Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 06 maart 1999

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij beslissing van 10 december 1998 in zake D. Herman, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 17 december 1998, hee « Schendt artikel 27, vierde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundi(...)

bron
arbitragehof
numac
1999021080
pub.
06/03/1999
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij beslissing van 10 december 1998 in zake D. Herman, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 17 december 1998, heeft de Commissie van beroep ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 27, vierde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het, onder referte aan artikel 27, derde lid, van de wet van 14 juli 1994, het advies van de Dienst voor geneeskundige controle oplegt over het advies van de Technische geneeskundige raad dat op verzoek van de Commissie van beroep wordt uitgebracht, terwijl het RIZIV, middels zijn Dienst voor geneeskundige controle, betrokken is in het geding voor de genoemde Commissie als tegenpartij van de appellant, zorgverlener, in het kader van de artikelen 155, derde en zesde lid, en 156, eerste, derde en vierde lid, van de wet van 14 juli 1994 en terwijl die Dienst voor geneeskundige controle zijn rechten van verdediging kan laten gelden in het kader van de rechtspleging voor de Commissie van beroep, los van artikel 27, vierde lid, voormeld, met name aan de hand van verslagen van de geneesheer-inspecteur, die verslaggever is voor de Commissie van beroep en die de standpunten van de genoemde dienst vertegenwoordigt ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1490 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 11 december 1998 in zake het openbaar ministerie, M. Grondin en S. Wauters tegen F. Rollin, C. Rollin en A. Grandgenet, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 12 januari 1999, heeft de Correctionele Rechtbank te Luik de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Roept artikel 370 van het Strafwetboek, in zoverre het enkel de vervolging ten aanzien van de mannelijke daders mogelijk maakt, geen discriminatie tussen mannen en vrouwen in het leven die de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt ? 2. Roept artikel 371 van het Strafwetboek, in zoverre het het huwelijk als verschoningsgrond voor het misdrijf bedoeld in artikel 370 van het Strafwetboek aanmerkt, geen discriminatie in het leven tussen echtparen en ongehuwde paren die de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1583 van de rol van het Hof en werd samengevoegd met de zaak met rolnummer 1413. De griffier, L. Potoms.

^