Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2007
gepubliceerd op 04 mei 2007

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2007031170
pub.
04/05/2007
prom.
29/03/2007
ELI
eli/besluit/2007/03/29/2007031170/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

29 MAART 2007. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals gewijzigd door de ordannantie van 6 november 2003.

Gelet op de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapitein.

Gelet op de dringende noodzaak wegens de omstandigheid dat het de omzetting van een Europese richtlijn betreft waarvan de omzettingstermijn verstreek op 5 februari 2004;

Overwegende dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen in een schrijven van 17 februari 2004 België in gebreke gesteld heeft wegens niet omzetting van de richtlijn binnen de voorgeschreven termijnen;

Overwegende dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen zich bij beslissing van 14 december 2004 tot het Hof van Justitie heeft gewend omdat België de richtlijn niet binnen de voorgeschreven termijnen heeft omgezet;

Overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen België heeft veroordeeld wegens het niet omzetten van de richtlijn binnen de voorgeschreven termijnen;

Overwegende dat België om zich te schikken naar het uitgesproken arrest dan ook verplicht is de richtlijn onmiddellijk om te zetten in nationaal recht;

Gelet op het advies n° 42.361/4 van de Raad van State gegeven op 26 februari 2007 op basis van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities

Artikel 1.Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad wordt bij dit besluit omgezet.

Art. 2.Toepassingsgebied § 1. Dit besluit is van toepassing op schepen met een bruto tonnenmaat van 300 of meer, behalve andersluidende bepaling. § 2. Dit besluit is niet van toepassing op : a) oorlogsschepen, overige marineschepen of andere schepen die eigendom zijn van of in dienst zijn bij een lidstaat en die worden gebruikt voor een niet-commerciële openbare dienst;b) vissersschepen, traditionele schepen en pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter;c) bunkers tot 5 000 ton, scheepsvoorraden en scheepsuitrusting.

Art. 3.Definities In de zin van dit besluit wordt verstaan onder : a) "IMO" : Internationale Maritieme Organisatie;b) "relevante internationale instrumenten", de volgende instrumenten : - "MARPOL" : het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 en het bijbehorende protocol van 1978; - "SOLAS" : het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, en bijbehorende protocollen en wijzigingen; - het Internationaal Verdrag van 1969 betreffende de meting van schepen; - het Internationaal Verdrag van 1969 inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken, en het bijhorende protocol van 1973 inzake het optreden in volle zee in gevallen van verontreiniging door andere stoffen dan olie; - "SAR-verdrag" : het Internationaal Verdrag van 1979 inzake opsporing en redding op zee; - "ISM-code" : de internationale veiligheidscode; - "IMDG-code" : de internationale IMO-code voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over zee; - "IBC-code" : de internationale IMO-code voor de bouw en de uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren; - "IGC-code" : de internationale IMO-code voor de bouw en de uitrusting van schepen die vloeibaar gas in bulk vervoeren; - "BC-code" : de IMO-code met praktische voorschriften voor de veiligheid van het vervoer van lading; - "INF-code" : de IMO-code van veiligheidsvoorschriften voor het vervoer van bestraalde splijtstoffen, plutonium en hoogradioactieve afval in vaten aan boord van een schip; - "Resolutie A 851 (20) van de IMO", Resolutie 851 (20) van de Internationale Maritieme Organisatie, getiteld : "General principles for ship reporting systems and ship reporting requirements, including guidelines for reporting incidents involving dangerous goods, harmful substances and/or marine pollutants"; c) "exploitant" : de reder of beheerder van een schip;d) "agent" : de persoon die opdracht of toestemming heeft om namens de exploitant van een schip informatie te verstrekken;e) "verlader" : de persoon door wie, namens wie of ten behoeve van wie een overeenkomst voor het vervoer van goederen over zee is gesloten met een vervoerder;f) "maatschappij" : de maatschappij als bedoeld in voorschrift 1, paragraaf 2, van hoofdstuk IX van het SOLAS-verdrag;g) "schip" : een zeeschip of -vaartuig;h) "gevaarlijke goederen" : - stoffen als omschreven in de IMDG-code, - gevaarlijke vloeistoffen opgenomen in hoofdstuk 17 van de IBC-code, - vloeibare gassen opgenomen in hoofdstuk 19 van de IGC-code, - vaste stoffen als bedoeld in aanhangsel B van de BC-code. Inbegrepen zijn ook de stoffen voor het vervoer waarvan passende voorwaarden zijn neergelegd overeenkomstig paragraaf 1.1.3 van de IBC-code of paragraaf 1.1.6 van de IGC-code; i) "verontreinigende goederen" : - oliesoorten als omschreven in bijlage I van het MARPOL-verdrag, - schadelijke vloeistoffen als omschreven in bijlage II bij het MARPOL-verdrag, - schadelijke stoffen als omschreven in bijlage III bij het MARPOL-verdrag;j) "laadeenheid" : een vrachtwagen, een goederenwagon, een container, een tankwagen, een spoorwagen of een mobiele tank;k) "adres" : naam en communicatieverbindingen via welke, indien nodig, contact kan worden gelegd met de exploitant, de agent, de havenautoriteit, de bevoegde instantie of iedere andere gemachtigde persoon of organisatie die beschikt over gedetailleerde gegevens betreffende de lading van het schip;l) "bevoegde instanties" : de instanties of organisaties die door de Belgische federale overheid is aangewezen om de uit hoofde van de richtlijn 2002/59/CE meegedeelde informatie in ontvangst te nemen en door te geleiden;m) "havenautoriteit" : de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan die/dat voor elke haven door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is aangewezen om de uit hoofde van dit besluit meegedeelde informatie in ontvangst te nemen en door te geleiden;n) "toevluchtsoord" : een door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de opvang van schepen in nood aangewezen haven, deel van een haven of andere beschutte aanleg- of ankerplaats dan wel veilig gebied;o) "verkeersbegeleidingssysteem" (VBS) : een dienst die opgezet is om de veiligheid en de efficiëntie van het scheepsverkeer te verbeteren en het milieu te beschermen en dus in het verkeer kan interveniëren en op verkeerssituaties die zich in het VBS-gebied voordoen, kan reageren;p) "scheepsrouteringssysteem" : een systeem van één of meer routes of routeringsmaatregelen om het risico van scheepsongevallen te verkleinen dat bestaat uit verkeersscheidingsstelsels, vaarwegen voor tweerichtingsverkeer, aanbevolen koerslijnen, gebieden die dienen te worden gemeden, zones voor kustverkeer, rotondes, voorzorgsgebieden en diepwaterroutes;q) "traditionele schepen" : historische schepen en replica's daarvan, met inbegrip van schepen die ontworpen zijn om traditionele vaardigheden en zeemanschap aan te moedigen en te bevorderen, die als levende cultuurmonumenten volgens de traditionele beginselen van zeemanschap en techniek worden bestuurd;r) "ongeval" : een ongeval in de zin van de IMO-code voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten en ongevallen op zee.s) "Lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie. HOOFDSTUK II. - Aanmelding en monitoring van de schepen

Art. 4.Aanmelding vóór het binnenlopen van de havens gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 1. De exploitant, agent of kapitein van een schip dat op weg is naar een haven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geeft de havenautoriteit kennis van de gegevens bedoeld in bijlage I, punt 1. a) minstens vierentwintig uren op voorhand, of b) uiterlijk wanneer het schip de vorige haven verlaat als de reisduur minder dan vierentwintig uren bedraagt, of c) zodra de aanloophaven gekend is, indien zij nog niet gekend zou zijn of tijdens de reis wordt gewijzigd. § 2. Ten aanzien van schepen komende van een haven buiten de Gemeenschap, die op weg zijn naar een haven van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren, gelden de aanmeldingsvoorschriften van artikel 6. HOOFDSTUK III. - Aanmelding van gevaarlijke of verontreinigende stoffen aan boord (HAZMAT)

Art. 5.Plichten van de verlader.

De verlader van gevaarlijke of verontreinigende goederen moet de havenautoriteit een verklaring bezorgen met de gegevens vermeld in bijlage I, punt 2, en ervoor zorgen dat de voor vervoer aangeboden vracht werkelijk die is waarover verklaring werd afgelegd.

Art. 6.Aanmelding van gevaarlijke of verontreinigende stoffen aan boord. § 1. De exploitant, de agent of de kapitein van een schip, ongeacht de grootte ervan, dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoert en een haven van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verlaat of er naar toe vaart, geeft de havenautoriteit kennis van de gegevens bedoeld in bijlage I, punt 3, uiterlijk bij de afvaart of zodra de haven van bestemming of de ankerplaats gekend is, indien deze informatie niet beschikbaar is op het ogenblik van het vertrek. § 2. De havenautoriteit bewaart de gegevens bedoeld in bijlage I, punt 3, lang genoeg opdat zij in geval van incident of ongeval op zee gebruikt kunnen worden. De havenautoriteit neemt de nodige maatregelen opdat deze informatie onverwijld 24 uur per dag langs elektronische weg aan de bevoegde instantie op haar verzoek kan worden meegedeeld. § 3. De informatie wordt waar mogelijk elektronisch doorgestuurd. Het elektronische berichtenverkeer maakt gebruik van de syntax en de procedures als bedoeld in bijlage II. HOOFDSTUK IV. - Monitoring van risicoschepenen interventie in geval van incidenten en ongevallen op zee

Art. 7.Informatie van de betrokken partijen. § 1. De havenautoriteit die over de overeenkomstig artikel 6 meegedeelde informatie beschikt zal ze om veiligheidsredenen op verzoek van de bevoegde instantie mededelen. § 2. De havenautoriteit die krachtens dit besluit of anderszins in kennis wordt gesteld van feiten die een risico of een verhoogd risico vormen voor bepaalde zee- en kustgebieden van een andere lidstaat, neemt passende maatregelen om de bevoegde instantie hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en haar te raadplegen over de te ondernemen acties. Eventueel werken de havenautoriteit en de bevoegde instantie samen bij de planning van een gezamenlijke actie. HOOFDSTUK V. - Begeleidingsmaatregelen

Art. 8.Vertrouwelijkheid van de informatie.

De overeenkomstig dit besluit overgemaakte informatie wordt op vertrouwelijke wijze behandeld. Ze kunnen echter worden overgemaakt in het raam van de opdrachten van de administatieve politie uitgevoerd door de Haven van Brussel krachtens artikel 16 bis § 2 van de Ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. De informaties ontvangen uit hoofde van deze besluit zullen in geen geval mogen verspreid worden door de havenautoriteiten in het kader van haar handelsactiviteiten.

Art. 9.Controle op de tenuitvoerlegging van dit besluit en sancties. § 1. De controle op de uitvoering van dit besluit is toevertrouwd aan de havenautoriteit. De havenautoriteit legt hiervoor verantwoording af aan de bevoegde overheid. § 2. Overtredingen van de bij dit besluit opgelegde verplichtingen worden bestraft met de sancties bepaald bij de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg.

Art. 10.Evaluatie.

De havenautoriteit brengt op verzoek van de bevoegde instantie verslag uit over de stand van vordering van de uitvoering van dit besluit. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 11.Inwerkingtreding.

Dit besluit treedt in werking de tiende dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

Art. 12.De Staatssecretaris bevoegd voor de Haven van Brussel is belast met de uitvoering van dit besluit en met de aanwijzing van de Brusselse havenautoriteit.

Brussel, 29 maart 2007.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking C. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen.

G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Taxis Mevr. P. SMET

^