Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 09 januari 2003
gepubliceerd op 08 mei 2003

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tenuitvoerbrenging, via een bijzonder bestemmingsplan, van het gebied van gewestelijk belang nr. 6

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2003031071
pub.
08/05/2003
prom.
09/01/2003
ELI
eli/besluit/2003/01/09/2003031071/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

9 JANUARI 2003. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tenuitvoerbrenging, via een bijzonder bestemmingsplan, van het gebied van gewestelijk belang nr. 6


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de Ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de Planning en de Stedenbouw, gewijzigd bij de Ordonnanties van 23 november 1993, van 5 juni 1997, van 10 december 1999, van 14 en van 22 december 2000, in het bijzonder artikels 60 tot 65;

Gelet op het besluit van 3 mei 2001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het Gewestelijk Bestemmingsplan;

Gelet op het Gewestelijk Ontwikkelingsplan, goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 september 2002;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 februari 1999 houdende goedkeuring van het basisdossier van het gemeentelijk ontwikkelingsplan van de Stad Brussel;

Gelet op de bepalingen met betrekking tot de bodembestemming, in het bijzonder voorschrift nr. 18 met betrekking tot de gebieden van gewestelijk belang (GGB);

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 9 december 2002;

Overwegende dat het genoemd gewestelijk bestemmingsplan op kaart nr. 3 betreffende de bodembestemmingen een gebied van gewestelijk belang voorziet tussen de Picardstraat, de grens van de gemeente Molenbeek, de Emile Bockstaellaan, de achterzijde van de percelen van de Dieudonné Lefèbvrestraat, het gebied voor haven- en vervoeractiviteiten en de Havenlaan (hiernagenoemd GGB nr. 6);

Overwegende dat het programma van GGB nr. 6 - Thurn & Taxis als volgt gedefinieerd is : « 6A. Dit gebied is bestemd voor huisvesting, handelszaken, kantoren, productieactiviteiten, hotelinrichtingen, logistieke en vervoersactiviteiten, voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten en voor groene ruimten.

De oppervlakte bestemd voor openbare groene ruimten mag niet kleiner zijn dan 1 ha, de bij de wegen horende groene ruimten niet inbegrepen.

De vloeroppervlakte bestemd voor huisvesting mag niet kleiner zijn dan 25 % van de totale vloeroppervlakte, de vloeroppervlakten bestemd voor voorzieningen van collectief belang niet inbegrepen.

De strook grond van zowat zestig meter breed die in het gebied is opgenomen en grenst aan het gebied voor havenactiviteiten en vervoer moet inzonderheid worden bestemd voor : 1° een begroende achteruitbouwstrook om een goede plaatselijke ordening mogelijk te maken;2° de aanleg van een openbare weg die zorgt voor een goede bereikbaarheid van de gebieden 6A en 6B, alsmede van het voornoemde gebied voor havenactiviteiten en vervoer. 6B. Dit gebied is bestemd voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, handelszaken, productieactiviteiten en voor kantoren. » Overwegende dat de perimeter van dit GGB in een site valt die het aangrenzende gebied voor havenactiviteiten en vervoer omvat, het ingesloten sterk gemengd gebied in de Picardstraat alsook het sterk gemengd gebied langs de Dieudonné Lefèbvrestraat;

Overwegende dat, met het oog op een coherente reürbanisatie, de hele site zoals hierboven beschreven gedekt zou moeten worden door een BBP;

Dat in het uit te werken BBP onder meer rekening gehouden dient te worden met het aangrenzende gebied voor havenactiviteiten en vervoer, waarvan de toekomstige urbanisatie nog bepaald moet worden, dit om een harmonische overgang tussen dit gebied en de GGB's 6A en 6B te waarborgen;

Overwegende dat deze site, alsook de naaste omgeving ervan, lange tijd een centrale intermodale pool is geweest voor het vrachtvervoer, zowel over de weg als per spoor en over het water;

Dat deze in dat opzicht een zeer belangrijke historische getuigenis van het industrieel verleden van Brussel vertegenwoordigt en verscheidene gebouwen bevat die tot het interessante erfgoed behoren, zoals : - het goederenstation; - het postgebouw; - pakhuis A; - pakhuis B; - het douanegebouw; - de voormalige elektriciteitscentrale; - het vroegere station; - gebouw voor gevaarlijke producten;

Dat duidelijk is dat de urbanisatie van deze vervoerspool niet verliep in overleg met de aangrenzende wijken, die bijgevolg de hele site insluiten;

Dat dit isolement ten opzichte van het stadsleven nog versterkt wordt door het feit dat de site er al jaren verlaten bij ligt, gekoppeld aan het enorme schaalverschil van de bestaande gebouwen;

Overwegende dat, gelet op de omvang en de geografische ligging van de site, het welslagen van zijn urbanisatie afhankelijk is van verscheidene algemene factoren, zoals : - een verenigend thema van grootstedelijk belang dat de diverse voorziene functies aantrekt en hun respectieve dichtheid, verspreiding en proportionele vertegenwoordiging verantwoordt; - de ligging en de kwaliteit van de openbare ruimten, die op een optimale manier de kwalitatieve renovaties van het bestaande erfgoed in de verf zetten; - de invoeging en interactiviteit van de site met de omliggende wijken, onder meer via diverse soorten verbindingen (verkeerswegen, ruimten, panorama's, sociaal leven, ...); - een adequaat antwoord op de mobiliteitsbehoeften die gegenereerd zullen worden, onder meer wat het openbaar vervoer betreft; - de ligging, omvang en kwaliteit van de openbare groene ruimten, die moeten beantwoorden aan de principes van het groen netwerk; - de herwaardering en herbestemming van de bestaande gebouwen, in het bijzonder van de drie grote pakhuizen, in combinatie met een herwaardering van hun erfgoedwaarde;

Overwegende dat het project « centrum van wetenschap en kennis » aan de ontwikkeling van de site een verenigend thema zou bijdragen, gebaseerd op de concepten van creatie, beheer en verspreiden van kennis dat geconcretiseerd zou kunnen worden in een samenwerkend geheel van modules waaronder een samenbrengen van ingenieursscholen, een wetenschapscentrum en andere activiteiten van algemeen belang die deelnemen aan het « centrum van kennis ».

Overwegende dat de orde van grootte van de algemene dichtheden in de perimeter van het GGB verenigbaar moet zijn met de grootstedelijke rol van de site en rekening dient te houden met de bijzondere omvang van bepaalde gebouwen evenals met de noodzaak om een groene ruimte evenals uitgebreide openbare ruimten te creëren;

Dat de V/G-verhouding (bovengrondse vloeroppervlakten / grondoppervlakte) van de statistische sectoren die aan het GGB grenzen (A672, A60 en E73) overeenstemmen met een V/G-verhouding die typisch is voor de wijken gesitueerd « in de eerste kroon » en dat het dus nodig is om voor de perimeter van het GGB een V/G verhouding te voorzien die van dezelfde grootte is als die van het gemiddelde van die sectoren;

Dat de grondinnemingsgraad (bovengrondse oppervlakte van de constructies /grondoppervlakte) in deze « stad van de eerste kroon » dikwijls meer bedraagt dan 0,5; dat rekening houdend met de kenmerken van deze zone (aanwezigheid van grote gebouwen van het industriële type en de wil om er groene zone's aan te leggen), het toch nodig is een algemene bebouwingsgraad van 0,5 vast te leggen;

Overwegende dat de reürbanisatie van de site gerealiseerd dient te worden rond een aantal kwalitatieve openbare ruimten, gesitueerd voor de noordelijke façade van opslagplaats B, voor de noordelijke façade van het goederenstation en iets lager dan de plaats die in het verlengde van de Rotterdamstraat ligt;

Overwegende dat, wat de mobiliteit betreft, aanzienlijke behoeften zullen worden gegenereerd, vooral inzake openbaar vervoer, door de mogelijkheden tot herbestemming van de bestaande gebouwen, alsook door de nieuwe inplantingen van economische activiteiten, voorzieningen en woningen;

Dat de behoeften aan parkeergelegenheid ingeschreven zullen worden in orienteringen van omzendbrief 18 van 12 december 2002 inzake het beperken van de parkeerruimte;

Dat, om een verbetering van de reissnelheid van het openbaar vervoer tussen het CCN en de andere kanaaloever mogelijk te maken, werken zullen nodig zijn om de oversteek door het openbaar vervoer te bevorderen;

Dat een stedenbouwkundig attest werd aangevraagd voor de aanleg van een oversteekbrug die toegankelijk is voor het openbaar vervoer in het verlengde van de Simon Bolivarlaan, uitmondend op het kruispunt van de Picardstraat en de Havenlaan;

Dat die aanvraag onderworpen is aan een effectenstudie, die onder meer het alternatief onderzoekt van de doorgang van het openbaar vervoer via de Redersbrug, eventueel via de ontdubbeling of verbreding ervan;

Dat de te nemen beslissing over de hierboven vermelde aanvraag van een stedenbouwkundig attest zal afhangen van de conclusies van die studie;

Dat in elk geval de bediening van het binnengedeelte van de site met het openbaar vervoer gegarandeerd zal moeten worden;

Dat, om de modale verschuivingen naar het spoor aan te moedigen, de nodige reserveringene voor de eventuele spooraansluitingen met de installaties van het gebied voor havenactiviteiten en transport verzkerd moeten worden;

Overwegende dat de tegenover de Picardstraat gelegen wijk het voorwerp is van een wijkcontract (Zeewijk), waarvan het principe door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering beslist werd op 28 november 2002 en dat het belangrijk is synergieën te ontwikkelen tussen dit programma en de herinrichting van de site;

Overwegende dat, wat de invoeging en de interactiviteit van de site met de omliggende wijken betreft, werk moet worden gemaakt van verbindingen met de omliggende wegen, met minstens : - een interne bedieningsweg stadslaan met bomen, die minstens de 3 hogerop bedoelde te creëren openbare ruimten verbindt; - een weg die borg staat voor een goede bediening van de site, met inbegrip van het gebied voor havenactiviteiten en vervoer dat grenst aan het GGB, vanaf de Havenlaan en die de door de haven- en vervoersactiviteiten vereiste activiteiten en het werkverker dat eruit voortvloeit, harmonieus integreert; - één of meerdere wegen die de site verbinden met de wijken ten noorden ervan; - een verbinding met de Bockstaelbrug, waarbij men de verhoogde ligging ervan en de vergezichten optimaal tot hun recht laat komen, en die minstens de voetgangers, fietsers en personen met beperkte mobiliteit in staat stelt om de site te bereiken en het niveauverschil te overbruggen; - één of meerdere aansluitingen op de Picardstraat;

Overwegende dat, wat de groene ruimten betreft, de principes van het groen netwerk pleiten voor een « groen snoer » dat de site van oost naar west doorkruist, tussen de Redersbrug en de « Bockstaelbrug »;

Dat de site de enige mogelijkheid is om nog een groene « long » te realiseren in dit stadsgedeelte dat er bjzonder van verstoken is;

Dat het programma van het GGB de realisatie oplegt van een openbare groene ruimte van minstens 1 ha; Dat, gelet op de omvang van de site, op de activiteiten die er ingeplant zullen worden en op de behoeften van de omliggende wijken, de oppervlakte van de groene ruimte binnen het GGB zal zowat 4 ha bedragen, met een openbare groene ruimte van minimum 3 ha uit één stuk;

Dat die groene ruimte een belangrijke sociale, recreatieve en landschappelijke rol zal moeten vervullen voor alle gebruikers en inwoners van de site, alsook voor de inwoners van de randgebieden;

Dat in dat opzicht de ligging en inrichting van die groene ruimte moeten beantwoorden aan de volgende doelstellingen : - ze moet toegankelijk zijn voor de verschillende hoger beschreven gebruikers; - ze moet makkelijk bereikbaar en zichtbaar zijn vanaf de te creëren openbare ruimtes die voorzien zijn bij het goederenstation en iets lager dan de plaats die in het verlengde van Rotterdamstraat en de « Bockstaelbrug » ligt; - de verenigbaarheid waarborgen met een eventuele spooraansluiting om het gebied voor havenactiviteiten en transport aan te doen; - ze moet een strategisch element van het groen netwerk vormen, aan weerszijden verlengd door middel van groene inrichtingen, die geen deel uitmaken van de oppervlakte van de groene ruimte, zijnde aan één kant de interne bedieningsweg en aan de andere kant de oude spoorweglijn, die verderloopt tot achter de « Bockstaelbrug »; - ze moet uitzichten bieden op de noordelijke gevel van het goederenstation; - ze moet in ruime mate profiteren van de sociale controle die wordt gegarandeerd door de woonfunctie; - er mogen geen bouwwerken komen, behalve die die strikt noodzakelijk zijn voor de werking ervan en die toegestaan kunnen worden in een parkgebied van het GBP of deze die absoluut noodzakelijk zijn voor de eventuele spooraansluiting;

Overwegende dat bepaalde gebouwen in de site, in het bijzonder de drie bestaande grote pakhuizen enorm veel mogelijkheden bieden inzake herbestemming en rehabilitatie, te combineren met een opwaardering van hun erfgoedwaarde;

Dat het bijzondere en monumentale karakter van de binnenruimten van het goederenstation in ruime mate benut zal worden voor de herbestemming en rehabilitatie (met inbegrip van het postgebouw) voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten met een mogelijkheid voor handel en/of een hotelinrichting op maximum 50 % van de vloeroppervlakte;

Dat voor dit pakhuis (met inbegrip van het gebouw van de gevaarlijke producten) een herbestemming en rehabilitatie gepland moet worden voor voorzieningen, met een mogelijkheid voor handel op maximum 50 % van de vloeroppervlakte;

Dat, wat pakhuis B betreft, de interne schikking zich bijzonder goed leent tot een herbestemming en rehabilitatie voor kantoren en/of activiteiten voor de vervaardiging van immateriële goederen en/of handelszaken;

Dat voor de andere gebouwen die deel uitmaken van het te bewaren erfgoed van de site (namelijk opslagplaats A, het douanegebouw, het vroegere station, de oude elektriciteitscentrale, het gebouw voor gevaarlijke producten en het toegangspaviljoen), de herbestemming en rehabilitatie gegarandeerd zouden moeten worden op grond van de bestemmingen die het best aansluiten bij hun architecturale kenmerken, die behouden en opgewaardeerd moeten worden, alsook bij hun ligging in de site, dit alles rekening houdend met hun interactie met de andere voorziene activiteiten;

Overwegende dat de herbestemming van de bestaande gebouwen gepaard zal moeten gaan met nieuwe bouwwerken die ertoe moeten bijdragen om de site coherent te maken, zowel op functioneel als op ruimtelijk vlak;

Overwegende dat in dat opzicht de bestaande ruimte van ongeveer 6 ha tussen de 3 hoofdgebouwen en het gebied voor haven- en vervoeractiviteiten zal dienen voor de nieuwe gebouwen, die in hoofdzaak bestemd zullen zijn voor kantoren en verder voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, productieactiviteiten of handel bijbehorend bij de hoofdbestemming, of nog hotelinrichtingen; Dat die bestemmingen niet alleen in ruime mate zullen bijdragen tot de economische en sociale werking van de site, maar ook tot de realisatie van kwalitatieve stedelijke ruimten, die op adequate wijze aansluiten bij zowel de ruimten die worden gegenereerd door de volumetrie van de 3 eerder vermelde gebouwen als de ruimten van de te voorziene bouwwerken in het aangrenzende gebied voor havenactiviteiten en vervoer en de naaste omgeving van de site;

Overwegende dat de functie van voorziening van collectief belang of van openbare diensten (hogescholen bijvoorbeeld), meer dan alle andere functies, moet kunnen profiteren van de grootst mogelijke bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bereikbaarheid die niet alleen mag berusten op de bediening van de site door een nog te creëren lijn van het openbaar vervoer, maar ook op de nabijheid van metro- en buslijnen die ten westen langs de site lopen;

Dat, ingevolge de realisatie van de hoger vermelde nieuwe verbindingen, het gedeelte van de site met een maximale bereikbaarheid met het openbaar vervoer zich uitstrekt over ongeveer 4 ha in het noordwesten;

Dat de geraamde behoeften voor de oprichting van een « centrum van wetenschap en kennis » enerzijds voor voorzieningen van dit type, 140 000 m2 bedragen waarvan maximaal 10 % kan worden bestemd voor handelszaken of productieactiviteiten die de gebruikelijke aanvulling vormen op deze voorzieningen, en anderzijds, inzake collectieve woningen, dit alles met een terreinbezettingsgraad (bovengrondse oppervlakte van de gebouwen/terreinoppervlakte) van minder dan 0,5;

Dat, in de de veronderstelling dat het centrale concept van « centrum van wetenschap en kennis » niet zou worden gerealiseerd, dit gedeelte van de site meer in het bijzonder bestemd zou moeten worden, enerzijds, voor voorzieningen en, anderzijds, voor kantoren en woningen, alsook voor handelszaken of productieactiviteiten die met dezebestemmingen verenigbaar zijn, waarbij de vloeroppervlakte van de woningen minstens 25 % moet vertegenwoordigen van de vloeroppervlakte van de kantoren, handelszaken of productieactiviteiten, dit om geen bijkomende huisvestingsbehoeften te genereren in andere delen van de site;

Dat de inrichting van die ruimte in elk geval borg moet staan voor : - het wegwerken van de « littekens » aan de achterkant van de bestaande bebouwde huizenblokken van de Samberstraat en de Dieudonné Lefèbvrestraat; - de integratie van het groen snoer dat wordt gevormd door de oude spoorweg tussen het aan te leggen park en de « Bockstaelbrug » waarachter deze zal verderlopen; - de verenigbaarheid met een eventuele spooraansluiting waarborgen om het gebied voor havenactiviteiten en transport aan te doen; - de optimale benutting van de onmiddellijke nabijheid van het aan te leggen park.

Overwegende dat, wat de te creëren woningen betreft, het programma van het GGB een minimumquota oplegt van 25 % van de totale vloeroppervlakte, die van de voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten niet meegerekend;

Dat die woonwijken aangevuld zullen mogen worden met kantoren, handelszaken, voorzieningen en productieactiviteiten die samenhangen met de huisvesting;

Dat de ligging en het ontwerp van die woningen rekening zullen moeten houden met de volgende vereisten : - het wegwerken van de « littekens » van de omliggende bebouwde huizenblokken van de Scheldestraat en de Lakenveldstraat; - een versterking van het residentiële karakter van de Picardstraat; openheid naar de openbare ruimten toe, alsook het uitoefenen van een « sociale controle » op het aan te leggen park; - een degelijke mix qua groottes, aantal kamers, comfortniveau en afwerkingsgraad van de woningen; - een aantal woningen zonder gescheiden bewoonbare vertrekken dat maximum 25 % van het totaal aantal woningen; - een overgang tussen de zuiver residentiële ruimten en de andere bestemmingen van de site door de invoering van complementaire bestemmingen die verenigbaar zijn met de woonfunctie (kantoren, hotelinrichtingen, activiteiten voor de vervaardiging van immateriële goederen, handelszaken en buurtvoorzieningen);

Overwegende dat, wat het gebied voor havenactiviteiten en vervoer betreft, het slagen van de reürbanisatie van de site sterk zal afhangen van de kwaliteit van het architecturaal concept en van het stedelijk karakter van de gebouwen die er zullen worden neergezet;

Overwegende, wat de stedenbouwkundige lasten betreft, dat er moet gewaakt worden over de naleving van het evenredigheidsbeginsel zoals bedoeld door artikel 86 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw, rekening houdend met de meerkosten die het gevolg zijn van : - het behoud, de renovatie en de rehabilitatie van het bestaand opmerkelijk onroerend erfgoed, wat het behoud en het overleven op lange termijn van dit erfgoed waarborgt, zonder daarom een beschermingsprocedure te openen die een aanzienlijke subsidieverplichting zou hebben ingehouden; - de urbanisatie van de site die meer bepaald de aanleg vereist van kwaliteitsvolle openbare ruimten, van en openbaar park en van technische infrastructuren (wegen, afwatering, enz...), die nodig zijn voor de ontwikkeling van de site; - het feit dat de naleving van het programma van het GGB de realisatie oplegt van woningen ter compensatie van de andere voorziene activiteiten uitgezonderd de voorzieningen, Besluit :

Artikel 1.De Gemeenteraad van de Stad Brussel wordt verzocht om, binnen een termijn van 3 jaar vanaf de betekening van dit besluit, een bijzonder bestemmingsplan (BBP) uit te werken dat minstens betrekking heeft op het grondgebied dat is geïdentificeerd als « gebied van gewestelijk belang (GGB) Nr. 6 » op kaart nr. 3 « bodembestemming » van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP), evenals op het aangrenzend gebied voor havenactiviteiten en vervoer, het ingesloten sterk gemengd gebied langs de Picardstraat en het sterk gemengd gebied langs de Dieudonné Lefèbvrestraat.

Art. 2.§ 1. Dit BBP zal conform zijn met het specifiek programma van GGB Nr. 6 zoals gestipuleerd in de bepalingen van het GBP met betrekking tot de bodembestemming. § 2. Ongeacht de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wanneer die de basisdossiers of de ontwerpplannen voorgelegd krijgt, zullen de BBP's ook moeten voldoen aan de volgende bepalingen : Met betrekking tot de lokalisatie van de openbare ruimten : De reürbanisatie dient gerealiseerd te worden rond een aantal kwalitatieve openbare ruimten,meer bepaald gesitueerd voor de noordelijke façade van opslagplaats B, voor de noordelijke façade van het goederenstation en iets lager dan de plaats die in het verlengde van de Rotterdamstraat ligt;

Met betrekking tot de mobiliteit : In elk geva, ongeacht de conclusies van de effectenstudie over de oversteekbrug, zal de bediening van het binnengedeelte van de site met het openbaar vervoer gegarandeerd moeten worden;

De behoeften aan parkeergelegenheid zullen ingeschreven zullen worden in orienteringen van omzendbrief 18 van 12 december 2002 inzake het beperken van de parkeerruimte;

De nodige reserveringen voor de eventuele spooraansluitingen met de installaties van het gebied voor havenactiviteiten en transport moeten verzekerd worden;

Met betrekking tot de invoeging en de interactiviteit van de site met de omliggende wijken : Er moet werk worden gemaakt van verbindingen met de omliggende wegen, met minstens : - een interne bedieningsweg met bomen, die minstens de hogerop bedoelde 3 te creëren openbare ruimten verbindt; - een weg die borg staat voor een goede bediening van de site, aan de rand van het gebied voor havenactiviteiten en vervoer en van het GGB, vanaf de Havenlaan; - één of meerdere wegen die de site verbinden met de wijken ten noorden ervan; - een verbinding met de Bockstaelbrug, waarbij men de verhoogde ligging ervan en de vergezichten optimaal tot hun recht laat komen, en die minstens de voetgangers, fietsers en personen met beperkte mobiliteit, in staat stelt om de site te bereiken en het niveauverschil te overbruggen; - één of meerdere aansluitingen op de Picardstraat;

Met betrekking tot de groene ruimten : De openbare groene ruimten zullen zowat 4 ha beslaan waarvan 3 ha uit uit één stuk dat een belangrijke sociale, recreatieve en landschappelijke rol zal vervullen voor alle gebruikers en inwoners van de site, alsook voor de inwoners van de randgebieden, en waarvan de ligging en inrichting moet beantwoorden aan de volgende doelstellingen : - toegankelijk zijn voor de verschillende hoger beschreven gebruikers; - makkelijk bereikbaar en zichtbaar zijn vanaf de ruimte vanaf de te creëren openbare ruimtes die voorzien zijn bij het goederenstation en iets lager dan de plaats die in het verlengde van Rotterdamstraat en de « Bockstaelbrug » ligt; - de verenigbaarheid met een eventuele spooraansluiting waarborgen om het gebied voor havenactiviteiten en transport aan te doen; - een strategische element van het groen netwerk vormen, aan weerszijden verlengd worden door middel van groene inrichtingen, die niet deel uitmaken van de oppervlakte van de groene ruimte, zijnde aan één kant de interne verbindingsweg en aan de andere kant de oude spoorweglijn, die verderloopt tot achter de « Bockstaelbrug »; - uitzichten bieden op de noordelijke gevel van het goederenstation; - moet in ruime mate profiteren van de sociale controle die wordt gegarandeerd door de woonfunctie; - er mogen geen bouwwerken komen, behalve die die strikt noodzakelijk zijn voor de werking ervan en die toegestaan kunnen worden in een parkgebied van het GBP of deze die absoluut noodzakelijk zijn voor de eventuele spooraansluiting.

Wat de inrichting van de constructies betreft : De V/G-verhouding voor de perimeter van het GGB moet overeenstemmen met het gemiddelde van de statische stedenbouwkundige sectoren aangrenzend aan het GGB (A672, A60 en E73).

De algemene grondinnemingsgraad moet 0,5 bedragen.

Met betrekking tot de herbestemming en rehabilitatie van de drie grote pakhuizen : De herbestemming en rehabilitatie van de drie bestaande grote pakhuizen zal gecombineerd worden met een herwaardering van hun erfgoedwaarde;

Pakhuis A (met inbegrip van het gebouw voor gevaarlijke producten) zal herbestemd en gerehabiliteerd worden voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten met een mogelijkheid voor handel op maximum 50 % van de vloeroppervlakte;

Pakhuis B zal herbestemd en gerehabiliteerd worden voor activiteiten voor kantoren en/of activiteiten voor de vervaardiging van immateriële goederen en/of handelszaken;

Het bijzondere en monumentale karakter van de binnenruimten van het goederenstation (met inbegrip van het postgebouw) zal in ruime mate benut worden voor de herbestemming en rehabilitatie voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, met een mogelijkheid voor handel en/of hotels op maximum 50 % van de vloeroppervlakte;

De activiteiten die worden toegestaan in deze drie gebouwen zullen in ruime mate bijdragen tot de rol van de site als « centrum van wetenschap en kennis », en tot de concepten die samenhangen met dit project;

De handelsruimten voorzien voor het goederenstation en de opslagruimten A kunnen enkel substaniteel gewijzigd worden als een concreet en finaniceel gesteund project aan de Regering wordt voorgelegd bij het indienen van het basisdossier en/of het voorstel van BBP. Met betrekking tot de bestaande ruimte tussen de 3 pakhuizen en het gebied voor havenactiviteiten en vervoer : De bestaande ruimte van ongeveer 6 ha tussen de 3 pakhuizen en het gebied voor havenactiviteiten en vervoer zal plaats bieden aan nieuwe gebouwen, die in hoofdzaak bestemd zijn voor kantoren en verder voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, handel bijbehorend bij de hoofdbestemming van het gebied, productieactiviteiten of hotelinrichtingen, die in ruime mate bijdragen tot, enerzijds, de economische en sociale werking van de site en, anderzijds, de realisatie van kwalitatieve stedelijke ruimten, die op adequate wijze aansluiten bij zowel de ruimten die worden gegenereerd door de volumetrie van de 3 eerder vermelde gebouwen als de ruimten van de te voorziene bouwwerken in het aangrenzende gebied voor havenactiviteiten en vervoer en de naaste omgeving van de site;

Met betrekking tot de ruimte ten noordwesten van de site : Deze ruimte zal een oppervlakte van ongeveer 4 ha bestrijken, met een terreinbezettingsgraad (bovengrondse oppervlakte van de gebouwen/terreinoppervlakte) van minder dan 0,5, en zal in hoofdzaak plaats bieden aan voorzieningen van collectief belang en van openbare diensten (hogescholen, bijvoorbeeld) die samenhangen met het concept van « centrum van wetenschap en kennis », zijnde enerzijds een vloeroppervlakte van ongeveer 140.000 m2 waarvan maximaal 10 % kan worden bestemd voor de handelszaken of productieactiviteiten die de gebruikelijke aanvulling vormen op deze voorzieningen, en anderzijds een vloeroppervlakte voor collectieve woningen;

In de veronderstelling dat het federaliserend concept van « centrum van wetenschap en kennis » niet zou worden gerealiseerd, zal deze ruimte, meer bepaald op een oppervlakte van zowat 100 000 m2 vloeroppervlakte enerzijds bestemd worden voor voorzieningen, en anderzijds voor kantoren en woningen evenals voor handelszaken en productieactiviteiten die met die bestemmingen verenigbaar zijn; de voor woningen bestemde vloeroppervlakte vertegenwoordigtr een minimum van 25 % van de oppervlakte die voor de kantoren, handelszaken of productieactiviteiten bestemd is, om alzo geen enkele bijkomende behoefte aan woningen te genereren op andere delen van de site;

In elk geval moet de inrichting van deze ruimte borg staan voor : - het wegwerken van de « littekens » aan de achterkant van de bestaande bebouwde huizenblokken van de Samberstraat en de Dieudonné Lefèbvrestraat; - de integratie van het groen snoer dat wordt gevormd door de oude spoorweg tussen het aan te leggen park en de « Bockstaelbrug » waarachter deze zal verderlopen; - de verenigbaarheid met een eventuele spooraansluiting waarborgen om het gebied voor havenactiviteiten en transport aan te doen; - de optimale benutting van de onmiddellijke nabijheid van het aan te leggen park;

Met betrekking tot de ruimte ten westen en ten noorden van het goederenstation;

Deze ruimte zal in hoofdzaak plaats bieden aan te creëren woningen, conform het programma van het GGB en op grond van wat voorafgaat;

Deze oppervlakte kan worden aangevuld met die van de kantoren, handelszaken, voorzieningen en productieactiviteiten die samenhangen met de huisvesting;

Inzake hun ligging en ontwerp dient rekening te worden gehouden met de volgende vereisten : - het wegwerken van de « littekens » van de omliggende bebouwde huizenblokken van de Scheldestraat en de Lakenveldstraat; - een versterking van het residentiële karakter van de Picardstraat; - openheid naar de openbare ruimten toe, alsook het uitoefenen van een « sociale controle » op het aan te leggen park, - een omvang, comfortniveau en afwerkingsgraad van de woningen in overeenstemming met de criteria van de « geconventioneerde » woningen; - een aantal woningen zonder gescheiden bewoonbare vertrekken beperkt tot maximum 25 % van het totaal aantal woningen; - een overgang tussen de zuiver residentiële ruimten en de andere bestemmingen van de site door de invoering van complementaire bestemmingen die verenigbaar zijn met de woonfunctie (kantoren, hotelinrichtingen, activiteiten voor de vervaardiging van immateriële goederen, handelszaken en buurtvoorzieningen);

Wat betreft het gebied voor havenactiviteiten en vervoer : Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de kwaliteit van het architecturaal concept en aan het stedelijk karakter van de gebouwen die er zullen worden neergepoot, met inachtneming van een overgangsarchitectuur met het aangrenzend GGB;

Met betrekking tot de stedenbouwkundige lasten : Bij de boekhoudkundige verrekening van de stedenbouwkundige lasten moet toegezien worden op de naleving van het evenredigheidsprincipe zoals bepaald door artikel 86 van de Ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de Planning en de Stedenbouw;

Men zal rekening moeten houden met de meerkosten die daaruit voortvloeien : - het behoud, de renovatie en de rehabilitatie van het bestaand opmerkelijk onroerend erfgoed, wat het behoud en het overleven op lange termijn van dit erfgoed waarborgt, zonder daarom een beschermingsprocedure te openen die een aanzienlijke subsidieverplichting zou hebben ingehouden; - van de urbanisatie van de site die meer bepaald de aanleg vereist van kwaliteitsvolle openbare ruimten, van en openbaar park en van technische infrastructuren (wegen, afwatering, enz...), die nodig zijn voor de ontwikkeling van de GGB's; - de verplichting die door het programma van het GGB 6A wordt opgelegd om een aantal woningen te creëren ter compensatie van de andere voorziene activiteiten, met uitsluiting van de voorzieningen;

Brussel, 9 januari 2003.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : F.-X. de DONNEA, Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek W. DRAPS, Staatssecretaris bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen en Bezoldigd Vervoer van Personen

^