Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 09 februari 1998
gepubliceerd op 31 maart 1998

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenscha

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
1998029124
pub.
31/03/1998
prom.
09/02/1998
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

9 FEBRUARI 1998. Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, zoals gewijzigd;

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 3, § 1, zoals gewijzigd;

Gelet op de wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten, gewijzigd bij het decreet van 23 december 1988;

Gelet op de wet van 21 maart 1964 op het medisch schooltoezicht, gewijzigd bij het decreet van 5 november 1986;

Gelet op de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut van de personeelsleden van het Rijksonderwijs, zoals gewijzigd;

Gelet op de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, zoals gewijzigd;

Gelet op de wet van 9 juni 1970 betreffende de tewerkstelling van studenten;

Gelet op de wet van 14 juli 1976 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1989;

Gelet op het decreet van 22 december 1977 houdende vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de sportfederaties en de voorwaarden voor de toekenning van de toelagen voor de werking aan vernoemde federaties, gewijzigd bij het decreet van 18 december 1984;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces, zoals gewijzigd;

Gelet op het decreet van 5 juli 1985 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de universitaire sportcentra en de daarmee gelijkgestelde centra en van de schoolsportfederaties en de voorwaarden voor de toekenning van werkingstoelagen aan deze inrichtingen;

Gelet op het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd, zoals gewijzigd;

Gelet op het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd bij het decreet van 4 februari 1997;

Gelet op de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 mei 1996;

Gelet op het besluit van de Regent van 30 maart 1950 de toekenning regelend van toelagen wegens buitengewone prestaties;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling voor het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, zoals gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 februari 1961 houdende vaststelling van de voorwaarden tot toekenning door het Nationaal Instituut voor Lichamelijke Opvoeding en de Sport, van werkingssubsidies voor de speelpleinen;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 juli 1962 tot reglementering van de bokswedstrijden en -exhibities en van de beoefening van de boksport, zoals het later werd gewijzigd, inzonderheid bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 10 mei 1984;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende sommige verloven toegestaan aan personeelsleden van de rijksbesturen en betreffende de afwezigheden wegens persoonlijke aangelegenheden, zoals gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 juli 1964 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van erkenning van de equipes en van de centra voor medisch schooltoezicht, zoals gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 1964 betreffende het beheer van het Nationaal Sportfonds;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1984;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende de algemene beginselen van het administratief statuut van het personeel van de leergangen met beperkt leerplan ressorterend onder het ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, zoals gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel der ministeries;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 september 1966 waarbij aan de migrerende arbeiders een vergoeding toegekend wordt voor de reiskosten van hun gezinsleden, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 13 september 1989;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de veldritten, zoals later gewijzigd, inzonderheid bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 1 maart 1984;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 januari 1973 tot vaststelling van het beloop van de rijksbijdrage in de werkingskosten van de erkende medische sportkeuringscentra;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 mei 1975 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 augustus 1985 en 19 maart 1990;

Gelet op het ministerieel besluit van 10 augustus 1977 houdende vaststelling van de algemene aannemingsvoorwaarden van de overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 mei 1980 tot bepaling op welke wijze een vernieuwingsexperiment van de werking van bepaalde equipes voor Medisch Schooltoezicht georganiseerd wordt met betrekking tot de geneeskundige onderzoekingen, hoe dikwijls en onder welke voorwaarden dit toezicht wordt uitgeoefend, en op welke wijze en onder welke voorwaarden de subsidies verleend worden, zoals verlengd;

Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 10 mei 1982 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van subsidies voor de organisatie van sportkampen;

Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 11 maart 1983 houdende erkenning van de personen die de immigranten religieus en/of moreel moeten bijstaan, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 5 maart 1984;

Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 december 1988 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en van de toekenning van toelagen aan deze diensten, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 december 1988;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 februari 1985;

Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 7 december 1987 betreffende de erkenning en de toekenning van toelagen aan de personen en diensten belast met begeleidingsmaatregelen voor de jeugdbescherming;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 mei 1995 waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen van toepassing wordt verklaard op de ambtenaren van de Diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het geldelijk statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van concessies voor openbare werken;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 november 1996 waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in de besturen en andere diensten van de ministeries op de ambtenaren van de Diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschap toepasselijk wordt verklaard;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 december 1996 houdende oprichting van het Ministerie van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 februari 1997 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 mei 1997 betreffende de Algemene Directie Schoolinfrastructuren;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap;

Overwegende dat de herstructurering van het nieuwe ministerie van de Franse Gemeenschap en de inschakeling binnen dat ministerie van de personeelsleden afkomstig uit de vroegere Fondsen voor Schoolgebouwen tot gevolg hebben dat het stelsel inzake bevoegdheids- en ondertekeingsdelegaties dienovereenkomstig moet worden aangepast;

Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van 5 februari 1998, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Algemene voorwaarden waaraan de personeelsleden moeten

voldoen om een delegatie uit te oefenen

Artikel 1.§ 1. De bevoegdheids- en ondertekeningsdelegaties bedoeld bij dit besluit worden verleend aan de personeelsleden die volledig of gedeeltelijk vallen onder de bepalingen van het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en aangewezen zijn voor de betrekkingen bepaald in het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap.

De ambtenaren, die, bij toepassing van de reglementaire bepalingen bedoeld bij de artikelen 132, 3° en 14°, en 133 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de personeelsleden van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, titularis zijn van een graad gelijk aan of hoger dan rang 13, worden gelijkgesteld, voor de uitvoering van dit besluit, met ambtenaren die titularis zijn van een graad van rang 12. De andere ambtenaren van niveau 1 onderworpen aan dezelfde bepalingen worden gelijkgesteld met de ambtenaren die titularis zijn van een graad van rang 10 of 11. § 2. De ambtenaren van een openbaar bestuur, die belast zijn met een opdracht in de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap - kunnen aangewezen worden om de ondertekenings- en/of bevoegdheidsdelegaties uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap - met uitzondering van de handelingen van alle aard die verband houden met de toepassing of de uitvoering van het statuut van het personeel.

Bedoelde uitzondering omvat niet de toelating om het jaarlijks verlof te genieten.

Het besluit luidens hetwelk de in deze paragraaf bedoelde personen belast zijn met een opdracht in de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap - vermeldt duidelijk of er aanleiding bestaat tot uitoefening van de delegaties zoals bedoeld bij lid 1 en, in dit geval, bepaalt het de rang van gelijkstelling van deze personen met de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap. § 3. Voor de toepassing van dit besluit, oefent de ambtenaar aangewezen voor een hoger ambt alle prerogatieven uit die aan dit ambt gebonden zijn.

De bepalingen van dit besluit betreffende de afwezigheid van een gedelegeerde overheid hebben betrekking op alle gevallen van functionele afwezigheid van genoemde overheid, inzonderheid dat van gebrek aan titularis voor het bekleden van betrokken betrekking behalve wanneer het hoger ambt uitgeoefend wordt.

Voor de bepalingen van dit besluit waarbij, in geval van afwezigheid of verhindering van de titularis van een delegatie, de gedelegeerde bevoegdheid uitgeoefend mag worden, krachtens een subdelegatie verleend dankzij een voorafgaande handeling, door een ambtenaar die ondergeschikt is aan de afwezige of verhinderde overheid, dient verstaan te worden onder "voorafgaande subdelegatieakte", ofwel de akte door de overheid die titularis is van de delegatie voor haar afwezigheid of verhindering of de handeling te allen tijde door de bevoegde hiërarchische overheid krachtens artikel 3 van dit besluit.

Elke voorafgaande subdelegatieakte in de zin van vorig lid dient noodzakelijk schriftelijk gestuurd te worden, voor de datum van uitwerking, naar de hiërarchische overheden bedoeld bij artikel 3, iedere overheid wat haar hiërarchische bevoegdheden betreft.

Art. 2.In geval van dringende noodzakelijkheid, voor het vervullen of het vaststellen van opdrachten of voor handelingen die zij precies omschrijven, voor de aangelegenheden die tot hun bevoegdheid behoren, kunnen de leden van de Regering, mits schriftelijke opdracht, ondertekenings- en beslissingsdelegaties verlenen waarin niet woorzien wordt in dit besluit, aan iedere ambtenaar van het Ministerie bedoeld bij artikel 1, § 1, van dit besluit.

Art. 3.De bevoegheidsdelegaties verleend door of krachtens dit besluit worden uitgeoefend onverminderd de hiërarchische controle van de delegerende overheden en onverminderd de uitoefening van de bevoegdheden gedelegeerd door de delegerende overheden of door de hiërarchische meerderen.

De uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheden in de zin van vorig lid, dient te worden verstaan evenwel voor de rechtstreekse uitoefening van genoemde bevoegdheden als voor de mogelijkheid om subdelegaties te verlenen in plaats van, en onder dezelfde voorwaarden als de gedelegeerde overheid, die door de delegerende overheid of de hiërarchische meerdere vervangen wordt.

Onder hiërarchische meerderen in de zin van deze bepaling, dient verstaan te worden de secretaris-generaal en de adminitrateurs-generaal respectief voor het geheel van het Ministerie en ieder betrokken algemeen bestuur. Voor de subdelegaties verleend krachtens dit besluit, dient onder hiërarchische meerderen ook verstaan te worden, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in de akte van subdelegatie, de ambtenaren waaruit de hiërarchische lijn bestaat tussen de ambtenaar die de bevoegdheid subdelegeert krachtens dit besluit en de ambtenaar die deze bevoegdheid uitoefent krachtens deze subdelegatie.

Elk voorstel geformuleerd door een personeelslid en met betrekking tot het vervullen van een handeling waarvoor hij geen delegatie heeft gekregen, dient te worden overgezonden aan de bevoegde overheid via iedere hiërarchische meerdere waaruit de hiërarchische lijn tussen dit personeelslid en deze overheid bestaat.

Onder delegerende overheid in de zin van deze bepaling, dient verstaan de bevoegde Minister(s). Afdeling 2. - De hoge leiding van het Ministerie van de Franse

Gemeenschap

Art. 4.§ 1. Onder het gezag van de Regering oefent de secretaris-generaal de hoge leiding uit van het Ministerie.

Hij coördineert de activiteiten en zorgt voor de eenheid van bestuur van het Ministerie, inzonderheid wat betreft iedere vraag waarbij verscheidene algemene besturen betrokken zijn.

Hij deelt zijn onderrichtingen en richtlijnen mede aan de diensten waaruit de algemene besturen bestaan via de administrateurs-generaal.

Hij stuurt, langs de hiërarchische weg, aan de personeelsleden de informatie en de algemene richtlijnen die ze aanbelangen.

De dossiers en onderrichtingen van de Ministers zendt hij over aan de diensten van het Ministerie, vergezeld van de nodige inlichtingen.

Daarenboven kan hij op eigen initiatief ieder voorstel uitbrengen dat hij nodig acht. § 2. Onverminderd de bevoegdheden eigen aan de secretaris-generaal, hebben de administrateurs-generaal het gezag over de algemene besturen en diensten waaruit een algemeen bestuur bestaat en zorgen zij voor de coördinatie ervan. § 3. Onder het gezag van de secretaris-generaal of van een administrateur-generaal, hebben de directeurs-generaal de leiding van een algemene directie en de coördinatie van de diensten waaruit ze bestaat. § 4. De adjunct-directeurs-generaal, naargelang het geval : 1° zorgen voor de leiding van een algemene dienst onder de leiding van de secretaris-generaal, een administrateur-generaal of een directeur-generaal;2° staan, voor zijn opdrachten, een ambtenaar-generaal van hogere rang bij, zonder rechstreeks verantwoordelijk te zijn voor een algemene dienst. § 5. De aangelegenheden behandeld door de diensten van het Ministerie worden door de secretaris-generaal, de administrateurs-generaal en directeurs-generaal aan de bevoegde ministeriële overheid voorgelegd, ieder wat betreft de diensten die onder de administratieve eenheid ressorteren waarvan hij de leiding heeft.

Behoudens wat betreft de aangelegenheden beheerd door de diensten van het Secretariaat-generaal, met uitsluiting van de algemene directies waaruit het bestaat, worden ze overgezonden langs de hiërarchische weg en dienen ze vergezeld te gaan van de mogelijke opmerkingen van de secretaris-generaal en van de administrateurs-generaal, iedere administrateur-generaal wat betreft de aangelegenheden behandeld door de directies waaruit het algemeen bestuur waarvan hij de leidng heeft, bestaat. Deze opmerkingen worden aan de ambtenaar-generaal die het dossier zendt, medegedeeld. § 6. Bij afwezigheid van de secretaris-generaal, zorgt de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek voor de vervanging.

Bij afwezigheid van de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, wordt de vervanging van de secretaris-generaal overgenomen ofwel door de administrateur-generaal aangewezen door de secretaris-generaal, via een schriftelijke akte die vooraf aan iedere Minister van de Regering van de Franse Gemeenschap dient te worden medegedeeld, ofwel door de administrateur-generaal die de grootste graadanciënniteit heeft, met dien verstande dat bij gelijke graadanciënniteit, er eerst rekening zal worden gehouden met de dienstanciënniteit, en daarna met de leeftijd. § 7. Bij afwezigheid van een administrateur-generaal, wordt diens vervanging uitgeoefend ofwel door de ambtenaar-generaal aangewezen door genoemde administrateur-generaal via een schriftelijke akte die vooraf aan de secretaris-generaal dient te worden medegedeeld, ofwel, bij gebrek daaraan, door de ambtenaar-generaal die, binnen het betrokken algemeen bestuur, titularis is van de hoogste graad, met dien verstande dat bij gelijke graad, er eerst rekening zal worden gehouden met de graadanciënniteit, daarna met de dienstanciënniteit en eindelijk met de leeftijd. HOOFDSTUK II. - Algemene delegaties Afdeling 1. - Delegaties inzake personeel van het Ministerie

Art. 5.Voor de toepassing van deze afdeling, dient verstaan te worden onder "de Minister", het lid (of de leden) van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wiens (wier) bevoegdheid het personeel van het Ministerie van de Franse Gemeenschap behoort.

Art. 6.§ 1 - Delegatie wordt verleend aan de Secretaris-generaal : 1° om de geslaagden toegelaten door de Vast Wervingssecretaris voor de betrekkingen van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 tot de stage toe te laten, en om de stagiairs van deze niveaus vast te benoemen;2° om, na aanstelling door de Minister, de overeenkomsten voor aanwerving en de akten van tewerkstelling te ondertekenen van : a) de contractuelen;b) de gesubsidieerde contractuelen;c) de jongeren met het oog op hun tewerkstelling als stagiair (in het kader van de stage der jongeren); om, op eigen initiatief, inzake afwezigheid, de aanhangsels bij de overeenkomsten te ondertekenen; 3° op de voordracht of op het voorafgaand advies van de administrateurs-generaal of van de betrokken directeurs-generaal : a) om de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 voor een dienst aan te wijzen en om de dienstaanwijzingen van bedoelde personeelsleden te wijzigen;b) om de administratieve standplaats te bepalen;4° om de administratieve stand van de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 te bepalen, na instemming van de Minister in geval van een verlof om een ambt uit te oefenen bij het Cabinet van een Minister of een Staatssecretaris of bij het Cabinet van de Voorzitter of van een Lid van de Regering van een Gemeenschap, een Gewest of een College of bij aanstelling voor het vervullen van een opdracht;5° om de nodige administratieve maatregelen te treffen wanneer de Administratieve Gezondheidsdienst concludeert tot lichamelijke ongeschiktheid van de gegadigde of het personeelslid, met inbegrip van het ontslag en de inrustestelling;6° voor alle betrekkingen met de Vast Wervingssecretaris;7° om administratieve handelingen te treffen die, voor de ambtenaren, overeenkomen met een bevordering in vlakke loopbaan;8° om de voordracht op te stellen die vereist is voor de verandering van graad of voor de bevordering door verhoging in graad of door overgang naar het hogere niveau;9° om uitzonderlijke prestaties toe te laten en de daarbij behorende kostenstaten goed te keuren;10° om de personeelsleden in disponibiliteit te stellen wegens ziekte of gebrekkigheid,waaruit geen definitieve ongeschiktheid voor de dienst voortvloeit maar waardoor zij langer afwezig blijven dan de duur van ziekte- of gebrekkigheidsverloven; om het wachtgeld te bepalen dat aan het personeelslid in disponibiliteit wegens ziekte of gebrekkigheid moet toegekend worden; 11° om de personeelsleden van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 die erom verzoeken in disponibiliteit te stellen om persoonlijke aangelegenheden na advies van betrokken directeur-generaal;12° om na advies van de administrateur-generaal of van de betrokken directeur-generaal de personeelsleden anders dan de ambtenaren uit de categorie "ambtenaren-generaal" toelating te geven voor lange tijd afwezig te zijn, gewettigd door sociale of familiale redenen;13° om, hetzij op hun verzoek, hetzij omdat zij de pensioenleeftijd hebben bereikt, aan de personeelsleden anders dan de ambtenaren uit de categorie "ambtenaren-generaal" ontslag uit hun ambt te verlenen; om van rechtswege ontslag uit hun ambt te verlenen aan dezelfde ambtenaren in toepassing van artikel 83, § 3, 4, 5 en 6 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen; om het recht op pensioen ten laste van de Schatkist van dezelfde ambtenaren te bepalen; 14° om een ambtenaar in non-activiteit te stellen indien hij zonder toelating afwezig is of zonder geldige reden de termijn van zijn verlof overschrijdt;15° om hogere ambten toe te kennen en te verlengen voor de personeelsleden van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 tot rang 10 inbegrepen;16° om de personeelsleden die bij een arbeidsovereenkomst aangeworven zijn af te danken, ofwel wegens zware fout, ofwel, na voorstel gericht aan de functioneel bevoegde Minister en aan de Minister bedoeld bij artikel 5, in afwezigheid van oppositie van deze personen binnen de tien dagen van het voorstel;17° om een ambtenaar in zijn ambt te schorsen in het belang van de dienst;18° om de reiskostenstaten, binnen de perken van een kilometermaximum dat jaarlijks bepaald wordt door de Minister wat betreft de reiskosten voor een persoonlijk voertuig om dienstredenen, en de verblijfkostenstaten van de administrateurs-generaal en de directeurs-generaal goed te keuren; om een dienst- of ambtvoertuig om beroepsopdrachten te vervullen ter beschikking te stellen van de administrateurs-generaal en de directeurs-generaal; 19° om handelingen te verrichten inzake vergoeding van arbeidsongevallen en beroepsziekten, met inbegrip van de toekenning van de juridische melding "arbeidsongeval" of "ongeval op de weg van en naar het werk" aan een ongeval en beroep in te stellen tegen verantwoordelijke derden;20° om toelating te geven deel te nemen aan congressen, colloquia, studiedagen, seminaries en conferenties die in België gehouden worden, wanneer het bedrag van de daarbij behorende kosten hoger is dan vijfentwintigduizend frank;21° om de grondwettelijke eedaflegging te ontvangen van de ambtenaren van niveau I;22° om aan de personeelsleden anders dan de ambtenaren van de categorie "ambtenaren-generaal" het genieten van de maatregelen inzake loopbaanonderbreking en van herverdeling van het werk, die van toepassing zijn op vernoemde personeelsleden, toe te kennen. § 2. De voordrachten of adviezen bedoeld bij § 1, 3°, 11° en 12° worden door de administrateurs-generaal geformuleerd wanneer ze betrekking hebben op een betrekking van de personeelsformatie van een algemeen bestuur, die niet opgenomen is in de personeelsformatie van een algemene directie.

Ze worden geformuleerd door de directeurs-generaal wanneer ze betrekking hebben op een betrekking van de personeelsformatie van een algemene directie. § 3. Ingeval de Secretaris-generaal afwezig of verhinderd is, worden de in lid 1 opgesomde bevoegdheden in spoedgevallen door de ambtenaar-generaal uitgeoefend die de leiding heeft van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken.

Ingeval de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken afwezig of verhinderd is, worden de bevoegdheden in spoedgevallen uitgeoefend, ofwel door de ambtenaar-generaal van rang 15 van dezelfde algemene directie die de grootste graadanciënniteit heeft, met dien verstande dat, bij gelijkheid van graadanciënniteit, er rekening zal worden gehouden eerst met de dienstanciënniteit, en daarna de leeftijd, ofwel door de ambtenaar van minstens rang 12 aangesteld krachtens een subdelegatieakte genomen, mits vorige instemming van de secretaris-generaal, door de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken. § 4. De secretaris-generaal kan aan de directeur-generaal van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken de bevoegdheden delegeren die hem worden verleend door lid 1, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14°, 18°, 19°, 20° en 22° mits schriftelijke en voorafgaande akte die aan alle betrokken personeelsleden wordt medegedeeld.

Mits voorafgaande instemming van de secretaris-generaal, kan de directeur-generaal van de Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken, via een schriftelijke akte die vooraf aan alle betrokken personeelsleden werd medegedeeld, aan een ambtenaar-generaal van rang 15 van dezelfde algemene directie, de bevoegdheden subdelegeren die hem gedelegeerd worden bij toepassing van vorig lid met uitzondering echter van de bevoegdheden bedoeld bij § 1, 3°, 4° en 9°. § 5. De secretaris-generaal brengt de Minister op de hoogte van de maatregelen die genomen werden in toepassing van lid 1, 3°, 14°, 15°, 16° en 17°. § 6. De secretaris-generaal brengt om de zes maand de leden van de Executieve op de hoogte door hen een bijgewerkte lijst van alle ambtenaren in hun werkelijke functies en graden te bezorgen met inbegrip van de mogelijke hogere ambten.

Art. 7.§ 1. Delegatie wordt verleend aan de secretaris-generaal en de administrateurs-generaal : 1° om aan de personeelsleden die onder hun gezag staan het jaarlijks vakantieverlof en uitzonderlijk verlof toe te staan;2° om, na advies van de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken, verlof toe te staan aan de ambtenaren anders dan de categorie "ambtenaren-generaal" in de volgende gevallen : a) om dwingende redenen van familiaal belang;b) om een stage- of een proefperiode door te maken in een andere betrekking van een openbare dienst, van het gesubsidieerd onderwijs, van een gesubsidieerd psycho-medisch-sociaal centrum, van een gesubsidieerde dienst voor beroepsoriëntering of van een gesubsidieerd medisch-pedagogisch instituut, van het universitair onderwijs;c) om ad interim een ambt waar te nemen in een school van het officieel onderwijs of in een gesubsidieerde school van het vrij onderwijs;d) om zich kandidaat te stellen voor de parlements- of provincieraadsverkiezingen;e) voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen of om persoonlijke aangelegenheden;f) om cursussen te volgen met het oog op de vervolmaking van de intellectuele, morele of sociale opleiding in het kader van het verlof voor sociale promotie en het opleidingsverlof;3° om de reiskostenstaten, anders dan deze betreffende het gebruik van een persoonlijk voertuig, en de verblijfkostenstaten van het personeel dat onder hun gezag staat, goed te keuren;4° om toelating te geven deel te nemen aan congressen, colloquia, studiedagen, seminaries en conferenties die in België gehouden worden, wanneer het bedrag van de daarbij behorende kosten lager of gelijk is aan vijfentwintigduizend frank;5° om de reizen van de personeelsleden die onder hun gezag ressorteren toe te laten en om de de reisorders te ondertekenen die opgesteld werden in naam van genoemde personeelsleden met het oog op het verkrijgen van een vervoerbewijs van de NMBS;6° om, binnen de perken van een kilometermaximum dat jaarlijks bepaald wordt door de Minister voor ieder algemeen bestuur en iedere algemene directie, een kilometerquota toe te kennen aan de personeelsleden die zij machtigen hun persoonlijk voertuig te gebruiken om dienstredenen en, in functie van specifieke behoeften die behoorlijk verantwoord zijn, aan deze personeelsleden een punctuele kilometerquota toe te kennen binnen de perken van een globaal kilometerpakket dat jaarlijks door de Minister wordt bepaald voor ieder algemeen bestuur en iedere algemene directie;7° om, vóór de uitbetaling van de overeenkomende wedde, het toekennen van toelagen wegens buitengewone prestaties goed te keuren. § 2. De secretaris-generaal en de administrateurs-generaal kunnen, mits voorafgaandeljike schriftelijke akte, de delegaties bedoeld bij § 1 delegeren aan de directeurs-generaal van de entiteit waarvan zij de leiding hebben. § 3. Ingeval de secretaris-generaal afwezig of verhinderd is of een administrateur-generaal of een directeur-generaal bekleed met een delegatie in toepassing van § 2, worden de delegaties bedoeld bij § 1 die niet gesubdelegeerd werden krachtens § 4 uitgeoefend, in spoedgevallen, ofwel door een ambtenaar van minstens rang 12 en aangesteld door de afwezige of verhinderde ambtenaar-generaal krachtens een voorafgaande akte van subdelegatie medegedeeld aan alle betrokken personeelsleden alsook aan de secretaris-generaal, ofwel, in de afwezigheid van een dergelijke aanstelling, door de ambtenaar van minstens rang 12 met de hoogste graad met dien verstande dat bij gelijkheid van graad er rekening zal worden gehouden eerst met de graadanciënniteit, daarna de dienstanciënniteit, en eindelijk de leeftijd.

De bevoegdheidsdelegatie bedoeld in de vorige paragraaf bevat, behoudens tegenbepaling in de voorafgaande subdelegatieakte, de mogelijkheid van subdelegatie bij toepassing van § 4. § 4. De secretaris-generaal, de administrateurs-genraal en de directeurs-generaal die een delegatie genieten in toepassing van § 2 kunnen de bevoegdheid bedoeld in 1° van § 1 delegeren aan hoofden van diensten met een graad van rang 22 minstens, ieder wat betreft de ambtenaren die onder hun diensten ressorteren. Deze subdelegaties worden per voorafgaande schriftelijke akte verleend, akte die medegedeeld moet worden aan alle betrokken personeelsleden alsook aan de secretaris-generaal.

Ze kunnen de in 3° van § 1 bedoelde bevoegdheid delegeren ofwel aan ambtenaren van een graad van minstens rang 12, ofwel aan de ambtenaar die verantwoordelijk is voor een buitendienst wanneer deze buitendienst in werkelijkheid geen ambtenaar van minstens rang 12 bevat.

Ze kunnen de ondertekeningsbevoegdheid bedoeld bij 5° van § 1 delegeren aan de ambtenaren die ze aanwijzen, via een schriftelijke en voorafgaande akte, medegedeeld aan de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken.

Niemand mag echter de krachtens vorig lid gedelegeerde bevoegdheid uitoefenen als het om reizen gaat die hij persoonlijk maakt alsook voor reizen gedaan door een personeelslid van een gelijkwaardige of hogere rang.

Art. 8.§ 1. Delegatie wordt verleend aan de secretaris-generaal : 1° om de grondwettelijke eed van de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 af te nemen;2° om verlof toe te kennen in de volgende gevallen : a) om de cursussen van de school voor civiele bescherming te volgen, ofwel als vrijwillig lid van dit korps, ofwel als leerling die niet tot dit korps behoort;b) om in vredestijd prestaties te vervullen bij het korps van de civiele bescherming als vrijwillige bij dit korps;c) voor de opvang van een kind van minder dan tien jaar met het oog op zijn adoptie of op de uitoefening van een pleegvoogdij;d) bij de geboorte van een kind, het ouderschapsverlof;3° om een personeelslid dat afwezig is wegens ziekte of gebrekkigheid en dat de Administratieve Gezondheidsdienst geschikt heeft bevonden om deeltijds zijn ambt te hervatten, terug in dienst te roepen;4° om de identificatiebewijzen uit te reiken en te ontnemen aan de personeelsleden;5° om aan de personeelsleden de documenten met betrekking tot het verkrijgen van een bestendig vervoerbewijs, desnoods verminderd met de werkgeversbijdrage, af te leveren, en dit bewijs terug te vorderen wanneer de begunstigde zijn hoedanigheid als personeelslid verliest;6° om de wedde van de personeelsleden te bepalen en uit te betalen, om de verhogingen van wedde te bepalen, en het bedrag van de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt te bepalen en uit te betalen. § 2. De secretaris-generaal kan, via en voorafgaande schriftelijke akte, de delegaties bedoeld bij § 1 delegeren aan de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken. § 3. Ingeval de secretaris-generaal afwezig of verhinderd is of, naar gelang van het geval, de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene directie Personeel en Ambtenarenzaken, worden de in § 1 bedoelde delegaties, in spoedgevallen, uitgeoefend door de ambtenaar-generaal die de oudste in graad is van de Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken, ofwel door de ambtenaar van minstens rang 12 aangewezen krachtens een voorafgaande subdelegatieakte medegedeeld aan alle betrokken personeelsleden alsook aan de secretaris-generaal voor de bevoegdheden die vroeger gedelegeerd werden bij toepassing van § 2. § 4. De secretaris-generaal of, naar gelang van het geval, de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken, kan de bij 4° en 5° van § 1 bedoelde bevoegdheden delegeren aan ambtenaren van een graad van minstens rang 12. De subdelegaties worden via een voorafgaandelijke schriftelijke akte verleend, die medegedeeld wordt aan alle betrokken personeelsleden alsook aan de secretaris-generaal voor de bevoegdheden die vroeger gedelegeerd werden bij toepassing van § 2. Afdeling 2. - Delegaties inzake gunning en uitvoering van

overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Onderafdeling 1. - Delegaties voor de aangelegenheden die geen betrekking hebben op de schoolgebouwen

Art. 9.Deze onderafdeling is van toepassing op de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap - binnen de perken van hun bevoegdheid en met uitsluiting van de bevoegdheden voortvloeiend uit het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Art. 10.De financiële beperkingen van de bij dit besluit bepaalde delegaties worden verstaan exclusief de belasting op de toegevoegde waarde.

Art. 11.De bevoegdheid om het bestek of de bescheiden die het vervangen goed te keuren, de bevoegdheid om de wijze van gunning van de opdracht te kiezen, de bevoegdheid om de procedure in te zetten en de opdrachten goed te keuren, worden gedelegeerd aan de titularissen van de functies vermeld in de bijlage bij dit besluit, binnen de financiële beperkingen aangeduid nevens elke functie, volgens de in aanmerking genomen gunningswijze en het type van opdracht.

Deze delegaties worden slechts uitgeoefend voor zover het voorwerp van de opdracht door de Regering van de Franse Gemeenschap of door het bevoegde lid ervan werd toegelaten, ofwel door de goedkeuring van een investeringsprogramma waarin dit voorwerp is opgenomen, ofwel door een bijzondere beslissing betreffende dit voorwerp.

De bij lid 2 van dit artikel voorziene toelating is niet vereist wanneer het gaat om uitgaven voor de gewone behoeften van de diensten (lopende uitgaven voor de werking, het verbruik en de uitrusting) of wanneer het gaat om uitgaven die niet hoger geraamd worden dan vijf miljoen frank voor wat de secretaris-generaal betreft, drie en een half miljoen frank voor wat de administrateurs-generaal betreft, twee miljoen frank voor wat de directeurs-generaal betreft en honderdduizend frank voor wat de ambtenaren van ten minste rang 12 betreft of voor uitgaven voor onderhoudswerken aan eigendommen van de Franse Gemeenschap, die dringend uitgevoerd moeten worden, mits zulks verantwoord wordt.

Art. 12.De bevoegdheid om te beslissen, nadat de bevoegde Minister(s) ervan op de hoogte werd(en) gebracht, over de afwijkingen van het bestek, om te beslissen, nadat de bevoegde Minister ervan op de hoogte werd gebracht, te gunnen tegen voorlopige prijzen of tegen terugbetaling, om de prijzencontrole op te leggen en om in de toekenning van voorschotten te voorzien, wordt toegekend aan : a) de secretaris-generaal, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan twee miljoen frank;b) de administrateurs-generaal, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan een miljoen frank;c) de directeurs-generaal, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan vijfhonderdduizend frank.

Art. 13.Wat de te nemen maatregelen en beslissingen betreft in verband met de gewone uitvoering van een gegunde opdracht, wordt bevoegdheidsdelegatie verleend aan de ambtenaren die op grond van artikel 11 zelf de opdracht hebben gegund; de administrateur-generaal of de directeur-generaal van het betrokken bestuur is evenwel bevoegd voor de gewone uitvoering van de opdrachten die door de secretaris-generaal of door de bevoegde Minister(s) werden goedgekeurd.

Worden beschouwd als maatregelen en beslissingen die betrekking hebben op de gewone uitvoering van een gegunde opdracht, deze die als doel hebben het voorwerp van de initiale onderneming te verwezenlijken en die in de perken ervan blijven, met uitsluiting van de maatregelen en beslissingen die gesteund zijn op een beoordelingsbevoegdheid die in de opdracht bepaald is.

Art. 14.§ 1. Voor de afrekeningen die voortvloeien uit de loutere toepassing van de bedingen van de overeenkomsten, alsook voor de afrekeningen tot regularisatie van de ramingsstaten die voorafgaandelijk werden opgemaakt en goedgekeurd en waarvan de posten en de bedragen nagenoeg overeenstemmen met de ramingsstaten die zij vervangen, wordt delegatie van goedkeuring verleend aan de ambtenaar van rang 15, zonder begrenzing van het bedrag. § 2 - Wat de goedkeuring van een afrekening of van opeenvolgende afrekeningen betreft, andere dan deze bedoeld in paragraaf 1, kan het bedrag ervan of het totaalbedrag van de opeenvolgende afrekeningen goedgekeurd worden door de hierna vermelde ambtenaren ten beloop van het percentage van het bedrag van de inschrijving dat nevens hun graad is vermeld : - Ambtenaar van rang : vijftien percent tot vier miljoen - Directeur-generaal : vijftien percent tot zeven miljoen - Administrateur-generaal : twintig percent tot acht miljoen - Secretaris-generaal : vijfentwintig percent tot tien miljoen Indien de percentages of de voor de secretaris-generaal vastgestelde bedragen zijn bereikt, wordt elke volgende afrekening steeds door de Minister goedgekeurd.

Art. 15.Delegatie wordt verleend aan de ambtenaren vermeld in de artikelen 11, 13 en 14 binnen de perken die hun worden opgelegd voor de goedkeuring van de bestekken, de ramingsstaten en de afrekeningen, om verlengingen van termijnen toe te staan, die ofwel proportioneel werden bepaald, ofwel voortvloeien uit de handeling van de administratie of uit het feit dat bepaalde omstandigheden zich hebben voorgedaan die de medecontracterende partij niet kon vermijden en waarvan zij de gevolgen niet kon verhelpen, ofschoon zij al het nodige daartoe in het werk had gesteld, ofwel ook nog voortvloeien uit afrekeningen. De verlengingen van termijn waarvan sprake mogen niet langer zijn dan vijftig procent van de oorspronkelijke termijn.

Elke andere verlenging wordt steeds goedgekeurd door de bevoegde Minister(s), op gemotiveerd verslag van de Administratie.

Art. 16.Op eensluidend advies van de administrateur-generaal of van de directeur-generaal, is de secretaris-generaal ertoe gemachtigd boeten of straffen wegens laattijdige oplevering op te leggen ten belope van een bedrag van een miljoen frank of van een bedrag dat niet hoger mag zijn dan tien percent van het aanvankelijk bedrag van de opdracht tot beloop van vijf miljoen frank.

Art. 17.Delegatie wordt verleend aan de ambtenaars-generaal om te beslissen over de maatregelen van ambtswege die moeten genomen worden tegen de in gebreke gestelde aannemer en om hem deze beslissing ter kennis te brengen, overeenkomstig artikel 48, paragraaf 4 van het ministerieel besluit van 10 augustus 1977 houdende vaststelling van de algemene aannemingsvoorwaarden van de overheidsopdrachten of artikel 20, § 6 van de bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van concessies voor openbare werken;

Deze bevoegdheidsdelegatie is beperkt tot de opdrachten die een vertraging hebben opgelopen van meer dan 1/2 N in hun uitvoering ( N is de oorspronkelijke termijn uitgedrukt in werkdagen).

Art. 18.Ingeval de secretaris-generaal afwezig of verhinderd is, worden de bevoegdheden die in deze afdeling zijn opgesomd in spoedgeval uitgeoefend door de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.

Art. 19.§ 1. Inzake informatieverwerking wordt aan de secretaris-generaal de bevoegdheid verleend om in overleg met de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Cultuur en Informatica de algemene samenwerkingskaders met de andere overheidsbesturen alsmede met de privéprestatieverleners op te stellen. § 2. De bevoegdheid om hardware, software of diensten inzake informatieverwerking te verwerven wordt gedelegeerd aan : a) de secretaris-generaal, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan twee miljoen vijfhonderdduizend frank;b) de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Cultuur en Informatica, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan twee miljoen frank;c) de administrateurs-generaal die de leiding hebben van een ander algemeen bestuur dan het algemeen bestuur Cultuur en Informatica, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan een miljoen frank;d) de directeurs-generaal, voor de opdrachten die niet hoger geraamd worden dan vijfhonderdduizend frank. De in littera c en d van voorgaand lid bepaalde delegaties worden uitgeoefend op voorafgaand advies van de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Cultuur en Informatica.

Aan de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Cultuur en Informatica wordt bericht gegeven over de opdrachten bepaald in littera a en aan de secretaris-generaal voor de opdrachten bepaald in littera b.

Ingeval de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Cultuur en Informatica afwezig of verhinderd is, wordt het advies of akkoord voorzien in voorgaand lid ofwel gegeven door een ambtenaar van ten minste rang 12, aangewezen per voorafgaande subdelegatieakte die aan alle betrokken ambtenaren-generaal wordt medegedeeld ofwel door een ambtenaar van de Algemene dienst Informatica en Statistiek bekleed met een graad van ten minste rang 12, met dien verstande dat het steeds de ambtenaar met de hoogste graad betreft; bij gelijkheid in graad wordt op de eerste plaats rekening gehouden met de graadanciënniteit, vervolgens met de dienstanciënniteit en tenslotte met de leeftijd.

De bij deze bepaling bedoelde ambtenaren-generaal brengen ieder, voor wat betreft de diensten waarvan ze de leiding hebben, met inbegrip van de diensten bepaald in onderafdeling 2 van deze afdeling, de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Cultuur en Informatica, op de hoogte van al de nuttige inlichtingen voor de samenstelling van een kadaster van het beschikbaar materieel inzake informatieverwerking, in het midden van de Algemene dienst Informatica en Statistiek.

Onderafdeling 2. - Delegaties betreffende de schoolgebouwen

Art. 20.Deze onderafdeling is van toepassing op de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap - binnen de perken van hun bevoegdheden voortvloeiend uit het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

A. De schoolgebouwen van het onderwijs van de Franse Gemeenschap A.1. Algemene bepalingen

Art. 21.In de zin van deze onderafdeling, punt A, moet worden verstaan onder : - « Minister » : het Lid van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid de schoolgebouwen van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap behoren; - « de administrateur-generaal » : de administrateur-generaal van het algemeen bestuur voor Infrastructuur; - « de dienstchefs » : de dienstchefs van de gewestelijke diensten.

Art. 22.De bevoegdheid van de gewestelijke diensten wordt uitgeoefend binnen de territoriale perken van de provincie waar iedere dienst zijn zetel heeft, behalve wat betreft : 1° de gewestelijke dienst van Luik waarvan de bevoegdheid zich ook uitstrekt tot de Belgische schoolinrichtingen waarvan de onderwijstaal het Frans is en die op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland gelegen zijn;2° de gewestelijke dienst van Brussel waarvan de territoriale bevoegdheid wordt uitgeoefend binnen de perken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. A.2. Over de opdrachten A.2.1. Algemene bepalingen

Art. 23.De bij de artikelen 25 tot 31 van dit besluit gedelegeerde bevoegdheden worden aan volgende beperkingen onderworpen : 1° De opdrachten moeten worden gegund op grond van een aanbesteding of een offerteaanvraag;de keuze van een andere procedure voor het aangaan van opdrachten valt onder de beslissingsbevoegdheid van de Minister.

Deze bepaling heeft geen betrekking op de onderhoudswerken en ook niet op de inrichtingswerken waarvan het bedrag lager is dan 1.250.000 frank (exclusief BTW), noch op de opdrachten voor aanneming van leveringen en diensten waarvan het bedrag lager is dan 1.250.000 frank (exclusief BTW). 2° Ingeval van investeringen waarvan het bedrag hoger is dan 750.000 frank (exclusief BTW), moeten de betrokken werken door een goedkeuring van de Minister gemachtigd zijn.

Art. 24.Deze delegaties zijn alleen geldig in het kader en binnen de perken van de bepalingen van de wetten van 14 juli 1976 en 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en de toepassingsbesluiten ervan.

A.2.2. Verrichtingen tot voorbereiding van de gunning van opdrachten

Art. 25.De dienstchefs zijn bevoegd voor : 1° het onderhandelen van opdrachten met het oog op het gebruik van diensten van particulieren, van natuurlijke of rechtspersonen wier medewerking nodig blijkt te zijn voor het opmaken van plannen en bescheiden betreffende opdrachten en de uitvoering ervan. De keuze van deze personen en de goedkeuring van de overeenkomsten komt toe aan de Minister; 2° het goedkeuren van de bestekken of de bescheiden die ze vervangen;3° het goedkeuren van de bij de aannemingsvoorwaarden gevoegde plannen, ongeacht het bedrag van de opdracht;4° het instellen van de procedure voor de toewijzing van de opdracht;5° het geheel of ten dele afwijken, bij de bestekken, van de overeengekomen administratieve en technische bedingen van de algemene aannemingsvoorwaarden.Het aanbrengen van die afwijkingen mag echter slechts gebeuren binnen de perken, onder de voorwaarden en in de vormen vastgesteld bij de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten; 6° de toekenning van voorschotten te voorzien en de prijzencontrole op te leggen binnen de perken, onder de voorwaarden en in de vormen vastgesteld bij de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken. A.2.3. Goedkeuring van opdrachten

Art. 26.1° De dienstchefs zijn bevoegd voor het gunnen van opdrachten tot het bedrag van : - 3.000.000 frank (exclusief BTW) voor de opdrachten gegund bij openbare aanbesteding of bij algemene offerteaanvraag; - 1.500.000 frank (exclusief BTW) voor de opdrachten gegund bij beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag; - 750.000 frank (exclusief BTW) voor de opdrachten bij onderhandse overeenkomst of bij onderhandelingsprocedure; 2° de administrateur-generaal is bevoegd voor het gunnen van opdrachten tot het bedrag van : - 5.000.000 frank (exclusief BTW) voor de opdrachten gegund bij openbare aanbesteding of bij algemene offerteaanvraag; - 3.000.000 frank (exclusief BTW) voor de opdrachten gegund bij beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag; - 1.250.000 frank (exclusief BTW) voor de opdrachten bij onderhandse overeenkomst of bij onderhandelingsprocedure;

De uitoefening van voormelde delegaties impliceert : a) de goedkeuring van de laagste regelmatige inschrijving of van de voordeligste regelmatige offerte;b) de goedkeuring van de laagst of voordeligst bevonden offerte, na nietigverklaring van de minder voordelige offertes die onregelmatigheid vertonen. De bevoegdheid om een offerte op grond van het koninklijk besluit van 22 april 1977, artikel 25 of van de ermee overeenstemmende bepaling genomen ter uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten, ongedaan te maken, kan uitgeoefend worden onder dezelfde voorwaarden dan deze die gelden voor de goedkeuring, al naar het geval : a) van ambtswege als de offerte nietigverklaring ondergaat door de enkele niet-inachtneming van de verplichtingen voorzien in de bepalingen van de artikelen 14 en volgende van afdeling 2 van het koninklijk besluit van 22 april 1977 of van de ermee overeenstemmende bepalingen genomen ter uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten;b) onder voorbehoud, voor de dienstchefs, van het eensluidend advies van de administrateur-generaal indien de regelmatigheid van de offerte vatbaar is voor betwisting op een andere basis dan die bepaald in voorafgaand littera.3° Volgens de voormelde bedragen zijn de administrateur-generaal en de dienstchefs, ieder voor wat hem betreft, ertoe bevoegd : - onder dezelfde voorwaarden dan deze die gelden voor een offerte, de opdracht niet goed te keuren en dezelfde procedure opnieuw te beginnen; - de opdracht niet goed te keuren en dezelfde procedure of een andere opnieuw te beginnen indien de opdrachten voor aanneming van werken niet hoger geraamd worden dan 750.000 frank (exclusief BTW) en niet hoger dan 500.000 frank voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en diensten; - een van de oplossingen aangeboden bij artikel 38, §1 van het koninklijk besluit van 22 april 1977 of van de ermee overeenstemmende bepalingen genomen ter uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten toe te passen indien de termijn voor de goedkeuring van de offerte verstroken is en na raadpleging van de aannemer.

A.2.4. Uitvoering van opdrachten

Art. 27.De dienschefs zijn bevoegd voor het uitvoeren van opdrachten, voor het toepassen van de bedingen van de overeenkomsten, voor het goedkeuren van de staten en de afrekeningen die voortvloien uit deze bedingen (artikelen 13, 15, § 1, 2 en 3 en 24, § 2 van het ministerieel besluit van 10 augustus 1977 houdende vaststelling van de algemene aannemingsvoorwaarden van de overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten en de ermee overeenstemmende bepalingen als bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten) zoals voor iedere afrekening van bijkomende of in mindering komende werken, opgemaakt bij toepassing van de bepalingen van de artikelen 42 tot 44 §1 van hetzelfde besluit of de ermee overeenstemmende bepalingen als bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, voor zover de totaalbedragen van de bijkomende werken die er vermeld zijn, niet hoger zijn dan 15% van het bedrag van de aanbesteding en maximum 5.000.000 frank (exclusief BTW).

Art. 28.De dienschefs zijn ertoe gemachtigd : - de betaalbewijzen goed te keuren, ofwel als afbetaling, ofwel voor het saldo, na inzage van de processen-verbaal van gedeeltelijke, voorlopige oplevering of van laatste voorlopige oplevering, opgemaakt door de leidende ambtenaren; - de terugbetaling van het vrije gedeelte van de waarborg toe te staan na inzage van de processen-verbaal van voorlopige oplevering en van definitieve oplevering, opgemaakt door de leidende ambtenaren; - bij een met redenen omklede beslissing de verlengingen van termijnen toe te staan die voortvloeien uit de toepassing van de bedingen van de overeenkomsten, met inbegrip van de afrekeningen; - bij een met redenen omklede beslissing de verlengingen van termijnen toe te staan die kunnen voortvloeien uit een beslissing van algemene aard die het beginsel van die verlengingen aanneemt; - bij een met redenen omklede beslissing, voor de opdrachten waarvan het bedrag lager is dan 5.000.000 frank, de verlengingen van termijnen toe te staan die voortvloeien uit de handeling van de administratie of uit het feit dat bepaalde omstandigheden zich hebben voorgedaan die de contracterende partij niet kon vermijden en waarvan zij de gevolgen niet kon verhelpen, ofschoon zij al het nodige daartoe in het werk had gesteld; - de maatregelen van ambtswege op de contracterende partij toe te passen (artikelen 43 §2, 48 en 66 van het ministerieel besluit van 10 augustus 1977 of de ermee overeenstemmende bepalingen als bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten), ongeacht het bedrag van de opdracht; de proceduurkeuze is, indien beroep wordt gedaan op een opdracht voor rekening met een derde, afhankelijk van de delegaties sub afdeling A,2, artikelen 23 en 24; - boeten op te leggen waarvan het bedrag niet hoger is dan 500.000 frank, ongeacht het bedrag van de opdracht; - af te wijken van de bedingen en voorwaarden van een opdracht waarvan het bedrag niet hoger is dan 750.000 frank, en niet hoger dan 500.000 frank voor de opdrachten van leveringen.

Art. 29.De dienschefs zijn bevoegd voor het aanwijzen van de leidende ambtenaren, op voordracht van de verantwoordelijke ambtenaar van de technische diensten, overeenkomstig artikel 2 van het ministerieel besluit van 10 augustus 1977 of de bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, die door deze aanwijzing bekleed zijn met al de aan deze functie verbonden bevoegdheden, onverminderd de supra, onder punt A bedoelde bepalingen.

A.2.5. Werken ten laste van andere kredieten

Art. 30.De bepalingen van punt A.2. zijn, binnen de perken van de toegewezen kredieten, toepasselijk op : - de opdrachten betreffende het verblijf in de opgerichte of op te richten zijnde inrichtingen, internaten en psycho-medisch-sociale centra; - de opdrachten en contracten voor onderhoud en regeling van de thermische installaties van de schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap of in verband met het beheer van die contracten.

A.3. Bepalingen betreffende de andere overeenkomsten A.3.1. Aansluiting op voorzieningsnetten

Art. 31.Wat betreft de aansluiting van de gebouwen op de netten van voorziening in elektriciteit, gas en water, zijn de dienstchefs gemachtigd bijzondere overeenkomsten te sluiten met de leveranciers, op grond van artikel 17, § 2, 12° van de wet van 14 juli 1976 of de ermee overeenstemmende bepaling van de wet van 24 december 1993 en dit tot het bedrag van 1.250.000 frank (exclusief BTW).

A.3.2. Aankopen, vervreemdingen

Art. 32.De administrateur-generaal en de dienschefs mogen, ieder voor wat hem betreft, de procedures inzetten voor het verwezenlijken van de door de Minister toegestane onroerende verrichtingen.

A.3.3. Huurkosten

Art. 33.De administrateur-generaal en de dienschefs mogen : - de overeenkomsten van het door de Minister gemachtigde huren van gebouwen verhandelen evenals de aanhangsels ervan; - de bedoelde overeenkomsten en de aanhangsels ervan goedkeuren, voor zover het bedrag van de jaarlijkse huur lager is dan 200.000 frank; - de overeenkomsten tot regeling van de vergoedingen voor huurschade goedkeuren waarvan het bedrag lager moet zijn dan 100.000 frank of gelijk eraan; - de overeenkomsten van het door de Minister gemachtigde verhuren van gebouwen verhandelen evenals de aanhangsels ervan.

A.4. Transacties

Art. 34.De administrateur-generaal mag in alle aangelegenheden dadingen treffen en de onkosten die er het gevolg van zijn, goedkeuren, voor zover het bedrag van de uitgave niet hoger is dan 100.000 frank.

A.5. Afwezigheid en subdelegatie

Art. 35.Ingeval de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden de delegaties die hem door deze onderafdeling zijn verleend, ofwel uitgeoefend door de ambtenaar van ten minste rang 12, aangewezen bij een voorafgaande akte van subdelegatie ofwel bij gebrek aan zulke aanwijzing door de ambtenaar van ten minste rang 12 met de hoogste graad met dien verstande dat bij gelijkheid in graad op de eerste plaats rekening wordt gehouden met de graadanciënniteit, vervolgens met de dienstanciënniteit en tenslotte met de leeftijd.

Ingeval de dienstchefs afwezig of verhinderd zijn, worden de delegaties die hen door deze onderafdeling, punt A, zijn verleend, ofwel uitgeoefend door de ambtenaar van de betrokken dienst, aangewezen bij een voorafgaande akte van subdelegatie ofwel bij gebrek aan zulke aanwijzing door de ambtenaar van de betrokken dienst met de hoogste graad, met dien verstande dat bij gelijkheid in graad op de eerste plaats rekening wordt gehouden met de graadanciënniteit, vervolgens met de dienstanciënniteit en tenslotte met de leeftijd.

B. De schoolgebouwen van het officieel gesubsidieerd onderwijs B.1. Algemene bepalingen

Art. 36.§ 1. In de zin van deze onderafdeling, punt B, moet worden verstaan onder : - « Minister » : de Minister van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid de schoolgebouwen van het officieel gesubsidieerd onderwijs behoren; - « de administrateur-generaal » : de administrateur-generaal van het algemeen bestuur Infrastructuur; - « de leidende ambtenaar » : de leidende ambtenaar die de leiding heeft van de algemene dienst gesubsidieerde schoolinfrastructuur. § 2. De territoriale bevoegdheid van de gewestelijke diensten wordt uitgeoefend binnen de perken van de provincie waar iedere dienst zijn zetel heeft.

De territoriale bevoegdheid van de gewestelijke dienst van Brussel wordt uitgeoefend binnen de perken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

B.2. De opdrachten

Art. 37.In het kader van de uitvoering van de werkingsbegroting van de dienst met afzonderlijk beheer van het Fonds voor schoolgebouwen van het officieel gesubsidieerd onderwijs, beschikt de administrateur-generaal over de gedelegeerde bevoegdheid voor het gunnen en goedkeuren van opdrachten voor aanneming van werken en leveringen tot een bedrag van 400.000 frank, in verband met volgende voorwerpen : a) inrichting van de voor de werking van de diensten nodige lokalen;b) onderhoud en reparatie van die lokalen;c) aankoop, huur, onderhoud en reparatie van het materieel en meubilair, aankoop van verbruikbare werkingsleveringen, dienstleveringen, verbruiksuitgaven, aankoop van documentatie.

Art. 38.De in vorig artikel bedoelde bevoegdheden worden slechts gedelegeerd in het kader van de toepassing van de wetten van 14 juli 1976 en 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en de toepassingsbesluiten van die wetgevingen.

Art. 39.a) de huurcontracten van onroerend goed voor de behoeften van de diensten waarvan het jaarlijks huurbedrag hoger is dan 200.000 frank en de aankoop van motorrijtuigen zijn ondergeschikt aan het voorafgaand akkoord van de Minister. b) de administrateur-generaal beschikt over de gedelegeerde bevoegdheid voor het goedkeuren van overeenkomsten tot regeling van de vergoedingen voor huurschade, tot het bedrag van 100.000 frank.

B.3. Onderzoek van dossiers en uitkering van toelagen

Art. 40.De leidende ambtenaar beschikt over de gedelegeerde bevoegdheid voor het treffen van al de maatregelen voor het onderzoek van de dossiers en om zich te dien einde met de al de bevoegde diensten en besturen in verbinding te stellen, maar de aanschrijvingen houdende beslissing inzake toelagen worden door de Minister ondertekend.

De leidende ambtenaar mag niettemin iedere aanschrijving ondertekenen tot rectificatie van het bedrag van een vaste belofte van toelagen in zover ze geen aanvullende financiële verbintenis inhoudt.

Art. 41.De leidende ambtenaar beschikt over de gedelegeerde bevoegdheid voor uitkering van voorschot op toelagen naar gelang van de uitvoering van de betrokken werken en in de perken van de beslissingen tot toekenning van toelagen.

B.4. Afwezigheid en subdelegatie

Art. 42.Ingeval de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden de delegaties die hem door deze onderafdeling, punt B.2, zijn verleend, uitgeoefend door de leidende ambtenaar.

Ingeval de leidende ambtenaar afwezig of verhinderd is, worden de delegaties die hem door deze onderafdeling, punt B, zijn verleend, ofwel uitgeoefend door de ambtenaar van de betrokken dienst, aangewezen bij een voorafgaande akte van subdelegatie ofwel bij gebrek aan zulke aanwijzing door de ambtenaar van de betrokken dienst met de hoogste graad, met dien verstande dat bij gelijkheid in graad op de eerste plaats rekening wordt gehouden met de graadanciënniteit, vervolgens met de dienstanciënniteit en tenslotte met de leeftijd.

C. De schoolgebouwen van het vrij en officieel gesubsidieerd onderwijs C.1. Algemene bepalingen

Art. 43.§ 1. In de zin van deze onderafdeling, punt C, moet worden verstaan onder : - « Minister » : de Minister van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid de schoolgebouwen van het vrij en officieel gesubsidieerd onderwijs behoren; - « de administrateur-generaal » : de administrateur-generaal van het algemeen bestuur voor Infrastructuur; - « de leidende ambtenaar » : de leidende ambtenaar die de leiding heeft van de algemene dienst voor waarborg van de gesubsidieerde schoolinfrastructuur. § 2. De territoriale bevoegdheid van de gewestelijke diensten wordt uitgeoefend binnen de perken van de provincie waar iedere dienst zijn zetel heeft.

De territoriale bevoegdheid van de gewestelijke dienst Brussel wordt uitgeoefend binnen de perken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

C.2. Over de opdrachten

Art. 44.In het kader van de uitvoering van de werkingsbegroting van de dienst met afzonderlijk beheer van het Waarborgfonds voor schoolgebouwen, beschikt de administrateur-generaal over de gedelegeerde bevoegdheid voor het gunnen en goedkeuren van opdrachten voor aanneming van werken en leveringen tot een bedrag van 400.000 frank, in verband met volgende voorwerpen : a) inrichting van de voor de werking van de diensten nodige lokalen;b) onderhoud en reparatie van die lokalen;c) aankoop, huur, onderhoud en reparatie van het materieel en meubilair, aankoop van verbruikbare werkingsleveringen, dienstleveringen, verbruiksuitgaven, aankoop van documentatie.

Art. 45.De in vorig artikel bedoelde bevoegdheden worden slechts gedelegeerd in het kader van de toepassing van de wetten van 14 juli 1976 en 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en de toepassingsbesluiten van die wetgevingen.

Art. 46.a) de huurcontracten van onroerend goed voor de behoeften van de diensten waarvan het jaarlijks huurbedrag hoger is dan 200.000 frank en de aankoop van motorrijtuigen zijn ondergeschikt aan het voorafgaand akkoord van de Minister. b) de administrateur-generaal beschikt over de gedelegeerde bevoegdheid voor het goedkeuren van overeenkomsten tot regeling van de vergoedingen voor huurschade, tot het bedrag van 100.000 frank.

C.3. Onderzoek van dossiers en uitkering van toelagen

Art. 47.De leidende ambtenaar beschikt over de gedelegeerde bevoegdheid voor het treffen van al de maatregelen voor het onderzoek van de dossiers, om zich te dien einde met de al de bevoegde diensten en besturen in verbinding te stellen, en al de beslissingen te nemen in overeenkomst met de bevoegdheden die hem verleend zijn bij toepassing van het reglement bepaald in artikel 10, § 5, lid 2,2° van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

C.4. Afwezigheid en subdelegatie

Art. 48.Ingeval de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden de delegaties die hem door deze onderafdeling, punt C.2, zijn verleend, uitgeoefend door de leidende ambtenaar.

Ingeval de leidende ambtenaar afwezig of verhinderd is, worden de delegaties die hem door deze onderafdeling, punt C, zijn verleend, ofwel uitgeoefend door de ambtenaar van de betrokken dienst, aangewezen bij een voorafgaande akte van subdelegatie ofwel bij gebrek aan zulke aanwijzing door de ambtenaar van de betrokken dienst met de hoogste graad, met dien verstande dat bij gelijkheid in graad op de eerste plaats rekening wordt gehouden met de graadanciënniteit, vervolgens met de dienstanciënniteit en tenslotte met de leeftijd. Afdeling 3. - Delegaties inzake toelagen

Art. 49.Onverminderd de bepalingen van onderafdeling 2 van afdeling 2 van dit hoofdstuk, wordt bevoegdheidsdelegatie verleend aan de ambtenaren-generaal van rang 17 en 16, ieder in het kader van de bevoegdheden die aan hun respectief bestuur toegekend zijn, voor het toekennen van toelagen geregeld door organieke reglementen die de voorwaarden voor de toekenning ervan en het bedrag of de wijze van berekening ervan, bepalen. Afdeling 4. - Delegaties inzake ondertekening en financiële

aangelegenheden.

Art. 50.Onverminderd de delegaties verleend aan de administrateurs-generaal, wordt delegatie verleend aan de secretaris-generaal : 1° voor de ondertekening van : a) de bestelbons en de brieven betreffende de bestellingen, binnen de perken bedoeld bij artikel 11 van dit besluit;b) de ordonnanties tot betaling en de ordonnanties tot opening van kredieten of voorschotten;c) de driemaandelijkse aangiften van de BTW;2° voor de goedkeuring van : a) de facturen en de verklaringen van schuldvorderingen betreffende de leveringen en de werken;b) de borderelen ingediend door het Centraal Bureau voor Benodigdheden wat betreft de prestaties en leveringen uitgevoerd door het Ministerie;c) de rekeningen van de ontvangsten alsmede de rekeningen, zowel inzake materie als inzake gelden, die aan het Rekenhof moeten worden overgelegd;d) de betalingsstaten betreffende de huurkosten.

Art. 51.Ingeval de secretaris-generaal afwezig of verhinderd is, worden de bij artikel 50 bedoelde delegaties uitgeoefend door de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.

Via een voorafgaande subdelegatieakte, wijst de secretaris-generaal, desnoods, de ambtenaar-generaal aan die bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en van de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, in spoedgevallen de bij artikel 50 bedoelde delegaties uitoefent.

Art. 52.Delegatie wordt verleend aan de secretaris-generaal, de administrateurs-generaal en de directeurs-generaal : 1° voor de ondertekening, met betrekking tot aangelegenheden die afhangen van hun respectieve diensten : a) van de bestelbons en de brieven betreffende bestellingen, binnen de perken bedoeld bij artikel 11 van dit besluit;b) van de " persklare" documenten voor het Belgisch Staatsblad;c) van de briefwisseling betreffende de gewone instructiehandelingen, de aanvragen om inlichtingen, de rappelbrieven en de bulletins of overzendingsbrieven;2° voor de waarmerking van de afschriften en uittreksels uit documenten die bij het archief van hun diensten worden geborgen;3° voor de goedkeuring van de uitgaven en de ontvangsten van alle aard die tot de bevoegdheid van hun algemeen bestuur of algemene directie behoren;4° voor de ordonnancering van de uitgaven en de ontvangsten die onder hun respectieve diensten ressorteren;5° voor de goedkeuring van de borderelen ingediend door de maatschappijen voor gemeenschappelijk vervoer, uit hoofde van het vervoer gedaan door hun algemeen bestuur of algemene directie.6° voor de goedkeuring van de in te dienen rekeningen van de rekenplichtigen van het Ministerie. De secretaris-generaal keurt de uitgaven van professionele aard van de administrateurs-generaal en van de directeurs-generaal die onder het Secretariaat-generaal ressorteren, goed.

Iedere administrateur-generaal keurt de uitgaven van professionele aard van de directeurs-generaal die onder het algemeen bestuur waarvan hij de leiding heeft ressorteren, goed.

De ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene dienst Budgettaire en Financiële audit keurt de uitgaven van professionele aard van de secretaris-generaal goed. § 2. De delegaties verleend aan de secretaris-generaal en aan de administrateurs-generaal in toepassing van § 1 worden uitgoefend rekening houdend met hun respectieve bevoegdheden met uitsluiting van deze die gezamenlijk, in hun geheel, onder een directeur-generaal ressorteren.

Art. 53.Ingeval de bevoegde ambtenaar-generaal afwezig of verhinderd is, worden de bij artikel 52, § 1, lid 1 bedoelde delegaties uitgeoefend ofwel door een ambtenaar bekleed met een graad van ten minste rang 12, aangesteld krachtens een voorafgaande subdelegatieakte medegedeeld, wat betreft de administrateurs-generaal en de directeurs-generaal, aan de secretaris-generaal,ofwel bij gebrek aan dergelijke aanstelling,door een ambtenaar van de betrokken administratieve entiteit, die titularis is van een graad van minstens rang 12, met dien verstande dat het steeds de ambtenaar met de hoogste graad betreft en dat bij gelijkheid in graad er eerst rekening zal worden gehouden met de graadanciënniteit, vervolgens met de dienstanciënniteit en tenslotte met de leeftijd.

Art. 54.De secretaris-generaal, de administrateurs-generaal en de directeurs-generaal kunnen de bevoegdheden die hen bij artikel 52, § 1, lid 1, 1°, a, worden gedelegeerd, delegeren binnen de perken inzake bedrag en graad, bepaald in de tabel als bijlage bij dit besluit en in artikel 52, § 1, lid 1, 1°, c, 2°, 3°, 4° en 5°, bij schriftelijke en voorafgaande akte, die, wat betreft de administrateurs-generaal en de directeurs-generaal, aan de secretaris-generaal wordt medegedeeld.

Art. 55.De Secretaris-generaal kan bij schriftelijke en voorafgaande akte delegeren wat volgt : 1° aan de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Infrastructuur : de bij artikel 50, 1°, a en 2°, a en d bedoelde delegaties;2° aan een ambtenaar van minstens niveau 1, de ondertekening van de bestelbons die naar het Centraal Bureau voor Benodigdheden moeten gestuurd worden en die betrekking hebben op bestellingen van drukwerken en kantoorbehoeften;3° aan de directeur-generaal van de Algemene directie Begroting en Financiën : de delegaties bedoeld bij artikel 50, 1°, b en 2°, c. § 2. Na advies van de ambtenaar-generaal die de leiding heeft van de Algemene directie Begroting en Financiën, kan de secretaris-generaal de bevoegdheden bedoeld bij artikel 50, 1°, b en 2°, c, subdelegeren.

Art. 56.Delegatie wordt verleend aan de secretaris-generaal : 1° om de overeenkomsten inzake uitvoering van de beslissingen tot toekenning van toelagen aan de filmproductie te ondertekenen;2° om de verkoopprijs van de publicaties en alle gelijkgestelde documenten uitgegeven ten laste van de kredieten uitgetrokken op de begroting van het Ministerie te bepalen. De secretaris-generaal kan de bevoegdheid bedoeld bij lid 1 delegeren aan een ambtenaar van minstens rang 12. HOOFDSTUK III. - Bijzondere delegaties

Art. 57.De delegaties bedoeld bij hoofdstuk II worden uitgeoefend onverminderd de delegaties bedoeld bij dit besluit. Afdeling 1. - Bijzondere delegaties voor het Secretariaat-generaal

Art. 58.Delegatie wordt verleend aan de personeelsleden van niveau 1 van de diensten die onder het Secretariaat-generaal ressorteren om de bewijzen van ontvangst van de brieven die naar het Ministerie van de Franse Gemeenschap worden gezonden te ondertekenen, met uitzondering van de briefwisseling betreffende de rechtspleging voor de Raad van State, alsmede van al de brieven bestemd voor de Regering van de Franse Gemeenschap, voor één van haar leden of voor het Ministerie van de Franse Gemeenschap te ondertekenen met het oog op de ontvangst ervan, met uitzondering van de dagvaarding voor het gerecht en de akten van de gerechtsdeurwaarders.

De brieven waarvan sprake worden zonder verwijl aan de secretaris-generaal voor verder gevolg bezorgd door de persoon die er ontvangst van heeft bericht.

Ingeval de Secretaris-generaal afwezig of verhinderd is, worden de brieven zonder verwijl bezorgd aan de administrateur-generaal die de leiding heeft van het Algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.

Art. 59.Delegatie wordt verleend aan de secretaris-generaal voor de volgende angelegenheden : 1° toekenning van de juridische melding "arbeidsongeval" of "ongeval op de weg van en naar het werk" aan een ongeval en verwezenlijking van de beroepen tegen een verantwoordelijke derde in de aangelegenheden anders dan deze bedoeld in Afdeling 1 van Hoofdstuk II van dit besluit;2° goedkeuring van elke uitgave en van elke herhaling met betrekking tot de schadeloosstelling van verkeersongevallen, arbeidsongevallen of andere ongevallen, alsook van elke toelage of vergoeding verleend in dit geval via gerechtelijke beslissing;3° om, in alle aangelegenheden, de kostenstaten en de honoraria van advokaten, procureurs en deskundigen goed te keuren. De secretaris-generaal kan de bevoegdheden bedoeld in lid 1, 1°, aan een ambtenaar van het Ministerie van minstens rang 10 delegeren.

Voor de uitgaven die niet honderdduizend frank overschrijden kan de secretaris-generaal de bevoegdheden bedoeld in lid 1, 2° en 3° aan een ambtenaar van het Ministerie van minstens rang 10 delegeren.

Art. 60.Delegatie wordt verleend aan de secretaris-generaal om, na goedkeuring van de sectorieel bevoegde Ministers, aan de Minister van Internationale Betrekkingen de aanstelling voor te dragen van de personeelsleden van het Ministerie aan wie gevraagd werd deel te nemen aan de Gemengde Commissies, deel te nemen in elke vergadering van internationale aard waarvoor aan het personeelslid gevraagd wordt de Franse Gemeenschap te vertegenwoordigen.

Wat betreft de ambtenaren van de Directie voor Internationale Betrekkingen van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, wordt de sectorieel bevoegde Minister en de Minister van Internationale Betrekkingen ingelicht door de secretaris-generaal. Afdeling 2. - Bijzondere delegaties voor het Algemeen bestuur

Hulpverlening aan de Jeugd, Gezondheid en Sport Onderafdeling 1. - Bijzondere delegatie voor de Algemene directie Hulpverlening aan de Jeugd

Art. 61.Bevoegdheidsdelegatie wordt verleend aan de adviseurs en de adjunct-adviseurs van de Hulpverlening aan de Jeugd en aan de directeurs en adjunct-adviseurs van de Hulpverlening aan de Jeugd om op te treden, in naam van de Franse Gemeenschap, in de rechtspleging bedoeld bij artikel 37 van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de Jeugd.

Onderafdeling 2. - Bijzondere delegaties voor de Algemene directie Gezondheid

Art. 62.Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de uitgavenbegroting van de sector Gezondheid, wordt delegatie verleend aan de directeur-generaal van Gezondheid : 1° om de fakturen en de verklaringen van schuldvordering ingediend om de betaling te bekomen van de leveringen, werken of prestaties van alle aard wanneer zij uitgevoerd werden op basis van een contract aangegaan volgens de regels, van een regelmatige opdracht of van een bepaling van de Regering van de Franse Gemeenschap;2° om de uitgaven betreffende de wettelijke toelagen en de door overeenkomst toegekende toelagen vast te leggen en te ordonnanceren waarvan het bedrag en de berekeningswijze bij decreet, besluit van de Regering of overeenkomst worden bepaald, ongeacht hun bedrag.

Art. 63.Ingeval de directeur-generaal van Gezondheid afwezig of verhinderd is, worden de delegaties verleend bij artikel 62, in spoedgevallen, uitgeoefend ofwel door een ambtenaar van minstens rang 12 en aangesteld krachtens een voorafgaande subdelegatieakte medegedeeld aan de secretaris-generaal, ofwel bij afwezigheid van een dergelijke aanstelling, door de ambtenaar-generaal van rang 15 bevoegd voor het geheel van de Algemene directie.

Deze bevoegdheden kunnen gedelegeerd worden aan de ambtenaren van rang 12 die onder het rechtstreeks gezag staan van de ambtenaren-generaal bedoeld bij lid 1, via een voorafgaande en schriftelijke akte, medegedeeld aan de secretaris-generaal, door de directeur-generaal van Gezondheid.

Onderafdeling 2. - Bijzondere delegaties voor de Algemene directie Sport

Art. 64.Voor de toepassing van deze onderafdeling, dient verstaan te worden onder "Minister", het lid van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheden het Onderwijs, Sport en het Openluchtleven behoren.

A. Delegaties aan de directeur-generaal van de Algemene directie Sport

Art. 65.Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de uitgavenbegroting van de Franstalige sector van het Sportfonds, wordt delegatie verleend aan de directeur-generaal om de uitgaven vast te leggen en te ordonnanceren die betrekking hebben op : 1° de gunning en de uitvoering van opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, binnen de perken bedoeld bij de artikelen 10 tot 18 van dit besluit die van toepassing zijn op de directeurs-generaal;2° de receptiekosten die voortvloeien uit officiële ceremonieën;3° de aanwerving, voor totale jaarlijkse prestaties niet langer dan een derde van het aantal uren waaruit een ambt met volledige prestaties bestaat, van tijdelijke medewerkers, om de sportactiviteiten, ingericht door de Franse Gemeenschap, en van personen belast met de organisatie of het geven van lessen voor sportmonitors ingericht door de Franse Gemeenschap, overeenkomstig de vergoedingsbedragen en de aanwervingsnormen die door de Minister goedgekeurd werden;4° de toepassing van de verschillende aanwervingsovereenkomsten getekend door de Minister;5° de aanwerving van studenten, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juni 1970, voor de sportcentra gedurende de periode van het zomerschoolverlof;6° de vaststelling en de uitbetaling van de wedden, toelagen en vergoedingen van het personeel aangeworven in toepassing van de punten, 3°, 4° en 5° van dit artikel;7° de toepassing van de overeenkomsten gesloten door de Minister met de verenigingen zonder winstoogmerk, belast met het beheer van de sportcentra en inzonderheid de tegemoetkoming in de uitgaven die voortvloeien uit de bezetting van de gebouwen beheerd door deze verenigingen.

Art. 66.Ingeval de directeur-generaal afwezig is, worden de delegaties verleend bij artikel 65, met inbegrip van de mogelijkheid om te subdelegeren bij toepassing van de artikelen 67 en 68, uitgeoefend ofwel door de ambtenaar van minstens rang 12 aangesteld krachtens een voorafgaande subdelegatieakte, ofwel, bij afwezigheid van een dergelijke aanstelling, door de ambtenaar-generaal van rang 15 met de grootste graadanciënniteit.

B. Subdelegaties aan de leidinggevende ambtenaren van de Algemene directie Sport en aan de ambtenaren aangewezen voor het hoofdbestuur van deze algemene directie

Art. 67.De delegaties verleend aan de directeur-generaal krachtens de bepalingen van artikel 65, kunnen gesubdelegeerd worden binnen de hierna vermelde perken : 1° aan een ambtenaar-generaal van rang 15 : de delegaties opgenomen in de punten 1° tot 7°; Ingeval de ambtenaar-generaal van rang 15 afwezig of verhinderd is, kunnen deze delegaties uitgeoefend worden, krachtens een voorafgaande subdelegatieakte, door een ambtenaar die titularis is van een graad van minstens rang 12. 2° aan een ambtenaar van minstens rang 12 : de delegaties opgenomen in de punten 1° en 3° tot 7° in het kader van de bevoegdheden van de diensten die onder zijn gezag staan; Ingeval de directeur afwezig of verhinderd is, kunnen deze delegaties uitgeoefend worden, krachtens een voorafgaande subdelegatieakte, door een ambtenaar die titularis is van een graad van minstens rang 10.

De subdelegaties betreffende artikel 65, 1°, van dit besluit vinden plaats binnen de perken van de bedragen en de graden bedoeld in de bij dit besluit gevoegde tabel.

De ambtenaren van rang 10 of 11 die, in toepassing van deze bepaling, deze bevoegdheid uitoefenen, worden gelijkgesteld, wat betreft de verwijzing naar genoemde tabel, met de ambtenaren van rang 12.

C. Subdelegaties aan de ambtenaren aangewezen voor de buitendiensten van de Algemene directie Sport

Art. 68.De bevoegdheden verleend aan de directeur-generaal bij artikel 65 kunnen uitgeoefend worden door de ambtenaren die aangewezen worden voor de buitendiensten van deze algemene directie binnen de hierna vermelde perken : 1° aan de ambtenaren van niveau 1 van de inspectiedienst : de bevoegdheden opgenomen in de punten 1° (ten belope van honderdduizend fr.) en 3° tot 7° in het kader van de bevoegdheden van de diensten die onder hun gezag staan; 2° aan de ambtenaren belast met de leiding van een sportcentrum : de bevoegdheden opgenomen a) in punt 1°, ten belope van vijftigduizend fr.; deze limiet wordt op tweehonderdduizend fr. gebracht voor de uitgaven met betrekking tot de aankoop van producten voor de voeding van de stagiairs en voor het onderhoud van de lokalen en de gebouwen van het centrum; de uitgaven betreffende het energieverbruik, de telefoongesprekken en de frankering van de briefwisseling zijn niet beperkt; b) in de punten 3° tot 5°;c) in de punten 6° en 7°. De ambtenaren belast met de bevoegheid bedoeld in littera B zenden aan de overheid die hun deze bevoegheid heeft gedelegeerd, een driemaandelijks activiteitenprogramma, een maandelijkse raming van bezetting, tabellen met het volume van de wekelijkse pedagogische prestaties alsook een origineel van iedere aanwervingsovereenkomst die zij sluiten.

Ingeval het personeelslid belast met de leiding van een sportcentrum afwezig is, worden de delegaties opgenomen in punt 2° van lid 1 uitgeoefend door het vast personeelslid, aangesteld om in de plaatsvervanging te voorzien van de ambtenaar belast met de leiding van het sportcentrum of, bij gebrek daaraan, door het vast personeelslid, tewerkgesteld in dit centrum, dat de hoogste bezoldigingsschaal geniet en dat het bewijs levert van de langste duur van ononderbroken diensten. Afdeling 3. - Bijzondere delegaties voor het Algemeen bestuur voor het

Personeel van het Onderwijs

Art. 69.§ 1. Delegatie wordt verleend aan de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur voor het Personeel van het Onderwijs en aan de directeurs-generaal die de leiding hebben van iedere algemene directie van dit algemeen bestuur, ieder wat betreft de bevoegdheden van het bestuur dat hij leidt, in de volgende aangelegenheden : 1° Vaststelling en vereffening van wedden en weddetoelagen, vergoedingen en toelagen voor leden van het personeel der inrichtingen en PMS-centra van de Franse Gemeenschap en van de gesubsidieerde inrichtingen en PMS-centra die onder het departement ressorteren, ook voor de ondertekening van de weddefiches, de mandaten en ordonnanties tot betaling of regularisatie;2° Goedkeuring van de terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking of wegens ziekte;3° Erkenning van de nuttige ervaring voor de uitoefening van een ambt zoals bedoeld in artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling voor het onderwijzend personeel;4° Tijdelijke toekenning van een wedde, weddetoelage of toelage binnen de perken van de wet van 24 december 1976 voor prestaties te beschouwen als bijbetrekking of overwerk ingevolge koninklijk besluit nr.270 van 31 december 1983 tot wijziging van koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 tot wijziging van de bepalingen van de bezoldigingsregelingen toepasselijk op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; 5° Toekenning aan de personeelsleden van het onderwijs van het genot van de maatregelen inzake loopbaanonderbreking die op hen toepasselijk zijn;6° Goedkeuring van de verloven opgesomd in het besluit van de Regering van 7 november 1991 betreffende het ouderlijk verlof en het verlof om dwingende familiale redenen toegestaan aan sommige gesubsidieerde personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinrichtingen. Dit besluit is van toepassing op de vastbenoemde en de tijdelijke personeelsleden; 7° Toekenning van de verloven en van de toelatingen voor verminderde prestaties, bepaald respectievelijk in de artikelen 10, 20, 23 en 30 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen;8° Machtigingen tot afwezigheid van lange duur gewettigd door familiale redenen bij toepassing van de koninklijke besluiten van 25 november 1976 respectievelijk ter uitvoering van het statuut van 22 maart 1969 en het statuut van 25 oktober 1971 en betreffende de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend personeel, van het paramedisch personeel, van het personeel van de inspectiedienst van het onderwijs van de Franse Gemeenschap en de leermeesters, de leraars en inspecteurs godsdienst van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap;9° Machtigingen tot afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen bij toepassing van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende het verlof van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de PMS-centra van de Franse Gemeenschap, de vormingscentra van de Franse Gemeenschap en de inspectiediensten;10° Toekenning van de verloven opgesomd in de artikelen 9, 10, 20 en 23 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende het verlof van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de PMS-centra van de Franse Gemeenschap, de vormingscentra van de Franse Gemeenschap en de inspectiediensten;11° Machtiging inzake verminderde prestaties na een afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid, bij toepassing van artikel 15 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap;12° Toekenning van verloven opgesomd in het besluit van de Executieve van 2 januari 1992 betreffende het ouderschapsverlof en het verlof om dwingende familiale redenen toegestaan aan personeelsleden van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap.Dit besluit is van toepassing op de vastbenoemde, stagedoende en tijdelijke personeelsleden; 13° Inwilliging van de verzoekschriften ingediend met toepassing van artikel 34 van het koninklijk besluit van 7 december 1978 ter uitvoering van artikel 77, § 2, van de wet van 24 december 1976 betreffende de begrotingsvoorstellen 1976-1977 en houdende afwijking van sommige bepalingen van de koninklijke besluiten die de voorwaarden bepalen voor de oprichting van betrekkingen in de rijksinrichtingen voor technisch of kunstonderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan;14° Toekenning van de uitkeringen, vergoedingen, voorschotten en hulpgelden voortvloeiend uit de activiteit van de Sociale Dienst wanneer de uitgave geen twintigduizend frank per rechthebbende overschrijdt;15. Ondertekening van de individuele besluiten ter uitvoering van ministeriële beslissingen met uitzondering van benoemingsakten. § 2. De administrateur-generaal en de directeurs-generaal kunnen de bevoegdheden bedoeld bij § 1, 1° en 2° en 7° tot 14° aan ambtenaren van niveau 1, ieder wat betreft de bevoegdheden van het bestuur waar hij de leiding van heeft, delegeren.

De subdelegaties bedoeld in vorig lid gebeuren via een voorafgaande en schriftelijke akte medegedeeld aan de secretaris-generaal. Afdeling 4. - Bijzondere delegaties voor het Algemeen bestuur

Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek

Art. 70.§ 1. Delegatie wordt verleend aan de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Onderwijs en aan de directeurs-generaal, ieder wat betreft de bevoegdheden van het bestuur waar hij de leiding van heeft, in de volgende aangelegenheden : 1° Ondertekening van diploma's, studiegetuigschriften en attesten;2° Toekenning van de gelijkwaardigheid van studie;3° Goedkeuring van de rekeningen van ontvangsten en uitgaven van de onderwijsinrichtingen en PMS-centra, de autonome internaten en de opvangtehuizen van de Franse Gemeenschap, die aan het Rekenhof voorgelegd moeten worden;4° Opneming in de toelageregeling van scholen, afdelingen en onderverdelingen in het onderwijs en van PMS-centra;5° Vereffening van de werkingsdotaties aan de onderwijsinrichtingen en PMS-centra van de Gemeenschap;6° Beslissing in individuele of bijzondere gevallen voor de toepassing van de algemene reglementen van de studies;7° Toekenning van afwijkingen en vrijstellingen bedoeld bij de artikelen 56, 57, 58, 59 en 60 van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs;8° Toekenning van de toelating om van school te veranderen na 30 september in het kleuter- en lager onderwijs;9° Vaststelling van de vergoeding voor gebruik van lokalen door derden;10° Goedkeuring van de fakturen en de verklaringen van schuldvorderingen die ingediend werden om de betaling te bekomen van weddetoelagen, van het vervoer en per geneeskundige verstrekking vereist door de wet van 21 maart 1964 tot inrichting van het medisch schooltoezicht en haar verschillende toepassingsbesluiten;11° Erkenning van de equipes voor het medisch schooltoezicht bij toepassing van artikel 4 van de wet van 21 maart 1964 op het medisch schooltoezicht en het koninklijk besluit van 17 juli 1964 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van erkenning van de equipes en van de centra voor medisch schooltoezicht;12° Machtiging voor de ploegen voor medisch schooltoezicht om deel te nemen aan het vernieuwingsexperiment met toepassing van een besluit tot verlenging van het koninklijk besluit van 16 mei 1980 tot bepaling op welke wijze een vernieuwingsexperiment van de werking van bepaalde equipes voor Medisch Schooltoezicht georganiseerd wordt met betrekking tot de geneeskundige onderzoekingen, hoe dikwijls en onder welke voorwaarden dit toezicht wordt uitgeoefend, en op welke wijze en onder welke voorwaarden de subsidies verleend worden. § 2. De administrateur-generaal en de directeurs-generaal kunnen de bevoegdheden bedoeld bij § 1, 1°, 2°, 3°, 5°, 9° tot 12°, delegeren aan ambtenaren van niveau 1 en de bevoegdheid bedoeld bij § 1, 7°, aan een ambtenaar-generaal van rang 15.

De subdelegaties bedoeld in het vorig lid gebeuren via een voorafgaande en schriftelijke akte, medegedeeld aan de secretaris-generaal. HOOFDSTUK IV. - Bijzondere, overgangs- en slotbepalingen

Art. 71.Voor het Algemeen bestuur Infrastructuur, worden de hiernavermelde bevoegdheden exclusief verleend, in afwijking van de bepalingen van dit besluit waarop ze betrekking hebben, aan de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Infrastructuur : 1° de verwoording van de voorstellen of adviezen bedoeld bij artikel 6, § 1, 3°, 11° en 12°;2° de bevoegdheden bedoeld bij artikel 7, § 1. De van ambtswege verleende subdelegaties bedoeld bij de artikelen 4, § 7, 7, § 3 en 35, lid 1, worden exclusief uitgeoefend, onder de voorwaarden bepaald in deze bepalingen, door een ambtenaar die een betrekking van de personeelsformatie van het Algemeen bestuur Infrastructuur bekleedt, met uitsluiting van de diensten bedoeld bij artikel 6 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van het personeel van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap.

Deze bepaling doet geen afbreuk aan het vermogen van de administrateur-generaal om sommige bevoegdheden te subdelegeren in toepassing van artikel 7, § 4, van dit besluit.

In afwijking van de bepalingen vervat in dit besluit, kan de administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Infrastructuur, via een voorafgaande en schriftelijke akte, medegedeeld aan de secretaris-generaal, het geheel of een deel van zijn bevoegdheden delegeren, met inbegrip van zijn bevoegdheden inzake subdelegaties, aan de ambtenaren-generaal van rang 15 die respectief de leiding hebben van de Algemene dienst Schoolinfrastructuren van de Gemeenschap, de Algemene dienst Gesubsidieerde openbare schoolinfrastructuren en de Algemene dienst Waarborg van de gesubsidieerde schoolinfrastructuren, ieder wat betreft de personeelsleden die onder dit gezag staan en de aangelegenheden die onder deze bevoegheid ressorteren.

Art. 72.De administrateur-generaal van het Algemeen bestuur Infrastructuur stelt de ambtenaren die titularis zijn van hoogstens rang 12, aangewezen in een betrekking van de Algemene directie voor de Schoolinfrastructuren, ter beschikking van de diensten bedoeld bij artikel 6 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van het personeel van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap.

Art. 73.Worden opgeheven : - het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 1 augustus 1991 houdende bevoegdheidsdelegatie aan de directeur-generaal van het Personeel, de Statuten, de administratieve organisatie en van het Buitengewoon onderwijs, voor het beheer van het personeel van de Bestuursdirectie van de Schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap en van het Fonds voor Schoolgebouwen van het gesubsidieerd officieel onderwijs van de Franse Gemeenschap; - het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 13 juni 1991 houdende delegatie van bevoegdheden en ondertekeningsvolmachten aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere ambtenaren van de Diensten van de Executieve van de Franse Gemeenschap - Ministerie van Cultuur en Sociale Zaken; - het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 oktober 1993 tot bevoegdheids- en tekeningsoverdracht aan de opperambtenaren en sommige andere personeelsleden van de Dinesten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van Onderwijs, Onderzoek en Vorming; - het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1994 tot inrichting van het "Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement officiel subventionné" (Fonds voor schoolgebouwen van het officieel gesubsidieerd onderwijs) en machtsoverdracht aan sommige personeelsleden van dat bestuur; - het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 maart 1995 houdende organisatie van de diensten belast met het beheer van de schoolgebouwen van het door de Franse Gemeenschap ingericht onderwijs en houdende overdracht van bevoegdheid aan sommige ambtenaren en personeelsleden van de diensten; - het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 6 februari 1995 tot bevoegdheidsdelegatie aan sommige ambtenaren van het Bestuur Hulpverlening aan de Jeugd.

Art. 74.De bevoegdheden gesubdelegeerd krachtens een van de vorige besluiten blijven van toepassing voor zover ze conform zijn met de regels bepaald bij dit besluit.

Art. 75.Dit besluit treedt in werking op 9 februari 1998.

Art. 76.De Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 9 februari 1998.

De Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister-Voorzister, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE Bijlage tot aanstelling van de gedelegeerde overheden krachtens artikel 11 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 9 februari 1998 houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegaties aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap.

Brussel, 9 februari 1998.

De Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister-Voorzister, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^