Etaamb.openjustice.be
Arrest Van Het Grondwettelijk Hof
gepubliceerd op 12 december 2000

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 28 juni 2000 in zake het openbaar ministerie tegen G. Bonnechère, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekome « Schenden de artikelen 61 en volgende van het Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van(...)

bron
arbitragehof
numac
2000021578
pub.
12/12/2000
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 28 juni 2000 in zake het openbaar ministerie tegen G. Bonnechère, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 3 juli 2000, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden de artikelen 61 en volgende van het Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre ze, in samenhang gelezen met artikel 6, § 3, a, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, niet de ondervraging door de onderzoeksrechter voorschrijven van een verdachte ten aanzien van wie geen bevel tot aanhouding wordt overwogen, terwijl artikel 16, § 2, eerste lid, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis een dergelijk verhoor oplegt vooraleer een bevel tot aanhouding wordt verleend, in het geval waarin de verdachte noch voortvluchtig is noch zich verbergt, en terwijl artikel 22, tweede lid, van dezelfde wet een samenvattende ondervraging op verzoek van de verdachte of van zijn raadsman voorschrijft ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2003 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

^