Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 29 december 2009

Uittreksel uit arrest nr. 173/2009 van 29 oktober 2009 Rolnummer 4762 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 46 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2009 houdende diverse maatregelen, inzonderheid inzake de st Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Martens en M. Bossuyt, en de rechters(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2009205518
pub.
29/12/2009
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 173/2009 van 29 oktober 2009 Rolnummer 4762 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 46 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2009 houdende diverse maatregelen, inzonderheid inzake de statuten en de bekwaamheidsbewijzen voor de personeelsleden van het hoger onderwijs en houdende oprichting van studentenraden binnen de Hogere Instituten voor Architectuur, ingesteld door Denis Dubois.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Martens en M. Bossuyt, en de rechters M. Melchior, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Martens, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 12 augustus 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 13 augustus 2009, heeft Denis Dubois, wonende te 6001 Marcinelle, avenue de la Petite Suisse 25, een vordering tot schorsing ingesteld van artikel 46 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2009 houdende diverse maatregelen, inzonderheid inzake de statuten en de bekwaamheidsbewijzen voor de personeelsleden van het hoger onderwijs en houdende oprichting van studentenraden binnen de Hogere Instituten voor Architectuur (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 mei 2009).

Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de vernietiging van dezelfde decreetsbepaling. (...) II. In rechte (...) Ten aanzien van de bestreden bepaling B.1. Vóór de wijziging ervan bij het bestreden decreet bepaalde artikel 4, § 1, eerste lid, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap (hierna : het decreet van 8 februari 1999) : « Niemand kan het ambt van hoogleraar, studiebureauchef of docent uitoefenen, als hij niet houder is van een diploma van doctor in de geneeskunde, doctor in de dierengeneeskunde, doctor toegekend na de verdediging van een these, apotheker, ingenieur of geaggregeerde hoger onderwijs of als hij niet houder is van één van de bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij § 2, of als de bepalingen van § 3 hem niet werden toegepast. [...] § 2. De bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij § 1 kunnen ook buitenlandse bekwaamheidsbewijzen zijn die als gelijkwaardig worden erkend in toepassing van de wet van 19 maart 1971 of van artikel 36 van het decreet van 5 september 1994 of als overeenstemmend in toepassing van artikel 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969. § 3. De Regering kan, op gunstig advies van de Algemene raad, aannemen dat een beroeps- of wetenschappelijke bekendheid met betrekking tot het ambt en de cursussen die moeten worden toegekend, voor zich persoonlijk, als geldend bekwaamheidsbewijs zoals bedoeld bij § 1 wordt beschouwd.

De Algemene raad brengt zijn advies uit op basis van door de kandidaten in te dienen dossiers. Deze dossiers bevatten inzonderheid de documenten met betrekking tot de bekwaamheidsbewijzen en verdiensten, de nuttige ervaring inzake vak en onderwijs, de meldingen van de wetenschappelijke verschijningen en de pedagogische werken alsook de bewijzen van verscheidene beroepservaringen ».

B.2.1. Artikel 46 van het decreet van 19 februari 2009 houdende diverse maatregelen, inzonderheid inzake de statuten en de bekwaamheidsbewijzen voor de personeelsleden van het hoger onderwijs en houdende oprichting van de studentenraden binnen de Hogere Instituten voor Architectuur (hierna : het decreet van 19 februari 2009) schrapt in artikel 4, § 1, van het decreet van 8 februari 1999 de woorden « doctor in de geneeskunde, doctor in de dierengeneeskunde » en de woorden « apotheker, ingenieur of geaggregeerde hoger onderwijs ». Uit die bepaling blijkt dat, onder voorbehoud van de paragrafen 2 en 3 van artikel 4 van het decreet van 8 februari 1999 en onder voorbehoud van de overgangsbepaling bedoeld in artikel 48 van dat decreet, zoals ze werd ingevoerd bij artikel 48 van het decreet van 12 februari 2009, voortaan enkel de personen die houder zijn van een diploma van doctor verleend na de verdediging van een proefschrift worden toegelaten tot het uitoefenen van het ambt van hoogleraar, hoofddocent of docent.

In de memorie van toelichting wordt uiteengezet : « Dit artikel strekt ertoe het ambt van docent voor te behouden aan de houders van de vereiste bewijzen bedoeld in bijlage 2, aangevuld met een doctoraal proefschrift » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2008-2009, nr. 644/1, p. 15).

Artikel 46 van het decreet van 19 februari 2009 vormt de bestreden bepaling.

B.2.2. Krachtens artikel 78 van het decreet van 19 februari 2009, treedt het bestreden artikel 46 in werking op 15 september 2009.

Ten aanzien van het belang B.3.1. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van het beroep, inzonderheid het voorhanden zijn van het vereiste belang bij het instellen ervan, reeds bij het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden betrokken.

B.3.2. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt.

B.4. De verzoeker is doctor in de geneeskunde, houder van een diploma pedagogische bekwaamheid en van een proefschrift van geaggregeerde voor het hoger onderwijs; hij onderwijst verscheidene vakken aan de « Haute Ecole Provinciale de Charleroi - Université du Travail », paramedische categorie.

Hij voert aan dat de bestreden bepaling hem de mogelijkheid ontzegt om zich kandidaat te stellen voor betrekkingen waarvoor hij aan alle vereiste voorwaarden voldeed tot de inwerkingtreding van de bestreden bepaling; hij voert te dezen een betrekking aan van docent op paramedisch gebied alsmede het instellen van functies van rang 2 in de sector van de kinesitherapie en de paramedische sector.

B.5. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van de verzoeker bij het vorderen van de vernietiging, en bijgevolg de schorsing, van de bestreden bepaling, aangezien, in tegenstelling tot wat de verzoeker meent, die bepaling hem niet verbiedt zich kandidaat te stellen voor een ambt van hoogleraar of docent in een hogeschool.

De Franse Gemeenschapsregering verwijst aldus naar artikel 181, derde lid, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, krachtens hetwelk er een gelijkwaardigheid bestaat tussen de graad van geaggregeerde voor het hoger onderwijs verkregen vóór de inwerkingtreding van dat decreet en de graad van doctor in de zin van dat decreet, namelijk een graad van doctor verkregen na de verdediging van een proefschrift. Rekening houdend met die gelijkwaardigheid stelt de Franse Gemeenschapsregering vast dat de verzoeker, geaggregeerde voor het hoger onderwijs, niet de mogelijkheid wordt ontzegd om zich kandidaat te stellen voor een ambt van professor of docent in een hogeschool.

Tijdens de terechtzitting van 22 september 2009, heeft de verzoeker zich omtrent dit punt gedragen naar de wijsheid van het Hof.

B.6.1. Artikel 181, derde lid, van het voormelde decreet van 31 maart 2004 bepaalt : « De academische graad van doctor verkregen na de verdediging van een proefschrift of van een aggregaat voor het hoger onderwijs vóór het van kracht gaan van dit decreet, staat gelijk aan de overeenstemmende graad van doctor in de betekenis van dit decreet ».

B.6.2. Die bepaling van gelijkwaardigheid, opgenomen in hoofdstuk VII « Algemene overgangsbepalingen » van het decreet van 31 maart 2004, heeft tot gevolg dat de verzoeker, in zijn hoedanigheid van geaggregeerde voor het hoger onderwijs, wordt gelijkgesteld met een persoon die houder is van een diploma van doctor verkregen na de verdediging van een proefschrift, zodat hij over de vereiste bekwaamheidstitel beschikt om het ambt van hoogleraar of docent in een hogeschool uit te oefenen.

De vordering tot schorsing en het beroep tot vernietiging zijn bijgevolg gebaseerd op een verkeerde interpretatie van de draagwijdte van de in het geding zijnde bepaling.

B.6.3. Bijgevolg blijkt de verzoeker, in zijn hoedanigheid van geaggregeerde voor het hoger onderwijs, niet rechtstreeks en ongunstig te kunnen worden geraakt door de bestreden bepaling.

B.7. Vermits het beroep tot vernietiging onontvankelijk lijkt, dient de vordering tot schorsing te worden verworpen.

Om die redenen, het Hof verwerpt de vordering tot schorsing.

Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2009.

De griffier, P.-Y. Dutilleux.

De voorzitter, P. Martens.

^