Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 juni 2001
gepubliceerd op 26 juli 2001

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2001031244
pub.
26/07/2001
prom.
28/06/2001
ELI
eli/besluit/2001/06/28/2001031244/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

28 JUNI 2001. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de beoordeling en de verbetering van de luchtkwaliteit, inzonderheid op de artikelen 4, 5, 9 en 16, § 2;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer als bekrachtigd door de wet van 16 juni 1989;

Gelet op richtlijn 1999/30/EG van de Raad van 22 april 1999 betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht;

Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gegeven op 21 september 2000;

Gelet op advies L 31.008/3 van de Raad van State, gegeven op 3 mei 2001 en op 14 juni 2001 aan de Regering verstuurd;

Op voorstel van de Minister van Leefmilieu;

Na beraadslaging, Besluit : Doelstellingen

Artikel 1.Dit besluit heeft tot doel : 1° de grenswaarden en waar nodig, alarmdrempels voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht vast te stellen teneinde schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en voor het leefmilieu in zijn geheel te voorkomen, te vehinderen of te verminderen;2° de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht met gemeenschappelijke methodes en criteria te beoordelen;3° te beschikken over adequate informatie over de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht en ervoor te zorgen dat de bevolking daarover wordt ingelicht;4° de luchtkwaliteit ten aanzien van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in stand te houden indien zij goed is en te verbeteren in andere gevallen. Definities

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° "Minister" : de Minister van Leefmilieu;2° "ordonnantie" : de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de beoordeling en de verbetering van de luchtkwaliteit;3° "de Commissie" : de Europese Commissie;4° "het Instituut" : het Brussels Instituut voor Milieubeheer;5° "overschrijdingsmarge" : het percentage van de grenswaarde waarmee deze onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden kan worden overschreden;6° "zone" : een door de Minister afgebakend gedeelte van het gewestelijk grondgebied;7° "agglomeratie" : het gebied dat overeenstemt met het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;8° "stikstofoxiden" het totale aantal delen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxiden per kubieke meter;9° "PM10" : deeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 % bij een aërodynamische diameter van 10 |gmm; 10° "PM2,5" : deeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 % bij een aërodynamische diameter van 2.5 |gmm; 11° "bovenste beoordelingsdrempel" : een in bijlage V vermeld niveau waaronder een combinatie van metingen en modellen kan worden toegepast voor de beoordeling van de luchtkwaliteit;12° "onderste beoordelingsdrempel" : een in bijlage V vermeld niveau waaronder uitsluitend technieken op basis van modellen of objectieve ramingen mogen worden toegepast voor de beoordeling van de luchtkwaliteit;13° "natuurverschijnsel" : vulkaanuitbarstingen, seismische activiteit, geothermale activiteit, spontane branden, stormverschijnselen of atmosferische resuspensie of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge gebieden;14° "vaste metingen" : overeenkomstig artikel 7 van de ordonnantie verrichte metingen. Zwaveldioxide

Art. 3.§ 1. De concentraties van zwaveldioxide in de lucht, zoals beoordeeld overeenkomstig artikel 7, mogen met ingang van de in bijlage I, deel I, vermelde data de daarin bepaalde grenswaarden niet overschrijden.

De in bijlage I, deel I, bepaalde overschrijdingsmarges zijn van toepassing in de zones die de Minister heeft aangeduid. § 2. De alarmdrempel voor de concentratie van zwaveldioxide in de lucht is in bijlage I, deel II, bepaald. § 3. Teneinde de Commissie bij te staan bij de opstelling van het in artikel 10 van Richtlijn 1999/30/EG van de Raad van 22 april 1999 betreffende de grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht bedoelde verslag, registreert het Instituut indien mogelijk tot en met 31 december 2003 gegevens over zwaveldioxideconcentraties, waarop een tienminutenmiddeling is toegepast, die het Instituut ontvangt van een aantal meetstations die hij geselecteerd heeft als representatief zijnde voor de luchtkwaliteit in woongebieden in de nabijheid van de bronnen en die uurconcentraties meten. Voor deze geselecteerde meetstations rapporteert het Instituut aan de Commissie het aantal tienminutenconcentraties van meer dan 500 |gmg/m3, het aantal dagen waarop die grens in het kalenderjaar werd overschreden, het aantal dagen waarop tegelijkertijd de uurconcentraties zwaveldioxide 350 |gmg/m3 werden overschreden, en de hoogste geregistreerde tienminutenconcentratie. § 4. De Minister mag zones aanwijzen waar de in bijlage I, deel I, bedoelde grenswaarden voor zwaveldioxide worden overschreden doordat er concentraties van zwaveldioxide van natuurlijke oorsprong in de lucht aanwezig zijn. Het Instituut verstrekt de Commissie een lijst van al deze zones en tevens informatie over de daar aanwezige concentraties van zwaveldioxide en -bronnen.Wanneer het Instituut de Commissie daarvan in kennis stelt, levert het daarbij de nodige bewijzen dat deze overschrijdingen aan natuurlijke bronnen te wijten zijn.

In deze zones dient slechts een actieplan overeenkomstig artikel 14 van de ordonnantie te worden uitgevoerd wanneer de in bijlage I, deel I, bedoelde grenswaarden vanwege antropogene emissies worden overschreden.

Stikstofdioxide en stikstofoxiden

Art. 4.Met ingang van de in bijlage II, deel I, vermelde data mogen de concentraties in de lucht van stikstofdioxide en, waar van toepassing, van stikstofoxiden, zoals beoordeeld overeenkomstig artikel 7, de daarin bepaalde grenswaarden niet overschrijden.

De alarmdrempel voor stikstofdioxideconcentraties in de lucht is bepaald in deel II van bijlage II. Zwevende deeltjes

Art. 5.§ 1. Met ingang van de in bijlage III, deel I, vermelde data mogen de concentraties van PM10 in de lucht, zoals beoordeeld overeenkomstig artikel 7, de daarin bepaalde grenswaarden niet overschrijden.

De in bijlage III, deel I, bepaalde overschrijdingsmarges zijn van toepassing in de zones die de Minister heeft aangeduid. § 2. Het Instituut draagt zorg voor de installatie en werking van de meetstations die gegevens over PM2,5 verstrekken. Aantal en ligging van de stations waar de PM2,5 wordt gemeten, wordt door het Instituut zodanig gekozen dat die stations representatief zijn voor de PM2,5 concentraties in het Gewest. Waar mogelijk dienen de monsternemingspunten met die voor PM10 samen te vallen.

Het Instituut deelt de Commissie, jaarlijks, uiterlijk negen maanden na afloop van elk jaar, het rekenkundig gemiddelde, de mediaan, het 98-percentiel en de maximale concentratie mee, berekend op basis van de PM2,5-metingen over 24 uur gedurende dat jaar. Het 98-percentiel wordt berekend volgens de procedure die is beschreven in bijlage I, punt 4, van Beschikking 97/101/EG van de Raad van 27 januari 1997 tot invoering van een regeling voor de onderlinge uitwisseling van informatie over en gegevens van meetnetten en meetstations voor luchtverontreiniging in de lidstaten. § 3. In krachtens artikel 6 van de ordonnantie opgestelde actieplannen voor PM10 en algemene strategieën om de PM10-concentraties terug te dringen wordt ook naar vermindering van de PM2,5-concentraties gestreefd. § 4. Wanneer de in bijlage III, deel I, bedoelde grenswaarden voor PM10 worden overschreden doordat er concentraties van PM10 in de lucht aanwezig zijn ingevolge natuurverschijnselen waardoor er concentraties voorkomen die significante overschrijdingen van de normale achtergrondsniveaus van natuurlijke oorsprong inhouden, stelt het Instituut de Commissie daarvan in kennis met de nodige bewijzen dat dergelijke overschrijdingen aan natuurverschijnselen te wijten zijn.

In dergelijke gevallen worden er slechts actieplannen overeenkomstig artikel 14 van de ordonnantie uitgevoerd, wanneer de in bijlage III, deel I, bedoelde grenswaarden vanwege andere dan natuurverschijnselen worden overschreden. § 5. De Minister kan zones aanwijzen waar de in bijlage III, deel I, bedoelde grenswaarden voor PM10 worden overschreden als gevolg van PM10- concentraties in de lucht die ontstaan als bij het strooien van zand op wegen in de winter opwerveling van deeltjes optreedt. Het Instituut verstrekt de Commissie een lijst van al deze zones en tevens informatie over de daar aanwezige PM10-concentraties en -bronnen.

Wanneer het Instituut de Commissie daarvan in kennis stelt, levert het de nodige bewijzen dat deze overschrijdingen aan dergelijke opgewervelde deeltjes te wijten zijn, en dat in redelijke mate is getracht om die concentraties te verlagen.

In deze zones worden er slechts actieplannen overeenkomstig artikel 14 van de ordonnantie uitgevoerd, wanneer de in bijlage III, deel I, bedoelde grenswaarden worden overschreden vanwege andere PM10- niveaus dan die welke te wijten zijn aan het strooien van zand op wegen in de winter.

Lood

Art. 6.Met ingang van de in bijlage IV, deel I, vermelde data, mogen de concentraties van lood in de lucht, zoals beoordeeld overeenkomstig artikel 7, de daarin bepaalde grenswaarden niet overschrijden.

De in bijlage IV, deel I, bepaalde overschrijdingsmarges zijn van toepassing in de zones die de Minister heeft aangeduid.

Beoordeling van de concentraties

Art. 7.§ 1. In bijlage V, deel I, zijn de bovenste en onderste beoordelingsdrempels voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood vastgesteld.

De indeling van elke zone wordt ten minste om de vijf jaar volgens de in bijlage V, deel II, vastgestelde procedure geëvalueerd. De indeling wordt eerder geëvalueerd wanneer significante wijzigingen optreden in de activiteiten die relevant zijn voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide of, indien van toepassing, stikstofdioxiden plus stikstofmonoxide, zwevende deeltjes of lood in de lucht. § 2. Bijlage VI bevat criteria om de plaats van de monsternemingspunten voor de meting van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht te bepalen.

In bijlage VII is het minimumaantal monsternemingspunten vermeld voor vaste metingen van de concentraties van elk van de betreffende verontreinigende stoffen als meting de enige bron is van gegevens over concentraties. Zij dienen te worden geïnstalleerd in alle zones waar metingen vereist zijn in dat gebied. § 3. Daar waar de informatie uit continu werkende meetstations wordt aangevuld met gegevens uit andere bronnen, zoals emissie-inventarissen, indicatieve meetmethodes of luchtkwaliteitsmodellen, dienen het aantal geïnstalleerde continu werkende meetstations en de ruimtelijke resolutie van andere technieken toereikend te zijn om de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht overeenkomstig bijlage VI, deel I, en bijlage VIII, deel I, te kunnen vaststellen. § 4. Daar waar metingen niet vereist zijn, kunnen technieken op basis van modellen of objectieve ramingen worden gebruikt. § 5. In bijlage IX, delen I tot en met III, zijn referentiemethodes voor de analyse van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, en voor de monsterneming en de analyse van lood vastgesteld.

De referentiemethode voor de monsterneming en de meting van PM10 staat in bijlage IX, deel IV. De voorlopige ontwerpreferentiemethode voor de monsterneming en de meting van PM2,5 staat in bijlage IX, deel V vermeld. § 6. Het Instituut stelt de Commissie uiterlijk op 19 januari 2001 in kennis van de methodes die gebruikt worden bij representatieve meetcampagnes omtrent de verontreinigingsniveaus in het Gewest.

Informatie van het publiek

Art. 8.§ 1. Het Instituut zorgt ervoor dat recente informatie over de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht stelselmatig toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek en voor geëigende organisaties zoals milieu- en consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen behartigen en andere relevante instanties voor de gezondheidszorg, bijvoorbeeld via radio en televisie, pers, informatieschermen of computernetwerkdiensten.

Informatie over de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en zwevende deeltjes in de lucht wordt tenminste dagelijks bijgewerkt, en in het geval van uurwaarden voor zwaveldioxide en stikstofdioxide wordt deze informatie, als zulks praktisch haalbaar is, per uur bijgewerkt. Informatie over de concentraties van lood in de lucht wordt tenminste driemaandelijks bijgewerkt.

Deze informatie behelst ten minste alle overschrijdingen van de concentraties van de grenswaarden en de alarmdrempels gedurende de middelingstijden die in de bijlagen I tot en met IV zijn vermeld.

Voorts omvat deze informatie een summiere beoordeling ten aanzien van grenswaarden en alarmdrempels, alsmede passende voorlichting over de gezondheidseffecten. § 2. Wanneer de in deel II van bijlage I en bijlage II vermelde alarmdrempel wordt overschreden omvat de aan het publiek verstrekte informatie minimaal de in deel III van bijlage I en bijlage II vermelde gegevens. § 3. Informatie aan het publiek en aan de in §§ 1 en 3 bedoelde organisaties moet duidelijk, begrijpelijk en toegankelijk zijn.

Art. 9.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 28 juni 2001.

Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter, F.-X. de DONNEA De Minister van Leefmilieu, D. GOSUIN

Bijlage I GRENSWAARDEN EN ALARMDREMPEL VOOR ZWAVELDIOXIDE I. Grenswaarden voor zwaveldioxide De grenswaarden worden uitgedrukt in |gmg/m3. Het volume moet genormaliseerd worden op een temperatuur van 293 °K en bij een druk van 101,3 kPa.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht.

Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter, F.-X. de DONNEA De Minister van Leefmilieu, D. GOSUIN.

^