Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 21 mei 2015

Uittreksel uit arrest nr. 42/2015 van 26 maart 2015 Rolnummer : 5812 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 24 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 oktober 2013 tot wijziging van verschillende bepalingen inzake leerplic Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2015201813
pub.
21/05/2015
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 42/2015 van 26 maart 2015 Rolnummer : 5812 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 24 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 oktober 2013 tot wijziging van verschillende bepalingen inzake leerplichtonderwijs en onderwijs voor sociale promotie, ingesteld door Serge Maucourant en anderen.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 16 januari 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20 januari 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 24 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 oktober 2013 tot wijziging van verschillende bepalingen inzake leerplichtonderwijs en onderwijs voor sociale promotie (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 oktober 2013) door Serge Maucourant, Isabelle Jacquemin, Christine Bruyère, Claudine Snaps en Fatiha Ismaïli, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Bourtembourg en Mr. F. Belleflamme, advocaten bij de balie te Brussel. (...) II. In rechte (...) B.1. Het ambt van provisor is een van de vijf « selectieambten » die een lid van het onderwijzend personeel dat zijn ambt uitoefent in een inrichting voor secundair onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap en op wie het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 januari 1999 « betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten » van toepassing is, kan uitoefenen (artikel 5, 2°, van dat decreet).

B.2.1. Artikel 8, eerste lid, van dat decreet bepaalt thans : « Ieder lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het opvoedend bestuurs- en hulppersoneel en van het paramedisch personeel dat vast benoemd is in het onderwijs van de Franse Gemeenschap in een ambt dat toegang geeft tot een selectieambt of een bevorderingsambt, houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een ambt dat toegang verschaft tot het betrokken bevorderingsambt of selectieambt alsook van het specifieke bekwaamheidsbewijs wanneer dit vereist is voor het selectieambt of het bevorderingsambt waarvan sprake, kan in dat ambt benoemd worden onder de volgende voorwaarden : 1° een ambt uitoefenen waarin ten minste de helft van het minimum aantal uren zijn begrepen vereist om een ambt met volledige dagtaak te vormen;2° de volgende dienstanciënniteit en ambtsanciënniteit tellen : - voor de toegang tot een selectieambt, respectievelijk zes jaar en twee jaar; - voor de toegang tot een bevorderingsambt, respectievelijk acht jaar en zes jaar; 3° geen tuchtstraf of intrekking van een hoger ambt opgelopen hebben tijdens de vorige vijf jaar.Er wordt echter geen rekening gehouden met deze bepaling, wanneer het personeelslid de vermelding ' gunstig ' toegekend kreeg op het einde van het tweede stagejaar, zoals bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs; 4° ten minste de vermelding ' goed ' hebben gekregen op de laatste beoordelingsstaat; [...]; 6° titularis zijn van het brevet dat verband houdt met het te begeven ambt;7° niet het voorwerp hebben uitgemaakt, in het in aanmerking genomen ambt, gedurende de laatste twee schooljaren, van een ongunstig verslag zoals bedoeld bij artikel 91duodecies van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 ». B.2.2. Artikel 12 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten bepaalt thans : « Om benoemd te worden in het selectieambt van provisor of onderdirecteur in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, moeten de personeelsleden : 1° benoemd zijn ofwel in het ambt van leraar oude talen, van werkplaatsleider, van werkmeester, van coördinator in een centrum voor alternerend onderwijs en vorming, ofwel in het ambt van onderdirecteur in het secundair onderwijs van de lagere graad, in het ambt van directeur in het secundair onderwijs van de lagere graad, ofwel in het ambt van leraar algemene vakken, leraar zedenleer, leraar psychologie, pedagogie en methodologie, leraar bijzondere vakken, leraar technische vakken, leraar beroepspraktijk, leraar technische vakken en beroepspraktijk, begeleider in een centrum voor alternerend onderwijs en vorming, zij het in het secundair onderwijs van de lagere graad of in het secundair onderwijs van de hogere graad, of in de ene en de andere graad, ofwel in het ambt van studiemeester-opvoeder, studiemeester-opvoeder in een internaat, opvoeder-huismeester, directiesecretaris en bestuurder;2° houder zijn van een bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van een ambt bedoeld in 1°;3° houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau ». B.2.3. Artikel 19bis van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten bepaalt thans : « De brevetten van provisor of onderdirecteur, van onderdirecteur in het lager secundair onderwijs, worden uitgereikt na twee vormingssessies, die elk afgesloten worden met een afzonderlijke proef.

De eerste vormingssessie heeft als doel de volgende eigenschappen bij de kandidaat te ontwikkelen : 1° relationele bekwaamheden, in het bijzonder human-resources-management : interne en externe communicatie, in het openbaar het woord durven voeren, beslissingneming, animatie van de participatieraad, het beheersen van conflicten, onderhandelingstechnieken, technieken om het personeel te evalueren, leiding en motivatie van groepen, integratie van het opvoedend optreden van de buitenschoolse partners (oudersvereniging, dienst voor hulpverlening aan de jeugd, academies, verenigingen enz.); 2° het aanleren van een methode om zijn eigen optreden te evalueren. De tweede sessie heeft als doel bij de kandidaten de bekwaamheid te ontwikkelen de materies inzake wetgeving en reglementering moeiteloos te beheersen alsook de ontwikkeling van de capaciteiten inzake administratief beheer ».

B.2.4. Artikel 28 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten bepaalt thans : « § 1. De Regering verzoekt ten minste om de twee jaar de houders van de brevetten die verband houden met de andere ambten dan deze bedoeld bij de artikelen 9, 13, 15 en 27 zich kandidaat te stellen, waarbij zij worden verzocht de inrichtingen waar zij wensen geaffecteerd te worden nader te bepalen. Deze kandidaten worden gerangschikt volgens hun dienstanciënniteit voor elke gekozen inrichting. Zij worden volgens de volgorde van die rangschikking aangesteld eerst in de vacante betrekkingen en bij gemis in andere beschikbare betrekkingen.

De kandidaten mogen geen melding maken van de prioritaire volgorde onder de inrichtingen waar zij wensen geaffecteerd te worden.

Wanneer een titularis van het brevet zich niet kandidaat heeft gesteld voor een betrekking van het betrokken ambt in een inrichting, stelt de Regering een personeelslid aan van een inrichting van de Franse Gemeenschap dat voldoet aan de andere bij artikel 8 bedoelde voorwaarden.

Dat personeelslid krijgt voorrang op iedere andere kandidaat voor een selectieambt of een bevorderingsambt in bedoelde inrichting wanneer het titularis wordt van het brevet en voor zover de betrekking ondertussen niet werd toegewezen bij reaffectatie of terugroeping in dienstactiviteit, wijziging van affectatie of aanstelling van een kandidaat titularis van het brevet dat verband houdt met het ambt. Het personeelslid bedoeld bij lid 4 heeft evenwel voorrang op het lid bedoeld in dit lid.

Wanneer de betrekking die bezet wordt door een personeelslid, houder van het brevet, bij reaffectatie, terugroeping in dienstactiviteit of wijziging van affectatie toegekend wordt, of ook wanneer de titularis van de betrekking zijn functies hervat, dan wordt het betrokken personeelslid opnieuw in een betrekking geaffecteerd waarvoor het zich kandidaat heeft gesteld en heeft het lid voorrang op gelijk welke andere kandidaat.

Ingeval er verschillende titularissen van het brevet die overeenkomstig de bepalingen van lid 4 een onderbreking van hun affectatie hebben opgelopen, zich kandidaat voor dezelfde betrekking hebben gesteld, worden zij aangesteld volgens de volgorde van hun dienstanciënniteit.

Ieder personeelslid mag van zijn benoeming afzien binnen de 600 dagen die volgen op zijn eerste toetreding tot het selectieambt of het bevorderingsambt. Ieder tijdelijk aangesteld personeelslid mag van zijn aanstelling op gelijk welk ogenblik afzien. In beide gevallen reïntegreert het personeelslid definitief zijn ambt van afkomst en, behoudens behoorlijk gemotiveerde buitengewone omstandigheden, zal het slechts voor een nieuwe affectatie aangesteld mogen worden indien het geantwoord heeft op een nieuwe oproep gericht overeenkomstig het eerste lid. De Regering kan, om de continuïteit in het selectieambt of het bevorderingsambt te verzekeren of om de stabiliteit van de pedagogische teams niet in het gedrang te brengen, de reïntegratie van het personeelslid in zijn oorspronkelijke ambt met hoogstens 6 maanden uitstellen vanaf de datum van de indiening van de aanvraag van het personeelslid. § 2. De titularis van het promotiebrevet wordt op 1 januari benoemd in de betrekking die hij bezet indien de betrekking vacant is, onder voorbehoud dat het lid zich beschikbaar had verklaard voor een definitieve wijziging van affectatie in het kader van de procedure die in de maand oktober gestart werd.

De titularis van het selectiebrevet wordt op 1 juli benoemd in de betrekking die hij bezet indien de betrekking vacant is, onder voorbehoud dat het lid zich beschikbaar had verklaard voor een definitieve wijziging van affectatie in het kader van de procedure die in de maand januari gestart werd.

De titularis van het brevet die niet benoemd kan worden in de betrekking die hij bezet, kan zijn benoeming in een andere vacante betrekking aanvragen dan die waarin hij geaffecteerd is voor zover die betrekking noch bij reaffectatie of verandering van affectatie wordt toegewezen noch toegekend werd aan een andere titularis van het brevet ».

B.3.1. Artikel 21bis van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, ingevoegd bij artikel 74 van het decreet van 28 februari 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/02/2013 pub. 04/04/2013 numac 2013029249 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende statutaire bepalingen betreffende het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs sluiten « houdende verschillende statutaire bepalingen betreffende het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs », bepaalde : « § 1. In afwijking van artikel 21, worden de personeelsleden die op 1 september 2012 een betrekking van directiesecretaris tijdelijk bekleden, op 1 januari 2013 in die betrekking in vast verband benoemd en voor die inrichting aangewezen, voor zover zij, op de datum van de benoeming, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° van onberispelijk gedrag zijn;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° aan de dienstplichtwetten hebben voldaan;4° in vast verband houder zijn van één van de wervingsambten in verband met het ambt van directiesecretaris en houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vereist voor dat wervingsambt;5° de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de taalregeling naleven;6° een dienstanciënniteit van 6 jaar tellen. Die anciënniteit wordt berekend overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969; 7° geen van de volgende tuchtstraffen ondergaan : schorsing bij tuchtmaatregel of op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel, ontslag bij tuchtmaatregel of afzetting in een ambt van lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel;8° een ambtsanciënniteit van 2 jaar tellen, berekend overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;9° een betrekking bekleden die op 1 september 2012 vacant was. § 2. De personeelsleden die op 1 september 2012 een betrekking van opvoeder-huismeester of opvoeder belast met de comptabiliteit tijdelijk bekleden, worden op 1 januari 2013 in vast verband benoemd en voor die inrichting aangewezen, voor zover zij op de datum van de benoeming, voldoen aan de volgende bepalingen : 1° van onberispelijk gedrag zijn;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° aan de dienstplichtwetten hebben voldaan;4° in vast verband houder zijn van één van de wervingsambten in verband met het ambt van huismeester-opvoeder of van opvoeder belast met de comptabiliteit en houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vereist voor dat wervingsambt;5° de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de taalregeling naleven;6° een dienstanciënniteit van 6 jaar tellen. Die anciënniteit wordt berekend overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969; 7° geen van de volgende tuchtstraffen ondergaan : schorsing bij tuchtmaatregel of op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel, ontslag bij tuchtmaatregel of afzetting in een ambt van lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel;8° een ambtsanciënniteit van 2 jaar tellen, berekend overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;9° een betrekking bekleden die op 1 september 2012 vacant was.10° een door de Regering georganiseerde specifieke vorming hebben gevolgd of verstrekt ». B.3.2. In die laatste bepaling worden bij artikel 24 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 oktober 2013 « tot wijziging van verschillende bepalingen inzake leerplichtonderwijs en onderwijs voor sociale promotie » de volgende wijzigingen aangebracht : « 1° in paragraaf 1, 6°, worden de woorden ' overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 ' vervangen door de woorden ' overeenkomstig artikel 17 '; 2° in paragraaf 2, 6°, worden de woorden ' overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 ' vervangen door de woorden ' overeenkomstig artikel 17 ';3° artikel 21bis wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt : ' § 3.In afwijking van artikel 19bis, worden de personeelsleden die op 1 september 2012 een betrekking van onderdirecteur of provisor bekleden, op 1 januari 2013 in die betrekking in vast verband benoemd en voor die inrichting aangewezen, voor zover ze op de datum van de benoeming voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° van onberispelijk gedrag zijn;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° aan de dienstplichtwetten voldoen;4° in vast verband titularis zijn van één van de wervingsambten in verband met het ambt van onderdirecteur of provisor en houder zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt;5° aan de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de taalregeling voldoen;6° een dienstanciënniteit van 6 jaar tellen.Die anciënniteit wordt overeenkomstig artikel 17 berekend; 7° geen van de volgende sancties hebben ondergaan : geschorst zijn, in non-activiteit gesteld zijn of ontslagen zijn bij tuchtmaatregel of ontzet zijn uit een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel of het administratief personeel;8° een ambtsanciënniteit van 2 jaar tellen, berekend overeenkomstig de artikelen 84 en 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;9° een betrekking bekleden die op 1 september 2012 vacant is.' ».

B.4. Uit de uiteenzetting van het verzoekschrift houdende het beroep tot vernietiging blijkt dat het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10, 11 en 24, § 4, van de Grondwet, van artikel 21bis, § 3, 9°, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, in zoverre die bepaling een verschil in behandeling doet ontstaan tussen twee categorieën van personen die op 1 september 2012 tijdelijk een ambt van provisor bekleedden : enerzijds, diegenen die een vacante betrekking bekleedden en, anderzijds, diegenen die een niet-vacante betrekking bekleedden.

De personen die tot de tweede categorie behoren, zouden door de bestreden bepaling het recht worden ontzegd om, met toepassing van artikel 21bis, § 3, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, vanaf 1 januari 2013 in vast verband te worden benoemd.

B.5. Artikel 24, § 4, van de Grondwet bepaalt : « Alle [...] personeelsleden en onderwijsinstellingen zijn gelijk voor de wet of het decreet. De wet en het decreet houden rekening met objectieve verschillen, waaronder de eigen karakteristieken van iedere inrichtende macht, die een aangepaste behandeling verantwoorden ».

B.6.1. De eerste twee paragrafen van artikel 21bis van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, aangehaald in B.3.1, zijn ontworpen als « overgangsmaatregelen » ten voordele van de zeer talrijke personeelsleden die, wegens het niet-organiseren van de vormingssessies en de proeven die voorafgaan aan het uitreiken van het brevet dat vereist is voor de uitoefening van het ambt dat zij sinds lang uitoefenen, dat brevet niet hebben kunnen behalen (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2012-2013, nr. 453/1, p. 12; ibid., nr. 453/3, p. 3). Die maatregelen hebben ten doel « die situaties te regulariseren » (ibid., nr. 453/1, p. 12).

In het advies dat zij op 19 november 2012 heeft uitgebracht over het voorontwerp van decreet dat aan de oorsprong ligt van de eerste twee paragrafen van artikel 21bis van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State onder meer opgemerkt : « Artikel 77 voorziet in overgangsmaatregelen voor benoemingen in vast verband in betrekkingen van directiesecretaris (ontworpen artikel 21bis, § 1) en betrekkingen van opvoeder-huismeester en opvoeder belast met de comptabiliteit (ontworpen artikel 21bis, § 2) maar niet voor benoemingen in betrekkingen van provisor en onderdirecteur, in tegenstelling met hetgeen is vermeld in de commentaar bij dat artikel.

Op de vraag over die discordantie hebben de afgevaardigden van de minister bevestigd dat de provisoren en de onderdirecteurs niet worden geraakt door de ontworpen overgangsmaatregelen. De commentaar bij het artikel zal in die zin worden aangepast en zou erbij winnen indien bovendien de redenen worden aangegeven waarom niet wordt voorzien in overgangsmaatregelen voor de titularissen van ambten van provisor of onderdirecteur ».

B.6.2. Artikel 21bis, § 3, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, ingevoegd bij de bestreden bepaling, wordt eerst voorgesteld als een bepaling die « gevolg geeft » aan dat advies van de Raad van State (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2012-2013, nr. 523/1, p. 14). Het wordt vervolgens in de volgende bewoordingen becommentarieerd : « Na analyse is het, vanuit de zorg om billijkheid, opportuun om te voorzien in een soortgelijke bepaling voor de provisoren en de onderdirecteurs die hun ambt uitoefenen in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs. Hetzelfde geldt voor de datum van inwerkingtreding van de thans voorliggende bepaling.

De planning die is aangenomen door de Vaste Bevorderings- en Selectiecommissie ingesteld overeenkomstig artikel 22 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten maakt de organisatie van alle brevetten immers niet mogelijk. Rekening houdend met de wetskrachtige bepalingen ter zake, is de Franse Gemeenschap echter ertoe gehouden om de twee jaar een oproep tot selectie en bevordering te organiseren.

De thans voorliggende bepaling vormt alleen een uitzondering op de voorwaarde inzake opleiding. De andere voorwaarden die worden gesteld voor de benoeming in vast verband, zijn de gebruikelijk toegepaste voorwaarden » (ibid., nr. 523/1, pp. 14-15).

De bevoegde minister wijst ook erop dat « de organisatie van proeven niet evident en duur is » (ibid., nr. 523/3, p. 9).

B.7. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 21bis, § 3, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten blijkt dat die bepaling ten doel heeft de situatie te regulariseren van personeelsleden die sinds lang een ambt uitoefenen zonder daarin te kunnen worden benoemd omdat zij, wegens het niet-organiseren van de vormingssessies en de proeven die voorafgaan aan de uitreiking van het vereiste brevet, geen houder zijn van dat brevet.

Daartoe worden personen die geen houder zijn van het brevet van provisor dat is vereist door de gecombineerde lezing van artikel 8, eerste lid, 6°, en van artikel 12 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, in vast verband benoemd ten gevolge van artikel 21bis, § 3, van dat decreet.

B.8. Onder de personeelsleden die op 1 september 2012 sinds lang het ambt van provisor uitoefenden, maar die daarin niet konden worden benoemd omdat zij niet de mogelijkheid hadden om het vereiste brevet te behalen, bevinden zich zowel personen die tijdelijk een vacante betrekking bekleedden als personen die tijdelijk een beschikbare maar niet-vacante betrekking bekleedden.

Die laatsten zijn door de voorwaarde bepaald in artikel 21bis, § 3, 9°, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten uitgesloten van het voordeel van de « overgangsmaatregel » die is aangenomen voor de provisoren.

B.9. Noch in de parlementaire voorbereiding van het decreet van 28 februari 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/02/2013 pub. 04/04/2013 numac 2013029249 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende statutaire bepalingen betreffende het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs sluiten, dat de eerste twee paragrafen van artikel 21bis van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten invoegt, noch in die van het decreet van 17 oktober 2013, dat de derde paragraaf van dat artikel invoegt, wordt de reden aangegeven waarom de benoemingen in vast verband waarin bij dat artikel is voorzien, zijn voorbehouden aan de personeelsleden die een vacante betrekking bekleedden.

B.10. Een van de grote veranderingen ingevoerd bij het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten betreft de « toewijzing van de betrekkingen » beschreven in artikel 28 van dat decreet (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 1998-1999, nr. 274-1, pp. 3 en 8), dat het idee tot uitdrukking brengt dat « de enige rangschikking die in aanmerking dient te worden genomen die van de anciënniteit is », aangezien « het brevet ten doel heeft alle kandidaten die bekwaam zijn om de ambten uit te oefenen, en geen enkele andere, in aanmerking te nemen » (ibid., nr. 274-1, pp. 3 en 8; ibid., nr. 274-9, p. 4).

Het is dus niet onredelijk ervan uit te gaan dat, bij ontstentenis van proeven die bedoeld zijn om de bekwaamheden van de kandidaten voor een ambt na te gaan en het uitreiken van een brevet ten bewijze van die bekwaamheden mogelijk te maken, de ervaring verworven in de uitoefening van een ambt het mogelijk maakt die bekwaamheden te ontwikkelen en de realiteit van die bekwaamheden op een andere wijze aan te tonen.

B.11. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit artikel 21bis, § 3, 9°, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten heeft nochtans onder meer tot gevolg de benoeming in vast verband op 1 januari 2013 te beletten van personen die, op 1 september 2012, sinds langere tijd dan personen die, op die datum, tijdelijk een vacante betrekking van provisor bekleedden, een niet-vacante betrekking van provisor bekleedden, zonder dat het bekleden van die betrekking het gevolg is van een bewuste keuze van de persoon.

B.12. Rekening houdend met hetgeen in B.10 en B.11 is vermeld, kan de eventuele zorg om geen personeelsleden te benoemen in niet-vacante betrekkingen van provisor, evenmin het voordeel verantwoorden dat bij de bestreden bepaling is voorbehouden aan de personen die op 1 september 2012 tijdelijk een vacante betrekking van provisor bekleedden.

B.13. In die context is het in B.8 beschreven verschil in behandeling zonder redelijke verantwoording.

B.14. Het middel is gegrond.

B.15. De vernietiging van artikel 21bis, § 3, 9°, van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten alleen zou echter als onmiddellijk gevolg hebben te leiden tot de benoeming in vast verband van een aantal personen in niet-vacante betrekkingen.

De volledige paragraaf 3 van artikel 21bis van dat decreet dient dus te worden vernietigd.

Om die redenen, het Hof vernietigt artikel 21bis, § 3, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten, zoals aangevuld bij artikel 24, 3°, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 oktober 2013 tot wijziging van verschillende bepalingen inzake leerplichtonderwijs en onderwijs voor sociale promotie.

Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 26 maart 2015.

De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, J. Spreutels

^