Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 september 1999
gepubliceerd op 24 september 1999

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot opheffing van artikel 3 en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot vastlegging van de datum van de invoegetreding van de Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
1999031405
pub.
24/09/1999
prom.
23/09/1999
ELI
eli/besluit/1999/09/23/1999031405/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

23 SEPTEMBER 1999. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot opheffing van artikel 3 en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot vastlegging van de datum van de invoegetreding van de Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw, inzonderheid op de artikelen 164 tot 173;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 april 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van het ontwerp van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, mert name : Titel I.Kenmerken van de bouwwerken en hun naaste omgeving;

Titel II. Bewoonbaarheidsnormen voor woningen;

Titel III. Bouwplaatsen;

Titel IV. Toegankelijkheid van gebouwen voor personen met een beperkte mobiliteit;

Titel V. Thermische isolatie van de gebouwen;

Titel VI. Reclame en uithangborden;

Titel VII. De wegen, de toegang ernaar en de omgeving ervan.

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Overwegende dat het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de bouwverordening van de Brusselse agglomeratie heeft opgeheven op de dag waarop het van kracht werd, zijnde op 24 juli 1999 : 1° de verordening op de bescherming van de groene ruimten, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 26 februari 1975;2° de verordening op de aanleg van begraafplaatsen, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 11 juni 1975;3° artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 26 november 1992 betreffende de stedenbouwkundige vergunningen van beperkte duur;4° het ministerieel besluit van 12 augustus 1982 tot bepaling, voor het Brussels Gewest, van de voorwaarden inzake de bereikbaarheid van alle voetgangerswegen die door de gemeenten worden gesubsidieerd;5° het koninklijk besluit van 21 oktober 1985 houdende de uitvaardiging van een algemene bouwverordening betreffende de voetgangerswegen; Overwegende dat het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de hierna volgende koninklijke besluiten heeft opgeheven, wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, met ingang van 24 juli 1999, zijnde de datum waarop het is in voege getreden : 1° het koninklijk besluit van 9 mei 1977 genomen in uitvoering van de wet van 17 juli 1975 betreffende de toegang voor mindervaliden tot voor het publiek toegankelijke gebouwen.2° het koninklijk besluit van 5 december 1957 tot bepaling van de plaatsen waar aanplakking en reclame gereglementeerd zijn, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1959, 6 mei 1960, 18 april 1963, 2 oktober 1964 en 27 maart 1969;3° het koninklijk besluit van 8 januari 1958 tot aanduiding van de toeristische verkeerwegen die vallen onder de reglementering inzake aanplakking en reclame, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 14 februari 1959, 6 mei 1960 en 18 april 1963;4° het koninklijk besluit van 1 maart 1960 tot aanduiding van de verkeerswegen die vallen onder de reglementering inzake aanplakking en reclame, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 26 februari 1963, 13 april 1965, 18 maart 1966 en 27 maart 1969; Overwegende dat de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening de toepassing van zijn verschillende titels in de tijd heeft aangepast;

Overwegende dat het samenvallen van de opheffing van de bouwverordening van de Brusselse Agglomeratie, alsmede van de andere hierboven vermelde besluiten met de aanpassing van de toepassing in de tijd van de titels van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening tot gevolg heeft dat tijdelijk een juridisch vacuüm wordt gecreëerd, voor zover op een bepaald ogenblik, naargelang het geval, de bouwverordening van de Brusselse agglomeratie niet meer van kracht is en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening nog niet van toepassing is;

Dat de rechtszekerheid derhalve verplicht tot de opheffing, met terugwerkende kracht tot de datum van invoegetreding ervan, van artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Dat, bovendien, erop moet worden toegezien dat de terugwerkende kracht van zo'n opheffing de verworven rechten van derden niet schaadt;

Dat de data van invoegetreding van de verschillende titels van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening eveneens dienen te worden aangepast in functie van hun wisselende toepassing in de tijd, zodat de gemeentelijke overheden hun beslissingen aangaande toekenning of weigering van stedenbouwkundige attesten en vergunningen en van verkavelingsvergunningen permanent kunnen baseren op van kracht zijnde verordenende bepalingen;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 22 september 1999, bij toepassing van artikel 84, 1e lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening, Besluit :

Artikel 1.1. Artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt opgeheven met terugwerkende kracht op 24 juli 1999. § 2. De volgende bepalingen van de bouwverordening van de Brusselse agglomeratie worden opgeheven met ingang van 1 januari 2000 : 1° Titel I : vergunningen en machtigingen, artikelen 1 tot 10, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 21 maart 1975 en gewijzigd bij de beraadslagingen van de Brusselse Agglomeratieraad van 1 september 1976 en 22 december 1976;2° Titel II : voorwaarden waarin van deze vergunningen mag afgeweken worden, artikel 11, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 9 maart 1976;3° Titel III : hoogte van de gebouwen, artikelen 12 tot 14, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 17 juli 1975 en aangevuld bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 17 maart 1976;4° Titel IV : diepte van de gebouwen en hun inplantingen, artikelen 15 en 15bis, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 17 juli 1975 en aangevuld bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 12 december 1976;5° Titel V : hoogte onder het plafond van de woon- of verblijfplaatsen, artikelen 16 tot 18, goedgekeurd koninklijk besluit van 9 maart 1975;6° Titel VI : verlichting van de woon- en verblijfplaatsen, artikel 19, goedgekeurd koninklijk besluit van 17 juli 1975;7° Titel X : toekenning van financiële voordelen voor de herstelling van bouwvallige woningen, artikelen 28 tot 31, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 25 juni 1976 en gewijzigd bij de beraadslaging van 23 maart 1979;8° Titel XI : Uitgravingswerken op de openbare weg, artikelen 34, 35, 36, 38, 39, 42 en 43, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 27 april 1977;9° Titel XII : normen betreffende bepaalde hinder van de bouwwerken naar gelang van hun bestemming, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 4 februari 1976;10° Titel XIV : afsluiting van braakgronden, artikelen 63 en 64, goedgekeurd goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 17 maart 1976;11° Titel XV : de instandhouding, gezondheid, veiligheid, bruikbaarheid en schoonheid van de wegen, hun toegangen en hun omgeving, artikelen 65 en 72, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 22 december 1976 en gewijzigd bij de beraadslaging van 2 februari 1977; 12° Titel XVIII.A. : tegemoetkoming in de plaatsingskosten van een onconventioneel verwarmingssysteem, artikelen 1 tot 4, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 28 maart 1979; 13° Titel XIX : toegang voor mindervaliden tot voor het publiek toegankelijke gebouwen, artikelen 1 tot 8, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 25 mei 1977; § 3. Worden eveneens opgeheven met ingang van 1 januari 2000 : 1° de verordening op de bescherming van de groene ruimten, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 26 februari 1975;2° de verordening op de aanleg van begraafplaatsen, goedgekeurd bij de beraadslaging van de Brusselse Agglomeratieraad van 11 juni 1975;3° artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 26 november 1992 betreffende de stedenbouwkundige vergunningen van beperkte duur;4° het ministerieel besluit van 12 augustus 1982 tot bepaling, voor het Brussels gewest, van de voorwaarden inzake de bereikbaarheid van alle voetgangerswegen die door de gemeenten worden gesubsidieerd;5° het koninklijk besluit van 21 oktober 1985 houdende de uitvaardiging van en algemene bouwverordening betreffende de voetgangerswegen; § 4. Worden opgeheven, wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, met ingang van 1 januari 2000 : 1° het koninklijk besluit van 9 mei 1977 genomen in uitvoering van de wet van 17 juli 1975 betreffende de toegang voor mindervaliden tot voor het publiek toegankelijke gebouwen;2° het koninklijk besluit van 5 december 1957 tot bepaling van de plaatsen waar aanplakking en reclame gereglementeerd zijn, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1959, 6 mei 1960, 18 april 1963, 2 oktober 1964 en 27 maart 1969;3° het koninklijk besluit van 8 januari 1958 tot aanduiding van de toeristische verkeerswegen die vallen onder de reglementering inzake aanplakking en reclame, gewijzigd dor de koninklijke besluiten van 14 februari 1959, 6 mei 1960 en 18 april 1963;4° het koninklijk besluit van 1 maart 1960 tot aanduiding van de verkeerswegen die vallen onder de reglementering inzake aanplakking en reclame, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 26 februari 1963, 13 april 1965, 18 maart 1966 en 27 maart 1969; § 5. Deze bepaling is niet van toepassing op de aanvragen om stedenbouwkundige attesten en vergunningen en om verkavelingsvergunningen waarvoor een ontvangstmelding van volledig dossier werd afgeleverd vóór de datum van invoegetreding van dit besluit;

Art. 2.Artikel 4 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999 tot vastlegging van Titels I tot VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die van toepassing is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt gewijzigd als volgt : "Dit besluit treedt in werking binnen de 15 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad met uitzondering van : 1° Titel I van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 november 1999 wat betreft de toepassing ervan op de aanvragen om stedenbouwkundige vergunningen en op 1 juli 1999 wat betreft de toepassing ervan op de handelingen en werken zoals bedoeld in artikel 1 die omwille van hun geringe omvang vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning;2° Titel II van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 november 1999 wat betreft de toepassing ervan op de aanvragen om stedenbouwkundige vergunningen en op 1 juli 1999 wat betreft de toepassing ervan op de handelingen en werken zoals bedoeld in artikel 1 die omwille van hun geringe omvang vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning;3° onverminderd de toepassing van artikel 1 ervan, Titel III van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 januari 2000 maar die niet van toepassing is op de op 24 juli 1999 bestaande werken, noch op de werken als gevolg van de stedenbouwkundige vergunningen welke vóór 24 januari 1999 en op datum van 24 januari 1999 zijn afgeleverd, wat betreft de toepassing ervan op de handelingen en werken zoals bedoeld in artikel 1 die omwille van hun geringe omvang vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning;4° Titel IV van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 november 1999 wat betreft de toepassing ervan op de aanvragen om stedenbouwkundige vergunningen en op 1 juli 1999 wat betreft de toepassing ervan op de handelingen en werken zoals bedoeld in artikel 1 die omwille van hun geringe omvang vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning;5° Titel V van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 juli 1999;6° Titel VI van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 september 1999 wat betreft de handelingen en werken bedoeld in artikel 1 ervan waarvoor aanvragen om stedenbouwkundige vergunningen zijn ingediend2 en op 1 juli 1999 wat betreft de toepassing ervan op de handelingen en werken zoals bedoeld in artikel 1 die omwille van hun geringe omvang vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, met uitzondering van artikel 27 waarvan de invoegetreding wordt uitgesteld tot 1 januari 2000;7° Titel VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening die in voege treedt op 1 november 1999 wat betreft de handelingen en werken aan een weg, de toegangen en omgeving ervan waarvoor een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning is ingediend en op 1 juli 1999 wat betreft de handelingen en werken aan een weg, de toegangen en omgeving ervan waarvoor geen voorafgaande stedenbouwkundige vergunning vereist is".

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.De Staatssecretaris bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing, Monumenten en Landschappen en het Bezoldigd Vervoer van Personen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 23 september 1999.

Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : J. SIMONET Minister-Voorzitter, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek J. CHABERT Minister van Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp E. TOMAS Minister van Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting D. GOSUIN Minister van Leefmilieu en Waterbeleid, Renovatie, Natuurbehoud en Openbare Netheid Mevr. A. NEYTS-UYTTEBROECK Minister van Financiën, Begroting, Ambtenarenzaken en Externe Betrekkingen.

^