Etaamb.openjustice.be
Publicatie(s) Ter Kritiek
gepubliceerd op 08 juli 2020

Openbaar onderzoek betreffende bepaalde milieuovereenkomsten. - Bericht. - Addendum In bovenvermeld openbaar onderzoek, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 juli 2020, bladzijde 49286, wordt de ontwerp-milieuovereenkomst betreffende de Milieuovereenkomst betreffende de terugnameplicht voor afgewerkte oliën Gelet op het decreet(...)

bron
waalse overheidsdienst
numac
2020042137
pub.
08/07/2020
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

Openbaar onderzoek betreffende bepaalde milieuovereenkomsten. - Bericht. - Addendum In bovenvermeld openbaar onderzoek, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 juli 2020, bladzijde 49286, wordt de ontwerp-milieuovereenkomst betreffende de terugnameplicht voor afgewerkte oliën aangevuld met volgende ontbrekende Nederlandse vertaling:

Milieuovereenkomst betreffende de terugnameplicht voor afgewerkte oliën Gelet op het decreet van de Waalse Gewestraad van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, zoals gewijzigd;

Gelet op het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek;

Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 09 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën, zoals gewijzigd;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot opstelling van een afvalcatalogus, zoals gewijzigd;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 23 september 2010 tot invoering van een terugnameplicht voor bepaalde afvalstoffen, zoals gewijzigd;

Overwegende dat het beginsel de "vervuiler betaalt" toegepast dient te worden;

Overwegende dat de sectoren die oliën produceren geresponsabiliseerd moeten worden en dat gepleit moet worden voor de recycling en de valorisatie van afgewerkte oliën om een optimale bescherming van het leefmilieu te garanderen;

Overwegende dat de partijen de kwaliteit, de doeltreffendheid en de doorzichtigheid van de inzameling en de verwerking van afgewerkte oliën wensen te optimaliseren en te verbeteren met inachtneming van de billijkheid tussen de actoren;

Overwegende dat de beheers- en preventieprincipes moeten bijdragen tot een beter ecologisch prestatievermogen van alle betrokken economische actoren;

Overwegende dat het geboden is de sensibilisering en de informatie van de gehele sector kracht bij te zetten;

De volgende partijen: 1° het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de heer Elio Di Rupo, Minister-President van de Waalse Regering, en door de mevr.Celine TELLIER, Minister van Leefmilieu, hierna het Gewest genoemd; 2° de volgende representatieve organisaties: - de vzw Belgische Petroleum Federatie, gevestigd Kunstlaan 39 te 1040 Brussel, vertegenwoordigd door de heer Shawn KUNTZ, Voorzitter; - de v.z.w. Lubricants Association Belgium, gevestigd A. Reyerslaan 80 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de heer Charles Devroey, Voorzitter, - de vzw Federatie voor de Handel en Diensten (COMEOS), gevestigd Edmond Van Nieuwenhuyselaan 8, te 1060 Brussel, vertegenwoordigd door de heer Dominique Michel, Gedelegeerd bestuurder, - de vzw TRAXIO Mobility Retail and Technical Distribution, gevestigd Jules Bordetlaan te 1140 Brussel, vertegenwoordigd door de heer Didier PERWEZ, Voorzitter, hierna de organisaties genoemd; 3° de vzw VALORLUB, gevestigd Kunstlaan 39/2 te 1040 Brussel, vertegenwoordigd door de heer Joseph Vandeweghe, Voorzitter, Komen hetgeen volgt overeen: HOOFDSTUK I.- Algemene bepalingen Afdeling 1. - Doel van de overeenkomst

Artikel 1.§ 1. Deze overeenkomst beoogt de vastlegging van de modaliteiten tot uitvoering van de terugnameplicht voor gebruikte oliën overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 september 2010 tot invoering van een terugnameplicht voor bepaalde afvalstoffen. § 2. De overeenkomst beoogt de bevordering van preventie alsmede een beter beheer van de afgewerkte oliën via de selectieve inzameling en de gepaste verwerking ervan, met inachtneming van de organisationele, technische, economische en ecologische verplichtingen in het kader van de duurzame ontwikkeling. § 3. De overeenkomst beoogt ook de modaliteiten voor de uitvoering van de terugnameplicht in de drie Gewesten zoveel mogelijk te harmoniseren. Afdeling 2. - Begrippen en definities

Art. 2.§ 1. De begrippen en definities bedoeld in het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, in het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek en in het besluit van de Waalse Regering van 23 april 2010 tot invoering van een terugnameplicht voor bepaalde afvalstoffen met het oog op de valorisatie of het beheer ervan zijn van toepassing op deze overeenkomst, rekening houdende met het toepassingsveld en de onderstaande definities. § 2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bovendien verstaan onder: 1° decreet : het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, zoals gewijzigd;2° besluit: het besluit van de Waalse Regering van 23 september 2010 tot invoering van een terugnameplicht voor bepaalde afvalstoffen;3° oliën: alle smeer- en industriële oliën, ongeacht of ze mineraal, synthetisch, plantaardig of dierlijk zijn, meer bepaald motoroliën, transmissie-oliën, oliën van machines, turbines, warmtegeleidende vloeistoffen en hydraulische oliën;4° afgewerkte oliën: afgewerkte oliën in de zin van artikel 1, 1°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën;5° terugnameplichtige: de producent van oliën in de zin van artikel 2, 20bis, van het decreet.Voor oliën die in nieuwe toestellen of voertuigen gebruikt worden, is de terugnameplichtige de producent van die toestellen of voertuigen; 6° preventie: preventie in de zin van artikel 2, 7, van het decreet;7° regeneratie van afgewerkte oliën : regeneratie in de zin van artikel 1, 8°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën;8° verwerking R 9 : de verwerking R 9 zoals bepaald in bijlage III bij het decreet; 9° beheersorganisme: orgaan in de vorm van een v.z.w., door de organisaties opgericht overeenkomstig artikel 22 van het besluit en dat de doelstellingen van de overeenkomst wil bereiken; 10° afvalcodes : de codes zoals bepaald in bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot vaststelling van een afvalcatalogus;11° Administratie: de Administratie in de zin van artikel 2, 22°, van het decreet;12° lid: elk lid van één van de ondertekenende organisaties, dat zijn organisatie machtiging heeft verleend en vanwege zijn activiteiten aan de terugnameplicht voor afgewerkte oliën onderworpen is en de uitvoering van zijn terugnameplicht aan VALORLUB toevertrouwt;13° aangeslotene: elke producent of invoerder van oliën die een toetredingscontract met de vzw VALORLUB heeft gesloten en de uitvoering van zijn terugnameplicht aan VALORLUB toevertrouwt;14° VALORUB: beheersorganisme opgericht op 14 december 2004 door de organisaties en waarvan de statuten in de Franse taal werden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 februari 2005. Afdeling 3. - Toepassingsveld

Art. 3.§ 1. De milieubeleidsovereenkomst wordt tussen bovengenoemde partijen gesloten overeenkomstig het decreet en het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek. De overeenkomst bindt de ondertekende partijen alsmede de leden en de aangeslotenen De lijst van de leden en aangeslotenen wordt bijgehouden en jaarlijks vóór 20 april overgemaakt aan de Administratie.

De organisaties en VALORLUB verbinden zich ertoe hun leden en aangeslotenen te informeren over de verplichtingen die deze overeenkomst oplegt.

VALORLUB moet voldoen aan de verplichtingen opgelegd aan de terugnameplichtigen, leden van of aangeslotenen bij het beheersorganisme, ter uitvoering van artikel 4, § 1, tweede lid, van het besluit. § 2. De terugnameplicht is slechts van toepassing op de afgewerkte oliën vermeld onder de volgende afvalcodes:

08 03 19

Dispersieolie van de bereiding, formulering, levering en gebruik van drukinkt.

12 01 06

Halogeenhoudende minerale machineolie (exclusief emulsies of oplossingen).

12 01 07

Halogeenvrije minerale machineolie (exclusief emulsies of oplossingen).

12 01 08

Halogeenhoudende emulsies en oplossingen voor machinale bewerking.

12 01 09

Halogeenvrije emulsies en oplossingen voor machinale bewerking.

12 01 10

Synthetische machineolie

12 01 19

Biologisch vlot afbreekbare machineolie.

13 01 04

Gechloreerde hydraulische olie (emulsies).

13 01 05

Niet-gechloreerde hydraulische olie (emulsies).

13 01 09

Gechloreerde minerale hydraulische olie.

13 01 10

Niet-gechloreerde minerale hydraulische olie.

13 01 11

Synthetische hydraulische olie.

13 01 12

Biologisch vlot afbreekbare hydraulische olie.

13 01 13

Overige hydraulische olie.

13 02 04

Gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie.

13 02 05

Niet-gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie.

13 02 06

Synthetische motor-, transmissie- en smeerolie.

13 02 07

Biologisch vlot afbreekbare motor-, transmissie- en smeerolie.

13 02 08

Overige motor-, transmissie- en smeerolie.

13 03 06

Niet bij 13 03 01 ingedeelde gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht.

13 03 07

Niet-gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht.

13 03 08

Synthetische olie voor isolatie en warmteoverdracht.

13 03 09

Biologisch vlot afbreekbare olie voor isolatie en warmteoverdracht.

13 03 10

Overige olie voor isolatie en warmteoverdracht.

13 08 02

Niet elders genoemde overige emulsies.

13 08 99

Niet elders genoemde afgewerkte oliën.

20 01 26

Niet bij 20 01 25 ingedeelde afgewerkte oliën ingezameld door publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de ophaling van huisvuil.

De bovengenoemde afvalstoffen die voortvloeien uit de normale exploitatie van een schip en waarvoor reeds een bijdrage is betaald op grond van andere internationale wetten, vallen niet onder deze terugnameplicht. § 3. De milieubeleidsovereenkomst is van toepassing op afgewerkte huishoud- en professionele oliën voortkomend uit de nieuwe oliën die door de leden of aangeslotenen op de markt worden gebracht of verkocht.

VALORLUB onderwerpt de criteria op grond waarvan een onderscheid gemaakt wordt tussen de producten waarvan de afval als huisvuil beschouwd moet worden en de overige producten aan de goedkeuring van de Administratie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, 2°, van het decreet § 4. De terugnameplicht wordt uitgevoerd onverminderd de gemeentelijke bevoegdheden inzake volksgezondheid en veiligheid. § 5. De milieuovereenkomst is niet van toepassing op de volgende afvalstoffen: - frituurvetten en -oliën of op de overige voedingsoliën; - op PCB/PCT's, oplosmiddelen, reinigingsproducten, detergenten, antivriesmiddelen, remvloeistoffen, aard- en zeebrandstoffen of andere stoffen; - hydraulische vloeistoffen op basis van water en/of glycol. Afdeling 4. - Goed bestuur

Art. 4.§ 1. De ondertekenaars van deze overeenkomst passen de volgende beginselen van goed bestuur toe: - transparantie van informatie; - opvolgingsproces bij de uitwerking van de onderzoeken; - vertrouwelijkheid van informatie ter bescherming van een rechtmatig economisch belang; - invoering van beginselen van goed gedrag voor de ondertekenende partijen van de overeenkomst. § 2. VALORLUB zal deze overeenkomst volledig ten uitvoer leggen op een positieve, professionele en transparante manier met het oog op het bereiken van de milieudoelstellingen van de overeenkomst. § 3. De Administratie heeft een houding van openheid, vertrouwen en verantwoording tegenover het beheersorganisme bij de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en streeft naar een evenwicht tussen milieudoelstellingen en economische effecten. HOOFDSTUK II. - Preventie en sensibilisering Afdeling 1. - Preventie

Art. 5.§ 1. VALORLUB bepaalt maatregelen tot voorkoming van afval van oliën die de aangeslotenen en leden van VALORLUB op de markt brengen.

Ze vermelden hoe dan ook : 1° de aard en het gewicht van de verschillende types afval;2° de lijst van de reeds genomen maatregelen ter beperking van de hoeveelheid afval en/of ter vermindering van de schadelijkheid ervan voor het leefmilieu, en het resultaat ervan;3° de geplande preventiemaatregelen, de kwantitatieve en/of kwalitatieve doelstellingen, de opvolgingsindicatoren en het actiekalender. VALORUB neemt de nodige initiatieven inzake de kwantitatieve en kwalitatieve preventie.

Die initiatieven betreffen o.a. : - de sensibilisering van de verbruiker, zowel de particulier als de professionele gebruiker, voor : 1. de mogelijke effecten van de afgewerkte oliën op het leefmilieu en de gezondheid van de mens;2. de wijzen waarop de oliën optimaal gebruikt worden;3. het verbod om de afgewerkte oliën met pcb's of andere gevaarlijke stoffen te vermengen, om elke vreemde stof aan de afgewerkte oliën toe te voegen of ermee te vermengen;4. de te hunner beschikking gestelde inzamelings- en valorisatiesystemen en de rol die ze bij de valorisatie van de afgewerkte oliën te vervullen hebben. - de sensibilisering van de erkende ophalers of vervoerders en van vergunde centra voor hergroepering, voorbehandeling of nuttige toepassing met het oog op een efficiëntere en veiligere ophaling of verwerking van de afgewerkte oliën. Daartoe stelt VALORLUB samenwerkingscontracten op die de erkende of vergunde operatoren (vervoerders, ophalers, verwerkingscentra) in acht moeten nemen. Deze samenwerkingscontracten bevatten onder andere de methodes en modaliteiten voor de ophaling of de verwerking van de afgewerkte oliën, de voorwaarden inzake het vervoer, de opslag, de monsterneming en de analyse van de afgewerkte oliën en voorzien in de verplichte weging ervan.

Om de bij het besluit bepaalde verwerkingsdoelstellingen te halen, evalueert VALORLUB de noodzaak om de hydraulische oliën, de motoroliën, de oliën voor isolatie, de machineoliën of de andere soorten oliën geheel of gedeeltelijk afzonderlijk op te halen.

De samenwerkingscontracten zetten de inzamelings-, hergroeperings- en verwerkingsoperatoren aan tot het volgen van milieucertificeringsprocedures.

Elke wijziging van de samenwerkingscontracten wordt aan de Administratie voorgelegd voor advies, dat binnen 40 dagen wordt uitgebracht. - de ontwikkeling en de bevordering van het gebruik van biologisch afbreekbare oliën voor toepassingen in open smeersysteem die het mogelijk maken, onder meer wat betreft bekistingsolie, kettingzaagolie, bio-smeerolie voor de activiteiten i.v.m. oppervlaktewater,.... - een bericht over de kosten en inkomsten gegenereerd door de inzameling en de valorisatie van de afgewerkte oliën, de financieringswijze alsook de beheerswijzen ervan.

VALORLUB verstrekt de gebruikers informatie over het bestaan en de milieuvoordelen van biologisch afbreekbare oliën, met name het gebruik ervan voor toepassingen in open smeersysteem. § 2. VALORLUB stelt maatregelen vast waarin de in § 1 bedoelde initiatieven ter bevordering van kwalitatieve en kwantitatieve preventie worden beschreven. VALORLUB definieert de criteria voor de evaluatie van de preventiemaatregelen. Die preventiemaatregelen maken noodzakelijk deel uit van het jaarlijkse uitvoeringsplan bedoeld in artikel 13. Ze worden jaarlijks geëvalueerd en desnoods aangepast. § 3. Om de doelstellingen van deze overeenkomst te halen, verbindt VALORLUB zich tot de organisatie van informatie- en sensibiliseringscampagnes. De intensiteit, de vorm en de inhoud van de informatie- en sensibiliseringscampagnes worden aangepast naar gelang van de behaalde resultaten.

VALORLUB vult zijn communicatie- en sensibiliseringsmaatregelen aan met een sensibiliseringscampagne ter voorkoming van afgewerkte oliën, o.a. door informatie aan de verbruikers en de beroepsgebruikers te verstrekken over de voordelen en mogelijkheden om biologisch afbreekbare oliën te gebruiken.

Voor de verstrekking van informatie aan de particulieren zal VALORUB de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen om advies vragen en met hen samenwerken.

De campagneontwerpen worden voor advies voorgelegd aan de Administratie, die zich binnen 40 dagen uitspreekt. Indien de informatiecampagnes niet voldoen aan de bepalingen van deze overeenkomst of schadelijk zijn voor de door het Gewest gevoerde campagnes van algemeen nut, moet VALORUB haar informatiecampagnes dienovereenkomstig aanpassen. § 4. De informatie- en sensibiliseringscampagnes moeten voldoen aan de regelgeving inzake taalgebruik. § 5. VALORLUB wijst ten minste 2,5% van haar jaarlijkse begroting toe aan preventiemaatregelen, met inbegrip van communicatiemaatregelen met betrekking tot biologisch afbreekbare oliën. Afdeling 2. - Sensibilisering

Art. 6.§ 1. VALORLUB stelt een communicatieplan op voor de duur van de milieuovereenkomst. Dit communicatieplan maakt deel uit van het beheersplan en omvat ten minste de strategische doelstellingen en algemene richtlijnen.

Het plan omvat het aantal en de omvang van de campagnes, de doelgroepen die een afzonderlijke aanpak rechtvaardigen, de voorgestelde communicatiemethoden en de methoden voor de evaluatie van de campagnes. § 2. Indien de inzamelingsdoelstellingen niet worden gehaald, zal VALORLUB een studie uitvoeren om na te gaan of er in Wallonië nog steeds doelgroepen te bereiken zijn of dat het getroffen publiek een limiet heeft bereikt, in welk geval zij zal zoeken naar nieuwe manieren om de inzamelbare oliën die nog op de markt aanwezig zijn, op te vangen. § 3. Indien de inzamelingsdoelstellingen niet worden gehaald, worden in Wallonië gerichte en geaccentueerde informatie- en sensibiliseringscampagnes gevoerd.

De efficiëntie van de gerichte campagnes zal worden gemeten bij deze verschillende groepen. § 4. Elk jaar legt VALORLUB aan de Administratie een vooruitziend plan en een verslag voor over de gevoerde informatie- en sensibiliseringscampagnes en de bereikte resultaten. De rapportage over de bereikte resultaten omvat een indicatie van de ondernomen acties, de doelgroepen, de instrumenten en een beoordeling van de relevantie van de ondernomen acties. § 5. VALORLUB evalueert de resultaten van de evaluatie van haar jaarlijkse informatie- en sensibiliseringscampagnes en houdt daarmee rekening bij het opzetten van de volgende campagnes. HOOFDSTUK III. - Ophaling en verwerking van afgewerkte oliën Afdeling 1. - Inzameling

Art. 7.§ 1. Deze overeenkomst wordt uitgevoerd met het oog op de inzameling van alle inzamelbare afgewerkte oliën die deel uitmaken van de oliën die in het Waalse Gewest op de markt zijn gebracht of verkocht of die door de leden of aangeslotenen voor eigen gebruik binnen hun bedrijf(bedrijven) zijn ingevoerd.

Het strategische preventie- en beheersplan en de jaarlijkse uitvoeringsplannen beogen een inzamelingspercentage van minstens 90%.

Het inzamelingspercentage wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de ingezamelde afgewerkte oliën en het totaalgewicht van de oliën die in de loop van bedoeld kalenderjaar ingezameld kunnen worden, uitgedrukt in percent. § 2. De hoeveelheden inzamelbare afgewerkte oliën worden jaarlijks eenstemmig tussen de partijen bepaald op grond van de hoeveelheden nieuwe oliën die op de markt zijn gebracht of verkocht in België of voor eigen gebruik binnen hun bedrijf (bedrijven) ingevoerd zijn door de leden of aangeslotenen, rekening houdende, enerzijds, met de heruitgevoerde nieuwe oliën, de oliën uit uitgevoerde tweedehands voertuigen en, anderzijds, met de verliezen inherent aan het gebruik ervan. § 3. De hoeveelheden oliën uit de uitgevoerde/ingevoerde tweedehands voertuigen worden bepaald op basis van een jaarlijkse raming van het uitgevoerde/ingevoerde aantal voertuigen. § 4. Het verliespercentage bij het gebruik van oliën wordt op 35,8 % vastgelegd.

Dit percentage wordt in onderling overeenstemming tussen de partijen herzien op basis van een objectief onderzoek, dat op kosten van VALORLUB door een onafhankelijke instantie wordt opgesteld en gecertificeerd, en wel uiterlijk aan het einde van het vijfde jaar na het vorig onderzoek in overleg met de andere Gewesten. § 5. De wijze van berekening van de hoeveelheden inzamelbare oliën kan in overleg met alle partijen herzien worden naar gelang van de technologische ontwikkeling. § 6. Om de in § 1 vermelde ophaaldoelstelling te halen, zullen de partijen bij deze overeenkomst de nodige acties en middelen ten uitvoer leggen, rekening houdend met de geleverde inspanningen en de behaalde resultaten in de andere gewesten.

Onderafdeling 1. - Specifieke bepalingen voor afgewerkte huishoudelijke oliën

Art. 8.§ 1. Voor zover de overeenkomsten bedoeld in artikel 17, § 5, worden afgesloten, wordt de selectieve inzameling van afgewerkte oliën van particulieren in het kader van de normale activiteiten van gezinnen uitgevoerd door de gezinnen die hun afval vrijwillig storten in geschikte containers die zich in containerparken of in gesloten en bewaakte locaties bevinden en beheerd worden door publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor huisvuilophaling. § 2. De inzameling en de verwerking van de huishoudelijke afgewerkte oliën opgehaald in containerparken of in gesloten en bewaakte locaties die door publiekrechtelijke rechtspersonen worden beheerd, worden door deze georganiseerd via een overheidsopdracht. De publiekrechtelijke rechtspersonen werken een ontwerp-bestek uit en leggen het ter goedkeuring voor aan VALORLUB, die haar eventuele commentaar binnen een termijn van één maand overmaakt. § 3. Het Gewest verbindt er zich toe het principe te steunen waarbij afgewerkte oliën van particulieren kosteloos teruggenomen worden in het netwerk van selectieve ophaling tot stand gebracht door de publiekrechtelijke rechtspersonen die instaan voor de ophaling van huisvuil.

De nodige maatregelen om de kwaliteit en de veiligheid van de opgehaalde afgewerkte oliën te vrijwaren, worden in samenspraak bepaald door de publiekrechtelijke personen die verantwoordelijk zijn voor de ophaling van huisvuil, VALORLUB en de Administratie. Ze worden bepaald in de overeenkomsten bedoeld in artikel 17, § 5. § 4. In het kader van de terugnameplicht verbinden de leden en aangeslotenen of het beheersorganisme zich ertoe mee te werken aan de sensibilisatie van de gezinnen door ze aan te sporen tot het storten van afgewerkte oliën in openbare containerparken zonder ze met andere stoffen te mengen. § 5. De detailhandelaars moeten in elk van hun verkooppunten op een zichtbare plaats in een bericht aangeven hoe de terugnameplicht nagekomen wordt. In dit bericht worden de particulieren erom verzocht hun als huishoudafval erkende afgewerkte oliën naar één van de selectieve inzamelpunten van het netwerk te brengen dat tot stand is gebracht door de publiekrechtelijke rechtspersonen die instaan voor de ophaling van huishoudafval, of naar één van de andere inzamelpunten bedoeld in § 1. Het sensibiliserings- en informatiemateriaal wordt door VALORLUB ter beschikking gesteld van de detailhandelaars; het wordt vooraf voor advies aan de Administratie voorgelegd en, in geval van plaatselijke afwijzing, aan bovengenoemde publiekrechtelijke rechtspersonen. § 6. Het Gewest verbindt er zich toe de bij de gezinnen selectief opgehaalde afgewerkte oliën te laten verwerken overeenkomstig artikel 10. § 7. Het Gewest verbindt zich ertoe statistische gegevens aan VALORLUB te verstrekken over de bij de gezinnen selectief opgehaalde afgewerkte oliën en over de verwerking ervan.

Onderafdeling 2. - Specifieke bepalingen voor afgewerkte oliën uit beroepsactiviteiten

Art. 9.§ 1. Afgewerkte oliën uit beroepsactiviteiten worden door de beroepsgebruikers toevertrouwd aan erkende ophalers/vervoerders en/of aan verwerkingsbedrijven vergund door de bevoegde overheid. § 2. Het beheersplan bevat een lijst van maatregelen te nemen jegens de ondernemingen en de overige verdelers en/of beroepsverbruikers, met inbegrip van de binnenvaart, die erop gericht zijn de doelstellingen van deze overeenkomst te halen, alsmede een lijst van initiatieven voor het tot stand brengen van een systeem voor de opvolging van de afgewerkte oliën. § 3. Als er vastgesteld wordt dat de afgewerkte oliën gemengd werden met PCB's of met andere gevaarlijke afvalstoffen of met elke vreemde stof, zoals water, oplosmiddelen, reinigingsproducten, dierlijke of plantenoliën, detergenten, antivriesmiddelen, remvloeistoffen, andere brandstoffen, worden de meerkosten voor de verwerking van dat afvalmengsel door de houder gedragen. § 4. Het Gewest verbindt er zich toe statistische gegevens aan VALORLUB te verstrekken over de selectieve inzamelingen van afgewerkte oliën verricht voor rekening van de diensten van het Gewest in het kader van de uitvoering van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend te Straatsburg op 9 december 1996. Afdeling 2. - Verwerking

Art. 10.§ 1. De opgehaalde afgewerkte oliën worden verwerkt met inachtneming van de wetgevingen die op gewestelijk, federaal en Europees niveau van kracht zijn. § 2. De opgehaalde afgewerkte oliën worden verwerkt volgens de beste beschikbare technieken. Deze technieken mogen geen overdreven kosten met zich meebrengen. § 3. De afgewerkte oliën worden bij voorkeur door regeneratie of hergebruik (brandstoffen na fysisch-chemische verwerking) gevaloriseerd, of bij gebreke daarvan, via een energetische valorisatie in een daartoe behoorlijk vergunde installatie.

Het strategisch preventie- en beheersplan en de jaarlijkse uitvoeringsplannen beogen een verwerking van minstens 60 % van de in het Waalse Gewest opgehaalde afgewerkte oliën in installaties vergund voor regeneratie of de R9-verwerking van afgewerkte oliën.

Het valorisatiepercentage per regeneratie of andere hergebruiken is de in percent uitgedrukte verhouding tussen het gewicht van de daadwerkelijk gevaloriseerde afgewerkte oliën per regeneratie of andere hergebruiken en het totaalgewicht van de oliën ingezameld tijdens bedoeld kalenderjaar. § 4. VALORLUB doet voor de vervaldatum van deze milieubeleidsovereenkomst onderzoek naar de nieuwe technieken voor recyclage van afgewerkte oliën. Afdeling 3. - Ophalings- en verwerkingsresultaten

Art. 11.§ 1. VALORLUB evalueert jaarlijks samen met de Administratie de doelstellingen betreffende de ophaling en de verwerking van afgewerkte oliën en past in voorkomend geval zijn strategie aan met inachtneming van onder andere : - de ten gevolge van de toepassing van deze overeenkomst geboekte resultaten; - de technologische ontwikkelingen; - de nieuwe wettelijke bepalingen. § 2. Als de doelstellingen niet gehaald worden, moet VALORLUB de Administratie binnen twee maanden een strategisch plan ter goedkeuring voorleggen dat betrekking heeft op de resterende geldigheidsduur van de overeenkomst en voorziet in de acties die overwogen worden om de resultaten inzake preventie, ophaling, recycling en valorisatie te boeken. VALORLUB verbindt er zich toe een specifieke begroting te bestemmen voor het voeren van bijsturende acties. Het strategische plan wordt geëvalueerd na één jaar. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen om sociaalgerichte werkgelegenheid te bevorderen

Art. 12.VALORLUB doet een beroep op de diensten van sociale economiebedrijven voor zover ze diensten van gelijkwaardige kwaliteit en tegen concurrerende prijzen verlenen. HOOFDSTUK V. - Het beheersorganisme Afdeling 1. - Opdrachten van het beheersorganisme VALORLUB

Art. 13.§ 1. De organisaties hebben het beheersorganisme VALORLUB opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, zoals gewijzigd bij de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

VALORLUB moet : 1° de tenlasteneming voor rekening van zijn contractanten van de terugnameplicht die hen opgelegd wordt als enig statutair doel hebben;2° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden alleen personen tellen die hun burger- en politieke rechten genieten;3° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden geen enkele persoon tellen die bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing is veroordeeld voor een overtreding van de in het Waalse Gewest geldende milieuwetgeving of van elke gelijkwaardige wetgeving van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap;4° over voldoende financiële garanties en menselijke en technische middelen beschikken om de terugnameplicht te waarborgen;5° een boekhouding overleggen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen; 6° rechtstreeks noch onrechtstreeks, met name via een dochtermaatschappij, een operationele activiteit uitoefenen i.v.m. het beheer van afval dat onder de terugnameplicht valt.

VALORLUB mag in geen geval commercieel sponsor zijn. Onder « commerciële sponsor » wordt verstaan de sponsoring waarvan het hoofddoel erin bestaat de bekendheid van het erkende orgaan te verbeteren. Sponsoring die hoofdzakelijk op het statutaire doel van het erkende orgaan gericht is, wordt niet als « commerciële sponsoring » beschouwd. § 2. Om haar doelstellingen te halen, heeft VALORLUB als prioritaire opdrachten het grootst mogelijk aantal natuurlijke of rechtspersonen die oliën produceren of invoeren ertoe aan te sporen zich bij VALORLUB aan te sluiten.

VALORLUB komt de bij dit besluit of deze overeenkomst opgelegde verplichtingen na voor alle individuele terugnameplichtigen die een contract met hem gesloten hebben. § 3. VALORLUB sluit een verzekeringsovereenkomst ter dekking van de schade die door zijn activiteit veroorzaakt kan worden, alsook de eventuele inkomensverliezen door overmacht, o.a. het verlies van ingezamelde of gesorteerde afval. § 4. VALORLUB legt de Administratie uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst een strategisch preventie- en beheersplan voor waarin voor de duur van de overeenkomst de geplande acties worden bepaald om de resultaten inzake preventie, ophaling, recycling en valorisatie te boeken. Dat strategische plan bevat op zijn minst de punten opgesomd in artikel 12, § 2, 5°, a) tot h) van het besluit, alsook een plan van specifieke acties betreffende de afvalproblematiek van kleine ondernemingen. Het wordt jaarlijks geëvalueerd met het oog op de opstelling van het jaarlijkse uitvoeringsplan. § 5. VALORLUB stelt jaarlijks een beheersplan op ter uitvoering van het strategische plan bedoeld in § 4. Dat plan wordt ter goedkeuring aan de Administratie voorgelegd uiterlijk 1 oktober van elk jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het wordt toegepast.

Het plan wordt binnen twee maanden door de Administratie goedgekeurd, aangevuld met gevraagde bijkomende informatie of verworpen. Bij gebrek aan antwoord na afloop van die termijn wordt het plan geacht goedgekeurd te zijn. Als de Administratie het plan verwerpt, geeft hij VALORLUB kennis daarvan bij aangetekend schrijven waarin de redenen van de weigering worden opgegeven. VALORLUB moet dan binnen drie maanden een bijgestuurd plan indienen dat rekening houdt met de opmerkingen van de Administratie. Tegen de beslissing van de Administratie kan een beroep worden ingediend bij de Minister van Leefmilieu. § 6. VALORLUB staat in voor de uitvoering van alle verplichtingen die haar ten laste vallen ter uitvoering van deze overeenkomst, in het bijzonder: 1° de opstelling en de uitvoering van het jaarlijkse uitvoeringsplan waarin hoe dan ook de volgende gegevens voorkomen: - de preventieve acties; - de bepaling van de potentiële hoeveelheid ophaalbare afgewerkte oliën; - de lijst van de acties die jegens de bedrijven en de gezinnen gevoerd worden; - De lijst van meer specifieke acties die jegens kleine bedrijven gevoerd worden; - de lijst van de acties betreffende de ophaling en de verwerking van de afgewerkte oliën; - het financiële plan, incluis het stellen van de zekerheid bedoeld in artikel 16, § 9, Het financiële plan bevat: - de werkingskosten van het organisme; - de operationele kosten van de huishoudelijke stroom en de operationele kosten van de niet-huishoudelijke stroom; - door per type stroom, de beheerskosten, de investeringen en hun bijdragende toewijzingen te onderscheiden; - de berekening van de milieuheffingen en de wijze waarop deze worden aangepast, de beloning en de vergoedingen die aan de operatoren van het systeem en aan de professionele gebruikers worden toegekend; - de wijze van inning; - het voorzieningenbeleid; - de financiering van de eventuele verliezen; - het beleid inzake financiële investering; - de omschrijving van de wijze waarop het organisme overweegt desgevallend tegemoet te komen in de kosten voor selectieve inzameling, regeneratie of valorisatie ten einde zijn doelstellingen te halen. 2° de rapportering bedoeld in artikel 14 van de overeenkomst;3° de modaliteiten tot informatieverstrekking aan alle actoren betrokken bij de uitvoering van deze overeenkomst;4° de evaluatie van de terugname van afgewerkte oliën overeenkomstig de artikelen 7 tot 9 van deze overeenkomst en de evaluatie van de verwerking van de opgehaalde afgewerkte oliën;5° de kwalitatieve en statistische opvolging van de ophaling, voorbehandeling en verwerking van de afgewerkte oliën;6° de controle op de geboekte resultaten en de uitvoering van de andere bepalingen van deze overeenkomst;7° de financiering van de uitvoering van deze overeenkomst en het beheer van de desbetreffende financiële middelen overeenkomstig afdeling 4 van hoofdstuk 5 van de overeenkomst;8° de uitvoering van de in de artikelen 4 en 6 van deze overeenkomst vermelde acties. § 7. VALORLUB streeft optimale eenvormigheid na op Administratief en logistiek vlak. Alle partijen plegen overleg over de werkingsmodaliteiten van VALORLUB. § 8. VALORLUB handelt in alle doorzichtigheid en behandelt op gelijke en niet discriminerende wijze de aannemers, leveranciers en dienstverleners op wie een beroep gedaan wordt voor de uitvoering van de terugnameplicht waarmee het belast wordt. § 9. De Administratie wordt als permanente waarnemer van het Gewest uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur of de beslissingsorganen van VALORUB, alsmede op de algemene vergaderingen en elke andere vergadering ter voorbereiding van de door de raad van bestuur te nemen beslissingen, evenwel zonder stemgerechtigd te zijn.

Een afschrift van alle notulen van de raad van bestuur worden aan de Administratie overgemaakt.

Hij ontvangt de oproepingen, de voorbereidingsdocumenten en de verslagen van de vergaderingen, alsook de leden van die organen.

In de Raad van Bestuur worden ten minste de volgende onderwerpen besproken: - Het meerjarenpreventie- en beheersplan; - de jaarlijkse actualisering van het preventie- en beheersplan; - het financieel plan; - de jaarlijkse actualisering van het financiële plan; - de bestanddelen van de milieuheffingen, de beloning en de vergoedingen van de operatoren van het systeem en de professionele gebruikers; - het strategisch communicatieplan; - het jaarverslag, alsmede de verwerkingsrapporten; - de evaluaties met betrekking op de resultaten van de inzameling, de verwerking en de communicatieacties.

De Administratie kan alle punten die voor advies of goedkeuring worden voorgelegd, bespreken tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur. Afdeling 2. - Verplichtingen inzake informatie en rapportage

Art. 14.§ 1. Met inachtneming van § 4 verstrekt VALORLUB de Administratie alle gegevens die zij nuttig acht voor de evaluatie van de krachtens deze overeenkomst te halen doelstellingen en om de algemene doelstellingen te halen i.v.m. de controle op de uitvoering van het besluit.

VALORLUB garandeert dat de gegevens over de gevaloriseerde afval nagekeken en gecontroleerd kunnen worden. § 2. VALORLUB en het Gewest stellen zich garant voor de geheimhouding van de marktgegevens van de betrokken individuele ondernemingen zoals, o.a., de gegevens i.v.m. handel in nieuwe oliën of ondernemingen voor de ophaling en de verwerking van afgewerkte oliën, met inachtneming van de bepalingen van het Milieuwetboek betreffende het recht op toegang tot milieuinformatie voor het publiek en met inachtneming van het mededingingsrecht. § 3. VALORLUB maakt jaarlijks voor 20 april een verslag aan de Administratie over waarin volgende gegevens in verband met het voorgaande jaar opgenomen zijn: 1°. de in kg uitgedrukte totale hoeveelheid oliën die door de leden en aangeslotenen in België op de markt zijn gebracht of verkocht, alsmede de oliën die ze voor eigen gebruik binnen hun bedrijf (bedrijven) ingevoerd hebben, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de oliën voor particulieren en de oliën bestemd voor beroepsactiviteiten.

De in het Waalse Gewest op de markt gebrachte hoeveelheid wordt geschat op basis van de hoeveelheid die in België op de markt is gebracht, mits een verdeelsleutel van de nationale hoeveelheden per Gewest. Die verdeelsleutel wordt in onderlinge overeenstemming tussen VALORLUB en de Gewesten vastgelegd; 2° een raming van de verliezen bij het gebruik van de oliën;3° de in kg uitgedrukte totale hoeveelheid afgewerkte oliën opgehaald in het Waalse Gewest, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudelijke oliën en oliën uit beroepsactiviteiten;4° de lijst van de ophalers waarmee VALORLUB een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten;5° de installaties waarin de opgehaalde afgewerkte oliën verwerkt worden, de omschrijving van de wijze waarop ze verwerkt worden en de verwerkte hoeveelheid per installatie. De gegevens worden verdeeld al naar gelang de oliën in het Waalse Gewest, in België, binnen of buiten de Europese Unie verwerkt worden.

In het laatste geval bevat het rapport de maatregelen genomen opdat de afvalverwerking kan voldoen aan de doelstellingen van dit besluit en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen en opdat ze verricht kan worden met inachtneming van de geldende milieuwetgeving en de basisovereenkomsten van de Internationale arbeidsorganisatie, zelfs als de overeenkomsten niet zijn geratificeerd door de Staten waar de afval verwerkt wordt; 6° de in kg uitgedrukte totale hoeveelheden afgewerkte oliën die het voorwerp uitmaken van een regeneratie, een R9-verwerking of een energetische valorisatie;7° de in kg uitgedrukte totale hoeveelheden basisoliën en andere nuttige componenten afkomstig van de regeneratie en de R9-verwerkingen;8° de in kg uitgedrukte totale hoeveelheid te verwijderen afvalstoffen afkomstig van de verwerking van afgewerkte oliën.9° de raming van de in kg uitgedrukte totale hoeveelheid oliën op de markt gebracht in het Waalse Gewest tijdens het lopende jaar, bepaald volgens de in punt 1° bedoelde verdeelsleutel;10° de nodige gegevens voor de beoordeling van de preventieacties en de berekening van de resultatenindicatoren;11° de bijdrage(n) gestort aan het beheersorganisme, alsook de berekeningsmodaliteiten, en de lijst van de leden van en aangeslotenen bij het beheersorganisme;12° de ondernomen sensibiliserings- of communicatieacties; 13° de informatie i.v.m. de economische voorwaarden van de markt voor de ophaling en de verwerking van de afgewerkte oliën Deze informatie wordt voor elke bijdragecategorie uitvoerig omschreven.

VALORLUB bezorgt de publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de ophaling van huisvuil binnen dezelfde termijn een samenvatting van de informatie die in bovenbedoeld verslag is opgenomen en die betrekking heeft op afgewerkte huishoudelijke oliën. § 4. De commerciële gegevens bedoeld in deze overeenkomst worden ingezameld bij de leden en aangeslotenen door bemiddeling van een door VALORLUB aangewezen externe entiteit. De aldus ingewonnen gegevens worden door de externe entiteit opgenomen in een globaal verslag betreffende alle leden en aangeslotenen zodat het onmogelijk is daaruit marktgegevens zoals prijs, kosten, ...enz. (niet limitatief), marktaandelen van individuele ondernemingen af te leiden. VALORLUB zorgt ervoor dat de externe entiteit die aangeduid wordt om bovenbedoelde inlichtingen in te winnen, de gepaste garanties biedt wat betreft de vertrouwelijke behandeling van de overgemaakte gegevens. Daartoe wordt een vertrouwelijkheidsovereenkomst getekend. § 5. VALORLUB laat minstens één keer per jaar door een in overleg met de Administratie aangewezen onafhankelijke instelling nagaan of de in artikel 5, § 1, bedoelde samenwerkingscontracten in acht genomen worden door de operatoren die meewerken aan het beheer van de afgewerkte oliën. § 6. Het beheersorganisme publiceert haar jaarverslag op haar website. § 7. Het rapport moet voldoen aan de volgende regels : 1° de cijfergegevens die in het kader van de terugnameplicht aan de Administratie worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorgaan;2° de statistieken die aan VALORLUB worden verstrekt door de ophalers en recuperatoren die in het kader van de terugnameplicht een samenwerkingscontract met VALORLUB hebben gesloten, moeten ten minste om de drie jaar worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorgaan dat in opdracht van VALORLUB werkt;3° de door de producenten in het kader van de terugnameplicht verstrekte statistieken worden gecontroleerd door VALORLUB, die alle producerende leden en aangeslotenen ten minste om de drie jaar controleert en jaarlijks aan de Administratie verslag uitbrengt over deze actie en de resultaten.Het niveau van de controles kan worden aangepast aan de hoeveelheden die op de markt worden gebracht. Afdeling 3. - Toetreding tot VALORLUB

Art. 15.§ 1. VALORLUB mag de toetreding van een terugnameplichtige op wie de terugnameplicht voor afgewerkte oliën van toepassing is, niet weigeren, behalve om ernstige redenen behoorlijk gerechtvaardigd bij de Administratie.

Er wordt een toetredingsovereenkomst gesloten tussen de individuele terugnameplichtigen en VALORLUB. In de toetredingsovereenkomst wordt gegarandeerd dat er discriminatie noch concurrentievervalsing tussen terugnameplichtigen bestaat, en worden de ontbindingsprocedures en uitsluitingsmechanismen nader bepaald. Ze bevat de nodige bepalingen die de financiering waarborgen van de uitvoering van de terugnameplicht voor de oliën die op de markt gebracht werden tijdens de duur van de toetredingsovereenkomst, ook wanneer de producent of invoerder niet meer gebonden is door een milieubeleidsovereenkomst.

De toetredingsovereenkomst bepaalt dat de individuele terugnameplichtigen de uitvoering van hun respectievelijke terugnameplicht aan VALORLUB overdragen.

De standaardtoetredringsovereenkomst en eventuele wijzigingen daarvan worden vooraf ter goedkeuring aan de Administratie voorgelegd. § 2. VALORLUB past op zijn minstens voor de vijf kalenderjaren die aan het toetredingsjaar voorafgaan een retroactieve toetreding toe, met uitzondering van de jaren : - waarin geen olie op de markt is gebracht; - waarvoor de individuele terugnameplichtige bevestigt dat hij aan zijn terugnameplicht heeft voldaan; - waarin de individuele terugnameplichtige het voorwerp is geweest van een strafmaatregel op basis van artikel 52 van het decreet.

In geval van retroactieve toetreding kan VALORLUB voor de aan het toetredingsjaar voorafgaande kalenderjaren verwijlsinteresten opleggen die gelijk zijn aan de som die verschuldigd zou zijn indien een tegen de wettelijke rentevoet berekende rente op de retroactieve bijdragen toegepast zou worden. Afdeling 4. - Financiering

Onderafdeling 4 A. - Algemene aspecten

Art. 16.§ 1. VALORLUB wordt gefinancierd door de bijdragen van de leden en aangeslotenen. De jaarlijkse individuele bijdrage wordt berekend door de eenheidsbijdrage per liter te vermenigvuldigen met de hoeveelheden oliën die elk lid of aangeslotene op de markt brengt in België of voor eigen gebruik binnen hun inrichting(en) invoert.

De bijdragen worden op niet discriminerende wijzen geïnd bij de leden van en aangeslotenen bij VALORLUB § 2. De eenheidsbijdrage verschilt naargelang van het soort olie en het volume van de verpakking. De omvang van de eenheidsbijdrage wordt door VALORLUB vastgelegd om de verplichting i.v.m. deze overeenkomst te kunnen nakomen. De bijdrage kan jaarlijks aangepast worden op grond van, o.a., de werkelijke kosten van de ophaling en de verwerking.

De kosten betreffende de uitvoering van de terugnameplicht voor afgewerkte oliën van de gezinnen en afgewerkte oliën uit beroepsactiviteiten worden uitsluitend in elk van die categorieën ingedeeld op basis van objectieve criteria gerechtvaardigd t.o.v. de doelstellingen die de terugnameplicht nastreeft.

Zolang toepassing gemaakt wordt van het systeem tot inzameling van afgewerkte oliën en andere oliehoudende afval dat ontwikkeld werd ter uitvoering van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend te Straatsburg op 9 december 1996, wordt geen bijdrage geëist voor oliën die voor de binnenvaart bestemd zijn. § 3. De berekening van de eenheidsbijdrage en de motivatie ervan, overeenkomstig artikel 6, §§ 2 en 3, van het besluit, moeten minstens drie maanden op voorhand ter goedkeuring voorgelegd worden aan de Administratie, die met de andere Gewesten overleg pleegt en zich binnen een termijn van 40 dagen uitspreekt. § 4. VALORLUB voert een analytische boekhouding. De boekhouding van het orgaan zorgt ervoor dat de ontvangsten en uitgaven betreffende de huishoudelijke oliën, enerzijds, en de oliën uit beroepsactiviteiten, anderzijds, alsmede haar eigen werkingskosten klaar en duidelijk worden geïdentificeerd.

VALORLUB legt die boekhouding en alle bewijsstukken ter inzage van de Administratie zodra hij daarom verzoekt. § 5. Als de regelgeving het vereist, wentelen alle leden en aangeslotenen die nieuwe oliën op de markt brengen, het bedrag van hun bijdrage aan VALORLUB op dezelfde wijze op hun verkoopprijs af, waarbij ze duidelijk vermelden dat het gaat om een milieubijdrage in het beheer van de afgewerkte olie. In dit geval wordt ditzelfde bedrag vervolgens door de verdelers en garagisten, en dus door de hele distributieketting, op hun verkoopprijs afgewenteld. § 6. Als in tegenstelling tot paragraaf 5 geen enkele bestaande reglementaire bepaling een eenvormige afwenteling van de bijdrage op VALORLUB oplegt, beslist elk lid en/of aangeslotene individueel of, en in voorkomend geval hoe, de bijdragen een weerslag zullen hebben op hun prijzen en/of andere verkoopvoorwaarden. Ze zullen beslissen zonder overleg en zonder beraadslaging met andere leden, aangeslotenen of VALORLUB. § 6. Elke lid dat of aangeslotene die zich na het sluiten van de overeenkomst bij VALORLUB aansluit, verbindt zich ertoe alle in deze overeenkomst vastgelegde verplichtingen na te komen voorzover ze hem opgelegd worden, met inbegrip van de vóór de datum van aansluiting opeisbare verplichtingen. § 7. De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd vanaf 1 januari van het jaar waarvoor het lid of de aangeslotene niet kan bewijzen dat hij aan de terugnameplicht voldoet terwijl hij aan deze plicht is onderworpen of, in het tegenovergestelde geval, vanaf 1 januari 2007. De bijdrage is opeisbaar volgens de modaliteiten die in het toetredingscontract worden bepaald. § 8. VALORLUB legt jaarlijks zijn balansen en resultatenrekeningen voor het afgelopen jaar over en laat ze op eigen kosten door een bedrijfsrevisor controleren. Het verslag van de bedrijfsrevisor wordt aan de Administratie overgemaakt, samen met eventuele bewijsstukken.

Dat jaarverslag geeft duidelijk aan hoe het gemeenschappelijke systeem gefinancierd wordt. § 9. Overeenkomstig de regelgeving op de terugnameplicht stelt het beheersorganisme een zekerheid die gelijk is aan de geraamde kosten voor de overname, gedurende zes maanden, van de terugnameplicht door het Gewest of de publiekrechtelijke rechtspersonen belast met de ophaling van huishoudafval.

Het bedrag van de zekerheid wordt door de Administratie bepaald en stemt overeen met de kosten voor de tenlasteneming van afgewerkte huishoudelijke oliën gedurende een periode van zes maanden.

De zekerheid wordt gesteld, geëist en terugbetaald overeenkomstig de bepalingen van artikel 23 van het besluit. § 10. Het financiële plan moet de volgende beginselen in acht nemen: 1° VALORLUB moet over financiële reserves beschikken die haar in staat stellen ten minste zes maanden zonder inkomsten te werken;2° de milieuheffingen worden vastgesteld naar gelang van de aard van de olie en/of de hoeveelheid verpakking, waarbij de kosten worden verdeeld naar gelang van de huishoudelijke of beroepsmatige herkomst en er geen sprake is van kruisfinanciering;3° de reserves van VALORLUB mogen niet meer bedragen dan 18 maanden werkingskosten, berekend op het gemiddelde van de afgelopen 3 jaar. Indien deze regel wordt overschreden, legt VALORLUB een plan voor de aanzuivering van de reserves ter goedkeuring voor aan de Administratie.

Onderafdeling 4 B. - Afgewerkte huishoudelijke oliën ingezameld door publiekrechtelijke rechtspersonen

Art. 17.§ 1. Als er wordt vastgesteld dat de afgewerkte oliën van gezinnen die ingezameld zijn voor rekening van publiekrechtelijke rechtspersonen met pcb's besmet zijn, wordt de meerkost voor de verwerking van deze vloeistof vermenigvuldigd naar rato van de hoeveelheden die door de leden en aangeslotenen bij VALORLUB in het Waalse Gewest op de markt zijn gebracht, gedragen door VALORLUB, op voorwaarde dat de bepalingen van artikel 6, § 3, worden nageleefd en dat het volume van de besmette olie niet meer dan 24 m3 per jaar bedraagt.

Boven deze drempel worden de modaliteiten voor de tenlasteneming van de meerkost van de verwerking bepaald in onderlinge overeenstemming tussen de publiekrechtelijke personen en VALORLUB. § 2. VALORLUB zal de publiekrechtelijke rechtspersonen eenmaal per jaar en uiterlijk op 1 september de kosten terugbetalen die zijn gemaakt voor de selectieve inzameling en behandeling van afgewerkte huishoudelijke oliën die in het voorgaande jaar zijn ingezameld in alle gesloten en onder toezicht staande containerparken en andere openbare inzamelpunten, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele winsten.

Het door VALORLUB terug te betalen bedrag wordt bepaald als volgt: ( UITGAVEN + KOSTEN ) x BIJDRAGE Waarin: - het bedrag van de uitgaven wordt vastgelegd op basis van de facturen opgemaakt in het kader van de uitvoering van de regionale opdracht, in functie van de hoeveelheden afgewerkte oliën ingezameld gedurende het vorige jaar in al de containerparken en de andere gesloten en bewaakte inzamelpunten; - de kosten vertegenwoordigen de Administratieve en beheerskosten van de overheidsopdracht door publiekrechtelijke rechtspersonen; - de bijdrage bestaat uit het aandeel hoeveelheden oliën die op de markt zijn gebracht door de leden van of aangeslotenen bij VALORLUB, zoals omschreven in § 4 van dit artikel.

Wanneer de in het vorige lid bedoelde markt positief is, stellen de publiekrechtelijke rechtspersonen en VALORLUB de terugbetalingsvoorwaarden vast in de in artikel 17, § 5 bedoelde overeenkomst.

De Administratieve kosten en de beheerskosten van de overheidsopdracht van de Dienst worden in onderlinge overeenstemming tussen de Dienst en VALORLUB bepaald. § 3. De bijdrage bedoeld in de §§ 1 tot 2 wordt berekend met inachtneming van de hoeveelheden oliën voor particulieren die door de leden van of aangeslotenen bij VALORLUB op de markt worden gebracht of verkocht en de hoeveelheden oliën voor particulieren die op de markt worden gebracht of verkocht door producenten en invoerders die een individueel beheersplan voor afgewerkte oliën uitvoeren of zich bij een erkend orgaan aangesloten hebben. § 4. De Administratie of de publiekrechtelijke rechtspersonen mogen, ter uitvoering van de paragrafen 1 tot 2, geen bijdrage eisen, met uitzondering van een deel van de reële en volle kosten voor de inzameling en verwerking van bedoelde afval, met inbegrip van de kosten voor het Administratieve beheer en van de kosten voor de opvolging van de opdrachten. § 5. VALORLUB sluit met de privaatrechtelijke rechtspersonen die instaan voor de ophaling van huishoudafval een overeenkomst voor het gebruik van containerparken voor de ophaling van afgewerkte oliën van gezinnen en de bezoldiging van deze dienst.

De in aanmerking komende kosten hebben betrekking op: - de inzamelrecipiënten; - de communicatiecampagnes; - de infrastructuren; - het personeel; - de algemene kosten; - de bijkomende specifieke maatregelen vereist door VALORLUB om de kwaliteit en de veiligheid van de oliën te garanderen.

Ze omvatten de gewestelijke subsidies.

De gebruiks- en financieringsovereenkomst wordt opgemaakt volgens een model opgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de publiekrechtelijke rechtspersonen en het beheersorganisme, op voorstel van het beheersorganisme. Dat model houdt rekening met de regionale specificiteiten van de containerparken en met de specifieke verplichtingen die aan de begunstigden van de subsidies opgelegd kunnen worden overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 13 december 2007 betreffende de financiering van de afvalbeheerinstallaties.

Onderafdeling 4 C. - Afgewerkte oliën uit beroepsactiviteiten

Art. 18.§ 1. VALORLUB betaalt de kosten voor de terugname van afgewerkte oliën aan andere gebruikers dan huishoudens op forfaitaire basis terug. Dat forfaitair bedrag wordt bepaald naar gelang van de hoeveelheden en het type oliën, van de ophaalmethode en van de marktvoorwaarden voor de afgewerkte oliën, inzonderheid voor zeer kleine bedrijven. Daartoe moet de houder een ophaalattest voorleggen dat afgegeven wordt door één van de ophalers van afgewerkte oliën met wie VALORLUB een samenwerkingscontract gesloten heeft. § 2. VALORLUB kan aan de erkende ophalers met wie hij een samenwerkingscontract heeft gesloten, een forfaitaire som storten die berekend wordt naar gelang van de hoeveelheden en het type ingezamelde afgewerkte oliën, de ophaal- en verwerkingsmethode. Daartoe verstrekken de ophalers VALORLUB de gegevens betreffende de verrichte ophaling en verwerking overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, §§ 3 en 4, van deze overeenkomst en van artikel 5, 3, van het besluit.

VALORLUB houdt rekening met de gelijkheid en mededinging tussen de operatoren die verantwoordelijk zijn voor de inzameling, recyclage en valorisatie van afgewerkte oliën. § 3. VALORLUB betaalt aan elk lid dat of aangeslotene die hem daarom uitdrukkelijk verzoekt een som terug voor de door hem geproduceerde of ingevoerde hoeveelheid nieuwe olie die hij aan een groothandelaar heeft geleverd en die het op zijn beurt weer uitgevoerd heeft. De terug te betalen som stemt overeen met de bijdrage betaald door de aangeslotene aan VALORLUB bij het op de markt brengen van de betrokken hoeveelheid olie. Daartoe geeft het lid of de aangeslotene VALORLUB kennis van de weer uitgevoerde hoeveelheden oliën aan de hand van een verklaring op erewoord overgemaakt door de groothandelaar aan het lid, de aangeslotene of via een door het lid of aangeslotene gemachtigde derde, op het model opgemaakt door VALORLUB. VALORLUB regelt jaarlijks de terugbetaling mits een regularisatie van de jaarlijkse definitieve verklaring van het lid of de aangeslotene. § 4. De forfaitaire bedragen bedoeld in de §§ 1 en 2 worden jaarlijks door VALORLUB vastgelegd zodat de doelstellingen van de overeenkomst kunnen worden gehaald en dat de terugnameplicht helemaal wordt nagekomen. HOOFDSTUK VI. - Verbintenissen van het Gewest

Art. 19.§ 1. Het Gewest zal bij de andere gewestelijke overheden pleiten voor een zoveel mogelijke eenvormige regelgeving inzake terugnameplicht voor huishoudelijke afgewerkte oliën en oliën uit beroepsactiviteiten in de drie Gewesten, o.a. wat betreft de berekening van de bijdrage bedoeld in artikel 16, § 3. § 2. Het Gewest verbindt er zich toe te zorgen voor de strikte toepassing door alle actoren van de terugnameplicht en voor de verbalisering van de overtredingen. Het Gewest verbindt er zich toe bij alle actoren de nodige controles te laten uitvoeren. § 3. Om de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst mogelijk te maken en om de acties van VALORLUB, de organisaties, de leden en de aangeslotenen te bevorderen, verbindt het Gewest zich ertoe na overleg met VALORLUB de nodige bijkomende reglementaire bepalingen te nemen als de uitvoering van de terugnameplicht het vereist. § 4. Het Gewest verbindt zich ertoe bij de goedkeuring van de individuele beheersplannen ingediend door andere bedrijven dan die welke aan deze overeenkomst verbonden zijn, princiepen toe te passen die overeenstemmen met die van deze milieuovereenkomst. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen Afdeling 1. - Begeleidingscomité "afgewerkte huishoudelijke oliën"

Art. 20.§ 1. Er wordt een begeleidingscomité "afgewerkte huishoudelijke oliën" opgericht. Dat comité bestaat uit drie vertegenwoordigers van VALORLUB, uit twee vertegenwoordigers van de Administratie, één afgevaardigde van de voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen verantwoordelijke publiekrechtelijke rechtspersonen en uit één vertegenwoordiger van de Minister van Leefmilieu.

Dat comité volgt de uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst wat betreft de afgewerkte huishoudelijke oliën. Het onderzoekt de eventuele problemen die zich in het kader van de overeenkomt voordoen en legt de raad van bestuur van VALORLUB desgevallend voorstellen voor die hij noodzakelijk acht. § 2. Dat begeleidingscomité vergadert minstens één keer per jaar, op initiatief van de Administratie of op verzoek van één van de partijen. Afdeling 2. - Overleg- en uitwisselingsplatform

Art. 21.§ 1. VALORLUB richt een forum op voor overleg en uitwisseling met de vertegenwoordigers van de actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de milieuovereenkomst, waarin vertegenwoordigers van consumenten (huishoudens en beroepsbeoefenaren), KMO's en zeer kleine ondernemingen, milieuverenigingen, ophalings- en verwerkingsbedrijven, publiekrechtelijke rechtspersonen en de Administratie zitting hebben. § 2. Dit forum is een overlegorgaan dat tot doel heeft de deelnemers te informeren over de uitvoering van de milieuovereenkomst, de bereikte resultaten te presenteren en ideeën uit te wisselen om deze resultaten te verbeteren. Het forum moet ook dienen voor de discussie rond de weerslag van de samenstelling van nieuwe oliën op de uitvoering van de milieudoelstellingen. § 3. Het forum komt ten minste eenmaal bijeen binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst. Van elke vergadering worden notulen opgesteld die aan alle aanwezigen worden toegezonden. § 4. De wijze van uitvoering en de samenstelling van dit forum worden in onderling overleg tussen de Administratie en VALORLUB vastgesteld. Afdeling 3. - Geschillencommissie

Art. 22.§ 1. In geval van geschil bij de uitvoering van deze overeenkomst wordt een geschillencommissie samengesteld overeenkomstig artikel 19, § 1, 8°, van het besluit van 23 september 2010. Die commissie wordt samengesteld naargelang van de omvang van het geschil en bestaat steeds uit minstens twee vertegenwoordigers van de Administratie, drie vertegenwoordigers van VALORLUB, één vertegenwoordiger van de Minister van Leefmilieu en een afgevaardigde van de met het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen belaste publiekrechtelijke rechtspersonen. § 2. De Administratie neemt het secretariaat van de Commissie waar. De beslissingen van de Commissie worden bij consensus genomen. Indien geen consensus kan worden bereikt, brengt de Commissie verslag uit aan de Minister van Leefmilieu. § 3. In afwachting van de beslissing van de geschillencommissie zet VALORLUB zijn activiteiten als goede huisvader voort, met inachtneming van de bepalingen van deze overeenkomst. Afdeling 4. - Duur en einde van de overeenkomst

Art. 23.§ 1. Deze overeenkomst wordt gesloten voor een periode van twee jaar en treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel D85 van Boek I van het Milieuwetboek. § 2. De overeenkomst wordt uiterlijk twee jaar na haar inwerkingtreding door de partijen geëvalueerd, overeenkomstig artikel 88, § 1, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek. § 3. Na afloop van de overeenkomst worden alle wijzigingen die sinds de sluiting van deze overeenkomst in het regelgevingskader zijn aangebracht, geacht door het algemeen belang te zijn vereist en zijn zij van rechtswege van toepassing op de partijen. Afdeling 5. - Wijzigingen

Art. 24.§ 1. De bepalingen van deze milieuovereenkomst worden in onderlinge overeenstemming aangepast aan een eventuele Europese regelgeving terzake of aan elke andere verplichting voortvloeiend uit het internationale recht. § 2. Deze overeenkomst kan gewijzigd worden met de instemming van alle partijen en met inachtneming van de bepalingen van het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek. Afdeling 6. - Opzegging

Art. 25.Deze overeenkomst kan eenzijdig of gezamenlijk opgezegd worden met inachtneming van de bepalingen van het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek, van het decreet en het besluit, mits inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Als de opzegging niet door het Waalse Gewest wordt gevraagd, moet ze gezamenlijk door de andere partijen worden gevraagd.

De opzegging wordt, op straffe van nietigheid, bij ter post aangetekend schrijven meegedeeld aan alle ondertekenaars van de overeenkomst. De opzegtermijn gaat in op de eerste dag van de maand na de mededeling. Afdeling 7. - Bevoegdheidsclausule

Art. 26.Elk geschil dat uit deze milieuovereenkomst voortvloeit of dat er betrekking op heeft en waarvoor de in artikel 22 van deze overeenkomst bedoelde geschillencommissie geen oplossing vindt, valt onder de bevoegdheid van de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement van Namen. Afdeling 8. - Strafclausule

Art. 27.Als het Gewest een overtreding van bovenstaande bepalingen vaststelt, wordt VALORLUB daarvan bij aangetekend schrijven in kennis gesteld. VALORLUB maakt binnen twee maanden na de kennisgeving van de vastgestelde overtreding een bijsturingsplan aan de Administratie over.

Als de Administratie het plan verwerpt, geeft hij VALORLUB kennis daarvan bij aangetekend schrijven waarin de redenen van de weigering worden opgegeven. VALORLUB moet dan binnen een maand een bijgestuurd plan indienen, waarbij rekening wordt gehouden met de opmerkingen van de Administratie op straffe van een aan de Administratie te betalen boete van euro 15.000 € (vijftienduizend euro).

Tegen de beslissing van de Administratie kan een beroep worden ingediend bij de Minister van Leefmilieu. De Minister van Leefmilieu spreekt zich uit binnen een termijn van 40 dagen. Afdeling 9. - Slotbepalingen

Art. 28.De milieuovereenkomst is op ... te Namen gesloten en ondertekend door de vertegenwoordigers van elke partij.

Elke partij bericht ontvangst van één exemplaar van de overeenkomst.

Voor het Waalse Gewest: De Minister-President van de Waalse Regering, E. DI RUPO De Minister van Leefmilieu, C. TELLIER Voor de v.z.w. Belgische Petroleum Federatie: S. KUNTZ Voor de v.z.w. Lubricants Association Belgium: Ch. DEVROEY Voor de v.z.w. Federatie voor de Handel en Diensten (COMEOS): D. MICHEL Voor de v.z.w. TRAXIO Mobility Retail and Technical Distribution: D. PERWEZ Voor de v.z.w. VALORLUB: J. VANDEWEGHE

^