Etaamb.openjustice.be
Arrest Van Het Grondwettelijk Hof
gepubliceerd op 04 november 1998

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arresten van 30 september 1998 in zake het openbaar ministerie tegen respectievelijk H. Berndt, P. Biondolillo, H. Zhang, G. Heusden, de b.v.b « Is artikel 35, laatste lid, van de wet van 27 juni 1969, doordat het, naast de strafrechtelijke s(...)

bron
arbitragehof
numac
1998021421
pub.
04/11/1998
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arresten van 30 september 1998 in zake het openbaar ministerie tegen respectievelijk H. Berndt, P. Biondolillo, H. Zhang, G. Heusden, de b.v.b.a. Saint-Vincent, de n.v. Le Burenville en I. Ahmed, waarvan de expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 9 oktober 1998, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Is artikel 35, laatste lid, van de wet van 27 juni 1969, doordat het, naast de strafrechtelijke sanctie sensu stricto, voorziet in de veroordeling tot de betaling, ten bate van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die niet werden gestort, de veroordeling ambtshalve van de werkgever tot de betaling van een vergoeding gelijk aan het drievoud van de ontdoken bijdragen met een minimumbedrag van 51.000 frank, discriminerend ten aanzien van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in verhouding tot de situatie van elke andere beklaagde die kan worden veroordeeld op het strafrechtelijk vlak sensu stricto en tot de verplichting om de schadelijke gevolgen van het strafbaar feit te herstellen, in zoverre die bijkomende veroordeling, die als « maatregel van burgerlijke aard » wordt gekwalificeerd hoewel hij niet een reëel nadeel herstelt en terwijl zij bijdraagt tot het repressieve aspect van de bepaling, niet zou kunnen vallen onder de toepassing van artikel 65 van het Strafwetboek, in het geval waarin een strengere straf zou moeten worden toegepast voor een andere overtreding, alsmede van de artikelen 1, 3, 6, 8 van de wet van 29 juni 1964 ? » Die zaken zijn ingeschreven respectievelijk onder nummers 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 van de rol van het Hof en zijn samengevoegd met de zaak met rolnummer 1365.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 19 september 1998 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 september 1998, hebben A. Henneau, wonende te 1400 Nijvel, rue Théodore Berthels 7/2, J. Adam, wonende te 9000 Gent, Spiegelhofstraat 57, en S. Verhulst, wonende te 7100 La Louvière, rue des Rentiers 45/16, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 3 en 4 van de wet van 10 februari 1998 tot wijziging van de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht en van de wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van het rijkswachtpersoneel van het operationeel korps (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 maart 1998), wegens schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Die zaak is ingeschreven onder nummer 1418 van de rol van het Hof.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 23 september 1998 in zake D. Behling tegen C. Vrancken, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 2 oktober 1998, heeft de Jeugdrechtbank te Verviers de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Is artikel 69, § 1, derde lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag [voor loonarbeiders] strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het verschillende situaties creëert voor de ouder die belast is met de voornaamste huisvesting van het kind naargelang het de vader of moeder betreft wanneer het ouderlijk gezag door die beide ouders gezamenlijk uitgeoefend blijft ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1422 van de rol van het Hof.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 2 oktober 1998 in zake de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers tegen C. Dumeunier, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 8 oktober 1998, heeft het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Vloeit uit de combinatie van de artikelen 56, § 2, eerste lid, 1°, littera a), en 57 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag een met het voorschrift van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet onverenigbare discriminatie voort tussen de werknemers van de privé-sector en die van de openbare sector die, lang vóór de pensioenleeftijd, worden getroffen door een arbeidsongeschiktheid of invaliditeit : terwijl eerstgenoemden in de meeste gevallen de in artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, littera a), bedoelde uitkering zullen genieten vooraleer zij worden gepensioneerd en bijgevolg nadien het recht op verhoogde bijslag zullen behouden, zullen laatstgenoemden in de regel kunnen worden gepensioneerd vooraleer zij dat recht hebben kunnen verwerven ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1427 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

^