Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 07 mei 2015

Uittreksel uit arrest nr. 29/2015 van 12 maart 2015 Rolnummer : 5758 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen, gesteld Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2015201619
pub.
07/05/2015
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

Uittreksel uit arrest nr. 29/2015 van 12 maart 2015 Rolnummer : 5758 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen, gesteld door de Raad van State.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij arrest nr. 225.533 van 20 november 2013 in zake de bvba « Seraffetin Hotels » tegen de Duitstalige Gemeenschap, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 29 november 2013, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen (' bevoegdheid van de Gewesten voor de vestigingsvoorwaarden inzake toerisme '), in zoverre het sommige courante benamingen waaronder die van ' hotel ' beschermt en aldus de vrijheid om een hotelinrichting uit te baten beperkt ? ». (...) III. In rechte (...) B.1. Het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen bepaalt : « HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen.

Onder ' logiesverstrekkende inrichtingen ' verstaat men de commerciële of toeristische inrichtingen die : 1° regelmatig of af en toe logies verstrekken, met of zonder maaltijden;2° over ten minste vier kamers of over accommodatie voor ten minste 10 personen beschikken;3° over een veiligheidsattest beschikken. Onder ' hotelinrichtingen ' verstaat men de commerciële of toeristische inrichtingen die : 1° regelmatig of af en toe logies verstrekken, met of zonder maaltijden;2° over ten minste vier kamers beschikken die uitsluitend voor het verblijf van gasten dienen;3° logies voor ten minste één nacht aanbieden;4° over een veiligheidsattest en een hotelvergunning beschikken. Dit decreet is echter niet van toepassing op kamerpeerterreinen, vakantiehuizen, instellingen voor sociaal toerisme en inrichtingen van de socio-medische sector. HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 2.Niemand mag een logiesverstrekkende inrichting of een hotelinrichting uitbaten indien hij niet over een attest beschikt, waarbij wordt vastgesteld dat voldaan is aan de veiligheidsnormen inzake brandbeveiliging, specifiek bepaald voor de logiesverstrekkende inrichtingen en voor de hotelinrichtingen.

Art. 3.De Regering bepaalt : 1° de veiligheidsnormen inzake brandbeveiliging, specifiek bepaald voor de logiesverstrekkende inrichtingen en voor de hotelinrichtingen;2° het model van het veiligheidsattest. Afdeling 2. - Het veiligheidsattest

Art. 4.Het veiligheidsattest wordt uitgereikt wanneer de veiligheidsnormen nageleefd worden en aan de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming voldaan wordt.

Art. 5.De geldigheidsduur van het veiligheidsattest bedraagt vijf jaar. [...] Afdeling 3. - Procedure

Art. 6.De aanvraag om verlening van een veiligheidsattest wordt per aangetekende brief aan de burgemeester van de betrokken gemeente gestuurd.

Art. 7.De burgemeester beslist over de aanvraag binnen vijfenzeventig dagen na de ontvangst ervan op basis van een advies inzake brandveiligheid, uitgebracht door de bevoegde brandweerdienst.

Art. 8.De beslissing over de verlening, de weigering of de voorwaardelijke verlening van het attest wordt de aanvrager per aangetekende brief betekend.

De beslissing moet met redenen omkleed zijn. Bij weigering moet bij de beslissing een afschrift van het advies inzake brandveiligheid worden gevoegd.

Indien de beslissing de aanvrager niet binnen de in artikel 7 bepaalde termijn wordt betekend, wordt het veiligheidsattest als geweigerd beschouwd.

Art. 9.De aanvrager kan binnen dertig dagen na de betekening van de weigering of binnen honderd twintig dagen vanaf de laatste dag van de in artikel 7 bepaalde termijn, per aangetekende brief, een met redenen omkleed beroep bij de Regering indienen.

Dit beroep is opschortend.

Art. 10.§ 1. Met het beroep tegen een beslissing over het veiligheidsattest kan een afwijking van de specifieke veiligheidsnormen aangevraagd worden.

Binnen tien dagen na de ontvangst van het beroep wordt een ontvangstbewijs betekend.

De Regering beslist binnen negentig dagen na ontvangst van het beroep, nadat zij het advies van de Brandveiligheidscommissie voor logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen ingewonnen heeft.

De beslissing van de Regering wordt met redenen omkleed en de aanvrager per aangetekende brief betekend. § 2. Indien de beslissing niet binnen de termijn bepaald in § 1 betekend wordt, dan wordt het beroep geacht verworpen te zijn, behalve wanneer de Regering binnen dezelfde termijn een met redenen omklede beslissing tot buitengewone verlenging van de termijn aan de aanvrager betekent. De verlenging mag niet langer duren dan dertig dagen. § 3. Wordt een afwijking toegestaan, dan moet deze de specifieke voorschriften waarvan mag worden afgeweken en desgevallend de termijn waarvoor zij toegestaan wordt [nauwkeurig] vermelden. Afdeling 4. - De Brandveiligheidscommissie voor logiesverstrekkende

inrichtingen en hotelinrichtingen

Art. 11.Er wordt een Brandveiligheidscommissie voor logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen opgericht die een advies uitbrengt over elk beroep ingediend overeenkomstig artikel 9. [...] HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen voor hotelinrichtingen

Art. 19.Niemand mag zonder voorafgaande vergunning, hotelvergunning genoemd, een hotelinrichting uitbaten.

Art. 20.De hotelvergunning wordt slechts uitgereikt wanneer de aanvrager of de persoon belast met het dagelijks beheer van de hotelinrichting, in België of in het buitenland, niet door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens één of meerdere overtredingen omschreven in Boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II van het Strafwetboek, behalve indien de veroordeling voorwaardelijk is en de betrokkene het voordeel van het uitstel niet verloren heeft.

Art. 21.§ 1. Hotelinrichtingen moeten over ten minste vier kamers beschikken die voor het logeren van de gasten dienen en hen uitsluitend voorbehouden zijn.

Alle installaties van de hotelinrichting moeten in goede onderhoudstoestand zijn en het personeel moet behoorlijk gekleed zijn. § 2. Bijgebouwen, d.w.z. gebouwen die bestemd zijn voor het logeren en alleen bereikt kunnen worden door het hoofdgebouw te verlaten moeten ook alle voorwaarden vervullen die voor de hotelinrichtingen gelden, behalve wat het minimumaantal kamers betreft. Elk document, elke briefwisseling en elke reclame m.b.t. bijgebouwen moeten het woord ' Nebengebäude ' (' bijgebouw ') bevatten.

Art. 22.Slechts hotelinrichtingen mogen onder de benaming ' Hotel, Hostellerie, Apparthotel, Motel, Gasthof, Pension, Relais (buitenherberg) ' uitgebaat worden; de Regering mag die opsomming aanvullen. [...]

Art. 23.Elke hotelinrichting waarvoor een hotelvergunning wordt uitgereikt, wordt volgens de door de Regering vastgelegde voorwaarden in één van vijf categorieën ingedeeld. Elk van die categorieën krijgt een bepaald aantal sterren toegewezen.

Elke hotelinrichting moet ten minste aan de voor de laagste categorie vastgelegde voorwaarden voldoen.

In bijzonder gerechtvaardigde gevallen kan de Regering afwijkingen toestaan wat de in artikel 21, § 1, lid 1, en in artikel 22, lid 2, opgesomde en de overeenkomstig lid 1 van dit artikel vastgelegde voorwaarden betreft; elke toegestane afwijking moet [nauwkeurig] omschreven en aan de betrokkene schriftelijk medegedeeld worden.

Art. 24.De aanvraag om verlening van een hotelvergunning wordt gericht aan het Ministerie op het te dien einde voorgeschreven formulier.

Binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag wordt de aanvrager een ontvangstbewijs toegestuurd of wordt hem ter kennis gebracht dat zijn aanvraag onvolledig is.

Art. 25.De hotelvergunning mag geschorst of ingetrokken worden : 1° wanneer aan de uitreikingsvoorwaarden niet meer voldaan wordt;2° wanneer de houder van de hotelvergunning de verplichtingen niet nakomt die hem door de Regering worden opgelegd;3° wanneer het in artikel 32 bedoelde toezicht geweigerd of belemmerd wordt;4° wanneer de houder van een vergunning of de persoon belast met het dagelijks beheer van de hotelinrichting door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens één der misdrijven omschreven in Boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II van het Strafwetboek, behalve indien de veroordeling voorwaardelijk is en de betrokkene het voordeel van het uitstel niet verloren heeft.

Art. 26.De opschortingsduur van een hotelvergunning moet beperkt zijn en de houder van de hotelvergunning in staat stellen om zijn toestand in orde te brengen. Zo niet wordt de intrekking van de hotelvergunning na het verstrijken van de vastgelegde termijn uitgesproken.

Art. 27.Bij intrekking van de hotelvergunning of bij sluiting van het hotel moet de houder van de hotelvergunning binnen tien dagen en per aangetekende brief de vergunning alsmede alle gelijkluidende afschriften ervan en het schild aan het Ministerie terugzenden.

Wordt de hotelinrichting in een lagere categorie gerangschikt, dan moet de houder van de hotelvergunning het schild dat hij tot nog toe had, binnen tien dagen aan het Ministerie terugzenden.

Art. 28.Bij overname van de hotelinrichting moet binnen drie maanden een nieuwe hotelvergunning aangevraagd worden. Sterft de houder van de vergunning, dan wordt de termijn op zes maanden gebracht.

Intussen en totdat de beslissing over de aanvraag wordt medegedeeld mag de exploitatie van de hotelinrichting voortgaan.

Art. 29.De Regering bepaalt de procedure voor de verlening, de weigering, de schorsing of de intrekking van de hotelvergunning.

De hotelvergunning geldt voor onbepaalde duur, onverminderd de opschorting of intrekking ervan. [...] ».

B.2.1. De Raad van State vraagt het Hof of het voormelde decreet van 9 mei 1994 bestaanbaar is met artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen in zoverre het « sommige courante benamingen waaronder die van ' hotel ' beschermt en het aldus de vrijheid om een hotelinrichting uit te baten beperkt », waardoor de in het geding zijnde bepalingen de gewestelijke aangelegenheid van de « vestigingsvoorwaarden inzake toerisme » zouden regelen.

B.2.2. Uit de formulering van die vraag blijkt dat alleen hoofdstuk III van het decreet van 9 mei 1994, dat bepaalt dat enkel vergunde hotelinrichtingen onder de benaming van onder meer « hotel » mogen worden uitgebaat, in het geding is. Het Hof dient bijgevolg geen uitspraak te doen over hoofdstuk II van het voormelde decreet, dat voorschrijft dat niemand een logiesverstrekkende inrichting of een hotelinrichting mag uitbaten indien hij niet over een veiligheidsattest beschikt.

B.3. Het Hof toetst de in het geding zijnde bepalingen aan de bevoegdheidverdelende regels, zoals die van toepassing waren op het tijdstip waarop de bepalingen werden aangenomen.

B.4.1. Artikel 4, § 1, van de wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1983 pub. 11/12/2007 numac 2007000934 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap bepaalt : « De culturele aangelegenheden bedoeld in artikel 130, § 1, 1°, van de Grondwet zijn deze vermeld in artikel 4 van de bijzondere wet [van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen] ».

B.4.2. Het voormelde artikel 4 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, zoals het van toepassing was op het tijdstip waarop de in het geding zijnde bepalingen werden aangenomen, bepaalde : « De culturele aangelegenheden bedoeld in artikel 59bis, § 2, 1° [thans artikel 127, § 1, eerste lid, 1°], van de Grondwet zijn : [...] 10° De vrijetijdsbesteding en het toerisme; [...] ».

B.4.3. Artikel 6 van diezelfde bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals het van toepassing was op het tijdstip waarop de in het geding zijnde bepalingen werden aangenomen, bepaalde : « § 1. De aangelegenheden bedoeld in artikel 107quater [thans artikel 39] van de Grondwet zijn : [...] VI. Wat de economie betreft : [...] Bovendien is alleen de federale overheid bevoegd voor : [...] 6° de vestigingsvoorwaarden, met uitzondering van de bevoegdheid van de Gewesten voor de vestigingsvoorwaarden inzake toerisme; [...] ».

B.5. De Duitstalige Gemeenschap is van oordeel dat ze het in het geding zijnde decreet kon nemen op grond van haar bevoegdheid inzake « toerisme ».

B.6.1. Volgens de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet dat het decreet van 9 mei 1994 is geworden, beoogt het de bevordering van het toerisme in de Duitstalige Gemeenschap. In de memorie van toelichting wordt gepreciseerd dat het van belang is de basiswetgeving te moderniseren, in het bijzonder die met betrekking tot de hotelinrichtingen (Parl. St., Raad van de Duitstalige Gemeenschap, 1992-1993, nr. 93/1, p. 1).

B.6.2. Het oorspronkelijke ontwerp van decreet bepaalde in zijn artikel 1, derde lid : « Als hotelinrichtingen worden beschouwd de logiesverstrekkende inrichtingen die logies voor ten minste één nacht aanbieden onder de benaming Hotel, Hostellerie, Apparthotel, Motel, Gasthof, Pension, Relais (buitenherberg) of onder een gelijkaardige benaming; de [Regering] kan die opsomming aanvullen » (ibid., p. 10).

Luidens artikel 19 van dat ontwerp mocht niemand zonder voorafgaande hotelvergunning een hotelinrichting uitbaten.

B.6.3. Bij de bespreking in de bevoegde commissie vroeg een lid of de in artikel 1 vermelde begrippen beschermd waren. De minister bevestigde dat. Hij verklaarde dienaangaande : « Wanneer eenieder zijn inrichting Hotel of Pension zou kunnen noemen, dan zou de consument niet gewapend zijn tegen eventuele misbruiken en zou hij nergens bezwaar kunnen indienen » (Parl. St., Raad van de Duitstalige Gemeenschap, 1992-1993, nr. 93/5, p. 2).

Een ander lid vroeg wat met « een gelijkaardige benaming » werd bedoeld en of het zinsdeel dat de Regering die opsomming kan aanvullen, geen herhaling inhield. Daarop antwoordde de minister : « Als iemand een nieuwe benaming zou gebruiken die op een andere gelijkt, maar zonder dat in feite een hotelinrichting wordt bedoeld, mag dat begrip niet worden gebruikt. [...] Zonder een opsomming van de begrippen, zouden er geschillen kunnen ontstaan. De belanghebbende zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat een benaming niet op een andere gelijkt terwijl het ministerie een andere mening is toegedaan. Het moet de Regering vrijstaan het nieuw gebruikte begrip al dan niet te beschermen » (ibid., pp. 2-3).

Een lid liet zich kritisch uit over de opsomming van hotelinrichtingen. Hij vroeg of « men niet preciezer moet bepalen wanneer een logiesverstrekkende inrichting als hotelinrichting kan worden beschouwd, of van de opsomming niet moet worden afgezien » (ibid., p. 3).

Daarop antwoordde de minister : « De lijst dient om op te sommen wat gelijkaardig is aan een hotel.

Het gaat erom verschillende begrippen te beschermen, waarbij die opsomming niet limitatief is. Zowel de vermelde begrippen als gelijkaardige begrippen waaraan nog niet is gedacht, worden beschermd.

Wanneer iemand een nieuw begrip uitvindt dat toelaatbaar is, dan volstaat een besluit van de Regering om het in de lijst op te nemen.

Dit alles beoogt de gebruiker te beschermen » (ibid.).

B.6.4. Bij amendement werd vervolgens de opsomming van hotelinrichtingen uit artikel 1 gelicht en ondergebracht in wat het in het geding zijnde artikel 22 is geworden (Parl. St., Raad van de Duitstalige Gemeenschap, 1992-1993, nr. 93/4, p. 2). Dat amendement nam een eerder amendement over dat als volgt werd verantwoord : « Het is voordeliger de opsomming van de benamingen waaronder een hotelinrichting uitgebaat dient te worden, onder te brengen in de bijzondere bepalingen voor hotelinrichtingen, en niet in de inleidende algemene bepalingen » (Parl. St., Raad van de Duitstalige Gemeenschap, 1992-1993, nr. 93/2, p. 3).

B.7. Het Hof dient te onderzoeken of de in het geding zijnde bepalingen een schending inhouden van de gewestbevoegdheid voor « vestigingsvoorwaarden inzake toerisme ».

B.8.1. De bevoegdheid voor de « vestigingsvoorwaarden inzake toerisme » is toegewezen aan de gewesten bij artikel 2, § 5, van de bijzondere wet van 16 juli 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/07/1993 pub. 25/03/2016 numac 2016000195 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gewone wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten tot vervollediging van de federale staatsstructuur.

Die bevoegdheidsoverdracht werd als volgt verantwoord in de parlementaire voorbereiding : « Deze bevoegdheid wordt geregionaliseerd omdat zij binnen de gewestelijke economische bevoegdheid past. [...] [...] De vestigingsvoorwaarden bleven [...], ook na de wijziging van de bijzondere wet in 1988, een federale bevoegdheid.

Voor de uitoefening van het economisch beleid inzake toerisme was dit, meer dan in de andere sectoren, evenwel een belemmering » (Parl. St., Senaat, 1992-1993, nr. 558-1, pp. 25-26).

Aldus werd de bevoegdheid voor de toegang tot het beroep inzake toerisme opgenomen in artikel 6, § 1, VI, van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, dat de gewestelijke bevoegdheden bepaalt « wat de economie betreft ».

B.8.2. De in artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, bedoelde aangelegenheid inzake vestigingsvoorwaarden sluit onder meer de bevoegdheid in om regels te stellen inzake de toegang tot bepaalde beroepen, algemene regels of bekwaamheidseisen te stellen in verband met de uitoefening van sommige beroepen en beroepstitels te beschermen.

B.9.1. In tegenstelling tot het oorspronkelijke ontwerp van decreet, vermeldt het in het geding zijnde artikel 22 niet dat ook de uitbating zonder vergunning onder een benaming die gelijkaardig is aan die van « hotel » verboden is. Uit de mogelijkheid voor de Regering om bijkomende begrippen aan de opsomming in die bepaling toe te voegen, en uit de in B.6.3 vermelde parlementaire voorbereiding, vloeit evenwel voort dat de decreetgever beoogt elke uitbating van een hotelinrichting onder de benaming « Hotel, Hostellerie, Apparthotel, Motel, Gasthof, Pension, Relais (buitenherberg) » of een benaming die daarop gelijkt, aan een hotelvergunning te onderwerpen.

B.9.2. De hotelvergunning kan slechts worden verkregen indien zowel de aanvrager of de persoon belast met het dagelijks beheer van de hotelinrichting als de hotelinrichting aan bepaalde eisen voldoen (artikelen 20 en 21 van het decreet van 9 mei 1994). Zij kan worden geschorst of ingetrokken wanneer aan de uitreikingsvoorwaarden niet meer wordt voldaan, wanneer de houder van de hotelvergunning de verplichtingen niet nakomt die hem door de Regering worden opgelegd, wanneer het toezicht wordt geweigerd of belemmerd en in het geval van bepaalde veroordelingen (artikel 25 van het decreet van 9 mei 1994).

B.9.3. De decreetgever beoogde derhalve een vergunningsstelsel in te voeren zonder hetwelk het niet mogelijk is om een hotelinrichting uit te baten en om derhalve het beroep van hoteluitbater uit te oefenen.

B.9.4. Bijgevolg regelde hoofdstuk III van het in het geding zijnde decreet de gewestelijke aangelegenheid van de « vestigingsvoorwaarden inzake toerisme ».

B.10. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voert aan dat, indien het Hof van oordeel zou zijn dat de in het geding zijnde bepalingen een gewestaangelegenheid zouden regelen, ze op grond van artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen verantwoord zouden zijn.

B.11. Luidens het voormelde artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten kunnen de decreten rechtsbepalingen bevatten in aangelegenheden waarvoor de decreetgevers niet bevoegd zijn, voor zover die bepalingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun bevoegdheid. Daartoe is vereist dat de aangenomen regeling noodzakelijk kan worden geacht voor de uitoefening van de bevoegdheden van de decreetgever, dat die aangelegenheid zich tot een gedifferentieerde regeling leent en dat de weerslag van de in het geding zijnde bepalingen op de te dezen gewestelijke aangelegenheid slechts marginaal is.

B.12. Te dezen volstaat het vast te stellen dat de weerslag van de in het geding zijnde bepalingen op de bevoegdheid van de gewesten niet marginaal is, aangezien zij beogen de vestigingsvoorwaarden voor alle hotelinrichtingen in de Duitstalige Gemeenschap op exhaustieve wijze te regelen, en dat de decreetgever zich aldus in de plaats stelt van de bevoegde gewestelijke overheid. Ofschoon, zoals uit artikel 1 van het decreet van 9 mei 1994 blijkt, naast de hotelinrichtingen nog andere logiesverstrekkende inrichtingen bestaan, en de vestigingsvoorwaarden inzake toerisme zich niet beperken tot hotelinrichtingen, regelen de in het geding zijnde bepalingen de voorwaarden voor de inrichtingen waarvan dient te worden aangenomen dat ze het grootste in aantal zijn, het grootste aantal gebruikers aantrekken en economisch de belangrijkste weerslag hebben.

B.13. Aldus is niet voldaan aan een voorwaarde voor de toepassing van artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.

B.14. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord.

B.15.1. De handhaving van de gevolgen dient als een uitzondering op de declaratoire aard van het in het prejudicieel contentieux gewezen arrest te worden beschouwd. Alvorens over een dergelijke handhaving te beslissen, moet het Hof vaststellen dat het voordeel dat uit de niet-gemoduleerde vaststelling van ongrondwettigheid voortvloeit buiten verhouding staat tot de verstoring die zij voor de rechtsorde met zich zou meebrengen.

B.15.2. Hoewel het Waalse Gewest sinds de wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten door die van 16 juli 1993 de bevoegdheid heeft voor de vestigingsvoorwaarden inzake toerisme, is het op grond van artikel 138 van de Grondwet genomen decreet van het Waalse Gewest van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen, dat in een voorafgaande vergunning voorziet, niet van toepassing op de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die in het Duitse taalgebied zijn gevestigd.

Zonder het in het geding zijnde hoofdstuk III van het decreet van 9 mei 1994 worden hotelinrichtingen enkel aan het in hoofdstuk II van hetzelfde decreet bepaalde veiligheidsattest onderworpen.

B.15.3. De artikelen 3 en 17 van de bijzondere wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014021007 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014200332 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014200341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming sluiten met betrekking tot de Zesde Staatshervorming hebben met ingang van 1 juli 2014 de bevoegdheid inzake toerisme overgeheveld van de gemeenschappen naar de gewesten.

Met toepassing van artikel 139 van de Grondwet oefent de Duitstalige Gemeenschap evenwel met ingang van 1 juli 2014 in het Duitse taalgebied alle bevoegdheden van het Waalse Gewest uit inzake de aangelegenheid toerisme bedoeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 6° en 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen (artikel 1 van het decreet van het Waalse Gewest van 27 maart 2014 betreffende de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van de bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake toerisme en artikel 1 van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 31 maart 2014 betreffende de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van de bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake toerisme).

Bijgevolg is sinds die datum de Duitstalige Gemeenschap bevoegd om ook de vestigingsvoorwaarden inzake toerisme te regelen.

B.15.4. Het plotse wegvallen van het hotelvergunningssysteem waarin de in het geding zijnde bepalingen voorzien, kan ertoe leiden dat de economische activiteiten van de hotelinrichtingen worden verstoord en dat de toeristische sector in het Duitse taalgebied wordt ontwricht.

Zo worden vergunde hotelinrichtingen in vijf door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap bepaalde categorieën ingedeeld (artikel 23, eerste lid, van het decreet van 9 mei 1994), waarop toeristen zich baseren om het type en de kwaliteit te bepalen van de inrichting die zij bezoeken.

B.16. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat de gevolgen van de bepalingen van hoofdstuk III van het in het geding zijnde decreet moeten worden gehandhaafd teneinde de toepassing ervan mogelijk te maken, onder meer voor wat betreft, enerzijds, de hotelvergunningen die reeds zijn verleend krachtens de genoemde bepalingen, en, anderzijds, die welke zouden worden verleend in afwachting van de inwerkingtreding van nieuwe decretale bepalingen en, rekening houdend met het feit dat de decreetgever over voldoende tijd moet kunnen beschikken om die aan te nemen, uiterlijk tot 31 december 2015.

Om die redenen, het Hof zegt voor recht : - Hoofdstuk III van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen schendt artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. - De gevolgen van die bepalingen worden gehandhaafd totdat de decreetgever nieuwe bepalingen aanneemt en uiterlijk tot 31 december 2015.

Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 12 maart 2015.

De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, J. Spreutels

^