Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 06 mei 2021

Uittreksel uit arrest nr. 149/2020 van 19 november 2020 Rolnummer 7169 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 4 en 8 van het decreet van het Waalse Gewest van 18 oktober 2018 « tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, de rechters T. (...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2020205089
pub.
06/05/2021
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

Uittreksel uit arrest nr. 149/2020 van 19 november 2020 Rolnummer 7169 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 4 en 8 van het decreet van het Waalse Gewest van 18 oktober 2018 « tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende rationalisering van de adviesverlenende functie », ingesteld door de vzw « Inter-Environnement Wallonie » en de vzw « Réseau Information et Diffusion en Education à l'Environnement ».

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, de rechters T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter A. Alen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 6 mei 2019 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 7 mei 2019, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 4 en 8 van het decreet van het Waalse Gewest van 18 oktober 2018 « tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende rationalisering van de adviesverlenende functie » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 november 2018) door de vzw « Inter-Environnement Wallonie » en de vzw « Réseau Information et Diffusion en Education à l'Environnement », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Sambon, advocaat bij de balie te Brussel. (...) II. In rechte (...) B.1. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van de artikelen 4 en 8 van het decreet van het Waalse Gewest van 18 oktober 2018 « tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende rationalisering van de adviesverlenende functie ».

B.2.1. Het voormelde decreet van het Waalse Gewest van 25 mei 1983 regelt de samenstelling, de werking en de bevoegdheden van de Economische en Sociale Raad van Wallonië.

B.2.2. Vóór de wijzingen aangebracht bij het bestreden decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten waren de samenstelling en organisatie van de Economische en Sociale Raad van Wallonië werden, vastgesteld als volgt bij het decreet van 25 mei 1983 : «

Art. 2.§ 1. De Economische en Sociale Raad van Wallonië bestaat uit vijfentwintig leden voorgedragen door de representatieve organisaties van de industrie, niet-industriële grote ondernemingen, middenstand en landbouw en vijfentwintig leden voorgedragen door de representatieve organisaties van de werknemers. § 2. De leden van de Raad worden benoemd door de Waalse Regering op dubbele lijsten voorgedragen door de representatieve organisaties van het Waalse Gewest.

Het aantal leden toegekend aan ieder van die organisaties wordt door de Gewestexecutieve vastgesteld.

Voor de representatieve werknemersorganisaties wordt de representativiteit bepaald in functie van de uitslagen van de sociale verkiezingen op het niveau van het Waalse Gewest. [...]

Art. 3.§ 1. De Raad kiest uit eigen kring één Voorzitter en drie Ondervoorzitters.

De Raad stelt een Bureau samen bestaande uit, naast de voorzitter en de drie ondervoorzitters die er van rechtswege lid van zijn, uit acht tot tien bijkomende leden. Het voorzitterschap van het Bureau wordt door de voorzitter waargenomen. In het Bureau zetelt minstens één vertegenwoordiger van de Duitstalige Gemeenschap.

De Raad benoemt een secretaris-generaal en bepaalt de hiërarchische structuur van zijn personeelsleden ».

B.2.3. De artikelen 1 tot 7 van het bestreden decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten wijzigen het decreet van 25 mei 1983.

De artikelen 1 en 2 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten hernoemen de « Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest » tot « Economische, sociale en milieuraad van Wallonië » (hierna : de « CESEW »).

Artikel 2, § § 1 en 2, van het decreet van 25 mei 1983, zoals het werd gewijzigd bij artikel 3 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten, bepaalt : « § 1. De Economische, sociale en milieuraad van Wallonië bestaat uit : 1° vijfentwintig leden voorgedragen door de representatieve organisaties van de industrie, niet-industriële grote ondernemingen, middenstand en landbouw;2° vijfentwintig leden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;3° zes leden voorgedragen door de federaties of netwerken van milieuverenigingen in de zin van boek I van het Milieuwetboek § 2.De leden van de Raad bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°, worden benoemd door de Waalse Regering op dubbele lijsten voorgedragen door de representatieve organisaties van het Waalse Gewest.

Het aantal leden toegekend aan ieder van die organisaties werd door de Regering vastgesteld.

Voor de representatieve werknemersorganisaties wordt de representativiteit bepaald in functie van de uitslagen van de sociale verkiezingen op het niveau van het Waalse Gewest.

De leden van de Raad bedoeld in paragraaf 1, 3°, worden benoemd door de Regering uit dubbeltallen voorgedragen door de federaties of netwerken van milieuverenigingen in de zin van boek I van het Milieuwetboek.

Het aantal leden toegewezen aan elke van deze federaties of netwerken, wordt bepaald door de Regering ».

Artikel 3, § 1, van het decreet van 25 mei 1983, zoals het werd gewijzigd bij artikel 4 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten, bepaalt : « De Raad kiest uit eigen kring één voorzitter en drie ondervoorzitters.

De Raad stelt een Bureau samen bestaande uit, naast de voorzitter en de drie ondervoorzitters die er van rechtswege lid van zijn, uit minstens een lid van elke representatieve organisatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 1° en 2°, en van een lid dat de federaties of netwerken zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 3°, vertegenwoordigt. Het voorzitterschap van het Bureau wordt door de voorzitter waargenomen.

In het Bureau zetelt minstens één vertegenwoordiger van de Duitstalige Gemeenschap.

De Raad benoemt een secretaris-generaal en bepaalt de hiërarchische structuur van zijn personeelsleden ».

B.2.4. Artikel 8 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten wijzigt het decreet van het Waalse Gewest van 6 november 2008 « houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie ».

Artikel 2, § 1, van het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten wordt aangevuld met een 21°, dat luidt als volgt : « De volgende regels zijn van toepassing op de instellingen bedoeld in artikel 2 : [...] 21° wanneer een beleidsgroep uit één of meerdere vertegenwoordigers van milieuverenigingen die erkend zijn krachtens het Milieuwetboek, en uit de vertegenwoordigers van de sociale gesprekspartners op voorstel van de Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië bestaat, mag het totale aantal vertegenwoordigers van de milieuverenigingen het aantal dat in de samenstelling van bedoelde beleidsgroep aangegeven is, niet overschrijden ». B.3. De verzoekende partijen leiden een enig middel af uit de schending, door de artikelen 4 en 8 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten, van de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 2, lid 4, 3, leden 3 en 4, en 6 tot 8 van het Verdrag « betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden » gedaan te Aarhus op 25 juni 1998 (hierna : Verdrag van Aarhus).

Artikel 2, lid 4 van het Verdrag Aarhus bepaalt : « Wordt onder ' het publiek ' verstaan één of meer natuurlijke of rechtspersonen en, in overeenstemming met nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen ».

Artikel 3, lid 3, van het Verdrag van Aarhus bepaalt : « Elke Partij bevordert milieueducatie en milieubewustzijn onder het publiek, in het bijzonder omtrent het verkrijgen van toegang tot informatie, omtrent inspraak in besluitvorming en omtrent het verkrijgen van toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden ».

Artikel 3, lid 4, van het Verdrag van Aarhus bepaalt : « Elke Partij voorziet in passende erkenning van en steun aan verenigingen, organisaties of groepen die milieubescherming bevorderen en waarborgt dat haar nationale rechtstelsel strookt met deze verplichting ».

De artikelen 6 tot 8 van het Verdrag van Aarhus bepalen : «

Art. 6.Inspraak in besluiten over specifieke activiteiten. 1. Elke Partij : a) past de bepalingen van dit artikel toe ten aanzien van besluiten over het al dan niet toestaan van voorgestelde activiteiten vermeld in bijlage I;b) past, in overeenstemming met haar nationale wetgeving, de bepalingen van dit artikel ook toe op besluiten over niet in bijlage I vermelde voorgestelde activiteiten die een aanzienlijk effect op het milieu kunnen hebben.Hiertoe bepalen de Partijen of een dergelijke voorgestelde activiteit onder deze bepalingen valt, en c) kan, indien haar nationale wetgeving hierin voorziet, per geval besluiten de bepalingen van dit artikel niet toe te passen op voorgestelde activiteiten voor nationale defensiedoeleinden, indien die Partij meent dat een dergelijke toepassing op deze doeleinden van nadelige invloed zal zijn.2. Het betrokken publiek wordt, bij openbare bekendmaking of, indien van toepassing, individueel, vroegtijdig in een milieubesluitvormingsprocedure, en op adequate, tijdige en doeltreffende wijze, geïnformeerd over onder meer : a) de voorgestelde activiteit en de aanvraag waarover een besluit zal worden genomen;b) de aard van mogelijke besluiten of het ontwerp-besluit;c) de voor de besluitvorming verantwoordelijke overheidsinstantie;d) de beoogde procedure, met inbegrip van, in de gevallen waarin deze informatie kan worden verstrekt : i) de aanvraag van de procedure; ii) de mogelijkheden voor inspraak van het publiek; iii) de tijd en plaats van een beoogde openbare hoorzitting; iv) een aanduiding van de overheidsinstantie waarvan relevante informatie kan worden verkregen en waarbij de relevante informatie voor het publiek ter inzage is gelegd; v) een aanduiding van de betreffende overheidsinstantie of enig ander officieel lichaam waarbij opmerkingen of vragen kunnen worden ingediend en van het tijdschema voor het doorgeven van opmerkingen of vragen;en vi) een aanduiding van welke voor de voorgestelde activiteit relevante milieu-informatie beschikbaar is; en e) het feit dat de activiteit voorwerp is van een nationale of grensoverschrijdende milieu-effectrapportage.3. De inspraakprocedures omvatten redelijke termijnen voor de verschillende fasen, die voldoende tijd laten voor het informeren van het publiek in overeenstemming met het voorgaande tweede lid en voor het publiek om zich gedurende de milieubesluitvorming doeltreffend voor te bereiden en deel te nemen.4. Elke Partij voorziet in vroegtijdige inspraak, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden.5. Elke Partij zou, indien van toepassing, potentiële aanvragers aan dienen te moedigen het betrokken publiek te identificeren, discussies aan te gaan en informatie te verstrekken betreffende de doelstellingen van hun aanvraag alvorens een vergunning aan te vragen.6. Elke Partij stelt aan de bevoegde overheidsinstanties de eis dat zij het betrokken publiek voor inzage toegang verschaffen, op verzoek wanneer het nationale recht dit vereist, kosteloos en zodra deze beschikbaar wordt, tot alle informatie die relevant is voor de in dit artikel bedoelde besluitvorming die beschikbaar is ten tijde van de inspraakprocedure, onverminderd het recht van Partijen te weigeren bepaalde informatie bekend te maken in overstemming met het derde en vierde lid van artikel 4.De relevante informatie omvat ten minste, en onverminderd de bepalingen van artikel 4 : a) een beschrijving van het terrein en de fysieke en technische kenmerken van de voorgestelde activiteit, met inbegrip van een prognose van de verwachte residuen en emissies;b) een beschrijving van de belangrijkste effecten van de voorgestelde activiteit op het milieu;c) een beschrijving van de beoogde maatregelen om de effecten, met inbegrip van emissies, te voorkomen en/of te verminderen;d) een niet-technische samenvatting van het voorgaande;e) een schets van de voornaamste door de aanvrager bestudeerde alternatieven, en f) in overeenstemming met de nationale wetgeving, de voornaamste aan de overheidsinstantie uitgebrachte rapporten en adviezen op het tijdstip waarop het betrokken publiek dient te worden geïnformeerd in overeenstemming met het voorgaande tweede lid.7. Inspraakprocedures bieden het publiek de mogelijkheid schriftelijk of, indien van toepassing, tijdens een hoorzitting of onderzoek met de verzoeker, alle opmerkingen, informatie, analyses of meningen naar voren te brengen die het relevant acht voor de voorgestelde activiteit.8. Elke Partij waarborgt dat in het besluit naar behoren rekening wordt gehouden met het resultaat van de inspraak.9. Elke Partij waarborgt dat, wanneer het besluit is genomen door de overheidsinstantie, het publiek terstond over het besluit wordt ingelicht in overeenstemming met de toepasselijke procedures.Elke Partij maakt de tekst van het besluit toegankelijk voor het publiek tezamen met de redenen en overwegingen waarop het besluit is gebaseerd. 10. Elke Partij waarborgt dat, wanneer een overheidsinstantie de voorwaarden voor het uitvoeren van een in het eerste lid bedoelde activiteit heroverweegt of aanpast, de bepalingen van de leden 2 tot en met 9 van dit artikel dienovereenkomstig worden toegepast, waar dit van toepassing is.11. Elke Partij past, binnen het kader van haar nationale wetgeving, voor zover mogelijk en passend, bepalingen van dit artikel toe op besluiten over het al dan niet toestaan van de introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen.

Art. 7.Inspraak betreffende plannen, programma's en beleid betrekking hebbende op het milieu.

Elke Partij treft passende praktische en/of andere voorzieningen voor inspraak voor het publiek gedurende de voorbereiding van plannen en programma's betrekking hebbende op het milieu, binnen een transparant en eerlijk kader, na het publiek de benodigde informatie te hebben verstrekt. In dit kader wordt artikel 6, derde, vierde en achtste lid toegepast. Het publiek dat kan inspreken wordt door de betreffende overheidsinstantie aangewezen met inachtneming van de doelstellingen van dit Verdrag. Voor zover passend spant elke Partij zich in om, bij de voorbereiding van beleid betrekking hebbende op het milieu mogelijkheden te scheppen voor inspraak.

Art. 8.Inspraak tijdens de voorbereiding van uitvoerende regelingen en/of algemeen toepasselijke wettelijk bindende normatieve instrumenten.

Elke Partij tracht doeltreffende inspraak in een passend stadium te bevorderen, en terwijl opties nog openstaan, gedurende de voorbereiding door overheidsinstanties van uitvoerende regelingen en andere algemeen toepasselijke wettelijk bindende regels die een aanzienlijk effect kunnen hebben op het milieu. Hiertoe zouden de volgende stappen dienen te worden genomen : a) er zouden voor doeltreffende inspraak toereikende termijnen dienen te worden vastgesteld;b) ontwerp-regels zouden dienen te worden gepubliceerd of anderszins aan het publiek beschikbaar te worden gesteld;en c) het publiek zou in de gelegenheid dienen te worden gesteld opmerkingen te maken, rechtstreeks of via representatieve overlegorganen. Met het resultaat van de inspraak wordt zoveel mogelijk rekening gehouden ».

B.4. In hun eerste onderdeel verwijten de verzoekende partijen artikel 4 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten dat het de vertegenwoordiging van de federaties of netwerken bedoeld in artikel 2, § 1, 3°, van het decreet van 25 mei 1983 beperkt tot een enkele vertegenwoordiger binnen het bureau van de CESEW, ongeacht het aantal leden waarover die federaties of netwerken beschikken binnen de Raad, terwijl elke werkgeversorganisatie en elke vakorganisatie die vertegenwoordigd is in de Raad, ongeacht het aantal leden waarover zij binnen die Raad beschikt, van rechtswege een lid in het bureau heeft.

B.5. De memorie van toelichting bij het bestreden decreet vermeldt : « Ter uitvoering van de regionale beleidsverklaring wil onderhavig ontwerpdecreet het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970 houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van Wallonië wijzigen, teneinde de volgende elementen te herzien : - de samenstelling van de Raad door daaraan zes bijkomende leden toe te voegen die de milieuverenigingen vertegenwoordigen; - de samenstelling van het Bureau van de Raad door daarin tevens de vertegenwoordiging van de milieuverenigingen te verzekeren via de aanwezigheid van een lid.

Zes nieuwe leden zullen worden voorgedragen door de federaties of netwerken van milieuverenigingen in de zin van boek I van het Milieuwetboek en zullen door de Regering worden benoemd.

De samenstelling van het bureau van de Raad zal de diversiteit van de in de Raad aanwezige organisaties weerspiegelen » (Parl. St., Waals Parlement, 2018-2019, nr. 1169/1, p. 7).

De commentaar bij artikel 4 vermeldt : « De samenstelling van het Bureau van de Raad wordt gewijzigd om daarin ook de vertegenwoordiging van de milieuverenigingen te verzekeren.

Bovendien wordt het principe dat de samenstelling van het Bureau regelt aangepast uit zorg voor evenwicht opdat het Bureau de diversiteit van de in de Raad aanwezige representatieve organisaties weerspiegelt : er wordt aldus bepaald dat elke representatieve organisatie voortaan over minstens één lid beschikt in het Bureau van de Raad en dat daarin ook een lid zitting neemt dat de milieuverenigingen vertegenwoordigt » (ibid., p. 8).

De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft opgemerkt : « Rekening houdend met het feit dat uit het ontworpen artikel 2, § 1, 3°, en § 2, vijfde lid, volgt dat verscheidene federaties of netwerken van milieuverenigingen zullen kunnen worden vertegenwoordigd binnen de Raad, zijn de woorden ' van een lid van de federatie of netwerk zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 3° ', ambigu want zij maken het niet mogelijk te bepalen of, naar het voorbeeld van de representatieve organisaties bedoeld in artikel 2, § 1, 1° en 2°, waarvoor uitdrukkelijk is bepaald dat ' iedere organisatie ' zal vertegenwoordigd zijn in het Bureau, iedere federatie of netwerk van milieuverenigingen vertegenwoordigd in de Raad ook vertegenwoordigd zal kunnen zijn in het Bureau of veeleer één enkel lid dat door die federaties of netwerken wordt voorgedragen aan de Raad lid zal zijn van dat Bureau » (ibid., p. 11).

Een amendement dat ertoe strekt binnen het bureau van de CESEW het aantal vertegenwoordigers van de milieuverenigingen op te trekken tot twee werd verworpen (Parl. St., Waals Parlement, 2018-2019, nr. 1169/4, p. 8). Als antwoord op dat amendement heeft de minister-president in de commissie verklaard : « Op de verwijten die hem worden gemaakt dat hij de werking van de Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest in de war stuurt, antwoordt de spreker dat de voorstellen ter tafel hem evenwichtig lijken en pleit hij ervoor dat momenteel niet verder wordt gegaan. De thans voorliggende elementen zijn reeds een teken van aanzienlijke openheid » (ibid., p. 7).

B.6.1. Boek I van het Milieuwetboek organiseert een systeem van erkenning en structurele subsidiëring van de milieuverenigingen teneinde zich te gedragen naar het voormelde artikel 3, lid 4 van het Verdrag van Aarhus.

De Waalse Regering erkent de milieuverenigingen voor zover zij een aanvraag indienen (artikel D.28-29 van het Milieuwetboek) en voor zover zij aan verschillende voorwaarden beantwoorden (artikelen D.28-5 tot 28-8 van hetzelfde Wetboek), waaronder het feit dat zij tot voornaamste doel hebben « de milieubescherming, de verbetering van de staat van het leefmilieu, de milieuopvoeding en de bewustmaking voor het leefmilieu ». De toegekende erkenning heeft betrekking op een van de drie volgende categorieën : verbond of net; gewestelijke vereniging of plaatselijke vereniging (artikel D.28-4 van het Wetboek). Om erkend te worden als « verbond of net » moet de vereniging in het bijzonder onder andere « een opdracht ter vertegenwoordiging van de verenigingen uitoefenen, met name in de door het Waalse Gewest opgericht adviescommissies en -raden » (artikel D.28-6 van het Milieuwetboek).

Onder die verenigingen werden er twee erkend in de categorie « verbond of net » : « Inter-Environnement Wallonie » (IEW) en « Réseau Information et Diffusion en Education à l'Environnement » (Réseau IDEE), zijnde de verzoekende partijen.

B.6.2. De milieuverenigingen hebben ook inspraak in de besluitvorming inzake leefomgeving, met name door vertegenwoordigers die zitting nemen in de adviesorganen, teneinde artikel 8 van het Verdrag van Aarhus uit te voeren. Met toepassing met name van de decreten van het Waalse Gewest van 6 november 2008 « houdende rationalisering van de adviesverlenende functie », beschikken de milieuverenigingen over leden die hen vertegenwoordigen binnen de beleidsgroep « Wetenschappelijk Beleid », de beleidsgroep « Mobiliteit », de beleidsgroep « Leefmilieu », de beleidsgroep « Ruimtelijke Ordening », de beleidsgroep « Landelijke Aangelegenheden » en de beleidsgroep « Energie ». In het kader van die hervorming van de adviesverlenende functie verzekert de CESEW voortaan het secretariaat van de voormelde beleidsgroepen.

B.7. Bij het bestreden decreet wil de decreetgever de milieuverenigingen integreren binnen de CESEW, die in het Waalse Gewest, sinds de kaderwet van 15 juli 1970 het centrale orgaan is voor advies en overleg tussen de sociale partners.

De CESEW heeft een negatief advies uitgebracht over het voorontwerp van decreet : « De Waalse sociale gesprekpartners delen mee dat zij zich tegen dit voorontwerp van decreet verzetten. Ze zijn immers van mening dat het de in 2017 goedgekeurde hervorming van de adviesverlenende functie in vraag stelt en het model van sociaal overleg dreigt in gevaar te brengen » (Parl. St., Waals Parlement, 2018-2019, nr. 1169/1, p. 26).

B.8. Meer precies heeft de decreetgever bij het bestreden artikel 4 de samenstelling van het Bureau van de CESEW herzien door in twee wijzen van vertegenwoordiging te voorzien.

De eerste wijze betreft de vertegenwoordiging van de representatieve organisaties die aanwezig zijn in de Raad, namelijk diegene die de sociale gesprekpartners vertegenwoordigen. Zoals in B.5 is vermeld, wordt « uit zorg voor evenwicht opdat het Bureau de diversiteit van de in de Raad aanwezige representatieve organisaties weerspiegelt » bepaald dat elke representatieve organisatie voortaan over minstens één lid in het bureau van de Raad beschikt.

De tweede wijze betreft de vertegenwoordiging van de milieuverenigingen die aanwezig zijn in de Raad : er wordt voorzien in een lid dat de twee verenigingen die zijn erkend als verbond of net vertegenwoordigt.

B.9. De decreetgever beschikt over een ruime beoordelingsbevoegdheid op socio-economisch vlak. Gelet op de opdracht van de CESEW en zijn samenstelling die voornamelijk is gericht op de sociale partners, vermocht de decreetgever redelijkerwijze te oordelen dat alle representatieve organisaties van de sociale partners moesten vertegenwoordigd zijn in het bureau van de CESEW en dat de aanwijzing van een enkel lid voor de erkende milieuverenigingen voldoende representatief is voor die milieuverenigingen binnen het bureau, waarbij dat lid wordt aangewezen door de Waalse Regering op voorstel van de in de Raad aanwezige milieuverenigingen.

B.10. Het eerste onderdeel van het enig middel is niet gegrond.

B.11. In hun tweede onderdeel verwijten de verzoekende partijen artikel 8 van het decreet van 18 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/10/2018 pub. 08/11/2018 numac 2018205593 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van, enerzijds, het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest en, anderzijds, het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisering van de adviesverlenende functie sluiten dat artikel 2, § 1, van het decreet van het Waalse Gewest van 6 november 2008 « houdende rationalisering van de adviesverlenende functie » aanvult, dat het een aanvullende regel uitvaardigt waarin wordt gepreciseerd dat wanneer een beleidsgroep uit één of meer vertegenwoordigers van milieuverenigingen en uit de vertegenwoordigers van de sociale gesprekspartners bestaat op voorstel van de CESEW, het totale aantal vertegenwoordigers van de milieuverenigingen het aantal dat in de samenstelling van bedoelde beleidsgroep is aangegeven niet mag overschrijden. Niets zou verantwoorden dat die begrenzing van de aanwezigheid van de leden in de beleidsgroepen enkel van toepassing is op de leden van de milieuverenigingen.

B.12. De memorie van toelichting bij het bestreden decreet vermeldt : « Het evenwicht tussen de verschillende representatieve organisaties binnen de beleidsgroepen wordt gehandhaafd via een wijziging van het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende rationalisering van de adviesverlenende functie » (Parl. St., Waals Parlement, 2018-2019, nr. 1169/1, p. 7).

De commentaar bij artikel 8 vermeldt : « Ten gevolge van de wijziging van de samenstelling van de Raad strekt de bepaling ertoe hetzelfde evenwicht van de verschillende representatieve organisaties binnen de beleidsgroepen te handhaven door het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende rationalisering van de adviesverlenende functie te wijzigen » (ibid., p. 8).

Een amendement dat ertoe strekte artikel 8 te schrappen werd verworpen (Parl. St., Waals Parlement, 2018-2019, nr. 1169/4, p. 8). Dat amendement werd verantwoord als volgt : « Het voorliggende amendement strekt ertoe artikel 8 van het ontwerpdecreet te schrappen aangezien het voorziet in een wat bijzonder mechanisme, dat erin bestaat dat wanneer een beleidsgroep is samengesteld uit één of meer vertegenwoordigers van de milieuverenigingen en de vertegenwoordigers van de sociale gesprekpartners, het totale aantal vertegenwoordigers van de milieuverenigingen het aantal dat in de samenstelling van de bedoelde beleidsgroep is aangegeven niet mag overschrijden.

Dat is dus een begrenzingsmechanisme.

De Ecolo-fractie kan pleiten voor een begrenzing maar dat blijkt discriminerend aangezien die enkel betrekking heeft op één van de categorieën van vertegenwoordigers binnen de beleidsgroep » (ibid.).

B.13. De decreetgever vermocht redelijkerwijze te oordelen dat, naar aanleiding van de wijziging van de samenstelling van de raad van de CESEW, het noodzakelijk was hetzelfde evenwicht tussen de verschillende representatieve organisaties binnen de beleidsgroepen te handhaven door het aantal vertegenwoordigers van de milieuverenigingen te begrenzen.

B.14. Het tweede onderdeel van het enige middel is niet gegrond.

Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep.

Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 19 november 2020.

De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, F. Daoût

^