Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 07 juni 2018
gepubliceerd op 19 juni 2018
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de premies om de alternerende opleiding te stimuleren

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2018012705
pub.
19/06/2018
prom.
07/06/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018012705

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


7 JUNI 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de premies om de alternerende opleiding te stimuleren


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 23 juni 2017 betreffende de tewerkstellingssteun in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 33 et 39;

Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, artikel 58 en 59;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de start- en stagebonus;

Gelet op de gendertest, uitgevoerd op 20 oktober 2017;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 13 november 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 14 december 2017;

Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 18 januari 2018;

Gelet op het advies van het beheerscomité van Actiris, gegeven op 25 januari 2018;

Gelet op het advies van de Dienst Vorming K.M.O., gegeven op 25 januari 2018;

Gelet op het advies van de Banspa, gegeven op 30 januari 2018;

Gelet op het advies van de Franstalige dienst voor alternerend leren, gegeven op 7 februari 2018;

Gelet op het advies van de KOVA-regio;

Gelet op advies nr. 63.123/1 van de Raad van State, gegeven op 9 april 2018, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat artikel 6, paragraaf 1, IX, 7°, d) van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, zoals gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, de bevoegdheid betreffende de toekenning van premies aan werkgevers en leerlingen in het kader van de stelsels voor alternerende opleiding heeft overgeheveld naar de gewesten;

Overwegende dat het voortaan geregionaliseerde doelgroepenbeleid, rekening houdend met het werkloosheidspercentage in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en in het bijzonder met de jeugdwerkloosheid, zich moet focussen op de werkzoekenden, de Brusselse werknemers en de jongeren in opleiding, waarvoor nieuwe budgettaire leidraden nodig zijn;

Op voorstel van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Tewerkstelling;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit en van zijn uitvoeringsmaatregelen wordt verstaan onder: 1° "de ordonnantie": de ordonnantie van 23 juni 2017 betreffende de tewerkstellingssteun in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;2° "de werkgever": elke natuurlijke persoon of privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die een jongere of een leerling begeleidt en die erkend is in de zin van een van de volgende regelingen: a) artikel 2bis van het kadersamenwerkingsakkoord betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel, op 24 oktober 2008, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;b) artikel 7 van het Vlaamse decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;3° "de leerling": de persoon die ingeschreven is bij een van de erkende operatoren voor alternerende opleiding, die minder dan 25 jaar oud is, en die een overeenkomst alternerend leren afsluit die overeenkomstig een van de volgende regelgevingen is: a) het kadersamenwerkingsakkoord betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel, op 24 oktober 2008, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;b) het samenwerkingsakkoord van 20 februari 1995 betreffende de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen en het toezicht op het Instituut voor Permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen door de Franse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest;c) het Vlaamse decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;d) het Vlaamse decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen";e) de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst;f) hoofdstuk X van titel IV van de programmawet van 2 augustus 2002;g) de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;4° "de mentor": de persoon die beantwoordt aan de voorwaarden vastgesteld in een van de volgende bepalingen: a) artikel 2, § 3, tweede lid van het kadersamenwerkingsakkoord betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel, op 24 oktober 2008, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;b) artikel 7, § 1, 1° van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;5° "de jongere": elke persoon gedomicilieerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die gedurende de periode van deeltijdse leerplicht, zoals bedoeld in artikel 1, § 1, derde lid van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, begint met het volgen van onderwijs met beperkt leerplan of van voor de vervulling van de leerplicht erkende vorming;6° "de opleidingsovereenkomst": a) een leerovereenkomst afgesloten in toepassing van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst;b) een beroepsinlevingsovereenkomst, zoals bedoeld in hoofdstuk X van titel IV van de programmawet van 2 augustus 2002;c) een overeenkomst alternerend leren, zoals bedoeld in het kadersamenwerkingsakkoord betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel, op 24 oktober 2008, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;d) een overeenkomst alternerend leren in de zin van artikel 3, eerste lid, 1° van het decreet van de Vlaamse Raad van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen. HOOFDSTUK II. - Mentorpremie

Art. 2.§ 1. Een mentorpremie van 1.750 euro wordt toegekend per periode van twaalf maanden aan een werkgever met een exploitatiezetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dat voor elke mentor die gedurende minstens zes maanden minstens een en maximum vier leerlingen tegelijk begeleidt in die exploitatiezetel.

De werkgever kan slechts een premie per mentor krijgen.

Art. 3.De werkgever dient de premieaanvraag in bij Actiris aan de hand van het formulier opgesteld door Actiris dat minstens de volgende informatie en stukken bevat: 1° de identiteit of benaming van de werkgever, het adres van de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer, de identiteit van de vertegenwoordiger van de werkgever indien die een rechtspersoon is, alsook het rekeningnummer waarop de premie moet worden uitbetaald, en zijn handtekening;2° de identiteit van de leerling, zijn woonplaats en zijn identificatienummer van de sociale zekerheid;3° de identiteit van de mentor en zijn handtekening;4° de benaming, finaliteit en begin- en einddatum van de opleiding. Dat formulier gaat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, vergezeld van een getuigschrift van de operator dat bevestigt dat de opleiding in de onderneming plaatsvond over een periode van minstens zes maanden.

De aanvraag moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend worden bij Actiris ten vroegste zes maanden na het begin van de alternerende-opleidingsovereenkomst en ten laatste binnen de negen maanden die volgen op het begin van die overeenkomst.

Het bedrag van de premie wordt ten laatste betaald binnen de twee maanden die volgen op de indiening van het volledige premieaanvraagdossier. HOOFDSTUK III. - Premie jongere in alternerende opleiding

Art. 4.Een jongerenpremie wordt toegekend aan de jongere voor elke alternerende opleiding van minstens vier maanden bij dezelfde werkgever in uitvoering van een of meer opleidingsovereenkomsten.

De jongere kan maximaal drie keer recht hebben op de jongerenpremie gedurende dezelfde opleidingscyclus en voor zover hij succesvol een jaar opleiding heeft beëindigd.

De jongerenpremie bedraagt: 1° 500 euro bij de eerste en tweede aanvraag;2° 750 euro bij de derde aanvraag.

Art. 5.De jongere dient de jongerenpremieaanvraag in bij Actiris aan de hand van het formulier opgesteld door Actiris dat minstens de volgende informatie en stukken bevat: 1° de identiteit of benaming van de werkgever, het adres van de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en de identiteit van de vertegenwoordiger van de werkgever indien die een rechtspersoon is;2° de identiteit van de jongere, zijn woonplaats, zijn identificatienummer van de sociale zekerheid en zijn handtekening, alsook het rekeningnummer waarop de jongerenpremie moet worden uitbetaald, en de identiteit en woonplaats van de wettelijke vertegenwoordiger van de jongere indien die minderjarig is;3° de benaming, finaliteit en begin- en einddatum van de opleiding;4° een getuigschrift van de onderwijs- of opleidingsinstelling waarin bevestigd wordt dat de jongere het opleidingsjaar succesvol heeft beëindigd. Dat formulier gaat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, vergezeld van een getuigschrift van de operator dat bevestigt dat de opleiding in de onderneming werd gerealiseerd voor een periode van minimum vier maanden, alsook van een getuigschrift van welslagen.

De aanvraag moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend worden bij Actiris binnen de drie maanden die volgen op het einde van het opleidingsjaar.

Het bedrag van de jongerenpremie wordt ten laatste betaald binnen de twee maanden die volgen op de indiening van het volledige premieaanvraagdossier. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen gemeenschappelijk voor hoofdstuk II en III

Art. 6.De premies bedoeld in artikel 2, § 2 en 4 mogen niet tegelijk worden toegekend met een andere financiële tegemoetkoming in de bezoldiging, met uitzondering van verminderingen van sociale bijdragen.

Art. 7.De premies toegekend met toepassing van dit besluit mogen worden teruggevorderd door Actiris indien blijkt dat ze ten onrechte werden toegekend en de fout daarvoor niet bij Actiris ligt.

Actiris stuurt de schuldenaar een aangetekende brief waarin de terugvorderingsbeslissing zit vervat en gemotiveerd wordt. HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 8.Het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de start- en stagebonus wordt opgeheven.

Art. 9.In titel 3 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, wordt hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, betreffende de mentors, opgeheven.

Art. 10.Treden in werking op 1 juli 2018: 1° artikel 33 van de ordonnantie van 23 juni 2017 betreffende de tewerkstellingssteun in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;2° dit besluit.

Art. 11.De Minister bevoegd voor Tewerkstelling wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 7 juni 2018.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De Minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling, D. GOSUIN


begin


Publicatie : 2018-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^