Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 09 augustus 2019

Uittreksel uit arrest nr. 109/2019 van 10 juli 2019 Rolnummer 6947 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 15 en 32, eerste lid, van het Vlaamse decreet van 8 december 2017 houdende bepalingen tot verdere regeling van de invord Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2019203380
pub.
09/08/2019
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 109/2019 van 10 juli 2019 Rolnummer 6947 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 15 en 32, eerste lid, van het Vlaamse decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken, ingesteld door Paul Lannoy en anderen.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 juni 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 14 juni 2018, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 15 en 32, eerste lid, van het Vlaamse decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 december 2017) door Paul Lannoy, Katrien Mattelaer, Pierre Lannoy en Marie Lannoy, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. A. Verbeke en Mr. P. Macaluso, advocaten bij de balie te Brussel. (...) II. In rechte (...) Ten aanzien van de bestreden bepalingen B.1.1. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van de artikelen 15 en 32, eerste lid, van het Vlaamse decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken (hierna : het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten).

B.1.2. Artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten vervangt het 1° van artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ten gevolge waarvan dat eerste lid bepaalt : « Als passief van de nalatenschap van een rijksinwoner wordt alleen het volgende aanvaard : 1° de schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan.Andere schulden dan de schulden, vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel worden niet beschouwd als schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan; 2° de begrafeniskosten ». B.1.3. Artikel 32, eerste lid, van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten bepaalt : « Dit decreet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 31, dat in werking treedt op 1 december 2017 ».

B.2. De parlementaire voorbereiding vermeldt : « Met het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015 heeft de Vlaamse Regering duidelijkheid gecreëerd over de techniek van de zogenaamde sterfhuisclausule.

Door het schrappen van de voorwaarde van overleving in het artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, is inmiddels duidelijk geworden dat wat boven de helft in het gemeenschappelijk vermogen door de langstlevende echtgenoot of echtgenote wordt verkregen, aan erfbelasting wordt onderworpen. Dit principe is sedert 1 juli 2015 van toepassing.

Ook voor echtgenoten die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen bestaan min of meer vergelijkbare bedingen die tot gevolg hebben dat de belastbare heffingsgrondslag van de erfbelasting lastens de langstlevende echtgenoot of echtgenote kan worden herleid. Die bedingen creëren schulden en schuldvorderingen die belangrijke gevolgen hebben voor de erfbelasting. Deze bedingen hebben reeds aanleiding gegeven tot tal van aanslepende geschillen, met langdurige rechtsonzekerheid voor de belastingplichtigen en voor de overheid tot gevolg.

Net zoals de Vlaamse Regering duidelijkheid heeft gecreëerd voor de zogenaamde sterfhuisclausule zal dit nu ook gebeuren voor deze zogenaamde finale verrekenbedingen enerzijds en verblijvingsbedingen of keuzebedingen met last anderzijds.

Kort beschreven hebben deze twee categorieën van clausules de volgende effecten : - met een finaal verrekenbeding bij echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen wordt er bij het overlijden van de eerste echtgenoot een schuld gecreëerd lastens de nalatenschap in het voordeel van de langstlevende. Dit verrekenbeding wordt door de rechtspraak gekwalificeerd als een huwelijksvoordeel dat bij gebreke aan uitdrukkelijke decretale bepaling niet belastbaar is met erfbelasting in hoofde van de langstlevende. Bovendien is deze vordering als aanvaardbaar passief in de nalatenschap van de eerststervende te beschouwen. Het gevolg hiervan is dat de erfbelasting zelfs tot nul kan worden herleid; - met een verblijvingsbeding of keuzebeding met last bij echtgenoten gehuwd onder een stelsel van gemeenschap wordt er omgekeerd bij het overlijden van de eerste echtgenoot een schuldvordering in het voordeel van de nalatenschap en lastens de langstlevende gecreëerd die pas opeisbaar wordt bij het overlijden van deze tweede echtgenoot. Ook deze bedingen hebben een belangrijke impact op de erfbelasting. Bij het eerste overlijden is enkel een roerende schuldvordering van de nalatenschap op de langstlevende belastbaar, terwijl de schuld lastens de langstlevende aanvaardbaar is als passief in de nalatenschap van deze langstlevende.

Hoewel de erfbelasting met deze clausules aanzienlijk kan worden gematigd of zelfs tot nul kan worden herleid, gaat het economisch gezien over vaak belangrijke verkrijgingen en vermogensverschuivingen.

Vanuit billijkheidsoverwegingen enerzijds en vanuit de bekommernis voor rechtszekerheid anderzijds wil de Vlaamse Regering ook hierover duidelijkheid creëren. Deze duidelijkheid kan worden bereikt door te voorzien dat dergelijke schulden voor de erfbelasting niet langer aanvaardbaar zijn als passief van een nalatenschap. Het artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, wordt in die zin aangepast.

Om fiscaal consequent te blijven is uiteraard vereist dat de in de nalatenschap van de ene echtgenoot geweerde schuld evenmin in aanmerking wordt genomen als een schuldvordering, die belastbaar is als actief bestanddeel in de nalatenschap van de andere echtgenoot.

Dit wordt opgevangen door de bepaling van het nieuwe artikel 2.7.3.2.14.

In beide gevallen is door de toepassing van de ontworpen bepalingen de schuldvordering niet aan te geven in het actief van de nalatenschap van de ene partner (al naargelang het geval de eerste of de laatste overledene), en in beide gevallen is de schuld evenmin aanvaardbaar als passief in de nalatenschap van de andere partner (al naargelang het geval dan de laatste of de eerste overledene). [...] Er wordt evenmin een onderscheid gemaakt naargelang de gekozen verrekenmassa (de goederen die dienen als basis voor de verrekening) en/of de gekozen verrekensleutel (50/50, 0/100 of andere sleutels).

Verder wordt evenmin een onderscheid gemaakt tussen optionele en niet-optionele bedingen.

In de memorie van toelichting bij het vermelde decreet uit 2015 wordt melding gemaakt van een stappenplan om ontwijkingsmechanismen aan te pakken. Welnu, deze maatregelen geven verdere uitvoering hieraan, na de eerder reeds uitgevoerde ingrepen, gerechtvaardigd door een streven naar billijkheid en rechtszekerheid » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1301/1, pp. 7-9).

Ten gronde Wat het eerste middel betreft B.3. Het eerste middel is gericht tegen artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten en is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet.

B.4. In een eerste onderdeel van het middel voeren de verzoekende partijen aan dat artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij de bestreden bepaling, een niet-verantwoord verschil in behandeling in het leven roept, doordat huwelijksvoordelen die buiten het gemeenschappelijk vermogen van de gehuwden (hierna : de huwelijksgemeenschap) om aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend, anders worden belast dan de huwelijksvoordelen die via de huwelijksgemeenschap aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend.

B.5.1. Artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij het bestreden artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten, maakt deel uit van afdeling 3 (« Belastbare grondslag ») van hoofdstuk 7 (« Erfbelasting ») van titel 2 (« Belastingheffing ») van die Codex.

Dat artikel bepaalt welke schulden en kosten als passief van een nalatenschap worden aanvaard.

B.5.2. Vóór de vervanging bij het bestreden artikel 15, bepaalde artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit dat « de schulden van de erflater, die op de dag van zijn overlijden bestaan » als passief van de nalatenschap worden aanvaard. Artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten heeft die bepaling overgenomen en eraan toegevoegd dat andere schulden dan de schulden vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel, niet worden beschouwd als schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan.

B.5.3. Uit de in B.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de decreetgever de in huwelijksovereenkomsten opgenomen « finale verrekenbedingen » en « verblijvingsbedingen of keuzebedingen met last » heeft beoogd.

B.6. Uit het verzoekschrift van de verzoekende partijen blijkt dat hun eerste middel, in zoverre zij ermee de bestreden bepaling verwijten een verschil in behandeling in het leven te roepen op het vlak van de belasting van huwelijksvoordelen, naargelang die voordelen buiten dan wel via de huwelijksgemeenschap aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend, uitsluitend betrekking heeft op de voormelde finale verrekenbedingen, en aldus niet op de verblijvingsbedingen of op de keuzebedingen met last.

In hun memorie van antwoord verwijten de verzoekende partijen de bestreden bepaling weliswaar eveneens de finale verrekenbedingen, enerzijds, en de verblijvingsbedingen of keuzebedingen met last, anderzijds, zonder redelijke verantwoording gelijk te behandelen, maar vermits die grief pas voor het eerst in die memorie wordt aangevoerd, dient zij, zoals de Vlaamse Regering opwerpt, te worden aangemerkt als een nieuw middel, dat krachtens artikel 85 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof niet ontvankelijk is.

Het Hof beperkt aldus zijn onderzoek tot de finale verrekenbedingen.

B.7.1. Wanneer de echtgenoten in hun huwelijksovereenkomst kiezen voor een stelsel van scheiding van goederen, kiezen zij ervoor dat hun eigen goederen gescheiden blijven en dat er geen gemeenschap van goederen wordt gecreëerd (artikel 1466 en volgende van het Burgerlijk Wetboek). Wanneer één van die echtgenoten overlijdt, vallen de eigen goederen van die echtgenoot in beginsel in de nalatenschap. Het successierecht wordt gevestigd op de waarde, na aftrek van de schulden, van alles wat uit de nalatenschap wordt verkregen overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 7 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (artikelen 2.7.3.1.1 en 2.7.3.2.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit).

B.7.2. Krachtens artikel 1469, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 34 van de wet van 22 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/2018 pub. 27/07/2018 numac 2018040546 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake sluiten « tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake », kunnen echtgenoten die kiezen voor het stelsel van scheiding van goederen aan dat stelsel alle bedingen toevoegen die met dat stelsel verenigbaar zijn. Zij kunnen onder meer bedingen toevoegen met betrekking tot de bewijsvoering, tussen hen, van exclusief eigendomsrecht, met betrekking tot het bewijs van vorderingen die de ene tegen de andere kan aanvoeren, en bedingen ter nadere regeling van enige onverdeeldheid of enig doelvermogen die of dat tussen hen zou bestaan. Zij kunnen ook bedingen opnemen die ertoe strekken een verrekening tussen hun vermogens te verwezenlijken, met name door toevoeging van een beding van verrekening van aanwinsten.

Krachtens artikel 1469, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, zijn de echtgenoten die hebben geopteerd voor een beding van verrekening van aanwinsten, onderworpen aan de artikelen 1469/1 tot 1469/13 van dat Wetboek. Het aanvangsvermogen, het eindvermogen, de verrekenvordering en de betaling daarvan worden overeenkomstig die artikelen bepaald.

Echtgenoten kunnen bij huwelijksovereenkomst daarvan evenwel afwijken en zelf de verrekenmassa, verrekensleutel, het verrekentijdstip en de verrekenmodaliteiten overeenkomen.

B.7.3. Wanneer een finaal verrekenbeding wordt opgenomen in een huwelijksovereenkomst van echtgenoten die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen, brengt dat beding met zich mee dat bij het overlijden van een echtgenoot een schuld wordt gecreëerd ten laste van de nalatenschap in het voordeel van de langstlevende echtgenoot. De schuldvordering waarover de langstlevende echtgenoot beschikt, dient te worden gekwalificeerd als een huwelijksvoordeel.

Vóór de inwerkingtreding van de bestreden bepaling, was dat huwelijksvoordeel, bij gebreke van een uitdrukkelijke decretale bepaling, niet belastbaar met erfbelasting voor de langstlevende echtgenoot, en werd dat voordeel gekwalificeerd als een schuld van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaat, zodat die schuld deel uitmaakte van het passief van de nalatenschap.

De kwalificatie van de schuldvordering als schuld van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaat, bracht met zich mee dat die schuldvordering in mindering diende te worden gebracht op de waarde van alles wat uit de nalatenschap wordt verkregen. Die kwalificatie leidde aldus tot een verlaagde belastbare grondslag van de erfbelasting.

B.7.4. Het bestreden artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten wijzigt artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit in die zin dat de voormelde schuldvordering fiscaal niet wordt beschouwd als een schuld van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaat, zodat die schuldvordering niet langer in mindering wordt gebracht op de waarde van alles wat uit de nalatenschap wordt verkregen.

Het niet bestreden artikel 14 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten voegt een artikel 2.7.3.2.14 toe aan de Vlaamse Codex Fiscaliteit, naar luid waarvan de voormelde schuldvordering voor de inning van het successierecht niet in aanmerking wordt genomen, zodat « de in de nalatenschap van de ene echtgenoot geweerde schuld evenmin in aanmerking wordt genomen als een schuldvordering, die belastbaar is als actief bestanddeel in de nalatenschap van de andere echtgenoot » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1301/1, p. 8).

B.8.1. Artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit bepaalt : « De langstlevende echtgenoot die ingevolge een huwelijksovereenkomst die niet aan de regels voor de schenkingen is onderworpen, meer dan de helft van de gemeenschap toegekend krijgt, wordt voor de heffing van de erfbelasting gelijkgesteld met de langstlevende echtgenoot die, als niet wordt afgeweken van de gelijke verdeling van de gemeenschap, het deel van de andere echtgenoot krachtens een schenking onder de levenden of een uiterste wilsbeschikking geheel of gedeeltelijk verkrijgt ».

B.8.2. Die bepaling, die uitsluitend betrekking heeft op de goederen die deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap, brengt met zich mee dat geen erfbelasting verschuldigd is op datgene wat de langstlevende echtgenoot ingevolge de huwelijksovereenkomst verkrijgt, wanneer die verkrijging niet meer dan de helft van de huwelijksgemeenschap bedraagt. Wanneer de langstlevende echtgenoot de helft van de huwelijksgemeenschap verkrijgt, maakt de andere helft deel uit van de nalatenschap van de erflater, die aldus aan erfbelasting wordt onderworpen.

De langstlevende echtgenoot wordt krachtens de voormelde bepaling slechts aan de erfbelasting onderworpen voor zover hij meer dan de helft van de huwelijksgemeenschap verkrijgt en uitsluitend met betrekking tot het gedeelte dat de helft van de huwelijksgemeenschap overschrijdt.

B.9. Vermits artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit betrekking heeft op de huwelijksgemeenschap, kan die bepaling geen toepassing vinden wanneer de echtgenoten in hun op het stelsel van scheiding van goederen gebaseerde huwelijksovereenkomst een finaal verrekenbeding hebben opgenomen. In geval van overlijden van één van de echtgenoten, wordt de langstlevende echtgenoot niet onderworpen aan de erfbelasting voor de schuldvordering die hij door middel van dat beding verkrijgt. De erfgenamen van de overleden echtgenoot worden daarentegen wel belast en dit op de waarde van alles wat uit de nalatenschap wordt verkregen, waarbij de uit het verrekenbeding voortvloeiende schuldvordering, op grond van het bij de bestreden bepaling vervangen artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, niet in mindering wordt gebracht op die waarde.

B.10. Uit het voorgaande volgt dat de huwelijksvoordelen die in het stelsel van scheiding van goederen aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend, aan een andere fiscale regeling worden onderworpen dan de huwelijksvoordelen die via de huwelijksgemeenschap aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend.

B.11.1. De Vlaamse Regering voert aan dat het voormelde verschil in behandeling niet voortvloeit uit de bestreden bepaling, maar uit artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

B.11.2. De kritiek van de verzoekende partijen ten aanzien van de bestreden bepaling bestaat erin dat de decreetgever niet heeft voorzien in een maatregel die soortgelijk is aan die welke is vervat in artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit voor de huwelijksvoordelen die buiten de huwelijksgemeenschap om aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend. Het bekritiseerde verschil in behandeling vloeit in die mate voort uit de bestreden bepaling.

De exceptie van de Vlaamse Regering wordt verworpen.

B.12.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is.

Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

B.12.2. Artikel 172 van de Grondwet vormt, in fiscale aangelegenheden, een bijzondere toepassing van het in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet vervatte beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.

B.13.1. Het in B.10 vermelde verschil in behandeling steunt op het criterium van de oorsprong van de goederen die het huwelijksvoordeel uitmaken (het gemeenschappelijk vermogen, dan wel het eigen vermogen van de gehuwden). Dat criterium is objectief.

B.13.2. Uit de in B.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de bestreden bepaling is ingegeven door een streven naar billijkheid en rechtszekerheid. De decreetgever had vastgesteld, enerzijds, dat de erfbelasting door middel van bedingen die worden opgenomen in een huwelijksovereenkomst « aanzienlijk kan worden gematigd of zelfs tot nul kan worden herleid » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1301/1, p. 8) en, anderzijds, dat er onenigheid bestond over de fiscaalrechtelijke kwalificatie van de schuldvorderingen voorvloeiende uit zulke bedingen.

B.13.3. De decreetgever kan zich terecht erover bekommeren de onbillijke fiscale gevolgen van een beding in een huwelijksovereenkomst te corrigeren, evenals de onduidelijkheden betreffende de fiscale kwalificatie van de schuldvorderingen voortvloeiende uit zulk een beding, te beëindigen. De met de bestreden bepaling nagestreefde doelstellingen zijn aldus legitiem.

B.14.1. Het loutere feit dat een wetskrachtige bepaling een recht toekent of een verplichting oplegt aan echtgenoten gehuwd onder sommige huwelijksvermogensstelsels, maar niet aan echtgenoten gehuwd onder andere stelsels, houdt op zichzelf geen discriminatie in, aangezien het een gevolg is van het bestaan van verschillende huwelijksvermogensstelsels. Hetzelfde geldt voor een wetskrachtige bepaling die met betrekking tot de erfbelasting die dient te worden betaald bij het overlijden van één van de echtgenoten, een verschil in behandeling in het leven roept dat steunt op de aard van het gekozen huwelijksvermogensstelsel. Het Hof moet evenwel nagaan, rekening houdend met de doelstelling, de kenmerken en de gevolgen van zulk een bepaling, of het in het leven geroepen verschil in behandeling bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.

Hierbij moet aan de bevoegde wetgever evenwel een ruime appreciatiebevoegdheid worden toegekend, temeer daar de gehuwden steeds over het recht beschikken om, behoudens de dwingende toepassing van het primaire huwelijksvermogensrecht, in hun huwelijkscontract van de bestaande wettelijke stelsels af te wijken of te kiezen voor een stelsel waarin de wet niet voorziet.

B.14.2. Met het wettelijk huwelijksvermogensstelsel heeft de wetgever beoogd een evenwicht te bereiken tussen de solidariteit eigen aan het huwelijk, enerzijds, en de autonomie van beide gehuwden, die toen samenhing met de door de wetgever beoogde doelstelling van de juridische ontvoogding van de vrouw, anderzijds.

De keuze voor een stelsel van scheiding van goederen houdt een door de wetgever toegelaten afwijking van dat evenwicht in, waarbij de echtgenoten kiezen voor een verminderde solidariteit en een verhoogde autonomie. Die keuze heeft als gevolg dat de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk tot een minimum worden beperkt.

B.14.3. De contractvrijheid is één van de meest fundamentele kenmerken van het secundaire huwelijksvermogensrecht. De echtgenoten die kiezen voor een stelsel van scheiding van goederen, wijken uit vrije wil af van het wettelijk huwelijksvermogensstelsel, zodat zij ook moeten worden geacht de gevolgen van die keuze te aanvaarden.

Die aanvaarding heeft betrekking op het erfrecht van de langstlevende echtgenoot, evenals op de erfbelasting, bij ontstentenis van gemeenschappelijk vermogen.

B.15.1. In het wettelijk huwelijksvermogensstelsel vormt de huwelijksgemeenschap een vermogen dat is afgescheiden van de eigen vermogens van de echtgenoten. Krachtens artikel 1445 van het Burgerlijk Wetboek wordt, bij ontbinding van het wettelijk huwelijksvermogensstelsel, het batige saldo van het gemeenschappelijk vermogen verdeeld bij helften. Daaruit blijkt dat de wetgever ervan is uitgegaan dat het gemeenschappelijk vermogen voor de helft toekomt aan de ene echtgenoot en voor de andere helft aan de andere echtgenoot.

B.15.2. Vermits het gemeenschappelijk vermogen van de onder een stelsel van gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten wordt geacht voor de helft toe te behoren aan de langstlevende echtgenoot, is het redelijk verantwoord dat die echtgenoot geen erfbelasting dient te betalen wanneer hij niet meer dan de helft van dat gemeenschappelijk vermogen verkrijgt.

Vermits de huwelijksvoordelen die in het stelsel van scheiding van goederen aan de langstlevende echtgenoot worden toegekend via een finaal verrekenbeding, hun oorsprong hebben in het eigen vermogen van de overleden echtgenoot, vermocht de decreetgever van oordeel te zijn dat in dat geval niet diende te worden voorzien in een regel zoals die welke is vervat in artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

B.15.3. Rekening houdend met het feit dat de bestreden bepaling uitsluitend een fiscaalrechtelijke draagwijdte heeft en aldus geen afbreuk doet aan de burgerrechtelijke gevolgen van een beding opgenomen in een huwelijksovereenkomst, met het feit dat de uit zulk een beding voortvloeiende schuldvordering voor de inning van het successierecht niet in aanmerking wordt genomen als actief bestanddeel in de nalatenschap van de langstlevende echtgenoot, evenals met het feit dat de echtgenoten steeds in de mogelijkheid zijn om hun huwelijksovereenkomst te wijzigen, brengt de bestreden bepaling evenmin onevenredige gevolgen met zich mee.

B.15.4. Gelet op de ruime appreciatiebevoegdheid die hem te dezen moet worden toegekend, heeft de decreetgever met de bestreden bepaling aldus geen maatregel zonder redelijke verantwoording genomen.

B.16. Het eerste middel, in zijn eerste onderdeel, is niet gegrond.

B.17. In een tweede onderdeel van het eerste middel voeren de verzoekende partijen aan dat artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij de bestreden bepaling, zonder redelijke verantwoording alle erin bedoelde bedingen, ongeacht of de waarachtigheid ervan al dan niet kan worden aangetoond, op dezelfde wijze behandelt.

B.18. De parlementaire voorbereiding vermeldt : « De Raad van State verwijst in het advies nummer 62.071/3 van 28 september 2017 onder randnummer 4 naar de nota aan de Vlaamse Regering waarin vermeld wordt dat de waarachtigheid van deze schulden en schuldvorderingen niet in alle situaties duidelijk blijkt. De Raad geeft vervolgens aan dat een verantwoording dient te worden gegeven voor het gelijk behandelen van twee situaties, met name de situatie waarbij de waarachtigheid niet duidelijk blijkt, en de situatie waarbij de waarachtigheid wel kan worden aangetoond.

De redenen waarom de ontworpen bepalingen het door de Raad van State gesuggereerde onderscheid niet maken, zijn de volgende.

Een eventuele twijfel over de waarachtigheid van de met deze bepalingen beoogde vorderingen is geenszins de enige of doorslaggevende drijfveer geweest bij de opmaak van deze bepalingen.

Het is de bedoeling om met de voorgelegde bepalingen te voorkomen dat de bedingen, waarvan de rechtsgeldigheid en waarachtigheid op civielrechtelijk vlak zeker niet per definitie en niet voor alle situaties in twijfel wordt getrokken, op het vlak van de erfbelasting onevenredige fiscale verschillen ten opzichte van andere echtgenoten tot gevolg zouden hebben.

Het door de Raad van State gesuggereerde onderscheid tussen beide situaties wordt momenteel evenmin gemaakt bij situaties die beoogd worden door het bestaande artikel 2.7.3.2.7, dat handelt over het fiscaal niet in aanmerking nemen van de vergoedingsrekening bij echtgenoten gehuwd onder een stelsel van gemeenschap. Ook in die situatie is een tegenbewijs niet mogelijk.

De bewijsvoering van de waarachtigheid van deze bedingen ligt bovendien niet voor de hand. Ter illustratie kan verwezen worden naar de geschillen tussen de administratie en de belastingplichtigen die voortvloeien uit de toepassing van het bestaande artikel 2.7.3.4.4, zoals toegelicht in het handboek van Decuyper en Ruysseveldt (Successierechten 2016-2017, onder nummer 801). Krachtens deze bepaling zijn schulden die aangegaan zijn door de erflater in voordeel van zijn erfopvolgers niet aanvaardbaar als passief van de nalatenschap, tenzij de echtheid ervan door de aangevers wordt aangevoerd. Er werden reeds heel wat toepassingsgevallen hiervan aan het oordeel van de rechter voorgelegd » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1301/1, p. 8).

B.19. Daaruit blijkt dat de decreetgever artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij de bestreden bepaling, niet heeft opgevat als een antimisbruikbepaling - namelijk een bepaling ter voorkoming van fiscaal misbruik die aan de belastingplichtige de mogelijkheid biedt het door de administratie geopperde vermoeden van misbruik te weerleggen -, maar wel als een bepaling die de belastbare grondslag van de belasting mede bepaalt. In het licht daarvan, en rekening houdend met de - in B.13.2 vermelde - nagestreefde doelstellingen, vermocht de decreetgever van oordeel te zijn dat geen onderscheid diende te worden gemaakt tussen belastingplichtigen, naargelang zij de waarachtigheid van een in een huwelijksovereenkomst opgenomen beding al dan niet kunnen aantonen.

B.20. Het eerste middel, in zijn tweede onderdeel, is niet gegrond.

Wat het tweede middel betreft B.21. Het tweede middel is gericht tegen artikel 32, eerste lid, van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten en is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het rechtszekerheidsbeginsel en met het vertrouwensbeginsel.

Volgens de verzoekende partijen verleent de bestreden bepaling, zonder redelijke verantwoording, terugwerkende kracht aan artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten en doet die bepaling afbreuk aan het gewettigd vertrouwen van de echtgenoten die een beding in hun huwelijksovereenkomst hebben opgenomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel 15.

Zij zijn eveneens van oordeel dat de bestreden bepaling een verschil in behandeling in het leven roept, dat niet redelijk is verantwoord, tussen belastingplichtigen, naargelang de administratie ten aanzien van hen toepassing maakt van artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten, dan wel van de antimisbruikbepaling vervat in artikel 3.17.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, doordat die laatste bepaling slechts van toepassing is op rechtshandelingen die worden gesteld na de inwerkingtreding van die bepaling.

B.22.1. Krachtens artikel 32, eerste lid, van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten treedt dat decreet, met uitzondering van artikel 31 ervan, in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, zijnde op 24 december 2017. Dit brengt met zich mee dat artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten, van toepassing is op nalatenschappen die openvallen vanaf die datum.

B.22.2. De parlementaire voorbereiding vermeldt : « Deze bepalingen in verband met de finale verrekenbedingen en verblijvingsbedingen met last zijn per definitie van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf de datum van inwerkingtreding, aangezien het gaat om bepalingen die betrekking hebben op de samenstelling van het actief en het passief van de nalatenschap. Een eventuele inwerkingtreding enkel voor bedingen afgesloten na de datum van inwerkingtreding zou tot bijzonder complexe en overigens onrechtvaardig ogende situaties aanleiding geven. Er zouden dan immers gedurende zeer ruime tijd sterk verschillende benaderingen van deze bedingen door de administratie moeten worden toegepast, wat de transparantie en de beoogde billijke behandeling geenszins ten goede zou komen » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1301/1, p. 9).

B.23. Inzake successierechten ontstaat de belastingschuld definitief op de datum van het overlijden. Een wet die vóór dat tijdstip de heffingsgrondslag van het successierecht wijzigt, heeft geen terugwerkende kracht.

B.24. Artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals vervangen bij artikel 15 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten, wijzigt de heffingsgrondslag van het successierecht.

Doordat die bepaling pas toepassing kan vinden op de nalatenschappen die openvallen vanaf de tiende dag na de bekendmaking van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/2017 pub. 14/12/2017 numac 2017014300 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken type decreet prom. 08/12/2017 pub. 02/02/2018 numac 2018030163 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 type decreet prom. 08/12/2017 pub. 20/12/2017 numac 2017040986 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving sluiten in het Belgisch Staatsblad, heeft ze geen terugwerkende kracht.

B.25. Het staat in beginsel aan de decreetgever om, wanneer hij beslist nieuwe regelgeving in te voeren, te beoordelen of het noodzakelijk of opportuun is die beleidswijziging vergezeld te doen gaan van overgangsmaatregelen. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie wordt slechts geschonden indien de overgangsregeling of de ontstentenis daarvan tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen redelijke verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan.

Dat laatste is het geval wanneer de rechtmatige verwachtingen van een bepaalde categorie van rechtsonderhorigen worden miskend zonder dat een dwingende reden van algemeen belang voorhanden is die het ontbreken van een overgangsregeling kan verantwoorden.

Het vertrouwensbeginsel is nauw verbonden met het - tevens door de verzoekende partijen aangevoerde - rechtszekerheidsbeginsel, dat de decreetgever verbiedt om zonder objectieve en redelijke verantwoording afbreuk te doen aan het belang van de rechtsonderhorigen om in staat te zijn de rechtsgevolgen van hun handelingen te voorzien.

B.26. Wetskrachtige bepalingen die de heffingsgrondslag van een belasting definiëren, kunnen te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd, zodat de rechtsonderhorigen er niet wettig op kunnen vertrouwen dat die bepalingen in de toekomst ongewijzigd behouden blijven. Gelet op de nagestreefde doelstelling om de onbillijke fiscale gevolgen van bedingen in huwelijksovereenkomsten te corrigeren, vermocht de decreetgever van oordeel te zijn dat niet diende te worden voorzien in een overgangsbepaling.

B.27. Zoals is vermeld in B.19, heeft de decreetgever de bestreden bepaling niet opgevat als een antimisbruikbepaling, maar als een bepaling die de belastbare grondslag van de belasting mede bepaalt.

Gelet op de verschillende aard van de artikelen 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, en 3.17.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en rekening houdend met wat is vermeld in B.26, is het door de verzoekende partijen bekritiseerde verschil in behandeling tussen belastingplichtigen, naargelang artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, 1°, dan wel artikel 3.17.0.0.2 ten aanzien van hen wordt toegepast, niet zonder redelijke verantwoording.

B.28. Het tweede middel is niet gegrond.

Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep.

Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 10 juli 2019.

De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux A. Alen

^