Besluit Van De Duitstalige Gemeenschap van 17 maart 2016
gepubliceerd op 06 juli 2016
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016 betreffende de bestrijding van doping in de sport

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2016203204
pub.
06/07/2016
prom.
17/03/2016
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2016203204

MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP


17 MAART 2016. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport


De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1983 pub. 11/12/2007 numac 2007000934 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, artikel 7;

Gelet op het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport, de artikelen 5, 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 26, 27 en 30;

Gelet op het advies van de Sportraad van de Duitstalige Gemeenschap, gegeven op 7 maart 2016;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 maart 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 11 maart 2016;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd wordt door de omstandigheid dat de Duitstalige Gemeenschap als ondertekenaar van de Verklaring van Kopenhagen tot ondersteuning van de Wereldantidopingcode ertoe verplicht is haar wet- en regelgeving uiterlijk op 18 maart 2016 volledig in overeenstemming te brengen met de Code en met de internationale standaards van de Wereldantidopingorganisatie (hierna: WADA); overwegende dat de Duitstalige Gemeenschap, als haar nieuwe, conform de Code opgestelde regelgeving niet uiterlijk op 18 maart 2016 definitief aangenomen is, de gevolgen zou moeten ondergaan bedoeld in artikel 23.6 van de Code en in het bijzonder op haar grondgebied geen internationale evenementen meer zou mogen organiseren, internationale evenementen zou moeten afzeggen of dat het laboratorium dat belast is met de analyse van de monsters voor de Duitstalige Gemeenschap zijn WADA-accreditering zou verliezen; Overwegende dat zulke gevolgen die uiteraard moeten worden vermeden, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zouden kunnen berokkenen aan de Duitstalige Gemeenschap, zowel voor de sport als voor de reputatie van de Duitstalige Gemeenschap in het algemeen, zowel in België als in het buitenland; dat dit besluit bijgevolg zo snel mogelijk in werking moet treden;

Op de voordracht van de minister bevoegd voor Sport;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.§ 1. Bij verwijzing naar personen wordt hierna de mannelijke vorm gebruikt. § 2. Naast de definities vermeld in artikel 3 van het decreet gelden voor de uitvoering van dit besluit nog de volgende definities : 1° decreet : het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport;2° Minister : de Minister van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd voor Sport;3° NADO-DG : de NADO van de Duitstalige Gemeenschap;4° chaperon : de persoon die gemachtigd en opgeleid is om de controlearts te begeleiden bij dopingtests.

Art. 2.§ 1. In het kader van de bestrijding van doping in de sport kan de Minister een informatie- en preventieplan ontwikkelen, in het kader waarvan educatie-, informatie- en preventiecampagnes gevoerd worden en een contactpunt wordt opgericht dat de elitesporters helpt om hun verplichtingen inzake verblijfsgegevens na te komen.

Het plan bedoeld in het eerste lid is gebaseerd op de volgende hoofdbeginselen : 1° het dopingpreventiebeleid in de Duitstalige Gemeenschap heeft enerzijds tot doel de sportethiek en de fair play in de sport te beschermen en anderzijds de lichamelijke en psychische gezondheid van sporters te beschermen, ongeacht hun prestatieniveau en/of wedstrijdniveau;2° de - niet-exhaustieve - actiebeginselen die als basis dienen voor het plan zijn : a) de educatieve, informatieve en preventieve benadering van dopingpreventie laten gelden bij het uitwerken, aanpassen en toepassen van alle operationele strategieën voor de dopingbestrijding;b) de aanmoediging tot de deelneming van de sportwereld, de sportsector en de burgers aan de operationele strategieën inzake dopingpreventie, ook, in voorkomend geval, via gezamenlijk ontwikkelde en gevoerde sensibiliserings- en preventiecampagnes;3° dopingpreventie gaat gepaard met het ontwikkelen van sensibiliseringsmaatregelen die, afhankelijk van de doelgroep, zowel qua organiserende instantie als qua inhoud verschillend kunnen zijn;4° de maatregelen en campagnes inzake sensibilisering en dopingpreventie kunnen in het bijzonder de vorm van televisiecampagnes, perscampagnes, informatiebrochures of websites aannemen of kunnen via sociaalnetwerksites verspreid worden;5° dopingpreventie gaat ook, op aanvraag van de verantwoordelijken van sportorganisaties, gepaard met hulp en steun bij het ondernemen van stappen inzake dopingpreventie. De Minister kan de sportorganisaties belasten met preventietaken. § 2. De Minister legt de verboden lijst en de bijwerkingen ervan vast.

Art. 3.De inlichtingen die krachtens het decreet en met toepassing van dit besluit worden ingewonnen en verwerkt, mogen alleen worden meegedeeld aan de volgende personen en uitsluitend in de mate dat dit absoluut noodzakelijk is om elk van de hieronder vermelde specifieke doelstellingen te bereiken : 1° wat de inlichtingen en gegevens betreft die werden verwerkt en ingewonnen voor het plannen en het uitvoeren van de dopingtestprocedures, met inbegrip van het inzetten van het biologisch paspoort van de sporter zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet : aan de verantwoordelijken van de NADO-DG of de door haar overeenkomstig dit besluit behoorlijk gemachtigde verantwoordelijken, de door de Regering aangewezen controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, zijn nationale en in voorkomend geval internationale sportorganisatie(s), de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA;2° wat de inlichtingen en gegevens betreft die overeenkomstig artikel 10 van het decreet werden verwerkt en ingewonnen in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de sporter(s) op wie het onderzoek betrekking heeft, de begeleider(s) van de sporters op wie het onderzoek betrekking heeft, de betrokken nationale, en in voorkomend geval, internationale sportorganisatie(s), de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen, de politiediensten, de justitiële diensten en het WADA;3° wat de inlichtingen en gegevens betreft die werden ingewonnen en verwerkt naar aanleiding van een TTN-aanvraag : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de leden van de TTN-commissie, de medische of wetenschappelijke experts die eventueel geraadpleegd worden, de gecontroleerde sporter en zijn behandelende arts, de betrokken nationale, en in voorkomend geval, internationale sportorganisatie(s), de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA;4° wat de verblijfsgegevens van de elitesporters van nationaal niveau betreft, zoals bedoeld in artikel 23 van het decreet : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de betrokken elitesporter en in voorkomend geval zijn behoorlijk gemachtigde teamverantwoordelijke, de betrokken controlearts die door de Regering wordt aangewezen om dopingtests uit te voeren, de nationale en internationale sportorganisaties, de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA;5° wat de inlichtingen en gegevens betreft die werden ingewonnen en verwerkt in het kader van het beheer van de resultaten, met inbegrip van de tuchtbeslissingen die door de sportorganisaties met toepassing van artikel 24 van het decreet werden genomen : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de betrokken elitesporter (op wie de resultaten van de dopingtests betrekking hebben), de nationale en internationale sportorganisaties, de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA. De bewaartermijn voor de gegevens die krachtens het decreet en met toepassing van dit besluit ingewonnen en verwerkt worden, stemt - naargelang van het type gegevens - overeen met de bewaartermijn bedoeld in bijlage A van de internationale standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgebonden gegevens.

Art. 4.De NADO-DG kan een toegangsrecht tot ADAMS toekennen voor de dopingtests bedoeld in artikel 16 van het decreet, voor de TTN's bedoeld in artikel 12 van het decreet, voor de overzending van de verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet en voor de beslissingen en administratieve sancties bedoeld in artikel 24 van het decreet alsook voor de behoorlijke uitvoering van de taken waarmee bepaalde verantwoordelijken overeenkomstig artikel 6, §§ 4 tot 5, artikel 17, § 4, artikel 22, § 4, artikel 29, § 4, en artikel 36, § 5, belast worden. Wanneer de betrokken verantwoordelijken op basis daarvan toegang tot ADAMS hebben, treden zij op namens en in opdracht van de NADO-DG en/of de TTN-commissie van de Duitstalige Gemeenschap, met inachtneming van de technische en organisatorische instructies en maatregelen die opgenomen worden in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 16 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. HOOFDSTUK 2. - Toestemmingen wegens therapeutische noodzaak Afdeling 1. - Algemeen

Art. 5.De sporters bedoeld in artikel 12, § 3, van het decreet die verboden stoffen of methodes wegens therapeutische noodzaak wensen te gebruiken of moeten gebruiken, dienen een TTN-aanvraag in bij de TTN-commissie volgens de in artikel 11 vastgestelde voorwaarden en vormen. Afdeling 2. - Commissie van de Duitstalige Gemeenschap voor

toestemmingen wegens therapeutische noodzaak

Art. 6.§ 1. Overeenkomstig artikel 12, § 2, tweede lid, van het decreet bestaat de TTN-commissie uit drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden, waarbij één werkend lid en één plaatsvervangend lid algemene ervaring inzake verzorging en behandeling van sporters met een handicap kunnen laten gelden.

Wie aangewezen wil worden als (werkend/plaatsvervangend) lid van de TTN-commissie moet op zijn minst aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° houder zijn het diploma van arts of master in de geneeskunde;2° sedert ten minste 6 jaar vanaf de datum van indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan;3° een uittreksel uit het strafregister (model 1) bijvoegen dat bewijst dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken;4° zich ertoe verbinden, met een onderhands attest op erewoord, gedateerd en ondertekend, de vertrouwelijkheid van de procedure voor de aanvraag en uitreiking van de TTN's, en de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een dossier, strikt in acht te nemen, waarbij in voorkomend geval geweigerd wordt het dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt;5° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de aanwijzing hebben ondergaan gedurende de vijf jaar die aan de nieuwe aanvraag om aanwijzing voorafgaan;6° specifieke ervaring met de verzorging en de medische behandeling van sporters hebben, alsook praktische ervaring in de klinische geneeskunde en de sportgeneeskunde hebben. § 2. De leden van de TTN-commissie worden aangewezen door de Minister voor een periode van vier jaar, na een oproep tot kandidaten die door de NADO-DG werd georganiseerd.

De oproep tot kandidaten wordt in het bijzonder bekendgemaakt in minstens één van de bladen van de Belgische en/of Duitse pers.

De kandidaten die voldoen aan de selectievoorwaarden bedoeld in § 1, worden gerangschikt in de volgorde die voortvloeit uit de kwaliteit van hun kandidatuur waarvan de criteria in de oproep tot kandidaten bekendgemaakt zijn.

Onverminderd § 1, eerste lid, wijst de Minister de drie beste kandidaten aan als werkend lid.

Onverminderd § 1, eerste lid, wijst de Minister de kandidaten die als vierde, vijfde en zesde gerangschikt zijn, aan als plaatsvervangend lid.

De niet in aanmerking genomen kandidaturen blijven vier jaar geldig en vormen een wervingsreserve in geval van vertrek of ontslag van de aangewezen leden. § 3. De Minister kan het mandaat van de leden van de TTN-commissie telkens voor een periode van vier jaar verlengen.

De verlenging van het mandaat van de leden van de TTN-commissie wordt verleend als daartoe een aanvraag wordt ingediend bij de NADO-DG, minstens drie maanden voor het einde van het lopende mandaat.

Bij de aanvraag om verlenging van het mandaat worden de volgende stukken gevoegd : 1° een recent attest van de Orde der artsen dat bevestigt dat sedert minstens 6 jaar geen tuchtsanctie werd uitgesproken;2° een uittreksel uit het strafregister (model 1) dat bevestigt dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken. § 4. Om te waarborgen dat de samenstelling van de TTN-commissie aan de criteria vermeld in § 1 voldoet, kan de Minister ook leden aanwijzen die deel uitmaken van een andere Belgische TTN-commissie die aan de voorwaarden van § 1 voldoen.

Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Het secretariaat van de TTN-commissie wordt verzorgd door een verantwoordelijke van de NADO-DG die arts of master in de geneeskunde is.

Om de goede werking van het secretariaat te waarborgen, kan de Minister bepaalde taken toevertrouwen aan verantwoordelijken van een andere Belgische TTN-commissie.

Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt.

Art. 7.De TTN-commissie vaardigt een huishoudelijk reglement uit en past het toe; dat huishoudelijk reglement moet worden goedgekeurd door de Minister.

Het huishoudelijk reglement van de TTN-commissie bevat de volgende hoofdregels : 1° de zetel en het secretariaat van de TTN-commissie zijn gevestigd in het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, Gospertstraße 1, 4700 Eupen (postadres);2° de leden van de TTN-commissie oefenen hun opdracht op streng vertrouwelijke, volledig onafhankelijke en volledig onpartijdige wijze uit.Bij het onderzoeken van de dossiers nemen ze de beginselen van objectiviteit en gelijke behandeling in acht. In voorkomend geval weigeren ze elk dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het betrokken lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt; 3° de TTN-commissie wordt voorgezeten door het werkend lid dat binnen de commissie door het geheel van de werkende en plaatsvervangende leden wordt aangewezen en dat het grootste aantal stemmen heeft behaald.Bij staking van stemmen wordt het oudste lid als voorzitter van de TTN-commissie aangewezen; 4° het secretariaat van de TTN-commissie wordt belast met de administratieve taken voor de voorbereiding en uitvoering van de TTN-beslissingen, in het bijzonder met de ontvangst van de TTN-aanvragen, de mededeling ervan aan de leden van de TTN-commissie, het opstellen van een voorstel van beslissing, de eindredactie van de door de TTN-commissie genomen beslissingen, alsook de briefwisseling met de sporters, de sportorganisaties en het WADA;5° de TTN-aanvragen worden voorgelegd aan de drie werkende leden van de TTN-commissie.Bij een belangenconflict of bij enige andere verhindering wordt het betrokken werkend lid vervangen door één van de drie plaatsvervangende leden; 6° wanneer de TTN-aanvraag wordt ingediend door een sporter met een handicap, moet minstens één van de drie leden van de TTN-commissie die over die aanvraag beslissen algemene ervaring hebben met de verzorging en behandeling van sporters met een handicap of specifieke ervaring hebben met de handicap van de betrokken sporter;7° de TTN-commissie beslist in een schriftelijke procedure, bij meerderheid van haar leden;8° de voorzitter kan, op eigen initiatief of op aanvraag van één van zijn leden, één of meer adviezen aanvragen van ongeacht welke medische of wetenschappelijke deskundigen die hij geschikt acht;9° de beslissingen van de TTN-commissie worden met redenen omkleed en worden gedateerd;ze worden door de voorzitter en de secretaris van de TTN-commissie ondertekend.

Dat huishoudelijk reglement stemt overeen met de bepalingen van bijlage II van de UNESCO-conventie en met de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.

Art. 8.De TTN-commissie bezorgt de NADO-DG jaarlijks - uiterlijk op 31 maart - een activiteitenverslag dat geanonimiseerd en met naleving van het medisch geheim het aantal behandelde dossiers, het aantal verleende TTN's en het aantal weigeringen met de redenen daarvoor vermeldt.

Art. 9.De leden van de TTN-commissie worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.

Voor de leden die overeenkomstig artikel 6, § 4, worden aangewezen, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten.

Art. 10.De medische of wetenschappelijke deskundigen aan wie de TTN-commissie met toepassing van artikel 12, § 4, tweede lid, van het decreet advies heeft gevraagd, worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.

De deskundigen bedoeld in het eerste lid hebben een strikte geheimhoudingsplicht. Ze oefenen hun taken uit volgens de instructies en onder de verantwoordelijkheid van de leden van de TTN-commissie. Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag om toestemming wegens

therapeutische noodzaak

Art. 11.Overeenkomstig artikel 12, §§ 3 en 6, van het decreet verloopt de procedure voor de TTN-aanvraag als volgt : 1° de TTN-aanvraag wordt door de sporter per post, via e-mail of via ADAMS bij het secretariaat van de TTN-commissie ingediend;2° de aanvraag wordt ingediend via het aanvraagformulier waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgelegd overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie en het model van het TTN-formulier volgens de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.Dat model bevat : a) een informatie aan de sporter over de wijze waarop zijn persoonsgegevens - waaronder ook medische gegevens - verwerkt worden;b) een rubriek voor de medische voorgeschiedenis van de sporter waaruit op zijn minst de resultaten van de medische onderzoeken, laboratoriumanalysen of medische- beeldvormingsonderzoeken in verband met de aanvraag blijken;c) verschillende rubrieken waarin de dosering, de frequentie, de vorm en de duur voor de toediening van de - in principe - verboden stof worden vermeld;d) een rubriek waarmee de behandelende arts kan bevestigen dat de vermelde behandeling medisch geschikt is en dat het gebruik van een alternatief geneesmiddel dat niet in de lijst van verboden stoffen en methodes opgenomen is, niet geschikt zou zijn voor de beschreven pathologische behandeling;3° het aanvraagformulier wordt door de sporter behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend;4° de aanvraag : a) wordt voor elitesporters van nationaal niveau - behalve in één van de gevallen bedoeld in het tweede lid - uiterlijk 30 dagen vóór de training, het evenement of de wedstrijd waarvoor de TTN wordt aangevraagd, ingediend;b) kan voor amateurs - behalve in één van de gevallen bedoeld in het tweede lid - met terugwerkende kracht worden ingediend binnen 15 werkdagen vanaf de datum van de ontvangst van de brief waarin de NADO-DG hun kennis geeft van die mogelijkheid. Bij wijze van uitzondering en onder voorbehoud van het eerste lid kan een TTN met terugwerkende kracht aangevraagd worden binnen een maximumtermijn van 30 dagen vanaf de datum van de kennisgeving van een afwijkend analyseresultaat : a) wanneer de verboden stof of de verboden methode wordt toegediend in een dringend medisch geval of voor de behandeling van een acute pathologische aandoening die door een medisch attest behoorlijk wordt bevestigd;b) in uitzonderlijke omstandigheden die door de sporter behoorlijk worden bewezen en door de TTN-commissie worden aanvaard, die worden gestaafd door een beslissing die op dat punt specifiek wordt gemotiveerd, wanneer de sporter van nationaal niveau onvoldoende tijd of mogelijkheden had om vóór de dopingtestprocedure een aanvraag in te dienen of wanneer de TTN-commissie onvoldoende tijd of mogelijkheden had om die aanvraag vóór de dopingtestprocedure te onderzoeken;c) om billijkheidsredenen, onder voorbehoud van de schriftelijke toestemming van het WADA en van de TTN-commissie. Voor amateurs kan de aanvraag om toepassing van het vorige lid in het kader van de toepassing van artikel 24 van het decreet uitdrukkelijk worden vastgelegd, wanneer de betrokken sporter verschijnt of wordt vertegenwoordigd voor de sportorganisatie waarbij hij aangesloten is; 5° in de aanvraag wordt ook vermeld : a) dat de sporter vroeger al andere TTN-aanvragen heeft ingediend;b) om welke stoffen het daarbij ging;c) bij welke antidopingorganisatie(s) die aanvraag/aanvragen werd/werden ingediend;d) welke beslissing of beslissingen de betrokken antidopingorganisatie of antidopingorganisaties toen over de TTN-aanvraag hebben genomen. De TTN-commissie verklaart de TTN-aanvraag onontvankelijk wanneer ze gegrond is op redenen die dezelfde zijn als in een vorige aanvraag die betrekking heeft op dezelfde periode en die bij een andere antidopingorganisatie werd ingediend. Afdeling 4. - Procedure voor de toekenning van de toestemming wegens

therapeutische noodzaak

Art. 12.Het secretariaat van de TTN-commissie onderzoekt binnen 3 werkdagen na ontvangst van de TTN-aanvraag of die volledig is.

Met toepassing van en binnen de termijn bedoeld in het vorige lid kan het secretariaat van de TTN-commissie overeenkomstig artikel 11 aan de sporter alle aanvullende gegevens of documenten vragen om zijn TTN-aanvraag aan te vullen.

De sporter beschikt over 5 werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag van het secretariaat van de TTN-commissie om dat secretariaat elk aanvullend gegeven of document bedoeld in het vorige lid per post of per e-mail mee te delen.

Indien de sporter het gevraagde aanvullende gegeven/de gevraagde aanvullende gegevens en/of het gevraagde aanvullende document/de gevraagde aanvullende documenten niet binnen de termijn vermeld in het vorige lid indient, beschouwt het secretariaat van de TTN-commissie de TTN-aanvraag als onontvankelijk en deelt het secretariaat dat per post of per e-mail mee aan de sporter.

Zodra de TTN-aanvraag als volledig wordt beschouwd, zendt het secretariaat van de TTN-commissie die aanvraag, overeenkomstig artikel 11 en na eventuele toepassing van het tweede en het derde lid, dezelfde dag door aan de leden van TTN-commissie voor onderzoek en beslissing.

Art. 13.§ 1. Het secretariaat deelt de beslissing van de TTN-commissie mee aan de betrokken sporter; die kennisgeving geschiedt per aangetekende brief en per e-mail binnen 15 dagen na ontvangst van de volledige TTN-aanvraag overeenkomstig artikel 12, vijfde lid.

Overeenkomstig artikel 11 wordt een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de behandelende arts die de sporter geholpen heeft om zijn TTN-aanvraag in te vullen.

De TTN-commissie beslist met inachtneming van bijlage II van de UNESCO-conventie en met inachtneming van de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. § 2. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN bedoeld in artikel 3, 9°, van het decreet aan de sporter te verlenen, wordt die TTN bij de aan de betrokken sporter gerichte brieven bedoeld in § 1 gevoegd.

De NADO-DG bepaalt het TTN-model overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie en de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.

De TTN bevat in elk geval : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de dosering, de frequentie, de vorm van de toediening van de stof en/of de methode bedoeld in 2°, alsook de duur van de geldigheid van de TTN en elke eventuele voorwaarde waaraan de TTN onderworpen is. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren. § 3. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN te weigeren, wordt de beslissing in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet.

Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de volgende gegevens in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet niet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de motivering van de beslissing tot weigering, met inbegrip van de redenen in feite en in rechte. § 4. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid, gelijkgesteld met een beslissing tot weigering die overeenkomstig § 3 door de TTN-commissie is genomen. § 5. De sporter kan beroep instellen tegen de beslissing tot weigering bedoeld in § 3, eerste lid, of genomen met toepassing van § 4. Het beroep wordt ingesteld per aangetekende brief en wordt gericht aan het secretariaat van de TTN-commissie binnen een maximumtermijn van 15 dagen, te rekenen ofwel vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief bedoeld in § 1, eerste lid, ofwel te rekenen vanaf de dag volgend op het einde van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid.

Naast de inachtneming van de termijn bedoeld in het vorige lid, hangt de ontvankelijkheid van het beroep af van de volgende andere voorwaarden : 1° de vermelding van de aangevochten beslissing;2° de beschrijving van de inhoud en van de redenen van het beroep, in feite en in rechte toegelicht;3° de vermelding en de beschrijving van een gegeven dat nieuw is in vergelijking met het ogenblik waarop de oorspronkelijke aanvraag als volledig werd beschouwd, met toepassing van artikel 12, vijfde lid;4° het voegen bij het beroep van elk eventueel medisch attest, dat niet bij het oorspronkelijke dossier was gevoegd en dat, overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet, de herziening zou kunnen rechtvaardigen van de beslissing die de TTN-commissie in eerste instantie had genomen. § 6. De TTN-commissie die over het beroep moet beslissen, houdt zitting met een formatie die volledig verschillend is van deze die in eerste instantie over de aanvraag heeft beslist.

Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN te weigeren, wordt de beslissing in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet.

De beslissing bedoeld in het vorige lid wordt ter kennis gebracht van de sporter bij aangetekende brief en per e-mail binnen 15 dagen na de datum waarop het beroep met toepassing van § 5 werd ingesteld. § 7. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in § 6, derde lid, gelijkgesteld met een beslissing tot weigering, genomen door de TTN-commissie die over het beroep beslist. § 8. Onverminderd § 5 kan het WADA overeenkomstig artikel 4.4.6 van de Code elke TTN-beslissing te allen tijde onderzoeken, ofwel op eigen initiatief, ofwel op uitdrukkelijke aanvraag van de betrokken sporter of van zijn sportfederatie.

Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing niet betwisten.

Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, niet voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing vernietigen.

Overeenkomstig artikel 4.4.8 van de Code kan de betrokken sporter, de NADO-DG en/of de betrokken internationale sportfederatie bij het TAS beroep instellen tegen elke beslissing van het WADA om een TTN-beslissing, die met toepassing van het vorige lid is genomen, te vernietigen. § 9. Overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code kan de betrokken sporter en/of de NADO-DG, onverminderd de §§ 5 en 8, bij het TAS beroep instellen tegen elke TTN-beslissing die met toepassing van § 8, tweede lid, werd genomen door een internationale sportfederatie of een NADO die zich ertoe bereid verklaard heeft een TTN-aanvraag namens een internationale sportfederatie te onderzoeken en die niet door het WADA wordt onderzocht of die door het WADA wel werd onderzocht, maar niet werd vernietigd.

Art. 14.De TTN-commissie kan, bij het onderzoek van een TTN-aanvraag of een beroep tegen een beslissing tot weigering van een TTN-aanvraag, met toepassing van deze afdeling, vragen dat alle aanvullende en nuttig geachte onderzoeken, nasporingen en/of beeldvormingsonderzoeken worden uitgevoerd.

Die aanvullende onderzoeken, nasporingen en beeldvormingsonderzoeken worden door de sporter betaald. Ze schorsen de termijnen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, en § 6, derde lid, tijdens de uitvoering ervan.

Art. 15.Een TTN kan door de TTN-commissie worden vernietigd, indien de sporter zich, binnen de termijn die vooraf werd meegedeeld, niet schikt naar de eventuele voorwaarde(n) waaraan de TTN werd onderworpen.

Het secretariaat van de TTN-commissie brengt de beslissing tot vernietiging van een TTN ter kennis van de sporter.

De beslissing bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode waarvoor de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet een TTN heeft verleend;3° de motivering van de beslissing tot weigering van de TTN, met inbegrip van de redenen in feite en in rechte. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren.

De vernietiging van een TTN heeft uitwerking te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de vernietigingsbeslissing van de TTN-commissie, zoals bedoeld in het tweede lid. HOOFDSTUK 3. - Dopingtestprocedures en onderzoeken Afdeling 1. - Officiers van gerechtelijke politie

Art. 16.Overeenkomstig artikel 3, 42°, van het decreet wijst de Minister de beëdigde verantwoordelijken en medewerkers van de NADO-DG aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben. Afdeling 2. - Controleartsen

Art. 17.§ 1. De Minister wijst de controleartsen aan overeenkomstig artikel 16 van het decreet, na bekendmaking van een oproep tot kandidaten die door de NADO-DG volgens de voorwaarden en de procedure bedoeld in § 3 wordt georganiseerd.

Om als controlearts te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° antwoorden op de in § 1 bedoelde oproep tot kandidaten, bekendgemaakt en georganiseerd door de NADO-DG, binnen de termijn en, in voorkomend geval, in de vereiste vorm;2° houder zijn van een diploma van arts of master in de geneeskunde en bij indiening van de kandidatuur het bewijs daarvan leveren door een afschrift van het diploma of de master voor te leggen;3° sedert ten minste 6 jaar te rekenen vanaf de indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan, waarvan het bewijs moet worden geleverd, bij de indiening van de kandidatuur, door het voorleggen van een door de Orde der artsen gedateerd en ondertekend attest;4° een uittreksel uit het strafregister (model 2) bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;5° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen en/of wedstrijden vermelden;6° zich, met een bij de kandidatuur gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;7° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van controlearts hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen en onderzoekt of de voorwaarden gesteld in 1° tot 7° vervuld zijn.

Kandidaturen die na de in 1° bedoelde termijn worden ingediend, zijn niet ontvankelijk.

Naar aanleiding van de in het derde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, per gewone post of per e-mail, binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de indiening van die aanvraag, alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld.

Als de kandidaat het (de) gevraagde aanvullende document(en) niet binnen de in het vorige lid vermelde termijn van 10 dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte per gewone post en per e-mail.

In de kennisgevingen bedoeld in het vorige lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO en die een theoretisch examen en een praktisch examen omvat.

Het theoretisch examen bedoeld in het vorige lid heeft betrekking op de regelgeving inzake dopingbestrijding die gelden in de Duitstalige Gemeenschap.

Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, enerzijds, in een eerste fase, als waarnemer de uitvoering van minstens twee dopingtests door een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap bij te wonen en, anderzijds, in een tweede fase, zelf, onder de supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap een dopingtest uit te voeren.

Het theoretisch examen en het praktisch examen moeten de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monstername voldoende te kennen en te beheersen. § 3. De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische en/of Duitse geschreven pers.

De kandidaten die de in § 1, tweede lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervullen en die slagen voor het praktisch examen en het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden gerangschikt op grond van hun beschikbaarheid en de kwaliteit van hun kandidatuur, waarvan de criteria bij de oproep tot kandidaten worden vermeld.

De Minister wijst voor een periode van twee jaar de best gerangschikte kandidaten als controlearts aan, met toepassing van het vorige lid, binnen de perken van de vacante plaatsen.

De aangewezen controleartsen ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld.

Voor zover de niet in aanmerking genomen kandidaten geslaagd zijn voor het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid, blijven ze geldig opgenomen in een wervingsreserve voor een periode van twee jaar voor het geval dat binnen die periode plaatsen als controlearts vacant worden. § 4. De Minister kan één of meer controleartsen van de NADO van een andere gemeenschap overeenkomstig § 1, tweede lid, als controlearts aanwijzen.

Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing en, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5. Een controlearts kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° per gewone post of per e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk 30 dagen voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een recent attest voegen, gedateerd en ondertekend door de Orde der artsen, dat bevestigt dat hij sedert ten minste 6 jaar geen tuchtsanctie of eventuele schrapping uit de Orde der artsen heeft ondergaan;3° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister (model 2) voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen en/of wedstrijden vermelden;5° zich, met een nieuw gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord dat bij de aanvraag om verlenging van zijn aanstelling is gevoegd, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt. De overschrijding van de in 1° bedoelde termijn belet niet dat een reeds aangestelde controlearts op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure.

Met toepassing van één of meer van de vorige leden kan de reeds aangestelde controlearts een aanvraag indienen om vrijgesteld te worden van de verplichting om de in § 2, tweede lid, bedoelde initiële opleiding te volgen.

De in het vorige lid bedoelde vrijstelling wordt door de NADO-DG automatisch verleend, behalve als de antidopingwetgeving van de Duitstalige Gemeenschap wezenlijk werd gewijzigd. § 6. Op het einde van de in § 7 bedoelde procedure kan de Minister beslissen de hoedanigheid van controlearts in te trekken om één of meer van de volgende redenen : 1° de controlearts vervult één van de voorwaarden bedoeld in § 1, tweede lid, 3° tot 6°, niet meer;2° de controlearts is gedurende een periode van 6 maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde en hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde dopingtests uit te voeren;3° de controlearts heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de controlearts heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de controlearts verzoekt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail. § 7. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister de betrokken controlearts, met een aangetekende brief, op de hoogte van zijn voornemen hem de hoedanigheid van controlearts te ontnemen en van de redenen van dit voornemen.

De controlearts kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de postdatum van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.

De Minister neemt een met redenen omklede beslissing en geeft de betrokkene per aangetekende brief kennis daarvan, ofwel na overschrijding van de in het vorige lid bedoelde termijn, ofwel na ontvangst van het advies van de NADO-DG, als de controlearts één van zijn in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend.

Art. 18.De controleartsen worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.

Voor de controleartsen aangewezen overeenkomstig artikel 17, § 4, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 3. - Chaperons

Art. 19.§ 1. De NADO-DG wijst chaperons aan die belast zijn met de begeleiding van de controleartsen en het toezicht op de sporters bij dopingtestprocedures overeenkomstig de bepalingen van afdeling 5 van dit hoofdstuk en met inachtneming van de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.

Het in het vorige lid bedoelde toezicht begint vanaf de kennisgeving van de controle van de sporter en eindigt na de werkelijke monsterneming.

Om als chaperon te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° meerderjarig en rechtsbekwaam zijn;2° antwoorden op de oproep tot kandidaten, bekendgemaakt en georganiseerd door de NADO-DG, binnen de gestelde termijn en, in voorkomend geval, in de vorm die in de oproep tot kandidaten wordt geëist;3° een uittreksel uit het strafregister (model 2) bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;5° zich, met een bij de kandidatuur gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;6° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van chaperon hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur;7° in zijn akte van kandidatuur verklaren dat hij in de uitoefening van zijn ambt bereid is zeer beschikbaar te zijn, eventueel ook [00b4]s avonds, op feestdagen, zaterdagen en zondagen, en zich ertoe verplichten die beschikbaarheid te garanderen. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen en onderzoekt of de voorwaarden gesteld in 1° tot 7° vervuld zijn.

Kandidaturen die na de in 2° bedoelde termijn worden ingediend, zijn niet ontvankelijk.

Naar aanleiding van de in het vierde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, per post of per e-mail, binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de aanvraag ervan, alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld.

Als de kandidaat het (de) gevraagde aanvullende document(en) niet binnen de in het vorige lid vermelde termijn van 10 dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2. Wanneer de in § 1, derde lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte per gewone post.

In de kennisgevingen bedoeld in het vorige lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO en die een theoretisch examen en een praktisch examen omvat.

Het theoretisch examen bedoeld in het vorige lid heeft betrekking op de algemene kennis van de regelgeving inzake dopingbestrijding in de Duitstalige Gemeenschap, alsook op de algemene kennis van de Belgische regelgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, onder supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap, de handelingen van een chaperon bij een dopingtestprocedure in chronologische volgorde te simuleren.

Overeenkomstig afdeling 5 van dit hoofdstuk en overeenkomstig de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de bijlagen ervan moeten het theoretisch examen en het praktisch examen de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monsterneming voldoende te kennen en te beheersen. § 3. De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische en/of Duitse geschreven pers.

De kandidaten die de in § 1, derde lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervullen en die slagen voor het praktisch examen en het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden gerangschikt op grond van hun beschikbaarheid en de kwaliteit van hun kandidatuur, waarvan de criteria bij de oproep tot kandidaten worden vermeld.

De NADO-DG wijst voor een periode van twee jaar de best gerangschikte kandidaten als chaperon aan, met toepassing van het vorige lid, binnen de perken van de toe te kennen plaatsen.

De aangewezen chaperons ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld.

Voor zover de niet in aanmerking genomen kandidaten geslaagd zijn voor het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid, blijven ze geldig opgenomen in een wervingsreserve voor een periode van twee jaar voor het geval dat binnen die periode plaatsen als chaperon vacant worden.

Met het oog op de continuïteit van de antidopingactiviteiten, ook in het weekend en op feestdagen, kan de Minister, onverminderd het vorige lid, één of meer medewerkers van de NADO-DG die aan de voorwaarden vermeld in § 1, derde lid, 1° tot 3° voldoen, als chaperon aanwijzen.

Het (de) met toepassing van het vorige lid aangewezen lid (leden) wordt (worden) vrijgesteld van het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid. § 4. Een chaperon kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° per gewone post of per e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk 30 dagen voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister (model 2) voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;3° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;4° zich, met een nieuwe bij de aanvraag om verlenging gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt. De overschrijding van de in 1° bedoelde termijn belet niet dat een reeds aangestelde chaperon op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure.

Met toepassing van één of meer van de vorige leden kan de reeds aangestelde chaperon in zijn akte van kandidatuur vragen om vrijgesteld te worden van de verplichting om de in § 2, tweede lid, bedoelde initiële opleiding te volgen.

De in het vorige lid bedoelde vrijstelling wordt door de NADO-DG automatisch verleend, behalve als de antidopingwetgeving van de Duitstalige Gemeenschap wezenlijk werd gewijzigd. § 5. Op het einde van de in § 6 bedoelde procedure kan de NADO-DG beslissen de hoedanigheid van chaperon in te trekken om één of meer van de volgende redenen : 1° de chaperon voldoet niet meer aan één van de in § 1, derde lid, 3° tot 7°, bedoelde voorwaarden;2° de chaperon is gedurende een periode van 6 maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde en hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde taken uit te voeren;3° de chaperon heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de chaperon heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de chaperon verzoekt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail. § 6. Behalve in het in § 5, eerste lid, 5°, bedoelde geval, brengt de NADO-DG de chaperon per aangetekende brief op de hoogte van haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen en van de redenen van dit voornemen.

De chaperon kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.

De NADO-DG motiveert haar beslissing en deelt ze de betrokkene per aangetekende brief mee. § 7. De Minister kan één of meer chaperons van een andere Belgische NADO die aan de voorwaarden van § 1, 1° en 3° tot 7°, voldoen, als chaperon aanwijzen om de controlearts te assisteren.

Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing en, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt.

Art. 20.De chaperons worden, voor zover van toepassing, vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.

Voor de chaperons aangewezen overeenkomstig artikel 19, § 7, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 4. - Erkende laboratoria

Art. 21.§ 1. Een laboratorium dat erkend wil worden als laboratorium bedoeld in artikel 18, § 3, van het decreet, moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° het moet door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd zijn;2° het mag niet direct of indirect betrokken zijn bij de handel in geneesmiddelen en het mag geen medewerkers in dienst hebben die de onafhankelijkheid van het laboratorium in het gedrang kunnen brengen;3° behalve als de intrekking op aanvraag van het laboratorium is geschied, mag het laboratorium geen beslissing tot intrekking van de erkenning hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar waarin de erkenning werd aangevraagd. Bij het onderzoeken van de monsters moet het laboratorium zich aan de volgende regels houden : 1° het moet de onderzoeken binnen de gestelde termijnen uitvoeren;2° het moet aan de NADO-DG het bewijs meedelen van alle stoffen of methoden die de resultaten of prestaties van een sporter kunstmatig zouden kunnen verbeteren, ook wanneer ze niet op de verboden lijst staan;3° het mag het resultaat van de onderzoeken niet meedelen aan derden, maar wel aan de betrokken internationale sportorganisatie, de NADO-DG en het WADA;4° het moet alle mogelijke belangenconflicten vermijden;5° het moet toestaan dat de NADO-DG regelmatig controleert of het laboratorium de erkenningsvoorwaarden naleeft;6° het moet alle verslagen en schriftelijke documenten die verband houden met het onderzoek in het Duits opstellen en de contacten met de NADO-DG, met de sporter en met alle andere, bij de uitvoering van dit besluit betrokken personen in het Duits laten verlopen. § 2. Op voorstel van de NADO-DG en onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, verleent de Minister de erkenning voor een periode van vijf jaar en kan die periode met nog eens vijf jaar worden verlengd. § 3. Op voorstel van de NADO-DG kan de Minister, na de procedure bedoeld in het tweede lid, besluiten om de erkenning van het laboratorium om één of meer van de volgende redenen in te trekken : 1° het laboratorium vraagt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail;2° het laboratorium voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid;3° het laboratorium overtreedt ernstig of herhaaldelijk de bepalingen van het decreet of van dit besluit. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister het laboratorium, per aangetekende brief, op de hoogte van haar voornemen om de erkenning van het laboratorium in te trekken en van de redenen van dit voornemen.

Het laboratorium kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de postdatum van de in het vorige lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.

De Minister neemt een met redenen omklede beslissing en geeft de betrokkene via een aangetekende brief kennis daarvan, ofwel na overschrijding van de in het vorige lid bedoelde termijn, ofwel na ontvangst van het advies van de NADO-DG, als het laboratorium één van de in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. § 4. Indien bijzondere onderzoeken moeten worden uitgevoerd en geen enkel door de Duitstalige Gemeenschap erkend laboratorium die onderzoeken kan uitvoeren, verleent de Minister, op voorstel van de NADO-DG en voor de duur van het bijzondere onderzoek in kwestie, een voorlopige erkenning aan een ander laboratorium dat door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze goedgekeurd is en dat aan de voorwaarden van § 1 voldoet.

Bij toepassing van het vorige lid zijn de §§ 2 en 3 niet van toepassing. Afdeling 5. - Spreiding van de dopingtests

Art. 22.§ 1. Overeenkomstig artikel 5.4 van de Code en de artikelen 4.1 tot 4.9 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken werkt de NADO-DG jaarlijks een plan uit voor de spreiding van de dopingtests die in de Duitstalige Gemeenschap moeten worden uitgevoerd.

Dat spreidingsplan heeft tot doel gerichte en steekproefsgewijs uit te voeren dopingtests te plannen. Het moet doeltreffend en evenwichtig zijn en het moet de mogelijkheid bieden om uiteindelijk een coherente volgorde van voorrang te bepalen tussen de sportdisciplines, categorieën van sporters, dopingtesttypes, monsternemingtypes en monsteranalysetypes.

Dat spreidingsplan moet, zonder exhaustief te zijn, waarborgen dat dopingtests worden uitgevoerd : 1° bij sporters van alle niveaus, ook bij minderjarigen, waarbij moet worden gepreciseerd dat de meeste controles gericht zijn en voorbehouden zijn voor elitesporters van nationaal niveau;2° in een groot aantal onderscheiden sportdisciplines, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;3° binnen en buiten wedstrijdverband, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;4° in ploegsporten en individuele sporten;5° door middel van bloedtests, urinetests en, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;6° op het hele grondgebied van het Duitse taalgebied. Het in het eerste lid bedoelde spreidingsplan zorgt ook voor de bewaring van de monsters om bijkomende monsteranalyses op een latere datum mogelijk te maken, overeenkomstig de artikelen 6.2 en 6.5 van de Code en artikel 4.7.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, alsook de eisen van de Internationale Standaard voor Laboratoria en de eisen van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens.

Die strategie houdt ook rekening met de volgende gegevens : 1° de aanbevelingen van het door de Duitstalige Gemeenschap erkende laboratorium;2° de potentiële behoefte aan retroactieve analyses in verband met het programma van het biologisch paspoort van de sporter;3° nieuwe opsporingsmethodes die in de nabije toekomst kunnen worden ingevoerd en op de sporter, de sport en/of de discipline kunnen worden toegepast;4° het feit dat de monsters afkomstig zijn van sporters die voldoen aan alle of een deel van de criteria bedoeld in het zesde lid. Onverminderd de toepassing van het derde lid, 1°, en overeenkomstig artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan de NADO-DG ook de volgende factoren in aanmerking nemen voor de bepaling van de volgorde van voorrang tussen de te controleren sporters en, in voorkomend geval, voor de planning en de uitvoering van gerichte dopingtests op welbepaalde sporters : 1° één of meer vroegere overtredingen van antidopingregels;2° de historiek van de sportprestaties, in het bijzonder een plotse en aanzienlijke verbetering van de sportprestaties;3° herhaalde tekortkomingen aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet;4° laattijdige mededelingen van verblijfsgegevens;5° een verhuizing of training op een plaats die ver afgelegen is of moeilijk toegankelijk is voor een dopingtest;6° de terugtrekking of de afwezigheid bij een in de ADAMS-databank ingeschreven wedstrijd;7° de omgang met een derde die wegens doping veroordeeld is;8° een kwetsuur;9° de leeftijd en/of het stadium in de loopbaan, in het bijzonder de overgang van de ene naar de andere leeftijdscategorie of de mogelijkheid een contract aan te gaan;10° de financiële aansporing om de prestaties te verbeteren, zoals premies of sponsoringmogelijkheden;11° betrouwbare inlichtingen van derden, die door de NADO-DG geverifieerd en vergeleken zijn in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 10 van het decreet. Onverminderd de vorige leden voert de NADO-DG overeenkomstig artikel 26 van het decreet gerichte dopingtests uit op alle leden van de betrokken ploeg wanneer meer dan één lid van die ploeg schuldig werd bevonden aan een overtreding van de antidopingregels. § 2. Aan het in § 1, eerste lid, bedoelde spreidingsplan gaat een omstandige evaluatie van de dopingrisico's vooraf, rekening houdend met de richtlijnen die vervat zijn in het technisch document bedoeld in artikel 5.4.1 van de Code en met inachtneming van de criteria vervat in artikel 4.2.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.

De in het vorige lid bedoelde evaluatie van de dopingrisico's is in het bijzonder gebaseerd op een evaluatie van de stoffen en methoden die het best kunnen worden gebruikt in de betrokken sport en/of betrokken sportdiscipline, waarbij rekening wordt gehouden met : 1° de lichamelijke eisen en de andere eisen, in het bijzonder de fysiologische eisen, van de betrokken sporten en/of sportdisciplines;2° de potentiële verbetering van de prestaties die doping in die sporten en/of sportdisciplines zou kunnen brengen;3° de beschikbare beloningen en de andere mogelijke aansporingen tot doping op de verschillende niveaus van die sporten en/of sportdisciplines;4° de historiek van doping in die sporten en/of sportdisciplines;5° het beschikbare onderzoek over de dopingtrends, in het bijzonder door middel van bijdragen die door vakcollega's nagelezen zijn (peer review);6° de inlichtingen die in het bijzonder in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG bedoeld in artikel 10 van het decreet ingewonnen worden;7° de resultaten van de uitvoering van de vorige spreidingsplannen;8° de perioden in de sportloopbaan waarin een sporter het meest geneigd is doping te gebruiken;9° de perioden in het sportjaar waarin een sporter het meest geneigd is doping te gebruiken, rekening houdend met de structuur van het seizoen voor de betrokken sport en/of sportdiscipline, ook betreffende de planning van de wedstrijden en de trainingsperioden. § 3. Nadat het in paragraaf 1 bedoelde spreidingsplan opgemaakt is, wordt het overeenkomstig de artikelen 24 en volgende uitgevoerd en kan het te allen tijde in de loop van het jaar worden gewijzigd, rekening houdend met elke relevante analytische of niet-analytische inlichting die door de NADO-DG wordt geverifieerd, in het bijzonder op grond van de dopingtestprocedures die door andere antidopingorganisaties worden uitgevoerd en met inachtneming van de inlichtingen die worden behandeld in het kader van de onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 10 van het decreet. § 4. Voor de uitvoering van dit artikel kan de Minister verantwoordelijken van een andere Belgische NADO met bepaalde taken belasten.

Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5. Om een doeltreffende planning mogelijk te maken en een onnodige herhaling van de dopingtests te vermijden, worden deze overeenkomstig artikel 5.4.3 van de Code driemaandelijks gecoördineerd met de andere antidopingorganisaties die een band met de sporter ofwel op sportniveau ofwel op nationaal niveau hebben, door middel van een registratie in ADAMS, uitgevoerd door de NADO-DG of overeenkomstig artikel 4.

In het kader van de in het vorige lid bedoelde coördinatie hebben de gegevens die in ADAMS worden geregistreerd alleen betrekking op de identiteit van de sporters die gedurende een bepaald trimester moeten worden gecontroleerd, zonder vermelding van de nauwkeurige datums, uren en plaatsen van de dopingtests zodat die vertrouwelijk, onvoorspelbaar en onaangekondigd blijven.

Met het oog op de toepassing van artikel 14, derde lid, van het decreet richt de NADO-DG haar aanvraag aan de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het georganiseerde evenement, in principe 35 dagen vóór het begin van het evenement in kwestie.

Bij dringende noodzakelijkheid, speciaal gemotiveerd door minstens één van de factoren bedoeld in § 1, vijfde lid, kan de termijn bedoeld in het vorige lid tot 5 dagen verminderd worden.

Art. 23.De mededeling van de inlichtingen die de organisatoren voor de toepassing van artikel 22 van het decreet aan de NADO-DG toezenden, geschiedt per post of per e-mail en omvat de volgende gegevens : 1° de naam van het georganiseerde evenement of de georganiseerde wedstrijd;2° de plaats, de datum en de uren van begin en einde van dat evenement of die wedstrijd;3° de sportdiscipline/sportdisciplines die bij dat evenement of die wedstrijd wordt/worden beoefend;4° of het evenement of de wedstrijd op internationaal, nationaal of lokaal niveau plaats heeft, de leeftijdscategorieën van de deelnemers en het werkelijke of vermoedelijke aantal deelnemers;5° de naam, de voornaam, het postadres en/of e-mailadres en de telefoonnummer van de afgevaardigde van de organisator van het evenement of van de wedstrijd en, in voorkomend geval, van de afgevaardigde van de deelnemende sportorganisaties;6° het aantal nationale en internationale elitesporters dat, naar weten van de organisator, aan het betrokken evenement of aan de betrokken wedstrijd deelneemt.

Art. 24.§ 1. Alle dopingtestprocedures en de uitvoering van het plan voor de spreiding van de dopingtests bedoeld in artikel 22, § 3, geschieden met inachtneming van de volgende beginselen : 1° op grond van het spreidingsplan bedoeld in artikel 22, § 1, op grond van de inlichtingen die de organisatoren overeenkomstig artikel 23 meedelen of op grond van alle analytische of niet-analytische inlichtingen die relevant zijn en die door de NADO-DG geverifieerd worden, identificeert de NADO-DG gedurende het hele jaar de sporters die ze wenst te controleren, alsook de trainingen, evenementen en wedstrijden gedurende welke ze dopingtestprocedures wenst te laten uitvoeren; 2° overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.2.5 van de Code en artikel 4.5.5 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan elke sporter, ook een minderjarige sporter, die onder de NADO-DG ressorteert, ertoe verplicht worden haar te allen tijde en op alle plaatsen een monster te leveren, ook als de sporter geschorst is en onafhankelijk van het eventuele opnemen van die dopingtest in het plan voor de spreidingsplan bedoeld in artikel 22, § 1, eerste lid. § 2. De NADO-DG stelt, door middel van een opdrachtenblad, waarvan ze het model vaststelt, de controlearts aan die wordt belast met de uitvoering van de geplande dopingtests.

Het opdrachtenblad bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de plaats, de datum en het beginuur, alsook de geschatte duur van het evenement, de wedstrijd of de training gedurende hetwelk of welke de dopingtest/dopingtests gepland is/zijn of, als de test buiten wedstrijdverband geschiedt, de plaats, de datum en het uur waarop de geplande dopingtest zal worden uitgevoerd;2° de sportdiscipline, alsook, in voorkomend geval, de benaming van het evenement, de wedstrijd of de training gedurende hetwelk/welke één of meer dopingtests werden gepland;3° of de dopingtest binnen of buiten wedstrijdverband plaatsvindt overeenkomstig de definities bedoeld in artikel 3, 20°, 21° en 27° van het decreet;4° de naam en het adres van de sportorganisatie waarbij de te controleren sporter aangesloten is of van de organisator die verantwoordelijk is voor het evenement, de wedstrijd of de training, alsook de naam, voornaam en telefoonnummer van de afgevaardigde;5° of de dopingtest door middel van een bloedtest of een urinetest wordt uitgevoerd, met vermelding van het gewenste aantal dopingtests en het tijdstip waarop ze worden uitgevoerd;6° de wijze waarop de sporters worden aangewezen of, in het kader van een gerichte dopingtest, de identiteit van de sporter/sporters die de dopingtest moeten ondergaan;7° de naam en voornaam van de controlearts die belast wordt met de uitvoering van de geplande dopingtest(s);8° de contactgegevens en de naam van het erkende laboratorium dat met de analysen wordt belast. Het opdrachtenblad wordt door het hoofd van de NADO-DG ondertekend en wordt opgemaakt in twee exemplaren : één voor de controlearts en één voor de NADO-DG. § 3. Het opdrachtenblad wordt aan de controlearts meegedeeld, uiterlijk : 1° 72 uur vóór de geplande dopingtest(s), voor dopingtests binnen wedstrijdverband;2° drie maanden vóór de geplande dopingtest(s), voor dopingtests buiten wedstrijdverband. De NADO-DG informeert, in voorkomend geval, de chaperon die de controlearts assisteert ten vroegste 72 uur vóór de geplande dopingtest(s). § 4. De NADO-DG of, in voorkomend geval, de controlearts kan, indien diens lichamelijke veiligheid in gevaar is, vragen dat een officier van gerechtelijke politie aanwezig is bij de uit te voeren dopingtestsprocedure(s). § 5. Onverminderd het vorige lid en overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kunnen de controlearts die met de uitvoering van de geplande dopingtest(s) belast is en, in voorkomend geval, de chaperon of chaperons die hem assisteren, aangewezen worden op basis van een bilaterale overeenkomst die hiertoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten.

Art. 25.§ 1. De controlearts die door de NADO-DG door middel van het opdrachtenblad bedoeld in artikel 24, § 2, werd aangewezen, organiseert, verricht en leidt de geplande dopingtestprocedures.

Voor zover dit mogelijk is, voert de controlearts de dopingtest uit zonder dat het normale verloop van het evenement, de wedstrijd of de training daarbij in het gedrang komt. § 2. Indien de dopingtest tijdens een evenement, een wedstrijd of een training plaatsvindt, wijst de afgevaardigde van de sportorganisatie of de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training een persoon aan om de controlearts te assisteren en om hem in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar het evenement, de wedstrijd of de training plaatsvindt, een geschikte ruimte ter beschikking te stellen die voldoende waarborgen inzake hygiëne, vertrouwelijkheid, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid biedt. § 3. Met de eventuele hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, identificeert de controlearts in voorkomend geval, door middel van een officieel document, de sporter/sporters die de dopingtestprocedure moet/moeten ondergaan en bepaalt de controlearts overeenkomstig het opdrachtenblad welke sporter/sporters zich voor de dopingtestprocedure moet/moeten aanmelden.

Vóór de identificatie bedoeld in het vorige lid legitimeren de controlearts en, in voorkomend geval, de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, zichzelf met hun legitimatiebewijs bedoeld in artikel 17, § 3, vierde lid, en artikel 19, § 3, vierde lid.

Na de in de vorige leden bedoelde identificaties en overeenkomstig de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken verwittigt en informeert de controlearts, met de eventuele hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, persoonlijk elke te controleren sporter van het type test dat moet worden uitgevoerd en van het verloop ervan, op grond van een formulier voor de dopingtestprocedure waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgesteld.

Het formulier bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de naam en voornaam van de te controleren sporter;2° de datum en het uur waarop het formulier werd uitgereikt;3° de aard van het af te nemen monster, met de eventuele vermelding dat dit geschiedt met toepassing van het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;4° de plaats waar het monster wordt afgenomen;5° het precieze en uiterlijke tijdstip waarop de sporter zich voor de dopingtest moet hebben aangemeld. Bij de in het derde lid bedoelde verwittiging brengt de controlearts, in voorkomend geval met assistentie van de chaperon die hem begeleidt, de gecontroleerde sporter ook mondeling op de hoogte van de volgende gegevens : 1° de gevolgen die de sporter zou kunnen ondergaan als hij zich niet binnen de gestelde termijn voor de dopingtest aanmeldt of als hij weigert het oproepingsformulier te ondertekenen, dit is, naargelang van het geval, de vaststelling van de overtreding van één van de dopingregels bedoeld in artikel 8, 3° of 5°, van het decreet of de vaststelling van een gemiste dopingtest bedoeld in artikel 42, eerste lid, 2°;2° de mogelijkheid, voor de sporter, om te vragen dat de dopingtestprocedure wordt uitgevoerd in aanwezigheid van een persoon van zijn keuze, alsook, indien nodig en mogelijk, in aanwezigheid van een tolk;3° de noodzakelijkheid, voor de minderjarige sporter, om te worden begeleid door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door een persoon die door minstens één van deze daartoe werd gemachtigd; 4° de mogelijkheid, voor de sporter met een handicap, om te worden begeleid en te worden bijgestaan door een persoon van zijn keuze, overeenkomstig bijlage B.4.4 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken; 5° de mogelijkheid, voor de sporter, om bij de NADO-DG alle bijkomende inlichtingen over de dopingtestprocedure en de later toe te passen procedure te verkrijgen;6° de mogelijkheid, voor de sporter, om op grond van één van de hieronder vermelde uitzonderlijke redenen en volgens het vrij oordeel van de controlearts een termijn te vragen waarbinnen hij zich bij het dopingcontrolestation kan aanmelden;a) voor dopingtests binnen wedstrijdverband;i) een protocollaire ceremonie voor het uitdelen van medailles bijwonen; ii) verplichtingen ten aanzien van de pers nakomen; iii) aan andere wedstrijden deelnemen; iv) recupereren; v) een noodzakelijke medische behandeling ondergaan; vi) een vertegenwoordiger en/of tolk zoeken; vii) een pasfoto bezorgen of, viii) elke andere redelijke omstandigheid die door de controlearts, met de instemming van de NADO-DG, wordt aanvaard; b) voor dopingtests buiten wedstrijdverband : i) een vertegenwoordiger vinden; ii) een trainingssessie beëindigen; iii) een noodzakelijke medische behandeling ondergaan; iv) een pasfoto bezorgen of, v) elke andere redelijke omstandigheid die door de controlearts, met de instemming van de NADO-DG, wordt aanvaard. Bij het in het derde lid bedoelde dopingcontroleformulier is een vertaling in het Frans, het Nederlands en het Engels gevoegd.

Het dopingcontroleformulier wordt in vier exemplaren opgemaakt. Drie exemplaren blijven bij de controlearts en één exemplaar wordt aan de sporter gegeven na de individuele dopingtestprocedure bedoeld in artikel 26, §§ 2 en 4, tweede lid.

De vier exemplaren van het dopingcontroleformulier worden ondertekend door de controlearts, de eventueel aanwezige chaperon en de gecontroleerde sporter.

Indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is, worden de vier exemplaren van het dopingcontroleformulier ondertekend door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door een door hen daartoe behoorlijk gemachtigde persoon.

Indien de sporter, overeenkomstig het derde tot vijfde lid, het dopingcontroleformulier weigert te ondertekenen, indien hij afwezig is of zich bij het dopingteststation te laat aanmeldt op de plaats en het uur vermeld bij de verwittiging, wordt dit door de controlearts opgenomen in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, bedoeld in artikel 16, § 3, van het decreet en kan dit leiden tot de toepassing van de in het vijfde lid, 1°, bedoelde gevolgen. § 4. De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, verwittigd werd, blijft onder het rechtstreekse toezicht van de controlearts of, in voorkomend geval, van de daartoe aangewezen chaperons, vanaf de kennisgeving bedoeld in § 3, derde tot vijfde lid, tot de ondertekening van het proces-verbaal van de dopingtestprocedure door de sporter, overeenkomstig artikel 26, § 4, eerste lid.

Elk incident dat het goede verloop van de dopingtest in het gedrang kan brengen en dat door de controlearts wordt vastgesteld, wordt door hem in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure opgenomen.

Bij toepassing van het vorige lid vermeldt de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure of hij van mening is dat de dopingtest kan worden behouden en, in voorkomend geval, voert hij die uit.

Bij toepassing van het vorige lid, indien de dopingtest niet kan worden behouden en indien het in het tweede lid bedoelde incident aan de sporter te wijten is, kunnen de in § 3, vijfde lid, 1°, bedoelde gevolgen op hem worden toegepast. § 5. Elke sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, werd verwittigd, meldt zich voor de monsterneming aan op de plaats en het uur vermeld op het dopingcontroleformulier.

De controlearts verifieert, eventueel met de hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, de identiteit van de sporter en, in voorkomend geval, van de persoon die hem begeleidt, door middel van een officieel document.

Onverminderd de toepassing van § 4, tweede tot vierde lid, indien de sporter zich niet bij de controle aanmeldt op het uur dat in het oproepingsformulier wordt vermeld of indien hij de dopingtestprocredure afbreekt, wordt die procedure desalniettemin voor zover mogelijk buiten de termijn toegepast. § 6. De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, is verwittigd, kan aan de controlearts vragen dat de dopingtestprocedure in aanwezigheid van een persoon van zijn keuze wordt uitgevoerd, voor zover het normale verloop van de monstername daardoor niet in het gedrang komt.

Indien de controlearts dit verzoek niet inwilligt, vermeldt hij bij toepassing van het vorige lid de redenen voor de weigering in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure.

De sporter met een handicap die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, verwittigd is, kan vragen dat de dopingtestprocedure wordt uitgevoerd in aanwezigheid en eventueel met de hulp van een persoon van zijn keuze.

Bij toepassing van het vorige lid willigt de controlearts de aanvraag automatisch in.

De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, is verwittigd en die minderjarig of rechtsonbekwaam is, wordt bij de dopingtestprocedure begeleid door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door een door één van hen daartoe behoorlijk gemachtigde persoon.

Onverminderd de vorige leden laat de controlearts de dopingtestruimte of het vertrek waarin de dopingtest wordt uitgevoerd alleen betreden door de volgende personen : 1° de gecontroleerde sporter;2° de persoon die overeenkomstig het eerste of het derde lid door de gecontroleerde sporter is gekozen;3° een wettige vertegenwoordiger of een door hem daartoe behoorlijk gemachtigde persoon, indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is;4° de eventueel aangewezen chaperon/chaperons, voor zover die van hetzelfde geslacht als de gecontroleerde sporter is/zijn;5° een arts die is afgevaardigd door de nationale of internationale sportorganisatie waarvan de gecontroleerde sporter lid is. § 7. Onverminderd de naleving van § 4, eerste lid, kan de controlearts, uitsluitend om één van de uitzonderlijke redenen vermeld in § 3, vijfde lid, 6°, respectievelijk bij dopingtests binnen wedstrijdverband en dopingtests buiten wedstrijdverband, de sporter toestemming geven om het dopingcontrolestation te verlaten.

Bij toepassing van het vorige lid vermeldt de controlearts, in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, het uur waarop de sporter het dopingcontrolestation verlaat en het uur waarop hij daar terug is, alsook de uitzonderlijke reden waarom hij hem toestemming gegeven heeft het dopingcontrolestation te verlaten.

Bij toepassing van het eerste lid mag de sporter niet plassen voordat hij terug in het dopingcontrolestation is. § 8. Indien een dopingtest die overeenkomstig artikel 24, § 2, gepland was en in het opdrachtenblad vastgelegd was, om één of andere reden niet kon plaatsvinden, vermeldt de controlearts dit in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, met vermelding van de reden(en) daarvoor.

Bij toepassing van het vorige lid zendt de controlearts het proces-verbaal van de dopingtestprocedure aan de NADO-DG en dit uiterlijk op de eerste werkdag na de dag waarop de dopingtest gepland was.

Nadat de NADO-DG het proces-verbaal van de dopingtestprocedure ontvangen heeft, zendt ze zo snel mogelijk een afschrift daarvan aan de betrokken sporter en aan de nationale en/of internationale sportorganisatie waarvan hij lid is.

De sporter heeft vijftien dagen de tijd om zijn argumenten aan te voeren en eventueel te vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.

Bij ontstentenis van uitleg of als de argumenten van de sporter als onvoldoende of niet overtuigend worden beschouwd, kunnen de gevolgen bedoeld in § 3, vijfde lid, 1°, op hem worden toegepast.

Art. 26.§ 1. Na de verwittiging bedoeld in artikel 25, § 3, derde tot vijfde lid, maar vóór de afname van het urine- of bloedmonster, voert de controlearts een gesprek met de gecontroleerde sporter, in het bijzonder over de acute of chronische aandoeningen en over alle momenteel gebruikte geneesmiddelen, medische hulpmiddelen of bijzondere voeding, die al dan niet aan een medisch voorschrift onderworpen zijn.

De opgave van de geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en bijzondere voeding die de sporter tot 7 dagen vóór de dopingtest heeft gebruikt, wordt door de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure genoteerd.

Na het gesprek bedoeld in het eerste lid, maar vóór elke afname van een urine- of bloedmonster, stelt de controlearts aan de gecontroleerde sporter voor zich te hydrateren, uitsluitend met mineraalwater, waarbij die hydratatie niet overdreven mag zijn.

Het mineraalwater bedoeld in het vorige lid wordt ter beschikking gesteld door de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training in de vorm van een beveiligde verpakking.

De dopingtestprocedure wordt zo uitgevoerd dat de persoonlijke levenssfeer, de waardigheid en het respect voor de privacy van de gecontroleerde sporter worden gewaarborgd en het intacte karakter, de veiligheid en de identiteit van de monsternemingen gewaarborgd worden.

Het controlematerieel wordt één enkele keer gebruikt en voor de monsternames wordt alleen de door de NADO-DG geleverde verpakkingen gebruikt. § 2. De dopingtestprocedure en het verloop ervan worden door de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vastgelegd; dat proces-verbaal wordt gevoegd bij het dopingcontroleformulier bedoeld in artikel 25, § 3, derde lid, waarvan het model wordt vastgesteld door de NADO-DG, in overeenstemming met de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.

Naast de inlichtingen bepaald in artikel 16, § 3, van het decreet en onverminderd het vorige lid bevat het proces-verbaal van de dopingtestprocedure ook : 1° de naam en voornaam van de controlearts;2° in voorkomend geval, de naam en voornaam van de aangewezen chaperon/chaperons die bij de dopingtest aanwezig is/zijn;3° in voorkomend geval, de naam en voornaam, alsook de contactgegevens van de trainer en/of de arts van de sporter;4° de geboortedatum en de contactgegevens van de sporter;5° het geslacht van de sporter;6° in voorkomend geval, de vermelding van de geneesmiddelen en voedingssupplementen die de sporter in de loop van de laatste zeven dagen heeft genomen en de vermelding van de transfusies die hij in de loop van de laatste drie maanden heeft gekregen;7° het codenummer van het overeenstemmende afgenomen monster;8° het type van de afgenomen urine- of bloedmonsters, in voorkomend geval met vermelding - in het tweede geval - van de monsters die werden afgenomen voor analyse- en controledoeleinden in het kader van het biologisch paspoort van de sporter;9° het uur van aankomst van de sporter bij het dopingcontrolestation, alsook het uur waarop de dopingtest werd beëindigd, overeenkomstig § 4, eerste lid;10° alle vaststellingen die de controlearts gedurende de dopingtestprocedure heeft gedaan, alsook elk eventueel incident, overeenkomstig artikel 25, § 4, tweede lid. § 3. De controlearts, eventueel met assistentie van één of meer chaperons die hem begeleiden, neemt alle geschikte maatregelen om de vervalsing of poging tot vervalsing van de elementen van de dopingtestprocedure, in de zin van artikel 8, 5°, van het decreet, te vermijden.

Die maatregelen worden in voorkomend geval vermeld in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, overeenkomstig § 2, tweede lid, en artikel 25, § 4, tweede lid.

Het is de gecontroleerde sporter, alsook iedereen die door de controlearts overeenkomstig artikel 25, § 6, wordt toegelaten aanwezig te zijn in de dopingtestruimte of in het vertrek waar de dopingtest wordt uitgevoerd, verboden het verloop van de dopingtestprocedure te filmen, te fotograferen of op ongeacht welke drager op te nemen.

De niet-naleving van het vorige lid wordt door de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vastgesteld overeenkomstig § 2, tweede lid, en artikel 25, § 4, tweede lid.

De toepassing van het vorige lid kan aanleiding geven tot de vaststelling van een vervalsing of de poging tot een vervalsing van een element van de dopingtest, in de zin van artikel 8, 5°, van het decreet. § 4. Nadat de dopingtest is uitgevoerd, wordt het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, onverminderd de eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 14°, of artikel 28, eerste lid, 12°, ondertekend door de betrokken sporter, door de controlearts en in voorkomend geval door de aanwezige chaperon(s), alsook door elke persoon die bij de dopingtest aanwezig was, met inachtneming van artikel 25, § 6.

Het proces-verbaal van de dopingtestprocedure wordt opgemaakt in vier exemplaren, waarbij één exemplaar bestemd is voor de sporter, één voor het laboratorium, één voor de sportorganisatie waarvan de sporter lid is en één voor de NADO-DG. Indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is, worden de vier exemplaren van het proces-verbaal ondertekend door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door één door één van hen behoorlijk gemachtigde persoon, onverminderd de eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 14°, of artikel 28, eerste lid, 13°.

Het exemplaar dat voor het laboratorium bestemd is, bevat geen gegeven waarmee de gecontroleerde sporter zou kunnen worden geïdentificeerd.

Het exemplaar dat voor de sportorganisatie bestemd is, bevat geen vermelding van de geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en bijzondere voeding van de sporter, noch een eventuele aanwijzingen omtrent bloedtransfusies.

Indien de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is zijn wettige vertegenwoordiger of een andere persoon die door zijn wettige vertegenwoordiger behoorlijk gemachtigd is, het proces-verbaal van de dopingtestprocedure weigert te ondertekenen, wordt tegen de sporter een procedure voor de vaststelling van een overtreding van de antidopingregel bedoeld in artikel 8, 5°, van het decreet ingesteld.

In het model van het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, dat door de NADO-DG wordt vastgelegd, wordt - ter informatie van de sporter - gedetailleerd vermeld hoe zijn persoonsgegevens verwerkt worden. Afdeling 6. - Monsterneming

Art. 27.§ 1. Behalve bij toepassing van de §§ 2 en 3 verloopt de dopingtestprocedure door middel van de afname van urinemonsters op de volgende wijze en in de volgende volgorde : 1° de sporter kiest uit een groep een opvangbeker, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is, en vult hem met een hoeveelheid die voor de analyse vereist is, onder het visuele toezicht van de controlearts of een chaperon, voor zover deze laatste van hetzelfde geslacht als de sporter is;2° indien de hoeveelheid urine die door de sporter wordt afgeleverd, voldoende is, kiest de sporter een analysekit uit een groep verzegelde kitten, bestaande uit twee flesjes met hetzelfde codenummer, gevolgd door de letter A bij het eerste flesje voor het voornaamste monster en de letter B bij het tweede flesje voor het reservemonster voor de eventuele contra-expertise;3° indien de stappen bedoeld in 1° en 2° werden toegepast en na de toepassing van die stappen, ontzegelt de sporter de gekozen kit, opent die en kijkt na of de flesjes leeg en proper zijn en giet de minimumhoeveelheid urine die voor de analyse vereist is in het flesje B, dit is minstens 30 ml, en de rest van de urine in het flesje A, met een minimumhoeveelheid van 60 ml;4° de sporter behoudt enkele urinedruppels (overblijvend volume) voor de opvangbeker;5° vervolgens verzegelt de sporter het A-flesje en het B-flesje volgens de richtlijnen van de controlearts die, voor de ogen van de sporter, nakijkt of de monsters correct verzegeld zijn;6° de controlearts meet de soortelijke dichtheid van de urine die in de opvangbeker overblijft door middel van colorimetrische teststrips, met inachtneming van de aangegeven termijn waarbinnen de strips moeten worden afgelezen;7° indien uit het lezen blijkt dat het monster niet de soortelijke dichtheid heeft die voor de analyse noodzakelijk is, kan de controlearts een nieuwe urinemonsterneming eisen met inachtneming van de procedure bedoeld in 1° tot 5°;8° in het in 7° bedoelde geval worden de twee monsters naar het laboratorium gezonden voor een vergelijkende analyse en merkt de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure op dat de monsterneming moet worden geanalyseerd in overeenstemming met het tweede monster, waarvan hij alleen het codenummer vermeldt;9° na toepassing van de stappen bedoeld in 1° tot 6° of, in voorkomend geval, in 1° tot 8°, kijkt de controlearts na of het codenummer op de flesjes A en B en het codenummer op de verzendingstas dezelfde zijn;10° de controlearts schrijft het in 9° bedoelde codenummer op het proces-verbaal van de dopingtestprocedure;11° de sporter controleert of het codenummer op het proces-verbaal de dopingtestprocedure overeenstemt met het codenummer op de flesjes A en B en met het codenummer op de verzendingstas;12° de sporter doet, onder toezicht van de controlearts, de beide flesjes A en B in de verzendingstas en verzegelt deze;13° de controlearts giet, voor de ogen van de sporter, de overblijvende urine, die niet voor de laboratoriumanalyse bestemd is, weg;14° de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, zijn wettige vertegenwoordiger of een andere door zijn wettige vertegenwoordiger behoorlijk gemachtigde persoon bevestigen, door het proces-verbaal van de dopingtestprocedure te ondertekenen, dat de procedure verlopen is overeenkomstig deze paragraaf, onder voorbehoud van, in voorkomend geval, elke onregelmatigheid of opmerking die de sporter of de andere persoon die eventueel bij de dopingtest aanwezig was met inachtneming van artikel 25, § 6, wenst te doen kennen en die dan in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vermeld worden. § 2. Indien geen urine werd afgeleverd of de in § 1, 1°, voorgeschreven hoeveelheid urine niet bereikt werd, blijft de sporter onder het visuele toezicht van de controlearts of, in voorkomend geval, van de chaperon, totdat de voorgeschreven hoeveelheid bereikt is, volgens de procedure bedoeld in § 3.

In het in het vorige lid bedoelde geval wordt mineraalwater onder beveiligde verpakking ter beschikking gesteld van de sporter door de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training. § 3. Indien de sporter een onvoldoende hoeveelheid urine aflevert, wordt de procedure voor de gedeeltelijke monsterneming gebruikt, in de volgende volgorde : 1° de sporter kiest uit een groep van verzegelde kitten een analysekit, opent die en kijkt na of de daarin vervatte flesjes A en B leeg en proper zijn;2° de sporter giet in het A-flesje de urine die zich in de opvangbeker bevindt, onder het visuele toezicht van de controlearts en, in voorkomend geval, in aanwezigheid van een chaperon, voor zover deze laatste van hetzelfde geslacht als de sporter is;3° de sporter kiest uit een groep van verzegelde kitten een kit voor gedeeltelijke monsterneming;hij opent die en sluit het A-flesje met behulp van een afsluitdop die zich in de gekozen kit voor gedeeltelijke monsterneming bevindt; 4° de sporter kijkt na of er geen lekken zijn;5° de sporter plaatst het A-flesje weer in de analysekit, sluit deze en plaatst de aldus gesloten kit in het daartoe bepaalde zakje voor de procedure van de gedeeltelijke monsterneming;6° de sporter maakt de zelfklevende beschermingsstrip van het zakje los en verzegelt dit;7° de controlearts kijkt na of de codenummers die vermeld staan op de verwijderbare beschermingsstrip en op het zakje dezelfde zijn;8° de controlearts noteert hetzelfde codenummer als het nummer bedoeld in 7° op het proces-verbaal van de dopingtestprocedure en noteert op dat proces-verbaal zijn initialen en die van de gecontroleerde sporter;9° de controlearts bewaart de tas voor de gedeeltelijke monsterneming totdat de sporter opnieuw kan plassen;10° wanneer de sporter in staat is een ander monster te produceren, wordt de in § 1 beschreven procedure voor de monsterneming herhaald totdat de hoeveelheid urine bereikt is, door het oorspronkelijke monster en de bijkomende monsters te mengen;11° zodra de controlearts van mening is dat de eisen inzake de hoeveelheid urine die voor de analyse vereist is, vervuld zijn, kijkt de sporter onder toezicht van de controlearts na of de tas intact is en of het nummer dat op het proces-verbaal van de dopingtestprocedure staat overeenstemt met het nummer dat op zijn verwijderbare beschermingsstrip en op het zakje staat;12° de sporter opent het verzegelde zakje alsook het A-flesje, voorzien van zijn voorlopige afsluitdop;13° onder toezicht van de controlearts giet de sporter de urine die zich in het A-flesje bevindt en de urine die zich in het tweede monster bevindt in een opvangbeker om beide opgevangen monsters te mengen;14° indien de aldus bekomen hoeveelheid urine nog altijd minder dan 90 ml bedraagt, wordt de procedure beschreven in 1° tot 13° herhaald tot de voorgeschreven hoeveelheid urine, namelijk 90 ml, bereikt is;15° indien de voorgeschreven hoeveelheid urine, namelijk 90 ml, bereikt is, dan is de procedure beschreven in § 1, 2° tot 14°, van toepassing.

Art. 28.De dopingtestprocedure door middel van de afname van bloedmonsters verloopt op de volgende wijze en in de volgende volgorde : 1° de sporter kiest uit een groep een bloedafnameset, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is;2° de sporter verifieert of het codenummer op de proefbuisjes hetzelfde is;3° de controlearts zorgt ervoor dat de sporter zich in comfortabele omstandigheden bevindt en vraagt hem gedurende minstens 10 minuten vóór de afname in een normale houding, met beide voeten op de grond, te blijven zitten;4° de controlearts ontsmet de huid van de sporter met steriele ontsmettende watten of gaas op een plaats die geen negatieve gevolgen kan hebben voor de sporter of zijn sportprestaties en legt hem, zo nodig, een knelband aan;5° de controlearts vangt het bloedmonster vanuit een oppervlakkige ader op in het afnamebuisje;6° de afgenomen hoeveelheid bloed moet voldoende zijn om te beantwoorden aan de eisen inzake analyse van het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium;7° indien de opgevangen hoeveelheid bloed van de sporter niet voldoende is, zoals bepaald in 5°, voert de controlearts de procedure opnieuw uit, maar niet meer dan drie keer;8° indien de controlearts de voldoende hoeveelheid bloed bepaald in 6°, na het maximale aantal pogingen bepaald in 7°, niet kan bereiken, onderbreekt hij het afnemen van de bloedmonsters en vermeldt hij dit in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure;9° na de stappen bedoeld in 1° tot 6° of, in voorkomend geval, bedoeld in 1° tot 7° of tot 8°, legt de controlearts een verband aan op de punctieplaats;10° de controlearts werpt de uitrusting voor de bloedafname die niet noodzakelijk is om de procedure voor de bloedafname te beëindigen, op een geschikte wijze weg;11° de sporter verzegelt zijn monsters in de bloedafnameset volgens de richtlijnen van de controlearts die, voor de ogen van de sporter, nakijkt of de monsters correct verzegeld zijn;12° voordat de monsters naar het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium worden gestuurd, worden ze, in het bijzonder voor het vervoer, in een bewaringssysteem geplaatst dat de bloedmonsters op een lage temperatuur kan houden zonder dat ze bevriezen;13° de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, zijn wettige vertegenwoordiger of een andere door zijn wettige vertegenwoordiger behoorlijk gemachtigde persoon bevestigen, door het proces-verbaal van de dopingtestprocedure te ondertekenen, dat de procedure verlopen is overeenkomstig dit artikel, onder voorbehoud van, in voorkomend geval, elke onregelmatigheid of opmerking die de sporter of de andere persoon die eventueel met inachtneming van artikel 25, § 6, bij de dopingtest aanwezig was, wenst te uiten en die dan in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vermeld worden.

Art. 29.§ 1. De dopingtestprocedure uitgevoerd door middel van het biologisch paspoort van de sporter, overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, en artikel 17 van het decreet, geschiedt met bloedmonsters die worden afgenomen volgens de procedure bedoeld in artikel 28.

Bij toepassing van het vorige lid deelt de controlearts de sporter vóór de afname mee dat zijn bloedmonsters in het kader van het biologisch paspoort van de sporter zullen worden geanalyseerd en gecontroleerd.

Onverminderd de toepassing van het eerste lid zorgt de controlearts er bovendien voor dat het bloedmonster niet minder dan twee uur na het einde van de training, de wedstrijd of het evenement wordt afgenomen.

Bij toepassing van dit artikel vermeldt de controlearts na de bloedafname in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure dat de bloedmonsters afgenomen werden voor analyse- en controledoeleinden in het kader van het biologisch paspoort van de sporter. § 2. De procedureregels bedoeld in artikel 17, vierde lid, van het decreet zijn, voor het opstellen, het beheren en het opvolgen van het biologisch paspoort, de volgende : 1° het biologisch paspoort kan alleen met inachtneming van de voorwaarden bepaald in artikel 17 van het decreet opgesteld en/of beheerd en/of gebruikt worden door de NADO-DG;2° het biologisch paspoort kan alleen voor ten minste één van de doelstellingen gesteld in artikel 16, § 1, tweede lid, of artikel 17, derde lid, van het decreet opgesteld en/of beheerd en/of gebruikt worden door de NADO-DG;3° onverminderd 1° en 2° bepaalt elke overeenkomst, die met toepassing van artikel 17, tweede lid, van het decreet wordt gesloten, de antidopingorganisatie die verantwoordelijk is voor het betrokken biologisch paspoort, de nadere regels voor het beheer en het gebruik ervan, alsook de verdeling van de kosten betreffende het beheer en het gebruik ervan;4° als de NADO-DG een biologisch paspoort opstelt, deelt ze aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau, via een aangetekende brief en via e-mail, minstens de volgende gegevens mee : a) het opstellen van een biologisch paspoort voor die elitesporter;b) de doeleinden waarvoor de gegevens betreffende het biologisch paspoort kunnen worden gebruikt, alsook de maximale bewaartermijn voor die gegevens, overeenkomstig bijlage A van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens;c) de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het beheer en het opvolgen van het biologisch paspoort;d) de mogelijkheid, voor de betrokken elitesporter van nationaal niveau, om binnen 15 dagen na kennisgeving de opstelling van een op hem toepasbaar biologisch paspoort aan te vechten en in voorkomend geval te vragen om te worden gehoord door de NADO-DG, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts van zijn keuze;5° bij toepassing van 4°, d), deelt de NADO-DG haar beslissing mee aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau : a) na ontvangst van zijn betwisting en nadat hij werd gehoord;b) na overleg met de betrokken sportorganisatie en, in voorkomend geval, met het WADA. § 3. Voor de toepassing van artikel 17, vijfde lid, van het decreet kan de Minister een eenheid voor het beheer van het biologisch paspoort van de sporter aanwijzen die de NADO-DG helpt bij het opstellen, beheren en opvolgen van het biologisch paspoort van de sporter. § 4. Voor de uitvoering van dit artikel kan de Minister verantwoordelijken van een andere Belgische NADO met bepaalde taken belasten.

Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt.

Art. 30.De dopingtestprocedure door middel van het afnemen van monsters van andere lichamelijke vloeistoffen of van de bevoorrading van de sporter wordt, mutatis mutandis, uitgevoerd volgens dezelfde stappen als deze bedoeld in de dopingtestprocedure door middel van het afnemen van urinemonsters, zoals bedoeld in artikel 27, onverminderd de naleving van de volgende regels : 1° de monsters worden in geschikte en verzegelde verpakkingen geplaatst; 2° er kunnen monsters genomen worden voor eventuele bijkomende en toekomstige analysen, overeenkomstig artikel 6.2 en 6.5 van de Code; 3° de verpakking wordt in aanwezigheid van de betrokken sporter verzegeld;4° op elke verpakking wordt een aan de sporter meegedeeld codenummer genoteerd;dat nummer wordt vermeld in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure.

Art. 31.Indien bij de dopingtest twijfel ontstaat omtrent de afkomst, de authenticiteit of het intacte karakter van een monster, wordt een nieuw monster afgenomen.

De weigering van de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, van zijn wettige vertegenwoordiger of van de door deze behoorlijk gemachtigde persoon, om zich aan een nieuwe monsterafneming te onderwerpen, wordt met weigering van de monsterneming gelijkgesteld en heeft de eventuele vaststelling van een overtreding van de antidopingregel bedoeld in artikel 8, 3°, van het decreet tot gevolg. Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG

Art. 32.Met inachtneming en in het kader van de toepassing van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG, bedoeld in artikel 10 van het decreet, zijn de volgende bijkomende nadere regels van toepassing : 1° het instellen van een onderzoeksprocedure heeft tot doel ofwel een potentiële schending van de antidopingregels of een potentiële deelneming aan de schending van de antidopingregels uit te sluiten, ofwel bewijzen te verzamelen om een procedure in te leiden wegens de schending van de antidopingregels, overeenkomstig artikel 50 of 51;2° het instellen van de onderzoeksprocedure bedoeld in artikel 10, vierde lid, a), van het decreet wegens één of meer overtredingen van de antidopingregels bedoeld in artikel 8 van het decreet is gebaseerd op betrouwbare en zich overlappende inlichtingen die door de NADO-DG zijn geverifieerd;3° de beschikbare bronnen bedoeld in artikel 10, vierde lid, a), van het decreet zijn in het bijzonder : de sporters, de begeleiders van de sporters, de controleartsen, de chaperons, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratoria, de sportorganisaties, andere antidopingorganisaties, de media, andere overheidsinstanties, het WADA; 4° overeenkomstig artikel 12.3.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken worden de onderzoeken fair, onpartijdig en met inachtneming van het materiaal à charge en à décharge gevoerd; 5° overeenkomstig artikel 12.3.4 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en onverminderd 1° tot 4° gebruikt de NADO-DG bij het voeren van haar onderzoek alle beschikbare nuttige inlichtingen, in het bijzonder deze die uit de ADAMS-databank komen; 6° de NADO-DG moet een schriftelijk verslag opmaken over de evaluatie van de inlichtingen en bewijzen die tijdens de onderzoeken worden verzameld, de verbanden en de onderzoeksresultaten;7° alle inlichtingen worden op vertrouwelijke wijze ingewonnen en verwerkt door de medewerkers van de NADO-DG die de onderzoeksbevoegdheid uitoefenen;8° met inachtneming van 1° tot 7° werkt de NADO-DG bij voorrang met het WADA en de andere antidopingorganisaties samen; 9° voor de toepassing van artikel 10, vierde lid, b), van het decreet en overeenkomstig artikel 12.2.2 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken bezorgt de NADO-DG aan het WADA, op diens verzoek, aanvullende inlichtingen over de omstandigheden waarin afwijkende analyseresultaten, atypische analyseresultaten of afwijkende paspoortresultaten werden verkregen; 10° voor de toepassing van artikel 10, vierde lid, c), van het decreet en overeenkomstig artikel 12.1.1, b), van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken leidt de NADO-DG een onderzoek in en onderzoekt vertrouwelijk alle analytische of niet-analytische inlichtingen wanneer er gegronde redenen zijn om een overtreding van de antidopingregels te vermoeden; 11° voor de toepassing van artikel 10, vierde lid, c), van het decreet leidt de NADO-DG automatisch een onderzoek in, wanneer in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure overeenkomstig artikel 26, § 2, eerste lid, vermeld wordt dat een sporter een monsterafname ontweken, geweigerd of gemist heeft, geweigerd heeft het proces-verbaal of een deel van het dopingcontroleformulier betreffende de kennisgeving van de dopingtest te ondertekenen of op enigerlei wijze het goede verloop van de individuele dopingtestprocedure heeft belemmerd; 12° bij toepassing van 10° of 11°, overeenkomstig artikel 12.3.2 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, brengt de NADO-DG het WADA op de hoogte dat ze een onderzoek heeft ingesteld en houdt ze het WADA op verzoek verder op de hoogte; 13° bij toepassing van artikel 10, vierde lid, b), tot d), van het decreet stelt de NADO-DG de betrokken sporter, zijn wettige vertegenwoordiger wanneer de sporter minderjarig is of de begeleider van de betrokken sporter per aangetekende brief ervan in kennis dat een onderzoek tegen hem is ingesteld;14° de kennisgeving bedoeld in 13° bevat : a) een beknopte beschrijving van de feiten die in aanmerking zijn genomen om een onderzoek in te stellen;b) de vermelding van de grondslag van het besluit en van de procedure die van toepassing is op het instellen van een onderzoek;c) de vermelding van de aangevoerde overtreding van de antidopingregel;d) de verplichting ter beschikking te staan van de NADO-DG met het oog op een eventuele oproeping voor een hoorzitting, met de mogelijkheid om zich op die hoorzitting te laten bijstaan of te laten vertegenwoordigen door een raadsman en/of een arts; e) overeenkomstig artikel 12.3.5 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken de vermelding dat het niet-meewerken aan het goede verloop van het onderzoek de NADO-DG ertoe kan bewegen om een procedure wegens overtreding van de antidopingregel bedoeld in artikel 8, 5°, van het decreet in te stellen; 15° binnen een termijn van 3 maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving bedoeld in 14°, stelt de NADO-DG de betrokken sporter, zijn wettige vertegenwoordiger wanneer de sporter minderjarig is, of de begeleider van de sporter per aangetekende brief in kennis van de conclusies van haar onderzoek en van haar beslissing om het dossier af te sluiten of over te zenden aan de bevoegde sportorganisatie en/of aan het parket, voor de toepassing van artikel 24 en/of artikel 28 van het decreet; 16° overeenkomstig artikel 12.4.3, a) en b), van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken stelt de NADO-DG het WADA en de betrokken internationale sportorganisatie per e-mail in kennis van elke met toepassing van 15° genomen beslissing om het dossier af te sluiten, teneinde hen de mogelijkheid te geven in voorkomend geval beroep in te stellen tegen die beslissing; 17° indien de NADO-DG haar beslissing niet ter kennis heeft gebracht binnen de termijn vermeld in 15°, wordt het dossier geacht te zijn afgesloten op grond van een beslissing houdende vaststelling dat geen overtreding van de antidopingregels werd vastgesteld; 18° bij toepassing van 17° en overeenkomstig artikel 12.4.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan het WADA bij de TAS beroep instellen tegen die beslissing houdende vaststelling dat geen overtreding van de antidopingregels werd vastgesteld; 19° de overzending van een onderzoeksdossier door de NADO-DG aan een sportorganisatie, voor de toepassing van artikel 24 van het decreet : a) gaat gepaard met een voorafgaande oproeping van de sporter of van de betrokken begeleider van de sporter om te worden gehoord, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts van zijn keuze en b) is gebaseerd op een schriftelijk stuk, gestaafd met bewijsmiddelen die door de Code en in het Belgisch recht algemeen aanvaard zijn;en c) wordt in rechte en in feite gemotiveerd;20° als de NADO-DG een zaak met het oog op politiehandelingen aanhangig maakt bij de politie, baseert ze zich op betrouwbare, zich overlappende en door de NADO-DG geverifieerde inlichtingen;21° de overzending van een onderzoeksdossier door de NADO-DG aan het parket, met het oog op het eventuele openen van een strafdossier tegen de sporter of een begeleider van de sporter voor de toepassing van artikel 28 van het decreet : a) gaat gepaard met een voorafgaande oproeping van de sporter of van de betrokken begeleider van de sporter om te worden gehoord, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts van zijn keuze en b) is gebaseerd op een schriftelijk stuk, gestaafd met bewijsmiddelen die door de Code en in het Belgisch recht algemeen aanvaard zijn;en c) wordt in rechte en in feite gemotiveerd;22° onverminderd 20° en 21° kunnen de betrekkingen tussen de NADO-DG en de politie en/of justitie in een samenwerkingsprotocol worden geregeld;23° de oproepingen bedoeld in 19°, a), en 21°, a), worden minstens vijftien dagen vóór de hoorzitting aan de sporter of aan de betrokken begeleider van de sporter gericht, met vermelding van : a) het doel ervan en het feit dat een onderzoek tegen de sporter of de betrokken begeleider van de sporter wordt ingesteld;b) een samenvatting van de feiten die de sporter of de betrokken begeleider van de sporter ten laste worden gelegd;c) de aangevoerde overtreding(en) van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet;d) in voorkomend geval, de aangevoerde overtreding(en) van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet;e) de datum van de hoorzitting;f) het recht te worden bijgestaan of te worden vertegenwoordigd door een raadsman en/of een arts die door de sporter of door de betrokken begeleider van de sporter wordt gekozen;g) het feit dat het dossier, als de opgeroepen persoon niet verschijnt, automatisch wordt overgezonden aan, naargelang van het geval, de betrokken sportorganisatie en/of het parket;24° de sporter of de betrokken begeleider van de sporter krijgt van de NADO-DG, na de hoorzitting bedoeld in 19°, a) of 21°, a), of, zo niet, na de dag waarop die hoorzitting was gepland, een kennisgeving met, naargelang van het geval, vermelding van : a) in geval van hoorzitting, de afsluiting van het onderzoeksdossier of de overzending ervan, naargelang van het geval, aan de betrokken sportorganisatie en/of aan het parket, met vermelding van de aangevoerde overtreding(en) van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet en, in voorkomend geval, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet;b) indien de opgeroepen persoon niet verschijnt, de overzending van het onderzoeksdossier, naargelang van het geval, aan de betrokken sportorganisatie en/of aan het parket, met vermelding van de aangevoerde overtreding(en) van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet en, in voorkomend geval, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet. Afdeling 8. - Gevolgen van verboden samenwerking

Art. 33.Met inachtneming en in het kader van de toepassing van artikel 8, 10°, van het decreet zijn de nadere regels voor de mededeling de volgende : 1° de mededelingen bedoeld in artikel 8, 10°, tweede lid, van het decreet bevatten de volgende gegevens : a) de identificatie van de betrokken persoon;b) de overtredingen van de antidopingregels die hem ten laste worden gelegd;c) de datum van de veroordeling of de schorsing en eventuele inlichtingen daarover; de vermelding van de duur van de schorsing of veroordeling; e) de mogelijkheid om de vaststelling van een verboden samenwerking te betwisten, binnen de vijftien dagen volgend op de mededeling, en in voorkomend geval, te worden gehoord door de NADO-DG, eventueel in aanwezigheid van een raadsman;f) de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking voor de sporter;2° naast de gegevens bedoeld in 1° vermeldt de mededeling bedoeld in artikel 8, 10°, tweede lid, ook de mogelijkheid, voor de sporter, om te bewijzen dat de betwiste samenwerking niet professioneel of sportgerelateerd is, zodat de verboden samenwerking niet kan worden vastgesteld tegen hem;3° na de eventueel gevraagde hoorzitting of na het verstrijken van de termijn bedoeld in 1°, e), krijgt de sporter of de andere persoon en de betrokken begeleider van de sporter van de NADO-DG een mededeling met, naargelang van het geval, vermelding van : a) de afsluiting van het dossier, op grond van de aangevoerde en aanvaarde verweermiddelen;b) de overzending van het dossier aan de betrokken sportorganisatie voor de toepassing van artikel 24 van het decreet;c) de eventuele overzending van het dossier aan het parket, voor de toepassing van artikel 28 van het decreet;4° voor de toepassing van artikel 8, 10°, vijfde lid, van het decreet licht de NADO-DG het WADA en de betrokken sportorganisatie per e-mail in over : a) de gevoerde procedure en de verrichte mededelingen;b) de identiteit van de sporter en van de andere persoon, alsook van de betrokken begeleider van de sporter;c) de datum van de veroordeling of de schorsing en eventuele inlichtingen daarover;d) de vermelding van de duur van de veroordeling;e) de eventuele antwoorden op die mededelingen;f) haar beslissing om het dossier af te sluiten of voor de toepassing van artikel 24 van het decreet over te zenden aan de betrokken sportorganisatie. Afdeling 9. - Analyse van monsters

Art. 34.§ 1. Nadat de dopingtest is uitgevoerd, bewaart de controlearts de verzegelde monsters, naargelang van het geval, overeenkomstig de artikelen 27, 28, 29 of 30 tot ze aan het bevoegde laboratorium worden toegezonden.

Vóór de toezending van de monsters, zoals bedoeld in het eerste lid, vergewist de controlearts zich ervan dat de verpakking in goede staat is, in het bijzonder voor het vervoer en bewaring van de monsters, om te vermijden dat ze beschadigd zouden kunnen worden.

Onverminderd het vorige lid kan de NADO-DG, bij twijfel over het intacte karakter, de identificatie of de authenticiteit van één of meer monsters, beslissen het of de betrokken monster(s) ongeldig te verklaren voordat de monsters voor analyse worden toegezonden aan het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium.

In het geval bedoeld in het vorige lid, voor zover de identiteit van de sporter bij wie het monster werd afgenomen met zekerheid kan worden vastgesteld aan de hand van het of de betrokken ongeldig verklaarde monster(s), wordt die sporter door de NADO-DG per brief of per e-mail over de ongeldigverklaring geïnformeerd. § 2. De controlearts bezorgt de verzegelde urinemonsters of, in voorkomend geval, de monsters van andere lichamelijke vloeistoffen of van de bevoorrading van de sporter, tegen ontvangstbewijs en uiterlijk 72 uur na de monsterneming, aan een door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd laboratorium.

De controlearts bezorgt de verzegelde bloedmonsters, tegen ontvangstbewijs en uiterlijk 12 uur na de monsterneming, aan een door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd laboratorium.

De controlearts bezorgt de verzegelde monsters die afgenomen worden in het kader van de dopingtestprocedure die wordt uitgevoerd in het kader van het biologisch paspoort van de sporter, tegen ontvangstbewijs en uiterlijk 36 uur na de monsterneming, aan een door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd laboratorium.

Het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium analyseert zo snel mogelijk het A-monster en neemt onmiddellijk alle maatregelen die nodig zijn voor de bewaring van het B-monster met het oog op een mogelijke latere analyse, alsook voor de mogelijke toepassing van artikel 22, § 1, vierde en vijfde lid.

Art. 35.§ 1. Het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium stuurt het analyseverslag bedoeld in artikel 19 van het decreet, binnen 15 werkdagen na ontvangst van het monster, per e-mail toe aan de NADO-DG. Binnen de NADO-DG mogen alleen verantwoordelijken die beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zijn, de verwerking van het verslag bedoeld in het eerste lid op zich nemen.

De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst tijdens de periodes waarin het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium gesloten is.

Wanneer de dopingtestprocedure plaatsgevonden heeft tijdens een wedstrijd of een internationaal evenement die door een internationale sportorganisatie zijn georganiseerd, deelt het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium ook alle afwijkende analyseresultaten aan de betrokken internationale sportorganisatie mee.

Het verslag bedoeld in het eerste lid bevat de volgende gegevens : 1° de datum en het uur van de ontvangst van de monsters;2° het codenummer van de monsters;3° een beknopte beschrijving van de staat waarin de monsters bezorgd werden;4° een beknopte beschrijving van het uiterlijke aspect en de staat van de verpakking en van de aangebrachte zegels;5° de vaststellingen in verband met het volume en de staat van het A-monster;6° de resultaten van de analyse en de conclusies;7° de plaats waar het B-monster wordt bewaard en de voorwaarden voor de bewaring van het B-monster. § 2. Het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium bewaart de afschriften van de verslagen en van de documentatie over elke analyse gedurende een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de opmaakdatum. § 3. Overeenkomstig artikel 22, § 1, vierde en vijfde lid, en voor de mogelijke toepassing van die bepaling, bewaart het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium de monsters gedurende de periode vermeld in bijlage A van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens. Afdeling 10. - Gevolgen van de analyse en mededeling van de resultaten

Art. 36.§ 1. Indien het analyseresultaat negatief is, stelt de NADO-DG de gecontroleerde sporter en zijn sportorganisatie daarvan schriftelijk in kennis binnen vijf werkdagen na ontvangst van het analyseverslag van het laboratorium overeenkomstig artikel 35, eerste lid.

In de mededeling bedoeld in het vorige lid wordt ook de mogelijke en toekomstige toepassing van artikel 22, § 1, vierde en vijfde lid, vermeld. § 2. Indien het analyseresultaat afwijkend is, behoudens het geval bedoeld in het derde lid, brengt de NADO-DG de gecontroleerde sporter en zijn sportorganisatie daarvan op de hoogte, per aangetekende brief en in voorkomend geval per e-mail binnen drie werkdagen na ontvangst van het analyseverslag van het laboratorium, bedoeld in artikel 35, eerste lid.

Naast de mededeling van het afwijkend analyseresultaat omvat de mededeling ook : 1° een verwijzing naar artikel 8, 1° en/of 2°, van het decreet, alsook in voorkomend geval, naar artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;2° de mogelijke gevolgen van de overtreding van artikel 8, 1° en 2°, van het decreet;3° het recht van de sporter om een afschrift te krijgen van het dossier van de individuele dopingtestprocedure met : a) de vermelding van de datum van de opening van het dossier;b) een inventaris van de stukken, met vermelding van de datum waarop ze bij het dossier zijn gevoegd;c) de identiteit en het adres van de sporter of van de begeleider van de sporter;d) een afschrift van het dopingcontroleformulier overeenkomstig artikel 25, § 3, derde lid;e) een afschrift van het dopingcontroleformulier overeenkomstig artikel 26, § 2, eerste lid;f) een afschrift van het analyseverslag van het laboratorium overeenkomstig artikel 35, eerste lid, in voorkomend geval met alle aanvullende informatie die bezorgd wordt door het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium;g) een afschrift van de aangetekende brief en, in voorkomend geval, van de e-mail waarin het afwijkend analyseresultaat aan de sporter meegedeeld wordt, overeenkomstig het eerste lid;h) in voorkomend geval, een afschrift van de aangetekende brief of de e-mail waarmee de sporter overeenkomstig artikel 37 de analyse van het B-monster gevraagd heeft;i) in voorkomend geval, een afschrift van elk ander stuk dat nuttig kan zijn voor de behandeling van het dossier;4° het recht van de sporter om een analyse van het B-monster te vragen overeenkomstig artikel 37;5° de datum die het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium voor de analyse van het B-monster heeft vastgelegd;6° overeenkomstig artikel 11, eerste lid, 4°, b), het recht van de amateur om een TTN op terugwerkende wijze en met terugwerkende kracht te vragen, in voorkomend geval, bij de verschijning of de vertegenwoordiging van de sporter bij de betrokken sportorganisatie, in het kader van de toepassing van de procedure bedoeld in artikel 24 van het decreet. Bij voorafgaande toepassing van artikel 11, eerste lid, 4°, b), begint de termijn van drie werkdagen bedoeld in het eerste lid te lopen, naargelang van het geval, ofwel vanaf de dag na het verstrijken van de termijn van 15 werkdagen, ofwel vanaf de dag na de negatieve beslissing van de TTN-commissie over de terugwerkende TTN-aanvraag. § 3. Indien een analyse de aanwezigheid van een verboden stof in het lichaam van de sporter aantoont waarvan de productie uitsluitend endogeen zou kunnen zijn, wordt het analyseverslag bedoeld in artikel 35, eerste lid, als atypisch in het analyseverslag bestempeld.

Bij toepassing van het eerste lid, overeenkomstig artikel 7.4 van de Code, controleert de NADO-DG : 1° of een TTN toegekend werd;2° of een duidelijke afwijking ten opzichte van de Internationale Standaard voor Laboratoria aanleiding heeft gegeven tot het atypisch resultaat. Bij toepassing van het tweede lid en bij een positief antwoord op één van de verificaties bedoeld in 1° of 2° informeert de NADO-DG de betrokken sporter hierover en concludeert dat het analyseresultaat negatief is overeenkomstig § 1.

Bij toepassing van het tweede lid en bij een negatief antwoord op de verificaties bedoeld in 1° en 2°, vraagt de NADO-DG aan het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium één of meer aanvullende analyses uit te voeren om de oorsprong te bepalen van de verboden stof die aanwezig is in het lichaam van de gecontroleerde sporter.

Onverminderd de toepassing van het tweede tot het vierde lid wordt een atypisch analyseresultaat slechts aan de gecontroleerde sporter meegedeeld indien : 1° het B-monster geanalyseerd moet worden.In dat geval kan de sporter, overeenkomstig artikel 37, vragen om aanwezig te mogen zijn of vertegenwoordigd te mogen worden bij de opening van het B-monster; 2° de NADO-DG, voordat het resultaat als negatief of afwijkend wordt beschouwd, ertoe verplicht is, overeenkomstig artikel 7.4.1, b), van de Code de lijst van de atypisch gecontroleerde sporters mee te delen.

Na de aanvullende analyse(s) bedoeld in het vijfde lid wordt het atypische analyseresultaat ofwel als negatief, ofwel als afwijkend beschouwd, als in het tweede geval wordt bewezen dat de verboden stof die aanwezig is in het lichaam van de sporter niet volledig endogeen is.

Bij toepassing van het vorige lid wordt de procedure, naargelang van het geval, voortgezet overeenkomstig § 1 of § 2. § 4. Wanneer de gecontroleerde sporter een elitesporter van nationaal niveau is en het analyseresultaat van het A-monster afwijkend is, zendt de NADO-DG de volgende gegevens per e-mail en via de ADAMS-databank naar de internationale sportorganisatie en naar het WADA of zorgt de NADO-DG voor die overzending overeenkomstig artikel 4 : 1° de naam en voornaam van de gecontroleerde sporter;2° de nationaliteit van de gecontroleerde sporter;3° de betrokken sport en de betrokken sportdiscipline;4° of de dopingtest binnen of buiten wedstrijdverband uitgevoerd werd;5° de datum van de monsterneming;6° het type urine- of bloedmonster met, in voorkomend geval, vermelding dat dit monster is afgenomen in het kader van het biologisch paspoort van de sporter, overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;7° het resultaat van de door het laboratorium meegedeelde analysen. § 5. Voor de uitvoering van dit artikel kan de Minister verantwoordelijken van een andere Belgische NADO met bepaalde taken belasten.

Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Afdeling 11. - Contra-expertise

Art. 37.§ 1. Bij mededeling van een afwijkend analyseresultaat, overeenkomstig artikel 36, § 2, kan de gecontroleerde sporter, binnen vijf werkdagen na die mededeling, de NADO-DG via een aangetekende brief of via e-mail vragen om het B-monster te laten analyseren door het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium dat het eerste analyseverslag heeft opgesteld.

Bij toepassing van het vorige lid kan de gecontroleerde sporter ook vragen om te worden gehoord door de controlearts die de dopingtest in kwestie heeft uitgevoerd, eventueel in aanwezigheid van een arts en/of een raadsman.

De kennisgeving van het afwijkende analyseresultaat wordt geacht door de sporter te worden ontvangen op de eerste werkdag na de dag waarop de aangetekende brief op de wettelijke of gekozen woonplaats van de sporter is afgegeven, indien zijn woonplaats zich in België bevindt.

De kennisgeving van het afwijkende analyseresultaat wordt geacht door de sporter te worden ontvangen, behalve als de sporter het tegendeel bewijst, op de derde werkdag na de dag waarop de aangetekende brief bij de post is afgegeven, indien de wettelijke of gekozen woonplaats van de sporter zich niet in België bevindt. § 2. Bij toepassing van § 1, eerste lid, wordt het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium dat de eerste analyse heeft uitgevoerd, uiterlijk de dag na de ontvangst van de aanvraag van de sporter of de eerste daaropvolgende werkdag, door de NADO-DG belast met de uitvoering van de analyse van het B-monster.

Bij toepassing van § 1, eerste lid, kan de sporter vragen om aanwezig te mogen zijn of zich te mogen laten vertegenwoordigen bij de opening van het B-monster. § 3. Bij toepassing van § 1, eerste lid, analyseert het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium het B-monster op de dag en op het uur die aan de sporter worden meegedeeld overeenkomstig artikel 36, § 2, tweede lid, 5°.

Indien de sporter bij de analyse van het B-monster afwezig is, kan een onafhankelijke getuige bij de analyse aanwezig zijn.

Na de analyse van het B-monster stelt het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium een analyseverslag op dat mutatis mutandis dezelfde gegevens bevat als die vermeld in artikel 35, § 1, vijfde lid.

Het analyseverslag bedoeld in het vorige lid wordt naar de NADO-DG gestuurd binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag om het B-monster te analyseren. § 4. De gecontroleerde sporter wordt door de NADO-DG op de hoogte gebracht van het resultaat van het B-monster binnen drie werkdagen na ontvangst van het analyseverslag. § 5. Wanneer het definitieve resultaat van de analyse van de monsters afwijkend is, brengt de NADO-DG dat zo snel mogelijk per brief en via de ADAMS-databank ter kennis van de nationale of internationale sportorganisatie waarvan de gecontroleerde sporter lid is en van het WADA of zorgt voor die kennisgeving overeenkomstig artikel 4.

Bij toepassing van het vorige lid deelt de NADO-DG hen de volgende gegevens mee : 1° de naam en voornaam van de sporter;2° de nationaliteit van de sporter;3° de betrokken sport en de betrokken sportdiscipline;4° of de dopingtest binnen of buiten wedstrijdverband uitgevoerd werd;5° de datum van de monsterneming;6° het type urine- of bloedmonster met, in voorkomend geval, vermelding dat dit monster is afgenomen in het kader van het biologisch paspoort van de sporter, overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;7° het resultaat van de door het laboratorium meegedeelde analysen. § 6. Onverminderd de inachtneming van de artikelen 36 en 37 deelt de NADO-DG de betrokken elitesporter van nationaal niveau, bij en als gevolg van de toepassing van de dopingtestprocedure die uitgevoerd wordt door middel van het biologisch paspoort van de sporter, de volgende gegevens mee : 1° een verwijzing naar het opstellen en het gebruik van het biologisch paspoort tegen hem;2° een verwijzing naar de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het beheer en het opvolgen van het biologisch paspoort;3° de datum(s) waarop de dopingtestprocedure(s) met gebruik van het biologisch paspoort tegen hem uitgevoerd worden;4° het resultaat van de dopingtest(s) in kwestie. Bij toepassing van het vorige lid en wanneer het resultaat afwijkend is, wijst de NADO-DG in de mededeling aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau op de gegevens bedoeld in 1° tot 4° en op de mogelijkheid om binnen 15 dagen na de mededeling verweermiddelen te laten gelden en in voorkomend geval te vragen om te worden gehoord door de NADO-DG, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts.

Bij toepassing van het eerste lid en wanneer het resultaat negatief is, wijst de NADO-DG in de mededeling aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau op de gegevens bedoeld in 1° tot 4°, met de vermelding dat geen procedure wegens overtreding van de antidopingregels tegen hem ingesteld wordt.

Bij toepassing van het eerste lid en wanneer het resultaat atypisch is, is mutatis mutandis de procedure bedoeld in artikel 36, § 3, van toepassing.

Bij toepassing van het tweede lid bezorgt de NADO-DG een tweede mededeling aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau : 1° na het verstrijken van de termijn van 15 dagen of na ontvangst van de verweermiddelen en/of het mogelijke verhoor van de betrokken elitesporter van nationaal niveau;2° met vermelding van de beslissing om het dossier af te sluiten of voor de toepassing van artikel 24 van het decreet over te zenden aan de betrokken sportorganisatie. HOOFDSTUK 4. - Verblijfsgegevens van de elitesporters

Art. 38.§ 1. Na overleg, via e-mail, met de sportorganisaties en, in voorkomend geval, met de sportverenigingen van de Duitstalige Gemeenschap die tot de hoogste nationale divisie of categorie behoren, stelt de NADO-DG, overeenkomstig artikel 3, 72°, en artikel 32 van het decreet, een lijst op van de elitesporters van nationaal niveau die tot de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap behoren.

Die lijst wordt minstens om de drie maanden bijgewerkt, volgens de nadere regels die gelden voor het overleg bedoeld in het eerste lid.

Overeenkomstig artikel I.6.2 van bijlage I van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken werken de sportorganisaties en hun sportverenigingen zo goed mogelijk met de NADO-DG samen : 1° in het kader van het overleg bedoeld in de twee vorige leden;2° door de NADO-DG spontaan en zo snel mogelijk via e-mail, in voorkomend geval na overleg met de betrokken elitesporter, mee te delen dat de betrokken elitesporter voortaan voldoet aan de criteria vervat in artikel 3, 72°, en artikel 32 van het decreet of, integendeel, niet meer aan die criteria voldoet. § 2. De beslissing om de betrokken elitesporter in de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap op te nemen, wordt door de NADO-DG per aangetekende brief en in voorkomend geval per e-mail aan de betrokken elitesporter meegedeeld.

Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing bedoeld in het vorige lid 20 dagen na de mededeling aan de betrokken elitesporter van kracht.

De mededeling van de beslissing bedoeld in het eerste lid bevat in het bijzonder de volgende gegevens : 1° de categorie A, B, C of D waartoe de elitesporter behoort, overeenkomst de bijlage;2° de omvang en de beschrijving van zijn verplichtingen inzake de verblijfsgegevens en de TTN overeenkomstig artikel 23 resp.artikel 12 van het decreet; 3° de datum van het begin van de verplichtingen;4° de twee oorzaken van het einde van de verplichtingen inzake de verblijfsgegevens, in het bijzonder de beëindiging van de actieve loopbaan of het feit dat hij om een andere reden niet meer aan minstens één van de criteria van artikel 3, 72°, of artikel 32 van het decreet voldoet;5° de procedure die van toepassing is bij de beëindiging van de actieve loopbaan bedoeld in artikel 40;6° de mogelijke gevolgen voor de betrokken elitesporter bij overtreding van zijn verplichtingen inzake verblijfsgegevens en/of inzake TTN. Een afschrift van de mededeling van de beslissing bedoeld in het eerste lid wordt dezelfde dag bezorgd aan de sportorganisatie en, in voorkomend geval, aan de sportvereniging van de Duitstalige Gemeenschap die tot de eerste nationale liga of categorie behoort en waarvan de betrokken elitesporter lid is.

De kennisgeving van de beslissing bedoeld in het eerste lid wordt geacht door de betrokken elitesporter te worden ontvangen op de eerste werkdag na de dag waarop de aangetekende brief op de wettelijke of gekozen woonplaats van de sporter is afgegeven, indien zijn woonplaats zich in België bevindt.

De kennisgeving van de beslissing bedoeld in het eerste lid wordt geacht door de betrokken elitesporter te worden ontvangen, behalve als de sporter het tegendeel bewijst, op de derde werkdag na de dag waarop de aangetekende brief bij de post is afgegeven, indien de wettelijke of gekozen woonplaats van de sporter zich niet in België bevindt. § 3. Onverminderd artikel 23, § 9, van het decreet en overeenkomstig artikel 5.6 van de Code en artikel 4.8.6 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken stelt de NADO-DG - na het opmaken van de lijst bedoeld in § 1 en na kennisgeving van de beslissing aan de betrokken elitesporters bedoeld in § 2 - haar lijst van de elitesporters die deel uitmaken van haar doelgroep via ADAMS ter beschikking van het WADA en van de andere antidopingorganisaties die het ADAMS-programma gebruiken of zorgt de NADO-DG voor die terbeschikkingstelling overeenkomstig artikel 4.

Onverminderd het vorige lid kan elke andere antidopingorganisatie die de Code ondertekend heeft, de lijst van de elitesporters die deel uitmaken van de doelgroep van de NADO-DG via een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag bij de NADO-DG aanvragen.

Bij toepassing van het vorige lid motiveert de NADO-DG in feite en in rechte een eventuele weigering of aanvaardt de aanvraag die haar wordt voorgelegd.

De informatieuitwisseling tussen de Belgische NADO's wordt nader geregeld in een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenschappen. § 4. De beslissing tot uitsluiting uit de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap wordt door de NADO-DG per post en in voorkomend geval per e-mail meegedeeld aan de betrokken elitesporter, naargelang van het geval met vermelding van één van de oorzaken van het einde van zijn verplichtingen bedoeld in § 2, derde lid, 4°.

Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing bedoeld in het vorige lid 20 dagen na de mededeling aan de betrokken elitesporter van kracht en maakt die beslissing een einde aan zijn specifieke TTN-verplichtingen bedoeld in artikel 11, eerste lid, 4°, eerste lid, a), en maakt die beslissing - als de betrokken elitesporter tot de categorieën A tot C behoort - een einde aan zijn verplichtingen inzake verblijfsgegevens, overeenkomstig artikel 23 van het decreet en overeenkomstig dit hoofdstuk.

Een afschrift van de mededeling van de beslissing bedoeld in het eerste lid wordt dezelfde dag bezorgd aan de sportorganisatie en, in voorkomend geval, aan de sportvereniging van de Duitstalige Gemeenschap die tot de eerste nationale liga of categorie behoort en waarvan de betrokken elitesporter lid is.

De regels om te bepalen wanneer de mededelingen geacht worden ter kennis te zijn genomen, zijn dezelfde als die vermeld in § 2, vijfde en zesde lid. § 5. Na de kennisgeving, aan de betrokken elitesporter, van de beslissing tot uitsluiting uit de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap, volgens de nadere regels bedoeld in § 4, informeert de NADO-DG het WADA en de andere antidopingorganisaties die het ADAMS-programma gebruiken hierover via ADAMS of zorgt de NADO-DG voor die informatieverstrekking overeenkomstig artikel 4. § 6. De lijst van de sportdisciplines die tot de categorieën A, B, C of D behoren, gaat als bijlage. De Minister kan de lijst wijzigen overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomsten die zijn gesloten met andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding.

Art. 39.§ 1. Voor de toepassing van artikel 23, § 1, van het decreet publiceren de elitesporters van nationaal niveau van de categorie A tot C die deel uitmaken van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap, elk kwartaal, op ADAMS, de verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23, § 2 tot § 4, naargelang van het geval, in functie van de categorie A, B of C waartoe ze behoren.

De verblijfsgegevens bedoeld in het vorige lid worden ten laatste 7 dagen voor het begin van elk kwartaal gepubliceerd, d.i. ten laatste op : 1° 24 december;2° 25 maart;3° 24 juni;4° 24 september. Onverminderd artikel 23, § 2 tot § 4, van het decreet, naargelang van het geval en overeenkomstig artikel I.3, e), van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken hebben de verblijfsgegevens bedoeld in de vorige leden betrekking op de regelmatige activiteiten en op de gewone uurroosters van die activiteiten voor de betrokken elitesporters.

De verblijfsgegevens bedoeld in het vorige lid worden zo nodig dagelijks bijgewerkt, via ADAMS en/of via een e-mail aan de NADO-DG, door de betrokken elitesporter of door de door hem hiervoor behoorlijk gemachtigde persoon in functie van de eventuele wijzigingen van zijn sportkalender of in functie van zijn regelmatige activiteiten of de uurroosters daarvan.

Overeenkomstig de artikelen I.3.2, I.3.3 en I.4 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken is het dagelijkse tijdvak van 60 minuten die de elitesporters van categorie A overeenkomstig artikel 23, § 2, 9°, van het decreet moeten meedelen, begrepen tussen 5 uur en 23 uur. § 2. Voor de toepassing van artikel 23, § 7, van het decreet, onverminderd § 2 en overeenkomstig artikel 5.6 van de Code en artikel 4.8.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, zijn de rechten en plichten van de elitesporters inzake verblijfsgegevens op de volgende principes gebaseerd : 1° de verblijfsgegevens zijn geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken, namelijk de doeltreffende uitvoering van onaangekondigde dopingtests;2° de evenredigheid tussen het type en de omvang van de meegedeelde gegevens ten opzichte van het doel vermeld in 1°; 3° de uitdrukkelijke toestemming van de elitesporter, na de kennisgeving bedoeld in artikel 38, § 2, om zijn verblijfsgegevens mee te delen aan de andere antidopinginstanties die een toezichthoudend gezag over hem uitoefenen, overeenkomstig artikel I.3.1, c), van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken; 4° de verblijfsgegevens worden strikt vertrouwelijk verwerkt en worden alleen gebruikt om dopingtestprocedures te plannen, te coördineren of uit te voeren met het doel om relevante informatie voor het biologisch paspoort van de sporter of andere analyseresultaten te verkrijgen, om deel te nemen aan een onderzoek naar de mogelijke overtreding van de antidopingregels of om deel te nemen aan een procedure waarbij een overtreding van de antidopingregels wordt aangevoerd;5° overeenkomstig de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens worden de verblijfsgegevens vernietigd zodra ze niet meer gebruikt worden voor de doeleinden vermeld in 4°;6° de maximale bewaartermijn voor die verblijfsgegevens is die bepaald in bijlage A van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens. Onverminderd het eerste lid, overeenkomstig artikel I.3.5 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, leidt de niet-naleving, door de elitesporter van categorie A tot C, van zijn plichten bedoeld in § 1, eerste tot vierde lid, tot de toepassing van de procedure waarbij vastgesteld wordt dat de verplichtingen inzake verblijfsgegevens bedoeld in artikel 42 niet nageleefd worden.

Onverminderd het vorige lid leidt het feit dat een elitesporter van categorie A niet aanwezig is om een dopingtest te ondergaan tijdens het tijdvak van 60 minuten bedoeld in § 1, vijfde lid, overeenkomstig de artikelen I.1.1, b), I.3.4, I.3.5, I.5.2 van bijlage I van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken mutatis mutandis, met uitzondering van de kennisgeving aan de betrokken elitesporter, tot de toepassing van de procedure bedoeld in artikel 25, § 8.

Bij toepassing en onverminderd het vorige lid blijft de controlearts overeenkomstig artikel I.4.3, c), van bijlage I van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken tot het einde van het tijdvak van 60 minuten op de plaats die op het opdrachtenblad vermeld staat.

Art. 40.Elke elitesporter van nationaal niveau uit categorie A tot D die deel uitmaakt van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap en die zijn actieve loopbaan wil beëindigen, deelt dat per aangetekende brief en eventueel per e-mail mee aan de NADO-DG, met vermelding van de datum waarop hij van plan is zijn loopbaan te beëindigen.

Als gevolg van de toepassing van het vorige lid deelt de NADO-DG de beslissing tot uitsluiting uit de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap mee overeenkomstig artikel 38, § 4.

Art. 41.Elke voormalige elitesporter van nationaal niveau uit categorie A tot D die overeenkomstig artikel 40 zijn loopbaan beëindigd heeft, maar die weer aan nationale en/of internationale evenementen zou willen deelnemen, mag aan geen enkele wedstrijd deelnemen zonder de NADO-DG, het WADA en zijn internationale sportfederatie binnen zes maanden vóór de wedstrijd in kwestie per e-mail of per post daarvan in kennis te hebben gesteld; het WADA kan de termijn van zes maanden om billijkheidsredenen inkorten.

Indien een voormalige elitesporter bedoeld in het vorige lid zijn loopbaan beëindigd tijdens een schorsingsperiode die hem werd opgelegd als gevolg van een tuchtbeslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarbij de door hem begane overtreding van een of meer antidopingregels werd vastgesteld, mag hij aan geen enkel evenement van nationaal en/of internationaal niveau deelnemen zonder een voorafgaande verwittiging, per e-mail of per post, aan de NADO-DG en zijn internationale sportfederatie binnen zes maanden vóór de wedstrijd in kwestie of binnen een termijn die gelijk is aan de schorsingsperiode die nog moet lopen op de datum van de beëindiging van zijn loopbaan, indien die periode langer dan 6 maanden is.

Vanaf de kennisgeving per post of per e-mail kan de NADO-DG de voormalige elitesporter bedoeld in het eerste of het tweede lid aan dopingtests buiten wedstrijdverband onderwerpen.

Na de waarschuwing bedoeld in het vorige lid deelt de NADO-DG bovendien aan de betrokken voormalige elitesporter uit de categorie A tot C, mutatis mutandis, overeenkomstig artikel 38, § 2, mee dat hij zijn plichten inzake verblijfsgegevens opnieuw moet vervullen overeenkomstig de categorie waartoe hij behoorde toen hij zijn loopbaan beëindigde.

Art. 42.De NADO-DG deelt een door haar vastgestelde overtreding per aangetekende brief, eventueel met een afschrift per e-mail, mee aan elke elitesporter van nationaal niveau uit categorie A tot C die deel uitmaakt van haar doelgroep en die : 1° ofwel zijn verplichtingen inzake verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet en nader bepaald in dit hoofdstuk niet nakomt;2° ofwel een dopingtest mist, zoals vastgesteld door de controlearts in het daartoe bestemde formulier dat overeenstemt met de vereisten van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en waarvan het model wordt vastgesteld door de NADO-DG. De kennisgeving bedoeld in het vorige lid bevat ten minste de volgende gegevens : 1° ze bevat een beknopte beschrijving van de feiten die in aanmerking werden genomen om de overtreding vast te stellen;2° ze maant de betrokken elitesporter aan om zijn verplichtingen strikt na te komen;3° afhankelijk van de categorie A, B of C waartoe de elitesporter behoort, wijst ze op de mogelijke gevolgen waaraan hij zich blootstelt als hij nog één of meer overtredingen bedoeld in het decreet begaat;4° ze wijst op het recht van de betrokken elitesporter om de overtreding te betwisten overeenkomstig artikel 23, § 8, tweede tot vierde lid, van het decreet, volgens de nadere regels bepaald in artikel 47. Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing tot vaststelling van een overtreding bedoeld in het eerste lid 20 dagen na de mededeling aan de betrokken elitesporter van kracht.

Art. 43.Bij een elitesporter van nationaal niveau uit categorie B die deel uitmaakt van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap heeft elke combinatie van drie gemiste dopingtests en/of aangifteverzuimen bedoeld in artikel 23, § 3, van het decreet en nader bepaald in artikel 39, die zich voordoet over een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de eerste overtreding, tot gevolg dat de NADO-DG de betrokken elitesporter indeelt bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A en dit voor een periode van 6 maanden die ingaat na de kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Als de betrokken elitesporter de verplichtingen bedoeld in het vorige lid gedurende de periode van 6 maanden opnieuw niet nakomt, wordt de indeling bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A verlengd met 18 maanden, te rekenen vanaf de laatste overtreding, na kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing bedoeld in één van de twee vorige leden van kracht 20 dagen na de kennisgeving aan de betrokken elitesporter en leidt de beslissing tot zijn onderwerping aan de verplichtingen van de betrokken categorie.

Art. 44.Bij een elitesporter van nationaal niveau uit categorie C die deel uitmaakt van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap heeft elke combinatie van drie gemiste dopingtests en/of aangifteverzuimen bedoeld in artikel 23, § 4, van het decreet en nader bepaald in artikel 39, die zich voordoet over een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de eerste overtreding, behalve bij toepassing van het derde lid, tot gevolg dat de NADO-DG de betrokken elitesporter indeelt bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie B en dit voor een periode van 6 maanden die ingaat na de kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Als de betrokken elitesporter de verplichtingen bedoeld in het vorige lid gedurende de periode van 6 maanden opnieuw niet nakomt, wordt de indeling bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie B verlengd met 18 maanden, te rekenen vanaf de laatste overtreding, na kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Als de elitesporter van nationaal niveau van categorie C na één van de drie hem bezorgde kennisgevingen geen verklaring gegeven heeft of geen motivering aangevoerd heeft, wordt hij overeenkomstig artikel 42 ingedeeld bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A voor een periode van 6 maanden, na kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Als de betrokken elitesporter de in het vorige lid bedoelde verplichtingen voor de betrokken categorie gedurende de periode van 6 maanden opnieuw niet nakomt, wordt de indeling bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A verlengd met 18 maanden, te rekenen vanaf de laatste overtreding, na kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing bedoeld in één van de vier vorige leden van kracht 20 dagen na de kennisgeving aan de betrokken elitesporter en leidt de beslissing tot zijn onderwerping aan de verplichtingen van de betrokken categorie.

Art. 45.Overeenkomstig artikel 23, § 5, derde lid, van het decreet, wanneer een elitesporter van nationaal niveau, van categorie B tot D, die deel uitmaakt van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap met toepassing van artikel 24 van het decreet geschorst wordt, deelt de NADO-DG hem per aangetekende brief, met eventueel afschrift per e-mail, mee dat hij wordt ingedeeld bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A tot de opgelegde schorsingsperiode verstreken is.

Als de betrokken elitesporter de in het vorige lid bedoelde verplichtingen voor de betrokken categorie gedurende de schorsingsperiode niet nakomt, wordt de indeling bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A verlengd met 18 maanden, te rekenen vanaf de laatste overtreding, na kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing bedoeld in één van de twee vorige leden van kracht 20 dagen na de kennisgeving aan de betrokken elitesporter en leidt de beslissing tot zijn onderwerping aan de verplichtingen van de betrokken categorie.

Art. 46.Overeenkomstig artikel 23, § 5, derde lid, van het decreet, wanneer een elitesporter van nationaal niveau, van categorie B, C of D, die deel uitmaakt van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap plotseling aanzienlijk beter presteert of ernstige aanwijzingen van doping vertoont, deelt de NADO-DG hem per aangetekende brief, met eventueel afschrift per e-mail, mee dat hij wordt ingedeeld bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A voor een periode van 6 maanden.

Als de betrokken elitesporter de in het vorige lid bedoelde verplichtingen voor de betrokken categorie gedurende de periode van 6 maanden niet nakomt, wordt de indeling bij de elitesporters van nationaal niveau van categorie A verlengd met 18 maanden, te rekenen vanaf de laatste overtreding, na kennisgeving door de NADO-DG per aangetekende brief, met een eventueel afschrift per e-mail.

Behoudens in het geval van het beroep bedoeld in artikel 47 wordt de beslissing bedoeld in één van de twee vorige leden van kracht 20 dagen na de kennisgeving aan de betrokken elitesporter en leidt de beslissing tot zijn onderwerping aan de verplichtingen van de betrokken categorie.

Art. 47.Onverminderd en overeenkomstig artikel 23, § 8, tweede tot vierde lid, van het decreet kan de elitesporter van nationaal niveau die deel uitmaakt van de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap, ongeacht de categorie waartoe hij behoort, beroep instellen bij de Minister om een met toepassing van dit hoofdstuk genomen beslissing aan te vechten en de administratieve herziening van die beslissing aan te vragen.

Het beroep bedoeld in het vorige lid wordt ingesteld bij de NADO-DG via een aangetekende brief en bevat de volgende gegevens : 1° de betwiste administratieve beslissing en het verzoek tot administratieve herziening van die beslissing;2° de feitelijke en juridische uitleg en, in voorkomend geval, de motivering die in feite en in rechte wordt aangevoerd;3° de eventuele aanvraag om door de NADO-DG gehoord te worden, eventueel in aanwezigheid van een raadsman of van ongeacht welke persoon die de betrokken elitesporter heeft gekozen. De NADO-DG bezorgt zijn in rechte en in feite gemotiveerd advies aan de Minister die beslist om de aangevochten administratieve beslissing te bevestigen of te herzien.

Indien de betrokken elitesporter niet gevraagd heeft om overeenkomstig het tweede lid, 3°, gehoord te worden, wordt de beslissing van de Minister hem meegedeeld, per aangetekende brief ten laatste 14 dagen na de ontvangst van het ingediende beroep, overeenkomstig de nadere regels bedoeld in het eerste tot derde lid.

Indien de betrokken elitesporter wel gevraagd heeft om overeenkomstig het tweede lid, 3°, gehoord te worden, wordt de beslissing van de Minister hem meegedeeld per aangetekende brief, na de ontvangst van het advies van de NADO-DG bedoeld in het derde lid, en dit ten laatste 14 dagen na de hoorzitting.

Als de beslissing van de Minister niet binnen de termijn bedoeld in één van de twee vorige leden meegedeeld wordt, wordt de aangevochten beslissing als administratief herzien beschouwd en kan niet vastgesteld worden dat de betrokken elitesporter de verplichtingen bedoeld in dit hoofdstuk niet is nagekomen.

Art. 48.De Duitstalige Gemeenschap bezorgt de informatie over de administratieve beslissingen die met toepassing van dit hoofdstuk worden genomen, overeenkomstig en voor de toepassing van artikel 23, § 10, van het decreet, per e-mail en via de ADAMS-software of zorgt voor de verstrekking van die informatie overeenkomstig artikel 4.

De informatieuitwisseling tussen de Belgische NADO's wordt nader geregeld in een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenschappen. HOOFDSTUK 5. - Follow-up van de dopingtests en bepaalde elementen van de tuchtprocedures

Art. 49.Over elke individuele dopingtestprocedure, uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de afdelingen 5 tot 8 van hoofdstuk 3, wordt een administratief dossier opgemaakt met de elementen bedoeld in artikel 36, § 2, tweede lid, 3°, a) tot f), of a) tot i), in geval van een afwijkend analyseresultaat.

De gecontroleerde sporter of - als hij minderjarig of rechtsonbekwaam is - zijn wettige vertegenwoordiger kan, onafhankelijk van het resultaat van de analyse van zijn monsters, de NADO-DG per post of per e-mail om een afschrift van het dossier verzoeken.

De NADO-DG zendt het dossier over aan de sporter of - als hij minderjarig is - aan zijn wettige vertegenwoordiger binnen 30 dagen te rekenen vanaf het verzoek bedoeld in het vorige lid.

Art. 50.Overeenkomstig en voor de toepassing van artikel 24 van het decreet, in geval van een definitief afwijkend analyseresultaat, onverminderd artikel 37, § 5, zendt de NADO-DG het administratief dossier per post of per e-mail over aan de sportorganisatie waarvan de sporter lid is, overeenkomstig artikel 36, § 2, tweede lid, 3°, a) tot i).

Het dossier bedoeld in het vorige lid wordt overgezonden : 1° ofwel binnen drie werkdagen vanaf ontvangst van het bericht over het afwijkend resultaat van de aangevraagde analyse van het B-monster;2° ofwel, als de sporter geen analyse van het B-monster heeft aangevraagd, de dag na het verstrijken van de termijn van vijf werkdagen bedoeld in artikel 37, § 1, eerste lid.

Art. 51.Overeenkomstig en voor de toepassing van artikel 24 van het decreet bezorgt de NADO-DG, onverminderd de eventuele toepassing van artikel 32, eerste lid, 19°, bij elke mogelijke overtreding van de antidopingregels, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 8, 1° en 2°, van het decreet, aan de sportorganisatie waarbij de sporter of zijn begeleider aangesloten is, per e-mail of per post een administratief dossier met de volgende gegevens : 1° de naam en voornaam van de sporter;2° de sportdiscipline en de beoefende sport;3° een beknopte beschrijving van de feiten die tot de opening van een dossier hebben geleid;4° de aangevoerde overtreding van de antidopingregel en de toepasbare bepaling van het besluit;5° de ingezamelde bewijsmiddelen met eventuele vermelding van de opening van een onderzoek en de resultaten van dat onderzoek;6° een motivatie in rechte en in feite van de beslissing om het dossier aan de betrokken sportorganisatie over te zenden.

Art. 52.De Minister kan het model voor een procedurereglement bedoeld in artikel 24, § 2, van het decreet goedkeuren.

Art. 53.De sportorganisatie waarbij de NADO-DG de zaak met toepassing van - naargelang van het geval - artikel 50 of artikel 51 aanhangig heeft gemaakt, stelt de sporter, zijn begeleider, de NADO-DG en de betrokken internationale sportorganisatie per e-mail en per aangetekende brief in kennis van de uitgesproken tuchtbeslissing uiterlijk 7 dagen na de uitspraak van die tuchtbeslissing.

Binnen 5 werkdagen na de kennisgeving bedoeld in het vorige lid zendt de NADO-DG aan de andere Duitstalige sportorganisaties een uittreksel uit de uitgesproken beslissing met vermelding van de uitspraak, de motivering, de naam, voornaam en contactgegevens van de sporter, de beoefende sportdiscipline en de opgelegde schorsingsperiode.

Voor de toepassing van artikel 24, § 3, van het decreet wijzen de sportorganisaties uit hun midden twee vertegenwoordigers aan die bevoegd zijn voor de bestrijding van doping in de sport.

Binnen diezelfde termijn van vijf dagen zendt de NADO-DG de gegevens bedoeld in het tweede lid per e-mail of eventueel via ADAMS aan de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding en aan het WADA of zorgt de NADO-DG, naargelang van het geval, voor de overzending overeenkomstig artikel 4.

Art. 54.Met inachtneming van artikel 30, tweede lid, van het decreet erkent de Minister iedere tuchtbeslissing in verband met doping die genomen is door een instantie die de Code niet ondertekend heeft. HOOFDSTUK 6. - Administratieve procedures en administratieve geldboetes

Art. 55.Elk feit dat ter kennis wordt gebracht van de NADO-DG, dat een niet-nakoming van de verplichtingen vervat in het decreet of in dit besluit kan betekenen en dat is gepleegd door een sportorganisatie of een organisator, leidt tot het openen van een administratieve procedure tegen hen.

Indien het vorige lid toegepast wordt, deelt de NADO-DG de sportorganisatie of de betrokken organisator per aangetekende brief de volgende gegevens mee : 1° de beschrijving van de feiten die in aanmerking zijn genomen voor de opening van de administratieve procedure;2° de niet-nageleefde bepaling van het besluit of de niet-nageleefde reglementaire bepaling;3° de ten laste gelegde overtreding en de motivering in rechte en feite;4° de vermelding van de mogelijkheid om binnen 30 dagen na kennisgeving inzage in het dossier te vragen, een schriftelijk standpunt te formuleren en/of te vragen om door de NADO-DG gehoord te worden. Indien de sportorganisatie of de betrokken organisator, met het oog op de uitoefening van het recht bedoeld in het tweede lid, 4°, gevraagd heeft om door de NADO-DG gehoord te worden, roept de NADO-DG hem/haar per aangetekende brief op om gehoord te worden.

In de oproepingsbrief bedoeld in het vorige lid wordt vermeld dat de sportorganisatie of de organisator zich kan laten bijstaan door een raadsman of zich kan laten vertegenwoordigen.

Op de hoorzitting bedoeld in het tweede lid, 4°, kan de NADO-DG ook alle personen horen die een nuttige bijdrage kunnen leveren tot de behandeling van het dossier.

Na het verstrijken van de termijn van 30 dagen bedoeld in het tweede lid, 4°, of binnen 15 dagen na de hoorzitting die de sportorganisatie of de betrokken organisator eventueel heeft aangevraagd, zendt de NADO-DG een in rechte en in feite gemotiveerd advies aan de Minister die in voorkomend geval beslist over de vaststelling van een niet-nakoming van de verplichtingen vervat in het decreet of in dit besluit.

De Minister stelt de sportorganisatie of de betrokken organisatie in kennis van zijn beslissing; die kennisgeving geschiedt per aangetekende brief binnen 60 dagen na de oorspronkelijke kennisgeving bedoeld in het tweede lid.

Indien de beslissing van de Minister niet ter kennis wordt gebracht binnen de termijn gesteld in het vorige lid, wordt de administratieve procedure als afgesloten beschouwd en kan geen geldboete meer worden opgelegd aan de sportorganisatie of aan de betrokken organisator voor de niet-nakoming die hem/haar oorspronkelijk ten laste werd gelegd.

Na afsluiting van de procedure bedoeld in het eerste tot het zevende lid en onverminderd de eventuele toepassing van artikel 50 van het sport decreet van 19 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/04/2004 pub. 24/11/2004 numac 2004033082 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Sportdecreet sluiten, legt de Minister - wanneer hij besloten heeft een niet-nakoming van de verplichtingen vervat in het decreet of in dit besluit vast te stellen - een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro op aan de sportorganisatie of aan de betrokken organisator, afhankelijk van de ernst van de vastgestelde niet-nakoming.

Om de ernst van de vastgestelde niet-nakoming te beoordelen, neemt de Minister de volgende criteria in aanmerking : 1° de eventuele antecedenten van de sportorganisatie of de betrokken organisator inzake niet-nakoming van de verplichtingen vervat in het decreet of in dit besluit;2° de aard van de vastgestelde niet-nakoming;3° de duur van de vastgestelde niet-nakoming;4° de eventuele motivering die de sportorganisatie of de betrokken organisator tijdens de administratieve procedure aanvoeren. Met uitzondering van het bedrag van de administratieve geldboetes is de procedure bedoeld in de vorige leden ook van toepassing in geval van een eventuele hernieuwde niet-nakoming door de sportorganisatie of de betrokken organisatie.

Behoudens verantwoording gegeven door de sportorganisatie of de betrokken organisator tijdens de procedure bedoeld in de vorige leden bedraagt de geldboete die wordt opgelegd voor een eerste vastgestelde niet-nakoming van de verplichting bedoeld in artikel 27, § 3, van het decreet, 10.000 euro.

Art. 56.Voor de toepassing van artikel 27, § 1, eerste lid, van het decreet geschiedt de kennisgeving aan de elitesporter van nationaal niveau uit categorie A overeenkomstig artikel 42.

Om de administratieve geldboete van 250 euro te vermijden, moet de elitesporter van nationaal niveau uit categorie A een beroep instellen overeenkomstig artikel 47 om de administratieve herziening van de bestreden beslissing aan te vragen.

Als de beslissing over de vaststelling van de tweede niet-nakoming door de Minister herzien wordt of met toepassing van het vorige lid als administratief herzien wordt beschouwd, wordt geen geldboete opgelegd aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau uit categorie A. Als de beslissing over de vaststelling van de tweede niet-nakoming met toepassing van het vorige lid door de Minister bevestigd wordt, krijgt de betrokken elitesporter van nationaal niveau uit categorie A een geldboete van 250 euro; die geldboete wordt hem ter kennis gebracht, naargelang van het geval, overeenkomstig artikel 47, vierde of vijfde lid.

Art. 57.Voor de toepassing van artikel 27, § 4, van het decreet zijn de volgende nadere regels voor de inning van de administratieve geldboetes van toepassing.

De NADO-DG is belast met de invordering van de administratieve geldboetes die met toepassing van het decreet en dit hoofdstuk worden opgelegd, in voorkomend geval bij een door haar opgemaakt dwangbevel.

Ze kan binnen de overheid één of meer personen aanwijzen die met de invordering belast worden.

Na het verstrijken van een termijn van 30 dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij de Minister een administratieve geldboete oplegt en voordat een dwangmaatregel wordt bevolen, geeft de NADO-DG de schuldenaar van de geldboete per aangetekende brief kennis van een aanmaning om binnen twee maanden - te rekenen vanaf de datum van de aanmaning - de administratieve geldboete te betalen.

In de aanmaning bedoeld in het vorige lid moeten opnieuw de volgende gegevens worden vermeld : het refertenummer van de beslissing van de Minister, het bedrag van de opgelegde geldboete en het rekeningnummer waarop de geldboete moet worden gestort.

Als de geldboete niet betaald wordt binnen de termijn bedoeld in het vierde lid, maakt de ordonnateur de dag na het verstrijken van de tweede maand na de uiterste betaaldatum een dwangbevel op.

Als echter bij de Raad van State beroep wordt ingesteld tegen de beslissing van de Minister om een geldboete op te leggen, dan maakt de ordonnateur geen dwangbevel op.

Als het vorige lid van toepassing is, maakt de ordonnateur het dwangbevel op binnen drie maanden na de ontvangst van het arrest van de Raad van State.

Het dwangbevel is uitvoerbaar binnen acht dagen nadat het ter kennis is gebracht van de schuldenaar van de administratieve geldboete.

Het wordt uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek.

De uitvoering van het dwangbevel kan alleen worden geschorst door een met redenen omkleed verzet met dagvaarding.

Dat verzet wordt bij de Regering ingesteld binnen de gestelde termijn en in de vorm, binnen een maand na de betekening van het dwangbevel.

De klacht wordt voor het gerecht gebracht in het ambtsgebied waar de hoofdverblijfplaats of de maatschappelijke zetel van de schuldenaar gelegen is. HOOFDSTUK 7. - Bewaartermijn voor de persoonsgegevens

Art. 58.De bewaartermijn voor de gegevens die met toepassing van het decreet en dit besluit gebruikt en verwerkt worden, stemt - naargelang van het type van de gegevens in kwestie - overeen met de bewaartermijn bedoeld in bijlage A van de internationale standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgebonden gegevens. HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 59.Onverminderd artikel 24 van het decreet en artikel 64 blijven - voor elk feit dat de NADO-DG vóór de inwerkingtreding van dit besluit heeft vastgesteld en tot staving en in het kader van een tuchtprocedure wegens eventuele vaststelling van een overtreding van de antidopingregels in aanmerking heeft genomen - de tuchtstraffen gelden die golden op het ogenblik dat de vastgestelde feiten werden gepleegd.

Art. 60.Onverminderd artikel 24 van het decreet en niettegenstaande artikel 59 zijn de tuchtstraffen bedoeld in aritkel 10.7 van de Code onmiddellijk van toepassing in geval van meervoudige overtreding van de antidopingregels.

Art. 61.Overeenkomstig artikel 24, § 1, tweede lid, 12°, van het decreet en niettegenstaande artikel 59 is de verjaringstermijn van tien jaar onmiddellijk van toepassing voor de eventuele toepassing van artikel 10.7 van de Code in geval van meervoudige overtredingen.

Art. 62.Onverminderd artikel 27 van het decreet en artikel 64 blijven - voor elk feit dat de NADO-DG vóór de inwerkingtreding van dit besluit heeft vastgesteld en tot staving en in het kader van een tuchtprocedure wegens eventuele vaststelling van een overtreding van de antidopingregels in aanmerking heeft genomen - de administratieve straffen gelden die golden op het ogenblik dat de vastgestelde feiten werden gepleegd.

Art. 63.Overeenkomstig artikel I.1.4 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken wordt - voor de toepassing van artikel 8, 4°, artikel 23, § 5 en artikel 27, § 1, eerste lid, van het decreet en de bepalingen van hoofdstuk 4 - elke gemiste dopingtest of elk aangifteverzuim die vóór 1 januari 2015 heeft plaatsgevonden, 12 maanden nadat de NADO-DG de feiten heeft vastgesteld, geschrapt.

Art. 64.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2016, met uitzondering van artikel 38, § 6, dat in werking treedt op 15 september 2016.

Art. 65.De minister bevoegd voor Sport is belast met de uitvoering van dit besluit.

Eupen, 17 maart 2016.

Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, De Minister-President, O. PAASCH De Viceminister-President, Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme, Mevr. I. WEYKMANS

Bijlage bij het besluit van de Regering van 17 maart 2016 tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport Lijst van de sportdisciplines die overeenstemmen met de categorieën A, B, C en D (Bij de olympische sporten gaat het alleen om de olympische disciplines - behalve triatlon) (Bij de sporten van de wereldkampioenschappen gaat het alleen om de disciplines die daar beoefend worden - behalve duatlon) CATEGORIE A Atletiek - lange afstanden (3 000 m en meer) Triatlon Duatlon Veldrijden - wielrennen Baanwielrennen Mountainbike - wielrennen Wielrennen op de weg CATEGORIE B Atletiek - alles, behalve lange afstanden (vanaf 3 000 m) Boksen Gewichtheffen Judo Watersport - zwemmen Bodybuilding (IFBB) Powerlifting CATEGORIE C Basketbal Hockey Voetbal Volleybal CATEGORIE D Deze categorie omvat alle disciplines die niet in de categorieën A, B of C zijn opgenomen.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Regering van 17 maart 2016 tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport.

Eupen, 17 maart 2016.

Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, De Minister-President, O. PAASCH De Viceminister-President, Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme, Mevr. I. WEYKMANS


begin


Publicatie : 2016-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^