doel om ondernemingen in 2021 waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald, de mogelijkheid te geven om een eenmalige verhoging bovenop de maximale marge van 0,4 % toe te kennen.

Om enerzijds het het effect van deze coronapremie op de loonkost voor de werkgever zo beperkt mogelijk te houden en anderzijds de extra koopkracht voor de werknemer te maximaliseren wordt de coronapremie uitgesloten van het loonbegrip voor de sociale zekerheid.

De coronapremie wordt toegekend in de vorm van een cheque met een beperkte geldigheidsduur met als doel steun te verlenen bij de heropstart van de economie na de pandemie.

Het gaat om een nieuwe uitsluiting uit het loonbegrip, die gepaard gaat met een gunstige sociale en fiscale behandeling, vastgelegd bij wet, die gerechtvaardigd is door de bijzondere voorwaarden voor het gebruik ervan: - de premie is eenmalig in de tijd. Hij kan alleen worden uitgereikt tussen 1 augustus 2021 en 31 december 2021; - het totale bedrag van de door de werkgever toegekende coronapremies mag niet meer dan 500 euro per werknemer bedragen; - de coronapremie kan alleen worden gebruikt in bepaalde inrichtingen die te lijden hadden onder de pandemie, om de consumptie te ondersteunen en bij te dragen tot het economisch herstel na de pandemie van het coronavirus.

De coronapremie wordt ook verantwoord door de bijzondere bestedingsvoorwaarden die ermee gepaard gaan. De coronapremie kan op dezelfde plaatsen worden besteed als de consumptiecheque, en het gebruik van beide worden uitgebreid met inrichtingen die tijdens de pandemie gedurende een periode verplicht moesten worden gesloten op basis van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2020 pub. 17/08/2020 numac 2020203211 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques sluiten1 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en zoals meermaals gewijzigd. Op deze manier ondersteunt de coronapremie de consumptie en zal deze bijdragen tot de heropstart van de economie en in het bijzonder de inrichtingen die omwille van de pandemie gedurende langere tijd niet konden openen en gedurende andere perioden economische gevolgen ondergingen omwille van sanitaire maatregelen.

Het verschil in fiscale en socialezekerheidsbehandeling van de coronapremie ten opzichte van de gewone bezoldiging is aldus gebaseerd op objectieve en redelijkerwijs gerechtvaardigde criteria. De maatregel staat in verhouding tot het nagestreefde doel.

De wetgever voorziet in de mogelijkheid voor werkgevers waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald, een coronapremie toe te kennen aan de werknemers. Het zijn de partijen bij de arbeidsverhouding die beslissen over de toekenning van de premie.

Indien een dergelijke premie wordt toegekend en aan bepaalde voorwaarden voldoet, komt hij in aanmerking voor gunstige sociale en fiscale regelingen. De partijen bij de arbeidsverhouding beslissen door middel van een CAO of een individuele schriftelijke overeenkomst of er coronapremies worden toegekend, overeenkomstig de in de wet vastgelegde voorwaarden.

De regeling is verenigbaar met de regels van het Europees recht. Dit werd bevestigd in eerdere adviezen van de Raad van State met betrekking tot de elektronische maaltijdcheques (advies 47.648 van 14 januari 2010) en de eco-cheques (advies 58.364/1 van 25 november 2015). De consumptiecheque en de coronapremie zijn uitsluitend in België geldige instrumenten die door een overheid voor specifieke sociale of fiscale doeleinden worden gereglementeerd om specifieke goederen of diensten aan te schaffen bij aanbieders die met de uitgever van de cheque/premie een overeenkomst hebben gesloten. Ze hebben bovendien een bijzonder statuut op het niveau van bepaalde Europese regelgevingen. Zo zijn ze bijvoorbeeld uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn 2015/2366 (richtlijn PSD II).

De uitsluiting van de elektronische handel is te wijten aan het feit dat het voor de uitgevers van deze cheques niet mogelijk zou zijn om met alle spelers op het gebied van de elektronische handel in de Europese Unie affiliatieovereenkomsten te sluiten. In de elektronische handel is het zeer moeilijk te weten wie de uiteindelijke begunstigde is en dus met welke dienstverlener het contract moet worden gesloten.

Het gaat om zeer specifieke instrumenten die alleen onder zeer strikte voorwaarden kunnen worden gebruikt met controle-emittenten die zelf in staat moeten zijn om aan de strikte voorwaarden van hun goedkeuring te voldoen. Ze moeten immers een affiliatieovereenkomst sluiten en ze moeten controleren dat de cheque wordt gebruikt voor de aankoop van het specifieke product of de specifieke dienst waarvoor ze is uitgegeven. Het zou onmogelijk zijn deze voorwaarden voor alle aanbieders in de gehele Europese Unie te controleren. De controle van de dienstverlener is bovendien dikwijls onderworpen aan precieze regels die over het algemeen verwijzen naar de bevoegdheden van de controle-autoriteiten van de staat waar de dienstverlener gevestigd is.

Het fiscale en/of sociale karakter van de maatregel houdt in dat moet kunnen worden gegarandeerd dat het instrument correct en volgens de strikte voorwaarden wordt gebruikt. Anders bestaat het risico dat het instrument wordt gebruikt voor andere doeleinden dan die waarop de maatregel betrekking heeft en dat het niet kan worden gecontroleerd.

Er moet voor worden gezorgd dat de zender kan worden gecontroleerd op de naleving van alle voorwaarden van zijn goedkeuring.

Wat de overheidssector betreft, zijn de voorwaarden die voor de consumptiecheque zijn vastgesteld, ook van toepassing op de coronapremie. Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat voor de overheidssector over de toekenning van "de consumptiecheque" (lees "de coronapremie") moet zijn onderhandeld in het bevoegde onderhandelingscomité. De toekenning van een coronapremie is een zaak waarover de betrokken autoriteiten moeten beslissen. Hetzelfde geldt voor overheidsbedrijven.

Het besluit werd aangepast aan de bemerkingen geformuleerd door de Raad van State in zijn advies 69.627/1 van 24 juni 2021.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Sociale Zaken, Fr. VANDENBROUCKE

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 69.627/1 van 24 juni 2021 over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders' Op 17 juni 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders'.

Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 22 juni 2021. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Chantal BAMPS en Bert THYS, staatsraden, Johan PUT, assessor, en Greet VERBERCKMOES, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Jonas RIEMSLAGH, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Bert THYS, staatsraad.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 24 juni 2021. 1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. In dit geval wordt het verzoek om spoedbehandeling in de adviesaanvraag gemotiveerd: "par la circonstance que les modalités juridiques de la prime corona doivent être claires dans les plus brefs délais, de sorte que: - les partenaires sociaux, les employeurs et les travailleurs salariés peuvent entamer la concertation sociale le plus rapidement possible; - les primes corona peuvent être attribuées aussi rapidement que possible; - les éditeurs de chèques et les établissements, associations ou les commerces de détail où la prime corona peut être utilisée puissent commencer les préparations nécessaires à sa mise en oeuvre pratique dès que possible; - la contribution à la reprise économique puisse débuter le plus rapidement possible". 2. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 3. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het wijzigen van artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 'tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders'. Vooreerst wordt de in artikel 19quinquies, § 2, reeds vervatte regeling van de zogenaamde consumptiecheques gewijzigd, doordat de wijzen waarop deze cheques kunnen worden besteed, worden uitgebreid en de geldigheid ervan wordt verlengd (artikel 1 van het ontwerp).

Voorts wordt artikel 19quinquies aangevuld met een paragraaf 4, die de toekenning regelt van een "éénmalige" coronapremie, die kan worden toegekend "in ondernemingen waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald". De regeling van de consumptiecheque in de voorafgaande paragrafen wordt van toepassing verklaard op de coronapremie. Deze premie mag worden "uitgereikt" van 1 augustus 2021 tot 31 december 2021 en bedraagt maximum 500 euro per werknemer (artikel 2 van het ontwerp).

Het te nemen koninklijk besluit treedt in werking op 1 augustus 2021 (artikel 3 van het ontwerp). 4.1. Het ontwerp vindt rechtsgrond in artikel 14, § 2, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten 'tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders' en artikel 23, tweede lid, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 02/09/2014 numac 2014000386 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten 'houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers'. 4.2. Het ontwerp wijzigt weliswaar bepalingen die zijn gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 31 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2020 pub. 17/08/2020 numac 2020203211 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques sluiten 'tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques' en die bijgevolg formeel een wettelijk karakter hebben, maar artikel 3 van die wet luidt als volgt: "De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit de bij artikel 2 gewijzigde bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen." VORMVEREISTEN 5. Het ontwerp bevat regelingen die, overeenkomstig artikel 15 van de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/1963 pub. 27/01/2015 numac 2015000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 25/04/1963 pub. 21/02/2013 numac 2013000100 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten 'betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg', om advies moeten worden voorgelegd aan hetzij het betrokken beheerscomité, hetzij de Nationale Arbeidsraad.Die verplichting geldt voor "elk voorontwerp van wet of ontwerp van organiek besluit of verordening tot wijziging van de wetten of verordeningen, met de toepassing waarvan de instelling belast is of betreffende het personeelskader en de structuur van de instelling".

De gemachtigde legde een brief over waaruit blijkt dat bij hoogdringendheid aan de Nationale Arbeidsraad advies wordt gevraagd over het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit.

Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst van het ontwerp ten gevolge van dat advies nog wijzigingen zou ondergaan,1 moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.

ONDERZOEK VAN DE TEKST VOORAFGAANDE OPMERKING 6. De om advies voorgelegde tekst wijzigt en bouwt voort op bestaande regelingen die het mogelijk maken dat de werkgever aan de werknemer een deel van het loon toekent in de vorm van een "cheque", die wordt uitgegeven door een derde.Mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden, geldt voor het toekennen van dergelijke cheques een voordeliger regime op het vlak van de socialezekerheidsbijdragen en de fiscaliteit.

Het naast elkaar bestaan van deze regelingen en de opeenvolgende wijzigingen2 ervan leiden tot een complex geheel.

Een deel van de hiernavolgende opmerkingen vinden daarin hun oorzaak.

Meer in het algemeen rijst de vraag of deze gestaag toenemende legistieke complexiteit de duidelijkheid van de regelgeving en de rechtszekerheid niet in het gedrang brengt, niet het minst in de relatie tussen de werkgever en de werknemer.

ALGEMENE OPMERKINGEN a) De voordelige behandeling van de consumptiecheque en de coronapremie op het vlak van de socialezekerheidsbijdragen en de fiscaliteit 7.1. De consumptiecheque die aan de toepasselijke voorwaarden voldoet, wordt voor de toepassing van de socialezekerheidsreglementering niet beschouwd als loon.3 Bij de invoering van die regeling merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, op dat " [d]e ontworpen bepalingen (...) in ruime mate geïnspireerd [zijn] op de regeling betreffende de maaltijdcheque, de sport/cultuurcheque en de ecocheque (de artikelen 19bis tot 19quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969). De sectoren waarin deze cheques kunnen worden besteed zijn vergelijkbaar met deze waar ook de sport/cultuurcheque kan worden besteed".4 Het voorliggende ontwerp breidt de bestedingsmogelijkheden van de consumptiecheque aanzienlijk uit. Die mogelijkheden gelden krachtens het ontworpen artikel 19quinquies, § 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 eveneens voor de coronapremie.

Zowel de consumptiecheque als de coronapremie geniet een gunstig fiscaal regime, indien voldaan is aan de voorwaarden van de socialezekerheidsreglementering.5 7.2. De Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft in het verleden reeds opgemerkt dat de gunstige behandeling van de verschillende cheques op het vlak van de sociale zekerheid en de fiscaliteit enkel kan worden verantwoord door de bijzondere bestedingsvoorwaarden die daarmee gepaard gaan. Zo werd in advies 61.016/1 van 21 maart 2017 over een wetsvoorstel 'betreffende de vervanging van de ecocheques door een nettovergoeding' het volgende opgemerkt: 6 "3.4. Uit de betrokken bepalingen op het vlak van de fiscaliteit7 en de sociale zekerheid8 dient te worden afgeleid dat de maaltijdcheques en de ecocheques in beginsel worden beschouwd als belastbare inkomsten of als loon onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen, tenzij de toekenning, de uitreiking, het gebruik en de finaliteit ervan aan bepaalde - strikte - voorwaarden voldoen. Het zijn precies deze bijzondere voorwaarden die in de huidige stand van de wetgeving, in het licht van het gelijkheidsbeginsel, een verantwoording kunnen bieden voor het voorzien, met betrekking tot de maaltijdcheques en ecocheques die aan deze voorwaarden voldoen, in een specifieke - voordeliger - regeling op het vlak van fiscaliteit en sociale zekerheidsbijdragen.

Het komt de Raad van State, afdeling Wetgeving, voor dat door de voorgestelde opheffing van de voorwaarden inzake de uitreiking, het gebruik en de finaliteit van de maaltijdcheques en de ecocheques, en de vervanging van deze cheques door respectievelijk een maaltijdvergoeding en een ecovergoeding die rechtstreeks wordt gestort aan de werknemers of de bedrijfsleiders en waarover, zoals het geval is voor het gewone loon, vrij door de werknemers of de bedrijfsleiders kan worden beschikt, het in het licht van het gelijkheidsbeginsel niet langer verantwoord lijkt dat voor de aldus geconcipieerde vergoedingen op het vlak van fiscaliteit en socialezekerheidsbijdragen in een specifieke regeling wordt voorzien die voordeliger is dan die waarin is voorzien voor het - vergelijkbare - gewone loon.

Het gegeven dat, wat de toekenning van die vergoedingen betreft, de bestaande voorwaarde blijft gelden dat deze moet vervat zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst op sectorieel of ondernemingsvlak of, wanneer het sluiten van een collectieve overeenkomst niet mogelijk is, in een geschreven individuele overeenkomst, doet aan deze vaststelling geen afbreuk. Op dit punt verschillen de voornoemde vergoedingen immers niet wezenlijk van de toekenning van het gewone loon. Gelet op dit laatste valt het overigens, in het licht van het gelijkheidsbeginsel, moeilijk te verantwoorden waarom het voordeel van de specifieke regeling op het vlak van fiscaliteit en sociale zekerheid enkel wordt toegekend aan de werkgevers en de werknemers die aan die voorwaarde voldoen. 3.5. Uit hetgeen voorafgaat moet worden geconcludeerd dat de voorgestelde regeling, met inbegrip van de erop betrekking hebbende amendementen, minstens reeds wat het hiervoor onderzochte aspect ervan betreft,9 problematisch is in het licht van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel." 7.3. De ontworpen wijzigingen aan artikel 19quinquies, § 2, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 nemen de bestedingsvoorwaarden in belangrijke mate weg. Zo kunnen de consumptiecheque en de coronapremie worden aangewend voor de aankoop van eender welk goed dat in de kleinhandel wordt verkocht "in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument in de vestigingseenheid". De cheque en de premie kunnen eveneens worden gespendeerd in de horeca en bij tal van dienstverlenende bedrijven.

Zelfs al geldt er geen volledige bestedingsvrijheid, de bestedingsmogelijkheden zijn zo ruim dat de consumptiecheque en de coronapremie zonder noemenswaardige beperking kunnen worden aangewend voor uitgaven die de betrokkene hoe dan ook zou maken, waarna het uitgespaarde geld eveneens vrij kan worden aangewend. Deze substitutiemogelijkheid is veel groter dan bijvoorbeeld bij de bestaande ecocheques en sport- en cultuurcheques. 7.4. Gevraagd om de verruimde bestedingsvoorwaarden te verantwoorden in het licht van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Dans la mesure où chaque employeur à la possibilité, lorsque son entreprise a obtenu de bons résultats durant la crise, d'octroyer en 2021, une augmentation unique sous la forme d'une prime corona de maximum 500 euros qui sera exclue du calcul de la marge maximale pour l'évolution du coût salarial, il n'y a pas de discrimination possible.

Le salaire habituel de tous les travailleurs est taxé de la même manière et la prime corona, d'un montant limité également taxé, est mise en place pour répondre à un besoin particulier et temporaire qui est celui de toute entreprise dont les résultats permettent un geste salarial. La forme prise par la prime corona contribue par ailleurs à un effort de relance bénéfique à l'ensemble de l'économie. La différence de traitement liée à la prime corona repose sur un critère objectif et raisonnablement justifié. La mesure est proportionnée par rapport à l'objectif poursuivi." Deze argumentatie bevat evenwel geen elementen die als een voldoende verantwoording kunnen dienen voor het verschil in behandeling tussen de consumptiecheque en de coronapremie enerzijds en het reguliere loon in geld anderzijds, rekening houdend met hetgeen werd opgemerkt in het zo-even aangehaalde advies van de afdeling Wetgeving en de zeer ruime bestedingsmogelijkheden van de consumptiecheque en de coronapremie. De omstandigheid dat enkel bepaalde werkgevers de premie kunnen toekennen, doet daaraan geen afbreuk. Overigens geldt die beperking niet voor de consumptiecheques. b) De bestedingsmogelijkheden van de consumptiecheque en de coronapremie 8.1. De gemachtigde lichtte de afbakening van de inrichtingen waarbij de consumptiecheque en de coronapremie kunnen worden gespendeerd als volgt toe: "Als uitgangspunt is het toepassingsgebied van de consumptiecheque genomen. - In eerste instantie zijn de beperkende voorwaarden op vlak van minimale sluiting en omvang van de onderneming opgeheven. Uit de praktijk bleek immers dat de bestedingsmogelijkheden te beperkt waren, terwijl men algemeen kan stellen dat de handelszaken een economisch mindere periode hebben doorgemaakt omwille van de sluitingen en andere sanitaire maatregelen - In tweede instantie zijn toegevoegd de inrichtingen die ten gevolge van de maatregelen hebben moeten sluiten in zover ze nog niet onder het toepassingsgebied vielen. Daarop werd aansluiting gezocht met de Ministeriële besluiten met maatregelen tegen het coronavirus (MB van 28 oktober 2020 en latere wijzigingen) Het gaat daarbij om contactberoepen en inrichtingen voor cultuur, sport en vrije tijd." 8.2. Voor de kleinhandelszaken geldt als voorwaarde dat ze "in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument in de vestigingseenheid, goederen aanbieden aan de consument, met inbegrip van hersteldiensten waarbij het te herstellen goed fysiek door de consument in de vestigingseenheid wordt gebracht en afgehaald" (ontworpen artikel 19quinquies, § 2, 4°, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969).

Gevraagd om de concrete draagwijdte van die voorwaarde toe te lichten - en bijvoorbeeld te verduidelijken of een verkoop die van op afstand tot stand komt maar waarbij het goed fysiek wordt opgehaald ook daaronder valt - verklaarde de gemachtigde het volgende: "Cette terminologie a été spécifiquement retenue car l'objectif de la mesure et aussi de soutenir les magasins 'physiques' et non les ventes sur internet car celles-ci n'ont pas souffert de la crise, au contraire. La mesure vise à soutenir ce commerce en 'présentiel'. Donc un consommateur qui commande un bien par téléphone et vient le reprendre au magasin peut payer au moyen de la prime corona. S'il vient faire son choix en magasin et se fait livrer le bien il peut également payer au moyen de la prime corona. C'est donc le tissu commercial implanté sur l'ensemble du territoire que l'on entend également soutenir par le biais de ce moyen." 8.3. Gevraagd om de gehanteerde criteria toe te lichten, rekening houdend met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Le commerce en ligne sort d'une période florissante où ses ventes ont explosées durant le confinement. Au contraire l'ensemble des commerces 'physiques' ont grandement souffert durant cette même période. Ils ont dû complètement fermer durant un temps puis ont pu rouvrir mais avec des capacités d'accueil des clients limitées. Le fait de prévoir maintenant que la prime corona ne puisse être utilisée que dans ces magasins 'physiques' est raisonnablement justifié au regard de la situation très différente vécue par ces deux secteurs durant la crise que nous traversons. Eu égard au volume du chiffre d'affaire du commerce en ligne, accentué durant la période de confinement, en comparaison du chiffre d'affaire du commerce 'physique' nous estimons qu'il y a un rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés et le but visé." De Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft geen kennis van de feitelijke gegevens die aan deze verantwoording ten grondslag liggen, welke vereist is om de overtuigingskracht van deze verantwoording adequaat te kunnen beoordelen. 8.4. De ontworpen voorwaarden moeten bovendien verenigbaar zijn met het recht van de Europese Unie. De uitsluiting van de verkoop (en herstelling) die (louter) op afstand plaatsvindt, is van die aard dat bijvoorbeeld buitenlandse uitbaters van webwinkels mogelijk onevenredig erdoor worden benadeeld. Het blijkt overigens uit de verklaring van de gemachtigde dat het de bedoeling is om het "op het grondgebied ingeplante economische weefsel" te ondersteunen.

Het is zeer de vraag of een dergelijke regeling verenigbaar is met de beginselen inzake het vrij verkeer.10 Aangezien de gunstigere behandeling op het vlak van de sociale zekerheid en de fiscaliteit bovendien "met staatsmiddelen bekostigd" is in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), rijst tevens de vraag of deze niet moet worden gekwalificeerd als staatssteun en bijgevolg voorafgaandelijk moet worden aangemeld bij de Europese Commissie. De maatregel heeft immers een selectief karakter, aangezien lokale ondernemingen worden bevoordeeld.11 8.5. Het ontwerp moet op deze punten dan ook aan een grondig bijkomend onderzoek worden onderworpen. c) De toekenningsvoorwaarden voor de coronapremie 9.1. Het ontworpen artikel 19quinquies, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 luidt als volgt: "De toekenning van de éénmalige coronapremie in ondernemingen waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald moet vervat zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst op sectorieel vlak of op ondernemingsvlak. Kan dergelijke overeenkomst niet worden gesloten bij gebrek aan een syndicale delegatie of gaat het om een personeelscategorie waarvoor het niet de gewoonte is dat zulke overeenkomst wordt beoogd, dan mag de toekenning geregeld worden door een individuele overeenkomst." 9.2. De gemachtigde bevestigde dat deze bepaling inhoudt dat de coronapremie enkel kan worden toegekend in ondernemingen waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald en niet dat enkel in die ondernemingen de voorwaarde inzake het sluiten van de collectieve arbeidsovereenkomst geldt. Het is raadzaam om dit ondubbelzinnig uit de formulering van de ontworpen bepaling te doen blijken.

Hoewel het begrip "coronapremie" weinig twijfel laat over welke "crisis" wordt bedoeld, verdient het aanbeveling om ook dit in de tekst van de ontworpen bepaling nader te omschrijven. 9.3. Gevraagd wanneer er sprake is van "goede resultaten" die "tijdens de crisis" zijn behaald, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Il appartient aux instances qui concluent ces accords d'en juger et, le cas échéant, de définir plus précisément ce concept." Deze zienswijze van de gemachtigde kan niet worden bijgevallen. Het voldoen aan de voorwaarden die zijn vervat in het ontworpen artikel 19quinquies, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 is immers vereist voor het toepasselijk zijn van het specifieke regime op het vlak van de sociale zekerheid, alsook de inkomstenbelasting. Als zodanig heeft dit belangrijke gevolgen voor de betrokken werkgevers en werknemers. De regelgever moet ter zake dan ook duidelijkere criteria hanteren, waarvan de exacte draagwijdte voor de betrokkenen voldoende voorspelbaar is. Zie in dat verband ook opmerking nr. 8 in het eveneens om advies voorgelegde voorontwerp van wet 'tot vaststelling van de maatregelen inzake het loonoverleg voor de periode 2021-2022' (adviesaanvraag 69.628/1). De ontworpen regeling met betrekking tot de coronapremie zou op dit punt moeten worden aangevuld met nadere criteria.

BIJZONDERE OPMERKINGEN Artikel 2 10. Krachtens het ontworpen artikel 19quinquies, § 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 gelden voor de toekenning van de coronapremie de voorwaarden met betrekking tot de consumptiecheque vervat in de paragrafen 1 tot 3 van dat artikel. Artikel 19quinquies, § 2, 1°, bepaalt dat " [v]oor de openbare sector (...) de toekenning van de consumptiecheque het voorwerp [moet] hebben uitgemaakt van een onderhandeling in het daarvoor bevoegde onderhandelingscomité".

De coronapremie kan krachtens het ontworpen artikel 19quinquies, § 4, tweede lid, enkel worden toegekend "in ondernemingen waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald". Die bepaling herneemt voor het overige de voorwaarden inzake sociaal overleg zoals bedoeld in artikel 19quinquies, § 2, 1°, met betrekking tot de consumptiecheque, maar zonder de verwijzing naar de openbare sector.

Gevraagd of de coronapremie al dan niet kan worden toegekend in de openbare sector, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Les conditions énoncées à l'article 19quinquies, paragraphes 1 à 3, s'appliquent également à la prime de corona. Il y est spécifiquement prévu que pour le secteur public, l'octroi 'du chèque consommation' (lire 'de la prime corona') doit avoir fait l'objet d'une négociation au sein du comité de négociation compétent. L'octroi éventuel d'une prime corona relève de la décision des autorités concernées. Il en va de même pour les entreprises publiques." Het verdient aanbeveling om die bedoeling duidelijker tot uiting te brengen in de tekst van de ontworpen bepalingen. 11. In het ontworpen artikel 19quinquies, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 wordt gewag gemaakt van "de éénmalige coronapremie".In het derde lid, 3°, van die bepaling is dan weer erin voorzien dat "het totale bedrag van de door de werkgever toegekend [e] coronapremies (...) niet meer [mag] bedragen dan 500 euro per werknemer".

Gevraagd naar de verhouding tussen het "éénmalige" karakter en de mogelijkheid om de premie in verschillende delen toe te kennen, verklaarde de gemachtigde het volgende: "La prime corona est unique dans sa temporalité, au sens où elle est limitée dans le temps et n'est liée qu'à la survenance de la crise du Covid-19.

Cela n'empêche toutefois pas l'employeur d'octroyer la prime corona en plusieurs fois pour autant que son montant total ne dépasse pas 500 euros." Het tijdelijke karakter van de coronapremie blijkt reeds uit de andere voorwaarden, zoals de beperking in de tijd van de mogelijkheid om deze toe te kennen. Om geen twijfel te doen bestaan over de mogelijkheid om de coronapremie in verschillende delen toe te kennen, is het raadzaam om het woord "éénmalige" weg te laten.

De griffier De voorzitter G. VERBERCKMOES M. VAN DAMME Nota's 1 Namelijk andere wijzigingen dan diegene waarvan in dit advies melding wordt gemaakt of diegene die ertoe strekken tegemoet te komen aan hetgeen in dit advies wordt opgemerkt. 2 Zo werden sinds de uitbraak van de COVID-19-pandemie de artikelen 19bis tot 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 mei 2020 en 15 juli 2020, de wet van 31 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2020 pub. 17/08/2020 numac 2020203211 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques sluiten, de programmawet van 20 december 2020 en de koninklijke besluiten van 22 december 2020 en 28 december 2020. 3 Art. 19quinquies, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969. 4 Adv.RvS 67.663/1 van 26 juni 2020 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 15 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2020 pub. 17/08/2020 numac 2020203211 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques sluiten0 'tot invoeging van een artikel 19quinquies in het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders', opm. 5. 5 Zie voor de consumptiecheques de artikelen 7 en 8 van de wet van 15 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/2020 pub. 23/07/2020 numac 2020015194 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (1) sluiten 'houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III)' en voor de coronapremie de artikelen 8 en 9 van het thans aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, om advies voorgelegde voorontwerp van wet 'tot vaststelling van de maatregelen inzake het loonoverleg voor de periode 2021-2022' (adviesaanvraag 69.628/1). 6 Adv.RvS 61.016/1-61.017/1 van 21 maart 2017 over een wetsvoorstel 'betreffende de vervanging van de ecocheques door een nettovergoeding' en amendementen, Parl.St. Kamer, nr. 54-2287/004, opm. 3.4-3.5; adv.RvS 61.018/1 van 21 maart 2017 over een wetsvoorstel 'tot wijziging van de wetgeving wat de vervanging van ecocheques door een nettobonus betreft', Parl.St. Kamer, nr. 54-0842/002, opm. 3.4-3.5.

Zie ook: adv.RvS 62.233/1/3 van 14 november 2017 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 30 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/2018 pub. 07/05/2018 numac 2018011632 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding sluiten 'betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding', Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2838/1, opm. 4.3.1; adv.RvS 62.368/1/2/3/4 van 1 december 2017 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 18 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040291 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie sluiten 'betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie', Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2839/1, p. 47-48, opm. 3. 7 Voetnoot in de geciteerde tekst: Zie in dat verband inzonderheid: artikel 38, § 1, eerste lid, 25°, WIB 92, dat bepaalt dat van het belastbare inkomen zijn vrijgesteld "de voordelen die bestaan uit de tussenkomst van de werkgever of de onderneming in de maaltijdcheques, de sport/cultuurcheques of de eco-cheques die beantwoorden aan de in artikel 38/1 vermelde voorwaarden"; artikel 38/1, § § 1, 2 en 4, WIB 92, dat de voorwaarden bepaalt waaraan de maaltijdcheques en de ecocheques moeten voldoen opdat zij als een vrijgesteld voordeel in de zin van artikel 38, § 1, eerste lid, 25°, WIB 92 kunnen worden beschouwd; artikel 53, 14°, WIB 92, dat bepaalt dat (in hoofde van de werkgever) niet als beroepskosten worden aangemerkt "de in artikel 38, § 1, eerste lid, 11° en 25°, bedoelde voordelen met uitzondering van de in voorkomend geval tot 2 EUR per maaltijdcheque beperkte tussenkomst van de werkgever of de onderneming in de maaltijdcheques wanneer die tussenkomst voldoet aan de in artikel 38/1 gestelde voorwaarden". 8 Voetnoot in de geciteerde tekst: Zie in dat verband inzonderheid de artikelen 19bis en 19quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969, die met betrekking tot respectievelijk de maaltijdcheques en de ecocheques bepalen dat het voordeel toegekend onder die vorm wordt beschouwd als loon tenzij er wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. 9 Voetnoot in de geciteerde tekst: Zo heeft de Raad van State, afdeling Wetgeving, binnen de hem toegemeten termijn om advies uit te brengen, niet kunnen onderzoeken, in het licht van het gelijkheidsbeginsel, in welke mate de aldus geconcipieerde vergoedingen en de daaraan gekoppelde fiscaal en socialezekerheidsrechtelijke regeling niet tevens nopen tot een heroverweging van andere bestaande regelingen op dat vlak. 10 Zie o.m. HvJ 24 november 1982, 249/81, Commissie t. Ierland, ECLI: EU: C: 1982: 402. 11 Om een gelijkaardige reden geldt de verenigbaarheidsgrond voor "steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers" in artikel 107, lid 2, a), VWEU enkel "op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de producten".

21 JULI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 14, § 2;

Gelet op de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 02/09/2014 numac 2014000386 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, artikel 23, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008;

Gelet op de wet van 31 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2020 pub. 17/08/2020 numac 2020203211 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques sluiten tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques, artikel 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 juni 2021;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris van Begroting, d.d. 15 juni 2021;

Gelet op het advies nr. 2.230 van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 29 juni 2021;

Gelet op de uitzondering inzake het verrichten van de regelgevingsimpactanalyse, bedoeld in artikel 8, § 2, 2°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat juridische modaliteiten van de coronapremie zo snel mogelijk duidelijk zijn zodat: - de sociale partners, werkgevers, werknemers zo snel mogelijk het sociaal overleg kunnen aanvatten; - de coronapremies zo spoedig mogelijk kunnen worden toegekend; - de uitgevers van cheques en de inrichtingen, verenigingen of kleinhandelszaken waar de coronapremie besteed kan worden zo snel mogelijk de noodzakelijke voorbereidingen kunnen aanvatten voor de praktische invoering ervan; - de beoogde bijdrage aan het economisch herstel zich zo snel mogelijk kan realiseren;

Overwegende dat de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen een maximale marge voor de loonkostenontwikkeling vastlegt;

Overwegende dat de Regering van oordeel is dat ondernemingen die tijdens de crisis goede resultaten behaalden, in 2021 de mogelijkheid moeten krijgen om een eenmalige verhoging bovenop deze maximale marge toe te kennen;

Overwegende dat deze eenmalige verhoging de vorm aanneemt van een coronapremie van maximum 500 euro die uitgesloten dient te worden uit het loonbegrip om zo het nettovoordeel voor de werknemer te vergroten en tegelijk de loonkost van de werkgever te beperken;

Overwegende dat de coronapremie de vorm aanneemt van cheques die zullen kunnen worden gebruikt in een aantal handelszaken en inrichtingen om zo doelgericht de consumptie te ondersteunen en bij te dragen aan het economisch herstel na de coronapandemie;

Gelet op het advies nr. 69.627/1 van de Raad van State, gegeven op 24 juni 2021 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister Werk en de Minister van Sociale Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2020 pub. 17/08/2020 numac 2020203211 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van de elektronische consumptiecheques sluiten0 en gewijzigd in het laatste bij de koninklijk besluit van 28 december 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 13/01/2021 numac 2020016410 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 31/12/2020 numac 2020044680 bron federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 2020 houdende bijzondere maatregelen voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19 type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 08/01/2021 numac 2021200003 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 februari 2018 tot vaststelling van de voorwaarden voor een pilootproject inzake preventie van burn-out gerelateerd aan het werk type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 13/01/2021 numac 2021030001 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 juni 1998 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor het incontinentiemateriaal, bedoeld in artikel 34, 14°, van de wet betref sluiten, wordt gewijzigd als volgt: 1° in paragraaf 2, 4°, eerste lid, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt: "a) in de inrichtingen die ressorteren onder de horeca-sector of de kleinhandelszaken die, in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument in de vestigingseenheid, goederen aanbieden aan de consument, met inbegrip van de hersteldiensten waarbij het te herstellen goed fysiek door de consument in de vestigingseenheid wordt gebracht en afgehaald, of;"; 2° in paragraaf 2, 4°, eerste lid, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt: "b) in de wellnesscentra, met inbegrip van de sauna's, zonnebanken, jacuzzi's, stoomcabines en hammams, in de activiteiten die genoemd worden onder het paritair comité van de toeristische attracties (PC 333), in de bioscopen en in de overige inrichtingen die behoren tot de culturele sector die zijn erkend, goedgekeurd of gesubsidieerd door de bevoegde overheid, of;"; 3° in paragraaf 2, 4°, eerste lid, wordt de bepaling onder c) vervangen als volgt: "c) in de bowlingzalen, de zwembaden en de fitnesscentra en in de sportverenigingen voor wie een federatie, erkend of gesubsidieerd door de gemeenschappen, bestaat of behoren tot een van de nationale federaties, of;"; 4° paragraaf 2, 4°, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder d) ingevoegd, luidende: "d) in de schoonheidssalons, de niet-medische pedicurezaken, de nagelsalons, de massagesalons, de kapperszaken en barbiers, de tatoeage- en piercingsalons en de rijscholen."; 5° in paragraaf 2, 4°, derde en vierde lid, worden de woorden "31 december 2021" vervangen door de woorden "31 december 2022"; 6° paragraaf 2, 4°, wordt aangevuld met een lid, luidende: "De consumptiecheques op papieren drager, die geldig zijn tot en met 31 december 2021, worden verlengd tot en met 31 december 2022."

Art. 2.Artikel 19quinquies van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 13/01/2021 numac 2020016410 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 31/12/2020 numac 2020044680 bron federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 2020 houdende bijzondere maatregelen voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19 type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 08/01/2021 numac 2021200003 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 februari 2018 tot vaststelling van de voorwaarden voor een pilootproject inzake preventie van burn-out gerelateerd aan het werk type koninklijk besluit prom. 28/12/2020 pub. 13/01/2021 numac 2021030001 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 juni 1998 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor het incontinentiemateriaal, bedoeld in artikel 34, 14°, van de wet betref sluiten, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: " § 4. Het voordeel toegekend onder de vorm van een coronapremie wordt al dan niet als loon beschouwd volgens de voorwaarden en bepalingen van de paragrafen 1 tot en met 3. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt elke verwijzing naar de 'consumptiecheque' in de paragrafen 1 tot en met 3 geacht te verwijzen naar de 'coronapremie' en elke verwijzing naar de 'consumptiechequerekening' naar de 'coronapremierekening'.

De toekenning van de coronapremie in ondernemingen waar tijdens de crisis goede resultaten zijn behaald moet vervat zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst op sectorieel vlak of op ondernemingsvlak. Kan dergelijke overeenkomst niet worden gesloten bij gebrek aan een syndicale delegatie of gaat het om een personeelscategorie waarvoor het niet de gewoonte is dat zulke overeenkomst wordt beoogd, dan mag de toekenning geregeld worden door een individuele overeenkomst.

In afwijking van de voorwaarden in de paragrafen 1 tot en met 3, zijn volgende specifieke voorwaarden van toepassing op de coronapremie: 1° de coronapremie mag worden uitgereikt vanaf 1 augustus 2021 tot 31 december 2021;2° op de coronapremie op papieren drager staat duidelijk vermeld dat hij geldig is tot 31 december 2022; 3° het totale bedrag van de door de werkgever toegekend coronapremies mag niet meer bedragen dan 500 euro per werknemer.".

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2021.

Art. 4.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juli 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Sociale Zaken, Fr. VANDENBROUCKE


begin


Publicatie : 2021-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^