Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 13 juli 2006

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 mei 2006 in zake P. Duchateau en J. Evrard tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is i « Zijn de artikelen 170, § 1, 172, 10 en 11 van de Grondwet geschonden door het koninklijk bes(...)

bron
arbitragehof
numac
2006202202
pub.
13/07/2006
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 mei 2006 in zake P. Duchateau en J. Evrard tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 24 mei 2006, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Zijn de artikelen 170, § 1, 172, 10 en 11 van de Grondwet geschonden door het koninklijk besluit van 1 december 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, bekrachtigd bij artikel 3, 5°, van de wet van 15 oktober 1998 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aangezien het genoemde koninklijk besluit van 1 december 1995 aan de Minister van Financiën de bevoegdheid heeft gelaten om de criteria te bepalen aan de hand waarvan de totale oppervlakte van 190 m2 of 100 m2 wordt vastgesteld, naargelang het gaat om een huis of een appartement, waarboven het voordeel van de door hem ingevoerde tijdelijke en beperkte maatregel niet kon worden toegekend, aangezien dergelijke criteria niet moeten worden beschouwd als eenvoudige details of als gegevens die louter betrekking hebben op de uitvoering maar als gegevens waarvan sommige fundamenteel blijken voor het begrip van de door de ' wetgever ' ter zake genomen maatregel ? ».

Die zaak is ingeschreven onder nummer 3995 van de rol van het Hof.

De griffier, P.-Y. Dutilleux.

^