Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018
gepubliceerd op 30 maart 2018

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2018011466
pub.
30/03/2018
prom.
21/03/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018011466

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


21 MAART 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut, artikel 11;

Gelet op het Koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten houdende de oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, artikel 1, § 2;

Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp, artikel 8, tweede lid;

Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 17, vierde lid, gewijzigd bij de ordonnantie van 6 november 2003;

Gelet op de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van Actiris, de artikelen 23 en 34, gewijzigd bij ordonnantie van 8 december 2016;

Gelet op de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, artikel 9;

Gelet op de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingcode, artikel 40;

Gelet op de ordonnantie van 28 mei 2015 houdende oprichting van Brussel-Preventie en Veiligheid, artikel 9, lid 3;

Gelet op de ordonnantie van 29 juli 2015 houdende oprichting van het Brussels Planningsbureau, artikel 10;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/03/2014 pub. 22/05/2014 numac 2014031408 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de rechtspositie en de bezoldigings-regeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/03/2014 pub. 22/05/2014 numac 2014031407 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de rechtspositie en de bezoldigings-regeling van de contractuele personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 november 2015;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën van 18 juli 2017;

Gelet op de `gendertest' uitgevoerd op 3 januari 2017 met toepassing van artikel 3, 2° van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op het akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 december 2016;

Gelet op het advies van de Raad van Bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij van 9 maart 2017;

Gelet op het advies van het beheerscomité van de Haven van Brussel van 28 april 2017;

Gelet op het advies van Actiris van 23 maart 2017;

Gelet op het advies het beheerscomité van de Economische en Sociale Raad voor Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 6 februari 2017;

Gelet op het protocol van Sectorcomité XV nr. 2017/06 van 23 oktober 2017;

Gelet op het advies nr. 62.715/4 van de Raad van State gegeven op 5 februari 2018 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Minister bevoegd voor Openbaar Ambt, Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.§ 1. Dit besluit is van toepassing op de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "instellingen" genoemd,, overeenkomstig de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.

De instellingen bedoeld in het eerste lid zijn degene die werden bepaald in artikel 1, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "statuut" genoemd.

Onderhavig besluit is van toepassing op het contractueel personeel van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. Wanneer een verwijzing plaatsvindt naar het statuut, dient hieronder te worden begrepen het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 2.Bij arbeidsovereenkomst kunnen personen in dienst worden genomen uitsluitend om : 2. aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, hetzij voor in de tijd beperkte acties, hetzij voor een buitengewone toename van het werk : 3.personeelsleden te vervangen bij gehele of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht of ze in dienstactiviteit zijn of niet, wanneer de duur van die afwezigheid tot vervanging noopt : 4. bijkomende of specifieke taken te vervullen;5. te voorzien in de toekenning van mandaatfuncties in navolging van boek IV van het statuut.De bepalingen van dit besluit zijn op de mandaathouders van toepassing voor zover boek IV van het statuut niet afwijkt van dit besluit. 5. jonge werkzoekenden toe te staan om hun intrede te maken op de arbeidsmarkt, in het kader van federale of gewestelijke maatregelen die hun tewerkstelling beogen.

Art. 3.§ 1. Elke arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan. § 2. In de arbeidsovereenkomst wordt de plaats vermeld waar de werkzaamheden worden verricht.

Elke wijziging van de plaats van tewerkstelling geeft aanleiding tot een bijlage bij de arbeidsovereenkomst. § 3. De arbeidsovereenkomsten worden door de leidende ambtenaar of zijn gemachtigde ondertekend.

Art. 4.De rechten en plichten bepaald in de artikelen 5 tot en met 14 van het statuut zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing. HOOFDSTUK II. - Indienstneming Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 5.§ 1 Om bij arbeidsovereenkomst in dienst te worden genomen is het vereist om aan volgende voorwaarden te voldoen : 1. de burgerlijke en politieke rechten niet ontnomen zijn;2. de medische geschiktheid bezitten om de functie uit te oefenen, indien de aard van de functie dit vereist;3. houder zijn van een diploma of getuigschrift dat overeenstemt met het niveau van de te verlenen graad onder dezelfde voorwaarden als die welke van toepassing zijn voor de ambtenaren krachtens het statuut;4. een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de vereisten aangaande de te verlenen betrekking;5. over een professionele ervaring beschikken van drie jaar voor een functie van rang 2 en zes jaar voor een functie van rang 3.Deze ervaring dient equivalent te zijn aan het niveau van de vacante functie; 6. te slagen in de selectie zoals bepaald in artikel 9. § 2. De personen die reeds aangeworven zijn aan de hand van een arbeidsovereenkomst of een contract voor beroepsaanpassing voor eenzelfde of een equivalente functie, zijn bij verlenging van de arbeidsovereenkomst of wijziging van de arbeidsovereenkomst niet onderworpen aan de voorwaarde van het slagen voor een selectie, zoals bepaald in de eerste paragraaf, 6. § 3. De laureaten van een statutaire selectieproef georganiseerd door SELOR zijn vrijgesteld van de procedure waarin is voorzien in paragraaf 1, 6.

Art. 6.De in artikel 2, 1°, 2° en 5° bedoelde contractuele personeelsleden worden in dienst genomen in een graad van rang 1.

Art. 7.De contractuele personeelsleden die een vervangingsopdracht vervullen treden in dienst voor een periode die niet langer mag zijn dan de duur van de vervanging.

Art. 8.De bijkomende en specifieke taken stemmen overeen met de volgende functies : 1. adjunct-informaticus (C1);2. assistent-informaticus (B1);3. informaticus (A1);4. hoofd van IT-afdeling (A3);5. analist-statisticus (A2);6. verpleegassistent - opleider van ambulancier van de BHDBDMH (B1) 7.geneesheer van BHDBDMH (A1) 8. deskundigen om opdrachten uit te voeren die beantwoorden aan functies van niveau A en die een beroepskwalificatie vergen welke voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk is vereist (A2 of A3). Afdeling 2. - Indienstnemings-procedure

Art. 9.§ 1. De dienst die instaat voor het beheer van de menselijke middelen, afgekort HRM, maakt de algemene functiebeschrijvingen op, overeenkomstig het artikel 34 van het statuut.

De contractuele werkaanbiedingen moeten ten minste worden gepubliceerd op de gewestelijke website waarop de werkaanbiedingen verspreid worden en op website van Actiris. § 2. Het HRM verifieert de overeenstemming van de kandidatuur met de voorwaarden voor deelname aan de selectie en de functiebeschrijving.

De in aanmerking genomen kandidaten worden uitgenodigd voor de selectie. § 3. De totale selectie wordt georganiseerd door het HRM en bestaat uit een anonieme schriftelijke proef en een mondelinge proef : 1. De anonieme schriftelijke proef is een schriftelijke of computergestuurde test, met als doel het evalueren van de generieke vaardigheden van de kandidaten, of uit een competentiebilan uitgevoerd door Actiris of door Brussel Openbaar ambt. Deze proef is eliminerend.

Worden vrijgesteld van de anonieme schriftelijke proef, deze kandidaten die hoogstens zes maanden eerder reeds geslaagd zijn voor deze proef bij een eerdere selectie en hiervoor schriftelijk een aanvraag indienen. De kandidaten die beslissen de anonieme schriftelijke proef opnieuw af te leggen, kunnen niet langer de resultaten behaald voor de anonieme schriftelijke proef bij een eerdere selectie inroepen.

Na deze proef worden de kandidaten gerangschikt. 2. De kandidaten wordt opgedragen om hun mondelinge proef voor te stellen volgens hun klasseringsvolgorde. Het aantal opgeroepen kandidaten hangt af van het aantal in te vullen betrekkingen.

De mondelinge proef vindt plaats voor een jury die voorgezeten wordt door de HRM of zijn/haar afgevaardigde, en is samengesteld als volgt : c) een assessor gekozen uit de personeelsleden van de instelling van een graad die minstens evenwaardig is aan die van de in te vullen functie;d) een personeelslid van HRM belast met de selectie. De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.

Deze proef dient om de volgende vereisten te evalueren : a) de motivatie om de functie te bekleden, b) de technische vaardigheden, c) de essentiële specifieke vaardigheden. Na deze proef worden de kandidaten gerangschikt en in dienst genomen in volgorde van hun rangschikking. De kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve waarvan de geldigheidsduur twee jaar bedraagt. § 4. In afwijking van paragraaf 3, 1°, bestaat de anonieme schriftelijke proef ambtshalve uit een beoordeling van de vaardigheden die wordt uitgevoerd door Actiris voor de categorie van contractuelen bedoeld in het artikel 2, 5°. § 5. De laureaten van een statutaire of contractuele selectie georganiseerd door de gewestelijke overheidsdienst Brussel, door een instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door de federale staat of door een andere gefedereerde entiteit zijn vrijgesteld van de anonieme schriftelijke proef. § 6. De bepalingen van het statuut betreffende de inschakeling van personen met een handicap worden mutatis mutandis van toepassing op de contractuele indienstneming. HOOFDSTUK III. - Arbeidsregeling en verloven Afdeling 1. - Arbeidsregeling

Art. 10.De arbeidstijd en de arbeidsregeling zijn dezelfde voor het contractueel personeel als voor het statutair personeel.

Art. 11.§ 1. Het contractuele personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of van een bepaalde duur van minstens twee jaar wordt geëvalueerd.

De evaluatie heeft tot doel het werk van het contractuele personeelslid in de functie die hij vervult, aan de hand van de functiebeschrijving ervan, doorlopend te beoordelen. § 2. De evaluatie van het contractuele personeelslid vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in titel VI van boek I van het statuut. § 3. In geval van bevestiging van de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid door de gewestelijke kamer van beroep, of indien het contractuele personeelslid tegen de verklaring van beroepsongeschiktheid niet in beroep is gegaan, wordt het contractuele personeelslid door de benoemende overheid ontslagen.

Art. 12.De statutaire bepalingen inzake onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing.

Art. 13.De statutaire bepalingen inzake vrijwillige interne mutatie zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing, degenen bedoeld in artikel 2, 2° en 3° uitgezonderd. Afdeling 2. - Verloven

Art. 14.De contractuele personeelsleden genieten dezelfde verloven als degene bepaald in de hoofdstukken III, V en VIII van titel VII van Boek I van het statuut, uitgezonderd de halftijdse vervroegde uittreding, voor zover deze regeling gunstiger is dan die bepaald bij de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten en de bijzondere wetten.

De verloven vermeld in de voorgaande leden worden toegekend volgens de op het statutair personeel van toepassing zijnde regels.

Art. 15.De contractuele personeelsleden mogen niet afwezig zijn indien zij geen verlof of dienstvrijstelling hebben gekregen volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.

Art. 16.Onverminderd de op hen van toepassing zijnde regels zoals deze gelden in de privésector, vallen wegens ziekte afwezige contractuele personeelsleden onder het medisch toezicht van de door de minister daartoe aangestelde medische controledienst volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.

De regelgeving van de federale administratieve gezondheidsdienst is op hen van toepassing voor wat betreft de arbeidsongevallen en beroepsziekten. Afdeling 3. - Vorming

Art. 17.De statutaire bepalingen inzake vorming zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing. HOOFDSTUK IV. - Bezoldigings-regeling Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 18.De contractuele personeelsleden ontvangen een bezoldiging die overeenstemt met de wedde die met de graad en de eerste schaal van een ambtenaar verbonden is voor dezelfde of een analoge functie alsmede de daarmee gepaard gaande tussentijdse verhogingen.

Art. 19.Overeenkomstig hun respectievelijk niveau, genieten de contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A1, B1, C1 en D1 de weddenschaal, A 101, B 101, C 101 of D 101 bij hun indienstneming, de weddenschaal A 102, B 102, C 102 of D 102. wanneer zij minstens 6 jaar anciënniteit in hun functie hebben en de weddenschaal A 103, B 103, C 103 of D 103 wanneer zij minstens 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en minstens een gunstige evaluatie hebben gekregen.

De contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A2 genieten van de weddenschaal A 200 bij hun indienstneming. Zij genieten respectievelijk van de weddenschaal A210 et A220 wanneer zij minstens 6 en 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en minstens een gunstige evaluatie hebben gekregen.

De contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A3 genieten van de weddenschaal A300 bij hun indienstneming. Zij genieten van de weddenschaal A310 wanneer zij minstens 6, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en een gunstige evaluatie hebben gekregen.

Art. 20.De contractuele personeelsleden genieten op dezelfde wijze als de ambtenaren van de instellingen : a) een gewaarborgd minimuminkomen;b) een haard- of standplaatstoelage;c) vakantiegeld;d) een eindejaarstoelage;e) dezelfde vergoedingen en toelagen als degene voor dezelfde of een gelijkwaardige functie;f) een aanvullende vergoeding voor begrafeniskosten op voorwaarde dat het totaal van de ingevolge de van toepassing zijnde regeling uitgekeerde vergoedingen in de privésector niet meer bedraagt dan het bedrag dat verschuldigd is voor ambtenaren.

Art. 21.§ 1. De geldelijke anciënniteit wordt berekend volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling. § 2. De periodes van niet gewaarborgd inkomen, met uitzondering van de het moederschapsverlof en de periodes van moederschapsbescherming bedoeld in de artikelen 41bis, 42, § 1, 43, § 1 en 43bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, evenals de periodes met verminderde prestaties om medische redenen worden niet in aanmerking genomen voor de tussentijdse verhogingen of om een hogere weddenschaal te bekomen. § 3. De periode tijdens dewelke het personeelslid een evaluatie met vermelding "onder voorbehoud" of "onvoldoende" heeft gekregen, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de anciënniteit die nodig is om een hogere weddenschaal te bekomen.

Art. 22.De geldelijke anciënniteit van een personeelslid kan nooit meer bedragen dan de reële duur van de werkelijk gepresteerde diensten.

Art. 23.Bij deeltijdse arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden worden naar rata van de deeltijdse prestaties bezoldigd. Afdeling 2. - Specifieke bepalingen ten gunste van de leden van het

administratief personeel toegewezen in de hoedanigheid van operator aan de centrale 100-112 van de DBDMH

Art. 24.Het contractueel personeel dat als operator is toegewezen aan het hulpcentrum 100/112 geniet een forfaitaire vergoeding als compensatie voor nacht-, zaterdag- en zondagswerk tegen de hierna vermelde voorwaarden.

Art. 25.Elke effectieve gepresteerde wacht van 12 uur geeft recht op een forfaitaire vergoeding van 5 uur. Voor personeelsleden die geen nachten mogen presteren vanaf 20 uur en die alleen tussen 8 uur en 20 uur presteren bedraagt de forfaitaire vergoeding 4 uur.

Art. 26.Er dient te worden verstaan onder nachtprestaties, de prestaties tussen 18 en 8 uur.

Art. 27.Het bedrag per uur prestatie van de toelage wordt vastgesteld op 1/1850 van het salaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage en/of de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt.

Art. 28.Een verantwoordelijkheids-toelage wordt toegekend aan de leden van het contractueel personeel die als operator zijn toegewezen aan de centrale 100-112 van de Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp.

Deze toelage bedraagt € 1.365 op jaarbasis.

Zij is gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138.01.

Art. 29.De toelagen worden maandelijks uitbetaald, na het vervallen van de termijn. HOOFDSTUK V. - De ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Art. 30.Indien professionele tekortkomingen of diverse gebreken, buiten het geval van dringende redenen of een verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid bedoeld in artikel 11, § 3, worden vastgesteld die een ontslag verantwoorden, stelt de hiërarchische meerdere een omstandig verslag op waarin deze worden opgenomen.

De hiërarchische meerdere hoort en licht het contractueel personeelslid in omtrent het verslag en het voorstel tot ontslag. Het personeelslid kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.

Art. 31.Het verslag en het voorstel tot ontslag worden verzonden aan de leidende ambtenaar of de adjunct-leidende ambtenaar of hun afgevaardigde en betekend aan het contractuele personeelslid per aangetekend schrijven.

Art. 32.Het contractueel personeelslid wordt gehoord door de leidende ambtenaar of de adjunct-leidende ambtenaar ten vroegste 15 dagen na de ontvangst van het verslag en het voorstel tot ontslag bedoeld in artikel 30. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.

Art. 33.Na het horen van het personeelslid beslist de leidende ambtenaar of de adjunct-leidende ambtenaar of het aangewezen is om het personeelslid te ontslaan.

Art. 34.De definitieve beslissing wordt betekend per aangetekend schrijven aan het contractuele personeelslid ten laatste 10 dagen na zijn hoorzitting.

Art. 35.In geval van herstructurering van diensten, die het ontslag van contractuele personeelsleden tot gevolg kan hebben, dient er vooraf overleg met de representatieve vakorganisaties plaats te hebben. HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen Onderafdeling 1. - Algemene overgangsbepalingen

Art. 36.De aanwervingsprocedures voor de betrekkingen die vacant verklaard werd(en) voor de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet op basis van de bepalingen die op deze procedure van toepassing waren voor deze datum.

Art. 37.De geldelijke anciënniteit verworven door de contractuele personeelsleden op datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft ongewijzigd.

Onderafdeling 2. - Overgangsmaatregel voor de opgeheven bijkomende en specifieke opdrachten

Art. 38.De taken, uitgeoefend door de volgende betrekkingen worden niet langer beschouwd als bijkomende en specifieke opdrachten bij vertrek van de titularis van de betrokken betrekking : 1. de expertingenieurs van het water- en milieubeleid bij de Haven van Brussel (rang A1);2. de zeevaartexperts bij de Haven van Brussel (rang A2) 3.de verpleegkundigen (rang B1); 4. de financiële auditeurs (rang A2);5. de sociaal afgevaardigden van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) (rang B2);6. de coördinator van de beheersovereenkomst tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de BGHM, en tussen de BGHM en de Openbare Vastgoedmaatschappijen (rang A2);7. de experts inzake duurzame huisvesting bij de BGHM (rang A2);8. de experts inzake integratie van kunstwerken in sociale woningen bij de BGHM (rang A2);9. de experts inzake het Huisvestingsplan van de BGHM (rang A2);10. de expert verantwoordelijk voor de sociaal afgevaardigden van de BGHM (rang A2);11. de expert "coördinatie van het Huisvestingsplan" van de BGHM (rang A3);12. de junioranalisten van de arbeidsmarkt bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor de Arbeidsbemiddeling (BGDA) (rang A1);13. de consultants inzake diversiteit bij de BGDA (rang A1);14. de consultants van de transversale cel in het kader van het territoriaal pact voor de werkgelegenheid bij de BGDA (rang A1);15. de expertanalisten van de arbeidsmarkt bij de BGDA (rang A2);16. de experts inzake overzicht van de vakbekwaamheden bij de BGDA (rang A2);17. de experts in internationale betrekkingen inzake werkgelegenheid bij de BGDA (rang A2);18. de coördinator van het territoriaal pact voor de werkgelegenheid bij de BGDA (rang A2);19. de experts verantwoordelijk voor de opvolging van de beheersovereenkomst tussen de BGDA en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de BGDA (rang A2);20. de attachés belast met de bevordering van het rationeel energiebeleid bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) (rang A1);21. de attachés belast met de uitvoering van Europese richtlijnen bij het BIM (rang A1);22. de experts belast met de uitvoering van de liberalisering van de energiemarkt bij het BIM (rang A2);23. de experts belast met de uitvoering van Europese richtlijnen bij het BIM (rang A2);24. de experts in wetenschappelijk onderzoek bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (IWOIB) (rang A2);25. de secretaris van de Raad voor Wetenschapsbeleid bij het IWOIB (rang A2) 26.de arbeiders van het kledingatelier van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (BHDBDMH) (rang E1); 27. de operatoren 100 van de BHDBDMH (rang C1);28. de hoofdoperatoren 100 van de BHDBDMH (rang C2);29. de monitors lichamelijke opvoeding van de BHDBDMH (rang B1);30. de preventieassistenten van de BHDBDMH (rang B1);31. de preventieattachés van de BHDBDMH (rang A1);32. de ploegbazen van de personeelsleden die met de schoonmaak of de restaurantbediening zijn belast (rang E2) 33.de personeelsleden die met de schoonmaak of de restaurantbediening zijn belast (rang E1); 34. de garagetechnici (rang C1). De eerste lid van dit artikel doet geen afbreuk aan de reeds gevestigde personeelsleden die verder presteren in hun functie totdat er een einde wordt gemaakt aan hun contract. De betrokken personeelsleden blijven genieten van de geldelijke regeling die wordt beoogd in het artikel 19. HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 39.Het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/03/2014 pub. 22/05/2014 numac 2014031408 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de rechtspositie en de bezoldigings-regeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/03/2014 pub. 22/05/2014 numac 2014031407 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de rechtspositie en de bezoldigings-regeling van de contractuele personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 november 2015, wordt opgeheven.

Art. 40.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 41.De minister bevoegd voor Openbaar Ambt wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 21 maart 2018.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme en Haven van Brussel, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen, G VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Economie en Tewerkstelling, D. GOSUIN De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, C. FREMAULT


begin


Publicatie : 2018-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^