Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 januari 2016
gepubliceerd op 05 februari 2016
Justitie digitaliseren: Call to Contribution

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wijziging van bijlage I en II van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2009 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2016031110
pub.
05/02/2016
prom.
28/01/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016031110

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


28 JANUARI 2016. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wijziging van bijlage I en II van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2009 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, het laatst gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, artikel 2, § 1, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998, 5 februari 1999 en 1 maart 2007;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2009 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 13 oktober 2015;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 oktober 2015;

Gelet op het advies 58.505/3 van de Raad van State, gegeven op 15 december 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Minister, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie bevoegd voor het Landbouwbeleid;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit voorziet in de omzetting van de uitvoeringsrichtlijn 2013/63/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot wijziging van de bijlagen I en II bij Richtlijn 2002/56/EG van de Raad wat betreft de minimumvoorwaarden voor pootaardappelen en partijen pootaardappelen.

Art. 2.In het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2009 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 1/1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen. ».

Art. 3.In hetzelfde besluit : 1° wordt bijlage I vervangen door bijlage I gevoegd bij dit besluit;2° wordt bijlage II vervangen door bijlage II gevoegd bij dit besluit.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.De Minister bevoegd voor het Landbouwbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 28 januari 2016.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie bevoegd voor het Landbouwbeleid, Mevr. C. FREMAULT

Bijlage I Minimumvoorwaarden voor pootaardappelen

Artikel 1.Basispootgoed moet aan de volgende minimumvoorwaarden voldoen : 1° het aantal door zwartbenigheid aangetaste planten bedraagt bij een officiële veldkeuring niet meer dan 1 %;2° het aantal niet-rasechte planten en planten van andere rassen tezamen bedraagt niet meer dan 0,1 %.In de directe nateelt tezamen niet meer dan 0,25 %; 3° in de directe nateelt bedraagt het aantal planten met symptomen van virusziekten niet meer dan 4 %;4° het aantal planten met mozaïeksymptomen en planten met symptomen van bladrolvirus tezamen bedraagt bij een officiële veldkeuring niet meer dan 0,8 %.

Art. 2.Gecertificeerd pootgoed moet aan de volgende minimumvoorwaarden voldoen : 1° het aantal door zwartbenigheid aangetaste planten bedraagt bij een officiële veldkeuring niet meer dan 4 %;2° het aantal niet-rasechte planten en planten van andere rassen tezamen bedraagt niet meer dan 0,5 %.In de directe nateelt tezamen niet meer dan 0,5 %; 3° in de directe nateelt bedraagt het aantal planten met symptomen van virusziekten niet meer dan 10 %;4° het aantal planten met mozaïeksymptomen en planten met symptomen van bladrolvirus tezamen bedraagt bij een officiële veldkeuring niet meer dan 6 %.

Art. 3.De in artikel 1, 3° en 4°, en artikel 2, 3° en 4°, omschreven toleranties gelden alleen voor virusziekten die door in Europa voorkomende virussen worden veroorzaakt.

Art. 4.Het maximumaantal generaties basispootgoed bedraagt vier en het totale aantal generaties prebasispootgoed op het veld en basispootgoed bedraagt zeven.

Het maximumaantal generaties gecertificeerd pootgoed bedraagt twee.

Als de generatie niet op het officiële etiket vermeld staat, worden de aardappelen geacht te behoren tot de maximale generatie die voor de desbetreffende categorie toegestaan is.

Gezien om gevoegd te worden bij het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 januari 2016 wijziging van bijlage I en II van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2009 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen.

Brussel, 28 januari 2016.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie bevoegd voor het Landbouwbeleid, Mevr. C. FREMAULT

Bijlage II Minimumvoorwaarden inzake voor de kwaliteit van partijen pootaardappelen Toleranties voor de volgende onzuiverheden, gebreken en ziekten van pootaardappelen : 1° aanhangende grond en andere vreemde bestanddelen : 1 % massa voor basispootgoed en 2 % massa voor gecertificeerd pootgoed;2° droog- en natrot, voor zover niet veroorzaakt door Synchytrium endobioticum, Clavibacter michiganensis subsp.sepedonicus of Ralstonia solanacearum : 0,5 % massa, waarvan 0,2 % massa natrot; 3° uitwendige gebreken (bv.misvormde of beschadigde knollen) : 3 % massa; 4° aardappelschurft op meer dan een derde van het oppervlak van de knollen : 5 % massa;5° lakschurft op meer dan 10 % van het oppervlak van de knollen : 5 % massa;6° poederschurft op meer dan 10 % van het oppervlak van de knollen : 3 % massa;7° verschrompelde knollen als gevolg van overmatige of door zilverschurft veroorzaakte uitdroging : 1,0 % massa. Totale tolerantie voor 2 tot en met 7 : 6 % massa voor basispootgoed en 8 % massa voor gecertificeerd pootgoed.

Gezien om gevoegd te worden bij het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 januari 2016 wijziging van bijlage I en II van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2009 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen.

Brussel, 28 januari 2016.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie bevoegd voor het Landbouwbeleid, Mevr. C. FREMAULT


begin


Publicatie : 2016-02-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^