Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2009
gepubliceerd op 05 mei 2009

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot toekenning van toelagen aan de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de projecten van gemeentelijke infrastructuren bestemd voor crèches. - Begroting 2009

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2009031206
pub.
05/05/2009
prom.
19/03/2009
ELI
eli/besluit/2009/03/19/2009031206/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

19 MAART 2009. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot toekenning van toelagen aan de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de projecten van gemeentelijke infrastructuren bestemd voor crèches. - Begroting 2009


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, VIII, 9° en 10°, gewijzigd bij de wet van 13 juli 2001;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 4, gewijzigd bij de wetten van 5 mei 1993 en 16 juli 1993;

Gelet op de ordonnantie van 19 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het begrotingsjaar 2009, inzonderheid de basisallocatie 10.005.28.01.63.21;

Gelet op het advies 46.118/4 van de Raad van State, verstrekt op 4 maart 2009, in toepassing van artikel 84 § 1, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en gelet op de dringende noodzakelijkheid verantwoord door : -het feit dat de Regering pas op 17 februariri 2009 in het bezit is gekomen van het noodzakelijk geachte advies van de gewestelijke werkgroep gericht op het scheppen van bijkomende opvangplaatsen in de kinderkribben en dat zij een deel van het besluit moest herschrijven om tegemoet te komen aan de technische opmerkingen die geformuleerd werden door de gemeenschapsinstellingen bevoegd voor het kinderopvangbeleid; - de absolute noodzaak om de gemeenten voldoende tijd te laten, enerzijds om vóór 10 april 2009 te antwoorden op de projectoproep 2009 en anderzijds om vóór 15 oktober 2009 een afgewerkt project in te dienen. Deze termijnen worden op hun beurt gerechtvaardigd door respectievelijk : - de noodzaak om de gemeenten een realistisch tijdsbestek te bieden tussen het ogenblik van de bevestiging van de projectselectie (en de nauwkeurige bepaling van het maximumbedrag van de gewestelijke tegemoetkoming) en de uiterste datum om een volledig dossier in te dienen met de aanvraag van een principiële instemming met de toekenning van een toelage, - de noodzaak om, vóór het einde van het begrotingsjaar 2009, de principiële akkoorden aangaande de projecten en de budgettaire vastlegging te bevestigen - akkoorden die uitgebracht worden op grond van een dossier dat er betrekking op heeft;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën;

Gelet op het advies van de gewestelijke werkgroep gericht op het scheppen van bijkomende opvangplaatsen in de kinderkribben;

Overwegende de noodzaak om op verzoek van de gezinnen te zorgen voor meer plaatsen in de kinderdagverblijven en zodoende een betere combinatie van beroeps- en privéleven mogelijk te maken;

Overwegende dat de verhoging van het aantal plaatsen in kinderdagverblijven de aantrekkelijkheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevordert, de remmen op de tewerkstelling en in het bijzonder op de tewerkstelling van vrouwen beperkt, een herwaardering van het gemeentelijk patrimonium en een beperking van de voor een zeker aantal gemeenten onvermijdelijk geworden uitgaven mogelijk maakt;

Overwegende dat het Gewest in het verleden de renovatie en aankoop van gemeentelijke infrastructuur voor kinderdagverblijven heeft gesubsidieerd via de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 juni 2007 en 10 april 2008 en gelet op de noodzaak om dit initiatief in 2009 voort te zetten;

Op voordracht van de Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor de Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : 1° ONE : « Office de la Naissance et de l'Enfance » van de Franse Gemeenschap;2° KIND EN GEZIN : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid dat door de Vlaamse Gemeenschap is belast met de regie van de kinderopvang;3° RVOHR : de Ruimte voor Versterkte Ontwikkeling van Huisvesting en Renovatie zoals omschreven in de richtinggevende bepalingen van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) en in de wijzigingsbesluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; 4° « Kinderdagverblijf » : omgeving voor de opvang van het jonge kind, gevestigd op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarvan het beheer en de organisatie verzorgd worden door een gemeente, een O.C.M.W. of een vereniging zonder winstoogmerk voor rekening van een gemeente met het oog op erkenning door « ONE » of KIND EN GEZIN. 5° De Minister : de Minister, bevoegd voor de Plaatselijke Besturen.

Art. 2.Aan de gemeenten worden subsidies toegekend op de kredieten van basisallocatie 10.005.28.01.63.21 van de begroting 2009, luidende subsidiëring van de projecten inzake gemeentelijke infrastructuur bestemd voor « kinderdagverblijven », voor : 1° specifieke projecten voor de renovatie van « kinderdagverblijven » met het oog op een uitbreiding van het aantal plaatsen met minstens vijf.Enkel het deel van de werken dat betrekking heeft op de uitbreiding van de « kinderdagverblijf » komt in aanmerking voor de berekening van de subsidie. Indien de uitbreidingsposten niet onderscheiden kunnen worden, zal het bedrag van de subsidieerbare werken berekend worden naar rato van het aantal gecreëerde plaatsen in verhouding tot de bestaande plaatsen; 2° specifieke projecten voor de renovatie van gebouwen van elk type bestemd als « kinderdagverblijf » en waarbij minstens twaalf plaatsen worden gecreëerd;3° specifieke projecten voor de aankoop van gebouwen of terreinen bestemd als « kinderdagverblijf », en waarbij minstens twaalf plaatsen worden gecreëerd;4° specifieke projecten voor de bouw van gebouwen bestemd als « kinderdagverblijf » en waarbij minstens twaalf plaatsen worden gecreëerd.

Art. 3.De gemeenten zijn de enige gesprekspartners van de Regering.

De projecten van de gemeenten, VZW's of O.C.M.W.'s worden aan de Regering voorgesteld door middel van een beslissing van de Gemeenteraad of bij ontstentenis door middel van een verbintenis van het college van burgemeester en schepenen die binnen de veertig dagen door de gemeenteraad wordt goedgekeurd.

Art. 4.De Regering selecteert de projecten en verdeelt het bedrag beschikbaar op de kredieten van de basisallocatie 10.005.28.01.63.21 van het budget 2009, met de titel subsidiëring van de projecten inzake gemeentelijke infrastructuur bestemd voor kinderkribbes, over de omslagen die worden voorbehouden voor de verschillende geselecteerde projecten die door de gemeenten worden voorgesteld als antwoord op een oproep tot projecten gericht aan de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die afgesloten wordt op 1st meil 2009.

In haar antwoord op deze projectoproep dient de gemeente een omschrijving te geven van de vooropgestelde investeringen, als bijlage bij het formulier voor de indiening van een offerte (bijlage 1), dat de gemeente heeft ingevuld.

Het Bestuur mag alle bijkomende informatie opvragen die nodig is voor de verwerking van de projectoproep.

Het subsidiebedrag dat aan een gemeente wordt toegekend, mag niet meer bedragen dan 500.000 euro. Dat bedrag wordt op 1.000.000 euro gebracht voor gemeenten die minstens één project voorstellen dat ingediend is met het oog op erkenning door ONE en één project dat ingediend is met het oog op erkenning door KIND EN GEZIN, maar het bedrag blijft beperkt tot maximaal 500.000 euro voor het geheel van de projecten die onder een van beide organismen ressorteren.

Bij een door de gemeentebesturen naar behoren gemotiveerde hoogdringendheid, kunnen de gemeenten projecten voorstellen die betrekking hebben op subsidieerbare investeringen overeenkomstig artikel 2 en waarvan de realisatie al opgestart is, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 10.

Het maximale subsidieerbare bedrag per gecreëerde plaats wordt vastgesteld op 175 % van de gemiddelde kostprijs per gecreëerde plaats van de ontvankelijke projecten voor de 19 gemeenten.

De subsidies worden als volgt verdeeld : 1° Indien de beschikbare kredieten groter zijn dan de bedragen die door de gemeenten worden aangevraagd : - dan worden de kredieten verdeeld tussen de projecten van de verschillende gemeenten.2° Indien de aangevraagde bedragen de beschikbare kredieten overschrijden : - dan worden de projecten van de gemeenten onderverdeeld in prioritaire en niet-prioritaire projecten.Een project wordt als prioritair beschouwd indien de gemeente die het voorstelt, beschikt over een capaciteit aan opvangplaatsen voor kinderen jonger dan drie jaar in de gemeentelijke kinderdagverblijven die kleiner is dan 150 % van het gewestelijke gemiddelde (zie bijlage 2). a) Indien de bedragen voor de prioritaire projecten lager zijn dan de beschikbare kredieten : - dan worden de kredieten verdeeld tussen de prioritaire projecten. - het saldo van de nog beschikbare kredieten wordt verdeeld tussen de niet-prioritaire projecten, waarbij de subsidies in de eerste plaats toegekend worden aan die projecten waarvoor de verhouding tussen de totale kostprijs van de investering en het aantal gecreëerde plaatsen het kleinst is. b) Indien de bedragen voor de prioritaire projecten de beschikbare kredieten overschrijven, dan worden de kredieten verdeeld tussen de prioritaire projecten, waarbij de subsidies in de eerste plaats toegekend worden aan die projecten waarvoor de verhouding tussen de totale kostprijs van de investering en het aantal gecreëerde plaatsen het kleinst is. Bij projecten die in verschillende fases worden verwezenlijkt, is de kostprijs van de investering die in beschouwing wordt genomen de kostprijs van alle fases die het Gewest al heeft gesubsidieerd, samen met die van de fases die nog nodig zijn om het project af te ronden.

Het bedrag dat de Regering aan elk project toekent, vormt een maximum voor de definitieve bepaling van het subsidiebedrag.

Art. 5.Voor een renovatie- of bouwproject dienen de gemeentelijke overheden aan het Bestuur uiterlijk tegen 15 oktober 2009 een eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan dat de opdracht goedkeurt toe te sturen, evenals een eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van de gemeenteraad die de subsidie aanvraagt, en het volledige aanvraagdossier samengesteld uit : 1° de plannen van de installaties;2° het bestek;3° de beschrijvende, samenvattende en ramende opmetingsstaten, gedetailleerd per post;4° een kopie van de eventueel vereiste gewestelijke vergunningen;5° een advies van « ONE » of van KIND EN GEZIN dat bevestigt dat het project overeenstemt met de gemeenschapsnormen voor het openen van een opvangomgeving;6° een advies van de Gewestelijke dienst voor brandbestrijding;7° een eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van de gemeenteraad die zich formeel verbindt tot de volgende punten : - via de werken het aantal opvangplaatsen in dit « kinderdagverblijf » te verhogen, minstens met het aantal dat vermeld werd in de projectoproep; - in de eerste twintig jaar na de toekenning van de subsidie de bestemming van de gerenoveerde gebouwen niet te wijzigen; - in te staan voor het onderhoud en het beheer van het gesubsidieerde goed; - er zich op erewoord toe te verbinden het Gewest ervan op de hoogte te stellen indien voor het project subsidies worden aangevraagd of verkregen bij andere subsidiërende overheden en in dat geval het Gewest op de hoogte te stellen van de aard en het bedrag daarvan. In geen geval mag de totale financiering van het project de reële kostprijs van de investering overstijgen. Als er geen andere subsidiërende overheden zijn, verbindt de gemeenteraad er zich op erewoord toe elders geen subsidies voor het project aan te vragen; - de gemeenschapsregelingen met betrekking tot de financiële bijdragen van de ouders toe te passen.

Als het gebouw of het terrein geen eigendom is van de gemeente, moet een overeenkomst worden ondertekend tussen de gemeente en de VZW of het O.C.M.W. waarvan het gebouw eigendom is, waarin deze de in punt 7° vermelde formele verbintenissen aangaat ten aanzien van de gemeente.

Een eensluidend verklaarde kopie van die overeenkomst moet aan het Bestuur worden bezorgd.

De gemeente kan het zakelijk recht van haar eigendom onder dezelfde voorwaarden overdragen aan de VZW of het O.C.M.W. dat instaat voor het beheer en de organisatie van het kinderdagverblijf.

Art. 6.Voor een aankoopproject dienen de gemeentelijke overheden aan het Bestuur uiterlijk tegen 15 oktober 2009 een eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan dat het aankoopproject goedkeurt toe te sturen, evenals een voor eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van de gemeenteraad die de subsidie aanvraagt, en het volledige aanvraagdossier samengesteld uit : 1° het proces-verbaal van de exacte schatting van het aan te kopen goed, opgesteld door de ontvanger van de registratie en domeinen of door het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen voor rekening van de Staat;2° een uittreksel van de kadastrale legger; 3° stedenbouwkundige inlichtingen (aard, ligging, oppervlakte,...); 4° een advies van « ONE » of van KIND EN GEZIN dat bevestigt dat het project overeenstemt met de gemeenschapsnormen voor het openen van een opvangomgeving;5° een advies van de Gewestelijke dienst voor brandbestrijding;6° de identiteit van de eigenaar;7° de manier van aankopen;8° het bedrag van de aankoop;9° een eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van de gemeenteraad die zich formeel verbindt tot de volgende punten : - via deze aankoop het aantal opvangplaatsen in dit « kinderdagverblijf » te verhogen, minstens met het aantal dat vermeld werd in de projectoproep; - in de eerste twintig jaar na de toekenning van de subsidie de bestemming van de aangekochte gebouwen niet te wijzigen; - in te staan voor het onderhoud en het beheer van het gesubsidieerde goed; - er zich op erewoord toe te verbinden het Gewest ervan op de hoogte te stellen indien voor het project subsidies worden aangevraagd of verkregen bij andere subsidiërende overheden en in dat geval het Gewest op de hoogte te stellen van de aard en het bedrag daarvan. In geen geval mag de totale financiering van het project de reële kostprijs van de investering overstijgen. Als er geen andere subsidiërende overheden zijn, verbindt de gemeenteraad er zich op erewoord toe elders geen subsidies voor het project aan te vragen; - de gemeenschapsregelingen met betrekking tot de financiële bijdragen van de ouders toe te passen.

Als het gebouw of het terrein niet aangekocht wordt door de gemeente, moet een overeenkomst worden ondertekend tussen de gemeente en de VZW of het O.C.M.W. waarvan het gebouw eigendom is, waarin deze de in punt 9° vermelde formele verbintenissen aangaat ten aanzien van de gemeente.Een voor eensluidend verklaarde kopie van die overeenkomst moet aan het Bestuur worden bezorgd.

Als het gebouw of terrein wel wordt aangekocht door de gemeente, dan kan die het zakelijk recht van haar eigendom onder dezelfde voorwaarden aan de VZW of het kinderdagverblijf, welke instaat voor het beheer en de organisatie van het kinderdagverblijf.

Art. 7.Binnen de veertig dagen na ontvangst van de aanvraag van het principeakkoord van toekenning van subsidies op basis van de elementen die vermeld worden in artikel 5 wordt een principeakkoord van toekenning van subsidies bekendgemaakt aan de gemeente, waardoor de begunstigde toestemming krijgt om de opdracht open te stellen voor mededinging. De Minister kan een verzoek om principeakkoord voor de toekenning van een subsidie die de voorwaarden 4°, 5° of 6° niet naleeft, toch aanvaarden, in spoedgevallen die behoorlijk gemotiveerd worden door de gemeentelijke overheden, die in dat geval de kopie of kopieën van de desbetreffende vergunnings- of adviesaanvragen bezorgen. De gemeentelijke overheden moeten dan de ontbrekende stukken uiterlijk bij de aanvraag tot toekenning van de subsidie voegen. Het uitblijven van een beslissing van de Minister binnen deze termijn geldt als principiële instemming voor het door de Regering bij de selectie van de projecten toegekende bedrag.

Binnen de veertig dagen na ontvangst van de aanvraag van het principeakkoord van toekenning van subsidies op basis van de elementen die vermeld worden in artikel 6 wordt een principeakkoord van toekenning van subsidies bekendgemaakt aan de gemeente, waardoor de begunstigde toestemming krijgt het verkoopscompromis te ondertekenen.

De Minister kan een verzoek om principeakkoord voor de toekenning van een subsidie die de voorwaarden 4° of 5° niet naleeft, toch aanvaarden, in spoedgevallen die behoorlijk gemotiveerd zijn door de gemeentelijke overheden, die in dat geval de kopie of kopieën van de desbetreffende vergunnings- of adviesaanvragen bezorgen. De gemeentelijke overheden moeten dan de ontbrekende stukken uiterlijk bij de aanvraag tot toekenning van de subsidie voegen. Het uitblijven van een beslissing van de Minister binnen deze termijn geldt als principiële instemming voor het door de Regering bij de selectie van de projecten toegekende bedrag.

De projecten worden in de begroting vastgelegd zodra er een principeakkoord van toekenning van subsidies is.

Art. 8.De kredieten die niet in de begroting vastgelegd zijn geworden op basis van een op 15 oktober 2009 volledig en ontvankelijk dossier, kunnen door de Regering verdeeld worden via een nieuwe projectoproep waarvan de uiterste datum op 15 november 2009 wordt vastgesteld en met inachtneming van de bepalingen van artikel 4.

De naar aanleiding van deze nieuwe projectoproep geselecteerde projecten zullen in de begroting worden vastgelegd zodra ze door de Regering zijn geselecteerd.

Voor die projecten wordt de termijn van 15 oktober 2009 die in de artikelen 5, 6 en 10 is vastgelegd vervangen door 15 juni 2010.

Art. 9.De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van honderdtachtig kalenderdagen vanaf de ontvangst van het principeakkoord om aan het Bestuur het volledige aanvraagdossier voor de toekenning van de subsidie te bezorgen. Dit bevat : a) voor een renovatie- of bouwproject de volgende elementen : 1° een eensluidend verklaarde kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan waarin de opdrachtnemer wordt aangewezen;2° een kopie van het proces-verbaal van de opening van de offertes;3° het volledige analyserapport van de offertes;4° een kopie van de goedgekeurde offerte;5° het gelijkluidend advies van het toezicht, in toepassing van de wettelijke bepalingen terzake.b) voor een aankoopproject de volgende elementen : 1° een eensluidend verklaarde kopie van het verkoopscompromis;2° het gelijkluidend advies van het toezicht, in toepassing van de wettelijke bepalingen terzake. Na die termijn verliest de begunstigde het voordeel van het principeakkoord. Mits gemotiveerde aanvraag van de gemeente kan de Minister een eenmalige verlenging van negentig dagen toestaan.

De Minister geeft de weigering of de toekenning van de toelage binnen de vijftig kalenderdagen ter kennis aan de gemeente. Het uitblijven van een beslissing van de Minister binnen deze termijn, geldt als toekenning van de subsidie. De Minister beschikt evenwel over een bijkomende termijn van vijftig kalenderdagen om het toelagebedrag mee te delen. Na die termijn komt het subsidiebedrag overeen met het bedrag dat in het principeakkoord over de toekenning van de toelage is vastgesteld.

Voor een renovatie- of bouwproject machtigt de toekenning van de subsidie de begunstigde om de bestelbon en het bevel tot het aanvatten van de werken af te leveren. De werken kunnen slechts na kennisgeving van de toekenning van de subsidie aanvangen.

De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van honderdtachtig dagen vanaf de kennisgeving van de toekenning van de subsidie om aan het Bestuur een eensluidend verklaarde kopie te bezorgen van de kennisgeving van de bestelling van de werken bij de opdrachtnemer.

Voor een aankoop machtigt de toekenning van de subsidie de begunstigde om de verkoopsakte te ondertekenen.

De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van honderdtachtig dagen vanaf de kennisgeving van de toekenning van de subsidie om aan het Bestuur een eensluidend verklaarde kopie te bezorgen van de verkoopsakte.

Art. 10.Op uitdrukkelijke voorafgaande aanvraag bij de projectoproep, in afwijking van de artikelen 5, 6, 7 en 8, kan aan projecten die de Regering heeft geselecteerd een subsidie worden toegekend, indien het bevoegde orgaan de opdrachtnemer heeft aangewezen maar hem de bestelling nog niet ter kennis heeft gebracht voor renovatie- en bouwprojecten of voor aankoopprojecten waarvoor het bevoegde orgaan het verkoopscompromis heeft ondertekend onder voorbehoud dat deze handelingen gesteld werden tijdens het begrotingsjaar 2009.

Voor die projecten moet het volledige aanvraagdossier voor de toekenning van de subsidie ingediend worden voor 15 oktober 2009 en moet het de volgende elementen bevatten : a) voor een renovatie- of bouwproject : 1° een conform verklaarde kopie van de beslissing die het bevoegde orgaan in 2009 nam tot aanwijzing van de opdrachtnemer;2° een kopie van de goedgekeurde offerte;3° een kopie van het proces-verbaal van de opening van de offertes;4° het volledige analyserapport van de offertes;5° het gelijkluidend advies van het toezicht, in toepassing van de wettelijke bepalingen terzake;6° de punten 1°, 3°, 4°, 5°, 6° en 7° van artikel 5;7° alle elementen die de naar behoren gemotiveerde hoogdringendheid aantonen en die het gebruik van deze uitzonderingsprocedure rechtvaardigen. Als het gebouw of het terrein geen eigendom is van de gemeente, moet een overeenkomst worden ondertekend tussen de gemeente en de VZW of het O.C.M.W. waarvan het gebouw eigendom is, waarin deze de in punt 7° van artikel 5 vermelde formele verbintenissen aangaat ten aanzien van de gemeente. Een eensluidend verklaarde kopie van die overeenkomst moet aan het Bestuur worden bezorgd.

De gemeente kan het zakelijk recht van haar eigendom onder dezelfde voorwaarden overdragen aan de VZW of het O.C.M.W. dat instaat voor het beheer en de organisatie van het kinderdagverblijf.

De toekenning van de subsidie machtigt de begunstigde om de bestelbon en het bevel tot het aanvatten van de werken af te leveren. De werken kunnen slechts na kennisgeving van de toekenning van de subsidie aanvangen.

De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van honderdtachtig dagen vanaf de kennisgeving van de toekenning van de subsidie om aan het Bestuur een eensluidend verklaarde kopie te bezorgen van de kennisgeving van de bestelling van de werken bij de opdrachtnemer. b) voor een aankoopproject : 1° een eensluidend verklaarde kopie van het verkoopscompromis ondertekend in 2009;2° het gelijkluidend advies van het toezicht, in toepassing van de wettelijke bepalingen terzake;3° de punten 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 9° van artikel 6;4° alle elementen die de naar behoren gemotiveerde hoogdringendheid aantonen en die het gebruik van deze uitzonderingsprocedure rechtvaardigen. Als het gebouw niet aangekocht wordt door de gemeente moet een overeenkomst worden ondertekend tussen de gemeente en de VZW of het O.C.M.W. waarvan het gebouw eigendom is, waarin deze de in punt 9° van artikel 6 vermelde formele verbintenissen aangaat ten aanzien van de gemeente. Een voor eensluidend verklaarde kopie van die overeenkomst moet aan het Bestuur worden bezorgd.

Als het gebouw of terrein wel wordt aangekocht door de gemeente, dan kan die het zakelijk recht van haar eigendom onder dezelfde voorwaarden overdragen aan de VZW of het O.C.M.W., welke instaat voor het beheer en de organisatie van het kinderdagverblijf.

De toekenning van de subsidie machtigt de begunstigde de verkoopsakte te ondertekenen.

De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van honderdtachtig dagen vanaf de kennisgeving van de toekenning van de subsidie om aan het Bestuur een eensluidend verklaarde kopie te bezorgen van de verkoopsakte.

De Minister geeft de weigering of de toekenning van de toelage binnen de vijftig kalenderdagen ter kennis aan de gemeente. Het uitblijven van een beslissing van de Minister binnen deze termijn, geldt als toekenning van de subsidie. De Minister beschikt evenwel over een bijkomende termijn van vijftig kalenderdagen om het toelagebedrag mee te delen. Na die termijn komt het subsidiebedrag overeen met het bedrag dat in het principeakkoord over de toekenning van de toelage is vastgesteld.

Die projecten worden in de begroting vastgelegd zodra de subsidie is toegekend.

Art. 11.Voor een renovatie- of bouwproject zullen de subsidies worden uitbetaald tegen voorlegging door de gemeentelijke overheden aan het Bestuur van twee schuldvorderingen, met de door het bevoegde orgaan goedgekeurde eindafrekening en de goedkeuring van « ONE » of van KIND EN GEZIN. Een volledige eindafrekening omvat : - de eigenlijke eindafrekening, met andere woorden een tabel met alle posten, hun eenheidsprijzen en de hoeveelheden die de aanvrager schatte bij de aanvraag van het principeakkoord (of bij de aanvraag tot toekenning van de subsidie zoals bepaald in artikel 9); - voor elke post, de eenheidsprijs ingediend door de opdrachtnemer, de uitgevoerde hoeveelheden en de totaalprijs; - voor elke post, de meer of minder uitgevoerde hoeveelheden; - de totale kostprijs van de minder uitgevoerde hoeveelheden; - de totale kostprijs van de meer uitgevoerde hoeveelheden; - de totale kostprijs van de werken.

De voorlopige en de definitieve oplevering van de werken vinden plaats in aanwezigheid van een afgevaardigde van het Bestuur.

De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van driehonderdzestig dagen vanaf de voorlopige oplevering van de werken om de volledige eindafrekening te bezorgen, vergezeld van de vereiste bewijsstukken voor de uitbetaling van de subsidie. Na die termijn verliest de begunstigde het voordeel van de subsidie.

Die termijn kan eenmalig door de Minister worden verlengd op gemotiveerde aanvraag.

Om de uitbetaling van een eerste schijf van 50 % van het toegekende subsidiebedrag te kunnen ontvangen, voegen de gemeentelijke overheden een schuldvordering bij de eensluidend verklaarde kopie van de kennisgeving van de bestelling van de werken bij de opdrachtnemer.

Art. 12.Voor een aankoopproject zullen de subsidies worden uitbetaald tegen voorlegging door de gemeentelijke overheden aan het Bestuur van twee schuldvorderingen, met de eensluidend verklaarde kopie van de aankoopakte.

De gemeentelijke overheden beschikken over een termijn van driehonderdzestig dagen vanaf de toekenning van de subsidie om de vereiste bewijsstukken voor de uitbetaling van de subsidie te bezorgen. Na die termijn verliest de begunstigde het voordeel van de subsidie.

Art. 13.Binnen de vijf jaar na de toekenning van de subsidie leveren de gemeentelijke overheden het bewijs dat het gesubsidieerde goed bestemd is voor het voorwerp van dit besluit onder andere met de « agrément » van « ONE » of het « erkenning » van KIND EN GEZIN. In het tegengestelde geval kan het Gewest de terugbetaling van de subsidie eisen.

Deze termijn kan eenmalig door de Minister verlengd worden op gemotiveerde aanvraag.

Art. 14.De subsidies worden op de bankrekening van de gemeenten gestort, die deze in voorkomend geval naar de begunstigde doorstorten.

Art. 15.De subsidie wordt forfaitair berekend op basis van het bedrag van de goedgekeurde offerte binnen de grenzen van het kredietbedrag dat de Regering aan elk project heeft toegekend. Herzieningen, afrekeningen en aanhangsels worden niet in beschouwing genomen.

Voor een renovatie- of bouwproject is het bedrag dat in rekening wordt genomen voor de berekening van de subsidie het bedrag inclusief BTW van de werken en in voorkomend geval de roerende uitrustingen indien deze onroerend zijn door bestemming, waarbij laatstgenoemde post wordt geplafonneerd op 10 % van het bedrag van de werken.

Voor een aankoopproject wordt het subsidiebedrag als volgt berekend : 1° als het gaat om een minnelijke aankoop wordt de subsidie berekend op basis van de prijs, die niet hoger mag liggen dan de raming bedoeld in artikel 6, 1°;2° als het gaat om een onteigening wordt de subsidie berekend op basis van de overeengekomen vergoedingen of de vergoedingen die door de hoven en rechtbanken zijn vastgesteld en die niet hoger mogen liggen dan de raming bedoeld in artikel 6, 1°.

Art. 16.Het basistegemoetkomingspercentage is vastgesteld op 60 % van het in artikel 14 bepaalde subsidieerbare bedrag, binnen de grenzen van het kredietbedrag dat aan elk project wordt toegekend.

Er wordt evenwel een verhoogd tegemoetkomingspercentage toegekend, binnen de grenzen van het kredietbedrag dat aan elke gemeente wordt toegewezen, vastgesteld : 1° op 75 % voor de projecten van de gemeenten waarvan het mediaaninkomen van de inwoners op het moment van de indiening van de aanvraag van het principeakkoord lager of gelijk is aan het laatste mediaaninkomen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat door het Nationaal Instituut voor de Statistiek gepubliceerd wordt;2° op 80 % voor de projecten bedoeld in 1°, als die zich in de RVOHR bevinden;3° op 90 % voor de projecten van de gemeenten waarvan het mediaaninkomen van de inwoners op het moment van de indiening van de aanvraag van het principeakkoord 10 % of meer lager ligt dan het laatste mediaaninkomen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat door het Nationaal Instituut voor de Statistiek gepubliceerd wordt;4° op 95 % voor de projecten bedoeld in 3°, als die zich in de RVOHR bevinden. De resultaten van de berekeningen zoals bedoeld onder 1° en 2° worden afgerond op de eenheid die gunstig is voor de gemeenten.

Het recht op een verhoogd percentage, zoals in de hiervoor bepaalde voorwaarden, moet door de gemeente schriftelijk bevestigd worden, met kopie van de verantwoordingsstukken.

Art. 17.Het Bestuur mag alle bijkomende inlichtingen vragen die nodig zijn voor de verwerking van het dossier en mag ter plaatse alle handelingen stellen die nodig zijn om deze te verzamelen.

Art. 18.De administratieve eenheid die belast is met de Gesubsi-dieerde Werken van het Bestuur Plaatselijke Besturen van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de administratieve dienst die wordt aangewezen om in te staan voor het goede beheer van de kredieten die via dit besluit worden toegekend.

Art. 19.Dit besluit wordt op 1 januari 2009 van kracht.

Art. 20.De Minister, bevoegd voor de Plaatselijke Besturen, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 19 maart 2009.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : Ch. PICQUE, Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting en Openbare Netheid G. VANHENGEL, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Gewestelijke Informatica

Bijlage 1 bij het « besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van tot toekenning van toelagen aan de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de renovatie van infrastructuren bestemd voor de kinderkribben. - Begroting 2009 » : Formulier voor de indiening van een offerte 1. Gemeente : 2.Naam van het project : 3. Dient uw gemeente in het raam van deze projectoproep nog andere projecten in ? Zo ja, welke ? 4.Heeft uw gemeente zich nog moeten uitspreken over andere voorgestelde projecten, waarvan uw gemeente geen melding gemaakt heeft in reactie op onderhavige oproep tot projecten 2009 ? Zo ja, voeg als bijlage bij dit formulier een overzicht van alle voorstellen waarover zij zich heeft moeten uitspreken. 5. Aard van het project (renovatie, bouw, aankoop) : 6.Heeft dit project betrekking op een nieuwe kinderkribbe ? Zo niet, aan welke bestaande kinderkribbe is dit project dan gekoppeld ? 7. Aantal plaatsen die via het project tot stand worden gebracht : 8.Instelling voor de vergunning/erkenning/aangifte van de plaatsen die via het project tot stand gebracht zullen worden (« ONE », Kind en Gezin) : 9. Subsidiebedrag dat in het raam van het besluit gevraagd wordt : 10.Kostprijs van de projectfase waarvoor uw gemeente onderhavige toelage aanvraagt : 11. Kostprijs van alle fasen die het Gewest reeds gesubsidieerd heeft en van de fases die nog verwezenlijkt moeten worden met het oog op de voltooiing van het project : 12.Welk financieringsplan werd voor uw project uitgewerkt ? 13. Zal uw gemeente zich voor dit project beroepen op de bepalingen van artikel 10 van dit besluit ? Zo ja, hoever is uw project gevorderd : voorontwerp, lopende studies, bestek,... ? Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2009, G. VANHENGEL Ch. PICQUE

Bijlage 2 bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van tot toekenning van toelagen voor de renovatie van gemeentelijke infrastructuren bestemd voor de kinderkribben. - Begroting 2009 Aantal plaatsen in de gemeentelijke kinderkribben en aantal kinderen jonger dan drie jaar.

Gemeente

Huidige plaatsen (1)

Kinderen van 0 tot 3 jaar (2)

Verhouding (3)

Anderlecht

324

4.980

6,51

Oudergem

150

1.030

14,56

St.-Agatha-Berchem

84

899

9,34

Brussel

1.136

7.115

15,97

Etterbeek

138

1.650

8,36

Evere

204

1.446

14,11

Vorst

256

2.310

11,08

Ganshoren

48

885

5,42

Elsene

258

2.884

8,95

Jette

144

2.037

7,07

Koekelberg

42

1.133

3,71

St.-Jans-Molenbeek

203

5.119

3,97

Sint-Gillis

167

2.105

7,93

St.-Joost-ten-Node

102

1.358

7,51

Schaarbeek

352

6.466

5,44

Ukkel

251

2.372

10,58

Watermaal-Bosvoorde

88

693

12,70

St.-Lambrechts-Woluwe

267

1.687

15,83

St.-Pieters-Woluwe

305

1.271

24,00

TOTAAL

4.519

47.440

9,53


150 % van het gewestelijk gemiddelde : 14,29 Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2009 tot toekenning van toelagen voor de renovatie van gemeentelijke infrastructuren bestemd voor de kinderkribben. Begroting 2009.

G. VANHENGEL Ch. PICQUE _______ Nota's (1) Opvangcapaciteit in de gemeentelijke kinderkribben (gegevens meegedeeld door het CERE op basis van de listings van de opvangvoorzieningen van het « ONE » en K&G van juli 2008).(2) Aantal kinderen jonger dan drie jaar die woonachtig zijn op het grondgebied van de gemeente (gegevens BISA per 1 janurari/2008). (3) Procentuele verhouding tussen de opvangcapaciteit en het aantal kinderen jonger dan drie jaar.

^