Etaamb.openjustice.be
Beschikking van 27 november 2008
gepubliceerd op 15 december 2008

Ordonnantie betreffende de ondersteuning van de « missions locales pour l'emploi » en de lokale werkwinkels

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2008031617
pub.
15/12/2008
prom.
27/11/2008
ELI
eli/ordonnantie/2008/11/27/2008031617/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

27 NOVEMBER 2008. - Ordonnantie betreffende de ondersteuning van de « missions locales pour l'emploi » en de lokale werkwinkels (1)


HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze ordonnantie, wordt verstaan onder : 1° « werkzoekende » : de niet-werkende werkzoekende die ingeschreven is bij ACTIRIS of in aanmerking komt voor inschrijving bij ACTIRIS;2° « erkende werking » : de activiteiten of het deelluik van de activiteiten, genaamd deelwerking, waarvoor de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, erkend is krachtens deze ordonnantie;3° « activiteiten van socio-professionele inschakeling » : de activiteiten die de toegang vergemakkelijken voor laaggeschoolde werkzoekenden tot een betrekking die door de sociale zekerheid wordt gedekt, en de vorm kunnen aannemen van activiteiten van onthaal en begeleiding met het oog op het bepalen van hun beroepsproject en de uitvoering ervan in het kader van een inschakelingstraject of ondersteuning bij het zoeken naar werk;4° « contract voor beroepsproject » : de overeenkomst tussen, enerzijds, de werkzoekende en, anderzijds, ACTIRIS, die op maat van de werkzoekende een persoonlijk beroepsproject bepaalt en in een actieplan voorziet dat de verschillende stappen tot het vinden van werk bevat.De verschillende fasen in het project worden uitgevoerd door ACTIRIS en zijn gemachtigde partners; 5° « gemachtigde partner » : de partner van ACTIRIS erkend krachtens deze ordonnantie of de tewerkstellingsoperator als bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004, die met ACTIRIS een overeenkomst heeft gesloten;6° « plaatselijke instellingen voor socio-professionele inschakeling » : de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, de door de gewest- en gemeenschapsoverheden ingerichte, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen en de verenigingen zonder winstoogmerk als bedoeld in artikel 3, 1°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004;7° « zeer kleine onderneming » : de natuurlijke persoon die een commerciële activiteit uitoefent en het bedrijf of de vereniging zonder winstoogmerk bij wie of waarin het jaargemiddelde van het personeelsbestand van het laatst afgesloten boekjaar hoogstens tien bedraagt, berekend in voltijdse equivalenten;8° « ordonnantie gemengd beheer » : de ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;9° « besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004 » : het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004 houdende uitvoering van de ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;10° « Regering » de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;11° « ACTIRIS » : de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, als gereglementeerd bij de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;12° « ESRBHG » : de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Wordt erkend onder de benaming « mission locale pour l'emploi » of onder de benaming lokale werkwinkel, de vereniging zonder winstoogmerk die in haar werking of deelwerking tot doel heeft de inschakeling op de arbeidsmarkt van werkzoekenden te bevorderen of een dergelijke inschakeling te organiseren. § 2. De « mission locale pour l'emploi » en de lokale werkwinkel richten zich tot de werkzoekende : 1° die er uit eigen beweging om dienstverlening verzoekt of die er uitgenodigd wordt.Er wordt daarbij bijzondere aandacht verleend aan de werkzoekende die van de arbeidsmarkt verwijderd staat omwille van inzonderheid zijn scholingsgraad of inschrijvingsduur als werkzoekende; 2° of er, omwille van een gebrek aan een aannemelijk of haalbaar beroepsproject of omwille van de afstand die hem scheidt van de arbeidsmarkt, door ACTIRIS naartoe wordt geleid. Afdeling 1. - Algemene opdrachten

Art. 2.§ 1. De vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, verricht de volgende activiteiten : 1° het onthaal en de voorlichting van de werkzoekende;2° de hulp bij inschrijving van de werkzoekende bij ACTIRIS;3° het uitwerken en het bepalen van een beroepsproject;4° in voorkomend geval, het opstellen of hulp bij de opstelling van een contract voor beroepsproject;5° de bijstand bij het zoeken naar werk;6° de toeleiding naar en de opvolging van activiteiten van opleiding;7° het voorbereiden op werk en de jobcoaching ter voorbereiding op de aanwerving, alsook na de aanwerving;8° het beheer van het hele verloop van het inschakelingstraject of, in voorkomend geval, een onderdeel van dit traject, ter verwezenlijking van het contract voor beroepsproject. § 2. De vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, waakt erover dat het contract voor beroepsproject als bedoeld in § 1, 4°, wordt uitgevoerd, in voorkomend geval door een beroep te doen op de plaatselijke instellingen voor socioprofessionele inschakeling, de organisaties die activiteiten van socio-professionele inschakeling verrichten of de gemachtigde partners. § 3. De vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, kan de werkzoekende aan wie ze de diensten verleent, één of meer activiteiten als bedoeld in § 1, 5° tot en met 7° voorstellen, indien een dergelijk aanbod voor de werkzoekende een meerwaarde oplevert met het oog op zijn inschakeling op de arbeidsmarkt. Dit aanbod kan worden verwezenlijkt door een beroep te doen op de plaatselijke instellingen voor socio-professionele inschakeling, de organisaties die activiteiten van socio-professionele inschakeling verrichten of de gemachtigde partners. § 4. ACTIRIS bepaalt, in overleg met het geheel van de verenigingen als bedoeld in artikel 3, § 1, het algemeen kader van de door de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, te volgen methodologie bij het verrichten van de activiteiten als bedoeld in § 1.

Het overleg geschiedt in de schoot van het samenwerkingscomité als bedoeld in artikel 15. § 5. Na advies van de ESRBHG kan de Regering de activiteiten als bedoeld in § 1 aanpassen. Afdeling 2. - Bijzondere opdrachten

Art. 3.§ 1. In het kader van haar werking of deelwerking verricht de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, zelf bijzondere opdrachten of verleent ze ondersteuning bij de verwezenlijking ervan.

Volgende activiteiten worden beschouwd als bijzondere opdrachten : 1° de schakelactiviteiten met het oog op de totstandkoming van samenwerkingen tussen de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, en de operatoren, structuren en organisaties als bedoeld in § 2. Deze samenwerkingen beogen de projectontwikkeling omtrent werkgelegenheid en met name de ontwikkeling van een aanbod op het vlak van beroeps- en opleidingservaringen op de werkvloer, of van enig ander initiatief dat op termijn kan leiden tot een betrekking die door de sociale zekerheid wordt gedekt.

De Regering kan nader bepalen wat verstaan wordt onder een betrekking die door de sociale zekerheid wordt gedekt; 2° de krachtenbundeling en de informatieverstrekking binnen de gebiedsomschrijving bepaald overeenkomstig artikel 11, met betrekking tot de operatoren, structuren en organisaties als bedoeld in § 2, met het oog op de bevordering van activiteiten van tewerkstelling, met name middels netwerkvorming;3° het verkennen van werkaanbiedingen in zeer kleine ondernemingen alsook, na overleg met ACTIRIS, in elke andere onderneming. § 2. Voor het geheel van de activiteiten als bedoeld in § 1, 1°, kan een samenwerking ontwikkeld worden tussen de volgende operatoren, structuren en organisaties : 1° operatoren van socio-professionele inschakeling;2° operatoren van beroepsopleiding en onderwijs;3° structuren die een stelsel van alternerend werken en leren of onderwijs aanbieden;4° ondernemingen, verenigingen zonder winstoogmerk en overheden die beroeps- en opleidingservaringen op de werkvloer aanbieden. Deze operatoren, structuren en organisaties zijn in de eerste plaats bedrijvig binnen de gebiedsomschrijving bepaald overeenkomstig artikel 11. § 3. De activiteiten als bedoeld in § 1, 1°, geschieden in afstemming met ACTIRIS, na overleg in de schoot van het samenwerkingscomité als bedoeld in artikel 15.

De overeenkomst als bedoeld in artikel 6 verduidelijkt de modaliteiten van deze afstemming. § 4. De Regering kan nader bepalen wat onder projectontwikkeling wordt verstaan. Zij kan bijkomende voorwaarden bepalen. Afdeling 3. - Bepalingen gemeenschappelijk

aan de algemene en bijzondere opdrachten

Art. 4.Met het oog op het verrichten van de activiteiten als bedoeld in artikel 4, § 1, en in artikel 5, § 1, sluiten de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, en ACTIRIS een driejarige overeenkomst.

De overeenkomst bepaalt minstens : 1° de nadere uitvoeringsmodaliteiten van voornoemde activiteiten;2° de verdere invulling en de toepassingsvoorwaarden van de methodologie als bedoeld in artikel 4, § 4;3° de verbintenissen van de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, en ACTIRIS op het vlak van de te bereiken operationele doelstellingen, evenals de evaluatie ervan. Na advies van het samenwerkingscomité als bedoeld in artikel 15 en van de ESRBHG, bepaalt de Regering de modaliteiten voor de omschrijving en de evaluatie van de operationele doelstellingen; 4° wat wordt verstaan onder bijzondere aandacht en onder werkzoekende die van de arbeidsmarkt verwijderd staat als bedoeld in artikel 3, § 2, 1°. HOOFDSTUK III. - Over de erkenning Afdeling 1. - « Missions locales pour l'emploi »

Art. 5.§ 1. Na advies van het beheerscomité van ACTIRIS en van de ESRBHG, erkent de Regering de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, als « mission locale pour l'emploi ».

Om erkend te worden en te blijven, moet de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, de volgende voorwaarden vervullen : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;2° de hoofdzetel van de activiteiten, dat wil zeggen de plaats waar recurrente activiteiten in verband met het maatschappelijk doel van de vereniging worden uitgevoerd, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben;3° in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest activiteiten verrichten als bedoeld in deze ordonnantie en overeenkomstig de voorwaarden als bepaald door deze ordonnantie;4° krachtens artikel 3, § 2, van de ordonnantie gemengd beheer, de toelating genieten om activiteiten te verrichten als bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, en § 3, 2°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004;5° statuten aannemen die bepalen dat de raad van bestuur als volgt is samengesteld : a) minstens een kwart van de leden van de raad van bestuur vertegenwoordigt actoren die, binnen de gebiedsomschrijving bepaald overeenkomstig artikel 11, actief zijn op het vlak van de inschakeling van werkzoekenden op de arbeidsmarkt;b) een vertegenwoordiging van elke gemeente binnen de gebiedsomschrijving als bepaald overeenkomstig artikel 11, door minstens een lid per gemeente;c) minstens een lid van de raad van bestuur vertegenwoordigt de representatieve werknemersorganisaties, en minstens een lid van de raad van bestuur vertegenwoordigt de representatieve werkgeversorganisaties;6° zich ertoe verbinden jaarlijks een actieplan aangaande de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen op het vlak van de opdrachten als bedoeld in hoofdstuk II, alsmede een activiteitenverslag aan ACTIRIS over te maken;7° zich ertoe verbinden zich te schikken naar het toezicht uitgeoefend door de in artikel 17 bedoelde ambtenaren en beambten. § 2. De Regering kan de in § 1, tweede lid bedoelde voorwaarden wijzigen.

In uitzonderlijke omstandigheden, kan de Regering afwijken van de in § 1, tweede lid bedoelde voorwaarden. § 3. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en haar uitvoeringsbesluiten, organiseert de Regering een mechanisme van stelselmatige opvolging volgens de modaliteiten die zij bepaalt en maakt zij de erkenning afhankelijk van de verbintenis, door de vereniging, om dit systeem toe te passen. § 4. In geen geval mag de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, dienstverlening weigeren aan een werkzoekende om reden dat zijn woonplaats niet gelegen is in de gebiedsomschrijving van de vereniging zoals bepaald overeenkomstig artikel 11.

Art. 6.§ 1. Per gebiedsomschrijving bepaald overeenkomstig artikel 11, kan de Regering verschillende « missions locales pour l'emploi » erkennen. § 2. De erkende vereniging voert de benaming « mission locale pour l'emploi ».

Alleen de krachtens deze ordonnantie erkende vereniging is gerechtigd de benaming als bedoeld in het eerste lid te voeren.

De benaming als bedoeld in het eerste lid wordt op een zichtbare plaats aangebracht in de voor het publiek toegankelijke lokalen waar de krachtens onderhavige ordonnantie door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkende activiteiten plaatsvinden.

De benaming als bedoeld in het eerste lid alsmede de vermelding « met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest/avec le soutien de la Région de Bruxelles-Capitale », gevolgd door het logo van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt op alle externe communicatie betreffende deze activiteiten aangebracht. Afdeling 2. - Lokale werkwinkels

Art. 7.§ 1. Na advies van het beheerscomité van ACTIRIS en van de ESRBHG, erkent de Regering de deelwerking van de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, als lokale werkwinkel.

Om erkend te worden en te blijven, moet de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1 en in de schoot waarvan de deelwerking is opgericht, de volgende voorwaarden vervullen : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;2° de hoofdzetel van de activiteiten, dat wil zeggen de plaats waar recurrente activiteiten in verband met het maatschappelijk doel van de vereniging worden uitgevoerd, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben;3° in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de deelwerking verrichten als bedoeld in deze ordonnantie en overeenkomstig de voorwaarden als bepaald door deze ordonnantie;4° krachtens artikel 3, § 2, van de ordonnantie gemengd beheer, de toelating genieten om activiteiten te verrichten als bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, en § 3, 2°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004;5° statuten aannemen die bepalen dat de raad van bestuur als volgt is samengesteld : a) minstens een kwart van de leden van de raad van bestuur vertegenwoordigt actoren die, binnen de gebiedsomschrijving bepaald overeenkomstig artikel 11, actief zijn op het vlak van de inschakeling van werkzoekenden op de arbeidsmarkt;b) minstens een lid van de raad van bestuur vertegenwoordigt de representatieve werknemersorganisaties, en minstens een lid van de raad van bestuur vertegenwoordigt de representatieve werkgeversorganisaties;6° wat de deelwerking betreft, zich ertoe verbinden jaarlijks een actieplan aangaande de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen op het vlak van de opdrachten als bedoeld in hoofdstuk II, alsmede een activiteitenverslag aan ACTIRIS over te maken;7° wat de deelwerking betreft, zich ertoe verbinden zich te schikken naar het toezicht uitgeoefend door de in artikel 17 bedoelde ambtenaren en beambten;8° een overeenkomst sluiten met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in het kader van een samenwerkingsakkoord tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Vlaamse Gemeenschap, en in het kader van een samenwerkingsprotocol tussen ACTIRIS en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. § 2. De Regering kan de in § 1, tweede lid, bedoelde voorwaarden wijzigen.

In uitzonderlijke omstandigheden, kan de Regering af wijken van de in § 1, tweede lid, 1° tot en met 7° bedoelde voorwaarden. § 3. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en haar uitvoeringsbesluiten, organiseert de Regering een mechanisme van stelselmatige opvolging volgens de modaliteiten die zij bepaalt en maakt zij de erkenning afhankelijk van de verbintenis, door de vereniging, om dit systeem toe te passen. § 4. In geen geval mag de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, dienstverlening weigeren aan een werkzoekende om reden dat zijn woonplaats niet gelegen is in de gebiedsomschrijving van de vereniging zoals bepaald overeenkomstig artikel 11.

Art. 8.§ 1. Per gebiedsomschrijving bepaald overeenkomstig artikel 11, kan de Regering hoogstens een lokale werkwinkel erkennen. § 2. De vereniging voert voor haar erkende deelwerking de benaming « lokale werkwinkel ».

Alleen de vereniging met een deelwerking erkend krachtens deze ordonnantie is gerechtigd met betrekking tot die deelwerking de benaming als bedoeld in het eerste lid te voeren.

De benaming als bedoeld in het eerste lid wordt op een zichtbare plaats aangebracht in de voor het publiek toegankelijke lokalen waar de krachtens onderhavige ordonnantie door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkende activiteiten plaatsvinden.

De benaming als bedoeld in het eerste lid alsmede de vermelding « met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest/avec le soutien de la Région de Bruxelles-Capitale », gevolgd door het logo van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt op alle externe communicatie betreffende deze activiteiten aangebracht. Afdeling 3. - Bepalingen gemeenschappelijk

aan de « missions locales pour l'emploi » en de lokale werkwinkels

Art. 9.De Regering verleent de erkenning voor een duur van drie jaren en zorgt ervoor dat het volledige grondgebied van het Gewest gedekt wordt door het geheel van de erkende verenigingen als bedoeld in artikel 3, § 1. Het besluit van erkenning bepaalt de gebiedsomschrijving waarbinnen de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, erkend is.

Indien binnen dezelfde gebiedsomschrijving als bedoeld in het eerste lid verschillende verenigingen als bedoeld in artikel 3, § 1, bedrijvig zijn of indien verschillende gebiedsomschrijvingen elkaar overlappen, sluiten deze een samenwerkingsovereenkomst over de taakverdeling op het vlak van : 1° het onthaal van de werkzoekende als bedoeld in artikel 4, § 1, 1°;2° het verkennen van werkaanbiedingen als bedoeld in artikel 5, § 1, 3°;3° de schakelactiviteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, 1°. Een erkenning verleend krachtens artikel 7 doet geen afbreuk aan de erkenning verleend krachtens artikel 9 binnen de gebiedsomschrijving als bedoeld in het eerste lid, en omgekeerd.

Een vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, en die erkend is krachtens artikel 7 kan niet erkend worden krachtens artikel 9, en omgekeerd.

Art. 10.Na advies van het beheerscomité van ACTIRIS en van de ESRBHG, kan de Regering de erkenning als bedoeld in de artikelen 7 of 9 hernieuwen voor een duur van drie jaar.

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en haar uitvoeringsbesluiten, maakt de Regering de hernieuwing van de erkenning afhankelijk van de toepassing, door de vereniging, van het mechanisme van stelselmatige opvolging als bedoeld in artikel 7, § 3, of in artikel 9, § 3.

Art. 11.§ 1. Indien de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1 niet meer voldoet aan een van de voorwaarden opgelegd door deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, trekt de Regering, na advies van het beheerscomité van ACTIRIS en van de ESRBHG, de erkenning in. § 2. Na advies van het beheerscomité van ACTIRIS en van de ESRBHG, kan de Regering de erkenning intrekken wanneer de vereniging blijkens het activiteitenverslag als bedoeld in artikel 7, § 1, 6°, of artikel 9, § 1, 6°, de operationele doelstellingen als bedoeld in artikel 6 in twee opeenvolgende jaren niet bereikt, tenzij ze het uitblijven van resultaten objectief kan rechtvaardigen. § 3. Voor enige beslissing van intrekking, wordt de vereniging gehoord door de ESRBHG.

Art. 12.De vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, dient een aanvraag tot erkenning of, in voorkomend geval, tot hernieuwing van erkenning in bij de door de Regering aangewezen diensten.

De Regering bepaalt de procedures en de modaliteiten voor het verlenen van de erkenning, alsook voor de hernieuwing en de intrekking ervan.

Zij bepaalt tevens de in te dienen stukken en documenten ter gelegenheid van een aanvraag tot erkenning of hernieuwing van de erkenning.

Art. 13.ACTIRIS en de verenigingen als bedoeld in artikel 3, § 1, plegen overleg over en beoordelen in een samenwerkingscomité de tenuitvoerlegging van de algemene en bijzondere opdrachten als bedoeld in de artikelen 4 en 5.

De Regering bepaalt de samenstelling, de opdrachten en de werkwijze van dit samenwerkingscomité. HOOFDSTUK IV. - Over de subsidies

Art. 14.§ 1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten en zonder afbreuk te doen aan subsidies van om het even welke oorsprong, kan de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, aanspraak maken op een subsidie ter dekking van de werkingskosten gedaan ter uitvoering van de algemene en bijzondere opdrachten als bedoeld in de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk II. De subsidie bedoeld in het vorige lid neemt de vorm aan van een jaarlijkse werkingssubsidie bestaande uit, enerzijds, een vast bedrag, en, anderzijds, een veranderlijk bedrag.

De Regering bepaalt het vast bedrag, met name op grond van het aantal werkzoekenden met woonplaats in de gebiedsomschrijving als bedoeld in artikel 11 en van de operationele doelstellingen als bedoeld in artikel 6.

Het veranderlijk bedrag wordt berekend op grond van : 1° het aantal werkzoekenden opgenomen in de verschillende activiteiten als bedoeld in artikel 4, § 1, en hun kenmerken;2° het aantal projecten inzake ontwikkeling van werkgelegenheid als bedoeld in artikel 5, waaraan de vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, deelneemt.De mate van deelname aan die projecten wordt beoordeeld naar gelang van de graad van inzet van menselijke, materiële en geldmiddelen daarbij; 3° het aantal verkenningen in ondernemingen als bedoeld in artikel 5 en de graad van inzet van menselijke, materiële en geldmiddelen daarbij;4° het aantal werkzoekenden dat uitstroomt naar een betrekking die door de sociale zekerheid wordt gedekt en hun kenmerken.De Regering kan nader bepalen wat verstaan wordt onder een betrekking die door de sociale zekerheid wordt gedekt.

Het veranderlijk bedrag kan niet meer bedragen dan vijfentwintig procent van het geheel van de subsidie.

Na advies van de ESRBHG, kan de Regering dit percentage wijzigen. § 2. De Regering bepaalt wat verstaan wordt onder kenmerken van werkzoekenden als bedoeld in § 1, 1° en 4°. § 3. Het totaal van de toegekende subsidies in de werkingskosten als bedoeld in § 1, van om het even welke oorsprong, mag nooit de totale uitgaven van de kostenposten met betrekking tot de werking overschrijden.

Bijdragen van een andere oorsprong in de werkingskosten voor de opdrachten als bedoeld in hoofdstuk II worden in mindering gebracht op de krachtens deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten toegekende subsidies. § 4. Het vaste bedrag van de subsidie ter dekking van de werkingskosten als bedoeld in § 1 wordt ingeschreven in de overeenkomst als bedoeld in artikel 6.

De Regering bepaalt de voorwaarden voor het toekennen en intrekken van de subsidie.

De subsidieovereenkomst als bedoeld in artikel 6 bepaalt inzonderheid de termijnen en de andere regels voor het uitkeren van de subsidie. HOOFDSTUK V. - Over het toezicht

Art. 15.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, zien de ambtenaren en beambten aangesteld door de Regering toe op de naleving van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten.

De vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, geeft deze ambtenaren en beambten vrije toegang tot de lokalen. Zij biedt hun de mogelijkheid ter plaatse stukken en documenten te raadplegen die zij nodig achten om hun taak te vervullen. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen

Art. 16.In artikel 3, § 1, van de ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt de inleidende zin vervangen als volgt : « In het kader van het gemengd beheer van de arbeidsmarkt en zonder afbreuk te doen aan artikel 4, § 1, 8°, van de ordonnantie van (...) betreffende de ondersteuning van de « missions locales pour l'emploi » en de lokale werkwinkels, heeft de BGDA in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de exclusieve opdracht om de volgende activiteiten te verzekeren : ».

Art. 17.Artikel 7 van de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, wordt gewijzigd als volgt : 1° de huidige tekst van het artikel wordt § 1;2° een § 2 wordt toegevoegd, luidende : « § 2.Dit artikel is niet van toepassing in het kader van de algemene en de bijzondere opdrachten als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de ordonnantie van [...] betreffende de ondersteuning van de « missions locales pour l'emploi » en de lokale werkwinkels. ». HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 18.§ 1. De vereniging als bedoeld in artikel 3, § 1, die op de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie krachtens artikel 3, § 2, van de ordonnantie gemengd beheer de toelating geniet om activiteiten te verrichten als bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, en § 3, 2°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004 en hiervoor subsidies geniet, behoudt het voordeel van die subsidies en van de overeenkomst die haar met ACTIRIS bindt, gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de dag van inwerkingtreding van deze ordonnantie. § 2. De vereniging dient de aanvraag tot erkenning uiterlijk binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze ordonnantie in. Bij ontstentenis van een aanvraag tot erkenning binnen die termijn, kan de overeenkomst die haar met ACTIRIS bindt, niet hernieuwd worden.

Art. 19.De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie.

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 27 november 2008.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast me Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, B. CEREXHE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Miinister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Mevr. E. HUYTEBROECK Nota (1) Gewone zitting 2007-2008. Documenten van het Parlement. - Ontwerp van ordonnantie, A-453/1. - Verslag, A-453/2.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 7 november 2008.

^