Besluit Van De Duitstalige Gemeenschap van 07 juni 2001
gepubliceerd op 09 augustus 2001
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap houdende organisatie van de organismen van openbaar nut der Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren ervan

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2001033049
pub.
09/08/2001
prom.
07/06/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

7 JUNI 2001. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap houdende organisatie van de organismen van openbaar nut der Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren ervan


De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11, § 1, vervangen bij de wet van 22 juli 1993;

Gelet op het decreet van 19 juni 1990 houdende oprichting van een « Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge » (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap alsmede voor de bijzondere sociale bijstandsverlening), inzonderheid op de artikelen 1 tot 13;

Gelet op het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de K.M.O.'s, inzonderheid op artikel 24, § 1;

Gelet op het decreet van 17 januari 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/01/2000 pub. 24/03/2000 numac 2000033021 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap sluiten tot oprichting van een Dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap;

Gelet op het besluit van 31 december 1991 tot vaststelling van het voorlopig statuut en van de personeelsformatie van het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de K.M.O.'s (Institut für Aus- und Weiterbildung im Mittelstand und in kleinen und mittleren Unternehmen) en tot bepaling van de modaliteiten betreffende de overname van het personeel van de regionale dienst in Eupen van de v.z.w. « Institut francophone de formation permanente dans les Classes moyennes », gewijzigd bij de besluiten van 10 mei 1995 en 30 augustus 1996;

Gelet op het besluit van 24 februari 1992 tot vaststelling van de personeelsformatie van de « Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge »;

Gelet op het besluit van 22 juni 1993 tot vastlegging van de specifieke opdrachten waarvoor de « Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge » contractueel personeel mag aanwerven;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeen sluiten tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;

Gelet op het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren;

Gelet op het protocol nr. S6/2001 van het Sectorcomité XIX van 15.05.2001;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 21 april 2000;

Gelet op het akkoord van de Minister-President, bevoegd inzake Begroting en Personeel, gegeven op 7 juni 2001;

Gelet op het advies gegeven op 28 september 1999 door de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister-President, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de ambtenaren van de volgende organismen: 1. de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap; 2. het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de K.M.O.'s; 3. de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 2.§ 1. Het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren is van toepassing op de ambtenaren en de stagiairs van de organismen vermeld in artikel 1, behoudens de modaliteiten vastgelegd in dit besluit. § 2. De bepalingen die die van het in § 1 vermelde besluit wijzigen, aanvullen of vervangen, zijn van rechtswege toepasselijk op de ambtenaren en de stagiairs, behalve als ze afwijken van bepalingen waarop de aanpassingsmaatregelen waarin dit besluit voorziet, betrekking hebben.

Art. 3.Met het oog op zijn toepassing op de ambtenaren en stagairs van de organismen vermeld in artikel 1 wordt het bovenvermelde besluit van 27 december 1996 aangepast zoals bepaald in de artikelen 4 tot 18.

Art. 4.In de artikelen 1 tot 5, 11 tot 15, 23, 32, lid 1, eerste en derde zin, 43 tot 45, 69, 71 en 90, van het besluit van 27 december 1996, alsmede de titel van de bijlagen 1 en 3 bij dit besluit worden de woorden « Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap » en « Ministerie » door het woord « organisme » vervangen.

Art. 5.In artikel 3, § 1, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden « Minister bevoegd inzake openbaar ambt » door de woorden « toezichthoudende minister » vervangen.

Art. 6.Artikel 9 van hetzelfde besluit luidt als volgt : «

Artikel 9.De vacantverklaring van betrekkingen, de toelating tot de stage en de benoemingen worden, behalve voor de betrekking als afgevaardigd directeur, door de Raad van beheer besloten. De beslissingen van de Raad van beheer moeten door de Regering bekrachtigd worden. »

Art. 7.Artikel 10 van hetzelfde besluit luidt als volgt : «

Artikel 10.De afgevaardigde directeur leidt het organisme en houdt toezicht op de uitvoering van de beslissingen van de Raad van beheer.

De afgevaardigde directeur of een door hem onder de ambtenaren met een graad van niveau I aangewezen ambtenaar, past maatregelen toe m.b.t. de integratie van de stagiairs en de vorming van de stagiairs of ambtenaren en begeleidt de stageperiode ».

Art. 8.In de artikelen 14, 23, 26, 28, 55, 62 en 90, van hetzelfde besluit worden, naargelang het geval, de woorden « Secretaris-generaal », « hoofd van de afdeling waar de stage plaatsvindt », « hoofd van de afdeling waarin de stage verricht wordt » en « afdelingshoofd dat de evaluatie toekent » telkens door « afgevaardigde directeur » vervangen.

Art. 9.Artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit luidt als volgt : «

Artikel 11.§ 1. De Regering legt de samenstelling en de werking van de directieraad van elk organisme vast ».

Art. 10.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgend lid : « Het programma van het vergelijkend wervingsexamen voor de graad « afgevaardigd directeur » wordt door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap vastgelegd na overleg met de Vaste Wervingssecretaris. De Regering legt ook het stageprogramma vast. »

Art. 11.Artikel 15, § 1, van hetzelfde besluit luidt als volgt : «

Artikel 15.§ 1. Bijzondere wervingsvoorwaarden kunnen worden opgelegd, wanneer het te verlenen ambt het vereist. Zij worden bepaald door de afgevaardigde directeur na overleg met de Vaste Wervingssecretaris en de directieraad. »

Art. 12.In artikel 32 van hetzelfde besluit wordt de zin « De secretaris-generaal of een door hem binnen het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap aangewezen vertegenwoordiger bekleedt het voorzitterschap » door « De afgevaardigde directeur of een door hem aangewezen vertegenwoordiger bekleedt het voorzitterschap » vervangen, behalve voor het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de K.M.O.'s, waar het woord « secretaris-generaal » door de woorden « voorzitter van de Raad van beheer » wordt vervangen.

Art. 13.In artikel 37 van hetzelfde besluit wordt de laatste zin als volgt vervangen : « de evaluatiecriteria zijn die van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap ».

Art. 14.Artikel 39, lid 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De evaluatie wordt door ten minste twee hiërarchische meerderen van verschillende rang toegekend, te weten de afgevaardigde directeur en de onmiddellijke hiërarchische meerdere te samen. De directieraad stelt een lijst op met de personen die voor de evaluatie als onmiddellijke hiërarchische meerdere beschouwd worden en brengt deze vooraf ter kennis van alle ambtenaren.

Voor het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de K.M.O.'s zijn de twee personen die de evaluatie toekennen de afgevaardigde directeur en de voorzitter van de Raad van beheer. »

Art. 15.In artikel 43 van hetzelfde besluit wordt het woord « Secretaris-generaal » door het woord « voorzitter van de Raad van beheer » vervangen.

Art. 16.Voor de toepassing van dit besluit moet de bijlage I van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 17.Voor de toepassing van dit besluit moet de bijlage III van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 18.Voor de toepassing van dit besluit moet de bijlage IV van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 19.In artikel 1 van het besluit van de Executive van 22 juni 1993 tot vastlegging van de specifieke opdrachten waarvoor de "Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge" contractueel personeel mag aanwerven, wordt de weddeschaal « 10/1 » vervangen door « I/1 ».

Art. 20.Het besluit van de Executieve van 24 februari 1992 tot vaststelling van het statuut en van de dienstgraad van de directeur van de « Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge » wordt opgeheven.

Art. 21.Bij de inwerkingtreding van dit besluit worden de desgevallend toegekende evaluaties « zeer goed » en « goed » in de evaluatie « positief » en de evaluatie « onvoldoende » in « negatief » omgezet totdat een nieuwe evaluatie plaatsvindt.

Indien bij de inwerkingtreding van dit besluit geen evaluatie toegekend was, dan geldt de evaluatie « positief » totdat een nieuwe evaluatie plaatsvindt.

Art. 22.De ambtenaren die een graad in de linkse kolom van de door artikel 19 aangevulde tabel van de bijlage IV van het in artikel 2, § 1, bedoelde besluit bekleden, worden bij de inwerkingtreding van voorliggend besluit met de graad van de rechtse kolom bekleed.

De verworven rang- en graadanciënniteit wordt in de graad van de rechtse kolom overnomen.

Toepasselijke voorschriften die desgevallend benamingen van graden van de linkse kolom gebruiken, worden op de ambtenaren met graden van de rechtse kolom mutatis mutandis aangewend.

Art. 23.De ambtenaren die bij de inwerkingtreding van dit besluit geslaagd waren voor een bevorderingsexamen m.b.t. een graad behorend tot de toenmalige rang 22 of van een equivalente rang worden geacht voor het bevorderingsexamen bedoeld in artikel 55, lid 1, van het in artikel 2, § 1, vermeld besluit geslaagd te zijn. Dit geldt eveneens voor de ambtenaren die vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor een bevorderingsexamen m.b.t. de toenmalige rang 22 of een equivalente rang ingeschreven waren en na de inwerkingtreding van dit besluit voor dit examen slagen.

Art. 24.Als overgangsbepaling en in afwijking van de artikelen 17 en 18 worden de abtenaren van de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap die vóór de inwerkingtreding van hun overheveling van het Waalse Gewest naar de Duitstalige Gemeenschap geslaagd waren voor een bevorderingsexamen van rang B2 naar rang B1 in niveau II+ vanaf de inwerkingtreding van voorliggend besluit met de graad eerste arbeidsadviseur en de weddeschaal II+/4 bekleed.

Art. 25.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 26.De bevordering in een vlakke loopbaan en de verhogingen van weddeschaal bedoeld in artikel 71 van het in artikel 2 § 1 vermeld besluit zijn van toepassing vanaf 1 januari 2001 overeenkomstig de nieuwe desbetreffende geldige voorschriften.

Art. 27.De Minister-President, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Eupen, 7 juni 2001.

De Minister-President, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport, K.-H. LAMBERTZ De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme, B. GENTGES De Minister van Jeugd en Gezin, Monumentenzorg, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden H. NIESSEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^