Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2013
gepubliceerd op 16 september 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de gereglementeerde parkeerzones en de vrijstellingskaarten

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2013031742
pub.
16/09/2013
prom.
18/07/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

18 JULI 2013. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de gereglementeerde parkeerzones en de vrijstellingskaarten


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de artikelen 4, 5, 6 en 38 van de Ordonnantie van 22 januari 2009 houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap;

Gelet op de adviezen 53.341/4 en 53.342/4 van de Raad van State van 5 juni 2013, gegeven met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973;

Gelet op het Gewestelijk Parkeerbeleidsplan, goedgekeurd door de Regering op 18 juli 2013 volgens de modaliteiten voorzien in de Ordonnantie van 22 januari 2009;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2013 houdende het reglementair luik van het Gewestelijk Parkeerbeleidsplan;

Gelet op de mogelijkheid voor de Regering om andere gereglementeerde zones te creëren, waarvoor zij de maximale toegelaten duurtijd en de gebruiksvoorwaarden vastlegt;

Gelet op de mogelijkheid voor de Regering om de gebruiksvoorwaarden van een parkeerplaats in een gereglementeerde zone te vast te leggen;

Gelet op de mogelijkheid voor de Regering om de regels voor de uitreiking en het gebruik van vrijstellingskaarten te preciseren en om bijkomende categorieën van begunstigden te bepalen;

Gelet op de mogelijkheid voor de Regering om het bedrag van de parkeerretributie te bepalen en om gratis parkeren toe te laten voor een kwartier;

Overwegende dat het gewestelijk parkeerbeleid de harmonisering van de gemeentelijke reglementen beoogt teneinde samenhang en duidelijkheid te brengen in het parkeerbeleid op gewestelijk niveau;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Definities

Artikel 1.In het kader van dit besluit verstaat men onder : 1° Ordonnantie : de Ordonnantie van 22 januari 2009 houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap.2° Parkeeragentschap : het Parkeeragentschap van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals omschreven in Hoofdstuk VI van de Ordonnantie.3° Gebruiker : de bestuurder van een motorvoertuig die een parkeerplaats inneemt of, bij gebrek aan kennis van de identiteit van de bestuurder, de persoon op wiens naam het motorvoertuig is ingeschreven.4° Parkeerperiode : periode van 4 uur en 30 minuten die begint te lopen vanaf het parkeren van het voertuig of vanaf het begin van de uurperiode van de gereglementeerde zone of vanaf de aflevering van de uitnodiging tot betaling van een forfaitaire retributie.Deze duur wordt behouden zelfs in het geval van een uitbreiding of beperking van de betalende periode. 5° Parkeersector : de geografische zone rond de verblijfplaats of de maatschappelijke- of exploitatiezetel, die de grenzen afbakent waarbinnen de vrijstellingskaarten geldig zijn.Het Parkeeragentschap deelt, en dit in gemeen overleg en op basis van de voorstellen van de gemeenteraden, het hele gewest in residentiële sectoren in; bij voorkeur op basis van de indeling in wijken; die opsplitsing kan de gemeentegrenzen overschrijden. 6° Gereglementeerde zones : de zones zoals gedefinieerd in de artikelen 2, 3° van de Ordonnantie en 3 van het huidige besluit.7° Rode zone : de gereglementeerde zone zoals beschreven in de artikelen 4 en 38, § 1 van de Ordonnantie.8° Groene zone : de gereglementeerde zone zoals beschreven in de artikelen 4 en 38, § 2 van de Ordonnantie.9° Blauwe zone : de gereglementeerde zone zoals beschreven in de artikelen 4 en 38, § 3 van de Ordonnantie en in artikel 27 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.10° Vrijstellingskaarten : de vrijstellingskaarten zoals voorzien in artikel 6 van de Ordonnantie en uitgereikt krachtens deze Ordonnantie. 11° Vrijstellingskaart « buurtbewoner » : de « bewonerskaart », zoals gedefinieerd in artikel 2.52 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en bedoeld in artikel 6, 1° van de Ordonnantie. 12° Parkeerschijf : de parkeerschijf zoals voorzien in artikel 27.1.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en zoals omschreven in artikel 1 van het ministerieel besluit van 14 mei 2002 tot wijziging van het ministerieel besluit van 1 december 1975 tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven, bebakeningen en platen die voorgeschreven zijn door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer. 13° Autodelen : het gebruikssysteem van een voertuig zoals omschreven in artikel 2.50 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. 14° Gezin : het gezin wordt gevormd door hetzij een gewoonlijk alleen levend persoon, hetzij uit twee of meerdere personen die, al dan niet verbonden door verwantschap, dezelfde hoofdverblijfplaats delen.De gezinssamenstelling wordt aangetoond door een attest samenstelling gezin. 15° Bevoegde Minister : de Minister die bevoegd is voor Vervoer.16° Plan gelijkgesteld aan een bedrijfsvervoersplan : het mobiliteitsplan uitgewerkt door of voor een rechtspersoon of een zelfstandige, die de parkeerbehoeften analyseert en beschrijft.17° Plan gelijkgesteld aan een school vervoersplan : mobiliteitsplan ontwikkeld door of voor een rechtspersoon of onderwijsinstelling, die zijn mobiliteitsbehoeftes analyseert en beschrijft. Afdeling 2. - Procedures

Art. 2.In het geval advies moet worden gevraagd aan het Parkeeragentschap, geeft het zijn advies binnen de 60 dagen na de ontvangst, per aangetekende brief, van de gemotiveerde beslissing van de gemeenteraad. Bij ontstentenis van een advies binnen de voorgeschreven termijn, wordt het advies van het Parkeeragentschap geacht gunstig te zijn. HOOFDSTUK II. - De oranje zone, de grijze zone, de evenementenzone, de zone `voorbehouden parkeerplaatsen', de zone `kiss & ride' en de leveringszone

Art. 3.Onverminderd artikel 4 van de Ordonnantie, worden er zes nieuwe gereglementeerde zones ingesteld waarvan de maximumduur en de gebruiksvoorwaarden hierna worden vastgesteld. 1° De oranje zone, waarin, behoudens afwijking, elk gebruik van een parkeerplaats is onderworpen aan de betaling van een parkeerretributie zoals bedoeld in artikelen 16 en 17 van het huidige besluit.2° De grijze zone, waarin, behoudens afwijking, elk gebruik van een parkeerplaats is onderworpen aan de betaling van een parkeerretributie zoals bedoeld in artikelen 20 en 21 van het huidige besluit.3° De evenementenzone, waarin, behoudens afwijking, elk gebruik van een parkeerplaats is onderworpen aan de betaling van een parkeerretributie zoals bedoeld in artikelen 31 en 32 van het huidige besluit.4° De zone `voorbehouden parkeerplaatsen', waarin, behoudens afwijking, elk gebruik van een parkeerplaats is onderworpen aan de betaling van een forfaitaire parkeerretributie zoals bedoeld in artikel 40 van het huidige besluit.5° De zone `kiss & ride', waarin, behoudens afwijking, elk gebruik van een parkeerplaats is onderworpen aan de betaling van een forfaitaire parkeerretributie zoals bedoeld in artikel 41 van het huidige besluit.6° De leveringszone, waarin, behoudens afwijking, elk gebruik van een parkeerplaats is onderworpen aan de betaling van een forfaitaire parkeerretributie zoals bedoeld in artikel 34 van het huidige besluit. HOOFDSTUK III. - De gebruiksvoorwaarden van een parkeerplaats

Art. 4.Onverminderd artikel 5 van de Ordonnantie, is het gebruik van een parkeerplaats die zich bevindt in één van de gereglementeerde zones zoals bedoeld in artikel 3 van het huidige besluit onderworpen aan de volgende gebruiksvoorwaarden.

De uurregeling zoals gedefinieerd in artikel 5 van de Ordonnantie is ook van toepassing op de oranje en grijze zones.

Het gebruik van een parkeerplaats die zich bevindt in een evenementenzone is niet beperkt in de tijd maar is beperkt tot een periode van 4 uur en 30 minuten.

Het gebruik van een parkeerplaats die zich bevindt in een leveringszone is niet beperkt in de tijd.

Het gebruik van een parkeerplaats die zich bevindt in een zone `kiss & ride' is beperkt tot de tijd aangegeven op de daarvoor bestemde wegsignalisatie.

Het gebruik van een parkeerplaats die zich bevindt in een zone `voorbehouden parkeerplaatsen' is niet beperkt in de tijd. HOOFDSTUK IV. - Punctuele afwijkingen

Art. 5.De gemeenteraden kunnen in hun gemeentelijk parkeeractieplan voorzien in lokale uitbreidingen of verminderingen van de uurperiode van 9 uur - 18 uur, wanneer het specifieke karakter van de rijweg of de wijk dat rechtvaardigt.

Die verminderingen worden onderworpen aan het voorafgaand advies van het Parkeeragentschap.

De gemeenteraden mogen ook, indien noodzakelijk, een specifiek parkeerbeleid invoeren tijdens punctuele, al dan niet periodieke gebeurtenissen. In die gevallen kunnen de gemeenteraden die het advies van het Parkeeragentschap hebben ingewonnen, gereglementeerde zones instellen.

De controle op het terrein moet effectief en zonder onderbreking worden uitgevoerd gedurende de volledige duur van de betalende periode. De gemeentelijke parkeeractieplannen voorzien in modaliteiten voor elke uitbreiding en vermindering van de lokale uurregeling, na overleg met het Parkeeragentschap. HOOFDSTUK V. - Parkeerretributies Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 6.Onverminderd artikel 37 van de Ordonnantie, wordt tevens een retributie geheven voor het gebruik van een parkeerplaats die gesitueerd is in de oranje zone, grijze zone, evenementenzone, zone `voorbehouden parkeerplaatsen', zone `kiss & ride' en leveringszone conform de hierna vastgelegde modaliteiten.

Art. 7.De invordering van forfaitaire retributies zoals voorzien in het huidige besluit gebeurt in overeenstemming met artikel 38, § 4 van de Ordonnantie.

De forfaitaire retributie is verschuldigd per parkeerperiode. Een tweede uitnodiging om de verschuldigde forfaitaire retributie te kwijten wordt aangebracht 4 uur en 30 minuten na de aflevering van de eerste uitnodiging, indien het parkeren aanhoudt.

Art. 8.De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig zoals gedefinieerd in artikel 1, 3° van het huidige besluit.

Wanneer het motorvoertuig wordt gebruikt door een bestuurder die niet de titularis is van de kentekenplaat van het voertuig, zal de titularis van de kentekenplaat de identificatiegegevens van de bestuurder overmaken aan de gemeente of het Parkeeragentschap die bij hem de verschuldigde retributie invordert.

Art. 9.Het Parkeeragentschap evalueert jaarlijks de tarieven. Volgend op die evaluatieoefening kan het Parkeeragentschap aan de Regering tariefwijzigingen voorstellen, ten einde de tarieven aan te passen aan de doelstellingen van het onderhavige besluit.

Art. 10.De Regering herziet de tarieven, na advies van de gemeenteraden. De nieuwe tarieven worden uiterlijk op 30 april bekendgemaakt en gaan in op 1 september.

De eerste herziening zal plaatsvinden in het derde jaar volgend op de bekendmaking van het Gewestelijk Parkeerbeleidsplan in het Belgisch Staatsblad. Afdeling 2. - De rode zone

Art. 11.De maximale parkeertijd in de rode zone is 2 uur.

Art. 12.De parkeerretributie die is verschuldigd in deze zone is : - 0,50 euro voor een half uur; - 2 euro voor een uur; - 5 euro voor twee uur.

Elke periode die wordt aangevat is in haar geheel verschuldigd.

Het eerste kwartier is gratis, mits het ticket dat de parkeermeter hiervoor beschikbaar stelt, werd aangebracht. Er kan geen gebruik gemaakt worden van meerdere opeenvolgende gratis tickets voor dezelfde parkeerplaats.

Art. 13.In geval van niet-betaling van de verschuldigde retributie of in geval van overschrijding van de duurtijd van de betaalde parkeertijd of in geval van overschrijding van de maximale toegelaten parkeertijd, wordt de gebruiker geacht te hebben gekozen voor de betaling van een forfaitaire retributie van 25 euro per parkeerperiode.

Art. 14.Onder voorbehoud van wat is bepaald in artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie, zijn de vrijstellingskaarten niet geldig in de rode zone. Afdeling 3. - De oranje zone

Art. 15.De maximale parkeertijd in de oranje zone is 2 uur.

Art. 16.De parkeerretributie die verschuldigd is in deze zone is : - 0,50 euro voor een half uur; - 1 euro voor een uur; - 3 euro voor twee uur.

Elke periode die wordt aangevat is in haar geheel verschuldigd.

Het eerste kwartier is gratis, mits het ticket dat de parkeermeter hiervoor beschikbaar stelt, werd aangebracht. Er kan geen gebruik gemaakt worden van meerdere opeenvolgende gratis tickets voor dezelfde parkeerplaats.

Art. 17.In geval van niet-betaling van de verschuldigde retributie of in geval van overschrijding van de duur van de betaalde parkeertijd of in geval van overschrijding van de maximale toegelaten parkeertijd, wordt de gebruiker geacht te hebben gekozen voor de betaling van een forfaitaire retributie van 25 euro per parkeerperiode.

Art. 18.Onder voorbehoud van wat is bepaald in artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie, zijn de vrijstellingskaarten niet geldig in de oranje zone. Afdeling 4. - De grijze zone

Art. 19.De maximale parkeertijd in de grijze zone is beperkt tot 4 uren 30 minuten.

Art. 20.De parkeerretributie die verschuldigd is in deze zone is : - 0,50 euro voor een half uur; - 1 euro voor een uur; - 3 euro voor twee uur; - 5 euro voor drie uur; - 8 euro voor vier uur; - 9,50 euro voor vier uur en dertig minuten.

Elke periode die wordt aangevat is in haar geheel verschuldigd.

Het eerste kwartier is gratis, mits het ticket dat de parkeermeter hiervoor beschikbaar stelt, werd aangebracht. Er kan geen gebruik gemaakt worden van meerdere opeenvolgende gratis tickets voor dezelfde parkeerplaats.

Art. 21.In geval van niet-betaling van de verschuldigde retributie of in geval van overschrijding van de duur van de betaalde parkeertijd of in geval van overschrijding van de maximale toegelaten parkeertijd, wordt de gebruiker geacht te hebben gekozen voor de betaling van een forfaitaire retributie van 25 euro per parkeerperiode.

Art. 22.De vrijstellingskaarten zijn geldig in de grijze zone. Afdeling 5. - De groene zone

Art. 23.De parkeertijd in de groene zone is niet beperkt.

Art. 24.De parkeerretributie die is verschuldigd in deze zone is vastgelegd als volgt : - 0,50 euro voor een half uur; - 1 euro voor een uur; - 3 euro voor twee uur; - 4,50 euro voor drie uur; - 6 euro voor vier uur; - 1,50 euro voor elk bijkomend uur.

Elke eenheid die wordt aangevat is in haar geheel verschuldigd.

Het eerste kwartier is gratis, mits het ticket dat de parkeermeter hiervoor beschikbaar stelt werd aangebracht. Er kan geen gebruik gemaakt worden van meerdere opeenvolgende gratis tickets voor dezelfde parkeerplaats.

Art. 25.In geval van niet-betaling van de verschuldigde retributie of in geval van overschrijding van de duur van de betaalde parkeertijd, wordt de gebruiker geacht te hebben gekozen voor de betaling van een forfaitaire retributie van 25 euro per parkeerperiode.

Art. 26.De geldigheid, in de groene zone, van de vrijstellingskaarten wordt bepaald conform artikel 39 van de Ordonnantie. Afdeling 6. - De blauwe zone

Art. 27.In de blauwe zone is het gratis parkeren beperkt tot twee uur.

Art. 28.In geval van overschrijding van de toegelaten parkeertijd of wanneer de parkeerschijf die de tijd aanduidt zich niet aan de binnenzijde van de voorruit of vooraan het voertuig bevindt, wordt de gebruiker geacht te hebben gekozen voor de betaling van een forfaitaire retributie van 25 euro per parkeerperiode.

Art. 29.De geldigheid van vrijstellingskaarten in de blauwe zone wordt bepaald conform artikel 39 van de Ordonnantie. Afdeling 7. - De evenementenzone

Art. 30.De parkeertijd in evenementenzone zone kent geen beperking in de tijd maar is beperkt tot een periode van vier uur en dertig minuten.

Art. 31.De parkeerretributie die is verschuldigd in deze zone is : - 2,50 euro voor een half uur; - 5 euro voor een uur; - 10 euro voor twee uur; - 15 euro voor drie uur; - 20 euro voor vier uur; - 22,50 euro voor vier uur en dertig minuten.

Het eerste kwartier is gratis, mits het ticket dat de parkeermeter hiervoor beschikbaar stelt, werd aangebracht. Er kan geen gebruik gemaakt worden van meerdere opeenvolgende gratis tickets voor dezelfde parkeerplaats.

Art. 32.In geval van niet-betaling van de verschuldigde retributie of in geval van overschrijding van de duur van de betaalde parkeertijd, wordt de gebruiker geacht te hebben gekozen voor de betaling van een forfaitaire retributie van 50 euro per parkeerperiode.

Art. 33.De vrijstellingskaarten, met uitzondering van de facultatieve vrijstellingskaarten, zijn geldig in de evenementenzone. Afdeling 8. - De leveringszone

Art. 34.Een forfaitaire retributie van 100 euro per parkeerperiode is verschuldigd bij het parkeren in een zone aangegeven door verkeersbord E9 a, zoals gedefinieerd in artikel 70.2.1 van het koninklijk besluit van 12 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, aangevuld met onderbord « betalend behoudens levering » met precisering van de duur van de gereglementeerde parkeertijd.

Het bedrag van de forfaitaire retributie van 100 euro wordt aangegeven met behulp van een informatiebord.

Art. 35.Onder voorbehoud van wat is bepaald in artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie, zijn de vrijstellingskaarten niet geldig in de leveringszone.

Art. 36.De duur van het gebruik van een parkeerplaats is niet beperkt in de leveringszone. Afdeling 9. - De zone `voorbehouden parkeerplaatsen'

Art. 37.De duur van het gebruik van een parkeerplaats is niet beperkt in de zone `voorbehouden parkeerplaatsen'.

Art. 38.Onder voorbehoud van wat is bepaald in artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie, is in een « bewonerszone » enkel de vrijstellingskaart « buurtbewoner » geldig.

Art. 39.Onder voorbehoud van wat is bepaald in artikel 39, tweede lid van de ordonnantie, is in een `zone voorbehouden voor autodelen' enkel een vrijstellingskaart « parkeerkaart voor autodelen » geldig.

Art. 40.Bij het parkeren in een « bewonerszone » of een « zone voorbehouden voor autodelen », zonder toepassing van de vrijstellingskaart die toepasselijk is voor die zone, is een forfaitaire retributie van 25 euro per parkeerperiode verschuldigd. Afdeling 10. - De zone `kiss & ride'

Art. 41.In een zone `kiss & ride' is parkeren gratis gedurende de tijd die is aangeven op de daartoe bestemde wegsignalisatie. In geval van overschrijding van de toegelaten parkeertijd is een forfaitaire retributie verschuldigd van 100 euro per parkeerperiode.

Art. 42.Onder voorbehoud van wat is bepaald in artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie, zijn de vrijstellingskaarten niet geldig in de zone `kiss & ride'. HOOFDSTUK VI. - Modaliteiten inzake de afgifte en het gebruik van de vrijstellingskaarten Afdeling 1. - Bepalingen gemeenschappelijk aan alle

vrijstellingskaarten

Art. 43.Onverminderd het ministerieel besluit van 9 januari 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/01/2007 pub. 24/01/2007 numac 2007014010 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit betreffende de gemeentelijke parkeerkaart sluiten betreffende de gemeentelijke parkeerkaart, zijn de colleges van burgemeester en schepenen bevoegd voor de uitgifte van vrijstellingskaarten volgens de modaliteiten zoals hieronder uiteengezet.

De colleges van burgemeester en schepenen leveren de vrijstellingskaarten af nadat aan de hand van bewijsstukken werd nagegaan of de aanvrager van de vrijstellingskaart voldoet aan de toekenningsvoorwaarden.

Art. 44.De gemeenteraden voorzien in hun gemeentelijk parkeeractieplan in maatregelen om het correcte gebruik van die vrijstellingskaarten te garanderen en doeltreffend te maken.

Art. 45.Het Parkeeragentschap zorgt voor een geïnformatiseerd beheersysteem van de vrijstellingskaarten, dat tegen betaling toegankelijk is voor de gemeenten, en dat tot doel heeft het gebruik, het toezicht en het misbruik te controleren.

Dat geïnformatiseerd beheersysteem bevat minstens de vrijstellingskaarten « tijdelijke buurtbewoners », « multisectoren » en « interventie ».

Het college van burgemeester en schepenen verstrekt jaarlijks aan het Parkeeragentschap de gevraagde informatie met betrekking tot de vrijstellingskaarten. Afdeling 2. - De parkeersectoren

Art. 46.Het Parkeeragentschap legt op basis van de voorstellen van de gemeenteraden en in gemeen overleg met de gemeenteraden de parkeersectoren vast voor het hele grondgebied van het Gewest, bij voorkeur op basis van de indeling in wijken en waarbij de gemeentegrenzen kunnen worden overschreden.

Die parkeersectoren bakenen de wegen af waarop elke vrijstellingskaart van toepassing is.

De oppervlakte van een parkeersector mag niet groter zijn dan 150 ha.

De gemeenteraden kunnen aan het Parkeeragentschap aanpassingen voorstellen om de indeling in sectoren aan te passen aan de werkelijkheid op het terrein, onder voorbehoud van respect van de regels vastgelegd in het huidige besluit.

Het Parkeeragentschap waakt erover dat de parkeersectoren van aangrenzende gemeenten een logische samenhang hebben en dat het geheel op gewestelijk niveau evenwicht vertoont. Het Parkeeragentschap ontwikkelt een geïnformatiseerd systeem om de indeling te systematiseren en te harmoniseren.

Art. 47.Een gedeeltelijke herziening van de indeling heeft minstens iedere twee jaar plaats, ten einde rekening te kunnen houden met de praktijkervaring en om eventuele evoluties van plaatselijke parkeersituaties op te vangen.

Deze herziening kan aangevraagd worden door een gemeenteraad, een wijkcomité, een plaatselijke vereniging of een particulier, op voorwaarde dat hij het belang van zijn actie kan aantonen en hij een aanvraag indient die verenigbaar is met de oorspronkelijke sectorale opsplitsing en met de geografische geldigheidsprincipes van de vrijstellingskaarten.

De nieuwe indeling gaat in op 1 september van een even jaartal. Afdeling 3. - De vrijstellingskaart « buurtbewoner »

Art. 48.De vrijstellingskaart "buurtbewoner" wordt door het college van burgemeester en schepenen toegekend aan de persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het wachtregister van de desbetreffende gemeente, en die woont in gereglementeerde rode zone, oranje zone, grijze zone, groene zone, blauwe zone of evenementenzone.

De titularis van een vrijstellingskaart « buurtbewoner » is het enkel toegelaten om zijn voertuig te parkeren binnen de grenzen van de parkeersector of de parkeersectoren die hem zijn toegewezen en in de sectoren die grenzen aan de toegekende parkeersectoren, ten einde rekening te houden met het overloopeffect.

Het Parkeeragentschap zal in overleg met de gemeenteraden de toewijzingsregels van deze bijkomende aangrenzende parkeersectoren definiëren op zodanige manier dat de geldigheid van een vrijstellingskaart "buurtbewoner" in principe beperkt is tot een gebied van maximum 150 ha.

Art. 49.De geldigheid van de vrijstellingskaart « buurtbewoner » wordt bepaald in artikel 39 van de Ordonnantie en conform het huidige besluit.

Art. 50.De vrijstellingskaart « buurtbewoner » heeft slechts betrekking op één kentekenplaat en er kan slechts één kaart per voertuig worden afgeleverd. De kaart kan enkel afgeleverd worden voor voertuigen waarvan de maximale toegelaten massa 3.5 ton niet overschrijdt.

De vrijstellingskaart « buurtbewoner » heeft slechts betrekking op één voertuig en de aanvrager moet het bewijs leveren dat het voertuig is ingeschreven op zijn naam of dat hij er op permanente wijze over kan beschikken, in overeenstemming met het ministerieel besluit van 9 januari 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/01/2007 pub. 24/01/2007 numac 2007014010 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit betreffende de gemeentelijke parkeerkaart sluiten betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.

De gemeenteraden voorzien een erkenningssysteem voor het voertuig dat tijdelijk het voertuig, waarvoor de vrijstellingskaart werd uitgereikt, vervangt.

Art. 51.Er kunnen per gezin niet meer dan twee « buurtbewoner » vrijstellingskaarten worden toegekend.

Het aantal vrijstellingskaarten wordt berekend per gezin en omvat de vrijstellingskaarten « buurtbewoner » en « tijdelijke buurtbewoner ».

De gemeenteraden kunnen op gemotiveerde wijze beslissen om meerdere kaarten per gezin toe te kennen, na hierover het advies te hebben ingewonnen van het Parkeeragentschap.

In voorkomend geval leggen zij, in overleg met het Parkeeragentschap, de criteria vast die de toekenning van meer dan twee kaarten per gezin rechtvaardigen.

De gemeenteraden motiveren die beslissing bij het uitwerken van het gemeentelijke parkeeractieplan.

Art. 52.De gemeenteraden kunnen, op eensluidend advies van de Gewestregering, en na het advies van het Parkeeragentschap te hebben ingewonnen, het totale aantal vrijstellingskaarten « buurtbewoner » die geldig zijn in een parkeersector beperken tot het aantal bestaande parkeerplaatsen in die sector of tot een lager aantal.

Voor de aangrenzende sectoren die grenzen aan een andere gemeente en de parkeersectoren die zich op het grondgebied van verschillende gemeenten bevinden, is deze beperking slechts van toepassing indien de desbetreffende gemeenten hierover een akkoord bereiken.

Het dispositief dat wordt beschreven in de eerste lid kan ook worden toegepast op een geheel van parkeersectoren van een gemeente of van meerdere aangrenzende gemeenten die onderling een akkoord bereiken. In een groep van parkeersectoren blijft de geldigheid van een vrijstellingskaart « buurtbewoner » beperkt tot een maximum van 150 ha.

Art. 53.Indien de gemeenteraden quota instellen voor de vrijstellingskaarten « buurtbewoner », in overeenstemming met het systeem zoals beschreven in artikel 52, zal de afgeleverde vrijstellingskaart slechts één jaar geldig zijn.

Bovendien zullen de vrijstellingskaarten moeten worden uitgereikt in overeenstemming met de volgende prioriteiten, in afnemende volgorde : 1. De eerste vrijstellingskaart « buurtbewoner » van het gezin;2. De voertuigen die voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld door het Parkeeragentschap;3. De vrijstellingskaart « tijdelijke buurtbewoner »;4. De tweede vrijstellingskaart « buurtbewoner » van het gezin;5. De eventuele derde vrijstellingskaarten « buurtbewoner ».

Art. 54.De prijs van de vrijstellingskaarten « buurtbewoner » is : - 1ste vrijstellingskaart : 5 euro per jaar; - 2de vrijstellingskaart : 50 euro per jaar; - Aanvullende vrijstellingskaart : 200 euro per jaar.

Art. 55.De gemeenteraden kunnen, bij gemotiveerde beslissing en na hierover het advies te hebben ingewonnen van het Parkeeragentschap, hogere tarieven vastleggen.

Zij motiveren die beslissing en leggen in overleg met het Parkeeragentschap de criteria vast die een dergelijke verhoging van het tarief verantwoorden.

Art. 56.De gemeenteraden kunnen geen gratis vrijstellingskaarten afleveren aan een bewoner die parkeert voor de inrij van zijn eigendom in een betalende zone.

Art. 57.De vrijstellingskaarten « buurtbewoner » hebben een geldigheidsduur van één of twee jaar, naar keuze van de aanvrager. De kaart is geldig vanaf de datum van aanschaf. Op het einde van de geldigheidsperiode moet de aanvrager de toekenning van een nieuwe vrijstellingskaart aanvragen. De gemeente verifieert bij die gelegenheid of de aanvrager nog steeds aan de toekenningsvoorwaarden voldoet.

De vrijstellingskaart moet worden teruggegeven van zodra de begunstigde niet meer aan de toekenningsvoorwaarden voldoet zoals omschreven in het huidige besluit en in het ministerieel besluit van 9 januari 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/01/2007 pub. 24/01/2007 numac 2007014010 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit betreffende de gemeentelijke parkeerkaart sluiten betreffende de gemeentelijke parkeerkaart. De retributie voor het eerste jaar blijft integraal verschuldigd. Bovenop dit bedrag worden, in voorkomend geval, de volledige maanden waarin de vrijstellingskaart niet werd gebruikt, terugbetaald.

In geval van wijziging van het parkeersectorenplan, worden de desbetreffende vrijstellingskaarten vervangen met ingang van de datum van toepassing van de nieuwe indeling in sectoren. Afdeling 4. - De vrijstellingskaart « tijdelijke buurtbewoner »

Art. 58.De colleges van burgemeester en schepen kunnen een vrijstellingskaart « tijdelijke buurtbewoner » afleveren : - aan personen die gedomicilieerd zijn op hun grondgebied en die een specifieke nood hebben aan parkeerplaats; - aan personen die een tweede verblijfplaats hebben op hun grondgebied.

Art. 59.De prijs van de vrijstellingskaart is 5 euro voor 63 dagen.

De gemeenteraden kunnen beslissen, bij gemotiveerde beslissing en na advies te hebben ingewonnen van het Parkeeragentschap, om een hoger tarief toe te passen.

De geldigheid van een vrijstellingskaart is begrensd tot het aantal betaalde dagen en er kan per gezin slechts één vrijstellingskaart « tijdelijke buurtbewoner » worden afgeleverd, voor een gecumuleerd maximum van 63 dagen gerekend over een vlottende periode van 365 kalenderdagen.

Art. 60.Er kan geen vrijstellingskaart « tijdelijke buurtbewoner » worden toegekend voor dezelfde parkeersector aan een gezin dat reeds het maximale aantal vrijstellingskaarten « buurtbewoner » bezit. Afdeling 5. - De standaard vrijstellingskaarten

Onderafdeling 1. - Bepalingen gemeenschappelijk aan alle vrijstellingskaarten gedefinieerd in deze afdeling

Art. 61.De vrijstellingskaarten die in de huidige afdeling worden gedefinieerd zijn geldig in alle parkeersectoren van het Gewest, in de betreffende zones.

Deze vrijstellingskaarten hebben slechts betrekking op één enkele nummerplaat en er mag slechts één type vrijstellingskaart per voertuig worden afgeleverd.

Onderafdeling 2. - De vrijstellingskaart voor « zorgverleners van dringende medische hulp »

Art. 62.De colleges van burgemeester en schepenen leveren aan de personen die dringende medische hulp verlenen een vrijstellingskaart af van "zorgverlener van dringende medische hulp". Deze kaart staat hen toe gratis te parkeren tijdens een interventie en gedurende de tijd van de effectieve toediening van dringende medische zorgverlening.

Het gebruik van deze vrijstellingskaart is strikt beroepsmatig.

De kaart moet zichtbaar aan de binnenzijde van de voorruit van het voertuig aangebracht worden. Ze wordt vergezeld door de vermelding "interventie bezig" en de blauwe parkeerschijf dewelke het aankomstuur van de zorgverlener aangeeft.

De colleges van burgemeester en schepenen herinneren, wanneer de vrijstellingskaart afgeleverd wordt, aan de bovengenoemde regels.

Art. 63.In het kader van dit besluit worden als "zorgverlener van dringende medische hulp" beschouwd, de personen die medische zorgen toedienen en die over een RIZIV-nummer beschikken, wanneer zij gestuurd zijn om onmiddellijk passende zorg te verlenen aan eenieder van wie de gezondheidstoestand, omwille van een ongeval, een plotse ziekte of plotse complicatie van een ziekte, een dringende interventie vereist.

Art. 64.De aanvrager van een vrijstellingskaart "zorgverlener dringende medische hulp", bezorgt aan de gemeente of aan het Parkeeragentschap het bewijs dat hij over een RIZIV-nummer beschikt als individuele zorgverstrekker.

De colleges van burgemeester en schepenen controleren de bezorgde documenten en kunnen eisen dat bijkomende informatie wordt bezorgd, teneinde te kunnen controleren of de voormelde voorwaarden vervuld zijn.

Art. 65.De prijs van de vrijstellingskaart bedraagt 200 euro per jaar.

Onderafdeling 3. - De vrijstellingskaart voor "zorgverleners van niet-dringende medische hulp"

Art. 66.De colleges van burgemeester en schepenen leveren aan de voertuigen van personen die niet-dringende medische hulp verlenen een vrijstellingskaart af van "zorgverlener van niet-dringende medische hulp". Deze kaart staat hen toe gratis te parkeren tijdens een interventie en gedurende de tijd van de effectieve toediening van medische zorgverlening.

De voertuigen van de zorgverleners zijn verbonden aan organisaties erkend door de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

De zorgverleners voor niet-dringende medische hulp omvatten ook de dierenartsen.

De vrijstellingskaart moet zichtbaar aan de binnenzijde van de voorruit van het voertuig aangebracht worden. Ze wordt vergezeld door de vermelding met het opschrift "interventie bezig" en de blauwe parkeerschijf dewelke het aankomstuur van de zorgverlener aangeeft.

Art. 67.De vrijstellingskaart is geldig in de blauwe, groene, grijze zone en in de evenementenzone.

Art. 68.De prijs van de vrijstellingskaart bedraagt 75 euro per jaar.

Onderafdeling 4. - De vrijstellingskaart « autodelen »

Art. 69.De colleges van burgemeester en schepenen verlenen aan exploitanten van motorvoertuigen toegewezen aan het systeem voor autodelen erkend door het Parkeeragentschap, in overeenstemming met het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2013 houdende de voorwaarden voor het gebruik van voorbehouden parkeerplaats aan operatoren van gedeelde motorvoertuigen, de nodige vrijstellingskaarten « autodelen » die op een zichtbare wijze aan de binnenzijde van de voorruit van het gedeelde voertuig worden geplaatst.

Elke vrijstellingskaart is verbonden met één enkel kentekenplaatnummer.

De geldigheid van een vrijstellingskaart « autodelen » is omschreven in artikel 39 van de Ordonnantie. Zij is ook geldig in de grijze zone en in de evenementenzone.

De vrijstellingskaart « autodelen » is enkel geldig wanneer het voertuig wordt gebruikt door een klant die betaald heeft voor de dienstverlening van een gedeeld voertuig. Het « gedeelde » karakter van het voertuig wordt op een duidelijke wijze aangeduid op het voertuig door de vennootschap die deze dienst aanbiedt.

Art. 70.De prijs van een vrijstellingskaart is vastgesteld op 5 euro per voertuig per jaar.

Onderafdeling 5. - De vrijstellingskaart voor personen met een handicap

Art. 71.De Europese parkeerkaart voor personen met een handicap geldt als vrijstellingskaart.

Art. 72.Onverminderd artikel 39 van de Ordonnantie, is de vrijstellingskaart voor personen met een handicap geldig in een grijze zone en een evenementenzone. Afdeling 6. - De facultatieve vrijstellingskaarten

Onderafdeling 1. - Bepalingen gemeenschappelijk aan alle vrijstellingskaarten gedefinieerd in deze afdeling

Art. 73.De colleges van burgemeester en schepenen kunnen facultatieve vrijstellingskaarten toekennen, conform deze afdeling.

Het is de colleges van burgemeester en schepenen niet toegestaan om in het kader van de eerste toepassing van hun gemeentelijk parkeeractieplan een aantal vrijstellingskaarten toe te kennen dat hoger ligt dan het aantal kaarten dat werd uitgereikt in het voorafgaande jaar.

Art. 74.De houder van de vrijstellingskaart is alleen gemachtigd om te parkeren binnen de grenzen van de parkeersector(en) die hem is/zijn toegewezen.

Deze vrijstellingskaarten hebben slechts betrekking op één enkele kentekenplaat en er mag per voertuig slechts één vrijstellingskaart van hetzelfde type worden afgeleverd.

Art. 75.De geldigheid van de facultatieve vrijstellingskaarten wordt bepaald conform artikel 39 van de Ordonnantie en het huidige besluit.

Art. 76.De gemeenteraden kunnen, op eensluidend advies van de Gewestregering en na advies van het Parkeeragentschap, het totale aantal van facultatieve vrijstellingskaarten die geldig zijn in een parkeersector beperken tot het aantal bestaande parkeerplaatsen in die sector of tot een lager aantal.

Voor de aangrenzende sectoren van een andere gemeente en de parkeersectoren die zich op het grondgebied van verschillende gemeenten bevinden, is deze beperking slechts van toepassing indien de desbetreffende gemeenten hierover een akkoord bereiken.

Dit dispositief kan ook worden toegepast op een geheel van parkeersectoren van een gemeente of van meerdere aangrenzende gemeenten die onderling een akkoord bereiken. In een groep van parkeersectoren blijft de geldigheid van een facultatieve vrijstellingskaart beperkt tot een maximum van 150 ha.

Art. 77.Indien de gemeenteraden quota instellen voor de facultatieve vrijstellingskaarten, in overeenstemming met het systeem beschreven in artikel 76, zal de afgeleverde vrijstellingskaart slechts één jaar geldig zijn.

Bovendien zullen de vrijstellingskaarten moeten worden uitgereikt overeenkomstig de volgende prioriteiten, in afnemende volgorde : 1. De eerste vrijstellingskaart van het gezin;2. De voertuigen die voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld door het Parkeeragentschap;3. De vrijstellingskaart « tijdelijke buurtbewoner »;4. De tweede vrijstellingskaart van het gezin;5. De eventuele derde vrijstellingskaarten « buurtbewoner ».

Art. 78.Onder voorbehoud van wat vermeld wordt in de huidige afdeling, kunnen de gemeenteraden vrij beslissen of ze de vrijstellingskaarten van de huidige afdeling al dan niet afleveren, in het kader van de doelstellingen en de bepalende factoren die in hun gemeentelijk parkeeractieplan opgenomen zijn.

Onderafdeling 2. - De vrijstellingskaart « tijdelijke multisectoren »

Art. 79.De Gemeenteraden kunnen voorzien in een vrijstellingskaart « tijdelijke multisectoren », op voorwaarde dat al de betrokken gemeenten deelnemen in het kapitaal van het Parkeeragentschap. Deze vrijstellingskaart laat aan meerdere gebruikers van eenzelfde voertuig toe om te parkeren in meerdere vooraf bepaalde parkeersectoren.

Art. 80.De aanvrager van een vrijstellingskaart « tijdelijke multisectoren » moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het wachtregister van de desbetreffende gemeenten.

Hij is enkel gemachtigd om te parkeren binnen de grenzen van de parkeersector of parkeersectoren die hen zijn toegewezen, in de blauwe zone, de groene zone, de grijze zone en de evenementenzone.

Art. 81.De vrijstellingskaart « tijdelijke multisectoren » heeft betrekking op een enkel voertuig. De kaart kan enkel uitgereikt worden voor voertuigen waarvan de maximale toegelaten massa 3,5 ton niet overschrijdt.

Art. 82.De prijs van een vrijstellingskaart « tijdelijke multisectoren » is evenredig met de prijs van de vrijstellingskaart « buurtbewoner » van de desbetreffende gemeente, vermenigvuldigd met het aantal sectoren waarvoor de vrijstellingskaart wordt gevraagd.

Onderafdeling 3. - De vrijstellingskaart « overige gebruiker »

Art. 83.De colleges van burgemeester en schepenen leveren de vrijstellingskaarten « overige gebruiker » af.

Art. 84.De vrijstellingskaarten « overige gebruiker » worden uitgereikt aan de volgende categorieën van gebruikers : - aan ondernemingen en zelfstandigen, met name aan de persoon of de onderneming met de maatschappelijke of exploitatiezetel in de gereglementeerde parkeersector. De kaart is enkel geldig in de toegekende parkeersectoren en de aanvraag moet vergezeld zijn van een goedgekeurd bedrijfsvervoerplan of een ermee gelijkgesteld plan;

Met `persoon' de houder van een vrij beroep of een zelfstandige bedoeld. Met `onderneming' wordt elke rechtspersoon bedoeld, ongeacht zijn statuut, in het bijzonder de vennootschappen opgenomen in artikel 2 van het Wetboek van Vennootschappen, de openbare instellingen, de private instellingen, de instellingen voorbehouden aan de erediensten die beoogd worden door de Wet op de temporaliën der erediensten, de instellingen van het niet-verplicht onderwijs, de ziekenhuizen, de klinieken, de poliklinieken en de zorgverstrekkende instanties, de liefdadigheidsinstellingen en de VZW's. - aan leurhandelaars die een activiteit uitoefenen op het grondgebied van de gemeente. De kaart die aan deze categorie gebruikers wordt uitgereikt, geldt voor de sector waarin de leuractiviteit van de aanvrager wordt uitgeoefend, op de plaatsen waar de parkeerreglementering dit toelaat; - aan personen die op een tijdelijke werf werken. De vrijstellingskaart die aan deze categorie van gebruikers wordt toegekend, is geldig voor de parkeersector waar de werf zich situeert, op de plaatsen waar de parkeerreglementering dit toelaat; - aan onderwijsinstellingen, met name elke onderwijsinstelling, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door een gemeenschap en publieke kinderdagverblijven of kinderdagverblijven die inkomens-gerelateerde tarieven hanteren, en die gelegen zijn in een gereglementeerde parkeersector;

De aanvraag moet worden ingediend door het hoofd van de instelling of diens vertegenwoordiger en vergezeld zijn van een goedgekeurd schoolvervoersplan of een goedgekeurd equivalent.

Als de aanvrager van de vrijstellingskaart werkzaam is in meerdere scholen, dan is de vrijstellingskaart geldig voor de verschillende sectoren binnen dewelke de scholen gesitueerd zijn. - aan de bezoekende automobilisten; - aan de eigenaars van een voertuig van meer dan 3,5 ton.

Art. 85.Een aan een bedrijfsvervoersplan gelijkgesteld plan is een plan uitgewerkt door of voor een rechtspersoon of een zelfstandige, die zijn mobiliteitsbehoeften analyseert en beschrijft.

Onverminderd de vervoersplannen waarvan de modaliteiten zijn opgenomen in andere regelgevingen, bevat een gelijkgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 84, de volgende basiselementen die een eerste benadering in het licht van een rationeel beheer en een betere beheersing van het mobiliteitsprobleem in het Gewest mogelijk maken : - De identificatie van de aanvrager, daarin begrepen een beschrijving van zijn activiteiten; - De verplaatsingsgegevens, gedetailleerd per wijze, per type van verplaatsing en per bestemming; - Een verantwoording van de aanvraag; - De beschrijving van de aanvraag met betrekking tot de hoeveelheid en de periode, waarbij de karakteristieken van de voertuigen en de oorsprong van de verplaatsingen worden opgenomen; - De wijze van verdeling en beheer van de eventuele uitgereikte kaarten; - De rationalisering van de gemotoriseerde verplaatsingen die de aanvrager nastreeft en de manier waarop dit gerealiseerd zal worden, samen met de streefwaarden inzake modale verdeling.

Elke aanvraag wordt ingediend via het adequate formulier op basis van het aantal tewerkgestelde personen gedurende de laatste 12 maanden, bij het college van burgemeester en schepenen van elke vestiging.

Het college van burgemeester en schepenen maakt in elk geval alle elementen over aan het Parkeeragentschap dat deze gegevens deelt met het Bestuur Uitrusting en Vervoer van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 86.Het aantal uitgereikte vrijstellingskaarten « overige gebruiker » mag niet hoger zijn dan het aantal kaarten dat het voorgaande jaar werd uitgereikt.

Het aantal vrijstellingskaarten « overige gebruiker » zal gradueel worden verminderd volgens de in het goedgekeurde gemeentelijke parkeerbeleidsplan bepaalde modaliteiten.

Deze diversen kaarten zijn bedoeld om op termijn te verdwijnen, voor zover dat er compenserende maatregelen uitgevoerd zijn. Dit behoudens de kaarten die gekoppeld zijn aan het bedrijfsvervoerplan of een ermee gelijkgesteld plan. Er wordt bij wijze van overgangsfase een geharmoniseerde tijdelijke oplossing voor deze parkeerkaarten voorzien.

Art. 87.De vrijstellingskaarten « overige gebruikers » worden afgeleverd volgens het volgende tarief : - Voor bedrijven en zelfstandigen : - een jaarlijkse retributie van 150 euro voor elk van de eerste 5 kaarten; - een jaarlijkse retributie van 250 euro voor de 6e t.e.m. de 20e kaart; - een jaarlijkse retributie van 500 euro voor de 21e t.e.m. de 30e kaart; - een jaarlijkse retributie van 600 euro voor elke bijkomende kaart.

Voor leurhandelaars : - een jaarlijkse retributie van 75 euro die recht geeft op één dag parkeren per week; - een jaarlijkse retributie van 150 euro die recht geeft op twee dagen parkeren per week; - een jaarlijkse retributie van 350 euro die recht geeft op zeven dagen parkeren per week.

Voor tijdelijke werven : - een retributie van 50 euro per plaats die recht geeft op vijftien dagen parkeren.

Voor onderwijsinstellingen en publieke kinderdagverblijven of kinderdagverblijven die inkomensgerelateerde prijzen hanteren : - een jaarlijkse retributie van 75 euro.

Voor de bezoekende automobilisten : - een retributie van 3 euro per dag.

Voor de eigenaars van een voertuig van meer dan 3,5 ton : - een jaarlijkse retributie van 500 euro.

In ieder geval zal maar één enkele vrijstellingskaart worden toegekend per eigenaar van een voertuig van meer dan 3,5 ton, zelfs indien die eigenaar beschikt over verschillende voertuigen van dat type.

Art. 88.De gemeenteraden mogen bij gemotiveerde beslissing en na advies van het Parkeeragentschap een hoger tarief voor deze vrijstellingskaarten vaststellen.

De gemeenteraden bepalen criteria die zijn aangepast aan hun huidige praktijk opdat de uitreiking en het gebruik van de vrijstellingskaarten « overige gebruiker » in overeenstemming zijn met de bepalingen van het huidige besluit.

Art. 89.Onverminderd artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie, gelden de vrijstellingskaarten « overige gebruikers » in de blauwe, groene en grijze zone.

Onderafdeling 4. - De vrijstellingskaart « interventie »

Art. 90.De colleges van burgemeester en schepenen leveren de vrijstellingskaarten « interventie » af.

Art. 91.De vrijstellingskaart « interventie » is voorbehouden aan natuurlijke personen of rechtspersonen die aantonen dat ze, voor hun beroep, verschillende interventies in meerdere parkeersectoren van het Gewest dienen uit te voeren en die daar het bewijs van voorleggen.

Art. 92.De vrijstellingskaart « interventie » kan slechts gebruikt worden in de vooraf aangeduide parkeerzones voor maximaal 3 uur in geval van dringende interventies en mits gebruik van de parkeerschijf.

De gebruiker zal op zichtbare wijze de interventieplaats aangeven nabij de kaart.

De gemeenteraden definiëren criteria die zijn aangepast aan hun huidige praktijk opdat de uitreiking en het gebruik van de interventiekaarten in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit Gewestelijk Parkeerbeleidsplan en met het besluit van 18 juli 2013 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het reglementaire kader met betrekking tot het Gewestelijk Parkeerbeleidsplan.

Art. 93.De gemeenteraden dienen de vrijstellingskaart « interventie » in te voeren conform de door het Parkeeragentschap vastgestelde modaliteiten.

Bij vaststelling van misbruik zal het college van burgemeester en schepenen de vrijstellingskaarten « interventie » en « overige gebruiker » intrekken.

Art. 94.Onverminderd artikel 39, tweede lid van de Ordonnantie gelden de vrijstellingskaarten « interventie » in de blauwe, groene en grijze zone.

Art. 95.De prijs van de vrijstellingskaart is vastgesteld op 90 euro per maand. HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding

Art. 96.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014.

Art. 97.De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Openbare werken en Vervoer is belast met de uitvoering van het huidige besluit.

Brussel, 18 juli 2013.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Openbare Werken en Vervoer, Informatica en de Haven van Brussel, Mevr. B. GROUWELS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^