Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 september 2002
gepubliceerd op 10 juni 2008

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2008031227
pub.
10/06/2008
prom.
19/09/2002
ELI
eli/besluit/2002/09/19/2008031227/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 SEPTEMBER 2002. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de besluitwet van 18 december 1946 waarbij het houden van een telling der grondwaterreserves en tot invoering van een reglementering van hun gebruik besloten wordt;

Gelet op de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de grondwateren, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 september 1987 betreffende de bescherming van het grondwater in het Brusselse Gewest tegen verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen, inzonderheid op artikel 6 en volgende;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 juni 1989 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door gevaarlijke, schadelijke of toxische stoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op de vergunning toegekend op 19 januari 1972 aan de Brusselse Inter-communale Watermaatschappij, BIWM, Wolstraat 70, te 1000 Brussel, om een grondwaterwinning in te richten op het grondgebied van de stad Brussel op de plaats genaamd Ter Kamerenbos op de percelen kadastraal bekend Brussel 22ste afdeling, 11de sectie, nr. 267/f4 (putten C1, C2 en C3), nr. 267/i4 (put C4), nr. 267/m4 (put C5), en nr. 267/z3 (putten C7, C8 en C9), met een jaarlijks maximaal volume van 1 095 000 m3; -op de op 18 februari 1977 geregistreerde akte van aangifte verleend door de BIWM, betreffende twee grondwaterwinningen gelegen in het Ter Kamerenbos, voor een jaarlijks maximaal volume van 161 000 m3; - op de op 18 februari 1977 geregistreerde akte van aangifte verleend door de BIWM, betreffende wangalerijen met onderaardse sluizen toegankelijk door putten en gelegen in het Ter Kamerenbos en in het Zoniënwoud, voor een jaarlijks maximaal volume van 2 500 000 m3;

Gelet op de aanvraag tot het inrichten van beschermingszones rondom de grondwaterwinningen ingediend door de BIWM op 2 november 1991;

Gelet op de aanvragen tot een openbaar onderzoek gericht op 26 juli 1996 aan de gemeentebesturen van Brussel en Ukkel;

Overwegende dat er bij het afsluiten van de openbare onderzoeken op 12 december 1996, geen aanmerkingen, geen bezwaarschriften en geen mondelige opmerkingen werden geopperd;

Gelet op de notulen opgesteld na de overlegvergaderingen van 19 december 1996 en 20 februari 1997;

Op voorstel van de Minister belast met het Waterbeleid, Besluit :

Artikel 1.Ten gevolge van de aan de BIWM (Brusselse Intercommunale Watermaatschappij), Wolstraat 70, te 1000 Brussel, afgegeven vergunningen van 12 januari 1972 en 18 februari 1977 voor grondwaterwinning door middel van putten in het Ter Kamerenbos te Brussel en via wingalerijen in het Ter Kamerenbos en in het Zoniënwoud te Brussel en Ukkel, en overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 september 1987 betreffende de bescherming van het grondwater in het Brussels Gewest tegen verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen en bij toepassing van artikel 7, lid 3b, worden de waterwinningsgebieden en de bijbehorende beschermingszones type I, II en III afgebakend overeenkomstig de plannen in bijlage 2 bij dit besluit.

Art. 2.§ 1. In de waterwinningsgebieden en de beschermingszones van type I worden slechts de activiteiten toegelaten die rechtstreeks verband houden met de grondwaterbescherming en waterproductie, met inbegrip van het onderhoud en de aanleg van waterwinningen. § 2. In de de beschermingszones type II zijn de volgende activiteiten verboden : 1° de besproeiing of de irrigatie met lozingswater;2° de aanleg van zinkputten en het ondergronds verspreiden van huishoudelijk afvalwater;3° de boringen, uitgravingen, de grondwerken dieper dan 2,5 m onder het maaiveld, met uitzondering van de controleputten;4° de directe of indirecte lozingen, de storting, de opslag op of in de grond, het verspreiden en het vervoer van de stoffen bedoeld in lijst I of II in bijlage 1 bij dit besluit;5° de opslag van baggerspecie of van zuiveringsslib;6° de aanleg van nieuwe, overdekte omheinde terreinen bestemd voor dieren, inzonderheid stallen en kennels;de bodem van de op de datum van bekendmaking van het besluit houdende afbakening van een beschermingszone II bestaande overdekte omheinde terreinen voor dieren dient waterdicht te worden gemaakt en te worden voorzien van een vergaarsysteem zodat elke vloeibare lozing in de bodem wordt verhinderd. § 3 In de beschermingszones type II worden de volgende activiteiten aan bepaalde voorwaarden onderworpen : 1° Als de opslag of het gebruik van stoffen bedoeld in lijst I en II van bijlage 1 overeenkomstig de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen aan een milieuvergunning wordt onderworpen, stelt deze vergunning de voorwaarden vast ter bescherming van het grondwater in overeenstemming met het advies van het Bestuur Uitrusting en Vervoer - Directie Hydrogeologie. Bij gebrek aan dergelijke vergunning worden slechts toegelaten : - de opslag of het gebruik van deze stoffen in voldoende zwakke hoeveelheden of gehalten om eik risico van kwaliteitsbederf van de opvangende ondergrondse waterlaag uit te sluiten; - het huishoudelijk en agrarisch gebruik, alsook het gebruik in bosgebieden van vloeibare koolwaterstoffen op atmosferische druk die opgeslagen zijn in een waterdichte kelder of in een waterdichte en toegankelijk gemaakte opslagkamer waarvan de opvangcapaciteit ten minste gelijk is aan deze van de tank. 2° De leidingen bestemd voor het vervoer van stoffen bedoeld in lijst I en II zijn waterdicht en het breukrisico is nagenoeg verwaarloosbaar.3° Het lozen en transport van afvalwater gebeuren enkel door middel van een net waterdichte riolering of goten.4° De weggedeelten die de beschermingszones doorkruisen worden met waterdichte goten uitgerust, die al de vloei- of andere stoffen tegenhouden die er per ongeluk zouden worden gestort. § 4. In de beschermingszones type III worden, naast de inrichtingen bepaald door de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de ingegraven opslagplaatsen van koolwaterstoffen met een opvangcapaciteit van meer dan 5 000 liter aan dichtheidsproeven onderworpen die om de vijf jaar worden uitgevoerd ten laste van de eigenaars of de uitbaters van deze inrichtingen en onder het toezicht van het Bestuur Uitrusting en Vervoer - Directie Hydrogeologie. De resultaten van deze dichteidsproeven worden eik jaar aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer doorgegeven.

Art. 3.Om het eventuele effect van de waterwinning in te schatten, worden de grondwaterstanden om de twee maanden in tien strategisch gelegen controleputten gemeten.

Elke maand wordt het waterpeil in meerdere controleputten gemeten die dichtbij de winningsputten zijn gelegen. Gedurende deze metingen wordt het debiet van elke winningsput opgetekend.

Art. 4.Elke put wordt voorzien van een meettoestel welk het uit de waterlaag onttrokken debiet in kubieke meters opgeeft en welk aan de gestelde normen beantwoordt.

Art. 5.De meetresultaten van de in artikel 3 vermelde toestellen en de op grond van deze resultaten berekende hoeveelheden water worden maandelijks in een register opgenomen.

Art. 6.De maandelijks onttrokken hoeveelheden alsook de gegevens van de in artikelen 3 en 5 van dit besluit bepaalde metingen worden per kwartaal en uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober en 15 januari aan het Bestuur Uitrusting en Vervoer Directie Hydrogeologie meegedeeld alsook aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer.

Brussel, 19 september 2002.

Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter, F.-X. de DONNEA De Minister belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud en Openbare Netheid, D. GOSUIN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud.

De Minister-Voorzitter, F.-X. de DONNEA De Minister belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud en Openbare Netheid, D. GOSUIN

^