Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 09 februari 2012
gepubliceerd op 21 februari 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van financiële steun op het vlak van energie

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2012031071
pub.
21/02/2012
prom.
09/02/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

9 FEBRUARI 2012. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van financiële steun op het vlak van energie


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op het Koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, artikel 2, § 2;

Gelet op de Ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 24, § 2 vervangen door de ordonnantie van 20 juli 2011;

Gelet op de Ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 18bis, § 2, vervangen door de ordonnantie van 20 juli 2011;

Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 maart 2008 houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en aan de Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de begroting en het individuele personeelsbeheer;

Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 maart 2008 betreffende de bevordering van rationeel elektriciteits- en gasgebruik door middel van financiële steun;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 30 juni 2011;

Gelet op de goedkeuring van de Minister van Begroting gegeven op 14 juli 2011;

Gelet op het advies van de Raad van Gebruikers van elektriciteit en gas gegeven op 29 september 2011;

Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu gegeven op 14 september 2011;

Gelet op het advies van Brugel gegeven op 7 oktober 2011;

Gelet op advies nr. 50.591/3 van de Raad van State gegeven op 6 december 2011, in overeenstemming met artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Minister belast met Energie;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit betekent : 1° Elektriciteitsordonnantie : de Ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;2° Gasordonnantie : de Ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° Aanvrager : iedere natuurlijke of rechtspersoon, en iedere eigenaarsvereniging vertegenwoordigd door de beheerder die een premieaanvraag indient;4° Premie : financieel voordeel ten belope van een deel van de aankoopprijs van een uitrusting of van een studie of van de kosten van een investering ter bevordering van het rationele gebruik van energie, de energieprestatie en de luchtkwaliteit van een gebouw, het gebruik van hernieuwbare energieën, waaronder ook de bevordering van de milieuvriendelijkheid van de gebruikte technieken en materialen;5° Derde-investeerdersovereenkomst : overeenkomst op basis waarvan een investering ten laste wordt genomen door een derde die, na een energieaudit te hebben uitgevoerd, een bepaald aantal energiebesparingsmaatregelen financiert en uitvoert.Die investeerder geniet vervolgens gedurende een bepaalde periode van de daling van de energiefactuur waartoe diens investeringen geleid zullen hebben. 6° Interestbonificatie : financieel voordeel ten belope van een deel van of de volledige rentelast die moet worden betaald krachtens een leningsovereenkomst op afbetaling, een leasingovereenkomst of een derde-investeerdersovereenkomst met betrekking tot de financiering van een uitrusting of van een investering waarvoor een premie te verkrijgen is;7° Bedoelde jaar : het jaar waarop het uitvoeringsprogramma betrekking heeft waarvan sprake is in artikel 24, § 2 van de elektriciteitsordonnantie en in artikel 18bis, § 2 van de gasordonnantie en dat volgt op het jaar waarin de Regering het uitvoeringsprogramma goedkeurde. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

Art. 2.§ 1. Op basis van het door de Regering goedgekeurde uitvoeringsprogramma kan er een premie worden toegekend : 1° aan natuurlijke personen;2° aan de openbare sector;3° aan non-profitorganisaties;4° aan rechtspersonen;5° aan gebouwenbeheerders, wat ook hun rechtsvorm is;6° aan instellingen van de Europese Unie en internationale instellingen die die premie aanvragen. § 2. De premie dekt een studie, de aankoop van uitrusting of de verwezenlijking van een investering met betrekking tot een gebouw of een deel van een gebouw gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en waarop de aanvrager een zakelijk recht heeft of huurder van is. § 3. De premies voor de aankoop van energieperformante huishoudtoestellen worden toegekend aan de natuurlijke personen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen en indien het huishoudtoestel waarvoor de premie wordt aangevraagd voor de woning van de aanvrager bestemd is.

Art. 3.Op basis van het uitvoeringsprogramma, door de Regering goedgekeurd krachtens artikel 24, § 2 van de elektriciteitsordonnantie en artikel 18bis, § 2 van de gasordonnantie wordt aan de natuurlijke of rechtspersonen die de bonificatie aanvragen rechtstreeks of onrechtstreeks een interestbonificatie toegekend op een krediet, leasing of derde-investeerdersovereenkomst met betrekking tot door het uitvoeringsprogramma bedoelde investeringen. HOOFDSTUK III. - Het uitvoeringsprogramma

Art. 4.§ 1. Het voornoemde uitvoeringsprogramma bepaalt : 1° de aard, de technische criteria en de categorieën van begunstigden van de premies en van de interestbonificaties die gelden tijdens het bedoelde jaar;2° de regels waarmee het bedrag van de premie of van de interestbonificatie kan worden bepaald;3° de begrotingskredieten die aan de regeling voor financiële steun van dit besluit worden besteed;4° de termijnen om een aanvraag van premie of van interestbonificatie in te dienen. § 2. Het bedrag van de premie of van de interestbonificatie waarvan sprake in § 1 kan een vast bedrag zijn of een bedrag in verhouding tot het factuurbedrag, tot de omvang of de kwaliteit van de investering of een combinatie van beide.

Het bedrag kan verschillen naar gelang van : 1° de aard van de begunstigde, het type van het gebouw en, voor de gezinnen, hun sociaal-economisch profiel;2° de precieze plaats van het gebouw in kwestie vanwege het gewestelijke stadsrenovatiebeleid;3° de aard van de werken naargelang het gaat om een nieuw gebouw of om een renovatie. § 3. Het uitvoeringsprogramma kan bepalen : 1° de premies die worden aangevraagd nà de verwezenlijking en nà de betaling van de studie, de aankoop of de investering in kwestie;2° de premies waarvoor een premiebelofte wordt aangevraagd vóór de verwezenlijking van de studie, de aankoop of de investering in kwestie, vanwege hun technische complexiteit of de grootte van het geldbedrag.In dat geval wordt de maximumtermijn vastgelegd waarin het verzoek tot betaling nà de toekenning van de premiebelofte kan worden ingediend; 3° het maximale premiebedrag dat per gebouw toegekend kan worden;4° de inwerkingtredingsdatum van een welbepaalde premie. § 4. De inwerkingtredingsdatum van het uitvoeringsprogramma is standaard 1 januari van het bedoelde jaar.

Art. 5.§ 1. Het Instituut publiceert op zijn laatst op 1 januari van het bedoelde jaar : 1° de premieformulieren die nodig zijn voor de indiening van een aanvraag voor een premie of voor de betaling van een premiebelofte;2° de interestbonificatieregeling;3° de in artikel 4, § 1er beoogde voorwaarden voor het verkrijgen van de premies en van de interestbonificaties. § 2. De documenten waarvan sprake in de vorige paragraaf worden gepubliceerd op de website van het BIM of worden op verzoek verstuurd.

Er wordt een communicatiecampagne opgezet over die documenten. HOOFDSTUK IV. - Begrotingsbepalingen

Art. 6.Wanneer wordt vastgesteld dat de budgettaire enveloppe overschreden zal worden, publiceert het BIM een bericht in het Belgisch Staatsblad, in de media die het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestrijken en op de website van het BIM. In dit bericht staat in welke periode de uitgaven in kwestie in aanmerking blijven komen voor de premie of de interestbonificatie binnen de grenzen van de budgettaire enveloppe waarvan sprake in Art. 4., § 1, 3°. Die periode kan niet korter zijn dan twee weken vanaf de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Het Instituut legt een systematische en geïnformatiseerde begrotingsrapportering voor. Deze rapportering wordt afgeleverd aan de Minister bevoegd voor Energie op tweemaandelijkse basis en aan de Minister van Begroting op driemaandelijkse basis. Bovendien brengt de Minister bevoegd voor Energie de Minister van Begroting onmiddellijk op de hoogte ingeval een overschrijding van de budgettaire enveloppe wordt vastgesteld.

Art. 7.Het BIM bezorgt de Regering vóór 30 juni van elk jaar een verslag over de uitvoering van zijn verplichtingen en opdrachten gedurende het voorgaande jaar en over de acties van het uitvoeringsprogramma. In dat verslag kunnen de lijst van de uitgekeerde premies en bonificaties en hun gedetailleerde gegevens vermeld worden. HOOFDSTUK V. - Indiening en behandeling van de aanvragen

Art. 8.§ 1. De aanvraag moet worden ingediend door middel van de formulieren die het BIM ter beschikking stelt. Die moeten correct ingevuld zijn. Gebeurt de aanvraag niet op die manier, dan is ze niet ontvankelijk.

Alle aanvragen van premies of van betaling van premies of interestbonificatie moeten aan het BIM worden bezorgd binnen de in artikel 4, § 1er, 4° beoogde termijnen. § 2. Voor elke bij het BIM ingediende aanvraag gaat het BIM na of aan de toekenningsvoorwaarden voldaan is. Het BIM beslist binnen zestig dagen na de ontvangst van de aanvraag op basis van de elementen in de aanvraag. § 3. Als de aanvraag onvolledig is, dan stuurt het BIM een verzoek tot vervollediging van informatie en legt de antwoordtermijn daarbij vast op minimum 15 dagen en maximum zestig dagen.

Als het BIM binnen de voorgeschreven termijn de gevraagde bijkomende informatie niet ontvangt, dan is de aanvraag niet ontvankelijk. § 4. Zodra het BIM de gevraagde bijkomende informatie ontvangt, gaat het BIM voort na of aan de toekenningsvoorwaarden voldaan is, en beslist het binnen 60 dagen na ontvangst van de aanvullende informatie op basis van de elementen in de aanvraag.

Art. 9.Om het BIM toe te laten toe te zien op de naleving van de >de minimis'-regels bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimissteun, informeert de aanvrager het BIM over alle overheidssteun die hij ontvangen heeft gedurende de drie jaar vóór de datum van de aanvraag die in overeenstemming met dit besluit gedaan is.

Het BIM past het bedrag van de premie aan indien blijkt dat de begunstigde de limiet die in de voornoemde verordening is vastgelegd, bereikt of bereikt heeft.

Art. 10.§ 1. Bij betwisting van de beslissing van het BIM in overeenstemming met dit hoofdstuk kan de aanvrager of diens gemachtigde binnen dertig dagen na de verzending van de beslissing van het BIM een schriftelijke klacht bij het BIM indienen. § 2. Na indiening van een klacht, beschikt het Instituut over een termijn van dertig dagen om de ontvangst ervan te bevestigen. § 3. Na de indiening van de klacht heeft het BIM zestig dagen de tijd om zijn beslissing opnieuw te onderzoeken en er de beweegredenen van mee te delen aan de aanvrager of diens gemachtigde. Wordt de beslissing van het BIM niet binnen die termijn meegedeeld, dan zal de eerste beslissing als bevestigd beschouwd worden.

Art. 11.Na afloop van de in artikel 10 bedoelde procedure kan de aanvrager of diens gemachtigde bij de geschillendienst in beroep gaan tegen de beslissing van het BIM, zoals bepaald staat in artikel 30novies § 1, 5° van de elektriciteitsordonnantie. HOOFDSTUK VI. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen

Art. 12.In het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 maart 2008 houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en aan de Reguleringscommissie voor Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de begroting en het individuele personeelsbeheer worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in artikel 3 wordt een punt 3.ingevoegd luidend als volgt : « de door het besluit van 9 februari 2012 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van financiële steun op het vlak van energie bedoelde premies en interestbonificaties gezamenlijk toe te kennen »; 2° in artikel 9, eerste lid, wordt het cijfer « 3, » ingevoegd tussen het woord « artikelen » en het cijfer « 4 ».

Art. 13.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 maart 2008 betreffende de bevordering van rationeel elektriciteits- en gasgebruik door middel van financiële steun wordt opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 14.De Minister aan wie de bevoegdheid voor Energie toegewezen is en de Minister aan wie de bevoegdheid voor renovatiepremies toegewezen is zien toe op de complementariteit tussen de premies die worden toegekend op basis van dit besluit en de premies die worden toegekend op basis van de artikelen 91 § 1, 1° en 127 van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode.

Art. 15.De Minister aan wie de bevoegdheid voor Energie toegewezen is, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 9 februari 2012.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, C. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Stadsvernieuwing en Bijstand aan Personen, Mevr. E. HUYTEBROECK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^