Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 09 november 2009

Uittreksel uit arrest nr. 160/2009 van 20 oktober 2009 Rolnummer 4576 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 25 april 2008 « tot bevordering van de kosteloosheid in het onderwijs Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Martens en M. Bossuyt, en de rechters(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2009204847
pub.
09/11/2009
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

Uittreksel uit arrest nr. 160/2009 van 20 oktober 2009 Rolnummer 4576 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 25 april 2008 « tot bevordering van de kosteloosheid in het onderwijs van de Franse Gemeenschap door de afschaffing van de homologatierechten voor diploma's en door de vereenvoudiging van de procedures voor hun uitreiking », ingesteld door de bvba « AGNES SCHOOL ».

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Martens en M. Bossuyt, en de rechters M. Melchior, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Martens, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 december 2008 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 12 december 2008, heeft de bvba « AGNES SCHOOL », met maatschappelijke zetel te 1040 Brussel, Louis Hapstraat 143, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 19 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 25 april 2008 « tot bevordering van de kosteloosheid in het onderwijs van de Franse Gemeenschap door de afschaffing van de homologatierechten voor diploma's en door de vereenvoudiging van de procedures voor hun uitreiking » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 13 juni 2008). (...) II. In rechte (...) B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 25 april 2008 « tot bevordering van de kosteloosheid in het onderwijs van de Franse Gemeenschap door de afschaffing van de homologatierechten voor diploma's en door de vereenvoudiging van de procedures voor hun uitreiking ». Uit de uiteenzetting van het enige middel en uit het dispositief van het verzoekschrift blijkt nochtans dat het beroep beperkt is tot artikel 19 van dat decreet.

B.2. De artikelen 4, 5, 18, eerste lid, en 19 van het bestreden decreet (waarbij die laatste twee bepalingen overgangs- en opheffingsbepalingen worden genoemd) bepalen : «

Art. 4.De overheden en instanties van de Franse Gemeenschap, namelijk de schoolinrichtingen, de diensten van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, de algemene inspectiedienst, zoals bedoeld in het decreet van 8 maart 2007 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs, ieder wat haar betreft, kijken na of de studies van de leerlingen gevolgd worden overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften binnen de Franse Gemeenschap.

Het Ministerie van de Franse Gemeenschap drukt het zegel van de Franse Gemeenschap op de getuigschriften van het hoger secundair onderwijs die uitgereikt worden door de schoolinrichtingen georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften binnen de Franse Gemeenschap.

Wanneer een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs niet aan die voorschriften beantwoordt of geen voldoende oprechtheid vertoont, kan het Ministerie van de Franse Gemeenschap aan de inrichtende macht of aan het inrichtingshoofd een termijn opleggen om de nodige bewijzen te leveren.

Wanneer het nodige bewijs bedoeld in het vorige lid niet geleverd wordt, wordt het zegel van de Franse Gemeenschap niet gedrukt op het getuigschrift van het secundair onderwijs ». «

Art. 5.De artikelen 9 en 10 van het Regentsbesluit van 31 december 1949 tot coördinatie van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, worden opgeheven ». «

Art. 18.De getuigschriften van het hoger secundair onderwijs die uitgereikt werden door een schoolinrichting, georganiseerd, gesubsidieerd of bedoeld in artikel 19, tussen 1 januari 2007 en 31 december 2007, worden als gehomologeerd geacht ». «

Art. 19.In afwijking van artikel 4 kunnen de getuigschriften van het hoger secundair onderwijs die uitgereikt worden door een schoolinrichting die noch georganiseerd of gesubsidieerd wordt door de Franse Gemeenschap, met het zegel van de Franse Gemeenschap gedrukt worden voor zover de getuigschriften van het hoger secundair onderwijs die uitgereikt werden door deze voor het jaar 2006, aan de voorwaarden beantwoordden voor de homologatie ervan overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van het Regentsbesluit van 31 december 1949 tot coördinatie van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, en voor zover de studies van de betrokken leerlingen gevolgd worden overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften binnen de Franse Gemeenschap.

Het Ministerie van de Franse Gemeenschap kan overgaan tot de verificatie van de overeenstemmende uitvoering van deze voorschriften ».

Ten aanzien van het belang B.3.1. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van de verzoekende partij om in rechte te treden, omdat zij op dit ogenblik enkel onderwijs verstrekt aan leerplichtige minderjarigen uit het lager onderwijs en dat zij er dus geen belang bij heeft de mogelijkheid te eisen om getuigschriften uit te reiken ter bekrachtiging van hoger secundair onderwijs.

B.3.2. Artikel 3 van de statuten van de verzoekende partij geeft aan dat zij onder andere tot doel heeft scholen op te richten, te beheren en uit te baten. Zij wijst erop dat de twee scholen waarvan zij de inrichtende macht is, kleuter- en lagere scholen zijn die werden opgericht in 2002 en in 2007, en dat zij de bedoeling heeft, zodra de leerlingen hun lager onderwijs hebben beëindigd, een structuur voor secundair onderwijs op te richten die leidt tot de toekenning van een getuigschrift van hoger secundair onderwijs.

B.3.3. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt.

B.3.4. De elementen die door de verzoekende partij zijn aangevoerd, tonen niet aan dat zij zou beschikken over een voldoende belang bij de vernietiging van de bestreden bepaling vermits het onderwijs dat wordt verstrekt door de scholen waarvan zij de inrichtende macht is, lager onderwijs is, terwijl de getuigschriften waarvan zij de uitreikingsvoorwaarden aanvecht, getuigschriften zijn van het hoger secundair onderwijs. Ter zitting heeft zij erkend dat zij geen afdelingen van secundair onderwijs heeft opgericht. Haar belang is derhalve slechts hypothetisch.

B.3.5. Het beroep is niet ontvankelijk.

Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2009.

De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, P. Martens

^