Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 16 april 1999

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 23 februari 1999 in zake het openbaar ministerie en C. Berwaert tegen G. Mercier, M. Mercier en de b.v.b.a. La bonne affaire, waarv « 1. Schendt artikel 6 van de wet van 2 juni 1998, dat bepaalt dat het aan personen vóór de inwerki(...)

bron
arbitragehof
numac
1999021170
pub.
16/04/1999
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 23 februari 1999 in zake het openbaar ministerie en C. Berwaert tegen G. Mercier, M. Mercier en de b.v.b.a. La bonne affaire, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 11 maart 1999, heeft de Correctionele Rechtbank te Bergen de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schendt artikel 6 van de wet van 2 juni 1998, dat bepaalt dat het aan personen vóór de inwerkingtreding van de wet opgelegde verbod krachtens de artikelen 1, 1bis en 2 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, na de inwerkingtreding van kracht blijft totdat tien jaar zijn verstreken sedert de datum van de veroordeling die tot het verbod aanleiding heeft gegeven, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat : - die verbodsbepaling wordt toegepast zonder dat de veroordeelde gedagvaard werd of uitgenodigd werd zich ter zake nader te verklaren; - zij niet is opgenomen in het beschikkend gedeelte van de beslissing tot veroordeling en niet het gevolg is van een op tegenspraak gevoerd rechtsgeding ? 2. Schendt artikel 3 van het koninklijk besluit nr.22 van 24 oktober 1934, zoals gewijzigd bij artikel 86 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, dat een niet gerehabilteerde gefailleerde verbiedt om bepaalde in artikel 1 van het genoemde koninklijk besluit bedoelde functies uit te oefenen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat : - die verbodsbepaling van toepassing is zonder dat de gefailleerde werd gedagvaard of uitgenodigd werd zich ter zake nader te verklaren; - zij niet is opgenomen in het beschikkend gedeelte van de beslissing van de rechtbank van koophandel en niet het gevolg is van een op tegenspraak gevoerd rechtsgeding; - zij niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, tenzij in geval van rehabilitatie ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1641 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

^