Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 oktober 2005
gepubliceerd op 01 december 2005

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij de voorstelling van de begroting van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt vastgelegd

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2005031415
pub.
01/12/2005
prom.
20/10/2005
ELI
eli/besluit/2005/10/20/2005031415/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 OKTOBER 2005. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij de voorstelling van de begroting van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt vastgelegd


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de nieuwe gemeentewet, inzonderheid op artikel 239, vervangen bij wet van 27 mei 1989 en gewijzigd door de ordonnantie van 17 juli 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 29 oktober 1990, het koninklijk besluit van 24 mei 1994, het koninklijk besluit van 20 augustus 1996 en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 oktober 2005;

Gelet op het advies 38.958/2/V van de Raad van State, gegeven op 29 augustus 2005;

Overwegende dat het nodig is de voorstelling van de gemeentebegrotingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan te passen aan de nieuwe bepalingen betreffende de functionele classificatie en de beperking van begrotingskredieten;

Overwegende dat de opvolging van de financiële toestand van de gemeenten en het respect van het financieel evenwicht, de inzameling en publicatie van verschillende inlichtingen noodzakelijk maken, met name deze betreffende factoren die van aard zijn om de financiële toestand van de gemeenten te beïnvloeden, zoals het personeelsbestand, de aangegeven leningen, de voorzieningen voor risico's en kosten (bijvoorbeeld de dekking van het ziekenhuistekort), het investeringsprogramma;

Op de voordracht van de Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.De begroting van de gemeente omvat verplicht : 1° de functionele begroting, 2° de economische begroting, 3° de samenvattende tabellen, 4° het beheersplan, 5° de personeelstabel 6° de bijlagen.

Art. 2.De functionele begroting bedoeld in artikel 1, 1°, geeft de begrotingskredieten weer per functie volgens de functionele codes en volgens de economische codes, elk beperkt tot de drie eerste cijfers.

Art. 3.De economische begroting bedoeld in artikel 1, 2°, geeft de begrotingskredieten weer per economische groep volgens de economische codes van vijf cijfers. Zij vermeldt eveneens de overeenkomstige algemene rekening.

Art. 4.De samenvattende tabellen bedoeld in artikel 1, 3°, worden opgesteld overeenkomstig de bijlage aan dit besluit.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de functionele overboekingen en de algemene overboekingen van functie 060.

Art. 5.Het beheersplan bedoeld in artikel 1, 4°, geeft de vooruitzichten inzake evolutie van de financiële toestand van de gemeente aan. De Minister bevoegd voor de plaatselijke besturen bepaalt de opstellingsregels en het model van het beheerplan.

Art. 6.De Minister bevoegd voor de plaatselijke besturen bepaalt de opstellingsregels en het model van de personeelstabel bedoeld in artikel 1, 5°.

Art. 7.De bijlagen bedoeld in artikel 1, 6, bevatten : 1° het verslag bedoeld in artikel 96 van de nieuwe gemeentewet;2° het verslag bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit;3° het proces-verbaal van de vergadering van het overlegcomité gemeente / openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waarin de gemeentelijke tegemoetkoming bedoeld in artikel 106 van de wet van 8 juli 1976 organiek van de openbare centra voor maatschappelijk werk vastgesteld wordt;4° de beschrijving van het buitengewoon programma en de financiering ervan;5° het verloop van de gemeentelijke investeringsschuld, per financiële instelling;6° het verloop van de reservefondsen (gewone, buitengewone of specifieke bestemming);7° de vastzetting en de bestemming van de voorzieningen voor risico's en kosten;8° het verloop van de pensioenfondsen aangelegd bij private zekerheidsinstellingen.

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.

Art. 9.De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor de plaatselijke besturen, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 20 oktober 2005.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^