Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 17 april 2020

Uittreksel uit arrest nr. 195/2019 van 5 december 2019 Rolnummer 6910 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 3 en 120 van het decreet van het Waalse Gewest van 8 februari 2018 « betreffende het beheer en de betaling van de gez Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, de rechters L. Lavr(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2019205894
pub.
17/04/2020
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

Uittreksel uit arrest nr. 195/2019 van 5 december 2019 Rolnummer 6910 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 3 en 120 van het decreet van het Waalse Gewest van 8 februari 2018 « betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen », ingesteld door Nicolas Deswysen.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen en M. Pâques, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, emeritus rechter E. Derycke, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 24 april 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 27 april 2018, heeft Nicolas Deswysen beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 3 en 120 van het decreet van het Waalse Gewest van 8 februari 2018 « betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 maart 2018). (...) II. In rechte (...) Ten aanzien van het onderwerp van het beroep B.1.1. Het beroep tot vernietiging is gericht tegen de artikelen 3 en 120 van het decreet van het Waalse Gewest van 8 februari 2018 « betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (hierna : het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten). Wat die tweede bepaling betreft, blijkt uit het verzoekschrift en uit de uiteenzetting van het enige middel dat het beroep alleen betrekking heeft op het eerste lid ervan.

De artikelen 3 en 120, eerste lid, van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten bepalen : «

Art. 3.Behalve uitdrukkelijk voorziene uitzondering is dit decreet van toepassing op de rechtgevende kinderen geboren vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid ». «

Art. 120.De algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (AKBW) en de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag worden opgeheven op de door de Regering bepaalde datum bedoeld in artikel 136, § 1, met uitzondering van de artikelen 40 tot 50septies, 52 tot 55 en 56ter tot 76bis van de algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (AKBW) die na deze datum van toepassing blijven voor de kinderen geboren uiterlijk de dag voor bedoelde datum die door de Regering is bepaald ».

B.1.2. Het voormelde artikel 120 is gewijzigd bij artikel 13 van het decreet van het Waalse Gewest van 20 december 2018 « tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (hierna : het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 2 januari 2019, dat bepaalt : « In artikel 120 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : ' De algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (AKBW) en de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag worden opgeheven op de door de Regering bepaalde datum bedoeld in artikel 136, eerste lid, met uitzondering van de artikelen 40 tot 50septies, 52 tot 55, en 56bis, § 2, tot 64, 66, 70, 70bis, leden 1 tot 3, en lid 4, tweede zin, en 70ter tot 76bis, van de algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (AKBW) die van toepassing blijven voor de kinderen geboren uiterlijk de dag voor de datum die door de Regering is bepaald krachtens artikel 136, tweede lid, en die een recht openen op gezinsbijslagen op basis van de criteria bepaald bij artikel 4 van dit decreet.'; 2° in het tweede lid, worden de woorden ', voor zover de aangewezen bijslagtrekkende de in artikel 21 van dit decreet bepaalde voorwaarden naleeft, ' ingevoegd tussen de woorden ' worden gehandhaafd ' en de woorden ' totdat een nieuw element ';3° in het derde lid worden de woorden ' of in geval van handhaving ervan overeenkomstig artikel 22, § 1, zevende lid, ' ingevoegd tussen de woorden ' Indien het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend ' en de woorden ' wordt de bloedverwant die geen deel uitmaakt ' ». Die wijziging is in werking getreden op 1 januari 2019, overeenkomstig artikel 20 van het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten.

B.1.3. Volgens artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 20/12/2018 pub. 14/01/2019 numac 2019200089 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van artikel 136 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten « tot uitvoering van artikel 136 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen », bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 14 januari 2019, zijn de artikelen 3 en 120 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten in werking getreden op 1 januari 2019.

B.1.4. Wegens de in B.1.2 vermelde wijziging wordt het beroep in beginsel zonder voorwerp in zoverre het is gericht tegen artikel 120, eerste lid, van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten.

B.2.1. In haar aanvullende memorie vraagt de verzoekende partij het beroep tot vernietiging uit te breiden tot artikel 13, 1°, van het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten en bijgevolg tot artikel 120, eerste lid, van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten, zoals vervangen bij die bepaling.

Zij wil overigens, voor zover nodig, bij wege van haar memorie een nieuw beroep instellen tegen artikel 120, eerste lid, van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten, zoals vervangen bij artikel 13, 1°, van het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten.

B.2.2. Het Hof dient zijn onderzoek te beperken tot de bepalingen waarvan de vernietiging in het verzoekschrift is gevorderd. De uitbreiding van het beroep, zoals gevraagd door de verzoekende partij in de aanvullende memorie, tot een bepaling die niet in het verzoekschrift wordt bestreden, is derhalve niet ontvankelijk.

Een aanvullende memorie, gericht aan het Hof in het kader van een zaak ingeschreven op de rol van het Hof onder een bepaald nummer, is overigens geen verzoekschrift in de zin van artikel 5 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof en vormt dus geen nieuw beroep tot vernietiging.

B.2.3. Tegen artikel 13 van het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten is geen enkel beroep tot vernietiging ingesteld. Hieruit vloeit voort dat het onderhavige beroep, in zoverre het betrekking heeft op artikel 120, eerste lid, van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten, definitief zonder voorwerp is geworden.

B.2.4. Het Hof beperkt zich dus ertoe het beroep te onderzoeken in zoverre het is gericht tegen artikel 3 van het decreet van 8 februari 2018. Om de draagwijdte van die bepaling te beoordelen, houdt het Hof niettemin rekening met het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten. Ten aanzien van artikel 3 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten en de context ervan B.3. Het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten voert een nieuw model voor gezinsbijslagen in. In tegenstelling tot het vroegere model beoogt het nieuwe « eenvoudig en transparant » te zijn (Parl. St., Waals Parlement, 2017-2018, nr. 989/1, p. 5). Het gaat erom het model van de gezinsbijslagen aan te passen aan de evolutie van het gezinsmodel en een gelijkheid tot stand te brengen tussen de kinderen, ongeacht hun rang binnen het gezin, waarbij tegelijk de billijkheid en de solidariteit worden bevorderd (ibid., pp. 5-6). De kinderbijslag strekt niet langer ertoe geboorten aan te moedigen, in het kader van een geboortebeleid, maar vormt voortaan een regeling ter ondersteuning van het ouderschap, teneinde de personen die ervoor hebben gekozen kinderen te hebben, toe te laten in waardige omstandigheden te leven (ibid., p. 11).

B.4.1. In het vroegere model is het bedrag van de maandelijkse basisbijslag progressief volgens de rang van het betrokken kind in het gezin. Aldus bepaalt artikel 40 van de algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (hierna : AKBW) : « De kinderbijslagfondsen, alsook de in artikel 18 bedoelde overheden en openbare instellingen, verlenen ten behoeve van de rechtgevende kinderen een maandelijkse bijslag van : 1° 68,42 EUR voor het eerste kind;2° 126,60 EUR voor het tweede kind;3° 189,02 EUR voor het derde kind en voor elk volgend kind ». Vanaf 1 september 2018 zijn die bedragen respectievelijk vastgesteld op 95,80 euro voor het eerste kind, 177,27 euro voor het tweede kind en 264,67 euro voor het derde kind en elk daaropvolgend kind (zie officieel bericht van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Belgisch Staatsblad, 11 oktober 2018).

Het begrip rang binnen het gezin en het dienovereenkomstige progressieve karakter van de bedragen van de uitbetaalde bijslag gaan, volgens het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/04/1997 pub. 28/06/1997 numac 1997000264 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 12 december 1996 betreffende de dringende medische hulp die door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt verstrekt aan de vreemdelingen die onwettig in het Rijk verblijft sluiten « houdende sommige bepalingen betreffende de gezinsbijslag ter uitvoering van artikel 21 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels » voorafgaat, uit van « het beginsel dat de te dragen last door het gezin vergroot volgens de omvang » (Belgisch Staatsblad, 30 april 1997, p. 10514).

B.4.2. Krachtens artikel 42, § 1, van de AKBW wordt de rang van het kind bepaald rekening houdend met de volgorde van de geboorten van de rechtgevende kinderen. De kinderbijslag wordt toegekend rekening houdend met het aantal rechtgevende kinderen, wanneer die wordt uitgekeerd aan een of, in bepaalde omstandigheden, meer bijslagtrekkenden in hetzelfde gezin.

B.4.3. Artikel 44 van de AKBW voorziet in leeftijdsbijslagen die met name worden berekend volgens de leeftijd van het rechtgevende kind en zijn rang. Dat artikel bepaalt : « § 1. Het bedrag vermeld in artikel 40, 1° wordt voor een kind dat niet rechtgevend is op een bijslag bedoeld in artikel 41, 42bis, 47 of 50ter verhoogd met een leeftijdsbijslag van : 1° 11,92 EUR voor een kind van minstens 6 jaar;2° 18,15 EUR voor een kind van minstens 12 jaar;3° 20,92 EUR voor een kind van minstens 18 jaar. § 2. Het bedrag vermeld in artikel 40, 1° voor een kind dat rechtgevend is op een in artikel 41, 42bis, 47 of 50ter bedoelde bijslag en de bedragen vermeld in de artikelen 40, 2° en 3° en 50bis worden verhoogd met een leeftijdsbijslag van : 1° 23,77 EUR voor een kind van minstens 6 jaar;2° 36,32 EUR voor een kind van minstens 12 jaar;3° 46,18 EUR voor een kind van minstens 18 jaar ». Vanaf 1 september 2018 zijn die verschillende bedragen respectievelijk vastgesteld op 16,69, 25,41, 29,29, 33,28, 50,86 en 64,66 euro (zie officieel bericht van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Belgisch Staatsblad, 11 oktober 2018).

B.4.4. De basisbijslag kan worden vermeerderd met een bijslag voor sommige categorieën van rechtgevenden, met name voor de eenoudergezinnen (artikel 41 van de AKBW), voor de kinderen met een aandoening (artikel 44bis), of nog, in sommige sociale situaties (artikel 42bis).

B.5.1. In het nieuwe model krijgen alle kinderen een maandelijkse basisbijslag toegekend waarvan het bedrag identiek is, los van het aantal kinderen binnen het gezin en de ontwikkeling van de samenstelling ervan. Artikel 9, § 1, van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten bepaalt aldus : « Er wordt maandelijks ten gunste van het rechtgevend kind een basisbijslag toegekend aan de overeenkomstig artikel 22 aangewezen bijslagtrekkende; het bedrag van die bijslag bedraagt : 1° 155 euro tot het einde van de maand waarin hij/zij de leeftijd van achttien jaar bereikt;2° 165 euro vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand van zijn/haar achttiende verjaardag tot en met uiterlijk de maand waarin hij/zij de leeftijd van vijfentwintig jaar bereikt ». Er is voorzien in een afzonderlijke basisbijslag voor het kind dat wees is (artikel 9, § 2).

B.5.2. De basisbijslag kan worden vermeerderd met een toeslag in sommige situaties die bijzondere lasten met zich meebrengen, met name voor de eenoudergezinnen (rekening houdend met hun inkomsten) (artikel 12 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten), of nog, de gezinnen met een laag inkomen (artikel 13).

Er is eveneens voorzien in een specifieke toeslag in de bijzondere hypothese van een gezin met minstens drie kinderen, wanneer de inkomsten van dat gezin lager liggen dan de vastgestelde inkomensgrenzen (artikel 11). De invoering van die toeslag wordt verklaard door « de afschaffing van de progressiviteit van de rangen en rekening houdend met het risico van armoede dat bestaat voor grote gezinnen, de kosten of de verminderde inkomsten van het gezin verbonden aan het aantal kinderen in het gezin » (Parl. St., Waals Parlement, 2017-2018, nr. 989/1, p. 11).

B.5.3. Krachtens het bestreden artikel 3 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten genieten alleen de rechtgevende kinderen die zijn geboren vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, behalve uitdrukkelijk voorziene uitzondering, de nieuwe regeling van de gezinsbijslagen.

B.6.1. Artikel 120 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten, zoals gewijzigd bij artikel 13 van het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2018 pub. 02/01/2019 numac 2018206486 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten, bepaalt : « De algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (AKBW) en de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag worden opgeheven op de door de Regering bepaalde datum bedoeld in artikel 136, eerste lid, met uitzondering van de artikelen 40 tot 50septies, 52 tot 55, en 56bis, § 2, tot 64, 66, 70, 70bis, leden 1 tot 3, en lid 4, tweede zin, en 70ter tot 76bis, van de algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten (AKBW) die van toepassing blijven voor de kinderen geboren uiterlijk de dag voor de datum die door de Regering is bepaald krachtens artikel 136, tweede lid, en die een recht openen op gezinsbijslagen op basis van de criteria bepaald bij artikel 4 van dit decreet.

De rechten geopend krachtens de overeenkomstig het eerste lid opgeheven wetgevingen worden gehandhaafd, voor zover de aangewezen bijslagtrekkende de in artikel 21 van dit decreet bepaalde voorwaarden naleeft, totdat een nieuw element dat het nieuwe onderzoek van het dossier zich voordoet. In dit geval wordt het recht op de gezinsbijslagen op grond van de artikelen 40 tot 76bis van de AKBW overeenkomstig deze Titel onderzocht.

Voor de toepassing van de artikelen 40 tot 76bis van de AKBW verwijst de term ' gerechtigde ' vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, naar een bloedverwant in de eerste graad, een schoonouder of een persoon met wie bedoelde bloedverwant een feitelijk gezin vormt. Indien het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend of in geval van handhaving ervan overeenkomstig artikel 22, § 1, zevende lid, wordt de bloedverwant die geen deel uitmaakt van het gezin van het rechtgevend kind, geacht daarvan deel uit te maken.

Bij gebrek aan de hierboven vermelde personen wordt de persoon die het kind werkelijk opvoedt of de persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt, in aanmerking genomen.

Wat betreft de handhaving van het recht van de kinderen die uiterlijk op de dag vóór de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, ressorteren onder de opgeheven wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, wordt de in artikel 42bis van de AKBW bedoelde toeslag provisioneel gehandhaafd en geregulariseerd na ontvangst van de fiscale gegevens betreffende het gezin van het rechtgevend kind. Alle andere voorwaarden betreffende de handhaving van het recht worden krachtens het decreet onderzocht. De in artikel 10, § 3, van de bovenvermelde wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bedoelde bijzondere bijslag wordt ten gunste van het geplaatste kind provisioneel gehandhaafd en geregulariseerd na ontvangst van de fiscale gegevens waaruit blijkt dat het gezin van de persoon die bedoelde bijslag ontvangt, zonder inkomen is; in het tegenovergestelde geval wordt de bijzondere bijslag teruggevorderd en wordt het recht op de kinderbijslagen overeenkomstig deze Titel onderzocht.

Wat betreft nieuwe aanvragen ingediend vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, voor kinderen geboren uiterlijk de dag voor deze datum, worden de voorwaarden m.b.t. de opening van het recht onderzocht overeenkomstig dit decreet terwijl de basisbedragen en toeslagen degene zijn die in het kader van de AKBW binnen de grenzen bedoeld in deze Titel bepaald zijn ».

Uit die bepaling vloeit voort dat de vroegere regeling waarin de AKBW voorzag, bij wijze van overgangsregeling gedeeltelijk wordt behouden door de rechtgevende kinderen die zijn geboren uiterlijk op de dag vóór de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, tweede lid, van het decreet.

B.6.2. De artikelen 121 en volgende van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten strekken ertoe op de aan die overgangsregeling onderworpen kinderen bepaalde maatregelen van de nieuwe regeling toe te passen die in wezen gunstiger zijn : «

Art. 121.Artikel 120 doet geen afbreuk aan de toepassing vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, op de kinderen die tijdens hetzelfde jaar de leeftijd van 18 jaar bereiken, van het primerend artikel 5.

Art. 122.Voor de toekenning van de toeslagen bedoeld in artikel 41 van de AKBW alsook voor de toekenning aan één bijslagtrekkende bedoeld in artikel 41 van de AKBW, eerste en tweede streepjes, van de in de artikelen 42bis en 50ter, van de AKBW bedoelde toeslagen, ten gunste van de kinderen geboren uiterlijk op 31 december van het jaar vóór de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, wordt, vanaf de datum bepaald door de Regering, alleen rekening gehouden met het inkomensplafond bedoeld in artikel 13, § 1, 1°.

Artikel 120 doet geen afbreuk aan de toepassing, in geval van overlijden dat ten vroegste op de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, plaatsgevonden heeft, van het prevalerend percentage bedoeld in artikel 50bis van de AKBW, op de kinderen geboren uiterlijk op de dag voor de door de Regering bepaalde datum, zonder toepassing van de beperkingen bedoeld in artikel 56bis, § 2, van de AKBW.

Art. 123.Voor de toekenning van de toeslagen bedoeld in artikel 42bis, § 2, van de AKBW, ten gunste van de kinderen geboren uiterlijk op 31 december van het jaar vóór de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, wordt, vanaf de datum bepaald door de Regering, geen rekening meer gehouden met de specifieke statuten bedoeld in § 1, van bedoeld artikel maar alleen met het inkomensplafond bedoeld in artikel 13, § 1, 1°.

Voor dezelfde kinderen zijn de toeslagen bedoeld in artikel 42bis, § 2, van de AKBW en de toeslagen bedoeld in artikel 50bis van de AKBW niet cumuleerbaar, waarbij de [toeslagen bedoeld] in artikel 50bis prevaleren.

Art. 124.De in artikel 50ter van de AKBW bedoelde toeslagen worden toegekend ten gunste van de kinderen geboren uiterlijk de dag voor de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, onder dezelfde voorwaarden als die bedoeld in artikel 13, § 2, van het decreet.

Art. 125.Artikel 120 doet geen afbreuk aan de toekenning vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, tweede lid, van de in artikel 10 van dit decreet bedoelde forfaitaire bijslag in geval van plaatsingen in opvanggezin vanaf dezelfde datum die besloten zijn ten opzichte van kinderen geboren uiterlijk op de dag voor de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, tweede lid.

Art. 126.Voor de berekening van de proportionele toewijzing van de bijslagen en toeslagen bedoeld in artikel 70bis, vierde lid, van de AKBW, wordt geen rekening gehouden met de bijslagen verschuldigd ten gunste van de kinderen geboren van de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, tweede lid, noch met de bijslagen verschuldigd ten gunste van de kinderen geboren vanaf die datum, die in aanmerking komen voor de storting van het derde van hun kinderbijslagen op een spaarrekening geopend op hun naam overeenkomstig artikel 22, § 4.

Art. 127.Voor de toepassing van artikel 11 wordt rekening gehouden met de kinderen geboren voor de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, tweede lid, in de samenstelling van het gezin.

Deze kinderen komen nochtans niet in aanmerking voor de in bedoeld artikel bedoelde toeslag.

Art. 128.De toeslagen verschuldigd in het kader van de algemene kinderbijslagwet worden niet gecumuleerd met de in het kader van dit decreet verschuldigde toeslagen.

Art. 129.Artikel 120 doet geen afbreuk aan de toepassing, voor elk evenement dat zich vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, voordoet, van het primerend artikel 84.

Art. 130.Artikel 54 van de AKBW heeft geen uitwerking meer vanaf de datum bepaald door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid ».

B.6.3. Onder voorbehoud van die aanpassingen heeft het door de decreetgever ingevoerde overgangsmechanisme een bijzonder karakter, in zoverre het niet voorziet in de geleidelijke omschakeling van de kinderen die zijn geboren uiterlijk op de dag vóór de door de Regering te bepalen datum naar de nieuwe regeling. Die kinderen zullen onderworpen blijven aan de overgangsregeling tot het verval van hun recht op kinderbijslag, namelijk uiterlijk totdat zij de leeftijd van vijfentwintig jaar bereiken, zoals artikel 62 van de AKBW bepaalt.

B.6.4. Volgens de parlementaire voorbereiding is de overgangsregeling verantwoord door de noodzaak om, in een beperkt budgettair kader, de uitvoering van de hervorming van het model van de gezinsbijslagen te verzoenen met de bescherming van de gewettigde verwachtingen van de gezinnen van de rechtgevenden die zijn geboren vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet. Meer aanvullend maakt zij het mogelijk om de administratieve last die de hervorming voor de kinderbijslagfondsen met zich meebrengt, in zekere mate te beperken : « De geboortedatum van het kind dat recht geeft op de gezinsbijslagen is die van het behoud van de bijslagbedragen bepaald door de vroegere regeling voor de kinderen die zijn geboren gedurende de toepassing van die vroegere regeling, namelijk vóór de datum van inwerkingtreding van het Waalse decreet. Die rechtgevenden genieten dus een andere overgangsregeling, die blijft bestaan totdat zij de leeftijd van 25 jaar bereiken. Alleen de kinderen die zijn geboren na de datum van inwerkingtreding van het decreet zullen de nieuwe bedragen van de kinderbijslag van de Waalse regeling kunnen genieten.

De overwogen overgangsregeling bestaat in een behoud van de vroegere regeling, met enkele door de nieuwe regeling ingevoerde aanpassingen.

Die aanpassingen hebben voornamelijk betrekking op de voorwaarden inzake het recht op de gezinsbijslag en zijn stelselmatig gunstig voor de kinderen, op één uitzondering na, die van de afschaffing van de ' trimestrialisering ' van de sociale bijslagen.

Aldus zal de toekenning van de sociale bijslagen, voor de kinderen die zijn geboren vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet, eveneens alleen afhangen van het inkomen van het gezin. Op de kinderen die zijn geboren vanaf 1 januari 2001 of vanaf 1 januari 2002 naargelang het decreet in werking treedt op 1 januari 2019 of op 1 januari 2020, datum waarop zij de leeftijd van achttien jaar zullen hebben bereikt, zullen nieuwe voorwaarden inzake het recht op de bijslag worden toegepast die verder gaan dan het onvoorwaardelijke recht, waarbij een automatisch karakter van de rechten wordt beoogd.

Een betere gerichtheid van de betaling van de forfaitaire bijslag in geval van plaatsing in een opvanggezin vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet zal eveneens van toepassing zijn op de kinderen, zelfs indien zij zijn geboren vóór die datum. Ten aanzien van de voorwaarden inzake het recht op bijslag voor een wees, zal dat recht openstaan voor het kind in geval van overlijden van de ouder vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet, op basis van het vroegere bedrag, maar los van het eenouderschap van de langstlevende ouder.

De hervorming van het model van de kinderbijslag beoogt het systeem van de kinderbijslag te moderniseren teneinde het aan te passen aan de evolutie van het gezinsmodel, alsook een gelijkheid tot stand te brengen tussen de rechtgevenden ongeacht hun rang binnen het gezin.

Dat doel moet worden verzoend met de bescherming van de verworven rechten en van de gewettigde verwachtingen van de gezinnen van de rechtgevenden die zijn geboren vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet en die aan de vroegere regeling zijn onderworpen.

Alle kinderbijslagtrekkenden opnemen, ongeacht of de rechtgevenden zijn geboren vóór of na de datum van inwerkingtreding van het decreet, waarbij de verworven rechten worden gevrijwaard door een betaling van een verschil voor de kinderen die zijn geboren vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet, zelfs na een overgangsperiode van enkele jaren waarin eventueel om administratieve redenen wordt voorzien, zou immers een meerkost met zich meebrengen die wordt geraamd op 200 miljoen euro volgens het voorgestelde model. Indien de budgetten constant worden gehouden, zou dit ertoe leiden de bedragen van het basistarief en van de verschillende bijslagen te verminderen, hetgeen nadelig zou zijn voor alle gezinnen gevormd vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet. In die hypothese zou het basistarief moeten worden teruggebracht tot 125 euro.

De tabel hieronder illustreert de financiële gevolgen, voor de gezinnen, van een dergelijke omschakelingsoptie, uitgaande van een basistarief van 125 euro en een leeftijdsbijslag van 10 euro vanaf 18 jaar.

Gezin vóór 1/1/2019 of 1/1/2020

Gezin na 1/1/2019 of 1/1/2020

Impact voor de nieuwe gezinnen

1 kind jonger dan 6 jaar

93,93 €

125 €

31,07 €

1 kind van 6 tot 11 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

110,29 €

125 €

14,71 €

1 kind van 6 tot 11 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

126,56 €

125 €

- 1,56 €

1 kind van 12 tot 17 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

118,85

125 €

6,15 €

1 kind van 12 tot 17 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

143,79 €

125 €

- 18,79 €

1 kind van 18 tot 24 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

122,65 €

135 €

12,35 €

1 kind van 18 tot 24 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

157,33 €

135 €

- 22,33 €

2 kinderen jonger dan 6 jaar

267,73 €

250 €

- 17,73 €

2 kinderen van 6 tot 11 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

316,72 €

250 €

- 66,72 €

2 kinderen van 6 tot 11 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

332,99 €

250 €

- 82,99 €

2 kinderen van 12 tot 17 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

342,51 €

250 €

- 92,51 €

2 kinderen van 12 tot 17 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

367,45 €

250 €

- 117,45 €

2 kinderen van 18 tot 24 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

359,85 €

270 €

-89,85 €

2 kinderen van 18 tot 24 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

394,53 €

270 €

- 124,53 €

3 kinderen jonger dan 6 jaar

527,22 €

375 €

- 152,22 €

3 kinderen van 6 tot 11 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

608,84 €

375 €

- 233,84 €

3 kinderen van 6 tot 11 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

625,11 €

375 €

- 250,11 €

3 kinderen van 12 tot 17 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

651,86 €

375 €

- 276,86 €

3 kinderen van 12 tot 17 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

676,80 €

375 €

- 301,80 €

3 kinderen van 18 tot 24 jaar, leeftijdsbijslag indien geen sociale bijslag

682,74 €

405 €

- 277,74 €

3 kinderen van 18 tot 24 jaar, leeftijdsbijslag indien sociale bijslag

717,42 €

405 €

- 312,42 €


De voorbeelden hiervoor illustreren de aanzienlijke achteruitgang voor de gezinnen die zijn gevormd vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet indien wordt omgeschakeld zonder het verschil te compenseren, alsook het inkomstenverlies voor alle gezinnen die gevormd worden vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet.

Een en ander vloeit hoofdzakelijk voort uit twee factoren : enerzijds, het evolutieve aspect van de gezinnen en, anderzijds, het effect van de leeftijdsbijslag in het vroegere model, nog vermeerderd wanneer een recht op sociale bijslagen bestaat.

In het overgangssysteem waarin het decreet voorziet, blijft de hefboom van de leeftijdsbijslag onveranderd voor de kinderen die zijn geboren vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet, en wordt die zelfs versterkt door de uitbreiding van het recht op sociale bijslagen tot alle gezinnen waarvan de inkomsten niet hoger liggen dan een bepaalde grens. Het beginsel van gelijkheid kan dus duidelijk niet worden geëvalueerd indien alleen de basistarieven worden vergeleken.

De tabel hieronder illustreert de gevolgen, voor de gezinnen, van de toepassing van het vroegere model en van het model waarin het decreet voorziet, rekening houdend met de sociale correcties en de leeftijdsbijslagen.

Gezin vóór 1/1/2019 of 1/1/2020

Gezin na 1/1/2019 of 1/1/2020

Impact voor de nieuwe gezinnen

Gezin 1 kind van 0 tot 5 jaar, gewoon tarief

93,93

155

61,07 €

Gezin 1 kind van 0 tot 5 jaar, met sociale bijslag

141,74

210

68,26 €

Gezin 1 kind van 0 tot 5 jaar, met invaliditeitsbijslag

196,81

220

23,19 €

Gezin 1 kind van 6 tot 11 jaar, gewoon tarief

110,29

155

44,71 €

Gezin 1 kind van 6 tot 11 jaar, met sociale bijslag

174,37

210

35,63 €

Gezin 1 kind van 6 tot 11 jaar, met invaliditeitsbijslag

229,44

220

- 9,44 €

Gezin 1 kind van 12 tot 17 jaar, gewoon tarief

118,85

155

36,15 €

Gezin 1 kind van 12 tot 17 jaar, met sociale bijslag

191,6

210

18,40 €

Gezin 1 kind van 12 tot 17 jaar, met invaliditeitsbijslag

246,67

220

- 26,67 €

Gezin 1 kind van 18 tot 24 jaar, gewoon tarief

122,65

165

42,35 €

Gezin 1 kind van 18 tot 24 jaar, met sociale bijslag

205,14

220

14,86 €

Gezin 1 kind van 18 tot 24 jaar, met invaliditeitsbijslag

260,21

230

- 30,21 €

Gezin 2 kinderen van 0 tot 5 jaar, gewoon tarief

267,73

310

42,27 €

Gezin 2 kinderen van 0 tot 5 jaar, met sociale bijslag

345,18

420

74,82 €

Gezin 2 kinderen van 0 tot 5 jaar, met invaliditeitsbijslag

400,25

440

39,75 €

Gezin 2 kinderen van 6 tot 11 jaar, gewoon tarief

316,72

310

- 6,72 €

Gezin 2 kinderen van 6 tot 11 jaar, met sociale bijslag

410,44

420

9,56 €

Gezin 2 kinderen van 6 tot 11 jaar, met invaliditeitsbijslag

465,51

440

- 25,51 €

Gezin 2 kinderen van 12 tot 17 jaar, gewoon tarief

342,51

310

- 32,51 €

Gezin 2 kinderen van 12 tot 17 jaar, met sociale bijslag

444,9

420

- 24,90 €

Gezin 2 kinderen van 12 tot 17 jaar, met invaliditeitsbijslag

499,97

440

- 59,97 €

Gezin 2 kinderen van 18 tot 24 jaar, gewoon tarief

359,85

330

- 29,85 €

Gezin 2 kinderen van 18 tot 24 jaar, met sociale bijslag

471,98

440

- 31,98 €

Gezin 2 kinderen van 18 tot 24 jaar, met invaliditeitsbijslag

527,05

460

- 67,05 €

Gezin 3 kinderen van 0 tot 5 jaar, gewoon tarief

527,22

465

- 62,22 €

Gezin 3 kinderen van 0 tot 5 jaar, met sociale bijslag

609,87

735

125,13 €

Gezin 3 kinderen van 0 tot 5 jaar, met invaliditeitsbijslag

664,94

765

100,06 €

Gezin 3 kinderen van 6 tot 11 jaar, gewoon tarief

608,84

465

- 143,84 €

Gezin 3 kinderen van 6 tot 11 jaar, met sociale bijslag

707,76

735

27,24 €

Gezin 3 kinderen van 6 tot 11 jaar, met invaliditeitsbijslag

762,83

765

2,17 €

Gezin 3 kinderen van 12 tot 17 jaar, gewoon tarief

651,86

465

- 186,86 €

Gezin 3 kinderen van 12 tot 17 jaar, met sociale bijslag

759,45

735

- 24,45 €

Gezin 3 kinderen van 12 tot 17 jaar, met invaliditeitsbijslag

814,52

765

- 49,52 €

Gezin 3 kinderen van 18 tot 24 jaar, gewoon tarief

682,74

495

- 187,74 €

Gezin 3 kinderen van 18 tot 24 jaar, met sociale bijslag

800,07

765

- 35,07 €

Gezin 3 kinderen van 18 tot 24 jaar, met invaliditeitsbijslag

855,14

795

- 60,14 €


Die situaties tonen aan dat de verschillende variabelen van het nieuwe model de verschillen tussen beide modellen beperken. Het nadeel om in het vroegere model te blijven, komt voornamelijk tot uiting voor de kinderen jonger dan zes jaar, voor wie in geen enkele leeftijdsbijslag is voorzien. De kinderen worden ouder en zullen allen de leeftijd van zes jaar bereiken in 2024 of in 2025 naar gelang van de datum van inwerkingtreding van het decreet. Een onmiddellijke omschakeling van alle kinderen naar het nieuwe model indien dat laatste gunstiger blijkt, zou bijgevolg erop neerkomen de gezinnen met jonge kinderen die zijn gevormd vóór de inwerkingtreding van het decreet te benadelen, gezinnen die de ontwikkeling waarin het vroegere model voorzag, niet langer zouden genieten.

Het overgangssysteem waarin in het kader van de hervorming is voorzien, met behoud van de vroegere regeling voor de rechtgevenden die zijn geboren vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regeling, maakt het mogelijk een verzoening tot stand te brengen tussen : - de bescherming van de verworven rechten van de rechtgevenden die zijn geboren vóór de inwerkingtreding van het decreet, waarbij de onevenredige gevolgen worden vermeden die de nieuwe regeling zou kunnen hebben voor die rechten, los van de bijzondere situatie van ieder kind en van de gezinnen waaraan zij zijn verbonden; - de modernisering en de hervorming van het systeem van de kinderbijslag, met name op het vlak van de berekening van de bijslagen; - het optimaliseren van het gebruik van de budgettaire middelen, waarbij rekening wordt gehouden met de dotatie die aan het Waalse Gewest wordt toegekend in het kader van de zesde Staatshervorming, in het belang van de gezinnen en met het nieuwe model van de kinderbijslag op kruissnelheid.

Ten slotte, ook al is dat anekdotischer, heeft de gekozen formule de verdienste dat die geen enkele nieuwe berekening inhoudt voor de kinderbijslagfondsen om een nieuw bedrag vast te stellen dat moet worden betaald voor de kinderen die zijn geboren vóór de inwerkingtreding van het decreet op een ogenblik dat hun werklast zeer groot zal zijn. Die keuze waarborgt dus, nog iets meer, de continuïteit van de betalingen voor die gezinnen.

Het verschil in behandeling kan dus redelijk verantwoord worden en doet geen afbreuk aan het beginsel van het gewettigd vertrouwen, dat nauw verbonden is met het beginsel van rechtszekerheid » (Parl. St., Waals Parlement, 2017-2018, nr. 989/1, pp. 6-8).

B.7. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 20/12/2018 pub. 14/01/2019 numac 2019200089 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van artikel 136 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten « tot uitvoering van artikel 136 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen », hiervoor aangehaald, legt de inwerkingtreding van de bepalingen van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten vast op verschillende data, namelijk op 1 januari 2019 (met toepassing van artikel 136, eerste lid, van het decreet) en op 1 januari 2020 voor verschillende bepalingen die verder worden opgesomd (met toepassing van artikel 136, tweede lid, van het decreet).

Uit die bepaling vloeit voort dat de nieuwe regeling inzake gezinsbijslag van toepassing is op de rechtgevende kinderen die worden geboren vanaf 1 januari 2020 en dat de kinderen die zijn geboren uiterlijk op de dag vóór die datum onderworpen blijven aan de regeling waarin de AKBW voorziet, behoudens de overgangsbepalingen waarin de artikelen 120 en volgende van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten voorzien, vermeld in B.6.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het enige middel B.8. De verzoekende partij leidt een enig middel af uit de schending van de artikelen 10, 11, 22bis en 23 van de Grondwet door het bestreden artikel 3 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten.

B.9.1. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, moeten de middelen van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt, zouden zijn geschonden, alsook welke de bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn geschonden.

B.9.2. Zoals de Waalse Regering en de Vlaamse Regering opmerken, legt de verzoekende partij in haar verzoekschrift niet uit in welke zin de bestreden bepalingen de artikelen 22bis en 23 van de Grondwet zouden schenden. Alleen in haar memorie van antwoord zet zij een dergelijke kritiek uiteen.

Het staat niet aan de verzoekende partij in haar memorie van antwoord het middel van het beroep, zoals door haarzelf omschreven in het verzoekschrift, te wijzigen. Een bezwaar dat, zoals te dezen, in een memorie van antwoord wordt aangebracht maar dat verschilt van datgene dat in het verzoekschrift is geformuleerd, is dan ook een nieuw middel en is onontvankelijk.

B.9.3. Het Hof beperkt bijgevolg zijn toetsing tot die van de bestaanbaarheid van het bestreden artikel 3 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Ten gronde B.10. In haar enige middel klaagt de verzoekende partij het verschil in behandeling aan tussen, enerzijds, de kinderen die recht geven op gezinsbijslag en zijn geboren vanaf de door de Waalse Regering vastgestelde datum en, anderzijds, diegenen die zijn geboren uiterlijk op de dag vóór die datum : terwijl de eerstgenoemden de nieuwe regeling inzake gezinsbijslag genieten en aanspraak kunnen maken op de desbetreffende bijslagen, zijn de laatstgenoemden onderworpen aan een overgangsregeling op basis waarvan zij aanspraak kunnen maken op bijslagen waarvan het bedrag verschilt volgens met name de rang van het kind binnen het gezin en zijn leeftijd, zodat de bijslag, naar gelang van het geval, hoger of lager zal zijn dan die waarop een kind recht geeft dat aan de nieuwe regeling is onderworpen.

De verzoekende partij preciseert dat het verschil in behandeling in het bijzonder nadelig is voor de gezinnen met een enkel kind dat is geboren vóór de inwerkingtreding van de hervorming. Aldus zal een enig kind dat is geboren uiterlijk op de dag vóór de door de Regering bepaalde datum, recht geven op een lagere basisbijslag dan een kind dat vanaf die datum is geboren, waarbij dat verschil in behandeling kan blijven bestaan totdat het kind in het eerste geval de leeftijd van vijfentwintig jaar bereikt. De verzoekende partij voegt eraan toe dat de andere kinderen die zijn geboren vanaf de inwerkingtreding van de hervorming binnen die gezinnen recht zullen geven op de bijslag waarin de nieuwe regeling voorziet, zodat de betrokken gezinnen, die gelijktijdig aan de twee regelingen zijn onderworpen, minder goed zullen worden behandeld dan de gezinnen met hetzelfde aantal kinderen die allen zijn geboren ofwel vóór, ofwel na de inwerkingtreding van de hervorming.

B.11. Het staat in beginsel aan de wetgever om, wanneer hij beslist nieuwe regelgeving in te voeren, te beoordelen of het noodzakelijk of opportuun is die beleidswijziging vergezeld te doen gaan van overgangsmaatregelen. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie wordt slechts geschonden indien de overgangsregeling of de ontstentenis daarvan tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen redelijke verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan.

B.12. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit artikel 3 van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten berust op een objectief criterium, namelijk de geboortedatum van het kind dat recht geeft op gezinsbijslag.

B.13. In sociaaleconomische aangelegenheden beschikt de wetgever over een ruime beoordelingsvrijheid. Het Hof vermag de beleidskeuze die de wetgever heeft gemaakt en de motieven die daaraan ten grondslag liggen slechts af te keuren indien zij niet redelijk verantwoord zijn.

B.14. Uit de in B.6.4 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de keuze van de decreetgever om de toepassing van de nieuwe regeling inzake gezinsbijslag voor te behouden aan de kinderen die zijn geboren vanaf de door de Regering bepaalde datum, verantwoord wordt door de noodzaak om, in een beperkt budgettair kader, de invoering van de hervorming van het model van de gezinsbijslag te verzoenen met de bescherming van de gewettigde verwachtingen van de gezinnen van de rechtgevenden die zijn geboren vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet, alsook, meer bijkomend, door de wil om de administratieve last die de hervorming impliceert, te beperken.

Volgens de Waalse Regering vloeit het overgangsmechanisme eveneens voort uit de wil van de decreetgever om tegemoet te komen aan de standstill-verplichting, verankerd in artikel 23, tweede lid, en derde lid, 6°, van de Grondwet, ten aanzien van het beschermingsniveau van het recht op gezinsbijslag waarin de nieuwe regeling voorziet.

B.15.1. De verzoekende partij verwijt de decreetgever ervoor te hebben gekozen de begroting van de gezinsbijslag constant te houden, terwijl het Waalse Gewest beschikt over de mogelijkheid om belastingen te heffen. Zij voert aan dat de Waalse Regering niet voldoende aantoont in welke zin de toekenning van een bijslag waarvan het basisbedrag identiek is voor alle kinderen, een aanzienlijke weerslag zou hebben op de begroting van het Gewest.

B.15.2. Zoals de Waalse Regering onderstreept, staat het niet aan het Hof zich uit te spreken over het opportune karakter van de omvang van de middelen die de decreetgever, op het vlak van de begroting, wil besteden aan een bepaald beleid.

B.16.1. De verzoekende partij voert aan dat de Duitstalige Gemeenschap, bij het decreet van 23 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/04/2018 pub. 12/06/2018 numac 2018202523 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de gezinsbijslagen sluiten betreffende de gezinsbijslagen, een nieuw systeem inzake gezinsbijslag heeft ingevoerd waarbij alle kinderen aan de nieuwe regeling zouden worden onderworpen, behoudens een overgangsmechanisme teneinde tegemoet te komen aan de gewettigde verwachtingen van de gezinnen ten aanzien van de bijslag die zij ontvingen onder het vroegere systeem, en dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft aangekondigd dat binnenkort een analoog mechanisme wordt ingevoerd.

B.16.2. Een verschil in behandeling in aangelegenheden waar de gemeenschappen en de gewesten over eigen bevoegdheden beschikken, is het mogelijke gevolg van een onderscheiden beleid, dat is toegelaten door de autonomie die hun door of krachtens de Grondwet is toegekend.

Een zodanig verschil kan op zich niet geacht worden strijdig te zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Die autonomie zou geen betekenis hebben, mocht een verschil in behandeling tussen adressaten van regels die in eenzelfde aangelegenheid in de verschillende gemeenschappen en gewesten toepasselijk zijn, als zodanig geacht worden strijdig te zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

B.17.1. Wat betreft de vergelijking tussen de gezinnen met één kind, dat ofwel vóór, ofwel na de inwerkingtreding van de bestreden regeling werd geboren, impliceert het feit dat de gezinnen met één kind, volgens de in de parlementaire voorbereiding vermelde cijfers, 51 % van de gezinnen in het Waalse Gewest uitmaken, op zich niet dat het verschil in behandeling onevenredig zou zijn. Om te bepalen of een verschil in behandeling onevenredige gevolgen heeft, dient rekening te worden gehouden met de gevolgen ervan voor de situatie van de personen die het voorwerp van de bestreden nadelige behandeling uitmaken, en niet met het aantal betrokken personen.

B.17.2. Zoals de Waalse Regering en de Vlaamse Regering onderstrepen, strekken de artikelen 121 en volgende van het decreet van 8 februari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/2018 pub. 01/03/2018 numac 2018201006 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen sluiten ertoe op de aan die overgangsregeling onderworpen kinderen bepaalde maatregelen van de nieuwe regeling toe te passen, die in wezen gunstiger zijn. Aldus, ter illustratie, genieten de aan de overgangsregeling onderworpen kinderen eveneens het mechanisme van het automatische karakter van de rechten, krachtens hetwelk het rechtgevende kind recht geeft op de gezinsbijslag van achttien tot eenentwintig jaar, behoudens uitzondering (artikel 121 juncto artikel 5); zij genieten tevens de opheffing van de voorwaarde betreffende het socioprofessionele statuut van de ouders voor de toekenning van de sociale bijslag (artikel 123). De toepassing van de leeftijdsbijslagen vanaf het ogenblik dat het kind de leeftijd van zes jaar bereikt, strekt overigens ertoe het verschil in behandeling geleidelijk te verminderen. Het verschil in behandeling is bijgevolg niet onevenredig ten opzichte van de nagestreefde doelstellingen.

B.18.1. Voor gezinnen met meerdere kinderen waarvan enkel het eerste kind vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regeling is geboren, is er ten opzichte van gezinnen die volledig onder de nieuwe regeling vallen, enkel een verschil wat betreft de basisbijslag voor het eerste kind. Om dezelfde redenen als diegene die zijn vermeld inzake het verschil tussen enige kinderen, is dit verschil in behandeling niet onredelijk.

B.18.2. Wat betreft de vergelijking tussen eerste kinderen, naar gelang de andere kinderen in het gezin vóór, dan wel na de inwerkingtreding van de nieuwe regeling zijn geboren, geldt voor die kinderen persoonlijk dezelfde basisbijdrage. Het feit dat een gezin, in zijn geheel, meer kan ontvangen indien de andere kinderen onder de oude regeling vallen, kan worden verantwoord door de noodzaak om tegemoet te komen aan hun gewettigde verwachtingen. Die zorg heeft de decreetgever ertoe gebracht het mechanisme in te voeren volgens hetwelk de gezinnen met meerdere kinderen die zijn geboren vóór de inwerkingtreding van de hervorming en die benadeeld zouden zijn geweest indien zij onderworpen zouden zijn aan het nieuwe model, de gezinsbijslag kunnen blijven ontvangen zoals die volgens het vroegere systeem wordt berekend.

B.19. Het enige middel is niet gegrond.

Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep.

Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 5 december 2019.

De griffier, F. Meersschaut De voorzitter, F. Daoût

^