Bericht
gepubliceerd op 30 november 1999
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij beschikking van 13 oktober 1999 in zake het openbaar ministerie tegen M. Fevry, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingek « 1. S

bron
arbitragehof
numac
1999021565
pub.
30/11/1999
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij beschikking van 13 oktober 1999 in zake het openbaar ministerie tegen M. Fevry, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 14 oktober 1999, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Bergen de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schendt artikel 50 van het decreet van 4 maart 1991 van de Franse Gemeenschap van België inzake hulpverlening aan de jeugd, in zoverre het de erkenning toestaat voor de enkele publiekrechtelijke rechtspersoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon opgericht in de vorm van een v.z.w., de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het een natuurlijke persoon niet toestaat de erkenning aan te vragen ? 2. Schendt artikel 50, § 1, van hetzelfde decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd, in zoverre het de Executieve toestaat andere voorwaarden vast te stellen dan diegene die met naam worden gedefinieerd en in zoverre het bepaalt dat de activiteit van de erkenningscentra het medisch-sociaal-psychologisch onderzoek van de kandidaat-adoptanten en van het kind omvat, artikel 5, § 1, II, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1783 van de rol van het Hof. De wnd. griffier, B. Renauld.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest nr. 82.877 van 13 oktober 1999 in zake A. Antoine tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 oktober 1999, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Miskennen de artikelen 24/24, § 1, 24/25, 24/30, § 3, tweede lid, 24/34, §§ 1 en 2, en 24/42, 2°, van de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, afzonderlijk beschouwd en in samenhang gelezen met artikel 184 van de Grondwet, doordat zij erin voorzien dat de saisine van de onderzoeksraad verplicht is, dat de onderzoeks raad een zwaardere sanctie kan voorstellen dan die welke door de korpscommandant wordt voorgesteld en dat de Koning de onderzoeksraad of zelfs diens voorzitter kan machtigen het verstrekken van een advies niet op te schorten wanneer Hij het advies van de korpscommandant niet deelt ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1791 van de rol van het Hof.

De wnd. griffier, B. Renauld.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^