Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 31 januari 2013
gepubliceerd op 15 februari 2013

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor de inning en de invordering van bepaalde bedragen

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2013031069
pub.
15/02/2013
prom.
31/01/2013
ELI
eli/besluit/2013/01/31/2013031069/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

31 JANUARI 2013. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor de inning en de invordering van bepaalde bedragen


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, inzonderheid op artikel 83quinquies;

Gelet op ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, inzonderheid op de artikelen 14 en 26;

Gelet op de ordonnantie van 29 maart 1996 tot invoering van een heffing op de lozing van het afvalwater, inzonderheid op artikel 35;

Gelet op de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu, inzonderheid op artikel 40;

Gelet op de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op de artikelen 26 en 32;

Gelet op de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op de artikelen 20septiesdecies en 24;

Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, inzonderheid op de artikelen 152, 240, 305, 308 en 313septies van dit Wetboek;

Gelet op de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, inzonderheid op artikel 33;

Gelet op de ordonnantie van 3 juli 2008 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg, inzonderheid op artikel 88;

Gelet op de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, inzonderheid op artikel 44;

Overwegende de wijzigingen aan voornoemde ordonnanties door de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Overwegende dat de door de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gewijzigde artikelen moeten worden uitgevoerd;

Op voordracht van de Minister van Financiën, van de Minister van Ruimtelijke Ordening, van de Minister van Leefmilieu en Energie en van de Minister van Openbare Werken en de Mobiliteit;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.De rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken is bevoegd voor het uitvaardigen, viseren en uitvoerbaar verklaren van dwangbevelen : 1° voorzien in artikel 40 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffingvan misdrijven inzake leefmilieu;2° voorzien in artikel 32, § 4, van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° voorzien in artikel 24, § 3, van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° voorzien in artikel 152 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;5° voorzien in artikel 240 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;6° voorzien in artikel 305 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;7° voorzien in artikel 308 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;8° voorzien in artikel 313septies van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;9° voorzien in artikel 33, § 5, van de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen;10° voorzien in artikel 88, § 1, van de ordonnantie van 3 juli 2008 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg. In geval van afwezigheid van de rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken, worden de bevoegdheden bedoeld in het vorige lid uitgeoefend door de plaatsvervangende rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.

Art. 2.De rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken is bevoegd voor het uitvaardigen, viseren en uitvoerbaar verklaren van dwangbevelen in het kader van de procedures waarnaar wordt verwezen in : 1° het derde lid van artikel 14 van de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;2° het derde lid van de tweede paragraaf van artikel 26 van de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur 3° de zesde paragraaf van artikel 26 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° de zesde paragraaf van artikel 20septiesdecies van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisdistributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;5° paragraaf 2 van artikel 44 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen. In geval van afwezigheid van de rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken, worden de bevoegdheden bedoeld in het vorige lid uitgeoefend door de plaatsvervangende rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.

Art. 3.De rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken is bevoegd voor : 1° de inning van de heffing bedoeld in artikel 35, § 1, eerste lid, van de ordonnantie van 29 maart 1996 tot invoering van een heffing op de lozing van het afvalwater;2° het voor gezien tekenen en het uitvoerbaar verklaren van dwangbevelen bedoeld in artikel 35, § 1, eerste lid, van de ordonnantie van 29 maart 1996 tot invoering van een heffing op de lozing van het afvalwater. In geval van afwezigheid van de rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken, worden de bevoegdheden bedoeld in het vorige lid uitgeoefend door de plaatsvervangend rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.

Brussel, 31 januari 2013.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Ch. PICQUE De Minister van Financiën, Begroting en Externe betrekkingen, G. VANHENGEL

^