Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 18 november 2003

Uittreksel uit arrest nr. 110/2003 van 22 juli 2003 Rolnummer 2710 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2 van titel II van de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggeve(...)

bron
arbitragehof
numac
2003201521
pub.
18/11/2003
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Uittreksel uit arrest nr. 110/2003 van 22 juli 2003 Rolnummer 2710 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2 van titel II van de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Gent.

Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier L. Potoms, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 27 mei 2003 in zake C. Heymans tegen het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 5 juni 2003, heeft de Arbeidsrechtbank te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 2 van titel II van de Bijlage bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zover een tweede rolstoel voor het verstrijken van de hernieuwingtermijn slechts toegekend wordt aan de personen met een handicap die in een residentiële voorziening verblijven, terwijl kinderen met een handicap die niet in een residentiële voorziening verblijven maar dagelijks naar school gaan, en in principe leerplichtig zijn tot de leeftijd van 18 jaar, en zowel thuis als op school absoluut behoefte hebben aan een rolstoel niet voor dit voordeel in aanmerking komen ? » Op 12 juni 2003 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de organieke wet, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het Hof niet bevoegd is om kennis te nemen van voormelde prejudiciële vraag. (...) III. In rechte (...) B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel 2 van titel II van de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap.

B.2. Luidens artikel 26, § 1, van de bijzondere wet op het Arbitragehof, aangenomen ter uitvoering van artikel 142 van de Grondwet, doet het Hof uitspraak bij wege van arrest op vragen omtrent : « 1o de schending door een wet, een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel van de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten; 2o onverminderd 1o, elk conflict tussen decreten of tussen regels bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, die uitgaan van verschillende wetgevers en voor zover het conflict ontstaan is uit hun onderscheiden werkingssfeer; 3o de schending door een wet, een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel van de artikelen van titel II ' De Belgen en hun rechten ', en de artikelen 170, 172 en 191 van de Grondwet. » B.3. Noch het geciteerde artikel, noch enige andere grondwettelijke of wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid prejudicieel uitspraak te doen over de vraag of een besluit van de Vlaamse Regering of een bijlage daarvan al dan niet in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

B.4. De prejudiciële vraag behoort dus klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof.

Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verklaart dat het Hof niet bevoegd is om de gestelde prejudiciële vraag te beantwoorden.

Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 22 juli 2003.

De griffier, L. Potoms.

De voorzitter, A. Arts.

^