Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 10 september 2008

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 10 juli 2008 in zake Sylvie Hannevart en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen tegen de vzw « Centre de loisirs. Au bon temps des Pil « 1. Schendt artikel 30, § 2, van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen e(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2008202986
pub.
10/09/2008
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 10 juli 2008 in zake Sylvie Hannevart en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen tegen de vzw « Centre de loisirs. Au bon temps des Pilifs », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 juli 2008, heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schendt artikel 30, § 2, van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het, ten aanzien van de termijn van de burgerlijke rechtsvorderingen die voortvloeien uit de toepassing van de voormelde wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, een verschil in behandeling invoert tussen de begunstigden van die wet, namelijk de werknemers, enerzijds, en de andere begunstigden van de wet, aangezien die burgerlijke rechtsvorderingen zijn onderworpen aan een termijn van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan, zonder dat die termijn voor de werknemers langer kan zijn dan één jaar na de beëindiging van de arbeidsrelatie ? 2. Schendt artikel 30, § 2, van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 26 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering en met artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek, aangezien het de werknemers die vallen onder de wet van 7 mei 1999 en de andere werknemers of begunstigden van met strafrechtelijke sancties gepaard gaande normen van sociaal recht of van sociale zekerheid, onderwerpt aan verschillende verjaringstermijnen inzake burgerlijke rechtsvorderingen die voortvloeien uit strafbare feiten ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 4502 van de rol van het Hof.

De griffier, P.-Y. Dutilleux.

^