Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 06 maart 2008
gepubliceerd op 07 april 2008

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidinggevende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en aan de Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de begroting en het individuele personeelsbeheer

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2008031142
pub.
07/04/2008
prom.
06/03/2008
ELI
eli/besluit/2008/03/06/2008031142/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

6 MAART 2008. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidinggevende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en aan de Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de begroting en het individuele personeelsbeheer


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen;

Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut;

Gelet op de organieke ordonnantie van 26 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brusselse Instituut voor Milieubeheer, zoals gewijzigd bij de ordonnantie van 27 april 1995;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 juli 2004 tot vaststelling van de bevoegdheden van de ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 juli 1998 tot instelling van delegatie van tekenbevoegdheid inzake energiebeleid aan de ambtenaren-generaal van het Brussels Instituut voor Milieubeheer;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer inzake de begroting en het individuele personeelsbeheer;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 september 2007 betreffende de toekenning van een premie voor de uitvoering van een bodemonderzoek in het kader van het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 19 februari 2008;

Overwegende dat het voor de goede werking van het Brussels Instituut voor Milieubeheer noodzakelijk is dat de leidende ambtenaren bepaalde bevoegdheden inzake dagelijks beheer van onder meer de begroting en het individuele personeelsbeleid kunnen uitoefenen;

Overwegende dat het voor de goede werking van de Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest noodzakelijk is dat zij over voldoende autonomie beschikt inzake de aanwending van het budget dat haar toegekend wordt;

Op voorstel van de minister van Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Besluit : I. Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : a. Instituut : het Brussels Instituut voor Milieubeheer;b. Minister : het lid of de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of de staatssecretaris(sen) die Leefmilieu, Energie en Waterbeleid onder zijn/haar bevoegdheden heeft (hebben), elk wat de bevoegdheden betreft die hem/haar door de Regering toevertrouwd zijn;c. Commissie : de Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, opgericht door artikel 30bis van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende deorganisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. II. Brussels Instituut voor Milieubeheer

Art. 2.De leidende ambtenaar en de adjunct-leidende ambtenaar verzorgen het dagelijkse beheer van het Instituut, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Er wordt hun algemene delegatie van ondertekening toegekend voor alle handelingen die tot dat dagelijkse beheer behoren, waaronder onder meer de uitvoering van de personeelsuitgaven (economische code 11).

Art. 3.De leidende ambtenaren zijn bevoegd om : 1. gezamenlijk, als gedelegeerde ordonnateurs, overeenkomstig de van kracht zijnde wets- en verordeningsbepalingen, de uitvoering te verzorgen van de kredieten die ingeschreven zijn op de Opdracht van de Algemene uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de Bevordering van de energiedoeltreffendheid en de Regulering van de energiemarkten, als ook van de begroting van het Instituut, met uitzondering van de kredieten die in die begroting ingeschreven zijn op de Opdracht betreffende de financiering van de activiteiten van de Commissie. Deze uitzondering voor de financiering van de Commissie heeft geen betrekking op de basisallocaties betreffende : 1. de personeelsuitgaven (economische code 11) en de toelage aan de sociale dienst;2. de verzekeringen;3. de huurkosten, de huurlasten en de onroerende voorheffing, die vallen onder de bevoegdheid van de leidende ambtenaren van het Instituut. Daartoe wordt hun delegatie van ondertekening toegekend voor : 1. het vastleggen van kredieten in opdracht van de minister, zonder beperking van het bedrag, of in het kader van de delegatie beschreven in de artikelen 4, 5 en 6 van dit besluit;2. het vereffenen van de facturen en de schuldvorderingen waarvan het bedrag van de uitgaven al vastgelegd is;3. het ordonnanceren;2. maatregelen te nemen die nodig zijn voor de goede werking van het Instituut.

Art. 4.§ 1. Binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, en onverminderd de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, oefenen de leidende ambtenaren gezamenlijk de bevoegdheden uit om het bijzonder bestek of de vervangende documenten goed te keuren (hierbij inbegrepen de akten bedoeld in de artikelen 12 tot 14, 38 tot 40, 64 tot 66 en 121 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken), de gunningswijze te kiezen, de toewijzingsprocedure aan te vatten en de opdrachten voor werken, leveringen en diensten te sluiten en uit te voeren voor de opdrachten waarvan het bedrag, BTW niet inbegrepen, niet hoger is dan : - 10.000 EUR voor dienstenopdrachten, als ook voor leveringsopdrachten van rollend materieel en wetenschappelijk materieel; - 31.000 EUR voor opdrachten voor werken en leveringen, met uitzondering van leverings-opdrachten van rollend materieel en wetenschappelijk materieel. § 2. De leidende ambtenaren zijn eveneens bevoegd om, in het kader van de normale uitvoering van de gesloten opdracht en binnen de grenzen van het oorspronkelijk bedoelde voorwerp, alle rekeningen en schuldverklaringen betreffende de opdrachten voor werken, leveringen en diensten waarvan het bedrag de in § 1 bedoelde delegaties overschrijdt, goed te keuren. § 3. De aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen betreffende opdrachten voor werken worden eerst ter goedkeuring aan de minister voorgelegd. § 4. Jaarlijks brengen de leidinggevende ambtenaren aan de Minister verslag uit over de aanwending van de delegatie die zij krachtens dit artikel hebben ontvangen.

Art. 5.Na de sluiting van de opdracht, binnen de grenzen en onder de voorwaarden vermeld in artikel 4, is de gedelegeerde overheid die de opdracht heeft toegekend gemachtigd om, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, met een met redenen omklede beslissing af te wijken van de toepassing van de essentiële bedingen en voorwaarden van de opdracht, zonder echter het voorwerp ervan te wijzigen, en om de beslissingen te nemen bedoeld in de artikelen 17 en 42 van de algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken, gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken.

Art. 6.Binnen de grenzen van de beschikbare kredieten wordt aan de leidende ambtenaren van het Instituut delegatie van ondertekening toegekend voor het gezamenlijk toekennen van de premies bedoeld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 september 2007 betreffende de toekenning van een premie voor de uitvoering van een bodemonderzoek in het kader van het beheer en de sanering van verontreinigde bodems.

Art. 7.Overeenkomstig het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op de personeelsleden van het Instituut, zijn de leidende ambtenaren gezamenlijk bevoegd om de personeelsleden van niveaus B, C, D en E in disponibiliteit te stellen door terugneming van werk in het belang van de dienst.

Art. 8.De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om contractuele personeelsleden te ontslaan wegens een zware fout.

Art. 9.Na voorafgaande goedkeuring van de Minister, kunnen de leidende ambtenaren gezamenlijk, door de overeenkomstige bevoegdheden te beperken, sommige bevoegdheden die hun bij de artikelen 4 en 5 zijn toevertrouwd, delegeren.

In geval van afwezigheid of verhindering van een van de leidende ambtenaren, worden de bevoegdheden waarmee hij bekleed is, voor de duur van de afwezigheid of de verhindering, verleend aan de ambtenaar van dezelfde taalrol met de meeste anciënniteit in de hoogste graad onmiddellijk onder deze van de afwezige of verhinderde ambtenaar.

Art. 10.De ambtenaren die bevoegd zijn om namens de minister te ondertekenen, plaatsen vóór de vermelding van hun graad en hun handtekening de formule 'Namens de minister'.

III. Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 11.De Commissie is bevoegd om, als gedelegeerde ordonnateur, overeenkomstig de van kracht zijnde wets- en verordeningsbepalingen, de uitvoering te verzorgen van de kredieten van de Opdracht die, binnen de begroting van het Instituut, betrekking heeft op de financiering van de activiteiten, met uitzondering van de basisallocaties betreffende : ? de personeelsuitgaven (economische code 11) en de toelage aan de sociale dienst; ? de verzekeringen; ? de huurkosten, de huurlasten en de onroerende voorheffing; die vallen onder de bevoegdheid van de leidende ambtenaren van het Instituut.

Daartoe wordt haar delegatie van ondertekening toegekend voor : ? het vastleggen van kredieten in het kader van de delegatie beschreven in de artikelen 12 en 13 van dit besluit; ? het vereffenen van de facturen en de schuldvorderingen waarvan het bedrag van de uitgaven al vastgelegd is; ? het ordonnanceren.

Art. 12.§ 1. Binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, en onverminderd de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten en de administratieve en budgettaire controle, oefent de Commissie de bevoegdheden uit om het bijzonder bestek of de vervangende documenten goed te keuren (hierbij inbegrepen de akten bedoeld in de artikelen 12 tot 14, 38 tot 40, 64 tot 66 en 121 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken), de gunningswijze te kiezen, de toewijzingsprocedure aan te vatten en de opdrachten voor werken, leveringen en diensten te sluiten en uit te voeren voor de opdrachten waarvan het bedrag, BTW niet inbegrepen, niet hoger is dan de bedragen beschreven in artikel 5, j, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering. § 2. De Commissie is eveneens bevoegd om, in het kader van de normale uitvoering van de gesloten opdracht en binnen de grenzen van het oorspronkelijk bedoelde voorwerp, alle rekeningen en schuldverklaringen betreffende de opdrachten voor werken, leveringen en diensten waarvan het bedrag de in § 1 bedoelde delegaties overschrijdt, goed te keuren.

Art. 13.Na de sluiting van de opdracht, binnen de grenzen en onder de voorwaarden vermeld in artikel 12, is de gedelegeerde overheid die de opdracht heeft toegekend gemachtigd om, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, met een met redenen omklede beslissing af te wijken van de toepassing van de essentiële bedingen en voorwaarden van de opdracht, zonder echter het voorwerp ervan te wijzigen, en om de beslissingen te nemen bedoeld in de artikelen 17 en 42 van de algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken, gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken.

Art. 14.De Commissie kan, door de overeenkomstige bevoegdheden te beperken, sommige bevoegdheden die haar bij de artikelen 12 en 13 zijn toevertrouwd, aan een of meerdere van haar leden of opdrachthouders delegeren. Zij brengt het Instituut en de minister op de hoogte van de toegekende subdelegaties.

IV. Slotbepalingen

Art. 15.De Minister kan elk dossier aanhangig maken dat krachtens dit besluit binnen de gedelegeerde bevoegdheden valt. Hij kan de gedragslijn voor het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheden vastleggen.

Art. 16.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 juli 1998 tot instelling van delegatie van tekenbevoegdheid inzake energiebeleid aan de ambtenaren-generaal van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer inzake de begroting en het individuele personeelsbeheer worden opgeheven.

Art. 17.Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2008.

Brussel, 6 maart 2008.

De Minister-President, Ch. PICQUE De Minister van Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Mevr. E. HUYTEBROECK

^