Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 11 september 2014
gepubliceerd op 26 november 2014

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de haven van Brussel en van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdend het algemene reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2014031966
pub.
26/11/2014
prom.
11/09/2014
ELI
eli/besluit/2014/09/11/2014031966/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

11 SEPTEMBER 2014. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de haven van Brussel en van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdend het algemene reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op het artikel 39 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988;

Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;

Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de haven van Brussel, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 17 december 1975, 6 augustus 1976, 28 juni 1977, 24 november 1978, 7 oktober 1983 en 24 juli 1985, en door de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 1998, 14 oktober 1999 en 4 maart 2010;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende het aalgemene reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk, meer bepaald titel II, hoofdstuk II, gewijzigigd door het besluit van de Regent van 16 september 1946 en door de koninklijke besluiten van 7 september 1950, 13 juli 1951, 17 juni 1952, 11 december 1952, 31 oktober 1953, 30 januari 1957, 12 juli 1957, 22 oktober 1958, 5 mei 1975, 28 april 1981, 26 mei 1983, 3 oktober 1986, 19 december 1986, 28 maart 1988 en 25 mei 1992 en door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 november 1999;

Gelet op het advies van de Raad van Bestuur van de Haven van Brussel van 4 juli 2014;

Op voordracht van de Minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Besluit :

Artikel 1.In artikel 64 van het koninklijk besluit van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de haven van Brussel, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt : « § 1. De vaarrechten voor een geladen binnenvaartuig worden bepaald op 0,00025 euro per ton lading en per kilometer. Fracties van één ton die niet groter zijn dan 500 Kg worden niet aangerekend bij de berekening van die rechten. Die welke groter zijn dan 500 Kg worden naar boven op één ton afgerond. Het minimum recht, ongeacht de aard van het vaartuig, wordt op 4 euro vastgesteld.

De scheepvaartrechten worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen met als basisindex het indexcijfer van de maand september 2011.

Deze indexering wordt eens per jaar berekend, waarbij het nieuwe indexcijfer overeenstemt met het indexcijfer van de maand september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de verschuldigde scheepvaartrechten aangerekend zullen worden. »

Art. 2.Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Artikel 65.§ 1. De kapitein van een ledig binnenschip moet titularis zijn van een scheepvaartvergunning afgeleverd door de vennootschap tegen betaling van een recht dat, los van de afgelegde afstand, vastligt op : 1. 2,50 € voor schepen met laadvermogen minder dan 450 ton; 2. 3,50 € voor schepen met laadvermogen tussen 450 en 1.350 ton; 3. 5,00 € voor schepen met laadvermogen hoger dan 1.350 ton. § 2. Deze scheepvaartvergunning is geldig voor de heenreis. Een tweede vergunning is vereist indien er een terugreis, ledig, gebeurt. § 3. Volgende schepen worden als ledig beschouwd : 1. Schepen waarvan de diepgang op de scheepsmeting niet meer dan twee centimeter bedraagt boven de diepgang in ledige toestand;2. Recreatie- en plezierschepen van 15 meter en meer;3. Motorschepen die met ballast moeten voorzien worden om de nodige diepte voor de schroef te bereiken;4. Schepen die niet bestemd zijn om goederen of mensen te vervoeren.»

Art. 3.In artikel 69 van hetzelfde besluit, wordt de tweede paragraaf vervangen als volgt : § 2. De taks voor een versassing in de sluizen buiten de uren waarvan sprake onder artikel13, ligt voor alle schepen als volgt vast : 1° minder dan 450 ton : 10 €; 2° van 450 tot 1.350 ton : 15 €; 3° meer dan 1.350 ton : 21 €.

De taks voor een versassing in de sluizen op zaterdag, zondag en op feestdagen, buiten de uren waarvan sprake onder artikel13, ligt voor elk schip vast op 85,32 €.

Art. 4.Artikel 111 van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk, wordt vervangen als volgt : «

Artikel 111.In artikel 79 van huidig besluit, worden de eerste paragraaf en de eerste alinea van de tweede paragraaf vervangen als volgt : « § 1. Scheepvaartrechten die zijn verschuldigd op de scheepvaartweg beheerd door de Haven van Brussel. § 2. Voor het goederenvervoer worden de rechten vastgesteld op 0,00025 euro per ton lading en per kilometer. Fracties van één ton die niet groter zijn dan 500 Kg worden niet aangerekend bij de berekening van die rechten. Die welke groter zijn dan 500 Kg worden naar boven op één ton afgerond. Het minimum recht, ongeacht de aard van het vaartuig, wordt op 2,5 € vastgesteld.

De scheepvaartrechten worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen met als basisindex het indexcijfer van de maand september 2011.

Deze indexering wordt eens per jaar berekend, waarbij het nieuwe indexcijfer overeenstemt met het indexcijfer van de maand september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de verschuldigde scheepvaartrechten aangerekend zullen worden. »

Art. 5.De Minister belast bevoegd voor de Haven van Brussel is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 11 september 2014.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT

^