Beschikking van 04 april 2019
gepubliceerd op 30 april 2019
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2019011699
pub.
30/04/2019
prom.
04/04/2019
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2019011699

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


4 APRIL 2019. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht


Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, het geen volgt :

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 39 en 166 van de Grondwet.

Art. 2.In artikel 2 van de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht, worden de volgende bepalingen toegevoegd : « 10° het centrum voor gegevensverwerking en visualisering : verwerkingsstructuur opgericht binnen de Instelling om de opdrachten te vervullen die eraan toegewezen zijn door artikel 10/12 van deze ordonnantie ; 11° het geïntegreerd gewestelijk communicatie- en crisiscentrum : elektronische communicatie-infrastructuur opgericht binnen de Instelling overeenkomstig artikel 10/1 ;12° het Centrum voor Informatica voor het Brussels Gewest (CIBG) : instelling van openbaar nut, opgericht door artikel 27 van de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten en houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, die voor detoepassing van deze ordonnantie optreedt als beheerder van het Brusselse videobeschermingsplatform en de IT-ondersteuning van de Instelling ;13° het Brusselse videobeschermingsplatform : platform waarlangs het gedeelde gebruik van gegevens verloopt overeenkomstig de artikelen 10/2 en volgende van deze ordonnantie ;14° het Systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens : uit hardware en software bestaande technologie waarmee de beelden en de gegevens die verzameld worden door de leden van het Brusselse videobeschermingsplatform ter beschikking gesteld, gecentraliseerd, bewaard, opgeslagen en gedeeld gebruikt kunnen worden ;15° de Brusselse Controlecommissie : Commissie ingesteld door artikel 31 van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende de oprichting en organisatie van een gewestelijke dienstenintegrator ;16° het Strategisch Comité : het Strategisch Comité van het Brusselse videobeschermingsplatform bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van het platform, die aangeduid zijn door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ;17° de territoriale zone : grondgebied dat overeenstemt met elk van de zes politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bestaande uit een of meerdere gemeenten, overeenkomstig artikel 9 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus ;18° de bevoegdheidsperimeter : materieel bevoegdheidsdomein van de leden van rechtswege dat, buiten de machtigingen, hun toegang tot het gedeelde gebruik van beelden afbakent ;19° crisis- en noodsituatie : situatie die een onmiddellijk optreden van de bevoegde overheden en de inzet van de daarop afgestemde middelen vergt bij elke gebeurtenis die omwille van haar aard of gevolgen de vitale belangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedreigt, de essentiële behoeften van de bevolking aantast of de openbare orde, meer bepaald de openbare rust, gezondheid en veiligheid in het gedrang brengt ;20° de veiligheids- en mobiliteitsoperatoren : de instellingen en organen die wettelijk gemachtigd zijn om de openbare veiligheid te waarborgen, daartoe bij te dragen of te versterken, alsook de instellingen, organen en ondernemingen die de mobiliteit in het algemeen bevorderen, zoals de operatoren van het openbaar vervoer of de operatoren die instaan voor het verkeer en de verkeersveiligheid ;21° de uitwisselingen : elektronische communicatie van gegevens ;22° de wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens : de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens ;23° de camerawet : de wet van 21 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's type wet prom. 21/03/2007 pub. 20/11/2007 numac 2007000952 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's. - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's alsook alle uitvoeringsbesluiten daarvan ;24° de wet op het politieambt : de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt ;25° de algemene verordening over gegevensbescherming (AVG) : verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (« algemene verordening gegevensbescherming »).».

Art. 3.In artikel 4 van dezelde ordonnantie, wordt in paragraaf 1, 1., een tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt : « Bij het voorbereiden en uitvoeren van de beslissingen van de Brusselse Regering met het oog op de uitwerking van het plan bedoeld in artikel 37bis van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten « tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus » waarborgt de Instelling, overeenkomstig die bepaling, op basis van een globale, multidisciplinaire, transversale en geïntegreerde aanpak een geïntegreerd stedelijk veiligheidsbeleid op het grondgebied van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. ».

In hetzelfde artikel, worden een paragraaf 5 en een paragraaf 6 ingevoegd, luidend, als volgt : « § 5. De Instelling is universeel ontvanger van de beelden en gegevens van alle leden van het Brusselse videobeschermingsplatform bedoeld in artikel 10/3 van deze ordonnantie. § 6. Om haar opdrachten te vervullen, kan de Instelling onder meer om het even welke activiteit ontwikkelen of uitoefenen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met haar opdrachten.

Zij kan elke handeling uitvoeren die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met haar opdrachten. Zij kan onder meer partnerschapsovereenkomsten sluiten. Onder « partnerschap » verstaat men elke vorm van vereniging of samenwerking met partners uit de openbare en/of de privésector met het oog op de uitvoering van een van de opdrachten van de Instelling. ».

Art. 4.In dezelfde ordonnantie wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, getiteld « De coördinatie van het veiligheidsbeleid en het gedeelde gebruik van gegevens », dat bestaat uit vier afdelingen : « Afdeling I. Het geïntegreerd gewestelijk communicatie- en crisiscentrum », « Afdeling II. Het Brusselse videobeschermingsplatform », « Afdeling

III. Het centrum voor gegevensverwerking en visualisering » en « Afdeling IV. Gemeenschappelijke bepalingen ».

Art. 5.In hoofdstuk IV/1, Afdeling I, wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/1.§ 1. Binnen de Instelling wordt een geïntegreerd gewestelijk communicatie- en crisiscentrum opgericht. § 2. Het geïntegreerd gewestelijk communicatie- en crisiscentrum staat als elektronische communicatie-infrastructuur ter beschikking van de oproepcentrales van de hulpdiensten van de medische disciplines, de politie en de civiele veiligheid, die permanent de behandeling van de noodoproepen naar de nummers 100, 101 en 112 verzorgen, alsook van verschillende gewestelijke veiligheids- en mobiliteitsoperatoren.

Elk van de in het vorige lid bedoelde hulpdiensten en gewestelijke operatoren heeft toegang tot de eigen gegevens en beelden en is verantwoordelijk voor de verwerking daarvan met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen.

Het personeel van de betrokken diensten en instellingen is behoorlijk gemachtigd, overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen. § 3. In een crisis- of noodsituatie, zoals omschreven in artikel 2, 19°, van deze ordonnantie, komen de verbindingsagenten van de verschillende bevoegde diensten en iedere andere persoon die door zijn opdrachten of functie behoorlijk gemachtigd is, samen in het geïntegreerd gewestelijk communicatie- en crisiscentrum. ».

Art. 6.In dezelfde Afdeling, wordt ook een artikel 10/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/2.Het geïntegreerd gewestelijk communicatie- en crisiscentrum staat in voor de opvolging en de coördinatie van routinesituaties, geplande evenementen, maar ook van crisissituaties op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De organisatie en de werking ervan worden met inachtneming van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen geregeld in de vorm van protocollen tussen de Instelling en de betrokken diensten en instellingen. ».

Art. 7.In hetzelfde hoofdstuk, Afdeling II, wordt een artikel 10/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/3.Binnen de Instelling wordt een Brussels videobeschermingsplatform opgericht.

Het Brusselse videobeschermingsplatform omvat een systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens door de Instelling en de deelnemende leden, volgens de hierna bepaalde modaliteiten en binnen de perken vastgelegd door de Brusselse Controlecommissie. ».

Art. 8.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/4 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/4.Iedere uitwisseling van beelden en persoonsgegevens tussen de deelnemende leden in het videobeschermingsplatform geschiedt in overeenstemming met de machtigingen die vooraf verleend zijn door de Brusselse Controlecommissie bedoeld in de artikelen 31 en volgende van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende de oprichting en organisatie van een gewestelijke dienstenintegrator. ».

Art. 9.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/5 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/5.§ 1. Het platform is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Instelling, in haar hoedanigheid van universeel ontvanger, leden van rechtswege, aangesloten leden en geassocieerde leden. § 2. De Instelling is gemachtigd om de beelden en gegevens van alle leden van het Brusselse videobeschermingsplatform te ontvangen en te verwerken. Zij is in de zin van artikel 4, 7) van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming verwerkingsverantwoordelijke voor haar eigen gegevens en voor de gegevens die zij krijgt als universeel ontvanger.

Bij de uitoefening van haar opdrachten verwerkt de Instelling de gegevens die zij ontvangt enkel met de volgende doeleinden : 1° de geïntegreerde openbare veiligheid op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en daartoe ook de coördinatie van alle gewestelijke mobiliteits- en veiligheidsoperatoren, alsook het delen van beelden en gegevens tussen de vermelde diensten overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen en deze ordonnantie ;2° de handhaving van de openbare orde ;3° de verwerking van verkeersovertredingen vastgesteld door de politiediensten, steunend op de materiële bewijslast die middels camera's is verkregen ;4° de beheersing van crisis- en noodsituaties. § 3. Zijn van rechtswege lid van het Brusselse videobeschermingsplatform : de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (hierna de MIVB), Brussel Mobiliteit, de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (hierna « de DBDMH ») en de Haven van Brussel.

Elk lid is verwerkingsverantwoordelijke voor zijn eigen gegevens en wordt verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die het ontvangt van één of meerdere andere leden.

Onverminderd het vierde lid sluit elk van de leden van rechtswege met de Instelling een raamovereenkomst, waarvan de inhoud eerst ter advies is voorgelegd aan de Brusselse Controlecommissie. De raamovereenkomst bepaalt, met inachtneming van het wettigheids- en het proportionaliteitsbeginsel in het licht van de vooraf door de Brusselse Controlecommissie toegestane uitwisselingen, dat elk lid van rechtswege enkel toegang kan krijgen tot de beelden van de andere leden van rechtswege die genomen zijn in dezelfde perimeter als die waarvoor het bevoegd is.

Rekening houdend met de technische en organisatorische beperkingen en met de veiligheidsvereisten van het openbaar vervoersnet, sluiten de MIVB en de Instelling een protocolakkoord, waarvan de inhoud eerst ter advies is voorgelegd aan de Brusselse Controlecommissie, om ervoor te zorgen dat de beelden van de MIVB ter beschikking worden gesteld van het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens.

In een crisis- of noodsituatie kunnen de leden van rechtswege toegang krijgen tot de beelden van alle andere leden en richten zij daarvoor een met bijzondere redenen omkleed verzoek tot de Instelling. De toegang van de leden tot de beelden is toegelaten voor de duur die strikt noodzakelijk is om de situatie die de crisis of noodtoestand verantwoordde, op te lossen.

De Instelling houdt een register bij met de verrichte verwerkingen tijdens crisis- en noodsituaties. Dat register bevat onder meer informatie over de leden die de verwerking uitvoerden alsook de duur van toegang en de handelingen verricht op de beelden.

In noodsituaties is de Instelling in de zin van artikel 4, 7), van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming verwerkingsverantwoordelijke voor de beelden die zij ontvangt en waartoe zij in voorkomend geval toegang verleent volgens de finaliteiten bepaald in § 2. § 4. Onverminderd de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen zijn de zes politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangesloten leden van het Brusselse videobeschermingsplatform,.

Elk lid is verwerkingsverantwoordelijke voor zijn eigen gegevens en wordt verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens die het van één of meerdere andere leden ontvangt.

Het aangesloten lid neemt effectief deel aan het Brusselse videobeschermingsplatform zodra het met de Instelling een aansluitingsovereenkomst, waarvan de inhoud eerst ter advies is voorgelegd aan de Brusselse Controlecommissie, gesloten heeft.

De aansluitingsovereenkomst bepaalt dat iedere aangesloten politiezone toegang kan krijgen tot de beelden van alle leden die genomen zijn in dezelfde territoriale zone als die waarin zij zich bevindt.

Gelet op de taak van de politiezones om de veiligheid te handhaven en daartoe inbreuken vast te stellen en de personen die daarvan verdacht worden, te vervolgen, biedt de aansluitingsovereenkomst elke aangesloten politiezone de mogelijkheid om ook toegang te krijgen tot de beelden van de andere leden die in de aan haar zone grenzende territoriale zones genomen zijn.

In crisis- of noodsituaties kunnen de aangesloten leden eveneens toegang krijgen tot de beelden van alle andere leden, met name door daarvoor een verzoek in te dienen, overeenkomstig § 3, vijfde lid, en dat onverminderd andere wettelijke bepalingen die hen daartoe machtigen. § 5. Onverminderd de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen kunnen onder meer de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (hierna de NMBS) alsook de federale politie geassocieerd lid worden van het Brusselse videobeschermingsplatform, mits het Strategisch Comité daarmee instemt.

Het geassocieerd lid neemt effectief deel aan het Brusselse videobeschermingsplatform zodra het met de Instelling een associatieovereenkomst, waarvan de inhoud eerst ter advies is voorgelegd aan de Brusselse Controlecommissie, gesloten heeft. ».

Art. 10.In dezelde Afdeling, wordt een artikel 10/6 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/6.§ 1. Binnen het Brusselse videobeschermingsplatform wordt een Strategisch Comité opgericht. § 2. Dat Strategisch Comité bestaat uit zes leden, waarvan de vertegenwoordigers door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aangesteld worden volgens onderstaande verdeelsleutel : - een vertegenwoordiger van de Instelling, voorgedragen door de Minister-President ; - een vertegenwoordiger van de MIVB, voorgedragen door de Minister bevoegd voor vervoer ; - een vertegenwoordiger van Brussel Mobiliteit, voorgedragen door de Minister bevoegd voor vervoer ; - een vertegenwoordiger van de politiezones, volgens de modaliteiten vastgelegd hieronder in § 3 ; - een vertegenwoordiger van het CIBG, voorgedragen door de Minister of Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor gewestelijke en gemeentelijke informatica en digitalisering ; - een vertegenwoordiger van de DBDMH, voorgedragen door de Minister of Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor brandbestrijding en dringende medische hulp. § 3. Afhankelijk van de volgorde waarin de politiezones tot het Brusselse videobeschermingsplatform toetreden, wijst elke politiezone volgens een beurtrol een lid van zijn Politiecollege aan, dat tot taak krijgt alle politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te vertegenwoordigen in het Strategisch Comité voor een periode van hoogstens twee jaar, met mogelijke verlenging nadat alle zones vertegenwoordigd zijn.

Het Strategisch Comité wordt voorgezeten door de Minister-President of desgevallend door de leidend ambtenaar van de Instelling. § 4. Het Strategisch Comité keurt binnen de maand na zijn aantreden een huishoudelijk reglement, zoals voorgesteld door de beheerder, goed. Dat reglement treedt in werking na bekrachtiging ervan door de Regering.

Het Strategisch Comité vergadert volgens de voorwaarden en modaliteiten die vastgelegd zijn in zijn huishoudelijk reglement.

Het Strategisch Comité komt minstens 3 keer per jaar bijeen, of op verzoek van de meerderheid van zijn leden of de beheerder.

Ook bij de opname van een nieuw lid komt het Strategisch Comité bijeen en het ziet toe op de naleving van het vijfjaarlijkse financieringsplan, rekening houdend met de impact van de opname van het lid op de begroting.

Het Strategisch Comité beslist bij eenvoudige meerderheid. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Het ziet er daarbij op toe dat belangenconflicten worden voorkomen volgens de regels bepaald in zijn huishoudeljik reglement.

Afhankelijk van de agenda kan het Strategisch Comité iedere natuurlijke of rechtspersoon uitnodigen om aan zijn werkzaamheden deel te nemen. Zij hebben geen stemrecht. De nadere regels voor uitnodiging en deelname zullen in het huishoudelijk reglement vastgelegd worden.

De beheerder verzorgt het secretariaat van het Strategisch Comité. § 5. Het Strategisch Comité heeft tot taak beslissingen te nemen over de verschillende strategische krachtlijnen van het Brusselse videobeschermingsplatform en erop toe te zien dat de beheerder de hem toegekende opdrachten correct uitvoert.

Als dusdanig : 1° ziet het Strategisch Comité toe op de naleving van de regels inzake goed bestuur onder de leden van het platform, de beheerder en de exploitant ;2° brengt het Strategisch Comité advies uit over het vijfjaarlijkse financieringsplan met vastlegging van het jaarlijkse budget nodig voor de uitrol en het beheer van het Brusselse videobeschermingsplatform. Dat plan dient door de beheerder voorgesteld en ter goedkeuring aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voorgelegd te worden ; 3° brengt het Strategisch Comité advies uit over het strategische vijfjarenplan zoals uitgewerkt door de beheerder, in overleg met de Instelling.In dat plan wordt de aanwending van het jaarbudget toegelicht, rekening houdend met de verrichte investeringen en de exploitatiekosten van het Brusselse videobeschermingsplatform ; 4° brengt het Strategisch Comité elk jaar aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering verslag uit over de activiteiten van het Brusselse videobeschermingsplatform en over de uitvoering van het strategische vijfjarenplan op basis van een rapport opgesteld door de beheerder ;5° mag het Strategisch Comité intern werkgroepen oprichten, waaraan het taken toevertrouwt met het oog op de goede werking en de uitbouw van het Brusselse videobeschermingsplatform en op voorwaarde dat die taken niet vervuld kunnen worden door de beheerder of de exploitant van het platform. Het secretariaat van de werkgroepen wordt verzorgd door de beheerder ; 6° brengt het Strategisch Comité op verzoek van de Instelling advies uit over mogelijke conflicten die zich voordoen tussen de beheerder en de leden van het platform. § 6. Bij besluit kan de Regering de samenstelling, de bevoegdheden en de werkingsregels van het Strategisch Comité wijzigen. ».

Art. 11.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/7 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/7.§ 1. Met uitzondering van de Instelling stelt elk lid van het Brusselse videobeschermingsplatform, met inachtneming van de voorwaarden van deze ordonnantie, de beelden die het verzamelt met zijn eigen videobeschermingscamera's via het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens ter beschikking van de andere leden.

Een lid dat dit niet doet, is behoudens overmacht hiervoor aansprakelijk en kan als het in het Strategisch Comité zetelt, uit dit comité uitgesloten worden. § 2. Met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen mag de Instelling beelden en gegevens van openbare en privé-ondernemingen verzamelen die zij verkregen heeft via de politiezones in hun hoedanigheid van aangesloten lid van het platform. Daartoe verstuurt de betrokken onderneming op vrijwillige basis haar beelden naar de territoriaal bevoegde poitiezone. De beelden van de onderneming worden vervolgens toegankeljik via het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens, mits de voorwaarden die vastgelegd zijn in deze ordonnantie worden nageleefd. ».

Art. 12.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/8 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/8.§ 1. De toegang tot de gedeeld gebruikte beelden gebeurt op basis van profielen. De houders van die profielen beschikken over toegangsrechten tot een bepaald aantal functies binnen de perken van de machtigingen die verleend zijn door de Brusselse Controlecommissie.

De door elk van de leden van het platform als contactpersoon aangestelde vertegenwoordiger richt een aanvraag tot de beheerder om een profiel en de overeenkomstige toegangsrechten toe te kennen aan die gebruiker, overeenkomstig de door de beheerder vastgelegde procedure.

De beheerder controleert eerst de door de Brusselse Controlecommissie verleende machtiging en de door de betrokken gebruiker gevolgde vereiste opleiding. Vervolgens behandelt hij het verzoek naargelang van de opgegeven profielen.

De exploitant dient in te staan voor de aanmaak van de toegangen, afhankelijk van de noden van elk lid op het ogenblik van de toetreding tot het Brusselse videobeschermingsplatform. Daartoe implementeert de exploitant een technologie die zorgt voor de identificatie en authenticatie van de gebruikers die inloggen op het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens, voor de tracering van die inlogbewegingen alsook voor de overeenkomst van de technische configuratie van het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens met de machtigingen die verleend zijn door de Brusselse Controlecommissie. § 2. De generieke profielen zijn in drie categorieën ingedeeld : - de profielen voor het aansturen van de videobeschermingscamera's en het in realtime bekijken van de beelden.

De realtimeprofielen hebben toegang tot de aansturing van de videobeschermingscamera's en het in realtime bekijken van de beelden van die camera's, binnen de perken van onder meer de camerawet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten alsook van deze ordonnantie ; - de profielen voor uitgestelde beeldvisualisering en voor het exporteren van video-opnamen.

De « uitgesteld »-profielen hebben enkel toegang tot de opgenomen en opgeslagen beelden voor onderzoekingen en exportdoeleinden, binnen de perken van onder meer de camerawet, de wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de Algemene Verordening over Gegevensbescherming.

Deze profielen verlenen de gebruikers enkel toegang tot de beelden van de videobeschermingscamera's van het lid waarvan zij afhangen, behoudens bij wet of bij machtiging van de Brusselse Controlecommissie bepaalde uitzonderingen ; - de « transversale » profielen betreffen de aspecten in verband met onderhoud, beveiliging en administratie van het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens. De transversale profielen geven geen toegang tot het bekijken van de realtime beelden, tenzij dat noodzakelijk is in voornoemde gevallen.

Het Strategisch Comité legt die profielen ter advies voor aan de Brusselse Controlecommissie. § 3. Het Strategisch Comité mag deze generieke profielen wijzigen en bijkomende gemengde profielen vastleggen die bestaan uit een combinatie van de voormelde generieke profielen. Zowel de wijzigingen van de generieke profielen als de aanmaak van bijkomende gemengde profielen zijn onderworpen aan het advies van de Brusselse Controlecommissie. ».

Art. 13.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/9 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/9.§ 1. Het CIBG vervult de functie van beheerder van het Brusselse videobeschermingsplatform.

Het treedt ten aanzien van de leden van het platform op als verwerker in de zin van artikel 4, 8), van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming, volgens de nadere regels die in deze ordonnantie zijn vastgelegd.

Deze verwerking wordt nader omschreven in een overeenkomst tussen de leden van het platform en de beheerder, waarvan de inhoud eerst ter advies voorgelegd is aan de Brusselse Controlecommissie en die bepaalt welke waarborgen de verwerker moet bieden in het licht van de organisatorische en de technische beveiligingsmaatregelen voor de verwerkingen, die bepaalt welke verantwoordelijkheid de verwerker draagt ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke en die de verwerker en alle personen die onder zijn gezag handelen verplicht om uitsluitend te handelen in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke, overeenkomstig artikel 28.3 van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming. § 2. Het CIBG is bevoegd voor het beheer van de juridische aspecten in verband met de werking van het Brusselse videobeschermingsplatform en van de technische aspecten in verband met de werking van het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens en voor het aankoopbeheer. Deze bevoegdheden worden beschreven in de associatie- en aansluitingsovereenkomsten van de leden van het platform. ».

Art. 14.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/10 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/10.§ 1. In zijn hoedanigheid van beheerder wijst het CIBG met de voorafgaande instemming van de leden van het platform en met inachtneming van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten, een exploitant aan waaraan het de exploitatiediensten van het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens en het backbone-netwerk toevertrouwt.

De exploitant treedt op als verwerker van de beheerder in de zin van artikel 4, 8), van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming.

Deze verwerking wordt nader omschreven in een overeenkomst tussen de beheerder en de exploitant, die bepaalt welke waarborgen de verwerker moet bieden in het licht van de organisatorische en de technische beveiligingsmaatregelen voor de verwerkingen, die bepaalt welke verantwoordelijkheid de verwerker draagt ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke en die de verwerker en alle personen die onder zijn gezag handelen verplicht om uitsluitend te handelen in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke, overeenkomstig artikel 28.3 van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming. § 2. De exploitant staat de beheerder bij voor het vervullen van de opdrachten die hem door deze ordonnantie zijn toevertrouwd. De exploitant staat onder meer in voor de integratie van de videobeschermingscamera's van de leden in het systeem voor het gedeelde gebruik van beelden en gegevens, de administratie van de toegangsrechten van de leden tot dat systeem, overeenkomstig de machtigingen verleend door de Brusselse Controlecommissie en hij ziet toe op de installatie en de goede werking van het back-bonenetwerk.

Deze bevoegdheden worden beschreven in de verwerkingsovereenkomst. ».

Art. 15.In dezelfde Afdeling, wordt een artikel 10/11 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/11.De Regering kan bij besluit, waarvan het ontwerp ter advies voorgelegd wordt aan de Brusselse Controlecommissie, de operationele en werkingsregels van het Brusselse videobeschermingsplatform aanvullen en de samenstelling daarvan, binnen de perken van haar bevoegdheden, wijzigen. ».

Art. 16.In hetzelfde hoofdstuk, Afdeling III, wordt een artikel 10/12 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/12.Binnen de Instelling wordt een Centrum voor gegevensverwerking en visualisering opgericht.

Het Centrum voor gegevensverwerking en visualisering verwerkt de bewakingscamerabeelden in de zin van artikel 2, 4° tot 4° /3 van de camerawet en van artikel 25/2 van de wet op het politieambt, alsook de daarop betrekking hebbende gegevens die de Instelling in haar hoedanigheid van universeel ontvanger krijgt van het Brusselse videobeschermingsplatform, op basis van de machtigingen die vooraf verleend zijn door de Brusselse Controlecommissie.

Het Centrum voor gegevensverwerking en visualisering is samengesteld uit personeel dat conform de geldende wettelijke bepalingen behoorlijk gemachtigd is.

De Instelling is in de zin van artikel 4, 7), van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen die plaatsvinden in het Centrum voor gegevensverwerking en visualisering.

Het Centrum voor gegevensverwerking en visualisering treedt op in de hoedanigheid van verwerker van de Instelling in de zin van artikel 4, 8), van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming. Daartoe sluit het overeenkomstig artikel 28 van de Algemene Verordening over Gegevensbescherming een verwerkingsovereenkomst, waarvan de inhoud eerst ter advies voorgelegd is aan de Brusselse Controlecommissie. ».

Art. 17.In hetzelfde hoofdstuk, Afdeling IV, wordt een artikel 10/13 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/13.De verwerkingen van persoonsgegevens waarin deze ordonnantie voorziet, gebeuren met inachtneming van de wetgeving over de bescherming van persoonsgegevens en onder meer de wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, de camerawet, de wet op het politieambt en de Algemene Verordening over Gegevensbescherming. ».

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 4 april 2019.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, D. GOSUIN De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, C. FREMAULT _______ Nota Documenten van het Parlement : Gewone zitting 2018-2019 A-774/1 Ontwerp van ordonnantie.

A-774/2 Verslag.

Integraal verslag : Bespreking en aanneming : vergadering van vrijdag 22 maart 2019.


begin


Publicatie : 2019-04-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^