Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Franse Gemeenschapscommissie van 19 juni 1997
gepubliceerd op 26 augustus 1997

Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende wijziging van het algemeen organiek reglement van de provinciale instellingen waarvan de onderwijstaal het Frans is en houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de instellingen voor lager, middelbaar, gewoon en bijzonder voltijds onderwijs, ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
1997031274
pub.
26/08/1997
prom.
19/06/1997
ELI
eli/besluit/1997/06/19/1997031274/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

19 JUNI 1997. Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende wijziging van het algemeen organiek reglement van de provinciale instellingen waarvan de onderwijstaal het Frans is en houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de instellingen voor lager, middelbaar, gewoon en bijzonder voltijds onderwijs, ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie


Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op artikelen 136, 163 en 166 van de Grondwet, gecoördineerd bij de wet van 17 februari 1994;

Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 8 augustus 1988 en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten en van 16 juli 1993 ter vervollediging van de federale staatsstructuur;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993 ter vervollediging van de federale staatsstructuur;

Gelet op de resolutie van de Provincieraad van 27 april 1993 houdende algemeen organiek reglement van de provinciale onderwijsinstellingen waarvan de onderwijstaal het Frans is;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1994 tussen de Federale overheid, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de verplichte overdracht, zonder schadeloosstelling, van het personeel en de goederen, rechten en plichten van de provincie Brabant naar de provincies Waals-Brabant en Vlaams-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschapscommissies bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen, en naar de federale overheid;

Gelet op artikel 140 novies van de wet van 11 juli 1994 tot wijziging van de provinciewet, de wetten op het gebruik van de talen in bestuursaangelegenheden, gecoördineerd op 18 juli 1966, de militiewetten, gecoördineerd op 30 april 1962 alsmede de nieuwe gemeentewet;

Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 4 juli 1995 tot vaststelling van de bevoegdheden van de leden ervan;

Gelet op het besluit van 4 juli 1995 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot regeling van zijn werking en tot regeling van de ondertekening van zijn akten, gewijzigd bij het besluit van 14 september 1995 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het ontwerp van huishoudelijk reglement van de instellingen voor lager, middelbaar, gewoon en bijzonder voltijds onderwijs, ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie en gezamenlijk opgericht door de directies van die instellingen;

Gelet op het advies van de plaatselijke Paritair Commissie van 18 april 1997 betreffende het ontwerp van huishoudelijk reglement van de instellingen voor lager, middelbaar, gewoon en bijzonder voltijds onderwijs, ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie en gezamenlijk opgericht door de directies van die instellingen;

Overwegende dat een huishoudelijk reglement moet worden ingesteld voor de onderwijsinstellingen afhangend van de Franse Gemeenschapscommissie;

Overwegende dat in het algemeen organiek reglement van 27 april 1993 van de provinciale onderwijsinstellingen waarvan de onderwijstaal het Frans is, dient te worden verduidelijkt welke redenen een afwezigheid van meer dan drie dagen rechtvaardigen, Besluit :

Artikel 1.Artikel 34, 2, tweede lid van het algemeen organiek reglement van 27 april 1993 van de provinciale onderwijsinstellingen waarvan de onderwijstaal het Frans is, wordt vervangen door : « elke afwezigheid van meer dan 3 dagen is slechts gerechtvaardigd indien ze het gevolg is van onpasselijkheid of ziekte van de leerling; het bewijs daarvan wordt geleverd via een medisch attest ».

Art. 2.De bestaande huishoudelijke reglementen van de instellingen voor lager, middelbaar, gewoon en bijzonder voltijds onderwijs, ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie, worden opgeheven.

Art. 3.Het huishoudelijk reglement van de onderwijsinstellingen die zijn ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie, dat als bijlage bij dit besluit gaat, wordt goedgekeurd.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 september 1997.

Brussel, 19 juni 1997.

Namens het College, E. TOMAS, Lid van het College belast met Onderwijs H. HASQUIN, Voorzitter van het College Bijlage Onderwijs van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Huishoudelijk reglement van de onderwijsinstellingen In dit reglement wordt verstaan onder "ouder" de persoon die wettelijk aansprakelijk is voor de minderjarige leerling of de leerling zelf indien hij meerderjarig is. 1. BEGINSELVERKLARING. Onderwijs en beroepsopleiding vormen een opvoedkundig project dat vertrouwen, engagement, vriendschap en respect vereist. Het is teamwork waarin elke partner evenveel bijdraagt : het onderwijscorps (directie, leerkrachten, opvoeders, leden van het PMS), de leerling en de ouders.

Wanneer geen rekening wordt gehouden met de verplichtingen die dit project met zich brengt, dan strandt het en hypothekeert men elk initiatief op onderwijsvlak waarvoor eenieder zich wil inzetten.

Deze verplichtingen, die onontbeerlijk zijn voor het welslagen van het project, worden opgenomen in een huishoudelijk reglement. De inschrijving in een onderwijsinstelling van de Franse Gemeenschapscommissie betekent tevens dat men dit reglement wil naleven. Wanneer het niet in acht wordt genomen, leidt dit onmiddellijk tot een waarschuwing die kan gaan van een ordemaatregel tot een tuchtstraf; herhaling en activiteiten die de goede werking van de schoolgemeenschap in het gedrang brengen, kunnen leiden tot de definitieve verwijdering van de onderwijsinstelling.

Wie naar school gaat heeft recht op onderwijs en moet zich in het raam van zijn opleiding kunnen ontplooien zonder dat zijn gezondheid en morele, psychologische en fysieke integriteit schade lijden. De inrichtende macht, het onderwijscorps en de leerlingen nemen elk volgens hun graad van verantwoordelijkheid concrete maatregelen om ervoor te zorgen dat de leefomgeving afdoende kwaliteit biedt (netheid, licht, luchtkwaliteit, veilige en hygiënische lokalen, geen gevaarlijke voorwerpen...).

De school moet de leerlingen en hun ouders volledig op de hoogte houden over haar onderwijsproject wat betreft doelstellingen en beoordelingscriteria. In het raam van haar opdracht verbindt ze zich ertoe alles in het werk te stellen om tegemoet te komen aan eenieders behoeften, een doeltreffende begeleiding aan te bieden en diegenen met dringende problemen bij te staan in een klimaat van openheid en dialoog. 2. TOEPASSINGSGEBIED. Dit huishoudelijk reglement geldt voor het gewone en bijzonder lager en middelbaar voltijds onderwijs in onderwijsinstellingen die zijn ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie. 3. OPMERKINGEN BETREFFENDE DE ALGEMENE DISCIPLINE. 3.1 Alle leden van de schoolgemeenschap tonen wederzijds respect.

Hierbij respecteren de leerlingen de personeelsleden van de onderwijsinstellingen evenals hun medeleerlingen, zowel binnen als buiten de school. De verbale communicatie gebeurt vriendelijk en kalm. 3.2 Elk beroep stelt zijn voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en voorkomen : deze moeten reeds tijdens de opleiding worden aangeleerd.

De persoonlijke hygiëne en de kleding moeten voor de lessen lichamelijke opvoeding, praktijklessen en de stages voldoen aan de regels inzake hygiëne, veiligheid en voorkomen die gelden voor de uitoefening van het beroep waarvoor ze worden opgeleid (de instructies worden bij de aanvang van het schooljaar meegedeeld door de titularis). De leerlingen nemen de gebruikelijke wellevendheidsregels in acht, ze dragen met name geen hoofddeksel bij het betreden van een gebouw. 3.3 Het is eveneens verboden een kenteken te dragen van eender welke ideologie. 3.4 De directie mag een ordemaatregel of tuchtstraf uitspreken tegen een leerling die door zijn kleding of houding de goede werking van de school in het gedrang brengt. 3.5 Alcohol en verdovende middelen zijn verboden. Binnen de perken die zijn vastgesteld bij het koninklijk besluit van 31 maart 1987 geldt een streng rookverbod binnen de gebouwen. 3.6 Het is verboden een voorwerp dat vreemd is aan de les en dat de betrokkene afleidt van zijn studies mee te brengen naar school. Deze voorwerpen kunnen in beslag worden genomen tot het einde van het schooljaar.

Elke handel waarvoor geen uitdrukkelijke toelating is gegeven, is verboden. De overtreder kan een tuchtstraf krijgen en de verhandelde voorwerpen kunnen in beslag worden genomen. 3.7 In het algemeen belang van de schoolgemeenschap zien de leerlingen toe op de bescherming van de kwaliteit van de leefomgeving. Papier en afval worden in de vuilnisbak gegooid. Om hygiënische redenen is het verboden te spuwen. De leerlingen plegen geen vandalisme aan gebouwen, meubilair, groenaanplantingen op straffe van tuchtstraffen of ordemaatregelen en dit los van de vergoeding van de toegebrachte schade. 3.8 De leerlingen mogen zich niet naar het klaslokaal begeven in afwezigheid van de leerkracht of de studiemeester-opvoeder. De directie of de afgevaardigde ervan moet uitdrukkelijk toelating geven voor het betreden van de lokalen. 3.9 Op het einde van de lessen worden de lokalen in orde gebracht, de ramen gesloten en het licht gedoofd. De leerlingen verlaten samen met hun leerkracht de lokalen zeer rustig om de anderen in hun werk niet te storen. 3.10 De directie is niet aansprakelijk voor diefstal, verlies of schade van voorwerpen die de leerlingen toebehoren. 4. MEDISCH TOEZICHT EN PSYCHO-MEDISCH-SOCIALE HULP. 4.1 De leerlingen van de onderwijsinstelling zijn onderworpen aan het medisch toezicht door de medische schoolinspectie Binnen de perken van de wettelijke bepalingen worden een preventief medisch onderzoek en een tuberculinetest verricht. De leerling kan daarvan enkel worden vrijgesteld indien hij een extern medisch attest dat daarop betrekking heeft, kan voorleggen. 4.2 Een PMS-centrum staat tevens open voor leerlingen die dat wensen.

Indien bij een minderjarige leerling de hulp voor dat verzoek bestaat in begeleiding, is deze enkel mogelijk wanneer de ouders er niet tegen gekant zijn.

De raadpleging van het centrum door een leerling, zelfs als deze minderjarig is, valt onder de regel van het beroepsgeheim. Dat heeft voor gevolg dat de ouders daarvan niet noodzakelijk op de hoogte worden gebracht door de beroepskrachten van het PMS-centrum of door hun medewerkers van het Instituut (secretariaat, opvoeders, directeurs, leerkrachten, al naar gelang het geval). De afspraken met een lid van het PMS-team moeten worden meegedeeld aan het secretariaat van de school opdat ze als gerechtvaardigde afwezigheid zouden kunnen worden beschouwd. In de mate van het mogelijke gebeuren ze buiten de lesuren. Het uur van de terugkomst zal alleszins worden gecontroleerd. 5. PEDAGOGISCHE BEZOEKEN EN SCHOOLREIZEN. Rekening houdend met het belang voor de opleiding kunnen tijdens het jaar verschillende pedagogische bezoeken, schoolreizen, culturele uitwisselingen, culturele en sportactiviteiten worden georganiseerd.

Net als de lessen zijn deze activiteiten en werkzaamheden die ermee gepaard gaan verplicht. De leerlingen kunnen daarvan alleen om medische redenen of op uitdrukkelijke toelating van de directie in bijzondere omstandigheden worden vrijgesteld. De directie mag evenwel de leerling daarvan uitsluiten (tijdelijke verwijdering van een deel van of van alle lessen) als hij tijdens een vroegere activiteit hevige onrust veroorzaakt heeft en daardoor de veiligheid van de deelnemers of de goede naam van de school in het gedrang kon brengen. 6. SCHOOLGAAN. 6.1 De schoolverzekering dekt de leerling op weg naar school enkel dan wanneer hij de normale route aflegt tussen zijn verblijfplaats en de plaats waar de schoolactiviteit plaatsvindt en omgekeerd. 6.2 De lesuren dienen in acht te worden genomen. De ouders moeten erop toezien dat het telaatkomen en afwezigheden uitzonderlijk en gerechtvaardigd zijn. 6.3 Zonder toelating mogen de leerlingen niet meer dan een halfuur vóór de aanvang van de lessen op de speelplaats aanwezig zijn, ze moeten na afloop van de lessen de lokalen verlaten. Voor de leerlingen geldt het formele verbod zich op te houden in de lokalen, gangen, trappen en dit vóór of na de lessen of gedurende de speeltijd, behalve indien toestemming is verkregen.

De leerlingen zijn minstens vijf minuten vóór de aanvang van de lessen aanwezig en mogen het Instituut onder geen beding verlaten voordat de lessen beëindigd zijn (zie het lesrooster in de klasagenda). 6.4 De rangen worden gevormd op de aangewezen plaatsen. 6.5 Laatkomers moeten zich melden bij hun studiemeester-opvoeder voordat ze het klaslokaal mogen betreden. Iedere laattijdige aankomst wordt systematisch opgetekend in de klasagenda en ieder misbruik wordt bestrafd. Behoudens uitzonderlijke gevallen of tegengesteld oordeel van de verantwoordelijke opvoeder mag de leerling die te laat is pas het volgende uur weer aan de lessen deelnemen. In afwachting moet hij zich naar de studiezaal begeven waar zijn aanwezigheid wordt gecontroleerd. 7. AFWEZIGHEDEN. 7.1 De leerlingen moeten daadwerkelijk en regelmatig deelnemen aan alle lessen en activiteiten. De ouders moeten nauwgezet de volgende voorschriften volgen om te vermijden dat hun kind het risico zou lopen om niet over te gaan tot een hogere klas of dat het definitief van de instelling zou worden verwijderd. 7.2 Geen enkele afwezigheid is toegestaan behalve ingeval van overmacht. De volgende redenen van afwezigheid zijn geldend : - onpasselijkheid of ziekte van de leerling - overlijden van een ouder of verwant van de leerling tot de 4de graad - overmacht of uitzonderlijke omstandigheden die als zodanig door het hoofd van de instelling worden erkend 7.3 Wat te doen ingeval van afwezigheid ? "Elke afwezigheid moet schriftelijk worden gerechtvaardigd". - Afwezigheid van ten hoogste 3 dagen : de ouders moeten een schriftelijke verantwoording geven, uiterlijk op de dag van de terugkeer van de leerling op school; - Afwezigheid van meer dan 3 dagen : een medisch attest is verplicht; - Na 3 afwezigheden van minder dan of gelijk aan 3 dagen tijdens eenzelfde schooljaar : de directie kan een medisch attest eisen voor elke andere afwezigheid;

Het is alleszins beter niet te wachten op een afwezigheidskaart, die slechts een herinneringsbrief is, om zich te rechtvaardigen. 7.4 Bij zijn terugkeer dient de leerling die afwezig is geweest zijn klasagenda en schriften zo vlug mogelijk in orde te brengen.

Een afwezigheid, ook al is ze gerechtvaardigd, ontslaat de leerling niet van de verplichting de taken te maken die tijdens zijn afwezigheid worden opgegeven. 7.5 De les lichamelijke opvoeding wordt net als de andere lessen opgenomen in het lesrooster. Leerlingen kunnen alleen om medische redenen worden vrijgesteld van die les. De leerlingen die tijdelijk van die les zijn vrijgesteld, moeten de lessen bijwonen en een schriftelijk verslag aan de lesgever bezorgen; dit verslag wordt door hem beoordeeld. Ze moeten dus op school aanwezig zijn behoudens uitzonderlijke toelating van de directie. 7.6 De inhaallessen, die worden gegeven om de leemten in de opleiding van leerlingen op te vullen, worden vermeld in de klasagenda en zijn eveneens verplicht. 7.7. Tijdens de examenperiode moet voor iedere afwezigheid een medisch attest worden voorgelegd, zoniet wordt het examencijfer tot nul herleid.

Wanneer niet voldaan is aan deze bepalingen wordt de afwezigheid als ongerechtvaardigd beschouwd.

Er kan worden overgegaan tot de definitieve verwijdering als de leerling de onderwijsactiviteiten zoals bepaald in het leerprogramma van zijn studiejaar niet daadwerkelijk en regelmatig bijwoont, meer bepaald wanneer het totaal van zijn ongerechtvaardigde afwezigheden meer is dan veertig halve dagen. 8. OPSCHORTING VAN DE LESSEN EN TOELATING VOOR HET BUITENGAAN. 8.1 De toelating voor het buitengaaan kan alleen worden gegeven mits de ouders vooraf hun goedkeuring geven. 8.2 De leerlingen mogen de instelling niet verlaten tijdens de pauze tussen de lessen en tijdens de speeltijd. 8.3 Indien de lessen om een of andere reden worden opgeschort vóór de normale afloop zoals voorzien in het lesrooster, dan mag de leerling naar huis keren. Deze wijziging in het lesrooster en de toelating tot vertrek worden in de klasagenda opgetekend door het hoofd van de instelling of diens afgevaardigde. De ouders paraferen die mededeling. 8.4 Als de leerling zich naar het secretariaat, PMS-centrum, enz. wil begeven, moet hij de schriftelijke toelating krijgen van de leerkracht, het secretariaat of van de PMS-verantwoordelijke. 8.5 Wanneer hij zonder toelating de instelling verlaat, is de leerling niet gedekt door de schoolverzekering, de ouders zijn dan volledig aansprakelijk : rekening houdend met de bouwstructuur van de instelling kunnen we geen voortdurend toezicht garanderen.

Wanneer de leerling de toelating heeft om de instelling te verlaten, wordt hij door de schoolverzekering slechts gedekt indien hij met name het schooltraject volgt, dit wil zeggen de weg die hij gewoonlijk aflegt van zijn verblijfplaats tot de plaats waar de schoolactiviteit plaatsvindt en omgekeerd. 9. DE KLASAGENDA. 9.1 De klasagenda is een uiterst belangrijk officieel document. Hij moet op elk verzoek worden voorgelegd.

De leerling moet hem steeds bij zich hebben. Van bij zijn aankomst op school schaft hij zich het door de school voorgeschreven model aan en bewaart hij deze zorgvuldig gedurende het hele schooljaar. Wanneer hij om de een of andere reden bij de directie of op het secretariaat wordt geroepen, brengt hij hem met zich mee.

De klasagenda is een persoonlijk document; hij mag aan geen andere leerling worden afgestaan. 9.2 In zijn agenda vermeldt de leerling nauwkeurig : - het wekelijks lesrooster - het huishoudelijk reglement ondertekend door zijn ouders en hemzelf als bewijs van goedkeuring - de taken en lessen van dag tot dag alsmede de onderwezen stof voor de volgende les - de cijfers van examineringen en schriftelijke overhoringen - de mededelingen inzake vertrek 9.3 Als communicatiemiddel tussen de school en de ouders bevat de klasagenda belangrijke boodschappen. De ouders worden dan ook met aandrang verzocht kennis te nemen van de agenda, deze na te zien en te ondertekenen op het einde van de week en elke mededeling te paraferen. 9.4 De klasagenda moet gedurende de hele studietijd worden bijgehouden met het oog op een mogelijke controle vanwege de homologatie.

Hetzelfde geldt voor de schriften van het 5de, 6de en 7de jaar. 9.5 Zo ze voorzien is, is de leerlingenkaart een verplicht document.

De leerling moet ze bij zich hebben en ze op eenvoudig verzoek aan elk personeelslid voorleggen. Hetzelfde geldt voor de klasagenda. 10. BEOORDELING : HET SCHOOLRAPPORT. 10.1 De ouders worden op de hoogte gehouden van vorderingen op school van de leerling via een schoolrapport waarin de beoordelingen voor elke les zijn opgetekend.

Elke bijkomende informatie over de inhoud ervan kan worden gevraagd aan de leerkracht van het vak in kwestie, de verantwoordelijke opvoeder en de directie. De ouders kunnen naast de voorziene oudercontacten tijdens het schooljaar ook telefonisch een afspraak met het secretariaat vastleggen. 10.2 De schoolrapporten worden regelmatig uitgedeeld en bevatten gegevens over het dagelijks werk en de uitslag van de examens of het eindresultaat. 10.3 De leerling moet zijn schoolrapport voorleggen aan zijn ouders van zodra hij het ontvangen heeft. Het wordt uiterlijk de volgende maandag aan de leraar terugbezorgd, met de vereiste handtekenigen. 11. SCHOOLKALENDER. De schoolkalender (verlofdagen, schoolrapporten, examens, oudercontacten) wordt bij de aanvang van het schooljaar in de klasagenda opgenomen. 12. VOORWAARDEN TOT SLAGEN. 12.1 De verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de opleiding van de leerlingen en voor het oordeel over hun overgang naar een hoger jaar wordt collegiaal uitgeoefend. Ze behoort toe aan de klasseraden met inachtneming van de geldende decretale en verordenende bepalingen die zijn vastgesteld door de Franse Gemeenschap. Deze bepalingen liggen ter inzage op het schoolsecretariaat, dat verdere inlichtingen kan geven. 12.2 Cijfer voor gedrag : Dit cijfer komt niet in aanmerking bij de beoordeling en oefent geen invloed uit op de deliberaties.

Het aftrekken van punten van het gedragscijfer houdt een objectieve maar tijdelijke beoordeling in van de ernst van een of meerdere feiten die op zichzelf of als bijkomend element kunnen leiden tot een ordemaatregel of tuchtstraf. Deze zijn vermeld in het besluit van het College van 29 februari 1996 dat als bijlage gaat bij dit huishoudelijk reglement. 13. BERICHT VAN ONTVANGST. Behoudens overmacht of andere wettelijke uitzondering gebeurt de inschrijving van de studenten voor de lessen door de ouders.

De inschrijving in een onderwijsinstelling van de Franse Gemeenschapscommissie veronderstelt de aanvaarding van alle clausules van dit huishoudelijk reglement.

De ouders verbinden zich ertoe alle artikelen van dit reglement na te leven en te laten naleven door hun kind.

Ter kennisgeving te Brussel,.................. : Handtekening van de leerling : Handtekening van de ouders :

^