Arrest van 28 mei 2009
gepubliceerd op 05 augustus 2009
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit 2009/139 betreffende de erkenning van gespecialiseerde diensten op het gebied van toegang tot de maatschappelijke ruimte voor personen met een handicap

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2009031386
pub.
05/08/2009
prom.
28/05/2009
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

28 MEI 2009. - Besluit 2009/139 betreffende de erkenning van gespecialiseerde diensten op het gebied van toegang tot de maatschappelijke ruimte voor personen met een handicap


Het College van het Frans Gemeenschapscommissie, Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 4 maart 1999 betreffende de maatschappelijke en professionele integratie van personen met een handicap, meer bepaald artikel 3;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, meer bepaald artikel 20;

Gelet op het advies van de Afdeling 'Personen met een handicap' van de Brusselse Franstalige adviserende raad voor Bijstand aan personen en Gezondheid, gegeven op 21 januari 2009;

Gelet op het advies nr. 46.147/4 van de Raad van State gegeven op 1 april 2009 in toepassing van art. 84, § 1, 1ste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de toegankelijkheid van de maatschappelijke ruimte voor personen met een handicap een onmisbare voorwaarde is voor hun volle deelname aan de maatschappij en dat het nodig is deze toegankelijkheid te preciseren en te objectiveren;

Op voorstel van het Lid van het College belast met het beleid Bijstand aan personen met een handicap;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet krachtens artikel 138.

Art. 2.Wat de toepassing van dit besluit betreft, verstaat men onder : 1° het College : het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;2° de Adviserende raad : de afdeling 'Personen met een handicap' van de Brusselse Franstalige adviserende raad voor Bijstand aan personen en Gezondheid;3° de Administratie : de Brusselse Franstalige dienst voor personen met een handicap van de Franse gemeenschapscommissie;4° referentieel : het document waarin de criteria worden vastgesteld voor de toegankelijkheid van de maatschappelijke ruimte, meer bepaald op technisch, architecturaal, functioneel en gedragsvlak;5° erkende dienst : de erkende vereniging om de in artikel 3 voorziene opdrachten te vervullen; 6° maatschappelijke ruimte : de inrichtingen (gebouwen, woongebouwen,...), de plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn (de openbare weg, toegangswegen, directe omgeving, werven, parkeerruimtes), de openbare uitrustingen (loketten, zetels, stadsmeubilair, toiletten, badkamers, douchecellen, pashokjes, kamers), het openbaar vervoer en alle informatie en diensten (meer bepaald evenementen, vrijetijdsbesteding, cultuur) bestemd voor het publiek. 7° toegankelijkheid : alle maatregelen die de gehandicapte personen in staat stellen zo zelfstandig mogelijk aan het maatschappelijke, economische en politieke leven deel te nemen, zonder verschil van behandeling ten opzichte van valide personen;8° erkenning : de erkenning die aan een dienst wordt afgeleverd vanwege zijn bevoegdheid op het gebied van toegankelijkheid;9° certificering : de procedure aan de hand waarvan, in onpartijdige en onafhankelijke omstandigheden, getuigd kan worden dat de maatschappelijke ruimte conform is aan een aantal van tevoren in een referentieel bepaalde kenmerken;10° getuigschrift : het door een erkende dienst afgeleverde document dat getuigt van de certificering;11° Lid van het College : het Lid van het College belast met het Beleid Bijstand aan personen met een handicap. HOOFDSTUK II. - Opdrachten

Art. 3.De diensten hebben volgende opdrachten : - de bevordering van de toepassing van het referentieel op de maatschappelijke ruimten; - de controle van de overeenstemming van de maatschappelijke ruimten met de criteria van het referentieel; - adviezen uitbrengen (op verzoek of op initiatief) over wetteksten, normen en/of praktijken ten gunste van mobiliteit en toegankelijkheid van personen met een handicap; - het grote publiek bewust maken voor de toegankelijkheidsproblemen die personen met een handicap kunnen ontmoeten; - elke betrokkene, overheid of privé, steunen en adviseren. HOOFDSTUK III. - De erkenning

Art. 4.Om erkend te zijn, moet een dienst die opdrachten vervult zoals gedefinieerd in artikel 3 tegemoetkomen aan volgende reglementaire voorwaarden : 1° samengesteld te zijn in de vorm van een vereniging zonder winstbejag;2° kunnen getuigen van een ervaring zoals voorzien in artikel 5, 11° op het gebied van toegankelijkheid in het Brussels Gewest;3° beschikken over een werkprogramma in een netwerk dat past bij de wil rekening te houden met het geheel van de soorten van deficiënties;4° aansluiten op de verplichtingen die voortvloeien uit de wettelijke en reglementaire bepalingen waarnaar hij zich moet richten;5° over een activiteitszetel beschikken waar voldoende toegangsvoorwaarden aanwezig zijn;6° zich onderwerpen aan evaluaties, bezoeken en controles die door de administratie worden georganiseerd en alle verantwoordingsstukken kunnen voorleggen die vereist zijn voor de uitoefening van de controle;7° tegen 31 mei van het volgende dienstjaar aan de administratie een jaarverslag van de activiteiten voorleggen waarin ten minste zijn opgenomen : 1.een lijst van de in de loop van het jaar uitgevoerde opdrachten; 2. de concrete samenwerkingen in de actie van het netwerk;3. een lijst van de door het personeel gevolgde opleidingen;4. een algemene balans van het afgelopen jaar;5. de vooruitzichten voor het komende jaar.8° een boekhouding voor elk kalenderjaar bijhouden;9° zich verbinden tot het verstrekken van informatie aan de administratie, binnen veertien dagen, over elke wijziging betreffende de voorwaarden van zijn erkenning.

Art. 5.Het verzoek om erkenning dient via aangetekend schrijven bij de administratie te worden ingediend. Deze stuurt binnen tien dagen een bericht van goede ontvangst.

Het verzoek dient volgende documenten en inlichtingen te omvatten : 1° het bedrijfsnummer van de v.z.w.; 2° de identiteit van de verantwoordelijke van de dienst;3° de naam van de dienst, de adressen van zijn maatschappelijke zetel en van zijn activiteitszetel;4° de soort van deficiëntie waarvoor de erkenning wordt gevraagd;5° de beschrijving van de huidige of geplande activiteiten, de beschrijving van de middelen die gebruikt zullen worden om de opdrachten te volbrengen en de datum van het van kracht worden van de gevraagde erkenning;6° een kopie van de plannen van de gebruikte gebouwen met aanduiding van de bestemming en de oppervlakte van de lokalen;7° een verklaring op erewoord dat de lokalen toegankelijk zijn;8° de lijst van het personeel van de dienst met de kwalificaties, de functies en het arbeidsregime;9° een getuigschrift van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waarin gepreciseerd wordt dat er geen enkele vertraging van de bijdragen voor sociale zekerheid werd vastgesteld;10° de eventuele partnerschapsovereenkomsten die ondertekend werden met het oog op de uitvoering van de dienstopdrachten;11° de bewijzen van ervaring op het gebied van toegankelijkheid met precisering van de soorten van deficiënties waarvoor de dienst bevoegd is.De verantwoording van de ervaring is gebaseerd op één of meer referenties : - de lijst van de studies, adviezen, raadgevingen en publicaties die in de afgelopen vijf jaar werden uitgevoerd. Getuigschriften van goede uitvoering en/of aanbevelingen van derden kunnen deze lijst eventueel kracht bijzetten; - een verklaring waarin is opgenomen het materiaal, de uitrusting en het gespecialiseerde personeel waarover de dienst beschikt met, zo nodig, de onderaannemers. 12° de verbintenis het model van getuigschrift, zoals bepaald in artikel 14, na te leven.

Art. 6.Indien de erkenningsaanvraag onvolledig is, dan licht de administratie de aanvrager hierover in, die over een termijn van drie maanden beschikt om zijn aanvraag aan te vullen. Bij gebrek, wordt het verzoek als ongeldig beschouwd.

Art. 7.Na advies van de Adviserende raad, gegeven binnen een termijn van 60 dagen na de aanhangigmaking, neemt het College een beslissing die per aangetekend schrijven aan de aanvrager wordt bekendgemaakt.

Bij gebrek aan een binnen de toegestane termijn gegeven advies, wordt de procedure voortgezet.

Art. 8.Het College verleent de erkenning voor een duur van vijf jaar die niet vroeger mag ingaan dan de datum van de ontvangst van het verzoek;

Deze duur is verlengbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.

Bij afwijking kan het College uitzonderlijk een erkenning toestaan voor een kortere duur wanneer het College wenst dat de naleving van de erkenningsvoorwaarden door een dienst in een kortere termijn door de administratie zou worden gecontroleerd.

Art. 9.De aanvraag voor de verlenging van de erkenning van de dienst wordt uiterlijk zes maanden vóór het aflopen van de door de vorige erkenningsbeslissing gedekte periode ingediend.

De dienst blijft erkend tot het College zich over de verlengingsaanvraag heeft uitgesproken.

De documenten die in het oorspronkelijke dossier voorkomen hoeven niet aan de verlengingsaanvraag te worden toegevoegd, voor zover ze steeds een trouwe weergave zijn van de situatie op de datum van de verlengingsaanvraag van de erkenning.

Art. 10.Elke aanvraag van wijziging van de erkenning wordt door de dienst bij de administratie ingediend. In deze aanvraag wordt de reden van de wijziging gepreciseerd en gemotiveerd.

De administratie licht de dienst in over de bestanddelen die nodig zijn voor de behandeling van de aanvraag. De aanvraag wordt behandeld volgens de regels die van toepassing zijn op de erkenningsaanvraag.

Art. 11.De dienst die één van de erkenningsvoorwaarden niet meer vervult, wordt hierover door de administratie ingelicht, en wordt verzocht orde op zaken te stellen.

Art. 12.Wanneer deze voorwaarde binnen een termijn van twee maanden niet nageleefd wordt, wordt er een met redenen omklede ingebrekenstelling per aangetekend schrijven aan de dienst gericht.

Indien de erkenningsvoorwaarden, na een termijn van een maand, nog steeds niet vervuld zijn, wordt er per aangetekend schrijven een bekendmaking van de opening van de schorsingsprocedure of van intrekking van de erkenning aan de dienst gericht.

De dienst beschikt over dertig dagen om een memorie in te dienen en op zijn verzoek door de administratie gehoord te worden, die de dag en het uur van de hoorzitting vaststelt.

Binnen dertig dagen volgend op de hoorzitting, wordt er een voorstel van behoud, schorsing of intrekking van de erkenning aan de Adviserende raad voorgelegd, die binnen een maand van de aanhangigmaking een advies uitbrengt. Bij gebrek aan een advies dat binnen de toegestane termijn wordt gegeven, wordt de procedure voortgezet.

Het College spreekt zich binnen twee maanden na de ontvangst van dit advies uit.

De beslissing van het College wordt per aangetekend schrijven aan de dienst bekendgemaakt. HOOFDSTUK IV. - Certificering en getuigschrift

Art. 13.Zonder afbreuk te doen aan de van kracht zijnde wetgevingen, stelt het bevoegde Lid van het College per besluit het referentieel vast dat verplicht wordt toegepast voor elke certificering door een erkende dienst.

Art. 14.In overleg met de erkende diensten legt het bevoegde Collegelid per besluit het model van het getuigschrift vast HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 15.Het Lid van het College dat bevoegd is voor het Beleid Bijstand aan personen met een handicap wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Opgemaakt te Brussel, 28 mei 2009.

Door het College : De Voorzitter van het College, B. CEREXHE Het Lid van het College belast met het Beleid Bijstand aan gehandicapte personen, Mevr. E. HUYTEBROECK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^